CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Analyse begroting 2027 Verbonden Partijen

De raad debatteert 4 juni 2026, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Jaarrekening 2025 en begroting 2027 Verbonden Partijen6.191 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Analyse begroting 2027 Verbonden Partijen 1. Regio West-Brabant (RWB), portefeuillehouder M. van Toorenburg a. Beleidsontwikkelingen In het najaar van 2025 gaf de gemeenteraad aan RWB richtlijnen mee voor de begroting 2027. De RWB-begroting 2027 is conform de richtlijnen begroting 2027 uitgewerkt. RWB presenteert een sluitende meerjarenbegroting. RWB brengt in de ontwerpbegroting in beeld dat vanaf 2027 de economische taken niet meer door RWB worden uitgevoerd, maar door de regio’s de Baronie en Stedelijke Regio West-Brabant en REWIN. De focus van RWB verschuift in 2027 van beleidsrijk naar beleidsarme uitvoering en dienstverlening op het vlak van Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV), Regioarcheologie en HR-dienstverlening vanuit het Mobiliteitscentrum (MBC). De RWB ontwikkelt zich op dit moment door naar een RWB Nieuwe Stijl. De nieuwe gemeenschappelijke regeling RWB zal bestaan uit bedrijfsmatige en dienstverlenende taken (mobiliteitscentrum, kleinschalig collectief vervoer, regioarcheologie). De inwonerbijdrage voor de RWB zal door de wijziging kleiner worden, gekoppeld aan de hiervoor genoemde taken. De inwonerbijdrage gekoppeld aan de economische taken en de bijdrage aan de ontwikkelorganisatie REWIN zal vanaf 2027 niet meer via de RWB verlopen. In bijlage 6 bij de ontwerpbegroting is dit inzichtelijk gemaakt.

b. Financiële gegevens Omdat besluitvorming over de RWB nieuwe stijl in het voorjaar 2026 plaatsvindt binnen de 16 RWB gemeenten konden de financiële gevolgen hiervan niet verwerkt worden in de voorliggende ontwerpbegroting 2027 en meerjarenbegroting. Na afronding van het besluitvormingsproces worden de budgetten in de RWB begroting 2027 aangepast door een begrotingswijziging.

c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 naar voren te brengen.

2. Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant, M. van Toorenburg a. Beleidsontwikkelingen De veiligheidsregio werkt met daadkracht aan de uitdagingen van vandaag en morgen. De huidige mondiale ontwikkelingen hebben hierbij de bijzondere aandacht. De effecten van uitval van vitale infrastructuur, maatschappelijke onrust en extreem weer zijn hierbij de risico’s die prioriteit krijgen. Stimulering van zelfredzaamheid en weerbaarheid wordt daardoor een groter onderdeel van de activiteiten van de VRMWB. Overige aandachtspunten De veiligheidsregio zal de komende jaren aandacht besteden aan het toekomstbestendig maken van de brandweerzorg. Er wordt hierbij onderzocht waar kansen liggen, waar kwetsbaarheden bestaan en waar interventies nodig zijn. Dit moet gaan leiden naar een betrouwbare, risicogerichte, op maat georganiseerde duurzame en betaalbare brandweerzorg naar 2035.

b. Financiële gegevens Begrotingswijziging 2026-2 Het Algemeen Bestuur heeft in juli 2025 de beleidsbegroting 2026 vastgesteld. Na het verwerken van een foutieve toepassing van de indexatiemethodiek is een 1e begrotingswijziging 2026 opgesteld en op 4 december 2025 heeft het Algemeen bestuur hiermee ingestemd. De Begroting 2026 is vervolgens na deze correctie verder geactualiseerd. Dit leidt tot een aantal wijzigingen die opgenomen worden in Begrotingswijziging 2026-2. Ontwerpbegroting 2027 De financiële uitgangspunten en beleidsmatige ontwikkelingen uit de Kaderbrief 2027 zijn verwerkt, zoals afgesproken. Het Dagelijks Bestuur benadrukt dat ook vanuit financieel perspectief onzekere tijden zijn aangebroken en dat het vasthouden aan de nullijn een steeds grotere uitdaging wordt. Ook wordt verwacht dat de oorzaken van het tekort in de jaarrekening 2025 een structureel karakter hebben, en dus ook voor tekorten in 2026 en verder zorgen. Het Dagelijks Bestuur blijft vasthouden aan het principe ‘nieuwe taken, nieuwe knaken’.

c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de begrotingswijziging 2026-2 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 naar voren te brengen

3. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV), portefeuillehouder A. van Rooij a. Beleidsontwikkelingen • • • •

Toenemende zorgvraag en complexiteit Personeelstekorten blijven een risico Meer nadruk op zorgcoördinatie en samenwerking Innovatie en toekomstbestendige ambulancezorg

b. Financiële gegevens De RAV ontvangt geen directe gemeentelijke bijdrage. Er is sprake van een positief resultaat van 1,09 miljoen euro.

c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande, wordt het volgende voorgesteld: Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 naar voren te brengen.

4. Openbare Gezondheidszorg West-Brabant (GGD West-Brabant), portefeuillehouder A. van Rooij a. Beleidsontwikkelingen De GGD heeft een nieuw beleidsplan opgesteld voor de periode 2027-2030 samen met inwoners, bestuurders en input van landelijke rapporten. Dit is een nadere invulling van de toekomstvisie 2023-2033 ‘Wij maken samen gezond gewoon’. Dit meerjarig beleidsplan wordt samen met de begroting 2027 aangeboden voor zienswijze. Het jaar 2027 is het eerste jaar van het hierboven genoemde nieuwe beleidsplan. De doelen in de beleidsbegroting 2027 zijn tevens gebaseerd op thema’s van de toekomstvisie en het nog vast te stellen beleidsplan. Voor de GGD ligt de focus op het vergroten van de impact op kansrijk opgroeien, gezonde leefomgeving en mentale veerkracht. Met het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) wordt de ingezette beweging van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag doorgezet. Deze is ingezet met GALA/IZA. Ook is er veel aandacht voor het versterken van weerbaarheid. Een stevige publieke gezondheid maakt inwoners weerbaarder in tijden van crisis en onzekerheid. Beleidsplan 2027-2030 Samen koersen op ‘gezond gewoon’ In 2030 wil de GGD dat gezondheid voor iedereen vanzelfsprekend is - ongeacht waar je wieg staat, hoe oud je bent, of wat je achtergrond is. De GGD streeft naar: 1.

Kansrijk opgroeien, waarbij kinderen en jongeren en hun ouders - ongeacht hun startpositie - toegang hebben tot een stimulerende omgeving, ondersteuning bij hun ontwikkeling en betrouwbare informatie. De basis voor gezondheid wordt al vóór de geboorte gelegd, met aandacht voor seksuele gezondheid, opvoedondersteuning en een gezonde start. 2. Een gezonde leefomgeving waarin bewegen, ontmoeten en ontspannen vanzelfsprekend zijn. Denk aan wijken met schone lucht, gezond voedselaanbod, voldoende groen, veilige wandelroutes en plekken die sociale verbinding stimuleren. 3. Mentale veerkracht voor iedereen, van jong tot oud. Inwoners kunnen omgaan met stress en tegenslagen, voelen zich gesteund door hun omgeving en weten waar ze terecht kunnen voor hulp. Preventie en weerbaarheid zijn verankerd in beleid, onderwijs en zorg. Deze ambities zijn alleen door samenwerking met gemeenten, kennispartners en inwoners te verwezenlijken. Als sterkere uitvoerder en kennispartner kan de GGD met de professionals en gezondheidsdata het verschil maken. De GGD ziet het als een noodzakelijke voorwaarde een aantrekkelijke werkgever te zijn. Door goed voor het personeel te zorgen en zich als financieel gezonde organisatie te blijven ontwikkelen. Het lopende proces van Samen Sterker wordt aangehaald in dit beleidsplan. Beleidsbegroting 2027

De begroting 2027 bouwt voort op de ingezette koers van toekomstvisie en is opgesteld aan de hand van de vier pijlers van deze toekomstvisie en de 3 thema’s uit het nieuwe beleidsplan. Hieronder is kort beschreven welke resultaten met welke stappen de GGD in 2027 wilt behalen. Voor de uitgebreidere beschrijving verwijzen we naar de begroting zelf. Ambitie 1. Voorkomen als het kan, beschermen als het moet Ambitie beleidsplan 2027-2030: In 2030 ervaren inwoners in Brabant dat de gezonde keuze de makkelijkste keuze is.

Ambitie beleidsbegroting 2027: Kansrijk opgroeien Een kwart van de contactmomenten is geharmoniseerd, wat betekent dat er een gezamenlijk basisaanbod jeugdgezondheid wordt uitgevoerd door de 3 Brabantse GGD’en. Er worden samenwerkingsafspraken gemaakt met netwerkpartners over de uitvoering waaronder met stevige lokale teams (SLT). De samenwerking tussen jeugdgezondheid, onderwijs en jeugdhulp is in kaart gebracht en wordt jaarlijks geëvalueerd. Gezonde leefomgeving Vervolgstappen worden bepaald om samen met netwerkpartners de ruimtelijke plannen van gemeenten in toekomst te voorzien van GGD-advies over effecten op de gezondheid. Als kennispartner verstevigt de GGD de kennis over luchtkwaliteit, geluid en hitte. Mentale veerkracht De GGD geeft invulling aan haar rol in lokaal of regionaal netwerk suïcidepreventie. Ook bereidt de GGD samen met partners, waaronder onderwijs, de keuze van programma’s en implementatie voor. De GGD brengt bestaande screeningsinstrumenten in kaart om stress en veerkracht te meten bij jongeren, jongvolwassenen en mensen van middelbare leeftijd. Ambitie 2. Zelf, maar niet alleen Ambitie beleidsplan 2027-2030: In 2030 voeren inwoners zelf regie over hun gezondheid. Ambitie beleidsbegroting 2027: Kansrijk opgroeien Met inwoners uit de doelgroep verkent de GGD hoe bewustwording rond een kinderwens vergroot kan worden.

Op basis van een nulmeting maken de Brabantse GGD’en een plan samen ouders hoe het gebruik van digitale middelen gestimuleerd kan worden. Gezonde leefomgeving De GGD stimuleert actief de verbinding en samenwerking tussen het fysiek en sociaal domein met netwerkpartners en inwoners. Mentale veerkracht Met de voorlopers formuleert en start de GGD in het kader van AZWA samen een opdracht voor een pilot voor het versterken van mentale veerkracht. Ambitie 3. Iedereen verschillend, allemaal gelijk Ambitie beleidsplan 2027-2030: Door de zelfredzaamheid van inwoners te stimuleren creëren we ruimte voor mensen die het zelf niet alleen redden. Ambitie beleidsbegroting 2027: Kansrijk opgroeien De GGD maakt langjarige afspraken met partners waaronder SLT om te zorgen dat kinderen in kwetsbare situaties beter worden bereikt en ondersteund. Gezonde leefomgeving De GGD maakt met 15 wijken die achterblijven qua gezondheid afspraken met inwoners en partners over een gezonde leefomgeving. Bijvoorbeeld rookvrije woonomgeving, gezonde mobiliteit en binnenklimaat.

Mentale veerkracht De GGD ontwikkelt samen met inwoners en partners interventies die bijdragen aan mentale veerkracht, waarbij gebruik gemaakt wordt van bewezen methodieken. Samen met gemeenten creëren we een goed afwegingskader voor inzet van bewezen effectieve programma’s. Ambitie 4. Overal om ons heen, binnen en buiten Ambitie beleidsplan 2027-2030: In 2030 ervaren inwoners dat gezondheid een zichtbaar onderdeel is van besluitvorming over de fysieke leefomgeving. Ambitie beleidsbegroting 2027: Kansrijk opgroeien Omgevingsbewustzijn en leefomgeving integreren in jeugdgezondheidszorg Gezonde leefomgeving Pilot in 4 wijken om gezondheidsrisico’s te verlagen en kansen te vergroten. Mentale veerkracht Afspraken met minimaal een derde van de gemeenten over inrichting van gezonde leefomgeving die de mentale veerkracht van inwoners versterkt, waaronder beweging en ontmoeting. Om deze ambities waar te kunnen maken investeert de GGD actief in het zijn van een aantrekkelijke werkgever om het benodigde personeel aan te trekken en te behouden. De collectieve preventie komt in de beleidsbegroting minder duidelijk naar voren, zoals leefstijl. De GGD heeft aangegeven dat dit in het bestaande aanbod zit en dat in de begroting de focus ligt op de drie hoofdthema’s.

In het meerjarig proces van Samen Sterker, de verkenning van verdergaande samenwerking tussen GGD West-Brabant en GGD Hart voor Brabant, worden bestuurders, ambtenaren en gemeenteraden tijdig betrokken via een separate communicatielijn. Begrijpelijk dat communicatie over dit traject niet uitgebreid in het beleidsplan en begroting terugkomen Het gevraagde productenaanbod wordt meegenomen in dit proces. De GGD voldoet hierdoor aan de afgegeven beleidsmatige richtlijnen.

b. Financiële gegevens De GGD biedt een structureel kostendekkende begroting aan. Door de financiële uitdagingen bij gemeenten en aangekondigde bezuinigingen vanuit het Rijk is in 2026 de structurele bezuinigingsopdracht van 4% verwerkt in de begroting 2026. Uiterlijk in 2027 zal hieraan volledige invulling gegeven worden. De indexering komt uit op 4,12%. De huidige CAO loopt tot en met maart 2027. Indien nodig volgt een begrotingswijziging in 2027 na deze periode. Als teruggave aan de gemeenten is € 447.000 structureel opgenomen omdat de indexatie op de loonkomsten hoger is dan de werkelijke CAO-verhogingen. SKIP die Trip Het lijkt uit de stukken alsof de financiering vanuit de GGD-begroting komt. De afspraak is dat de GGD zich maximaal dient in te spannen om te onderzoeken of andere middelen zijn om dit te financieren en niet uit de algemene reserve hoeft te worden betaald. Wanneer dat lukt, wordt dit bedrag weer toegevoegd in de algemene reserve.

Het Algemeen Bestuur heeft uitgesproken dat er structurele borging moet komen. Voor 2027 en 2028 betekent dit dat de kosten in principe via de gemeentelijke bijdrage worden gedekt, tenzij de GGD erin slaagt andere financiering te vinden. Lukt dat niet, dan worden gemeenten voor die jaren financieel belast en volgt er een begrotingswijziging om de gemeentelijke bijdrage te verhogen. Voor 2026 lopen gemeenten weinig extra risico vanwege de IZA-middelen. Voor Geertruidenberg komt de bijdrage 2027 uit op € 1.105.615. De begroting 2027 is conform de afgegeven financiële richtlijnen opgesteld.

c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Geen zienswijze over het Beleidsplan 2027-2030 naar voren te brengen; 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 naar voren te brengen.

5. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, portefeuillehouder M. van Toorenburg a. Beleidsontwikkelingen De beleidsbegroting bestaat uit de onderdelen (beleids-)ontwikkelingen, vanuit beleid naar uitvoeringsprogramma en strategische agenda. In de programmabegroting wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op de taken waarvoor de OMWB zich in 2027 ziet gesteld. Per vakgebied wordt inzicht gegeven in de te verrichten taken, de beoogde doelen en ook de te bereiken resultaten.

b. Financiële gegevens De conceptbegroting 2027 is in financiële zin sluitend. In de begroting 2027 is rekening gehouden met een gemiddelde loonkostenstijging van 4,52% en een gemiddelde prijsstijging van 2,2% ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025. Deze percentages zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2025 van het ministerie van BZK. De OMWB hanteert in de begroting een gemiddeld, voorcalculatorisch uurtarief voor de geraamde bijdragen van deelnemers. De afrekening (ten opzichte van de bevoorschotting) vindt plaats tegen de gedifferentieerde nacalculatorische tarieven. In de ontwerp-begroting 2027 is voor de tariefsaanpassing rekening gehouden met de indexaties volgens de septembercirculaire 2025. Het gemiddelde, voorcalculatorische tarief voor 2027 bedraagt afgerond € 120,20. De productiviteitsnorm bedraagt 1.295 uur. De met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2026 hebben als basis gediend voor de conceptbegroting 2027. Het werkaanbod is geraamd op 377.000 declarabele uren. In de begroting is rekening gehouden met een benodigde personele capaciteit van 362 fte, waarvan 292 fte in het primaire proces. Het werkaanbod ligt hoger dan met deze personele capaciteit bewerkstelligd kan worden, dit betreft circa 7 fte. Dit verschil wordt ingevuld met de inhuur van externen.

De ontwerpbegroting 2027 geeft het financiële kader weer voor de OMWB en per deelnemer een inzicht in de financiële afspraken. De nadere uitwerking van de werkprogramma's voor 2027 vindt plaats in het najaar van 2026. Zoals gebruikelijk vindt de financiële en integrale doorrekening daarvan plaats in de eerste begrotingswijzing in 2027.

Meerjarenontwikkeling GR

Meerjaren begroting 2027

Meerjaren begroting 2028

Meerjaren begroting 2029

Meerjaren begroting 2030

Meerjarige bijdrage deelnemers – Geertruidenberg (€)

717.933

745.214

775.470

806.954

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen

1 januari 2027 € 3.985 € 14.130

31 december 2027 € 3.886 € 13.578

Overige aandachtspunten 1. In de Kaderbrief 2027 zijn bouwstenen opgenomen die deelnemers kunnen gebruiken om mogelijke budgettekorten mee op te vangen. 2. In de ontwerpbegroting is geen nieuw beleid opgenomen. 3. De ontwerpbegroting voldoet aan de regionaal opgestelde financiële richtlijnen voor de Kaderbrief 2027.

c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-begroting 2027 geeft geen aanleiding een zienswijze in te dienen.

6. Nazorg gesloten stortplaatsen (NGS) Bavel-Dorst en Zevenbergen, portefeuillehouder B. Nijst Beleidsontwikkelingen De Verbonden Partij voldoet aan de financiële richtlijnen die wij hebben gesteld ten aanzien van de begroting 2027. De gemeenschappelijke regeling beheert de nazorg van de gesloten stortplaatsen. Er is daarom geen sprake van nieuw beleid.

b. Financiële gegevens Het vermogen van de gemeenschappelijke regeling omvat per 1-1-2026 € 25,8 miljoen. Dit is samengesteld uit de algemene risicoreserve afvalverwerking en het nazorgfonds voor de gesloten stortplaats Bavel-Dorst. Daarnaast is in het verleden reeds een aanbetaling gedaan aan de provincie in het kader van de nog over te dragen stortplaats in Zevenbergen. Het aandeel van de gemeenschappelijke regeling van deze vooruitbetaling is per 1-1-2026 gewaardeerd op € 11,9 miljoen. Deze middelen zijn belegd in het provinciale Nazorgfonds en hebben over 2025 een rendement opgeleverd van 5,27%. De voorziening nazorg stortplaatsen dient ter financiering van de eeuwigdurende nazorg voor de gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen. Door de 10 verantwoordelijke gemeenten is deze nazorg opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling. De hoogte van deze voorzieningen wordt bepaald door het contant maken van de kosten behorende bij de opgestelde nazorgplannen. Zevenbergen De Wet milieubeheer stelt dat de provincie verantwoordelijk wordt voor de nazorg nadat voor de stortplaats een sluitingsverklaring is afgegeven door de provincie. Hiervoor dient o.a.

een plan opgesteld te worden waarin wordt aangegeven op welke wijze de stortplaats na afgifte van de sluitingsverklaring kan worden beheerd, zodanig dat deze geen nadelige gevolgen voor het milieu veroorzaakt: het nazorgplan. Op basis van dit nazorgplan wordt vervolgens door middel van een landelijk hiervoor gehanteerd rekenmodel bepaald hoe hoog het doelvermogen op het moment van overdracht aan de provincie zou moeten zijn om de eeuwigdurende nazorg te bekostigen. Naast de technische inhoud van het nazorgplan zijn de rekenrente en het overdrachtsjaar die meegenomen worden in de berekening van grote invloed op de uitkomst hiervan. In 2018 is naar aanleiding van het uitvoeren van de 5-jaarlijkse ALM-studie door de provincie Noord Brabant (PNB) de rekenrente van 5,06% naar 3,65% bijgesteld. Naar aanleiding hiervan is een overeenkomst tussen PNB en de Brabantse exploitanten, waaronder GR NGS, afgesloten waarin is afgesproken dat er binnen een periode van 5 jaar onderzocht zou worden of er mogelijkheden zijn om het benodigde doelvermogen omlaag te brengen. Tevens was hierin opgenomen dat PNB gedurende de looptijd van de overeenkomst geen heffingsaanslag op zou leggen naar aanleiding van de verlaagde rekenrente. Deze overeenkomst is in juni 2024 afgelopen.

Vanaf het aangaan van deze overeenkomst werd er al vrijwel direct gesproken over een verlenging van de overeenkomst met vijf jaar. PNB en de exploitanten hebben altijd de intentie gehad om de overeenkomst te verlengen maar in het bestuurlijk overleg in 2024 is besloten om dit niet te doen. De provincie heeft begin 2024 naar aanleiding van een nieuwe ALM-studie de rekenrente formeel vastgesteld op 3,45%, gekoppeld aan de UFR-EIOPA, en heeft later datzelfde jaar aangegeven dat er een heffingsaanslag wordt opgelegd n.a.v. de gewijzigde rekenrente. Afgesproken is dat de tussentijdse nazorgplannen van de exploitanten geactualiseerd worden. In de afgelopen periode is er door GR NGS op aangestuurd om een overdrachtsdatum ver in de toekomst op te nemen in het nazorgplan. Daarbij werd verwacht dat de op dit moment in het nazorgfonds aanwezige gelden voor stortplaats Zevenbergen zo goed als toereikend zouden zijn, waardoor er geen heffing, dan wel slechts een beperkte en beheersbare heffing, noodzakelijk zou zijn. Hiermee is PNB niet akkoord gegaan: zij houden vast aan overdracht van de stortplaats in 2030.

Het concept tussentijdse nazorgplan voor stortplaats Zevenbergen is in januari 2026 ingediend bij de provincie ter beoordeling en vervolgens vaststelling. Op basis van de (technische en juridische) beoordeling van het nazorgplan en na nadere afstemming m.b.t. de inhoud van het plan is er door PNB een berekening gemaakt van het nieuwe doelvermogen waarop de voorlopige heffingsaanslag gebaseerd is. Deze berekening is gemaakt aan de hand van het hiertoe vastgestelde landelijke rekenmodel (RINAS). Hierbij heeft de provincie gerekend met 2030 als jaar van overdracht en een rekenrente van 3,3%, conform UFR-EIOPA 2026. De heffingsaanslag is op 15 april 2026 ontvangen door GR NGS en bedraagt € 9,3 mln. Van dit bedrag is 80,7% voor de rekening van GR NGS, zijnde € 7,5 mln. In de begroting wordt dit bedrag geleend uit de voorziening Bavel-Dorst tegen 2% rente en in 10 jaarlijkse termijnen terugbetaald. Attero is verantwoordelijk voor de overige 19,3% van het doelvermogen. Bavel-Dorst De stortplaats Bavel-Dorst valt niet onder de Wet milieubeheer en de financiering van de eeuwigdurende nazorg blijft dus de verantwoordelijkheid van de gemeenschappelijke regeling. Sweco Nederland B.V. is vergunninghouder, eigenaar en uitvoerende partij van de overeengekomen nazorgtaken. De GR NGS beheert het nazorgfonds.

Een jaarlijkse bijdrage vanuit de deelnemende gemeenten is noodzakelijk om het doelvermogen op peil te houden. GR NGS is gebonden aan het schatkistbankieren. Het beheer van Bavel-Dorst wordt uitgevoerd als ware het een stortplaats die wel onder de Wet milieubeheer valt. Hierdoor liggen de kaders voor het eeuwigdurende beheer vast. Uit onderzoek naar de afdeklaag van Bavel-Dorst is gebleken dat gesteld kan worden dat deze minstens 100 jaar mee kan in plaats van 50 jaar. Naar aanleiding hiervan is het nazorgplan voor Bavel-Dorst geactualiseerd en is het benodigde doelvermogen bijgesteld. Dit geeft inzicht in de benodigde omvang van het doelvermogen voor Bavel-Dorst in de komende jaren. Alle middelen voor Bavel-Dorst zijn belegd in de schatkist en genereren (bescheiden) renteopbrengsten. In het provinciale nazorgfonds, waar ook de circa € 15 miljoen voor Zevenbergen onderdeel van is, wordt vanaf eind 2019 weer belegd, waardoor hier weer een rendement gehaald wordt op de gelden. Derhalve verdient het de voorkeur om de kosten voor de pre- en nazorg ten laste te brengen van de voorziening Bavel-Dorst. Door prijs- en looncompensatie stijgen de kosten voor het onderhoud door Sweco. In de begroting is hiervoor een prijsindicatie opgenomen. De voorziening nazorg stortplaatsen is bestemd voor de financiering van de eeuwigdurende nazorg van de stortplaats.

De onderhoudskosten worden ten laste van deze voorziening gebracht. Gelet op de kostenontwikkeling is het noodzakelijk dat de omvang van de voorziening toeneemt. c. Gemeentelijke bijdrage Sinds 2019 was de bijdrage vanuit onze gemeente aan de GR NGS jaarlijks € 30.965. Sindsdien is de bijdrage niet geïndexeerd. De door de provincie opgelegde heffingsaanslag van € 7,5 miljoen, om te voldoen aan het benodigde doelvermogen van de GR NGS, heeft gevolgen voor de bijdrage van onze gemeente. De gemeentelijke bijdrage wordt berekend aan de hand van het inwoneraantal per gemeente. Onze bijdrage bedraagt hierdoor 4,67% van de totale bijdrage binnen GR NGS. Voorgesteld is om ééns per 10 jaar het inwoneraantal te actualiseren. De heffingsaanslag van € 7,5 miljoen van de provincie voor de stortplaats Zevenbergen wordt in eerste instantie gefinancierd uit de voorziening van de stortplaats Bavel-Dorst, maar dit betekent dat de deelnemende gemeenten dit bedrag nog verschuldigd zijn aan GR NGS. Om die reden is besloten dit bedrag in 10 jaar, in gelijke delen, door middel van de jaarlijkse bijdrage terug te betalen. Voor dit geleende bedrag wordt een renteopslag van 2% per jaar doorberekend. Dit betekent voor onze gemeente dat de jaarlijkse bijdrage vanaf het jaar 2027 is berekend op € 75.653.

In deze hogere jaarlijkse bijdrage is opgenomen het jaarlijkse aflossingsbedrag en de over de lening berekende renteopslag van 2%.

d. Gemeentelijk standpunt Vanuit de GR NGS is de mogelijkheid geboden om als individuele gemeente te besluiten om het aandeel in de heffingsaanslag vanuit de provincie in één keer te voldoen, in plaats van dit via de jaarlijkse bijdrage terug te betalen. In het geval van onze gemeente zou dit gaan om een incidenteel bedrag van € 359.574 voor het jaar 2026. Dit besluit dient in dat geval uiterlijk in september 2026 genomen te worden en het verschuldigde bedrag dient vóór 1 december 2026 overgemaakt te zijn aan de GR NGS. De voorkeur van het college zou zijn om gebruik te maken van de mogelijkheid om het aandeel van de gemeente Geertruidenberg in één keer te betalen in 2026. Hiermee worden de rentekosten over de komende 10 jaar bespaard en hoeven deze kosten niet meerjarig meegenomen te worden in onze bijdrage aan de GR NGS. Omdat het hier om een incidentele last gaat kan de vrije algemene reserve aangewend worden ter dekking. Als gevolg van het in één keer betalen van dit bedrag zou, volgens de berekening van GR NGS, de jaarlijkse bijdrage vanaf 2027 € 28.603 worden. De ontwerpbegroting 2027 geeft verder geen aanleiding om een zienswijze in te dienen.

7. WAVA MidZuid, portefeuillehouder M. Hofkens en H. de Jongh a. Beleidsontwikkelingen Er wordt gewerkt aan de strategische toekomstvisie van MidZuid 2027-2032. De toekomstvisie moet duidelijkheid geven over de doelgroepen en aantallen medewerkers die komende jaren gebruik gaan maken van MidZuid, met de daarbij behorende meerjarige financiële afspraken. Het doel is meer stabiele en voorspelbare financiële lasten voor MidZuid en gemeenten. MidZuid zet in op circulariteit via een circulair ambachtscentrum met: kledingsortering, kledingverkoop, naaiatelier en fietsenwerkplaats. Naast de bijdrage op het gebied van schaarste van grondstoffen en duurzaamheid, biedt dit ook uitbreiding van ontwikkellijnen voor inwoners bij MidZuid. Ook blijft MidZuid inzetten om via inclusieve technologie inwoners met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt te ondersteunen. Denk daarbij aan: Exoskeletten, AR-technologie en taalondersteuningstechnieken. Onderzoeksbureau Berenschot heeft de strategische toekomstscenario’s voor MidZuid uitgewerkt. Het bestuur heeft een aantal uitgangspunten voor het toekomstscenario vastgesteld.

Laatste kwartaal 2025 heeft het bestuur een toekomstscenario gekozen, waarbij gemeenten Oosterhout en Drimmelen een voorkeur hebben uitgesproken voor het scenario waarbij de dienstverlening op het huidige niveau wordt voortgezet en gemeenten Altena en Geertruidenberg voor een scenario om te verkennen welke meerwaarde een meer geïntegreerde dienstverlening oplevert. Deze verkenning wordt in 2026 uitgewerkt en vertaald in het bedrijfsplan 2026-2032. In oktober 2026 staat de besluitvorming over het strategisch bedrijfsplan gepland. De begroting 2027 is gebaseerd op het voortzetten van de huidige dienstverlening van MidZuid, die zich vertaalt in een oplopende gemeentelijke bijdrage.

b. Financiële gegevens De begroting 2027 is gebaseerd op de herziene begroting 2026. De begroting 2027 is aangepast voor ontwikkelingen die na het opstellen van de herziene begroting 2026 bekend zijn geworden. Zoals de financiële gevolgen van de nieuwe Cao Aan de slag, door onder andere de verkorting van de werkweek van 37 naar 36 uur. In deze begroting wordt uitgegaan van het in stand houden van het huidige pand met een beperkte investering om het gebouw op het niveau te brengen van de wettelijke eisen voor verduurzaming. De gemeentelijke bijdrage in het meerjarenperspectief laat een stijgende lijn zien. In de begroting 2027 zijn de bedragen van de herziene begroting 2026 geïndexeerd en geactualiseerd voor de netto-omzet. Daarnaast is in de gemeentelijke bijdrage vanaf 2028 rekening gehouden met de benodigde investeringen om het huidige pand naar energielabel A te krijgen. MidZuid Herziene begroting 2025 Ontwerpbegroting 2026 Herziene begroting 2026 Ontwerpbegroting 2027

2026 € 523.501

2027 € 512.455

2028 € 567.172

2029

2030

€ 549.141

€ 563.523

€ 618.479

€ 604.619

€ 548.695

€ 563.380

€ 618.033

€ 604.173

€ 604.173

€ 612.789

€ 675.483

€ 665.817

€ 670.983

MidZuid wordt geconfronteerd met kostenstijgingen door de afschaffing van de transitievergoeding. Dit resulteert in extra uitgaven aan transitievergoedingen die oplopen tot meer dan € 300.000 per jaar. Daarnaast staat het resultaat onder druk door de verkorting van de werkweek met behoud van salaris en de uitstroom van de Wsw, de kosten om te voldoen aan de duurzaamheidseisen van de huisvesting en algemene kostenstijgingen.

c. Gemeentelijk standpunt De gemeentelijke bijdrage loopt op. De zorgen hierover worden in het bestuurlijk en ambtelijk overleg met MidZuid uitgesproken. Wij zijn echter intensief in gesprek met MidZuid en er loopt een gezamenlijk traject dat moet resulteren in een stabiele en voorspelbare ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage. Samen met gemeente Altena en MidZuid verkennen we of een meer geïntegreerde dienstverlening hieraan kan bijdragen. Wij stellen voor om de uitkomsten van de verkenning af te wachten en in te stemmen met de begroting en geen zienswijze in te dienen over de begroting 2027 van de Gemeenschappelijke regeling WAVA MidZuid.

8. Uitvoering administratieve en inhoudelijke taken betreffende het voorkomen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (Regionaal Bureau Leren; RBL), portefeuillehouder A. van Rooij Doel Gemeenten zijn wettelijk verplicht om schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten zoveel mogelijk te voorkomen. De gemeente Geertruidenberg neemt deel aan de Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten, beter bekend onder de naam Regionaal Bureau Leren (RBL) West Brabant. Alle veertien deelnemende gemeenten hebben hun administratie overgedragen aan het RBL WestBrabant. Binnen deze regeling werken veertien gemeenten samen aan het voorkomen en terugdringen van verzuim en schooluitval. Het RBL werkt op twee niveaus. Niveau 1. Alle veertien gemeenten nemen niveau 1 af. Dit is de gezamenlijke leerplicht- en doorstroompuntadministratie en de regionale coördinatie van het Doorstroompunt. Niveau 2. Vijf gemeenten –Breda, Moerdijk, Drimmelen, Geertruidenberg en Oosterhout – nemen daarnaast ook niveau 2 af. Dit is de uitvoering van begeleiding en toezicht op leerplicht en kwalificatieplicht voor jongeren van 5 tot 27 jaar. Door deelname aan deze gemeenschappelijke regeling worden deze taken op een effectievere en efficiëntere manier nagekomen dan wanneer we dit als gemeente alleen zouden doen.

De speerpunten van het RBL zijn: • het voorkomen en verminderen van schoolverzuim • het borgen van het recht op onderwijs • het terugdringen van voortijdig schoolverlaten

a. Beleidsontwikkelingen Belangrijke onzekerheden en aandachtspunten 2027: 1. Financiering en verantwoording Vanaf 2026 zijn Leerplicht en Doorstroompunt financieel gescheiden: Leerplicht loopt via gemeentelijke bijdragen; Doorstroompunt via de landelijke SPUK-regeling. Door de verruiming van de doelgroep naar 27 jaar neemt de SPUK-bijdrage toe; VSV-middelen worden alleen voor VSV-projecten. Doordat de Spuk regeling een strengere verantwoording geldt, kan en mag deze niet meer ingezet worden op andere onderdelen zoals voorheen gebeurde. Dit betekent hogere structurele lasten voor de gemeenschappelijke regeling. 2. Preventieve kanteling en formatie Preventie als fundament: Regionaal wordt ingezet op vroegsignalering en preventieve interventies. RBL streeft voor alle deelnemende gemeenten naar een uniforme, preventieve aanpak voor (dreigend) verzuim, schooluitval en thuiszitten. Dit vereist aanpassing van processen en KPI’s richting vroegtijdige interventie. Om meer preventief te werken is ook extra capaciteit nodig bij leerplicht/doorstroomcoaches en bij het Doorstroompunt (niveau 2-taken). Structurele formatieuitbreiding wordt daardoor in de begroting 2027 opgenomen. 3.

Uitbreiding doelgroep en operationele gevolgen Conform nieuwe wetgeving werkt het Doorstroompunt toe naar ondersteuning van jongeren tot 27 jaar; dit vergroot de caseload en vraagt om andere samenwerkingsafspraken met onderwijs, samenwerkingsverbanden, participatie en arbeidsmarkt. Regionale afstemming en gegevensuitwisseling worden hiermee steeds belangrijker. Daarnaast moeten gemeenten die niveau 2 afnemen extra uitvoering en toezicht organiseren voor 5–27-jarigen. Dit beïnvloedt taakverdeling binnen de gemeenschappelijke regeling. 4. Wettelijke en ICT-opgaven Aanpassingen in wet- en regelgeving en lokale ambtsinstructies vragen actualisatie van procedures en bevoegdheden. Gemeenten moeten hun bestuurlijke en uitvoeringsinstructies hierop afstemmen.

Daarnaast zijn de vernieuwing van verwerkersovereenkomsten (AVG), implementatie van Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer en website-vernieuwing gepland.

b. Financiële gegevens De begroting volgt de regionale financiële richtlijnen gericht op kostenstabilisatie en realistisch begroten. Belangrijke punten hierbij zijn: - Gemeenten dragen bij aan de kosten van niveau 1 en 2 op basis van de BBP-prijsindex (1,025%) en loonontwikkeling overheid (1,057%) uit de septembercirculaire 2025. - Er is een post onvoorzien en een opslag voor ziekteverzuim opgenomen. - Het RBL houdt geen reserves aan; kosten worden geheel doorberekend aan de gemeenten. Voor Geertruidenberg betekent dit een verhoging van de bijdrage in 2027 met € 18.837 (van € 116.211 naar € 135.084).

c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp begroting 2027 geeft geen aanleiding om aanvullende opmerkingen te maken. Het voorstel is dan ook om kennis te nemen van de ontwerp begroting 2027 van het Regionaal Bureau Leren

9. BVO Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), portefeuillehouder A. van Rooij a. Beleidsontwikkelingen De functionaliteiten die op dit moment zijn ondergebracht bij het CJG (zoals preventie, toegang, triage, lichte ondersteuning en regievorming) worden per 1 januari 2027 geïntegreerd in het Stevig Lokaal Team (SLT). Dit heeft directe gevolgen voor de huidige rol en organisatievorm van het CJG binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Drimmelen-Geertruidenberg. De impact wordt momenteel onderzocht. Daarbij is het voor Drimmelen en Geertruidenberg ook relevant wat deze transitie betekent voor de toekomst en continuïteit van de huidige bedrijfsvoeringsorganisatie binnen de GR CJG DG. Over de uiteindelijke positionering van het CJG in de toekomst zal nog apart besluitvorming moeten plaatsvinden. Vanwege deze onduidelijkheden maar ook omdat er op dit moment geen ander besluit ligt, is deze programmabegroting 2027 nog gebaseerd op ongewijzigd beleid. We handelen met betrekking tot contracten e.d., zodra er een besluit is genomen.

b. Financiële gegevens Aangezien het CJG een gemeenschappelijke regeling is, is het gebonden aan een aantal verplichtingen, waaronder het indienen van een jaarrekening en ontwerpbegroting. Gezien bovenstaande beleidsontwikkelingen zal de vorm van het CJG vanaf volgend jaar veranderen (per 1 januari 2027 wordt een SLT vormgegeven, dit loopt middels een aanbestedingstraject). Daarom is ervoor gekozen om de begroting van 2026 als basis te gebruiken voor de ontwerpbegroting 2027. De huidige begroting is beleidsarm opgesteld om aan bovengenoemde verplichting te voldoen in de wetenschap dat komende ontwikkelingen effecten zullen hebben op de GR BVO CJG.

c. Gemeentelijk standpunt Op basis van bovenstaande wordt voorgesteld om geen zienswijze op de ontwerpbegroting 2027 in te dienen.

10. Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW), portefeuillehouder H. de Jongh a. Beleidsontwikkelingen In de Ontwerpbegroting 2027 van SVHW is ervan uitgegaan, dat er geen nieuw beleid uitgevoerd wordt. In de Begroting 2027 zijn de afspraken uit de Kadernota 2027 verwerkt. Naast de Kadernota 2027 zijn ook de structurele effecten uit de Jaarrekening 2025 opgenomen in de Begroting 2027. Deze effecten leiden tot lagere kosten met name door inkoopvoordelen en een lagere vergoeding voor proceskosten. Ook is in de Begroting een aanpassing gedaan in de KPI’s voor de strategie. De nieuwe KPI’s zijn voor de Jaarrekening 2025 voor het eerst ontwikkeld en gemeten. Daardoor is meer zicht gekomen op de haalbaarheid van de KPI’s. Het doel van de KPI’s is om richting te geven en te groeien naar de ambities uit 2030. Door de KPI’s verder te analyseren kunnen we de juiste projecten en maatregelen uitvoeren om de dienstverlening te verbeteren en te ontwikkelen richting de ambities uit de strategie. Waar nodig worden n de KPI’s bijgesteld. Er zijn geen grote beleidsveranderingen in de Begroting 2027 opgenomen. Over het al dan niet doorvoeren van een kosteloze herinnering voorafgaand aan de aanmaning wordt bij de zienswijze procedure voor de Begroting 2027 specifiek een zienswijze gevraagd aan de vertegenwoordigende organen.

Tenslotte is in de Begroting 2027 het investeringsbesluit van het AB van 4 februari 2026 om het kantoorpand van SVWH te verduurzamen verwerkt. De investering wordt vanaf 2028 afgeschreven, rekening houdend met de resultaatbestemming 2025. Er is echter één beleidsonderwerp waarop het Algemeen Bestuur (AB) van SVHW de vertegenwoordigende organen vraagt om een zienswijze. Dit betreft het al dan niet toevoegen van de kosteloze herinnering aan het invorderingsproces bij SVHW. De gemeente Geertruidenberg is in 2025 toegetreden tot de SVHW. De gemeenteraad heeft op 21 januari 2026 een brief gestuurd aangaande de aanslag gemeentelijke belasting en belasting Waterschap naar de gemeenteraden en het AB van het waterschap aangesloten bij de SVHW. In de brief staat dat de raad van Geertruidenberg is aangesproken over de werkwijze van de SVHW door inwoners. De aanslag zelf is over het hoofd gezien of niet als zodanig herkend. Hierop is een boete opgelegd bij de eerste aanmaning. In de brief wordt ervoor gepleit dit te wijzigen.

b. Financiële gegevens Per saldo zijn de totale lasten (€ 16.476.000) in de eerste Begrotingswijziging 2026 € 1.068.000 lager dan in de Begroting 2026 (€ 17.544.000). In de Kadernota 2027 was voor 2026 rekening gehouden met hogere lasten van € 355.000 ten opzichte van de primaire Begroting 2026. Dit geeft per saldo een verschil van € 1.423.000 ten opzichte van de Kadernota 2027. Bij de Kadernota 2027 waren de uitkomsten van de Jaarrekening 2025 nog niet bekend. Per saldo zijn de totale lasten (€ 17.371.000) in de Begroting 2027 € 399.000 lager dan in de Meerjarenbegroting 2026 (de totale lasten in de Meerjarenbegroting 2026 waren voor 2027 € 17.719.000). Ten opzichte van de bedragen in de Kadernota 2027 zijn de totale lasten in de Begroting 2027 € 1.126.000 lager uitgekomen (de totale lasten in de Kadernota waren € 18.446.000). Zoals hierboven al staat vermeld waren bij de Kadernota 2027 de uitkomsten van de Jaarrekening 2025 nog niet bekend.

c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de 1e begrotingswijziging 2026; 2. Kennis te nemen van de ontwerp-begroting 2027; 3. De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 naar voren te brengen: a. Het Algemeen Bestuur te verzoeken conform de brief van de gemeenteraad Geertruidenberg (zie bijlage 12.6 van het Raadsvoorstel) om het huidige invorderingsproces te heroverwegen en alsnog te voorzien in een kosteloze herinnering voorafgaand aan het opleggen van invorderingskosten. Indien deze heroverweging leidt tot financiële consequenties, verzoekt de raad deze te verwerken in de definitieve Begroting 2027.

11. GR Regio De Baronie a. Beleidsontwikkelingen De ontwerpbegroting 2027 van Regio De Baronie betreft een sobere basisbegroting. De begroting is gericht op het borgen van de continuïteit van de samenwerking en sluit aan bij de ontwikkelfase waarin de organisatie zich bevindt. De ontwerpbegroting 2027 is vooral gericht op het laten functioneren van de samenwerking (regiobureau, programmatische afstemming en deelname aan SRBT). Structurele middelen voor de uitvoering van gezamenlijke projecten ontbreken. Daarmee is sprake van een bewuste keuze voor een voornamelijk procesmatige en netwerkgerichte samenwerking. Belangrijk is dat toekomstige inhoudelijke keuzes, taakuitbreidingen of structurele uitvoeringsmiddelen via afzonderlijke voorstellen aan de raden worden voorgelegd. Het is belangrijk te benadrukken dat dit een tijdelijke en basale begroting is, met mogelijke aanpassingen na vaststelling van de nieuwe Kernagenda 2027-2030.

b. Financiële gegevens Ontwerpbegroting 2027 De begroting is structureel sluitend en het weerstandsvermogen is voldoende, maar biedt geen ruimte voor substantiële uitvoeringsbudgetten. Eventuele uitvoering vraagt om aanvullende besluitvorming of een latere begrotingswijziging. De inwonerbijdrage stijgt via indexatie naar € 1,79 per inwoner. De begroting kent een beperkt risicoprofiel. Grote inhoudelijke of financiële uitbreidingen zijn niet vooruitlopend in de begroting verwerkt, waarmee de positie van de gemeenteraden bij toekomstige besluitvorming wordt geborgd. Inhoud / programma’s Binnen het kernprogramma Fysiek en de deelprogramma’s (Wonen, Duurzaamheid, Economie en Mobiliteit) zijn beperkte werkbudgetten (€ 12.500 per deelprogramma) opgenomen, bedoeld voor kennisdeling en voorbereiding. De inhoudelijke ambities zijn grotendeels afhankelijk van de nog op te stellen en vast te stellen Kernagenda 2027-2030.

c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2027 van de GR Regio de Baronie naar voren te brengen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=c7aab2e1-c3df-412b-b3af-5e497ff4dba5