Bijlage 3 - Cultuurhistorische verkenning Keizersdijk-Hoofdstraat
Tekst van het document
Tekening uit 1915, inrichting van twee woningen. Mogelijk niet uitgevoerd.
De plattegrond van de nieuwe toestand laat zien dat men van plan is om een woningscheidende muur dwars door het pand te metselen. De voordeur wordt verwijderd waardoor een portiek met twee voordeuren kan worden gerealiseerd. De linkerwoning krijgt op de begane grond een gang, een woonkamer (met schouw), een keuken (in de voormalige bar) met zoldertrap en een toegang tot het (binnen)privaat. De rechter woning krijgt ook een gang. De kamer blijft intact en de keuken achter het huis, komt deze woning toe. De bewoner dient nog wel steeds van het buitenprivaat gebruik te maken. Aardig aan de kamer van de woning rechts, is dat in de langsdoorsnede een kastenwand (bedsteden?) is getekend. Fraai aan deze tekening is ook dat we kunnen zien dat het pand een nieuwe voorgevel heeft gekregen, met T-vensters onder segmentbogen en een rijk aangezette (maar niet erg fraaie) entreepartij, nu wél met de dakkapel recht boven de entree. Die voorgevel is eerder al gebouwd, omdat in de vergunningsaanvraag uit 1915 bij voorgevel is opgetekend ‘bestaand’.
Cultuurhistorische verkenning
26
Het café van Van Aalst wordt maar korte tijd in kranten genoemd, hier in 1917 (doet vermoeden dat verbouwing in 1915 niet plaatsvond, het café kan ook verplaatst zijn). Rechts bouwtekening uit 1984, wijziging voorgevel.
Opname van het pand met de vermoedelijk vroeg twintigste-eeuwse voorgevel. Rechts de situatie na de verbouwing in 1984.
27
5.1 De bouwmassa Keizersdijk 1 heeft éénlaags bouwmassa met een vrij archaïsche vorm. Het pand heeft een begane grond op een L-vormig grondplan en een zolder onder een met kruispannen gedekt mansardedak. De grondvorm van het pand is in de negentiende eeuw ontstaan, tussen circa 1815 (aanleg Keizersdijk) en 1832 (kadastrale minuut), de kapvorm zeker pas aan het begin van de twintigste, toen de mansardekap zeer populair was, omdat er een ruimere zolder mogelijk was ten opzichte van het zadeldak en het schilddak. Er mag vanuit worden gegaan dat het pand in de negentiende eeuw een zadel- of schilddak heeft gehad. De huidige keuken is een aanbouw tegen de achtergevel, deels gerealiseerd op de plek van een vroegere open plaats (zie kadaster). Aan de achterzijde is de gebroken kap (mansarde) vervangen door een vlak schild.
Aan de achterzijde is de mansardevorm verdwenen nadat de achtergevel hogerop werd getrokken. Het platte dak op de voorgrond bevindt zich boven de uitgebouwde keuken op de voormalige binnenplaats.
5.2 De constructie Het pand heeft een kelder. Het kelderdek bestaat vermoedelijk uit gemetselde troggewelfjes tussen stalen balkjes. De bouwtijd van de kelder lijkt voor een dek van gewapend beton te vroeg te zijn. De constructie is momenteel niet in het zicht. Er zijn door de huidige gebruiker underlaymentplaten onder tegenaan gezet, ter voorkoming van het neerdalen van brokken en gruis afkomstig van het dek van de kelder. De draagconstructie van de begane-grondvloer is onbekend gebleven. We zien op oude foto’s en in de huidige toestand geen ventilatieroosters in gevels. Het lijkt er dus op dat er sprake is van een steenachtige vloer op de begane grond. De zoldervloer is uitgevoerd in hout. Er is sprake van een enkelvoudige balklaag opgelegd in de lange voor- en achtergevel van het pand. De balken zijn ongeprofileerd. De balken waren oorspronkelijk wel in het zicht, gelet op de groene verf waarmee ze zijn afgewerkt. Later zijn ze weggewerkt achter stucplafonds, waarvan nu alleen nog de aftekening en de spijkers voor de plafondlatten resteren. De constructie is te zien door het hoofd door het verlaagde systeemplafond te steken. Een compleet beeld is daarbij niet gevormd. Het aantal kijkpunten is beperkt, omdat in de ruimte onder het plafond eten wordt bereid/geserveerd en we stofoverlast voor de gebruikers zoveel mogelijk wilden beperken.
In de kijkpunten is te zien dat er enkele raveelbalken in de constructie aanwezig zijn en dat een deel van de vloerdelen van de zoldervloer in de loop der tijd is vernieuwd. Documentatie van de balklaag maakt het zonder twijfel mogelijk om een oudere interieurindeling te reconstrueren.
Cultuurhistorische verkenning
28
Onder de vloerconstructie is een stalen portaalspant aangebracht. Dit lijkt niet zozeer te maken te hebben met wijziging van de indeling op de begane grond (sloop dragende binnenmuur) als wel met een aanpassing van de kapconstructie. Op het stalen portaal staan namelijk stijlen die onder de dekbalken van de oudere kapconstructie zijn gezet.
De balklaag van de zoldervloer. Tussen balklaag en systeemplafond de ligger van het stalen portaalspant.
Spantbeen en korbeel aan de straatzijde (links) en secundaire stijl onder de dekbalk aan de achterzijde van het pand.
29
Er staan op de zolder drie grenenhouten kapspanten opgesteld. Van de spanten zijn rechte spantbenen, blokkeels, korbeels en dekbalken te zien. De makelaar/nokstijl en de bijbehorende schoren – deze zijn nodig voor de mansardevorm – zijn weggewerkt achter gipsplaten. De constructie is in de loop der tijd aangepast. Om voor ons onbekende redenen (mogelijk schade) zijn van twee spanten de spantbenen aan de achterzijde weggehaald, nadat onder de dekbalken stijlen zijn geplaatst die op het stalen portaalspant op de begane grond is aangetroffen. De constructie maakt een vroeg twintigste-eeuwse indruk, met name omdat verbindingen niet met toognagels maar met draadnagels tot stand zijn gebracht. Was de constructie uit het midden van de negentiende eeuw, dan zouden toognagels of smeedijzeren nagels zijn gebruikt. 5.3 Het interieur De kelder in het pand dateert vrijwel zeker uit omstreeks 1920. Aanwijzing daarvoor is dat de gevelopening ten behoeve van keldertraplicht in de rechter zijgevel in bestaand muurwerk is ingebroken. De kelder is rechtsvoor onder het pand te vinden. De begane grond wordt gedomineerd door een verhoudingsgewijs grote winkelruimte. De afwerkingen hier zijn van recente datum. Zo ligt er een recente tegelvloer en is er een verlaagd systeemplafond aanwezig. De deur naar de keuken en het halletje die zijn afgescheiden, zijn ook van recente datum.
Uit de vroege twintigste eeuw dateren nog de toiletdeur en vermoedelijk ook de kelderdeur, welke opgedekt is. In het halletje treffen we naast de vroeg twintigste-eeuwse toiletdeur een trap aan uit dezelfde periode. Vrijwel zeker stammen deur en trap uit omstreeks 1920. De trap is een net uitgevoerde steektrap met bovenkwart. De treden hebben de gebruikelijke kwartronde profilering. De balustrade is een standaardontwerp, waarbij vierkante balusters kort onder de handlijst gekoppeld zijn middels een dwarsliggertje. Ook de trappalen op de begane grond én de zolder zijn op een veel voorkomende wijze geornamenteerd.
Details van de trap, karakteristiek voor de periode rond 1920.
Cultuurhistorische verkenning
30
De deur met omlijsting past in de tijd van verbouw, omstreeks 1920. Rechts de recente toiletafwerking.
De keuken en de winkelruimte op de begane grond voorzien van recente afwerkingen.
Op de zolder is van een interieurindeling geen sprake (meer). Doordat zorg is besteed aan de detaillering van de trap, mogen we er vanuit gaan dat er oorspronkelijk wel een interieurindeling op de zolder is geweest. 5.4 Het exterieur De voorgevel van het pand stamt vermoedelijk nog uit 1909, voor wat het metselwerk en mogelijk het restant van de kroonlijst, bestaande uit gootlijst en bloktand betreft. Dit lijstwerk kan ook zijn vernieuwd. Ook de gevelindeling stamt nog uit de vroege twintigste eeuw, zo blijkt uit een oude opname van het pand. Die opname toont een gevel in schoonmetselwerk, waarbij alleen de plint, de kroonlijst en de entreepartij door middel van stucwerk zijn versierd. De gevel heeft op de foto drie vensteropeningen onder een segmentboog. De vensterindeling is niet te zien, vanwege buitenraamluiken in de kozijnen. Vermoedelijk is het schoonmetselwerk in 1984 aan het oog onttrokken door middel van een structuurpleister. In dat jaar werden de deur en de vensters vernieuwd. Er kwamen onder andere driezijdige erkervensters van aluminium voor in de plaats, zo blijkt uit bouwtekening en een foto uit 1991. De ingreep uit 1984 is slechts een korte tijd gewaardeerd. Al spoedig werd het aanzien van de gevel weer aangepast. Hierbij kreeg de gevel het
31
huidige aanzien. De gevel werd bepleisterd en van blokimitatie voorzien. Er werd een klassieke entreepartij gemaakt met gecanneleerde pilasters onder een hoofdgestel dat geënt is op de gootlijst. Nieuwe vensters kregen een driedeling boven een etalageruit. De blokpleister en entreepartij appelleert vooral aan de tweede helft van de negentiende eeuw, de vensters aan het tweede kwart van de twintigste eeuw. Men heeft een historiserend beeld gecreëerd. Tijdens de verbouwingen is ook de dakkapel geheel vernieuwd. Vermoedelijk zijn ook de kruispannen tijdens een van de verbouwingen vervangen.
De gevelopzet is nog oorspronkelijk, de vormgeving en de gevelelementen zijn van betrekkelijk recente datum.
De rechter zijgevel van het pand is in drie fasen tot stand gebracht. De begane grond is nog negentiende-eeuws, gelet op de IJsselsteentjes waarmee is gemetseld. In de gevel zijn twee vensteropeningen toegevoegd, waaronder een venster dat voor daglicht zorgt in de kelder. Het muurwerk stamt vrijwel zeker uit de periode 1815-1832. De geveltop is vroeg twintigste-eeuws, zonder twijfel uit 1909. De geveltop is ter plaatse van de achtergevel van het pand aangepast. Dit is gedaan om toevoeging van een vensteropening bij de trapopgang naar de zolder te kunnen maken. De dagkanten van de gevelopening zijn ingebroken (secundaire dagkanten zijn gecementeerd), evenals een latei boven het venster. Als gevolg van aanbouwen konden nauwelijks gegevens worden verzameld over de achtergevel en de linker zijgevel van het pand. Ter plaatse van de keldertoegang tegen de rechter zijgevel kon wel worden bepaald dat de achtergevel ter plaatse met IJsselsteentjes en kalkmortel is opgetrokken en dus ook negentiende-eeuws moet zijn. Het leidt geen twijfel dat ook de linker zijgevel (op de begane grond) nog uit de bouwtijd (1815-1832) stamt. Bouwsporen in deze gevels kunnen inzicht geven in de interieurindeling en het gebruik van het hier in 1832 al bestaande pand.
Cultuurhistorische verkenning
32
De aangepaste top van de rechter zijgevel. Rechts het ingebroken kelderlicht (ook nog vernieuwd). Ook het toiletvenster is ingebroken in de gevel uit de periode 1815-1832, vrijwel zeker gebeurde dat in 1911.
33
6
Keizersdijk 3-5
6.1 De bouwgeschiedenis Keizersdijk 3-5 werd gebouwd als woonhuis met bakkerij in opdracht van Johannes Josephus (Jan) Simonis. Simonis begon in 1917 een bakkerij in het pand Hoofdstraat G41 (waar nu de Bruna is).6 In 1926 liet Simonis naar plan van Gerardus Adrianus van den Elshout (1885-1969), een nieuw dubbelhuis met winkel en een grotere bakkerij bouwen. In 1959 vindt er een verbouwing plaats waarbij de winkel wordt vergroot en er ook ruimte komt voor zelfbediening (en mogelijk een lunchroom).
Bouwtekening uit 1925. Het dubbelhuis met winkel wordt gebouwd tegen een bestaande bakkerij, zo blijkt uit de tekening.
De bouwtekening uit 1925 toont een vrij complex opzet. Die complexiteit is bij Keizersdijk 3, het linker huis, nog vrij beperkt. We zien een begane grond met gang voorzien van trappenhuis en 6 Korte geschiedenis van Bakkerij Simonis-Poppelier - Wiki Midden-Brabant (wikimiddenbrabant.nl)
Cultuurhistorische verkenning
34
rechts daarvan twee woonkamers en-suite. In de achteraanbouw zijn de keuken, de bijkeuken en het toilet ondergebracht. De verdieping toont drie slaapkamers rondom een T-vormige overloop. De zolder is vermoedelijk open. De opzet van Keizersdijk 5 is complexer. Op de begane grond is sprake van een combinatie van wonen en werken. In het linkerdeel van het pand gaat een winkelruimte vooraf aan een salon en een gang. Rechts treffen we twee woonkamers aan, wederom met suitedeuren (en kasten). In de achteraanbouw is ruimte voor de keuken, een kantoor, toilet en een washuis (tegen de bakkerij). Op de verdieping bevinden zich vier slaapkamers (waaronder een logeerkamer), een badkamer en een overloop. Er is een separate zoldertrap. Op de doorsnedetekeningen kunnen we ons een beeld vormen van de binnendeuren (enkele daarvan zijn nog aanwezig) en de suitewand (verdwenen).
Detail bouwtekening 1925, plattegronden.
De oudst ons bekende foto toont het rechterdeel van de voorgevel van het pand. We zien hierop in het midden van de gevel een winkelpui. Op de puibalk is te lezen Simonis-Poppelier. In 1955 werd de boel verkocht aan De Man. Die begon in de winkel en lunchroom een supermarktje en liet daartoe de winkelpui verbouwen. De bakkerij werd omgebouwd tot een fabriekje voor frituursnacks. Er zijn wel tekeningen van verbouwingen in de jaren vijftig, zestig en zeventig verzameld.
Drie dochters Simonus vóór de winkel (bron: veerserfgoed).
35
Opname niet lang na de voltooiing van het pand (bron: veerserfgoed). Rechts de aanbesteding vermeld in een krant.
Opname van de firma Simonis-Poppelier met een tot ‘SRV-wagen’ omgebouwde caravan (bron: veerserfgoed).
Cultuurhistorische verkenning
36
Plan verbouwing winkelpand L. de Man, mei 1959 (architect A.N.J. Snijders).
Op de tekening die in mei 1959 wordt gemaakt, zien we onder de bestaande toestand in plattegronden, en boven de bestaande voorgevel en rechter zijgevel opgetekend. Op de begane grond van Keizersdijk 5 is dan sprake van een winkel (circa 20 m2), een woonkamer, gang en magazijn. Daarachter is nóg een gang, die tussen keuken en magazijn doorgaat. Op de verdieping, die vanuit de gang op de begane grond is ontsloten, is sprake van twee voorkamers, een slaapkamer en een badkamer. Op de begane grond worden de kamer, de gang en het magazijn in het plan bij de winkelruimte getrokken, waardoor het winkeloppervlak wordt vervijfvoudigd. In de voorgevel wordt een nieuwe, bredere pui getekend. Op de verdieping is op een wat onhandige manier een keuken in de overloop gepland. Dit plan is niet uitgevoerd. In juli 1959 wordt namelijk een nieuw plan ingediend, door andere architecten. Ook in dit plan wordt de winkel op de begane grond vergroot. De nieuwe architecten pakken de verbouwing van de verdieping een stuk slimmer aan, in vergelijking met het plan van mei
37
van dat jaar. Het plan voorziet in de sloop van de verdiepingserker, maar dat heeft geen doorgang gehad.
Plan verbouwing winkelpand L. de Man, juli 1959 (architecten Van Hulten en Slassar).
Plan verbouwing winkelpand L. de Man, juli 1959. Nauwelijks gewijzigd, uitgevoerd ontwerp (architecten Van Hulten en Slassar).
Cultuurhistorische verkenning
38
Plan verbouwing winkelpand L. de Man, oktober 1959 (architecten Van Hulten en Slassar). Men is dan nog voornemens om de verdiepingserker rechts te verwijderen.
Opname omstreeks 1980.
39
Plan plaatsing dakkapel achterzijde, A. Timmermans, april 1969.
Plan tot het verbeteren en uitbreiden van een loods voor de heer A. Timmermans (1970).
Cultuurhistorische verkenning
40
6.2 De bouwmassa De bouwmassa van het pand Keizersdijk 3-5 is in de loop der tijd nauwelijks gewijzigd. Er is sprake van een tweelaags huis met een zolder onder een plat dak, voorzien van schilden rondom. Aan de achterzijde zijn, zoals in de bouwtijd vrij gebruikelijk, kleine éénlaags uitbouwen aanwezig. De voormalige bakkerij rechtsachter het huis, heeft de oorspronkelijke bouwmassa ook behouden. Tegen dit éénlaags pand met (berg)zolder onder een met pannen gedekt mansardedak is in latere tijd, onder andere in 1970 nog, wel aangebouwd. Het huis en de bakkerij zijn onderling verbonden door middel van een garage. Het in 1925 gebouwde washuis is tot garage verbouwd. 6.3 Het exterieur - Het huis De gevels van het huis zijn in de loop der tijd verbouwd. Meest opvallend gebeurde dit in de voorgevel, waar van de oorspronkelijke indeling en invulling niets meer resteert. De gevel wordt op dit niveau gedomineerd door recente winkelpuien die samen de gehele breedte van de gevel beslaan. Heel anders is dit op de verdieping, waar de gevel nog vrijwel geheel in oorspronkelijke staat verkeert. Het voegwerk is vernieuwd, de oorspronkelijke kleurstelling van het houtwerk gewijzigd. Ook hebben de karakteristieke verdiepingserkers die we ook elders in het dorp nog aantreffen, nieuwe beplating gekregen (mogelijk over de oude kraaldelen gezet).
Naast de verdiepingserkers zijn de stolpvensters met glas-in-lood, de zeer eenvoudige speklagen (in de vorm van rollagen) en de lateien boven de gevelopening sterke karakteristieken van de jaren twintig architectuur. Detaillering is betrekkelijk eenvoudig, doch verzorgd, waarbij verfraaiing vooral heeft plaatsgevonden bij de consoles onder de hangende erkers en de gootklossen.
De voorgevel in de tegenwoordige toestand, op de begane grond volledig gewijzigd.
41
Glas-in-lood uit de bouwtijd van het pand. Ook de espagnolettes zijn oorspronkelijk.
De rechter zijgevel is gewijzigd. In 1959 zijn een bestaande deur- en vensteropening op de begane grond dichtgezet en werd de huidige deuropening naar de bovenwoning ingebroken. Het venster dat bij de keuken op de begane grond hoort, dateert vermoedelijk nog wel uit de bouwtijd. Op de verdieping zijn van oudsher twee vensteropeningen aanwezig. De rechter is verkleind door het hoger opmetselen van de borstwering. Dit hield verband met de plaatsing van een keukenblok op de verdieping.
De rechter zijgevel met dichtgezette venster- en deuropening op de begane grond.
De achtergevel van het pand heeft nog deels de oorspronkelijke indeling. Op de begane grond is van oudsher een keukenaanbouw aanwezig en in de achtergevel van nummer 3 is nog een oorspronkelijke vensteropening bewaard (het venster is vernieuwd). Het rookkanaal links tegen de gevel is in 1959 gemaakt, omdat het oorspronkelijke rookkanaal aan de binnenzijde in de weg zat
Cultuurhistorische verkenning
42
voor de opgang naar de bovenwoning, die toen naar de huidige plek werd verplaatst. De gevel heeft twee deuropeningen en twee vensteropeningen onder een geornamenteerde rollaag én een toegevoegde vensteropening geheel links in de gevel. De gevelelementen zijn vrijwel allemaal vernieuwd. Een deel van het linker deurkozijn, namelijk het deel met bovenlicht, is nog wel oud. De linker zijgevel van het pand is op plattegrondtekeningen van de bestaande én de nieuwe toestand in 1959 blind weergegeven. Nu treffen we hier een deuropening ten behoeve van de bovenwoning aan. Aan de gevels van de aanbouw van nummer 3 is veel gerommeld. Er zijn gevelopeningen dichtgezet en bijgemaakt. De deuropening naar de achtertuin is nog wel oorspronkelijk, inclusief kozijn. De deur is recentelijk vernieuwd na inbraak.
De achtergevel op de verdieping.
- De voormalige bakkerij De op de Keizersdijk gerichte kopgevel van de vroegere bakkerij heeft de oorspronkelijke hoofdvorm behouden, evenals de gevelindeling en de gevelinvulling op de zolderverdieping. Hier treffen we nog vensters en een zolderluik aan. Op de begane grond is de gevelindeling en gevelinvulling gewijzigd. Een driestrooksvenster is in de plaats gekomen van een vroegere toegang met zijlicht, beide onder één latei. Rechts in de gevel is een vensteropening onder een segmentboog dichtgemetseld. De kopgevel die op Het Anker is gericht, heeft nog goeddeels de oorspronkelijke indeling met op de begane grond een deuropening en twee vensters onder een rollaag en op de zolderverdieping twee kleine ramen onder een steens segmentboog. Het pand is aan deze zijn iets minder goed als een bedrijfsgebouw herkenbaar.
43
De kopgevels van de voormalige bakkerij.
Oorspronkelijke venster op de zolder van de voormalige bakkerij.
6.4 Het interieur - Het huis met nummer 3 De begane grond van nummer 3 is in de loop der tijd behoorlijk gewijzigd. Het voorste deel van de gang, de voorkamer en de achterkamer zijn samengevoegd tot winkelruimte. Daarbij zijn een schouw in de voorkamer, twee vaste kasten en een aantal binnendeuren verloren gegaan. De oude structuur is nog enigszins herleidbaar door stalen balken die op de plek van de gesloopte binnenmuren zijn gekomen. Wat hier nog uit de bouwtijd resteert, is de trap naar de verdieping. De
Cultuurhistorische verkenning
44
gang is een overblijfsel van de gang die oorspronkelijk van voor- tot achtergevel liep, zo blijkt uit bouwtekeningen. In de voormalige keukenaanbouw zijn nog enkele deuren uit de bouwtijd aanwezig, waaronder een tussendeur en de deur naar de kelder en naar het toilet. Boven een verlaagd plafond is nog een deel te zien van een zwaar gehavend stucplafond dat uit de bouwtijd van het pand zal zijn. Er is in dit deel van het pand sprake van schade. De achteraanbouw zakt weg van het huis, met scheurvorming in de gevels en verzakking van de vloer ten gevolg. De kelder is een onbeduidende ruimte voorzien van betonvloer en betondek. De trap dateert nog uit de bouwtijd maar is totaal niet bijzonder. Dat geldt ook voor het kelderraam in de achtergevel. Op de verdieping is de indeling met voor- en achterkamer nog enigszins herkenbaar. De kamers zijn wel samengevoegd door een oude muur te doorbreken. Er is hier nog een rookkanaal bewaard gebleven en nog één oorspronkelijke binnendeur, namelijk de deur naar de zoldertrap. Deur, deurkozijn en de fraai gevormde perklijsten zijn karakteristiek voor de jaren twintig van de vorige eeuw. Ze zijn identiek aan de deuren op de begane grond. De zoldertrap stamt ook nog uit de bouwtijd en is vereenvoudigd ten opzichte van de trap op de begane grond. Over de zolder kan kort worden gerapporteerd. De indeling van het interieur is van recente datum.
Er zijn geen historische structuren, elementen of afwerkingen aangetroffen.
De begane grond kent een recente inrichting als kapsalon. Een klein deel van de gang staat nog overeind.
45
In de oorspronkelijke uitbouw aan de achterzijde zijn nog deuren uit de bouwtijd van het pand behouden, onder andere de deur van de kelder en het toilet. Rechts de kelder onder een betondek.
De trap naar de verdieping stamt nog uit de bouwtijd. De trappalen zijn eenvoudig, de balusters zijn minder voorkomend en op aardige wijze van een ornamentje voorzien.
Cultuurhistorische verkenning
46
De woonkamer op de verdieping met oorspronkelijk rookkanaal (schouw verdwenen) en oorspronkelijke vensters.
De verdieping richting de achtergevel met nog één oorspronkelijke binnendeur (trap naar de zolder). De indeling is hier gewijzigd, onder andere door toevoeging van een toilet.
47
De oorspronkelijke deur op de verdieping. Detaillering van het lijstwerk van de deur is karakteristiek voor de bouwtijd.
De gangwand op de verdieping is gewijzigd, onder andere door aanbrengen van nieuwe deuren. Midden en rechts: de indeling en afwerking op de zolder van nummer 3 is geheel van recente(re) datum.
- Het huis met nummer 5 De begane grond van nummer 5 wordt sinds 1959 gevormd door een grote winkelruimte met daarachter een magazijn, de trap naar de bovenwoning en een keuken. Alleen in de keuken zijn nog zaken aanwezig die historisch van enige betekenis zijn. We treffen hier namelijk nog de oorspronkelijke kookplaats én rechts daarnaast een oude keukenkast aan. De keuken is vermoedelijk sinds 1959 niet meer als zodanig in gebruik. De ruimte dient nu als opslagruimte. De winkel is geheel modern afgewerkt. Het magazijn heeft nog een softboardplafond en een toilet, vermoedelijk uit eind jaren zestig.
Cultuurhistorische verkenning
48
Op de verdieping dateert de indeling vrijwel volledig uit het derde kwart van de twintigste eeuw. Uit die periode zijn enkele karakteristieke zaken aanwezig. Het gaat dan met name om de ijzeren spiltrap naar de zolder (welke nét iets verzorgder is dan de standaardtrappen uit die tijd) en een behoorlijk fraai boardplafond in de ruimte met de trap. In 1959 zijn de beide voorkamers met elkaar in verbinding gebracht. Vermoedelijk zo’n tien jaar later is de boel nog eens ingrijpend gemoderniseerd. Uit die tijd dateren ook de schouw, de steenstrips, de vensterbanken en de perklijsten om de vensters en deuren. Het stucplafond in de ruimte met de verdiepingserker is nog een oorspronkelijk stucplafond uit de jaren twintig. De badkamer, het toilet en de keuken zijn in het laatste kwart van de twintigste eeuw nog een keer vernieuwd. Historische deuren zijn op deze bouwlaag niet te vinden. Op de zolder treffen we weinig bijzonders aan. Ook hier is in de jaren zestig ingrijpend gewijzigd. Uit die tijd stammen de binnendeuren, de softboardplafonds en een reeks vaste bergkasten. Rondom een overloop zijn drie slaapkamers aanwezig.
De keuken achter de winkel is de enige ruimte op de begane grond waar elementen uit de bouwtijd zijn aangetroffen, hier een schouw van de voormalige kookplaats. Op basis van de tekeningen van het pand lijkt de keukenkast rechts oorspronkelijk, doch verplaatst te zijn.
Vloerafwerkingen uit 1959 in de keuken en het entreeportaal.
49
De begane grond met het magazijn waarin elementen en afwerkingen uit de jaren zestig en later te vinden zijn.
De keuken op de begane grond is niet oorspronkelijk, de trapopgang evenmin.
De grote voorkamer heeft een in de verbouwtijd (1959) aardige trap, het plafond is karakteristiek te noemen. Rechts zien we de doorbraak die tot samenvoeging van de kamers in 1959 heeft geleid.
Cultuurhistorische verkenning
50
Het meer dan aardige plafond uit 1959 van nummer 5.
Het stucplafond in de kleiner voorkamer stamt nog uit de bouwtijd, gelet op de detaillering van de hoekornamenten in de lijst.
51
De indeling op de zolder van nummer 5 is in de jaren zestig tot stand gekomen. De dakkapel stamt uit 1969, de deuren hoofdzakelijk uit 1959.
- De voormalige bakkerij De begane grond van de voormalige bakkerij kon alleen via de vensters in de gevels worden verkend. De zolder is slechts deels verkend, omdat de vloer gebreken vertoont én grotendeels aan het zicht onttrokken was (waardoor geen inschatting kon worden gemaakt waar wél en waar niet veilig kon worden gelopen). De begane grond is een ongedeelde ruimte met een recente betonvloer. De bouwmuren hebben een hoge tegellambrisering. Daarboven is het metselwerk van de bouwmuren in het zicht. Hierin zijn wel enkele bouwsporen te herkennen, maar aan die sporen is vanaf een afstand niet goed duiding te geven. Op de zolder zijn behoudens de constructies geen noemenswaardigheden uit de bouwtijd waargenomen. - De garage De garage kon niet worden verkend. De huurder liet het afweten. Op tekeningen is te zien dat dit deel van het gebouw oorspronkelijk in gebruik was als wasruimte. In 1957 wordt in het kadaster voor het eerst een garage genoemd. 6.5 De constructie - De constructie van het huis Afgaande op de bouwtekening uit 1925, zijn de dragende gevels zonder spouw uitgevoerd. De muren zijn 22 centimeter dik. Niet dagende binnenmuren hebben een halve steen dikte. In de bouwtijd is het ontbreken van een luchtspouw al wat ouderwets. De bouwmuren zijn gefundeerd op staal. De gemetselde funderingsstroken versnijden meerdere malen.
De begane-grondvloeren zijn op tekening weergegeven als in het zand gelegd. In de bouwtijd zou men hier eigenlijk al wel houten vloeren op een balklaag verwachten. De kelders zijn voorzien van een dek in gewapend beton, gebruikelijk in de jaren twintig van de vorige eeuw. De verdiepingsvloer en de zoldervloer zijn vergelijkbaar in opzet. Er zijn enkelvoudige balklagen toegepast. De balken meten 8 bij 23 centimeter, zo is opgetekend. De balken van het huis liggen haaks op de voor- en achtergevel. Er zijn ravelingen uitgespaard ten behoeve van (thans verdwenen) rookkanalen en trapgaten. In de loop der tijd zijn trapgaten dichtgezet en is er ten minste één trapgat toegevoegd. Aanpassingen op de begane grond zullen ook hebben genoopt tot het aanbrengen van stalen balken daar waar binnenmuren zijn gesloopt.
Cultuurhistorische verkenning
52
Plan balklaag van de verdiepingsvloer (en het platte dak van de uitbouwen) op de tekening uit 1925.
De balklagen op een dwarsdoorsnede uit 1925.
53
De kapconstructie van het huis bestaat in de basis uit drie dekbalkjukken die haaks op de voorgevel staan opgesteld. De constructie is oorspronkelijk en in de bouwtijd qua opzet en verbindingsmethodiek traditioneel te noemen. De spantbenen, korbeels en dekbalken zijn namelijk door middel van pen- en gatverbindingen (en toognagels) in elkaar gezet. Over de jukken gaat de enkelvoudige balklaag van het platte dak. Haaks op de buitenste van de drie spanten, sluit een halfspant aan, zoals gebruikelijk bij een afgetopt schilddak (of plat dak met schilden rondom). Het halfspant is bij Keizersdijk 3 het beste te zien (bij nummer 5 is het grotendeels weggewerkt in een binnenwand). Het halfspant met recht spantbeen en korbeel is op meer eigentijdse wijze geconstrueerd. Spantbeen en korbeel worden hier namelijk ingeklemd door een dubbele ‘dekbalk’. De verbinding is met bouten tot stand gebracht. Het halfspant is door middel van een slof op de vloerbalken gezet. Opvallend is verder dat het halve spant onder het hoofdspant doorsteekt. Meestal sluiten halfspanten vol aan op de dekbalk van het volledige spant (zo is het op de bouwtekening uit 1925 ook weergegeven).
Deel van het volledige spant haaks op de voorgevel op de zolder van nummer 3.
Cultuurhistorische verkenning
54
Deel van het halve spant evenwijdig aan op de voorgevel (voorgevel in de rug) op de zolder van nummer 3.
- De constructie van de voormalige bakkerij De draagconstructie van de zoldervloer is zonder twijfel de oorspronkelijke. Er zijn twee houten moerbalken opgelegd in de zijgevels van het gebouw. De zijgevels zijn ter plaatse door middel van gemetselde penanten verzwaard. Over de moerbalken zijn rankere vloerbalken gelegd, dus haaks op de kopgevels van het gebouw. Het lijkt erop dat de vloerdelen de oorspronkelijke zijn. Er zijn twee kapspanten op zolder opgesteld. De spanten bevinden zich ter plaatse van de moerbalken van de zoldervloer. Ze zijn gesteld op de kinderbinten, zoals valt op te maken uit de toepassing van een slof onder de spantbenen. De spanten verkeren in oorspronkelijke staat. De spanten zijn samengesteld uit dekbalkjukken met daarop een schaarsspant om zo de mansardevorm te kunnen creëren. De jukken zijn tot stand gebracht door rechte spantbenen met rechte korbeels en dekbalken te combineren. De constructiemethode is traditioneel te noemen. De onderdelen van de jukken zijn door middel van pen- en gatverbindingen en toognagels onderling verbonden. Blokkeels en windverbanden zijn met draadnagels vastgespijkerd aan de jukken. De kap heeft oorspronkelijke gordingen en ook het beschot dateert nog uit de bouwtijd van het pand.
55
Door één van de vensters is een beeld te krijgen van de constructie van de zoldervloer van de voormalige bakkerij.
Details van één van de twee spanten boven de voormalige bakkerij. De constructie is nog geheel oorspronkelijk.
Cultuurhistorische verkenning
56
7
Hoofdstraat 37-39
7.1 De bouwgeschiedenis Bakker Hendrik Cornelis Cové, die een groot aantal bezittingen in de gemeente Raamsdonk heeft, besluit in 1906-1907 de bestaande bebouwing grotendeels te slopen en nieuw te bouwen. Bouwtekeningen van het pand zijn niet aangetroffen (vanaf 1907 worden de tekeningen door de gemeente gearchiveerd). Wel zijn er vroeg gemaakte foto’s waarop gedeelten van het pand zijn te zien. Samen geven zij een aardig beeld van het aanzien van het pand kort na de bouw ervan. In 1941 wordt aan de achterzijde een éénlaags bouwdeel toegevoegd, zo blijkt uit kadastraal onderzoek.
Details van historische foto’s waaruit met name het oorspronkelijke aanzien van het gebouw is te achterhalen. Twee trapgevels die het pand gesierd hebben, zijn lang geleden al verdwenen.
57
Verbouwtekening uit 1925, ongeveer twintig jaar na de bouw van het pand. In 1920 heeft er een inwendige verbouwing plaatsgevonden, zo is door het kadaster opgetekend.
7.2 De bouwmassa De bouwmassa is vrij ingewikkeld, voor een betrekkelijk klein pand. In de basis betreft het een Lvormig winkelhuis met begane grond en een zolderverdieping. Aan de straat is er duidelijk sprake van twee bouwdelen. De basis wordt gevormd door een rechthoekig bouwdeel onder een mansardedak dat met de nok haaks op de straat is gericht. Dit deel van het pand is met gesmoorde kruispannen gedekt. Hierop sluit aan de rechterzijde een tweede bouwdeel aan, dat met een overhoekse gevel op de straathoek is gekeerd. Dit bouwdeel heeft een wigvormige plattegrond. Uit het kadastraal onderzoek is gebleken dat dit het gevolg is van een rooilijnwijziging aan de zijde van de Hoofdstraat. Dit bouwdeel heeft een afgetopt mansardedak dat grotendeels met niet oorspronkelijke oranjerode Muldenpannen is gedekt. Beide bouwdelen kenden oorspronkelijk een duidelijk eigen karakter, doordat het rechthoekige bouwdeel een tuitgevel had en het wigvormige bouwdeel gesierd was met twee thans niet meer bestaande trapgevels. Het bouwdeel aan de Hoofdstraat was het woongedeelte en het bouwdeel aan de Keizersdijk de winkel. Achterop het huis sluiten in elkaars verlengde nog twee blokvormige bouwdelen aan. De voorste is twee laags onder plat dak, de achterste (in 1941 toegevoegd) heeft slechts één bouwlaag.
In het kadaster is opgetekend dat achter het huis in het verleden sprake is geweest van een fabriekje. Of daarmee een nu nog bestaand bouwdeel wordt bedoeld, is niet duidelijk. De oriëntatie van deze bouwdelen onder plat dak, volgt de Keizersdijk, niet de Hoofdstraat. 7.3 Het exterieur De beide straatgevels zijn in de loop der tijd ingrijpend gewijzigd. Ze zijn nog wel als vroeg twintigste-eeuws herkenbaar, door het gebruik van gele verblendsteen in speklagen, de rond- en segmentbogen in combinatie met siermetselwerk én aanzet- en sluitstenen. De topgevel aan de Hoofdstraat is in 1925 verbouwd, waarbij twee vensteropeningen plaats moesten maken voor één grote winkelpui. Later is de voordeur in deze gevel dichtgezet en is de gevel voorzien van een in natuursteen uitgevoerde plint. Ornamenten die de geveltop sierden, zijn verdwenen en de kleurstelling van houten gevelelementen is veranderd. Wat rest is de vroeg twintigste-eeuwse gevelvorm, een deel van de oorspronkelijke indeling en een zoldervenster uit de bouwtijd.
Cultuurhistorische verkenning
58
Overhoekse opname van het pand.
De gelijkenis met Julianalaan 1 is treffend. Zonder twijfel gaat het hier om een ontwerp van dezelfde architect. Rechts de gevel aan de Keizersdijk. Ook Hoofdstraat 13 heeft het nodige van Hoofdstraat 1 weg. Qua detaillering is dat pand iets ouder (omstreeks 1900).
De overhoekse gevel is ontdaan van de getrapte geveltop die we van oude foto’s kennen. De top heeft op oude foto’s één vensteropening op de zolder. Het restant van de overhoekse gevel heeft
59
van oudsher een deuropening naar de winkelruimte. De deurpartij (kozijn en deur) zijn echter van recente datum. Na de sloop van de geveltop is een uiterst curieuze situatie ontstaan, waarbij het dak over de overhoekse gevel is voortgezet. Architectonisch wringt het hier aan alle kanten. Het geveldeel dat aan de zijde van de Keizersdijk op de overhoekse gevel aansluit, is als gevolg van verbouwing geheel ontdaan van beeldharmonie. Aanvankelijk bezat het gebouw hier een tweede trapgevel met in de middenas een winkeletalage en een drieledig zoldervenster. De trappen van de gevel zijn gesloopt, waarna de gevel de huidige asymmetrische hoofdvorm heeft gekregen (ook hier is over de overhoekse gevel heen gebouwd). In de gevel zijn nog wel enkele oorspronkelijke elementen behouden. Zo stamt de segmentboog met aanzetstenen, sluitsteen en siermetselwerk uit de bouwtijd én is het zoldervenster authentiek, behoudens de kleurstelling. Toevoegingen zijn de natuurstenen plint, de winkelpui en de geveltop. Het deel van de gevel dat links op de overhoekse gevel aansluit, heeft de oorspronkelijke indeling met één etalagevenster onder een met siermetselwerk gesierde segmentboog. De etalage zelf is vernieuwd, evenals de lijst waarmee dit geveldeel is afgesloten. Ook de natuurstenen plint is een toevoeging uit latere tijd.
De zijgevel en achtergevel van het pand zijn uiterst eenvoudig in opzet en detaillering.
De in kruisverband gemetselde zijgevel, de achtergevel en de gevels van de blokvormige bouwmassa’s aan de achterzijde zijn meest eenvoudig. De zijgevel heeft één oorspronkelijke vensteropening, vermoedelijk oorspronkelijk behorend bij een achterkamer (bewoning). In de achtergevel is een vensteropening onder strekse boog dichtgezet en heeft de zolder twee oorspronkelijke vensteropeningen onder een rollaag. De kozijnen zijn geprofileerd en getoognageld, dus vrijwel zeker oorspronkelijk. De ramen lijken vernieuwd te zijn.
Cultuurhistorische verkenning
60
De zichtgevel van de tweelaags aanbouw aan de achterzijde heeft op de begane grond een venster dat nog wel eens negentiende-eeuws kan zijn. Wij vermoeden dat het bij de bouw in 1907 is hergebruikt en afkomstig is van een ouder gebouw. Het betrekkelijk zware kozijnhout met luiksponning en toognagels doet negentiende-eeuws aan. De raamindeling is zeker niet negentiende-eeuws (want houdt geen rekening met de luiksponning).
De gevels van de aanbouwen hebben vooral gevelelementen uit de tweede helft van de twintigste eeuw. De achterste aanbouw is in 1941 gerealiseerd.
7.4 Het interieur De oudste weergave van plattegronden van het gebouw dateren uit 1925. De begane grond is hierop weergegeven. We zien een middengang met links én rechts een winkelruimte die vooraf gaat aan een paskamer. Er bestaat geen twijfel over de oorspronkelijkheid van de gangstructuur, vanwege de relatie tussen gang en gevelindeling. De deuropeningen in de gangmuren zijn voor wat betreft aantal en positionering niet te rijmen met de bestaande indeling op tekening, waarbij een winkel voorafgaat aan een paskamer. De twee deuren in de linker gangmuur op tekening doen vermoeden dat er oorspronkelijk sprake is geweest van een voor- en achterkamer voor bewoning. Dit strookt ten dele met de stucplafonds die hier zijn aangetroffen. Deze plafonds maken namelijk aannemelijk dat er in den beginne sprake moet zijn geweest van een driedeling! Rechts zijn in de gangmuur op tekening drie deuropeningen te zien ten behoeve van twee vertrekken. Vermoedelijk ging de winkelruimte vooraf aan een toilet of trap. Twee van die deuren bestaan nu nog. Eén ervan geeft toegang tot een toilet, de ander is de ontsluiting van de trap naar de bovenwoning. De driepaneeldeuren maken zelfs aannemelijk dat de oude delen van het interieur nog uit de bouwtijd van het pand stammen. Deze deuren zijn wel overschilderd en van nieuw sluitwerk voorzien.
De deuren hangen met oude paumellescharnieren in de getoognagelde deurkozijnen. De kozijnen zijn afgetimmerd met oorspronkelijke perklijsten die geprofileerd zijn. Dit soort perklijsten treffen we ook aan rondom enkele vensteropeningen. Daar zijn vaak ook nog de oorspronkelijke vensterbanken aanwezig.
61
De in 1925 bestaande plattegrondindeling is vermoedelijk alleen oorspronkelijk voor wat betreft de gangstructuur. Rechts veldwerkschets gemaakt tijdens de verkenning.
In het winkelinterieur is nog één oorspronkelijke driepaneeldeur aanwezig in een restantje van de gangmuur. De deur ontsluit het recente toilet. In het midden op de foto een jaren vijftig deur voor het winkelmagazijn dat in de ruimte is ingebouwd. De foto rechts toont het gangetje met daarin nog een aantal vroeg twintigste-eeuwse paneeldeuren.
Details van de Jugendstilplafonds die op de begane grond zijn aangetroffen.
De blokvormige aanbouwen tegen de achtergevel bevatten op de begane grond een ruimte die nu als hal wordt gebruikt (oorspronkelijk een woonkamer gelet op de kachelschouw) en de keuken met
Cultuurhistorische verkenning
62
badkamer. Hier zijn geen historische elementen of afwerkingen aangetroffen. Er is nog wel een kachelschouwtje uit de jaren zestig en een standaard softboardplafond uit die tijd.
Voormalige woonkamer (jaren ’60) nu in gebruik als hal voor de bovenwoning. Elementen en afwerkingen uit de jaren ‘60.
Op de zolderverdieping treffen we een woonkamer, twee slapkamers en twee bergingen aan. Een deel van de indeling is nog vooroorlogs, gelet op de kraaldelen waarmee de wanden van de slaapkamer zijn gemaakt. Het is zelfs niet uit te sluiten dat de indeling oorspronkelijk is. Het is lastig om hier duidelijkheid over te geven, aangezien er betrekkelijk kort na de bouw in 1907 meermaals is verbouwd, onder andere in 1920 en 1925. Kijken we naar de trap, dan is de oorsprong van trap en indeling van de zolderverdieping eerder zo omstreeks 1920 te dateren. Vermoedelijk werd de verdieping opgewaardeerd op het moment dat de woonfunctie op de begane grond werd ingeperkt ten behoeve van commerciële activiteit.
63
Op de zolder zijn wanden getimmerd met kraaldelen, wat op een oorsprong vóór circa 1925 wijst. De spantbenen, korbeels en blokkeels van de kapconstructie zijn op de foto in het zicht.
Veldwerkschets van de indeling op de zolderverdieping.
7.5 De constructie Er zijn geen gegevens beschikbaar gekomen over de begane-grondvloer van het pand. De linker zijgevel geeft wel enige informatie. Ventilatieroosters net boven de bestrating tonen aan dat er op de begane grond houten vloeren zijn (geweest). Dit is gangbaar in de bouwtijd van het pand. De zoldervloer heeft vermoedelijk balken die evenwijdig aan de Hoofdstraat zijn gericht. De gevelankers vormen hiervoor een aanwijzing. De ankers waarvan de schieters door twee knopen gaan, zijn niet alleen met de vloerbalken verbonden, maar ook met blokkeels van twee kapspanten.
Cultuurhistorische verkenning
64
Het pand heeft een in de bouwtijd gangbare constructie met dekbalkjukken waarop nokstijlen zijn opgesteld en afgeschoord. De jukken zijn samengesteld uit rechte benen, rechte korbeels, blokkeels en dekbalken. De constructie is nog op traditionele wijze vervaardigd, dus met pen- en gatverbindingen, gezekerd met toognagels. Er zijn twee spanten, die opgesteld staan in het rechthoekige bouwdeel. De zolder van het bouwdeel op wigvormige grondslag is hier op provisorische wijze op aangekapt. Hier zijn wel dekbalkjukken gebruikt, maar van afgeschoorde nokstijlen is hier geen sprake (wat ook wel logisch is, aangezien het mansardedak hier is afgetopt en dus een nokbalk ontbreekt). Boven de jukken is enkel gebruik gemaakt van gordingen.
Een deel van de kapconstructie van het huis. De camera wordt vanaf de overhoekse gevel gericht in de richting van Het Anker. De twee kapspanten met afgeschoorde makelaar/nokstijl zijn te onderscheiden.
65
9 9.1
Waardering Algemene historische waarde
In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de algemene historische waarde van een object inzicht moet worden verkregen in verbondenheid met maatschappelijke ontwikkelingen. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of in het gebouw één of meerdere maatschappelijke ontwikkelingen tot uitdrukking komen, en zo ja, in welke mate en hoedanigheid. Dit is geen eenvoudige opgave, mede omdat concrete definities van de gehanteerde begrippen ontbreken. In deze rapportage worden alleen die begrippen gedefinieerd waarover binnen de kaders van het onderzoek uitspraken mogelijk zijn. Onder culturele ontwikkeling wordt in dit kader verstaan de ontwikkeling van veronderstellingen, opvattingen, waarden, normen en de materiële uitdrukking daarvan door een samenleving of een groep daarbinnen. De ontwikkeling van menselijke activiteit op tastbare wijze tot uiting gebracht. De panden in het onderzoeksgebied geven uiting aan ontwikkelingen in Raamsdonksveer in het eerste kwart van de twintigste eeuw, een tijd waarin er als gevolg van economische voorspoed, schaalvergroting en daarmee gepaard gaande veranderende opvattingen ten aanzien van lokale nering relatief veel gesloopt en nieuw gebouwd werd. In dat opzicht is het begin van de twintigste eeuw wel enigszins vergelijkbaar met het begin van de huidige eeuw.
Dit betreft vooral Hoofdstraat 37-39 en Keizersdijk 3-5, in veel mindere mate Keizersdijk 1. De wijze waarop de panden in de loop van de twintigste eeuw, vóór het derde kwart, zijn aangepast, is vrijwel nergens gepaard gegaan met toevoeging van een kwaliteitslaag. De aanpassingen die gedaan zijn in de gebouwen, zijn, zeker op de begane grond, toch het best te betitelen als een kaalslag. Op de begane grond van alle panden is vrijwel niets over van de oorspronkelijke indelingen. Ook dat is een uiting van cultuur, concreet de schaalvergroting (van winkels) in de wederopbouwperiode. Onder sociaaleconomische ontwikkeling wordt in deze rapportage gerekend de ontwikkeling die betrekking heeft op algemene welvaart/vooruitgang. In het verlengde van het bovenstaande waarin al is aangestipt dat de grootste herontwikkeling plaatsvond in een periode van economische voorspoed (de jaren vóór en na de Eerste Wereldoorlog) en eigenaren hun panden nog bewoonden en er hun handel dreven, durven we te stellen dat er in het derde kwart van de twintigste eeuw een sociaaleconomische onbalans ontstaat, waarbij het economische belang bij verbouw prevaleert boven het sociale belang. Het resulteert erin dat een periode van verval intreedt, waarin alleen nog wordt geïnvesteerd in nieuwe (vaak tijdelijke) winkelinterieurs en er in de rest van de panden niet meer wordt geïnvesteerd.
Onder geestelijke ontwikkeling wordt in deze rapportage verstaan de ontwikkeling van het niet stoffelijke, in dit geval tot uiting gebracht in het materiële; het complex. Hiervan is, voor zover bekend, geen sprake. De geografische ontwikkeling kan worden gedefinieerd als de betekenis die het gebied heeft voor de door de mens gecreëerde leefomgeving; de wijze waarop het natuurlandschap in cultuurlandschap werd getransformeerd en aan ontwikkelingen in gebruik werd aangepast, zowel in materiële als immateriële zin.
Cultuurhistorische verkenning
66
Dit belang is vrij groot, zei het niet direct afleesbaar in de panden. Het gebied waar de panden staan, is geen onbelangrijk gebied in de ontwikkeling van Raamsdonksveer. We durven zelfs wel te stellen dat de kruising van de vijftiende-eeuwse dijk (Hoofdstraat – Prins Hendrikstraat) met de Route Imperiale (Keizersdijk – Prins Bernhardstraat) historisch één van de belangrijkste (knoop)punten in het dorp is. De oude dijk bood bescherming tegen het water en maakte bewoning aan de landzijde mogelijk. Aansluiting van het dorp op de vroeg negentiende-eeuwse verkeersader van Parijs, via Brussel naar Amsterdam, zorgde ervoor dat Raamsdonksveer een interessante(re) vestigingsplaats werd voor winkeliers, handelaren en horeca. De kruising van beide wegen bood gelegenheid te profiteren van het vele verkeer dat nu door het dorp werd geleid. Op het kruispunt is nog behoorlijk goed te ervaren dat de Hoofdstraat – Prins Hendrikstraat een dijklichaam is waar de Keizersdijk als het waren kruisend overheen is gelegd. Het plangebied is gelegen aan de buitenzijde van de vijftiende-eeuwse dijk. Dit gebied is lange tijd drassig geweest (er lagen in de negentiende eeuw nog moerassen) en kwam voor wat betreft de bebouwing, pas in de loop van de negentiende eeuw tot ontwikkeling.
Dit is tegenwoordig niet goed meer afleesbaar, omdat heel veel van de oudste binnendijkse bebouwing in de loop der tijd is gesloopt. Op de kadastrale minuut van 1832 zijn nog verschillende grote boerderijen in de kern van het dorp te zien (onder andere aan de Prins Hendrikstraat).
Historische structuur met vijftiende-eeuws dijklint (bebouwing aan de zuidzijde), daarop aansluitende havenstructuur én doorkruising door de Route Imperiale die bovenin langs het veer naar Geertruidenberg gaat.
Onder bestuurlijke ontwikkeling wordt verstaan de ontwikkeling van zeggenschap over een maatschappelijk afgebakend gebied. Voor zover bekend, is hiervan geen sprake.
67
9.2
Ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden
In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de ensemblewaarden en stedenbouwkundige waarden inzicht moet worden verkregen in de status van vijf te onderscheiden componenten, waarvan hieronder enkele worden gecombineerd. - Belang van het complex als essentieel onderdeel van een groter geheel dat cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig van (inter)nationale betekenis is. De panden zijn niet gelegen in een beschermd dorpsgezicht. Dat de kern van Raamsdonksveer geen beschermde status heeft, is ook niet gek. In de periode dat in Nederland de eerste inventarisaties van stads- en dorpsgezichten werden uitgevoerd (jaren ‘60), stond Raamsdonksveer op het punt om het laatste deel van de haven te dempen. Bij latere inventarisatieronden werd nog wel gewezen op de gedichte haven als plek met historische betekenis en met interessante bebouwing. Interessant is dat aan de haven het dorpse karakter van Raamsdonksveer redelijk goed behouden is gebleven, met vrijstaande gebouwen in één en twee bouwlagen, terwijl aan de Hoofdstraat en delen van de Keizersdijk juist veel schaalvergroting en samensmelting heeft plaatsgevonden.
Recente(re) ontwikkelingen hebben de historische identiteit van de kruising van middeleeuwse dijk en de Route Imperiale II geen goed gedaan.
- Belang van het complex wegens de situering, verbondenheid met de ontwikkeling/uitbreiding van een streek, stad of wijk. De verbondenheid van de bebouwing met de plek in het dorp is nog redelijk te noemen. Nog niet zo lang geleden zouden we in geval van Hoofdstraat 37-39 zelfs van redelijk grote verbondenheid hebben gesproken. Nog niet zo heel lang geleden kon de bebouwing aan de kruising van wegen een architectonisch ensemble genoemd worden met een oude, vermoedelijk achttiende-eeuwse boerderij in het midden. Het ensemble van vroeg twintigste-eeuwse panden in eclectische stijl en met karakteristieke overhoekse gevels die de positie aan de kruising definieerden, is inmiddels aardig aangetast. De boerderij is gesloopt ten behoeve van een in schaal en stijl detonerende nieuwbouw, de marechausseekazerne is al langer geleden tegen de vlakte gegaan ten behoeve van een complex waarin nu de Shoeby gevestigd is. Ook het Hof van Holland was een in de directe nabijheid gelegen tijds- en soortgenoot. Door de sloop van al deze panden is de samenhang tussen de ‘tijdsgenoten’ die nu nog over zijn, sterk verminderd. Wat op deze locatie rest zijn De Witte Leeuw, het in 1907 gebouwde Keizersdijk 1, Hoofdstraat 37-39 en in mindere mate Hoofdstraat 13.
Hierbij dient wel opgemerkt te worden dat Hoofdstraat 37-39 architectonisch de zwakke broeder in het rijtje is – zoals hieronder nog zal worden verduidelijkt.
Cultuurhistorische verkenning
68
Veel historische gebouwen in de directe omgeving zijn al verdwenen. De verdwenen gebouwen waren cultuurhistorisch en architectuurhistorisch de meerdere van de panden in het plangebied.
De verbondenheid van Keizersdijk 1 met de directe omgeving is ook beperkt geraakt. Dat dit het oudste pand in het plangebied is, is nog wel afleesbaar. In algemene zin kan worden gesteld dat de éénlaags bebouwing in het dorp ouder is dan de tweelaags bebouwing. Met name in het centrum van het dorp staat de oudere éénlaags bebouwing onder druk. Dit type bebouwing is nu nog aan de randen te vinden. De verbondenheid van Keizersdijk 3-5 met de directe omgeving is voor wat het huis betreft, vrij beperkt. De voornaamste samenhang is architectonisch, met nabijgelegen panden die ongeveer in dezelfde tijd van een tweezijdige verdiepingserker zijn voorzien: Prins Hendrikstraat 15 en Prins Hendrikstraat 27-29 (ongetwijfeld zelfde architect). Voor de voormalige bakkerij geldt dat de verbondenheid met de omgeving in de loop der tijd ook wat naar de achtergrond is geraakt. In de directe omgeving is de herinnering aan activiteit (met name productie) op achtererven en aan de haven sterk verminderd.
Ten minste twee andere panden in het dorp beschikken over een tweezijdige verdiepingserker. Het pand rechts kan niet ander dan van dezelfde architect zijn als Keizersdijk 3-5 en moet ook ongeveer in dezelfde tijd zijn gebouwd. Het linker is wat ouder.
69
In het dorp zijn verschillende panden behouden gebleven die verwantschap vertonen met Hoofdstraat 37-39. Hier twee panden aan de Prins Hendrikstraat.
- Belang van het complex wegens de wijze van verkaveling / inrichting / voorzieningen. Dit belang is beperkt. In het plangebied is sprake van een vrij complexe verkavelingsgeschiedenis waarin nog maar één oude kavel herkenbaar is gebleven, namelijk de iets aangepaste kavel van Keizersdijk 1, die al op de kadastrale minuut is weergegeven. Die kavel is vermoedelijk ontstaan uit een grotere, doorsneden door de Keizersdijk die rond 1815 werd aangelegd. Er zijn in de loop van de negentiende en de twintigste eeuw verschillende aanpassingen aan de kavelstructuur gedaan. Er werden kavels afgesplitst en delen van kavels samengevoegd naargelang de ruimtebehoefte. De grootte van de bebouwingskavels verschilt sterk.
Projectie van de kadastrale minuut over de kaart van 1745 laat zien dat de Route Imperial in de Westpolder diepe percelen doorsneed en dat het voor de aanleg nodig was om ten minste vier huizen aan de middeleeuwse dijk te slopen. Daaronder een buitendijks huis dat aan het huidige plangebied grenst. Het noorden is links.
Cultuurhistorische verkenning
70
9.3
Architectonische waarden
In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de architectonische waarden inzicht moet worden verkregen in de status van vijf te onderscheiden componenten, waarvan er hieronder enkele worden gecombineerd. - Belang van het complex voor de geschiedenis van de architectuur en het oeuvre van de architect(en). Binnen de geschiedenis van de architectuur is voor de panden in het plangebied geen belangrijke rol weggelegd. Hoofdstraat 37-39 en Keizersdijk 3-5 zijn voorbeelden van de in hun tijd gangbare bouwstijl, betrekkelijk eenvoudig en door hun eenvoud ook niet erg eenduidig van een stijlstempel te voorzien. Het pand in de Hoofdstraat laat in het exterieur nog wel duidelijk historische invloeden zien, namelijk neorenaissance (1875-1915), het interieur zal moderner zijn geweest, gelet op het Jugendstilplafond dat hier nog is aangetroffen. Keizersdijk 3-5 is qua exterieur een component van het rationalisme (1900-1920), een stijl die op dat moment al passé was. Zeker door de vele wijzigingen die in de panden zijn doorgevoerd, kunnen we stellen dat de panden binnen de oeuvres van de (lokale) architecten geen bijzondere plek innemen. Van Keizersdijk 3-5 kon de naam van de architect worden achterhaald. De ontwerper blijkt Gerardus Adrianus van den Elshout (1885-1969) te zijn geweest.
Van den Elshout ontwierp in zijn woonplaats Oosterhout en de directe omgeving. Het is geen architect van naam. In de Prins Hendrikstraat is ook een ontwerp van de architect gerealiseerd. - Belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp en de ornamentiek. Van hoogwaardige esthetische kwaliteit is zowel bij het exterieur als het interieur van de panden in het plangebied geen sprake meer. Keizersdijk 1 heeft een geheel nieuwe historiserende gevel gekregen, waarbij we kunnen opmerken dat de vormgeving van deze gevel (vensters uitgezonderd) nog wel enigszins appelleert aan de architectuur van de bouwtijd van het pand, namelijk 1852 (blokpleistering, neoclassicistische detaillering van gootlijst en entreepartij; door gebrek aan verfijning is de laatste makkelijk te herkennen als van recente datum). Het gebrek aan verfijning betekent dat we niet van esthetische kwaliteit willen/kunnen spreken. Met betrekking tot het interieur kunnen we kort zijn, hier is van hoogwaardige esthetische kwaliteit nauwelijks sprake. Alleen de zoldertrap en de toiletdeur getuigen nog van de zorgvuldigheid waarmee aan het begin van de twintigste eeuw interieurs werden uitgevoerd. Het oorspronkelijke (voor)gevel ontwerp van Keizersdijk 3-5 (inclusief bakkerij) kan enige esthetische kwaliteit niet worden ontzegd.
De zichtgevels voor en rechts zijn in ontwerp met zorg gedetailleerd, niet overdadig, maar wel geheel passend bij de bouwtijd (in combinatie met het bouwtype). Helaas is door wijziging in de gevels van het gebouw (zowel indeling als invulling) van de oorspronkelijke esthetische kwaliteit niet veel meer over. Nu zijn het vooral de (erker)vensters op de verdieping die nog van de vroegere kwaliteit van het ontwerp getuigen. De gevels van de bakkerij zijn in vergelijkbare mate aangetast. Ook hier is namelijk in de gevel aan de Keizersdijk zwaar ingegrepen op de begane grond en verkeert de (zolder)verdieping nog in nagenoeg ongeschonden staat. Met betrekking tot het interieur kunnen we ook hier vrij kort zijn. Op de begane grond bestaat nog een herkenbare keuken uit de jaren ‘20. Op de verdieping is een eenvoudig stucplafond uit de bouwtijd aanwezig én een opvallend aardig plafond uit de jaren ‘60. De trap van Keizersdijk 3 vertegenwoordigt nog een zekere esthetische kwaliteit. Dat geldt zeker ook voor een beperkt aantal deuren (en omlijstingen) uit de bouwtijd.
71
Hoofdstraat 19 lijkt sterk op Hoofdstraat 37-39.
Hoofdstraat 37-39 blinkt ook niet uit voor wat de esthetische kwaliteit van de gevels betreft. Het oorspronkelijke gevelontwerp getuigt al niet van al te veel architectonisch vernuft (weinig samenhang in de gevels en ronduit eigenaardige detaillering van de overhoekse gevel). Latere wijzigingen (nieuwe gevelinvulling op de begane grond en de samenvoeging van twee vensteropeningen tot een winkeletalage) zijn ondanks de bijna grote zorgvuldigheid waarmee wijzigingen door de aannemer zijn gemaskeerd, een aantasting van de esthetische kwaliteit van het geheel. We moeten hier ook opmerken dat de huidige reclameborden het lastig maken om de esthetische kwaliteit van de gevel op waarde te schatten. De architectonische kwaliteit gaat zeer gebukt onder het feit dat de overhoekse gevel en de gevel aan de Keizersdijk zijn ontdaan van de getrapte geveltop die op oude foto’s nog is te zien. In het interieur van het pand zijn nog de nodige paneeldeuren uit de bouwtijd bewaard gebleven. Het zijn in de tijd vrij standaard deuren. De trap in het pand is te eenvoudig om als esthetisch van hoge kwaliteit aangemerkt te worden. Het fraaiste dat in alle panden werd aangetroffen, is een stucplafond op de begane grond van het pand. Het lijstwerk is betrekkelijk eenvoudig, de Art Nouveau hoekornamenten en ook het middenornament zijn bijzonder fraai, ondanks dat het in serie vervaardigde stukken zijn.
Met name de asymmetrie en de zwierige belijning zijn karakteristiek voor de stijl die tussen 1890 en 1914 populair was.
Vanuit cultuur- en architectuurhistorisch oogpunt zijn de betrekkelijk recente ingrepen op de historische kruising weinig geslaagd te noemen. De combinatie van schaalvergroting (drie bouwlagen) en historiserende vormgeving van Prins Hendrikstraat 2 (2009) is niet erg geslaagd, de industrieterreinarchitectuur van het in 1996 gebouwde Prins Bernhardstraat 2 evenmin. Dit pand heeft geen enkele verbondenheid met de plaats waar het gebouwd is.
Cultuurhistorische verkenning
72
9.4
Bouwhistorische waarden
In de richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek wordt aangegeven dat voor de bepaling van de bouwhistorische waarden van het gebouw onderscheid wordt gemaakt in drie componenten. Concreet wordt de bouwhistoricus gevraagd te toetsen of het gebouw van belang is vanwege één of meerdere van deze componenten en hoe groot dit belang is, waarbij authenticiteit en zeldzaamheid de belangrijkste toetsingscriteria zijn. - Het belang van het object voor de geschiedenis van de bouwtechniek. Dit belang is uitermate beperkt. Er zijn in de panden geen constructies of constructiematerialen aangetroffen die in de bouwtijd innovatief of bijzonder waren. Dit valt in de bouwtypen ook niet te verwachten. Hoofdstraat 27-39 en Keizersdijk 1 zijn betrekkelijk eenvoudige dorpswoningen, Keizersdijk 3-5 heeft een wat stedelijke allure, passend bij onder andere de Witte Leeuw en het hoekpand aan de overzijde van de Keizersdijk. - Het belang van het object vanwege de historische gelaagdheid. Dit belang is uiterst beperkt. We durven wel te stellen dat aanpassingen vrijwel nergens hebben geresulteerd in toevoeging van kwaliteit. De vroeg twintigste-eeuwse verbouwing van Keizersdijk 1 zou in aanmerking zijn gekomen, ware het niet dat van de indeling, de elementen en de afwerkingen op de begane grond bar weinig resteert (trap en deur).