Bijlage 2 Wijzigingen Financiële Verordening gemeente Geertruidenberg t.o.v. 2017
Tekst van het document
Openbare verlichting armaturen Aanleg groenvoorzieningen Reconstructies en overige groenvoorzieningen
25 20 15
25 25 10
Speelplaatsen/ -terreinen Verkeersregelinstallatie Straatmeubilair Voet- en rijwielpaden***
10 15 10 20
VGRP
VGRP VGRP
40
Was (2017)
Wordt (2022) Vervoermiddelen Rollend materieel ((vracht)auto, bestelbus, aanhanger) Rollend materieel overig (strooiwagen, tractor)
10 10
Voet- en rijwielpaden*** Parkeerterreinen Aanleg bruggen/viaducten/tunnels***
20 40 40
*** deze items zijn onderdeel in het wegenbeheersplan, afwijkende looptijden worden in een besluit aan de raad, expliciet vermeld.
Bijlage 2 Beleidskader Reserves en voorzieningen (bij artikel 11)
Bijlage 2 Beleidskader Reserves en voorzieningen (bij artikel 11)
1. Wettelijk kader In de financiële verordening is vastgelegd dat een Beleidskader Reserves en voorzieningen wordt vastgesteld. Aan die bepaling wordt hierbij invulling gegeven.
1. Wettelijk kader In de financiële verordening is vastgelegd dat een Beleidskader Reserves en voorzieningen wordt vastgesteld. Aan die bepaling wordt hierbij invulling gegeven.
2. Begrippen
2. Begrippen
2.1 Reserves Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij te besteden zijn. Reserves vallen uiteen in algemene reserves en bestemmingsreserves.
2.1 Reserves Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vrij te besteden zijn. Reserves vallen uiteen in algemene reserves en bestemmingsreserves.
2.1.1 Functies reserves De reserves hebben verschillende functies. Waaronder een bufferfunctie voor het opvangen van onverwachte tegenvallers en risico’s (weerstandscapaciteit). Een bestedingsfunctie voor het reserveren van middelen voor specifiek doel of activiteit. Een egalisatiefunctie voor het egaliseren van tarieven over meerdere jaren. Ook kunnen jaarlijks terugkerende en (sterk) fluctuerende lasten met een reserve daarbij worden verrekend. Daarnaast kennen de reserves een financierings- en dekkingsfunctie.
2.1.1 Functies reserves De reserves hebben verschillende functies. Waaronder een bufferfunctie voor het opvangen van onverwachte tegenvallers en risico’s (weerstandscapaciteit). Een bestedingsfunctie voor het reserveren van middelen voor specifiek doel of activiteit. Een egalisatiefunctie voor het egaliseren van tarieven over meerdere jaren. Deze functie is om ongewenste schommelingen in tarieven en het resultaat te voorkomen. Ook kunnen jaarlijks terugkerende en (sterk) fluctuerende lasten met een reserve daarbij worden verrekend. Daarnaast kennen de reserves een financierings- en dekkingsfunctie.
2.2 Voorzieningen Bij voorzieningen gaat het om (on)zekere verplichtingen die tot schulden en/of lasten kunnen leiden en ter egalisatie van kosten. Voorzieningen worden gerekend tot het vreemd vermogen en er kan alleen over beschikt worden voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld.
2.2 Voorzieningen Bij voorzieningen gaat het om (on)zekere verplichtingen die tot schulden en/of lasten kunnen leiden en ter egalisatie van kosten. Voorzieningen worden gerekend tot het vreemd vermogen en er kan alleen over beschikt worden voor het doel waarvoor de voorziening is ingesteld.
Was (2017) 2.2.1. Vorming voorziening In het BBV is in artikel 44 bepaald wanneer voorzieningen gevormd worden: 1. Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs in te schatten (bv. garantieverplichtingen); 2. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten (bv. schadeclaims van derden en risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering, zoals reorganisaties); 3. Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (bv. kosten voor groot onderhoud); 4. Bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven; 5. Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden.
Wordt (2022) 2.2.1. Vorming voorziening In het BBV is in artikel 44 bepaald wanneer voorzieningen gevormd worden: 1. Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs in te schatten (bv. garantieverplichtingen); 2. Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten (bv. schadeclaims van derden en risico’s die samenhangen met de bedrijfsvoering, zoals reorganisaties); 3. Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren (bv. kosten voor groot onderhoud); 4. Bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven; 5. Van derden verkregen middelen die specifiek besteed moeten worden.
2.2.2 Soorten voorzieningen De volgende soorten voorzieningen komen (met name) in Geertruidenberg voor: 1. Onderhoudsvoorzieningen; dit betreffen middelen voor groot onderhoud zoals gebouwen, sportvoorzieningen en openbare ruimte; 2. Grondexploitatie; als het resultaat van een grondexploitatie negatief is wordt voor dit bedrag een verliesvoorziening getroffen. Dit is een waarde correctie op de activazijde van de balans; 3. Personele voorzieningen; voor onder andere wethouders pensioenen en wachtgeld; 4. Dubieuze debiteuren; voor vorderingen op derden wordt een voorziening gevormd voor oninbaarheid. Dit is een waarde correctie op de activazijde van de balans; 5. Van derden verkregen middelen met een specifiek bestedingsdoel; dit betreft bijvoorbeeld rioolheffingen. Middelen van derden die niet gebruikt zijn blijven gereserveerd om aan dat doel (riolering) te besteden.
2.2.2 Soorten voorzieningen De volgende soorten voorzieningen komen (met name) in Geertruidenberg voor: 1. Onderhoudsvoorzieningen; dit betreffen middelen voor groot onderhoud zoals gebouwen, sportvoorzieningen en openbare ruimte; 2. Grondexploitatie; als het resultaat van een grondexploitatie negatief is wordt voor dit bedrag een verliesvoorziening getroffen. Dit is een waarde correctie op de activazijde van de balans; 3. Personele voorzieningen; voor onder andere wethouders pensioenen en wachtgeld; 4. Dubieuze debiteuren; voor vorderingen op derden wordt een voorziening gevormd voor oninbaarheid. Dit is een waarde correctie op de activazijde van de balans; 5. Van derden verkregen middelen met een specifiek bestedingsdoel; dit betreft bijvoorbeeld rioolheffingen en afvalverwijdering. Middelen van derden die niet gebruikt zijn blijven gereserveerd om aan dat doel te besteden.
2.3 Bevoegdheden In onderstaande tabel staan de bevoegdheden voor de reserves en voorzieningen uitgewerkt voor het college en de gemeenteraad.
2.3 Bevoegdheden In onderstaande tabel staan de bevoegdheden voor de reserves en voorzieningen uitgewerkt voor het college en de gemeenteraad.
Was (2017) 3. Uitgangspunten Onderstaand worden de uitgangspunten (beleidskader) voor reserves en voorzieningen weergegeven.
Wordt (2022) 3. Uitgangspunten Onderstaand worden de uitgangspunten (beleidskader) voor reserves en voorzieningen weergegeven.
3.1 Algemeen 1. Er wordt terughoudend omgegaan met het vormen van reserves en voorzieningen. Deze worden alleen ingesteld als ze leiden tot het beter realiseren van beleidsdoelen dan via een reguliere begrotingspost; 2. Instellen van een reserve kan alleen door middel van een raadsbesluit; 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; d. de maximale looptijd. 4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. 5. Periodiek worden de reserves en voorzieningen geactualiseerd. Hierbij wordt per reserve en voorziening inzicht gegeven in: a. Het doel/bestemming/grondslag waarvoor de reserve is ingesteld; b. De wijze waarop de reserve/voorziening wordt gevormd; c. Wijze van besteding / aanwending; d. Informatie over minimale / maximale omvang en duur; e. Bestedingsraming voor de komende jaren; f. Opheffen van reserve / voorziening.
3.1 Algemeen 1. Er wordt terughoudend omgegaan met het vormen van reserves en voorzieningen. Deze worden alleen ingesteld als ze leiden tot het beter realiseren van beleidsdoelen dan via een reguliere begrotingspost; 2. Instellen van een reserve of voorziening kan alleen door middel van een raadsbesluit; 3. Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven: a. het specifieke doel van de reserve; b. de voeding van de reserve; c. de maximale hoogte van de reserve; d. de maximale looptijd. 4. Als een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de algemene reserve toegevoegd. 5. Periodiek worden de reserves en voorzieningen geactualiseerd. Hierbij wordt per reserve en voorziening inzicht gegeven in: a. het doel/bestemming/grondslag waarvoor de reserve of voorziening is ingesteld; b. de wijze waarop de reserve/voorziening wordt gevormd; c. wijze van besteding/aanwending; d. informatie over minimale/maximale omvang en duur; e. bestedingsraming voor de komende jaren; f. opheffen van reserve/voorziening.
3.2 Nadere uitgangspunten reserves 1. Er wordt geen rente toegerekend aan reserves; 2. Onttrekking aan een reserve kan alleen plaatsvinden op basis van een raadsbesluit.
3.2 Nadere uitgangspunten reserves 1. Er wordt geen rente toegerekend aan reserves; 2. Onttrekking aan een reserve kan alleen plaatsvinden op basis van een raadsbesluit; 3. De minimale reserve omvang is € 25.000,- m.u.v. reserves die worden aangewend voor de dekking van de afschrijvingslasten van een activum. De reserves lager dan dit bedrag worden toegevoegd aan de algemene reserve.
Was (2017) 3.3 Nadere uitgangspunten voorzieningen 1. Aan elke onderhoudsvoorziening dient een meerjarig beheer- of onderhoudsplan ten grondslag te liggen om de omvang te bepalen; 2. Voor de bepaling van de toereikendheid van een onderhoudsvoorziening wordt een periode van minimaal 10 jaar van het onderliggende plan gehanteerd, met daarbij een doorkijk naar de totale levensduur van de betreffende activa.
Wordt (2022) 3.3 Nadere uitgangspunten voorzieningen 1. Aan elke onderhoudsvoorziening dient een meerjarig beheer- of onderhoudsplan ten grondslag te liggen om de omvang te bepalen; 2. Voor het bepalen van de hoogte van de onderhoudsvoorziening wordt een periode van minimaal 10 jaar van het onderliggende plan gehanteerd, waarbij de eerste 4 jaren volledig moeten worden afgedekt binnen de begroting. Vanaf het 5e jaar wordt gekeken naar de bestendige gedragslijn en het financiële beleid.
3.4 Nadere uitgangspunten resultaatbestemming Het rekeningresultaat van een jaar wordt in de balans afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. Dit resultaat kan tot stand zijn gekomen doordat werkzaamheden niet zijn uitgevoerd maar in het volgende jaar alsnog uitgevoerd gaan worden. Om financiële middelen daarvoor beschikbaar te hebben dient het rekeningresultaat “bestemd” te worden. Voor deze bestemming gelden de volgende uitgangspunten:
3.4 Nadere uitgangspunten resultaatbestemming Het rekeningresultaat van een jaar wordt in de balans afzonderlijk opgenomen als onderdeel van het eigen vermogen. Dit resultaat kan tot stand zijn gekomen doordat werkzaamheden niet zijn uitgevoerd maar in het volgende jaar alsnog uitgevoerd gaan worden. Om financiële middelen daarvoor beschikbaar te hebben dient het rekeningresultaat “bestemd” te worden. Voor deze bestemming gelden de volgende uitgangspunten:
1. Hoofdregel is dat het resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserves (i.c. Algemene risicoreserve); 2. Als bestemmingsvoorstellen voldoen aan de onderstaande criteria in lid a tot en met c, of lid d, kan het college starten met de werkzaamheden, vooruitlopend op besluitvorming door de raad. Aanpassing van de begroting vindt dan achteraf plaats door de gemeenteraad: a. De prestatie was begroot in het rekeningsjaar (jaar t) en, b. Het budget dat voor de prestatie was begroot ook over blijft in het rekeningsjaar en, c. Voor de te leveren prestatie is een (contract)verplichting aangegaan, die voort vloeit uit weten regelgeving of die voortvloeit uit een eerder genomen raadsbesluit. d. De prestatie/ het budget strekt zich uit over meerdere jaren. Het verschil in jaar t wordt verrekend met het bedrag in jaar t+1.
1. Hoofdregel is dat het resultaat wordt toegevoegd aan de algemene reserves (i.c. Algemene risicoreserve); 2. Als bestemmingsvoorstellen voldoen aan de onderstaande criteria in lid a tot en met c, of lid d, kan het college starten met de werkzaamheden, vooruitlopend op besluitvorming door de raad. Aanpassing van de begroting vindt dan achteraf plaats door de gemeenteraad: a. De prestatie was begroot in het huidige jaar (jaar t) en, b. Het budget dat voor de prestatie was begroot niet in het huidige jaar is aangewend en, c. Voor de te leveren prestatie is een (contract)verplichting aangegaan, die voortvloeit uit weten regelgeving of die voortvloeit uit een eerder genomen raadsbesluit. d. De prestatie/ het budget strekt zich uit over meerdere jaren. Het verschil in huidige jaar (jaar t) wordt verrekend met het bedrag in jaar t+1.
3.5 Verschil reserve en voorziening In onderstaande tabel wordt een overzicht van de belangrijkste verschillen tussen een reserve en voorziening weergegeven.
Was (2017)
Wordt (2022)