Bijlage 2 samenvatting advies commissie MER.docx
Tekst van het document
Bijlage 2
Samenvatting advies commissie MER 1. Om de energieopgave in te vullen is gekozen voor zonneparken, op basis van de opgave vanuit de RES (Regionale Energie Strategie). In het OER zal beter inzichtelijk gemaakt worden hoe deze keuze tot stand gekomen is. Daarnaast zal per beoogde locatie voor een zonnepark toegelicht worden wat de belangrijkste omgevingsaspecten zijn en hoe de komst van een zonnepark het gebied kan beïnvloeden. Daarmee wordt het milieubelang expliciet meegenomen. Tevens wordt aangeven wat het effect van zonnevelden in het agrarsich gebied kan zijn. 2. In de omgevingsvisie worden verschillende keuzes gemaakt op een hoog abstractieniveau. Het is daarom lastig om de cumulatieve effecten van stikstof te beschouwen. Dat neemt niet weg dat dit cumulatieve effect geagendeerd moet worden. In het OER zal hierover een alinea worden toegevoegd. De gemeente zou dit in een later stadium kunnen uitwerken op programma- of omgevingplanniveau bijvoorbeeld in een programma stikstof. 3. In het OER zal per botsproef (de botsingen van tegengestelde belangen die in het proces van de omgevingsvisie naar voren zijn komen) worden toegelicht hoe de uiteindelijke keuze tot stand is gekomen. Bijvoorbeeld doordat deze keuze naar voren kwam in het participatieproces of dat een bepaald omgevingsaspect doorslaggevend was.
Door informatie over dit proces aan het OER toe te voegen wordt de navolgbaarheid verbeterd en wordt duidelijk hoe het omgevingsbelang heeft meegewogen bij de keuzes. 4. De wisselwerking tussen het OER en de visie wordt nader toegelicht. De vraag die hierbij centraal zal staan is: welke adviezen uit het OER zijn overgenomen in de omgevingsvisie en hoe heeft dit vorm gekregen? Daarnaast zal in het OER een overzicht worden opgenomen waaruit blijkt welk beleid met de omgevingsvisie wordt voortgezet. Hiermee ontstaat niet alleen inzicht in de nieuwe keuzes maar wordt duidelijk wat het totale pakket aan keuzes is dat in de omgevingsvisie is genoemd. 5. Als inleiding op de botsproeven wordt beschreven hoe deze tot stand zijn gekomen op basis van landelijk en provinciaal beleid. 6. In het OER zal per botsproef een beknopte omschrijving van de referentiesituatie worden toegevoegd. Deze referentiesituatie is gebaseerd op het huidige beleid, de leefomgevingsfoto en de trends en ontwikkelingen. Deze informatie is per botsproef al beschreven op de keuzebladen, maar dit zal ook aan het OER worden toegevoegd. Hiermee wordt inzichtelijk welke knelpunten er op dit moment zijn en op welke beleidsonderdelen interventies nodig zijn. 7. In het OER zal een paragraaf worden opgenomen over het advies van de commissie m.e.r. en hoe dit advies is verwerkt in het OER.