CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Subsidieprogramma Sociaal Domein 2018-2024 Gewijzigd 24-2-2022

Besluitvormende raad 24 februari 2022, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Wijziging subsidieprogramma tbv welzijnstender8.384 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Subsidieprogramma Sociaal Domein gemeente Geertruidenberg 2018-2024 Gewijzigd 24-2-2022

Inhoud Inhoud.......................................................................................................................................1 Inleiding ....................................................................................................................................2 Leeswijzer.................................................................................................................................2 Hoofdstuk 1 Visie en uitgangspunten .......................................................................................3 1.1 Coalitieakkoord 2014-2018 .............................................................................................3 1.2 Visie beleidsplannen .......................................................................................................3 1.3 Uitgangspunten voor het subsidieprogramma ................................................................4 Algemene uitgangspunten.................................................................................................4 Financieel kader/subsidieplafond ......................................................................................4 Reikwijdte subsidieprogramma..........................................................................................5 1.4 Subsidievormen

..............................................................................................................6 Hoofdstuk 2 Definities en rolverdeling ......................................................................................7 2.1 Inleiding...........................................................................................................................7 2.2 Definitie subsidie .............................................................................................................7 2.3 Rolverdeling ....................................................................................................................7 Hoofdstuk 3 Beleidsgestuurde Contractfinanciering.................................................................9 3.1 Inleiding...........................................................................................................................9 3.2 Wat is BCF? ....................................................................................................................9 3.3 Beleidsdoelen BCF .......................................................................................................10 Hoofdstuk 4 Activiteitensubsidies ...........................................................................................11 4.1

Grondslagen..................................................................................................................11 4.2 Bedragen per grondslag................................................................................................12 4.3 Aanvraagprocedure.......................................................................................................20 Hoofdstuk 5 Waarderingssubsidie ..........................................................................................21 5.1 Uitgangspunten waarderingssubsidies .........................................................................21 5.2 Aanvraagprocedure.......................................................................................................21 Hoofdstuk 6 Projectsubsidies .................................................................................................23 6.1 Beoordelingscriteria ......................................................................................................23 6.2 Aanvraagprocedure.......................................................................................................23 6.3 Financieel kader............................................................................................................24 Bijlagen

...................................................................................................................................25 Bijlage 1: Beoordelingskader nieuwe aanvragen waarderingssubsidies (maximale bedragen)............................................................................................................................25

1

Inleiding De gemeente Geertruidenberg heeft haar subsidiebeleid geformuleerd in het subsidieprogramma 2012-2014 en de subsidieverordening Welzijn 2009. In dit programma en verordening liggen de visie, uitgangspunten en werkwijze vast van het huidige subsidieprogramma. Het subsidieprogramma en de subsidieverordening moeten geactualiseerd worden. Hiervoor is een aantal redenen aan te geven. - De invoering van de Wmo, Jeugdhulp en Participatiewet hebben tot een nieuwe visie en doelen op het sociaal domein geleid, en de uitgangspunten en werkwijze van het huidige subsidieprogramma moeten hierop afgestemd worden. - De invoering van de Wmo, Jeugdhulp en Participatiewet hebben tot nieuwe taken voor de gemeente geleid. De uitvoering van een aantal van deze taken kan door middel van subsidies ondersteund worden. - De uitkomsten van het Rekenkameronderzoek van de Rekenkamer West Brabant van 2011-2012 hebben duidelijk gemaakt dat er nauwelijks een relatie aanwezig is tussen de gemeentelijke doelen en de subsidiegelden die daaraan besteed worden. Het is essentieel dat dit verandert en deze relatie versterkt wordt. - De wens om het subsidieprogramma en subsidieverordening op basis van transparantie en inzichtelijkheid op te stellen en te hanteren. Deze transparantie leidt tot een meer gelijke en gelijkwaardigere behandeling van subsidieaanvragen en subsidieontvangers.

Binnen gelijke clusters leidt dit tot een betere borging van verantwoording van subsidiestromen (volgens het principe, ‘gelijke monniken, gelijke kappen’). Het nieuwe subsidieprogramma en subsidieverordening moeten een beredeneerde subsidieverlening mogelijk maken. Het biedt de kans om de subsidies gerichter in te zetten en daarmee de doelen te ondersteunen die de gemeente in het sociaal domein heeft geformuleerd. Dit is een verandering in de huidige systematiek van subsidieverstrekking: het maatschappelijk effect dat we willen bereiken wordt leidend voor het verstrekken van de subsidie. Dit subsidieprogramma beschrijft de visie en uitgangspunten en richt zich op het beleid en de inhoud. Op basis van het programma is de subsidieverordening opgesteld. De verordening gaat in op de te hanteren werkwijze. Het subsidieprogramma is in principe geldig voor vier jaar, waarbij het college de mogelijkheid wil bieden om dit programma in een nieuwe raadsperiode aan te passen. Dit betekent dat het programma van 2020-2024 dient te lopen. Eenmalig wordt er, volgens een overbrugging, voor een zesjarig programma gekozen. Dit geeft de organisaties en verenigingen een periode van twee jaar om zich voor te bereiden op het nieuwe programma. Het subsidieprogramma loopt daarom van 2018-2024.

Leeswijzer Hoofdstuk 1 beschrijft de bestuurlijke visie die ten grondslag ligt aan het nieuwe subsidiebeleid. Ook wordt beschreven welke uitgangspunten gehanteerd zijn bij het maken van keuzes in dit programma. In hoofdstuk 2 worden de definities bepaald en de rolverdeling van de gemeenteraad, het college van B&W en de subsidie-aanvragers toegelicht. Vanaf hoofdstuk 3 gaat elk hoofdstuk in op de afzonderlijke subsidievormen. Zo gaan hoofdstuk 3, 4, 5 en 6 respectievelijk in op beleidsgestuurde contractfinanciering (BCF), activiteitensubsidies, waarderingssubsidies en projectsubsidies.

2

Hoofdstuk 1 Visie en uitgangspunten 1.1 Coalitieakkoord 2014-2018 In het coalitieakkoord 2014-2018 ‘Een uitnodiging voor de toekomst’ heeft het college beschreven wat haar ambitie is en welke visie zij heeft op de gemeenschap: een moderne gemeente met voorzieningen voor iedereen, ongeacht of dit gaat over winkelen, wonen, werken, recreëren of de zorg. In het coalitieakkoord wordt dit verder uitgewerkt. Over drie transities (Wmo, Jeugdhulp en Participatiewet) merkt het college op dat deze grote gevolgen hebben voor de gemeente en haar inwoners. Het college stelt zich de taak om goede kwaliteit van het voorzieningenniveau te handhaven en zo mogelijk te verbeteren. Verder willen we “in het sociaal domein inzetten op het versterken van de sociale cohesie en zelfredzaamheid, verbeteren van de leefbaarheid en het ondersteunen van inwonerinitiatieven”.1 Uit het coalitieakkoord wordt verder duidelijk dat de gemeente geen allesbepalende factor meer is, maar dat het college de inwoners, organisaties en bedrijven uitdaagt het heft zelf in handen te nemen. De gemeente doet hierin met hen mee en de inbreng van deze partijen is medebepalend voor de ontwikkeling en uitvoering van maatregelen. Initiatieven van inwoners, organisaties en bedrijven om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken worden van harte ondersteund.

1.2 Visie beleidsplannen In de afgelopen jaren heeft de gemeente afzonderlijke beleidsplannen Wmo, Jeugdhulp, Jeugdbeleid en Sport opgesteld. Kort samengevat legt de gemeente de prioriteit bij het: - versterken en stimuleren van de zelfredzaamheid van prioritaire groepen inwoners (ouderen, jeugd en inwoners met een beperking2); - versterken en stimuleren van de sociale samenhang en vergroten van de leefbaarheid’; - stimuleren van inwonerinitiatieven; - versterken en stimuleren van de participatie en inclusie (‘meedoen’) van prioritaire groepen inwoners - stimuleren van sportbeoefening in het algemeen en specifiek voor jeugd tot 18 jaar. De gemeente vindt het belangrijk dat jeugd wordt gestimuleerd om te sporten en daarmee een gezonde leefstijl, participatie en inclusie (‘meedoen’) te bevorderen. Dit geldt voor kinderen en jongeren, ongeacht hun (sociale) achtergrond, beperkingen of kwetsbare positie. Sport en sportbeoefening is een middel om de verschillen te overbruggen en jeugd meer zelfredzaam en weerbaar te maken, en onderdeel van de samenleving te laten zijn. Dit geldt evenzo voor ouderen. Verenigingen die oudere inwoners en inwoners met een beperking stimuleren om aan activiteiten deel te nemen en daarmee sociaal isolement voorkomen en zelfredzaamheid en inclusie bevorderen verdienen onze aandacht en ondersteuning.

Wat uitdrukkelijk naar voren komt in de verschillende visies is dat het initiatief bij de inwoner ligt. Begrippen als ‘versterking van de zelfredzaamheid’, ‘de overheid komt in beeld als de burger het niet zelf kan’ en ‘creëren van randvoorwaarden’ geven dit thema krachtig weer. De gemeente Geertruidenberg positioneert zich dan ook als ondersteuner voor inwoners, waar het initiatief bij de inwoner ligt en waar de gemeente helpt en ondersteunt waar nodig. Met zo’n positie wordt het beleid over het toekennen van subsidies des te belangrijker. 1 Coalitie-overeenkomst 2014-2018 Uitnodiging voor de toekomst 2 Beperking: verwijzing naar vaardigheden die niet of niet meer optimaal gebruikt kunnen worden ten gevolge van

een onderliggende stoornis of stoornissen. Het gebruiken van deze definitie wordt geadviseerd door de Wereld Gezondheid Organisatie.

3

Het subsidiebeleid is des te belangrijker, want beleid bepaalt dat burgers ondersteund dienen te worden in hun eigen proactieve aanpak om zichzelf en hun omgeving te helpen, maar ook om sociale samenhang en de leefbaarheid in deze omgeving te vergroten. Cruciaal hierbij is om subsidies niet zomaar uit te geven. In de gemeente Geertruidenberg dienen díe activiteiten plaats te vinden, die een meerwaarde hebben voor het sociaal-maatschappelijke leven en de te bereiken doelen in het sociaal domein ondersteunen. Voor dat soort activiteiten biedt de gemeente graag ondersteuning aan. Gegeven dat elke euro maar één keer besteed kan worden, wil de gemeente de activiteiten die ertoe doen stimuleren. Dat vraagt om het zodanig goed inrichten van het subsidieprogramma en -verordening dat deze activiteiten ook plaatsvinden en, indien nodig, worden ondersteund. Zoals aanbevolen in het Rekenkamer van de Rekenkamer West Brabant van 2011-2012, dient het subsidieprogramma dan ook meer sturend en activerend te zijn en de te bereiken doelen in het sociaal domein te ondersteunen. Dit zijn de primaire uitgangspunten van dit nieuwe subsidieprogramma.

1.3 Uitgangspunten voor het subsidieprogramma Op basis van het bovenstaande onderscheiden we een aantal uitgangspunten voor het subsidieprogramma. We lichten deze uitgangspunten hieronder toe. - Algemene uitgangspunten - Financiële kaders - Reikwijdte subsidieprogramma Algemene uitgangspunten De volgende algemene uitgangspunten zijn leidend in het subsidieprogramma: - Gemeentelijk belang: bij elke subsidieverstrekking wordt gekeken welk belang de gemeente Geertruidenberg heeft bij het verstrekken van de desbetreffende subsidie; - Het subsidiebeleid van de gemeente Geertruidenberg richt zich met name op structurele ondersteuning van prioritaire groepen inwoners (jeugd, ouderen, mensen met een beperking). Subsidiegrondslagen op basis van deze groepen worden gehandhaafd of daar waar mogelijk, uitgebreid; - De gemeente Geertruidenberg verstrekt in principe geen subsidie aan activiteiten uitsluitend voor volwassenen, puur in het kader van eigen plezier, ontspanning en tijdverdrijf. Bij deze vorm van activiteiten geldt het profijtbeginsel: diegene die van een dergelijke activiteit gebruik maakt, moet hiervoor ook betalen. Hooguit wordt in beginsel voor deze doelgroep een waarderingssubsidie verstrekt. Er wordt terughoudend omgegaan met het verstrekken van deze subsidies; - Het subsidieprogramma en de verordening is voor één uitleg vatbaar.

Hiermee voorkomen we misverstanden of verschillende interpretaties van het programma of verordening; - Een transparant, efficiënt, effectief en administratief minder belastend proces van aanvraag, uitvoering en verantwoording van het subsidiebeleid voor zowel subsidieontvangers als gemeente. - Dit programma gaat ook uit van het principe van gedeelde verantwoordelijkheid: de gemeente voorziet in een deel van de kosten van de subsidieontvanger door middel van subsidieverstrekking (al dan niet een vast bedrag en/of via een bedrag per activiteit), maar ook de subsidieontvanger is tot inspanning verplicht om een deel van zijn/haar kosten te dragen. Financieel kader/subsidieplafond De raad stelt jaarlijks het budget voor het subsidieprogramma vast. Op basis van dit budget worden de subsidies aan de verschillende subsidieontvangers toegekend. Het toegekende budget vormt het financiële kader voor het subsidieprogramma, en is daarbij tevens het plafond voor de uitgaven.

4

Het is belangrijk hierbij op te merken dat met de herziening van het programma en de verordening het niet de bedoeling is dat de subsidieontvangers er financieel op achteruit gaan. In dit subsidieprogramma is op basis van de visie en nieuwe grondslagen het huidige subsidieniveau zo goed mogelijk benaderd. Reikwijdte subsidieprogramma De huidige reikwijdte van de subsidieverordening 2009 bestaat uit tien beleidsterreinen. In de notitie ‘Herijking waarderingssubsidies en overzicht grijze subsidies3, vastgesteld op 22 juni 2017, heeft de gemeenteraad de reikwijdte vereenvoudigd en de inhoudelijke grondslagen opnieuw gedefinieerd. In dit subsidieprogramma wordt deze vastgestelde reikwijdte voortgezet. De volgende grondslagen en reikwijdte komen letterlijk uit dit raadsbesluit tenzij anders vermeldt: -

-

-

-

-

Maatschappelijke samenhang, ondersteuning en zorg: Het bevorderen van de zelfredzaamheid van mensen en het uitnodigen, uitdagen en stimuleren dat mensen elkaar kennen, elkaar ondersteunen en verantwoordelijkheid voor elkaar nemen. Hieronder valt het bevorderen en realiseren van ontmoeting, dagbesteding, cliëntondersteuning, maatschappelijke opvang en preventie, vrijwilligersondersteuning, mantelzorgondersteuning, toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten voor mensen met een beperking, de veiligheid en leefbaarheid van de gemeente en het ondersteunen van de participatie en zelfredzaamheid en langer zelfstandig wonen van ouderen, hulpbehoevende personen, personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen. Jeugdbeleid: Het stimuleren en ondersteunen van een breed aanbod van activiteiten en voorzieningen op het gebied van jeugd- en jongerenwerk. Hieronder vallen preventie en probleemoplossing ter bevordering van (toekomstige) zelfredzaamheid, bevordering van participatie, ontplooiing en opvang, evenals het initiëren van de afstemming tussen de diverse instellingen werkzaam op het gebied van hulpverlening, zorg en welzijn.

We voegen aan deze opsomming peuteropvang en voorschoolse educatie toe.4 Kunst, cultuur en erfgoed: Het bevorderen van cultuur, inclusief het scheppen en genieten van kunst in brede zin, binnen de diverse verschijningsvormen, evenals het bevorderen van het behoud en goed beheer van cultuurhistorische waardevolle zaken. Toerisme en recreatie Het bevorderen van activiteiten die bijdragen aan de toeristisch-recreatieve positie van de gemeente Geertruidenberg, waarbij het accent ligt op activiteiten ter bevordering van het cultuurhistorisch toerisme, de waterrecreatie en de route gebonden recreatie. Sport: Het scheppen van voorwaarden voor het stimuleren van sportbeoefening in het algemeen en specifiek voor jeugdigen in de gemeente tot 18 jaar.

We voegen aan deze reikwijdte de Participatie in het kader van de Participatiewet toe. -

Participatie: Zoveel mogelijk inwoners nemen, geheel of gedeeltelijk, deel aan het arbeidsproces, voorzien in hun eigen inkomen en zijn financieel zelfstandig. Lokale initiatieven kunnen met subsidie ondersteund worden voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of mensen die langdurig afhankelijk van een uitkering zijn (een

3 Raadsbesluit 22 juni 2017 4 Deze opvang ondersteunt kinderen in hun zelfontplooiing en zelfredzaamheid.

5

voorbeeld hiervan is een projectsubsidie voor het opzetten van een lokaal werkbedrijf).

1.4 Subsidievormen In dit programma maken we een onderscheid in een aantal subsidievormen. Dit wordt hieronder uitgewerkt en toegelicht. 1. BCF-subsidies; de BCF is een methode voor subsidieverlening en wordt gebruikt voor de meerjarige subsidiëring van professionele maatschappelijke organisaties. Op basis van door de gemeente geformuleerd beleid, beleidsdoelen en kaders dienen de maatschappelijke organisaties een aanvraag in waarin zij aangeven op welke wijze zij invulling en uitvoering geven aan dit beleid en welke financiële, en andere, bijdrage zij van de gemeente vragen om gezamenlijk geformuleerde doelstellingen en hieraan gerelateerde resultaten te bereiken. Op deze manier kan door de gemeente vooraf en tussentijds gestuurd worden op het behalen van resultaten (en effecten). In de regel gaat het om grote subsidiebedragen, dat wil zeggen vanaf € 75.000. 2. Activiteitensubsidies: deze subsidies worden met name ingezet voor vrijwilligersorganisaties. Met deze subsidies tracht het collegeactiviteiten die passen binnen het gemeentelijk beleid en de uitgangspunten van het subsidieprogramma en -verordening, financieel te ondersteunen. Bij activiteitensubsidies wordt meer nadrukkelijk de relatie gelegd tussen de activiteiten en de te bereiken doelen in het sociaal domein. Er worden afspraken gemaakt over de aard en omvang van de uit te voeren activiteiten.

Over het algemeen gaat het hier om subsidiebedragen tot circa € 75.000. 3. Waarderingssubsidies: de gemeente waardeert bepaalde activiteiten die de gemeentelijke beleidsdoelen en uitgangspunten ondersteunen. Er worden geen afspraken gemaakt over de aard, omvang of te behalen prestaties met de activiteiten en het proces van subsidie verlenen en vaststellen is eenvoudig van aard. Het gaat hierbij om subsidies tot maximaal € 2.500. 4. Projectsubsidies: het financieel ondersteunen van projecten binnen het brede spectrum van het sociaal domein, die de doelen van de gemeente Geertruidenberg ondersteunen en realiseren. De subsidies zijn bedoeld om vernieuwing en innovatie te stimuleren en te ondersteunen. Voor een afgebakende periode van maximaal drie jaar wordt een subsidie van maximaal € 5.000 per jaar toegekend. In deze periode wordt op basis van een jaarlijkse evaluatie tot voortzetting van de subsidie besloten. Na afloop van de maximale periode van drie jaar kan bij gebleken succes en/of aantoonbare meerwaarde tot een andere subsidievorm, bijvoorbeeld een activiteitensubsidie, worden besloten. Voor het afsluiten van een projectsubsidie wordt in de subsidiebeschikking een aantal afspraken vastgelegd.

6

Hoofdstuk 2 Definities en rolverdeling 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk gaan we in op een aantal definities die de basis vormen voor de subsidieverlening en subsidievaststelling en de hierbij behorende rolverdeling.

2.2 Definitie subsidie Subsidie is een materieel begrip en wordt omschreven in artikel 4:21, eerste lid Algemene wet bestuursrecht (Awb). Voldoet een geldverstrekking aan de daar genoemde voorwaarden, dan is het een subsidie, hoe ook genaamd. Er is sprake van een subsidie als het gaat om geldverstrekkingen, die aan de volgende kenmerken voldoen: a) het betreft een aanspraak op financiële middelen; b) die door een bestuursorgaan worden verstrekt; c) met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager; d) anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. Vertaald betekent dit dat het college van B&W), besluiten neemt over de subsidievaststelling en subsidieverlening. Basis hiervoor is de ingediende subsidieaanvraag die op basis van de subsidieverordening wordt beoordeeld. Bij de subsidieverlening worden vooraf de activiteiten en de hieraan gerelateerde besteding van de financiële middelen vastgelegd. Verstrekkingen in natura vallen niet onder subsidies.

2.3 Rolverdeling In het subsidiebeleid en de vormgeving ervan zijn meerdere belanghebbenden of betrokkenen met elk een eigen rol: - Gemeenteraad: de gemeenteraad stelt de kaders vast. Dit betekent concreet dat zij voor een periode van vier jaar beslist over (mogelijke aanpassing van) subsidieprogramma en subsidieverordening en goedkeuring geeft aan de begroting (en eventuele subsidieplafonds) die door het college van B&W is opgesteld en waar de subsidiebedragen in staan vermeld. De gemeenteraad controleert het college van B&W over de verantwoording van de verstrekte subsidies, met name in hoeverre die hebben bijgedragen aan de algemene uitgangspunten. - College B&W: het college stelt, binnen het door de raad gestelde kader, de subsidieverleningen beschikbaar en stelt deze subsidies vast. Het college van B&W beslist over de uiteindelijke hoogte van de subsidies en de clusters waarbinnen zij vallen. Voor de BCF zijn de rollen meer specifiek verdeeld, namelijk: - Gemeenteraad: De gemeenteraad stelt een algemeen beleidskader of beleidsplan vast. In aansluiting daarop stelt de gemeenteraad jaarlijks een beleidsagenda vast met prioritaire vraagstukken in het sociaal domein. - College van B&W: Waar van toepassing vertaalt het college het beleidskader naar een meerjarige BCF-uitvraag.

Maatschappelijke organisaties dienen daarop een subsidieaanvraag in , waarop het college het besluit neemt tot toekenning . - Het college formuleert vervolgens jaarlijks in samenspraak met de gesubsidieerde organisaties concrete opdrachten met heldere doelstellingen en resultaatverwachtingen die invulling geven aan de beleidsagenda sociaal domein. Deze zijn ook de basis voor de toekenning van de subsidie en de verantwoording. - In hoofdstuk 3 wordt deze rolverdeling nader toegelicht. 7

Tevens wordt de gemeenteraad via raadsinformatiebrieven op de hoogte gehouden van de verstrekte BCF-opdrachten.

8

Hoofdstuk 3 Beleidsgestuurde Contractfinanciering 3.1 Inleiding Voor de subsidiëring van de professionele (welzijns-) organisaties gaat de gemeente het BCF-instrument gebruiken, omdat: - Het college een duidelijke(-re) relatie wil leggen tussen de gemeentelijke beleidsdoelen en de activiteiten van de professionele (welzijns-)organisaties; - Het college meer inzicht wil krijgen in de kwalitatieve en kwantitatieve prestaties van de professionele (welzijns-) organisaties; - Het college een duidelijke opdrachtgever en opdrachtnemer relatie wil ontwikkelen; - De omvang van de subsidiebedragen, circa € 1.4 miljoen op jaarbasis, maakt dat het college meer inzicht in de bereikte resultaten en prestaties wil hebben; - Het Rekenkameronderzoek duidelijk heeft gemaakt dat de gehanteerde subsidiëring op basis van activiteiten niet meer passend en geëigend was. Er was nauwelijks een relatie te leggen tussen de verstrekte subsidies, de activiteiten en de behaalde doelen of resultaten.

3.2 Wat is BCF? BCF is een vorm van subsidiëring waarbij de gemeente overeenkomsten afsluit met maatschappelijke organisaties, waarin afspraken over de formulering en realisatie van prestaties worden gemaakt die gemonitord en geëvalueerd worden. Deze vorm van subsidie geldt voor de professionele (welzijns-)instellingen die actief zijn of worden in de gemeente Geertruidenberg. Met de professionele (welzijns-)instellingen worden prestatieafspraken gemaakt. In de subsidieovereenkomst worden doelen, resultaten, subsidie-omvang, wijze van volgen van resultaten en de monitoring vastgelegd. Dit leidt tot meer transparantie en een duidelijker relatie tussen subsidie, doelen en resultaten. Het college kan, in het kader van de BCF, een instelling een subsidie toekennen en verlenen volgens het proces van uitvraag en toekenning. De BCF kan worden toegekend voor de duur van vier jaar. Het college formuleert jaarlijks, in dit geval per 1 mei in het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar, haar opdrachten aan de instellingen, op grond van de doelstellingen zoals beschreven in dit subsidieprogramma onder 3.3. In deze opdrachtstelling verwoordt de gemeente vanuit het beleidskader sociaal domein en de beleidsagenda sociaal domein concrete doelstellingen en resultaatverwachtingen en de daarvoor beschikbare middelen.

De opdrachten, doelstellingen en resultaatverwachtingen komen tot stand in samenspraak met de instellingen. Na toekenning van de subsidie vinden er, in het lopende subsidiejaar, periodiek gesprekken plaats tussen gemeente en instelling om de voortgang te monitoren en eventuele aanpassingen in het subsidiejaar door te voeren. Welzijnsinstellingen: nieuwe subsidieregeling tenderprocedure Het college heeft op 18 oktober 2021 besloten om vanaf juli 2023 via een subsidietender procedure één brede welzijnsorganisatie te gaan subsidiëren om daarmee het ondersteuningsaanbod op het gebied van welzijn in deze gemeente vorm te laten geven. Dan gaat het met name om maatschappelijk werk, cliëntondersteuning, mantelzorgondersteuning/informele zorg, ouderenondersteuning, vrijwilligerswerk en jongerenwerk. Voor deze tenderprocedure stelt het college een specifieke subsidieregeling 9

op (conform artikel 3 van de vigerende “Gewijzigde Subsidieverordening Sociaal Domein gemeente Geertruidenberg 2018”. De subsidieontvangers vallend onder BCF dienen een accountantscontrole toe te laten passen op hun jaarrekening om in aanmerking te komen voor de vaststelling van de subsidie. Het overleggen van deze accountantsverklaring geldt in het in het geval wanneer het subsidiebedrag groter is dan € 75.000. In beginsel en onder voorbehoud van de financiële ontwikkelingen van het Rijk en die hieraan gekoppelde gemeentebegroting, kan een indexatie van de personeelskosten plaatsvinden.

3.3 Beleidsdoelen BCF De BCF wordt ingezet zodat maatschappelijke organisaties invulling geven aan de gemeentelijke ambitie in het sociaal domein. Deze ambitie is uitgewerkt in het beleidskader sociaal domein en de beleidsagenda sociaal domein. De hoofddoelen in het beleidskader zijn: 1.

Zelf vitaal worden en blijven : Alle inwoners nemen verantwoordelijkheid én initiatief om gezond en fit te blijven, zich te blijven ontwikkelen en er te zijn voor een ander.

2.

Inclusievere samenleving: De gemeente Geertruidenberg is een gastvrije, toegankelijke en initiatiefrijke gemeenschap van inwoners en informele en formele organisaties waar iedereen bij hoort en gezien wordt.

3.

Eerder erbij en integralere ondersteuning: Professionele expertise wordt effectief en doelmatig ingezet ín én met de leefwereld van inwoners: Krachtig, zo kort als nodig, gericht op netwerkversterking, integrale ondersteuning en procesregie.

4.

Doelmatiger inzet van middelen: Beschikbare middelen worden ingezet, passend bij de ambitie, visie, positie en verantwoordelijkheid van de gemeente, en voor bewezen effectieve interventies die niet op andere manieren gerealiseerd worden.

De beleidsagenda sociaal domein omvat de specifieke vraagstukken, opgaven en opdrachten waar de gemeente prioriteit aan geeft en middelen voor beschikbaar stelt. De beleidsagenda sociaal domein is een dynamisch document dat jaarlijks wordt herzien als onderdeel van de P&C cyclus. De beleidsagenda vormt daarna de basis voor het werkprogramma dat jaarlijks wordt afgestemd met de maatschappelijke organisaties die gesubsidieerd worden. De interventies en activiteiten die worden uitgevoerd door gesubsidieerde organisaties moeten voldoen aan de visie en beleidsuitgangspunten uit het beleidskader sociaal domein. Voor zover de interventies en activiteiten behoren tot welzijn is ook het uitvoeringskader welzijn hierop van toepassing. Op basis van deze beleidsdoelen en uitgangspunten worden maatschappelijke organisaties door de gemeente uitgenodigd om een subsidieaanvraag in te dienen.

10

Hoofdstuk 4 Activiteitensubsidies Activiteitensubsidies worden ingezet als structurele subsidievorm voor met name vrijwilligersorganisaties. De gedachte achter deze subsidies is dat een subsidieontvanger een bedrag krijgt voor het organiseren van de door de gemeente gewenste activiteiten. Activiteit wordt in dit subsidieprogramma gedefinieerd als: verrichtingen die een organisatie ontplooit (1) waaraan iedere inwoner kan deelnemen, (2) welke beoogde doelen passen binnen het gemeentelijk beleid en (3) onderdeel zijn van de reguliere activiteiten en doelgroep van de organisatie. Activiteitensubsidies kunnen de volgende grondslagen hebben: • Een vast bedrag (waaronder een evt. bijdrage in de huisvesting (mits van toepassing)); • Een bedrag per (jeugd-)lid (mits van toepassing); • Een bedrag per gewenste activiteit naar aard en frequentie; • Een specifiek bedrag, bijv. voor deelname van prioritaire groepen inwoners.

4.1 Grondslagen In tabel 1 staan de oude en nieuwe grondslagen per cluster en organisatie voor de activiteitensubsidies. De veranderingen in de grondslagen activiteitensubsidies zijn gemotiveerd vanuit de beleidsdoelen van de gemeente. Immers, er moet een betere koppeling worden aangebracht tussen het verstrekken van subsidies en de activiteiten waarop de gemeente wil sturen. Daarnaast is getracht om per cluster meer gelijkwaardigheid te realiseren, door zo veel mogelijk dezelfde subsidiegrondslagen te hanteren binnen dezelfde clusters (volgens het principe ‘gelijke monniken, gelijke kappen’). De grondslagen zijn ook zo ingericht dat subsidieontvangers geen financiële terugval ervaren, mits zij de gewenste activiteiten ontplooien. Om de subsidie het karakter van een stimulans te geven, is besloten dat elke vrijwilligersorganisatie de mogelijkheid heeft om voor maximaal één activiteit extra subsidie te ontvangen. Deze extra activiteit moet voldoen aan bovenstaande definitie van een activiteit, en daarnaast uniek zijn en zich richten/focussen op (een) prioritaire groep(en), niet alleen zijnde de eventuele eigen prioritaire groep. De grondslagen voor (jeugd)leden binnen de clusters ouderen/mensen met een beperking, sport en jeugd zijn gelijk gebleven.

Op hoofdlijnen zijn de volgende veranderingen aangebracht in de subsidiegrondslagen: 1) Bij veel clusters is de toeslag per jeugdlid verhoogd om beter in te haken op de volgende uitgangspunten: - Het stimuleren en ondersteunen van een breed aanbod van activiteiten en voorzieningen op het gebied van jeugd- en jongerenwerk (jeugdbeleid) - Het scheppen van voorwaarden voor en het stimuleren van sportbeoefening in het algemeen en specifiek voor de jeugdigen in de gemeente tot 18 jaar. - De gemeente Geertruidenberg verstrekt in principe geen subsidie aan activiteiten alleen voor volwassenen, puur in het kader van eigen plezier, ontspanning en tijdverdrijf. Bij deze vorm van activiteiten geldt het profijtbeginsel: diegene die van een dergelijke activiteit gebruik maakt, moet hiervoor ook betalen. Hooguit wordt in beginsel voor deze doelgroep een waarderingssubsidie verstrekt. Er wordt terughoudend omgegaan met het verstrekken van deze subsidies. 2) Bij het merendeel van de clusters is (ook) subsidie per gewenste openbare activiteiten toegevoegd. In de 7e kolom (“Activiteit”) van tabel 1 staat welke activiteiten de organisatie kan uitvoeren waarvoor subsidie wordt verleend. De formulering van deze activiteiten is breed opgezet zodat de organisaties voldoende ruimte krijgen om 11

juist die activiteiten in te richten die op basis van hun kennis, wensen en ervaringen de meeste meerwaarde opleveren. Dit past ook in het beleid van de gemeente om organisaties uit te dagen en te stimuleren in het versterken van de zelfredzaamheid en de eigen kracht van de inwoners. Subsidies per georganiseerde openbare activiteit zijn toegevoegd om een relatie te leggen met de volgende uitgangspunten: - Het bevorderen van de zelfredzaamheid van mensen en het uitnodigen, uitdagen en stimuleren dat mensen elkaar kennen, elkaar ondersteunen en verantwoordelijkheid voor elkaar nemen. - Het scheppen van voorwaarden voor en het stimuleren van sportbeoefening in het algemeen en specifiek voor de jeugdigen in de gemeente tot 18 jaar. - Het bevorderen van het beleven van cultuur, inclusief het scheppen en genieten van kunst in brede zin, binnen de diverse verschijningsvormen, evenals het bevorderen van het behoud en goed beheer van cultuurhistorische waardevolle zaken. - Het bevorderen van activiteiten die bijdragen aan de toeristisch-recreatieve positie van de gemeente Geertruidenberg, waarbij het accent ligt op activiteiten ter bevordering van het cultuurhistorisch toerisme, de waterrecreatie en de routegebonden recreatie. 3) Bij de specificatie van de gewenste activiteiten is vermeld dat de extra activiteit gericht dient te zijn op het betrekken van prioritaire groepen inwoners.

Dit is gedaan ter bevordering van de inclusieve samenleving (‘iedereen doet mee’). Doorgaans is deze extra activiteit uniek van aard en gericht op een prioritaire doelgroep (niet behorend tot de eigen doelgroep). Wanneer niet aan deze voorwaarde wordt voldaan, kan het college bepalen dat zij geen subsidie toekent voor deze extra activiteit.

4.2 Bedragen per grondslag De volgende uitgangspunten zijn leidend geweest bij het koppelen van de bedragen per grondslag: 1) De herverdeling vast bedrag-bedrag per activiteit is gezet op 60 % - 40 %. Als een organisatie dus voorheen een volledig vast bedrag kreeg, is dit vaste bedrag op 60% gezet en kan deze organisatie de andere 40% subsidie ontvangen door de gewenste activiteiten te ontplooien.5 Er is gekozen voor deze verdeling om de subsidies budgetneutraal te houden (ook voor de subsidieontvangers) en om de grondslagen niet geheel te wijzigen, maar wel de gewenste relatie tussen gewenste activiteiten en het subsidiebedrag te realiseren (conform het onderzoek van de Rekenkamer). 2) De herverdeling bedrag per volwassen lid-bedrag per jeugdlid is gezet op 33 % 67%. Subsidie voor jeugdleden is dus twee keer zo hoog dan voor volwassen leden. Op deze manier bewerkstellingen we een betere balans tussen de bijdrage per volwassen lid en de bijdrage per jeugdlid. Onze prioriteit ligt immers bij de jeugd als prioritaire groep en minder bij volwassenen (gelet op het profijtbeginsel) Uiteraard geldt er een maximum geldbedrag dat een organisatie kan verkrijgen. Dit met de gedachte dat een organisatie niet ongelimiteerd activiteiten kan ontplooien waardoor de gemeente de regie verliest over de kwaliteit en het te verlenen bedrag.

De gemeente mag en kan ook geen open eind subsidies verstrekken vanuit het oogpunt van ordentelijk budgetbeheer.

5 Er is zoveel mogelijk met ronde bedragen gewerkt om transparantie te vergroten. Een vast bedrag van

bijvoorbeeld 992 is zodoende afgerond naar 1000 euro, zodat de 60-40 verdeling iets afwijkt.

12

Voor organisaties met professionele krachten kan er in beginsel en onder voorbehoud van de financiële ontwikkelingen van het Rijk en die hieraan gekoppelde gemeentebegroting, een indexatie van de personeelskosten plaatsvinden. Voor wat betreft huurkosten is het belangrijk om op te merken dat een subsidie een bijdrage is en niet bedoeld is om de totale kosten van de subsidieontvanger te dekken. Hier geldt het principe van gedeelde verantwoordelijkheid: de gemeente voorziet in een deel van de kosten van de subsidieontvanger door middel van subsidieverstrekking (al dan niet met een vast bedrag waarin een eventuele bijdrage voor huisvestingskosten is verdisconteerd, dan wel via een bedrag per activiteit), maar ook de subsidieontvanger is tot inspanning verplicht om een deel van zijn/haar kosten te dragen en maatregelen te nemen om een eventuele indexering van de huur zelf op te vangen.

13

Per cluster zijn de grondslagen als volgt: Beleidsterrein

Cluster

Organisatie

Oude grondslag

Oud bedrag

Nieuwe grondslag

Activiteit

Kunst, cultuur, erfgoed/toerisme en recreatie

Harmonieën

Harmonie St. Bavo Koninklijke Harmonie De Eendracht Muziekvereniging Apollo Muziekvereniging Switch

Bedrag per volwassen lid van € 113 Bedrag per jeugdlid van € 126,40

€ 6.158 € 9.417

Bedrag per volwassen lid € 70

Openbaar optreden tijdens bijv. een nationale feestdag.

€ 3.042 € 480

Bedrag per jeugdlid € 140

De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen

€ 4.630 € 3.650

Stichting Kinderboerderij Dongemond

Goedgekeurde begroting en uitvoeringsovereenkomst

Educatieve niet-reguliere activiteiten

€ 13.400

Sociaal culturele voorzieningen

€ 12.400

Bedrag per reguliere activiteit (max 4 reguliere activiteiten): € 450 € 450 voor max 1 extra activiteit Bedrag o.b.v. goedgekeurde begroting € 7.400 Bedrag per reguliere activiteit (max 5 reguliere activiteiten): € 1.000

Wijkvereniging Den Hooypolder

Vast bedrag

€ 3.370

€ 1.000 voor max 1 extra activiteit Vast bedrag € 2.000 Bedrag per reguliere activiteit (max 4 reguliere activiteiten): € 350 € 350 voor max 1 extra activiteit

Stichting Bouwhal

Budgetsubsidie

€ 22.500

Vast bedrag € 13.500 Bedrag per reguliere activiteit (max 5 reguliere activiteiten): € 1.800

Nieuw max. bedrag6 € 6.870 € 9.880

De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen

Openbare activiteiten voor alle inwoners van de wijk, bijv. een zeskamp voor groepen of een Halloween activiteit voor kinderen De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen Openbare activiteiten, zoals een open dag. Activiteiten hoeven niet gelimiteerd te zijn aan Carnaval, activiteiten kunnen ook

€ 3.750

€ 24.300

6 Dit is het maximum subsidiebedrag dat de organisatie kan krijgen, behoudens ledenwijzigingen en mits de organisatie het maximum aantal reguliere activiteiten ontplooit en

de extra activiteit ontplooit.

14

Kunst, cultuur, erfgoed/toerisme en recreatie

Sociaal culturele voorzieningen

Cultureel erfgoed

€ 1.800 voor max 1 extra activiteit

Schuttersgilde St. Bavo

Bedrag van € 47 per lid Toeslag van € 11 per jeugdlid

€ 1.932

Bedrag van € 15 per volwassen lid Bedrag per jeugdlid € 30 Bedrag per reguliere activiteit (max 3 reguliere activiteiten): € 450 € 450 voor max 1 extra activiteit

Stichting De Handwijzer

Scattando

€ 113 per uitvoering voor de jeugd (2 uitvoeringen) € 320 per jeugdactiviteit (8 activiteiten) € 113 per culturele activiteit (4 activiteiten

€ 3.238

Vast bedrag

€ 10.000

Vast bedrag € 1.950 Bedrag per reguliere activiteit (max 4 reguliere activiteiten): € 325 € 325 voor max 1 extra activiteit Vast bedrag € 6.000

betrekking hebben op het vergroten van leefbaarheid in de gemeente. De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen Openbare activiteiten zoals clinics, openbare wedstrijden of een openbaar optreden tijdens bijv. een feestdag. De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen Openbare activiteiten zoals tentoonstellingen, lessen/activiteiten voor de jeugd. De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen

€ 2.520

€ 3.575

€ 11.000

Bedrag per reguliere activiteit (max 4 reguliere activiteiten): € 1.000

Oudheidkundige Kring Geertruydenberghe

€ 3.311

€ 1.000 voor max 1 extra activiteit Vast bedrag € 2.000

€ 3.625

Bedrag per reguliere activiteit (max 4 reguliere activiteiten): € 325 Stg. Raamsdonks Historie

€ 948

€ 325 voor max 1 extra activiteit Vast bedrag € 600

€ 1.200

15

Kunst, cultuur, erfgoed/toerisme en recreatie

Cultureel erfgoed

Bedrag per reguliere activiteit (max 2 reguliere activiteiten): € 200 Stg. Vestingsfeesten/Bergse Battery

€ 14.000

€ 200 voor max 1 extra activiteit Vast bedrag € 8.500

€ 15.500

Bedrag per reguliere activiteit (max 4 reguliere activiteiten): € 1.400

VVV

€ 44.545

€ 1.400 voor max 1 extra activiteit Vast bedrag € 27.000

€ 48.000

Bedrag per reguliere activiteit (max 5 reguliere activiteiten): € 3.500

Museum de Roos

€ 20.600

€ 3.500 voor max 1 extra activiteit Vast bedrag € 12.400

€ 22.300

Bedrag per reguliere activiteit (max 5 reguliere activiteiten): € 1.650

CultuurWerft SLOG Maatschappelijke samenhang, ondersteuning en zorg

Ouderen/ kwetsbare groepen Ouderen/ kwetsbare groepen

Stg. Hobbyclub 't Vondertje

€ 10.000 € 13.323 € 0.03 per inwoner

€ 640

€ 1.650 voor max 1 extra activiteit Vast bedrag € 10.000 Vast bedrag: € 1,30 per wooneenheid + € 500 verslag carnaval Vast bedrag € 380 Bedrag per reguliere activiteit (max 2 reguliere activiteiten): € 150 € 150 voor max 1 extra activiteit

PCOB

Bedrag per lid € 7.73

€ 800

Bedrag per lid € 7,73

Landelijk/Regionaal

€ 10.000 € 13.323

Openbare activiteiten voor prioritaire groepen, zoals excursies.

€ 830

De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen De extra activiteit dient

€ 1.273

16

Maatschappelijke samenhang, ondersteuning en zorg

Ouderen/ kwetsbare groepen

KBO Raamsdonk KBO Raamsdonksveer KBO Geertruidenberg Ontmoeting/bewonerscom missie Leohoeve Ontmoeting Geertrudisstaete (WSG) Ontmoeting/onderhoud Leohoeve (Thuisvester) ’t Kardeeltje

Vast bedrag

Vast bedrag € 1.000

€ 1.496 € 1.320 € 1.648 € 2.802

€ 500 voor max 1 extra activiteit Vast bedrag7

€ 4.538

€ 3.121

€ 3.121

€ 4.000

Vast bedrag € 2.400 Bedrag per reguliere activiteit (max 4 reguliere activiteiten): € 400 € 400 voor max 1 extra activiteit

Vast bedrag € 6.000.

€ 1.946 € 1.775 € 2.092 € 2.802

€ 4.538

Bedrag voor activiteiten: € 3.000

De Ontmoeting Raamsdonk

gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen -

€ 6.000

Vast bedrag € 3.600 Bedrag per reguliere activiteit (max 6 reguliere activiteiten): € 400 € 400 voor max 1 extra activiteit

Activiteiten in het kader van versterking sociale samenhang in de wijk/tegengaan eenzaamheid.

€ 4.400

Activiteiten ter versterking van langer zelfstanding blijven wonen van prioritaire groepen. De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen Activiteiten in het kader van versterking sociale samenhang in de wijk/tegengaan eenzaamheid.

€ 6.400

Activiteiten ter versterking van langer zelfstanding blijven wonen van prioritaire groepen. De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen

7 Deze subsidies worden geëvalueerd, alvorens eventuele nieuwe subsidiegrondslagen worden bepaald.

17

Maatschappelijke samenhang, ondersteuning en zorg

Ouderen/ kwetsbare groepen

Zonnebloem Raamsdonk

Vast bedrag

€ 294

Vast bedrag € 180 Bedrag per reguliere activiteit (max 1 reguliere activiteit): € 120

Openbare activiteiten voor langdurig lichamelijk zieken, lichamelijk gehandicapten en hulpbehoevende ouderen in de sfeer van ontmoeting en recreatie.

€ 420

€ 120 voor max 1 extra activiteit

Toegankelijk Geertruidenberg

Vast bedrag

€ 2.040

Vast bedrag € 1.240 Bedrag per reguliere activiteit (max 4 reguliere activiteiten): € 200 € 200 voor max 1 extra activiteit

Stichting de Dobbertjes Radar Slachtofferhulp Nederland/regio Zuidwest Vluchtelingenwerk Volksgezondheid

EHBO Vereniging Dongemond

Sport

HMC Raamsdonksveer Gymnastiekvereniging Turnlust

€ 2.240

De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen -

€ 200

Vast bedrag per lid uit de gemeente Geertruidenberg € 95 Vast bedrag € 0,22 per inwoner

€ 190

Bedrag per lid uit de gemeente Geertruidenberg € 1008

€ 8.100 € 4.687

Vast bedrag € 0,22 per inwoner

Landelijk/Regionaal Landelijk/Regionaal

€ 8.100 € 4.687

Vast bedrag

€ 40.000

Landelijk/Regionaal

PM

Vast bedrag

€ 1.160

Grondslag wordt gewijzigd i.v.m. veranderend takenpakket Vast bedrag € 700

Educatieve niet-reguliere activiteiten

€ 1.450

Bedrag per reguliere activiteit (max 2 reguliere activiteiten): € 250 Sport

De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen Voorlichtingsactiviteiten inwoners (o.a. scholenproject, week van de toegankelijkheid, scootmobielcursus)

Vast bedrag per jeugdlid € 18

€ 1.638 € 3.564

€ 250 voor max 1 extra activiteit Bedrag per jeugdlid € 18

De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen Openbare activiteiten zoals clinics.

8 Dit betreft een vereniging met specifieke voorzieningen voor mensen met een beperking, waar ook 2 inwoners uit onze gemeente gebruik van maken.

€ 2.138 € 4.064

Voor Stichting de

Dobbertjes geldt geen activiteitengrondslag, omdat dit een stichting betreft die zich bevindt buiten de gemeente Geertruidenberg.

18

Sport

Sport

Jeugdbeleid

Jeugd

Judovereniging Nintai RFC9 V.V. Raamsdonk F.C. Right-Oh Hockeyclub DDHC B.C. Agathos T.T.V. Smash LTV Raamsdonksveer Badmintonvereniging Mash Karatevereniging Musashi TV De Schans Stichting Scouting De Stormvogels Mafeking waterscouts Scouting Raamsdonksveer Jeugdwerk protestantse gemeente Geertruidenberg

Speel-o-theek Bureau HALT

Vast bedrag per lid uit de gemeente Geertruidenberg € 95 Vast bedrag per lid € 46 Activiteiten gehandicapten € 95

Vast bedrag € 19 per abonnement Vast bedrag

€ 2.574 € 7.182 € 2.358 € 3.276 € 5.616 € 1.530 € 270 € 1.620 € 558 € 702 € 1.152 € 95

€ 500 voor max 1 extra activiteit

De extra activiteit dient gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen

€ 3.074 € 7.682 € 2.858 € 3.776 € 6.116 € 2.030 € 770 € 2.120 € 1.058 € 1.202 € 1.652 € 100

-

€ 3.036

Bedrag per gehandicapt lid uit de gemeente Geertruidenberg € 10010 Bedrag per jeugdlid € 46

€ 3.542 € 2.392

€ 500 voor max 1 extra activiteit

Openbare activiteiten zoals clinics of lessen/activiteiten voor de jeugd

€ 1.615

Bedrag per abonnement € 19

De extra activiteit dient in samenwerking met een andere vereniging georganiseerd te worden en gericht te zijn op het betrekken van prioritaire groepen. -

€ 1.615

€ 6.630

Vast bedrag € 6.630

Landelijk/Regionaal

€ 6.630

€ 3.536 € 4.042 € 2.892

9 Dit is een nieuwe organisatie ontstaan uit een fusie tussen S.V. Veerse Boys en V.V. Good Luck. Het oude bedrag is daarom een optelling van het oude subsidiebedrag van

deze beide organisaties. 10 Dit betreft een vereniging met specifieke voorzieningen voor mensen met een beperking, waar ook 1 inwoner uit onze gemeente gebruik van maakt. Voor Stichting Scouting De Stormvogels geldt geen activiteitengrondslag, omdat dit een stichting betreft die zich bevindt buiten de gemeente Geertruidenberg.

19

4.3 Aanvraagprocedure De aanvraag voor een activiteitensubsidie moet vóór 1 mei voor het jaar daarop ingediend zijn bij de gemeente Geertruidenberg. Deze aanvraag dient te specificeren hoeveel activiteiten voor de grondslag worden ontplooid en bevat een recente (jeugd)ledenlijst 1 januari van het betreffende jaar waarin de aanvraag wordt gedaan. De gemeente doet vóór 1 oktober voor het jaar daarop uitspraak over de verlening van de subsidie, onder voorbehoud van vaststelling van de gemeentelijke begroting door de raad. De subsidie wordt in beginsel voor vier jaar verleend, waarbij jaarlijks de hoogte van het uiteindelijke subsidiebedrag wordt vastgesteld. Na verlening wordt in het 3e jaar van subsidieverlening het ledenaantal gecontroleerd. Als het ledenaantal ten opzichte van het voorgaande jaar gestegen dan wel gedaald is met 15% of meer dient de subsidie aanvrager dit expliciet aan te geven. Als de verandering van ledenaantal binnen de 15%-bandbreedte blijft (stijging of daling), past de gemeente haar subsidiebedrag op basis van de ledenaantallen voor de subsidieaanvrager niet aan.

Als het verschil meer dan 15% is, wordt het subsidiebedrag dienovereenkomstig aangepast.11 Bij indiening van de jaarstukken vóór 1 mei bij de gemeente wordt gecontroleerd of voldaan is aan de aard en het aantal activiteiten in dat jaar, als ook de uit te voeren jaarlijkse extra activiteit voor de prioritaire doelgroepen. Als deze informatie in de jaarstukken niet aansluit op de aanvraag kan de subsidie voor het jaar waarover de verantwoording wordt gedaan lager worden vastgesteld.12 De eerste twee jaar van deze nieuwe werkwijze wordt als een gewennings- en leerperiode voor gemeente en vrijwillige organisaties en verenigingen beschouwd. In deze periode leren gemeente en vrijwillige organisaties omgaan met deze nieuwe manier van werken. Vrijwillige organisaties en verenigingen hebben een inspanningsverplichting om de in de begroting opgenomen activiteiten en de eventuele extra activiteit voor de prioritaire doelgroepen goed uit te voeren en te laten slagen. Overigens wordt het eventuele subsidiebedrag voor de extra activiteit pas uitgekeerd bij vaststelling van de subsidie. Een vrijwilligersorganisatie of vereniging met een activiteitensubsidie kan geen waarderingssubsidie aanvragen en vice versa.

Indien een organisatie een bepaald jubileum of toernooi in het vooruitzicht heeft, is het de verantwoordelijkheid voor die organisatie om hiervoor te sparen of andere (financiële) bronnen aan te boren, zoals sponsoring. Hier wordt in beginsel dus geen aparte (incidentele waarderings-) subsidie voor uitgekeerd. Dit geldt overigens ook voor het aanvragen van een incidentele waarderingssubsidie naast een bestaande structurele waarderingssubsidie. Ook hierbij gaan we uit van de verantwoordelijkheid van de organisatie.

11 Daar waar leden staat, geldt voor de Speel-o-theek abonnementen. 12 Het subsidiebedrag wordt alleen in het betreffende jaar waarover de verantwoording wordt ingediend lager

vastgesteld. De verlening blijft gelijk (behoudens ledenwijzigingen buiten bandbreedte) gedurende vier jaar.

20

Hoofdstuk 5 Waarderingssubsidie 5.1 Uitgangspunten waarderingssubsidies Wanneer de activiteiten van de beoogde subsidieontvanger niet direct en duidelijk gelinkt kunnen worden aan het beleid van de gemeente, een eenmalig jaarlijks (terugkerend) evenement betreffen óf wanneer het gevraagde subsidiebedrag gering is (< € 2.500), kan de subsidieaanvrager in aanmerking komen voor een waarderingssubsidie. Waarderingssubsidies worden ingezet als waardering voor activiteiten van verenigingen en clubs, zonder dat er een bekostigingsgrondslag van toepassing is, waarmee de gemeente in directe zin wil sturen. De waarderingssubsidies zullen merendeels structureel zijn. Er zijn ook incidentele waarderingssubsidies mogelijk. De gemeente zal hierbij in de meeste gevallen niet de enige financier zijn. Sponsoring en eigen bijdragen van inwoners zijn ook nodig om een activiteit uit te kunnen voeren. In bijlage 1, “Beoordelingskader nieuwe aanvragen waarderingssubsidies”, is de nieuwe berekening te vinden.13 Beleidsterrein Kunst, cultuur, erfgoed/toerisme en recreatie

Cluster Koren

Culturele evenementen

Maatschappelijke samenhang, ondersteuning en zorg

Sport

Ouderen/kwetsbare groepen Bewonersverenigingen

Sport

Organisatie Férs Meezingkoor Sangdoel Oratoriumvereniging Cantate Corde Gospelkoor Chaverim Ritmisch koor Nie-Ko Zanggroep Eijgen "Wijsch" Stichting LeuteTeutebal Stg. Sint Nicolaascomité R'veer/G'berg Sint Nicolaas Stichting Raamsdonk Stg. Oranjecomité Geertruidenberg Carnavalsstichting Geertruidenberg Stg. Raamsdonkse Karnaval Oranje Comité Raamsdonksveer Toneelgroep Het Tweede Bedrijf Stichting XieOe Stichting Veerse Truckrun

Waarderingssubsidiebedrag € 792 € 1.984

Buurtcomité R. Visscherstraat Buurtvereniging Sluisakker Buurtvereniging Koepoort Bewonersvereniging Achter De Hoeven Bewonersvereniging Brandepoort Bastion II St. ’t Veers IJsplein

€ 200

€ 350 € 432 € 350 € 200 € 1.900 € 400 € 1.386 € 900 € 400 € 2.210 € 200 € 1.121 € 200

€ 200 € 200 € 200 € 200 € 2.400

5.2 Aanvraagprocedure De aanvraag voor een waarderingssubsidie moet vóór 1 mei voor het jaar daarop ingediend zijn met het formulier voor het aanvragen van een waarderingssubsidie van de gemeente Geertruidenberg en met een recente ledenlijst per 1 januari van het betreffende jaar waarin 13 Dit beoordelingskader is vastgesteld tijdens de raadsvergadering 22 juni 2017, “Herijking waarderingssubsidies

en overzicht grijze subsidies”

21

de aanvraag wordt gedaan. De gemeente doet vóór 1 oktober voor het jaar daarop uitspraak over de toekenning van de subsidie, onder voorbehoud van vaststelling van de gemeentelijke begroting door de raad. De subsidie wordt voor vier jaar verleend en vastgesteld. Dit bedrag wordt vastgesteld aan de hand van het beoordelingskader in bijlage 1. Na vaststelling wordt in het 3e jaar van subsidieverlening het ledenaantal gecontroleerd (als de waarderingssubsidie hierop is gebaseerd). Als het ledenaantal ten opzichte van het voorgaande jaar gestegen dan wel gedaald is met 15% of meer dient de subsidie aanvrager dit expliciet aan te geven. Als de verandering van ledenaantal binnen de 15%-bandbreedte blijft (stijging of daling), past de gemeente haar subsidiebedrag op basis van de ledenaantallen voor de subsidieaanvrager niet aan. Indien het verschil meer dan 15% is, wordt het subsidiebedrag dienovereenkomstig aangepast. De eerste twee jaar van deze nieuwe werkwijze wordt als een gewennings- en leerperiode voor gemeente en vrijwillige organisaties en verenigingen beschouwd. In deze periode leren gemeente en vrijwillige organisaties omgaan met deze nieuwe manier van werken. Vrijwillige organisaties en verenigingen hebben een inspanningsverplichting om de in de begroting opgenomen activiteiten goed uit te voeren en te laten slagen.

Een vrijwilligersorganisatie of vereniging met een waarderingssubsidie kan geen activiteitensubsidie aanvragen en vice versa. Indien een organisatie een bepaald jubileum of toernooi in het vooruitzicht heeft, is het de verantwoordelijkheid voor die organisatie om hiervoor te sparen of andere (financiële) bronnen aan te boren, zoals sponsoring. Hier wordt in beginsel dus ook geen incidentele waarderingssubsidie voor uitgekeerd, naast de bestaande structurele waarderingssubsidie.

22

Hoofdstuk 6 Projectsubsidies De projectsubsidies zijn bedoeld om vernieuwing te stimuleren en om de diversiteit in het huidige aanbod van welzijnsvoorzieningen te vergroten. Op deze manier probeert de gemeente nieuwe initiatieven te stimuleren die voorzien in de invulling van gemeentelijk beleid en beleidsdoelen welke nog niet ingevuld wordt door huidige subsidieontvangers. In het bijzonder kan hierdoor het meedoen voor kwetsbare mensen en eigenaarschap en zelforganisatie van inwoners versterkt worden. Een andere doelstelling van deze projectsubsidies is om de 0de lijn te versterken (ontmoeting en inclusie of zelfhulpgroepen in het sociaal domein), zodat er minder een beroep op de 1e en 2e lijn gemaakt wordt. Deze projectsubsidies worden voor een maximale periode van drie jaar afgegeven (indien de aanvrager voor een kortere periode behoefte heeft aan de subsidie kan dit dus uiteraard ook). De projectsubsidies kennen dus een tijdelijk en projectmatig karakter. Wanneer na afloop van de projectsubsidie blijkt dat er aantoonbare meerwaarde is van de activiteit(en) kan de gemeente beslissen om de subsidieontvanger een activiteitensubsidie of BCFcontract toe te kennen. De hoogte van die subsidie wordt dan bepaald aan de hand van de grondslagen genoemd in voorgaande hoofdstukken.

6.1 Beoordelingscriteria Er zijn in principe vier beoordelingscriteria waaraan voldaan dient te worden voordat een projectsubsidie toegekend kan worden. 1. De beoogde activiteiten dienen meerwaarde te hebben (niet meer van hetzelfde) ten opzichte van het huidige pakket van welzijnsvoorzieningen. Een sterke subsidieaanvraag relateert de beoogde activiteit(en) aan het huidige beleid van de gemeente, geeft aan waar verbeteringen bestaan ten opzichte van het naleven van dit beleid en linkt deze verbeteringen aan de beoogde activiteit(en). 2. De beoogde activiteiten dienen zoveel mogelijk gebruik te maken van de lokale sociale infrastructuur. Dat wil zeggen dat de subsidieaanvrager zoveel mogelijk gebruikt maakt van de bestaande multifunctionele voorzieningen en reeds bestaande activiteiten en de beoogde activiteiten hier ook zoveel mogelijk aan linkt. De activiteit moet ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Geertruidenberg. Wanneer samengewerkt wordt met andere organisaties is dit een plus. 3. De beoogde activiteiten dienen vraaggericht te zijn en in een duidelijke én urgente behoefte van de lokale gemeenschap te voorzien. Hoe groter de urgentie van de behoefte, des te meer kans dat de projectsubsidie toegekend wordt. 4.

Na afloop van de projectsubsidie (na maximaal drie jaar) dient de organisatie niet of niet volledig afhankelijk te zijn van een subsidie om de activiteit te kunnen blijven ontplooien. De projectsubsidie is bedoeld als een steuntje in de rug voor de opstart van een nieuw initiatief; het dient dus niet zo te zijn dat na drie jaar de activiteit niet meer uitgevoerd kan worden of dat de gemeente de activiteit(en) vanzelfsprekend structureel dient te financieren. Subsidieontvangers worden dus uitgedaagd om gedurende de periode van subsidieverstrekking door de gemeente, alternatieve financiering voor het project te zoeken en te realiseren.

6.2 Aanvraagprocedure Een aanvraag voor een projectsubsidie moet uiterlijk 18 weken voor aanvang van het project worden ingediend, waarna het college van burgemeester en wethouders binnen 10 weken beslist of en hoeveel subsidie wordt toegekend. De aanvraag dient minimaal een beschrijving van de activiteit aan te geven, de wijze waarop het bijdraagt aan de realisatie van de doelstelling van dit subsidieprogramma, een financiële onderbouwing, de doelgroep van de activiteit, de wijze waarop deze doelgroep wordt bereikt, een indicatie van het 23

draagvlak en de duur van het project. Aanvragen worden behandeld in volgorde van binnenkomst.

6.3 Financieel kader We maximeren de projectsubsidies op € 5.000 op jaarbasis, temeer omdat projectsubsidies voor een periode van maximaal drie jaar toegekend kunnen worden. Dit betekent dat gedurende maximaal drie jaar voor een bepaald bedrag beslag gelegd wordt op dit budget. Dit betekent dat de aanvragen voor een projectsubsidie zorgvuldig worden beoordeeld. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld (volgens het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’).

24

Bijlagen Bijlage 1: Beoordelingskader nieuwe aanvragen waarderingssubsidies (maximale bedragen) Doelgroepen (maatschappelijke functie)

Noodzakelijk (publieksfunctie) (Maatschappelijke samenhang, ondersteuning en zorg, jeugdbeleid)

Belangrijk (publieksfunctie) (Kunst, cultuur, erfgoed, recreatie en toerisme, sport)

Alle inwoners

Vereniging georganiseerd naar inwoners per kern(en) / gemeente breed: 0 - 5.000 € 500 5.000 - 10.000 € 1.000 10.000 - 15.000 € 1.500 15.000 - 20.000 € 2.000 >20.000 € 2.500

Vereniging georganiseerd naar inwoners per kern(en) / gemeente breed (bijv. carnavalsvereniging): 0 - 5.000 € 400 5.000 - 10.000 € 900 10.000 - 15.000 € 1.400 15.000 - 20.000 € 1.900 >20.000 € 2.400

Een algemene, eenmalige of eenmaal per jaar te organiseren activiteit voor alle inwoners gemeente Geertruidenberg: € 0 - € 1.000*

Een algemene, eenmalige of eenmaal per jaar te organiseren activiteit voor alle inwoners gemeente Geertruidenberg: € 0 - € 1.000*

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=96924a63-0a84-4af1-96f0-beb634c6109c