CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 2 - Delegatie

De raad besluit 14 december 2023, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Omgevingswet: Adviesrecht, participatieverplichting, delegatiebevoegdheid & uitgebreide procedure1.249 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Gevallen waarin de gemeenteraad zijn bevoegdheid tot het vaststellen van delen van het omgevingsplan delegeert aan het college van burgemeester en wethouders zoals bedoeld in artikel 2.8 en 4.14 lid 5 Omgevingswet: 1. het verwerken van omgevingsvergunningen nadat deze onherroepelijk in werking zijn getreden; 2. wijzigingen voor zover deze onder de Wet ruimtelijke ordening als wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in een bestemmingsplan opgenomen waren; 3. het nemen van een voorbereidingsbesluit met het oog op de voorbereiding van in het omgevingsplan te stellen regels; 4. het vertalen van vastgesteld beleid in het omgevingsplan als bij vaststelling van het beleid akkoord is gegeven dat het college het betreffende beleid verder uitwerkt, bijvoorbeeld in beleidsregels; 5. Wijzigingen van planologisch-juridisch en technische aard, waaronder: a. het toevoegen en/of wijzigen van algemene bepalingen, begripsbepalingen, meetbepalingen en indieningsvereisten voor zover deze niet leiden tot wezenlijke wijzigingen in de fysieke leefomgeving; b. het doorvoeren van correcties van kennelijke verschrijvingen, schrijffouten en het herstel van technische (teken)fouten in het omgevingsplan; 6. wijzigingen die noodzakelijk zijn vanwege gewijzigde hogere wet- of regelgeving; 7. wijzigingen in de toelichting van het Omgevingsplan; 8.

Het toevoegen of laten vervallen van de aanduiding van archeologische en cultuurhistorische waarden; 9. Het verwerken van raadsbesluiten, waaronder startnotities en stedenbouwkundige visies voor (her)ontwikkellocaties; 10. Het toevoegen van die onderdelen uit de gemeentelijke verordeningen die de gemeente beleidsneutraal overzet naar het nieuwe omgevingsplan.

Toelichting

Algemeen Hoewel het vaststellen van het omgevingsplan en het wijzigen van delen daarvan een primaire taak is van de gemeenteraad, kunnen er praktische redenen zijn om dit te delegeren aan het college. De gevallen waar de raad de bevoegdheid tot het wijzigen van het omgevingsplan aan het college delegeert zijn grofweg in drie categorieën te verdelen: 1. Gevallen waar de bevoegdheid onder de Wro al bij het college ligt, of waar het college in eerste aanleg al een besluit over heeft kunnen nemen. 2. Het (administratief) verwerken van wijzigingen die benodigd zijn naar aanleiding van besluiten van de raad 3. (Ondergeschikte) aanpassingen die nodig zijn vanwege wijzigingen in wet- en regelgeving of omdat er hiaten in het omgevingsplan zijn geconstateerd. Lid 1 Het verlenen van omgevingsvergunningen is een bevoegdheid van het college dus ook de omgevingsvergunningen waarbij wordt afgeweken van het omgevingsplan, de buitenplanse omgevingsplan activiteiten (BOPA). De omgevingswet stelt het verplicht dat het omgevingsplan in overeenstemming wordt gebracht met BOPA’s die betrekking hebben op het in stand houden van een bouwwerk of een omgevingsplanactiviteit die niet in overeenstemming is met een aan een locatie toegedeelde functie. Het adviesrecht is het middel van de gemeenteraad om invloed uit te oefenen op deze bevoegdheid van het college.

Wanneer een omgevingsvergunning dan ook is verleend door het college, is het een logische stap om het college het omgevingsplan te laten wijzigen en de raad niet meer te belasten met deze besluitvorming. Lid 2 Onder de Wet ruimtelijke ordening heeft de raad in enkele gevallen al een bevoegdheid bij het college weggelegd. Dit hebben ze gedaan door in eerder vastgestelde bestemmingsplan een wijzigings- of uitwerkingsbevoegdheid op te nemen. Zolang de bestemmingsplannen onderdeel uit maken van het tijdelijke omgevingsplan van rechtswege is het met deze delegatie mogelijk om het college gebruik te laten maken van deze bevoegdheid. Lid 3 Het voorbereidingsbesluit is een besluit dat de gemeenteraad neemt en maakt, in tegenstelling tot het voorbereidingsbesluit onder de Wro, onderdeel uit van het omgevingsplan. Met een voorbereidingsbesluit wijzigt de gemeenteraad dan ook daadwerkelijk het omgevingsplan. Het college is belast met het voorbereiden van besluiten door de gemeenteraad. Door de bevoegdheid te delegeren aan het college tot het nemen van voorbereidingsbesluiten, heeft het college de mogelijkheid om ook deze stap in de voorbereiding voor haar rekening te nemen. Lid 4 De raad geeft sturing aan de gemeente op hoofdlijnen. Dit doen ze onder andere door het vaststellen van beleid. Het is aan het college om uitvoering te geven aan dit beleid.

Wanneer een beleidsstuk aanleiding geeft is met dit lid het college bevoegd om de beleidsregels te vertalen naar juridische regels in het omgevingsplan. Belangrijk is dat er met het wijzigen van het omgevingsplan geen nieuwe beleidsregels worden opgesteld. Uitwerking van beleidsregels hoort wel tot de mogelijkheden. Lid 5 Bij het opstellen van een omgevingsplan kunnen altijd hiaten of kleine omissies optreden. Wanneer deze geconstateerd worden is het wel zo praktisch als het college de bevoegdheid heeft om het omgevingsplan hier op aan te passen. Hiermee wordt de raad ontlast met onnodig veel besluitvorming. Begripsbepalingen, meetvoorschriften en algemene bepalingen in het omgevingsplan zijn nodig om structuur en uitvoering te geven aan het plan. Wijzigingen hier aan zijn van ondergeschikte aard en kunnen dan ook als bevoegdheid bij het college weggelegd worden. In het omgevingsplan kunnen aanvullende indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning worden opgenomen. Aangezien het college bevoegd gezag is voor het verlenen van omgevingsvergunningen, is het ook logisch dat zij het omgevingsplan kunnen wijzigen als deze indieningsvereisten aangepast moeten worden.

Onderwerp: Delegatiebesluiten tot het vaststellen van het omgevingsplan

p. 2/3

Lid 6 Hogere overheden zoals provincie of het Rijk kunnen door middel van instructieregels de gemeente verplichten of verzoeken om regels op te nemen of aan te passen in het omgevingsplan. Maar ook andere wet- en regelgeving van hogere overheden kan direct of indirect invloed hebben op het omgevingsplan. Als dit wijzigen oplevert waar de raad inhoudelijk geen standpunt over kan of moet innemen, is het wel zo praktisch om het wijzigen van het omgevingsplan hiervoor aan het college te laten. Lid 7 De toelichting maakt geen onderdeel uit van het juridische (bindende) deel van het omgevingsplan. Wanneer het nodig mocht zijn om de toelichting van het omgevingsplan aan te passen, omdat er hiaten in staan of omdat zaken verduidelijkt of geactualiseerd moeten worden is het college bevoegd om deze wijzigingen door te voeren. Lid 8 De archeologische waarden in het omgevingsplan zijn opgenomen naar aanleiding van het door de raad vastgestelde archeologiebeleid. Naar aanleiding van onderzoek kan een waarde worden aangepast of komen te vervallen. In de bestemmingsplannen onder de Wet ruimtelijke ordening was voor het aanpassen naar aanleiding van onderzoek of beleidswijziging middels een wijzigingsbevoegdheid gedelegeerd aan het college. Met dit lid blijft deze bevoegdheid in stand. De aanduiding ‘cultuurhistorie’ wordt in het omgevingsplan opgenomen voor monumenten.

Het aanwijzen van gemeentemonumenten is een bevoegdheid van het college op basis van de erfgoedverordening. Het is dan ook logisch om het college ook de bevoegdheid te geven deze aanwijzing in het omgevingsplan te verwerken. Lid 9 Door het vaststellen van (stedenbouwkundige)visies of startnotities geeft de gemeenteraad in hoofdlijnen sturing aan de plekken, de omvang en de vorm van de een ruimtelijke ontwikkeling. Wanneer de juridische regels voor een dergelijke ontwikkeling passen binnen de kaders die raad heeft vastgesteld, is het niet meer nodig om de raad hier nogmaals een besluit over te laten nemen over het wijzigen van het omgevingsplan. Dit lid delegeert dan ook de bevoegdheid aan het college om het omgevingsplan te wijzigen, mits binnen de kaders van de vastgestelde visie of startnotitie. Lid 10 Regels uit verordeningen die de fysieke leefomgeving wijzigen, moeten in het omgevingsplan. En regels die wel over de fysieke leefomgeving gaan maar die deze niet wijzigen, mogen in het omgevingsplan. Wanneer door de raad reeds vastgestelde verordeningen beleidsneutraal over gezet worden naar juridische regels in het omgevingsplan, is het onnodig om de raad hier opnieuw over te laten besluiten. Dergelijke wijzigingen in het omgevingsplan worden dan ook gedelegeerd aan het college.

Onderwerp: Delegatiebesluiten tot het vaststellen van het omgevingsplan

p. 3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=2feb4626-3002-4b96-9e91-532fe5e206d3