CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Analyse begroting 2026 Verbonden Partijen

De raad besluit 3 juli 2025, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Jaarrekeningen 2024 en begrotingen 2026 van de Verbonden Partijen7.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 2 Analyse begroting 2026 Verbonden Partijen 1. Regio West Brabant (RWB), portefeuillehouder M. Witte a. Beleidsontwikkelingen Strategische Agenda en actieprogramma 2024-2028 In april 2024 stelde het Algemeen Bestuur van de RWB de strategische agenda 2024-2028 vast. RWB richt zich met deze strategisch agenda op drie bestuurlijke ambities namelijk de plantaardige, circulaire en innovatieve economie (in lijn met de Economic Board West-Brabant agenda). De agenda bevat vijf richtinggevende doelen waar de RWB op organiseert: Veerkrachtige overheid, Sterke netwerksamenwerking, Krachtige positionering, Stimulerend vestigingsklimaat en Lobby en multiplier. Richtlijnen begroting 2026 Op 7 november 2024 besloot de gemeenteraad van Geertruidenberg de regionaal voorbereide financiële en beleidsmatige richtlijnen voor begroting 2026 vast te stellen en op te leggen aan de Regio West-Brabant. Kaderbrief In de kaderbrief van 29 januari 2025 geeft RWB aan de financiële richtlijnen over te nemen en de unaniem opgelegde beleidsmatige richtlijnen over de strategische agenda te verwerken in het jaarplan 2025-2026 dat gelijktijdig met de ontwerpbegroting 2026 opgeleverd wordt. Ontwerpbegroting Op 31 maart 2025 ontvingen we de ontwerpbegroting 2026 van de RWB.

Hierin beschrijft de RWB wat ze binnen de strategische agenda willen bereiken en wat ze daarvoor gaan doen per richtinggevend doel waar de RWB op organiseert. Voor het onderdeel strategische agenda is ca. €1,5 miljoen opgenomen in de ontwerpbegroting. Dit budget komt overeen met de budgetten in 2024 en 2025. Werkplan 2025-2026 In maart 2025 is het werkplan RWB Nieuwe Economie 2025-2026 vastgesteld. Het werkplan beschrijft wat RWB en de deelnemende gemeenten in 2025 en 2026 gaan doen om de regionale ambities uit de Strategische Agenda te realiseren en wat daar voor nodig is. In het werkplan zijn maatregelen en acties opgenomen die bijdragen aan de benoemde activiteiten die de RWB met en voor de gemeenten in 2025 en 2026 uitvoert. Er wordt beschreven dat voor de uitvoering in 2025 ca. €1,5 miljoen inclusief beschikbare personele bezetting (10.33 fte) beschikbaar is en dat 2026 dezelfde inzet vraagt. Dit komt overeen met de ontwerpbegroting 2026. Governance RWB Met het vaststellen van de Strategische Agenda 2024-2028 is de RWB inhoudelijk een nieuwe koers ingeslagen. Daarnaast is het samenwerkingslandschap met de vorming van de Baronie samenwerking en de stedelijke regio’s SRWBW en SRBT veranderd. Deze ontwikkelingen hebben zijn weerslag op de RWB. Daarom is er aanleiding om de governance bij RWB te herzien.

Het AB heeft in december 2024 een bestuurlijke begeleidingsgroep samengesteld die in 2025 in de breedte naar de gewenste positionering, inrichting, bekostiging en rechtsvorm van de RWB kijkt. Daarnaast onderzoekt RWB in 2025 in afstemming met de stedelijke regio’s, B.V. REWIN West-Brabant en betrokkenen bij de shared services/regionale dienstverlening, de gewenste rolopvatting, inrichting, financiering en rechtsvorm van de verschillende RWB-onderdelen. Daarbij kijkt de RWB uitdrukkelijk ook naar de mogelijkheden van kostenbesparing. De financiële gevolgen hiervan zijn nog niet bekend en daarom niet in de begroting 2026 verwerkt. Beoordeling opgelegde financiële richtlijnen De ontwerpbegroting 2026 is conform de financiële richtlijnen budgetcyclus 2026 en Kaderbrief uitgewerkt. De richtlijn over Kleinschalig Collectief Vervoer komt overeen met de indexeringsafspraken die vastgelegd zijn in de vervoersovereenkomst en er wordt een bezuiniging gerealiseerd door de bijdrage aan het Onderzoek- en Ontwikkelfonds structureel te verlagen. Hiermee realiseert RWB in de ontwerpbegroting 2026 een bezuiniging die iets groter is dan de loon- en prijsstijging die voor 2026 voorzien wordt.

Beoordeling beleidsmatige richtlijnen Bij de kaderbrief heeft de RWB aangegeven de door de RWB gemeenteraden unaniem opgelegde beleidsmatige richtlijnen over de strategische agenda in heldere taal worden verwerkt in het werkplan 2025-2026. Er is in de ontwerpbegroting 2026 en of het werkplan 2025-2026 geen uitleg gegeven over het overnemen van deze richtlijnen en hoe en of deze richtlijnen verwerkt zijn. Hieronder is per richtlijn de beoordeling over de verwerking ervan opgenomen. 1. Welke doelen uit de strategische agenda en actieprogramma 2024 – 2028 in 2026 worden gerealiseerd en welke doelen in de periode 2027-2028 worden beoogd; Beoordeling: De bestuurlijke ambities en richtinggevende doelen uit de strategische agenda zijn groter dan in de periode van het actieprogramma behaald kunnen worden en ervan is niet bekend in welke mate deze op enig moment gerealiseerd moeten zijn en hoe dat dit resultaat gemeten wordt. Hierdoor is het niet mogelijk om doelen uit de strategische agenda alleen in 2026 te realiseren. De ontwerpbegroting 2026 en het werkplan 2025-2026 beschrijven wel maatregelen en acties die uitgevoerd worden voor activiteiten die volgens de RWB bijdragen aan de richtinggevende doelen en bestuurlijke ambities. Er wordt echter niet duidelijk gemaakt in welke mate dit bijdraagt aan de ambities en doelen en of deze daarmee behaald worden.

Ook is niet inzichtelijk welke inzet van anderen daarbij benodigd is. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen 2025 en 2026 en zodoende is ook niet inzichtelijk wat in 2026 gerealiseerd wordt. Ook is niet bekend welke doelen in de periode 2027-2028 beoogd worden. 2.

Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd; Beoordeling: Uit de jaarrekening 2024, ontwerpbegroting 2026 en werkplan 2025-2026 blijkt dat de inzet van de RWB op de strategische agenda jaarlijks (2024-2025-2026) ca. €1,5 miljoen in zijn totaal is inclusief beschikbare personele bezetting (10.33 fte). Een verdere onderverdeling van deze inzet naar verschillende activiteiten, maatregelen en acties of mate waarin en wanneer de richtinggevende doelen of bestuurlijke ambities daarmee behaald worden is niet bekend. Het is niet bekend welke gemeentelijke projecten of ambities door deze inzet behaald worden of welke inzet van gemeenten minimaal noodzakelijk is om de ambities en doelen uit de strategische agenda te behalen. Ook is niet bekend of en met name welke aanvullende minimale middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten minimaal benodigd zijn en gevraagd worden voor het behalen van de ambities en doelen uit de strategische agenda of voor de uitvoering van de ontwerpbegroting en het werkplan van de RWB.

3.

Of, en zo ja op welke wijze er voor de uitvoering van de actieagenda samenwerking nodig is met de Stedelijke Regio’s en REWIN en hoe deze samenwerking wordt vormgegeven; Beoordeling: Dit is nog niet bekend. Wel heeft de RWB een bestuurlijke begeleidingsgroep ingesteld die onder andere dit in 2025 onderzoekt en waarvan de resultaten later komen dan de (ontwerp)begroting 2026.

4.

Op welke wijze de verbinding met onderwijs en bedrijfsleven wordt gelegd bij de uitvoering van het actieprogramma. Beoordeling: Op welke wijze precies is onduidelijk. Enerzijds is dit te zien als een van de onderdelen van het onderzoek van de bestuurlijke begeleidingsgroep. Anderzijds is er een verbinding met onderwijs en bedrijfsleven de Economic Board West-Brabant (EBWB) en REWIN. Daarnaast wordt in het RWB werkplan 2025-2026 bij een groot aantal activiteiten opgenomen dat deze een relatie hebben met het jaarplan van de EBWB (coördinatie REWIN) en dat daarover afstemming voorzien is of dat de activiteit wordt uitgevoerd in EBWB-verband. De unaniem opgelegde beleidsmatige richtlijnen zijn niet verwerkt. De toezegging van de RWB bij de kaderbrief over het terugkomen op deze beleidsmatige richtlijnen in het werkplan 20252026 is niet volledig nagekomen.

De unaniem opgelegde beleidsmatige richtlijnen zijn niet verwerkt. De toezegging van de RWB bij de kaderbrief over het terugkomen op deze beleidsmatige richtlijnen in het werkplan 2025-2026 is niet volledig nagekomen. Nota reserves en voorzieningen RWB stelde (ontwerp) Nota reserves en voorzieningen op. In juli neemt het algemeen bestuur een besluit over het vaststellen van de nota. RWB voerde een risicoanalyse uit per onderdeel van de organisatie. De risicoanalyse leidt tot een noodzakelijke (en ook maximaal aan te houden)

buffercapaciteit van in totaal € 1.000.000. Als deze buffercapaciteit helemaal aanwezig is, bedraagt deze (de algemene reserve en de reserves per onderdeel) € 1.000.000 en dat is 3,3% van de RWBbegroting. Voor diverse onderdelen van de RWB heeft RWB al reserves met een bufferfunctie. In een aantal zit meer geld dan volgens het nieuwe plafondbedrag nodig is. Dat surplus wil RWB overhevelen naar de nog in te stellen algemene reserve. Deze algemene reserve van maximaal € 200.000 stelt RWB in om RWB-brede risico’s op de bedrijfsvoering op te vangen. Deze risico’s hangen vooral samen met onvoorziene personele kosten en, in mindere mate, met mogelijke ICT-problemen. Het vaststellen van de nota en het instellen van een algemene reserve past binnen de spelregels van de Nota Verbonden Partijen. Transitiebudget Met het oog op eventuele tijdelijke extra kosten van organisatorische veranderingen, houdt RWB in de begroting 2026 een algemeen transitiebudget van € 200.000 aan. Dit transitiebudget is structureel in de begroting opgenomen. Het budget dient echter om de tijdelijke extra kosten van de organisatorische verandering te dekken. We menen dat daarom geen structureel budget nodig is. b.

Financiële gegevens De gemeentelijke bijdrage aan de RWB bedraagt in 2026 € 806.798 en is als volgt opgebouwd: Apparaatkosten € 102.190 Bijdrage O&O fonds € 9.486 Bijdrage Rewin € 87.752 Regio-archeologie € 31.000 Bijdrage Mobiliteitsbureau € 23.500 Kosten KCV (deeltaxi) € 552.870 Totaal € 806.798 Dit is een daling ten opzichte van de begroting 2024. Het grootste verschil wordt veroorzaakt door een afname van de verwachte kosten voor KCV (deeltaxi). Dit heeft enerzijds te maken met een afname van het verwachte aantal ritten (-/- 5.000) en lagere kosten door de aanbesteding die in 2024 heeft plaatsgevonden. c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van het werkplan 2025-2026; 2. Kennis te nemen van de ontwerp-begroting 2026; 3.

De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2026 naar voren te brengen: • Het transitiebudget ad € 200.000 alleen voor 2026 op te nemen in de begroting; • De (door de gemeenteraden in de RWB unaniem) ingebrachte richtlijnen voor de budgetcyclus 2026 te verwerken in de definitieve begroting, waaronder in ieder geval het in heldere taal aangeven: o Welke doelen uit de strategische agenda en actieprogramma 2024-2028 in 2026 worden gerealiseerd en welke doelen in de periode 2027-2028 worden beoogd; o Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd.

2. Veiligheidsregio Midden- en West Brabant, portefeuillehouder M. Witte a. Beleidsontwikkelingen De VRMWB zet in het beleidsplan 2023 – 2027, op basis van de ambitie “we zijn een parate veiligheidsregio klaar voor actuele uitdagingen”, in op de volgende pijlers: 1. Stimuleren van redzaamheid in de samenleving: Het vergroten van de weerbaarheid van de samenleving, onder meer met het uitvoeren van publiekscampagnes en het uitwerken van een voor in ons gebied passend voorstel voor noodsteunpunten. 2. Bijdragen aan een veilige leefomgeving: De VRMWB draagt bij aan het vergroten van veiligheid en veerkracht in specifieke gebieden en op belangrijke thema’s door middel van gebieds- en themagerichte veiligheidsaanpak. Met de invoering van de Omgevingswet ziet de VRMWB een essentiële rol in de advisering over een veilige, gezonde en leefbare omgeving voor zichzelf. 3. Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet: Brandweerzorg meer toekomstbestendig maken zodat 24/7 paraatheid kan blijven geboden voor maatschappelijk aanvaardbare kosten. 4. Wendbare en duurzame organisatie: Versterken van weerbaarheid als organisatie en voorbereiden op (langdurige) verstoringen, waardoor na een omvangrijke storing of calamiteit snel herstelt kan worden. Om dit alles te realiseren is de begroting 2026 samengesteld met inachtneming van de vastgestelde begrotingskaders vanuit de kaderbrief 2026.

Herijking gewijzigd beleid - Volgend aan de kaderbrief 2026 is er geen nieuw beleid opgenomen in de beleidsbegroting 2026 en de meerjarenraming. - In 2018 is door het Algemeen Bestuur besloten de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel bij te stellen zodat er aansluiting is met de bijdrage uit het Gemeentefonds. Met ingang van begrotingscyclus 2023 actualiseren we jaarlijks de verdeelsleutels van de gemeentelijke bijdrage naar de meest recent beschikbare Cebeon-maatstaven. Het betreft enerzijds een set aan risicomaatstaven en anderzijds het gewicht dat deze maatstaf bijdraagt aan het totale risicoprofiel per gemeente. Voor de gemeente Geertruidenberg betekent het een verschil van 0,03% (1,83% in 2025 en 1,80% in 2026). - De totale gemeenschappelijke bijdrage 2026 inclusief intekentaken komen voor de gemeente Geertruidenberg uit op € 1.447.550. Begrotingswijziging 2025-1 Het begrotingssaldo wijzigt met € 758.000. Dit betreft met name actualisaties en indexaties. De algemene gemeentelijke bijdrage wijzigt niet. De FLO-intekentaak wijzigt wel, maar valt gunstiger uit voor de betreffende gemeenten. In de bijlage begrotingswijziging 2025-1 zijn de onderwerpen die hebben geleid tot de aanpassing van de begroting uitgebreid toegelicht.

Wanneer de veiligheidsregio een wijziging aanbrengt in de begroting die van invloed is op de gemeentelijke bijdrage, wordt deze wijziging ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden. b. Financiële gegevens GR (x €1.000)

Resultaat 2024

Totaal GR

€ 176

Meerjaren Ontwikkeling GR Begroting 2025 Totaal GR

€ 1 437 253

Ontwerp begroting 2026 € 1 447 550

Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR € 176

Resultaat bestemming terug naar gemeenten

Meerjaren begroting 2027 € 1 447 550

Meerjaren begroting 2027 € 1 447 550

€0 Meerjaren begroting 2028 € 1 447 550

De gemeentelijke bijdrage voor 2026 bedraagt voor de gemeente Geertruidenberg € 1.447.550. In 2025 was dit € 1.437.253, een stijging van 0,72%. Conform de gebruikelijke wijze is in bovenstaande tabel gerekend met constante bedragen, waarbij geen rekening is gehouden met inflatie. c. Gemeentelijk standpunt Geen zienswijze in te dienen tegen de eerste begrotingswijziging voor het jaar 2025. Deze begrotingswijziging heeft geen consequenties voor de gemeentelijke bijdrage van de gemeente Geertruidenberg. Geen zienswijze in te dienen tegen de begroting 2026 van de Veiligheidsregio Midden- en WestBrabant en de financiële gevolgen daarvan te verwerken voor de jaren 2026 tot en met 2028 in de eerste tussenrapportage 2025. In de richtlijnen begroting Verbonden Partijen 2026 heeft de gemeenteraad van Geertruidenberg aan de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant meegegeven dat de bijdrage gelijk moet blijven of beperkt mag stijgen ten opzichte van de bijdrage voor 2025. De bijdrage voor de Gemeente Geertruidenberg stijgt met 0,72% in 2026 ten opzichte van 2025. Dit is een beperkte stijging conform hetgeen in de richtlijn gevraagd. Zoals hierboven gesteld zal verdere besparing direct invloed hebben op de paraatheid en het veiligheidsniveau in onze regio. Daarom wordt voorgesteld om geen zienswijze in te dienen op de begroting 2026.

Hierbij moet wel de kanttekening gemaakt worden dat de Gemeente Geertruidenberg er vanuit gaat dat de twee genoemde onderzoeken ook tot daadwerkelijke besparingen leiden. Bij de stijging van de bijdrage zoals nu voorgesteld voor de jaren 2027 tot en met 2029 is er geen sprake meer van een beperkte stijging. Deze bedragen moeten na het onderzoek omlaag.

3. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV), portefeuillehouder A. van Rooij a. Beleidsontwikkelingen De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. De afgegeven inhoudelijke richtlijnen voor de RAV-begroting gaan in op het Landelijke Kwaliteitskader Ambulancezorg, de nieuwe urgentie-indeling, het Integraal Zorg Akkoord/Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg en het nieuwe meerjarenbeleidsplan van de RAV. In de conceptbegroting is het volgende opgenomen. •

Integraal Zorgakkoord (IZA) en Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg Beide landelijke stukken zijn van direct belang voor de ambulancesector en omvatten o.a. acute zorg aan huis, zorgcoördinatie, bestrijding personeelstekort en innovatie. Dit vereist samenwerking. In haar beleidsbegroting geeft de RAV aandacht aan de thema’s uit deze stukken.

•

Druk op de zorg De zorgsector staat onder toenemende druk door vergrijzing, toename sociale problematiek, steeds complexere zorgvraag, langer zelfstandig wonende ouderen en een tekort aan zorgpersoneel. Technische ontwikkelingen kunnen zorg in potentie efficiënter en beter maken. Dit vraagt wel om voortdurende investeringen en bijscholingen van personeel. De RAV geeft aan dat een deel van de bevolking onvoldoende digitaal vaardig is, wat drempels creëert in de toegang tot zorg.

•

Kwaliteitskader Ambulancezorg 2.0 Het kwaliteitskader 2.0 is gebaseerd op zeven pijlers van goede ambulancezorg waaronder bereikbaar & beschikbaar, patiëntgericht, professioneel en veilig. Het kwaliteitskader kent 23 signalen. Een signaal geeft een aanwijzing over de kwaliteit van de ambulancezorg. Tijdigheid is 1 van de aspecten van de kwaliteit van ambulancezorg. De kwaliteitssignalen hebben betrekking op het volledige ambulancezorgproces; van het aannemen en beoordelen van de zorgvraag door de meldkamercentralist, de beoordeling ter plaatse en de behandeling en het vervoer van de patiënt tot en met de overdracht van de patiënt aan een andere zorgverlener. De RAV geeft in bijlage 8 bij de begroting aan hoe het kwaliteitskader in de begroting is verwerkt. De resultaten van de signalen uit het kwaliteitskader van alle RAV’en worden jaarlijks gepubliceerd in het Sectorkompas ambulancezorg.

•

Verbeterde urgentie-indeling De verbeterde urgentie-indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. Het doel van de nieuwe urgentie-indeling is om in geval van echte spoed, in levensbedreigende situaties waarin tijd er echt toe doet, sneller bij de patiënt te zijn en in gevallen waarin dat mogelijk is, iets meer tijd te nemen voor de triage, zodat de patiënt direct op de juiste plek terecht komt en de best passende zorg krijgt. De RAV verwacht dat de verbeterde urgentie-indeling in 2026 volledig operationeel is. In de nieuwe indeling is de oude A1 urgentie opgedeeld in A0 (responstijd 15 minuten) en A1 (responstijd 17 minuten). De RAV heeft beide classificaties als indicator in de begroting opgenomen.

•

Hoofdthema’s in meerjarenbeleid en in 2026 De RAV heeft een meerjarenbeleidsplan opgesteld. De begroting 2026 geeft hier invulling aan met de volgende hoofdthema’s. o ‘A Great Place to Work’ De RAV besteedt in haar nieuwe beleidsplan aandacht aan de uitdagingen op de arbeidsmarkt. Zij wil aantrekkelijk zijn voor huidige en nieuwe collega’s. Functiedifferentiatie, innovatie met bv AI, doorgroeimogelijkheden, een eigen opleiding en duobanen met o.a. het Bravis Ziekenhuis worden hiervoor ingezet. o Netwerksamenwerking Zorgcoördinatie vraagt van de zorgaanbieders in de regio dat ze optimaal samenwerken in een netwerk van acute zorgaanbieders waarin de patiënt centraal staat.

o

Organisatieontwikkeling Zowel de eigen interne organisatie als de buitenwereld verandert snel. De RAV past haar organisatie en processen hierop aan met als doel de interne en externe samenwerking te verbeteren.

In de begroting staat niet vermeld of de RAV de stakeholders bij het opstellen van het beleidsplan heeft betrokken. Uit navraag blijkt dat is gebeurd door o.a. interviews met de voorzitters van het Dagelijks en Algemeen Bestuur, ziekenhuizen en zorgverzekeraars. Gemeenten geven hun inbreng ook bij de vaststelling van het beleidsplan in het dagelijks en algemeen bestuur. Duurzaamheid staat bij de RAV hoog in het vaandel en is onderdeel van de strategie. Er wordt o.a. gewerkt aan een duurzaam wagenpark, waaronder de elektrificatie van ambulances. De RAV heeft de ambitie om in 2026, onder normale omstandigheden, bij minimaal 95% van de hulpverleningen met urgentie A0 binnen 15 minuten na melding ter plaatse te zijn (gemeten op regioniveau RAV en niet per kern of gemeente). In 2026 verwacht de RAV voor de regio Midden-West 145.000 ambulanceritten (2025 108.000, 2024 125.000). b. Financiële gegevens De financiële richtlijnen zijn niet van toepassing. De RAV ontvangt namelijk geen gemeentelijke financiële bijdrage. De RAV werkt met een begroting die volledig is gedekt door het toegekende budget vanuit de zorgverzekeraars. Hierdoor hebben zij geen financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten nodig. c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt de raad het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de begroting 2026 2.

Vanwege het ontbreken van een financiële relatie tussen de RAV en de gemeente geen zienswijze over de begroting 2026 in te dienen.

4. Openbare Gezondheidszorg West-Brabant (GGD West-Brabant), portefeuillehouder A. van Rooij a. Beleidsontwikkelingen De doelen in de beleidsbegroting 2026 zijn gebaseerd op thema’s van de nieuwe toekomstvisie 20232033 en het beleidsplan 2023-2026 ‘Wij maken samen gezond gewoon’. Het jaar 2026 is het vierde en laatste jaar van het hierboven genoemde beleidsplan. Voor de GGD ligt de focus ligt op preventie en het bevorderen van gezondheid en een gezonde en veilige leefomgeving. Mentale en fysieke gezondheid zit in alle aspecten van de samenleving, vandaar ook de inzet van de GGD binnen het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Actief Leven Akkoord (GALA). De begroting is niet helemaal in lijn met de kadernota 2026 en de ingediende beleidsmatige richtlijnen. Van de drie afgegeven richtlijnen kan alleen nog niet voldaan worden aan de laatste. Dat gaat over het gevraagde gedetailleerder inzicht in de (financiële en formatieve) inzet op de basistaken per gemeente. De GGD kan dat nu niet leveren omdat het niet beschikt over voldoende capaciteit hiervoor. In het Algemeen Bestuur van april 2025 is besloten dat een gedetailleerder inzicht meegenomen wordt in het traject Samen Sterker. (Zie ook 6.

Overige aandachtspunten) De begroting 2026 is opgesteld aan de hand van ambities uit het eerdergenoemde beleidsplan en is puntsgewijs toegelicht hoe de GGD deze ambities wil verwezenlijken: Ambitie 1. Voorkomen als het kan, beschermen als het moet Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 heeft de GGD, samen met partners, voor inwoners een fundament gebouwd voor een gerichte en lokale aanpak op het gebied van preventie en gezondheid. Ambitie beleidsbegroting 2026: In 2025 moet meer duidelijkheid komen over de middelen voor structurele infectieziektebestrijding en vervolg IZA en GALA. Volgens verschillende scenario’s wordt gekeken welke impact dit gaat hebben voor de dienstverlening van de GGD. De GGD zal ook in 2026 vanuit een adviserende/coördinerende rol verder blijven werken vanuit IZA en GALA, die de basis vormen voor omslag van zorg naar gezondheid. Daarnaast gaat de GGD een rol spelen als netwerkpartner in het regionaal netwerk suïcidepreventie en worden werkgevers actief benaderd door de GGD om specifieke doelgroepen te kunnen benaderen en duurzaamheid on de aandacht te brengen. Ambitie 2. Iedereen verschillend, allemaal gelijk Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 zien we de groei in gezonde levensjaren bij iedereen in West-Brabant toenemen, waarbij de GGD focust op de groep die dit het hardst nodig heeft.

Ambitie beleidsbegroting 2026: Deze ambitie wil de GGD dit evenals voorgaande jaren vooral bereiken door nog meer aan te sluiten bij de gezondheidsvaardigheden van mensen. De nadruk ligt niet alleen op de Jeugdgezondheidszorg en harmonisatie van het huidige aanbod, maar ook aandacht voor seksuele gezondheid, het versterken van de positie van de GGD in de Openbare Gezondheidszorg en het onderbrengen van de publieke gezondheidszorg asielzoekers bij de JGZ. Ambitie 3. Overal om ons heen, binnen en buiten Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 zijn gezondheid, (sociale) veiligheid en duurzaamheid prioriteit in de leefomgeving en wijkontwikkeling. Ambitie beleidsbegroting 2026: Het gezond inrichten van de fysieke en sociale omgeving kan duurzaam bijdragen aan het verminderen van ziektes door beweging te stimuleren, door bijvoorbeeld rekening te houden met luchtkwaliteit en schaduwrijke speel- en sportplekken. In 2026 zet de GGD in op: • Gebruik maken van bewezen aanpakken op scholen ter bevordering van de mentale gezondheid;

• •

Toezicht op de Voorschoolse Educatie; GGD gaat met gemeenten in gesprek over hun positie in het ruimtelijk domein.

Ambitie 4. Zelf, maar niet alleen Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 is de kennis en informatie om zelf regie te kunnen nemen en houden laagdrempelig beschikbaar in West-Brabant. Ambitie beleidsbegroting 2026: In 2026 zet de GGD in op altijd bereikbare informatie, gezamenlijk preventieaanbod, kennis in heldere taal en aan inwoners echt een stem geven. Daaronder vallen b.v. de inzet van ervaringsdeskundigen, het bevorderen van zelfredzaamheid etc. vooral bij (potentiële) kwetsbare groepen. Dit is slechts een korte weergave van hetgeen de GGD in 2026 gaat doen voor de deelnemende gemeenten. Voor een volledig overzicht wordt gemakshalve verwezen naar de beleidsbegroting 2026. Aandachtspunt: Het effect van de voorgestelde bezuinigingen is nog niet volledig in kaart te brengen. b.Financiële gegevens Begrotingswijziging In de 1e begrotingswijziging zijn de volgende wijzigingen verwerkt: • Mutatie in de bestemmingsreserve uitbraak infectieziekten; • SPUK VGGD 2024 en Rijksbijdragen; • Administratieve wijzigingen. Omdat deze begrotingswijziging geen gevolgen heeft voor de hoogte van de gemeentelijke bijdragen wordt deze alleen ter informatie aangeboden. Dit is conform de vorig jaar vastgestelde herziene Gemeenschappelijke Regeling.

Begroting 2026 In 2026 staan de financiële middelen onder druk, bij zowel de gemeenschappelijke regelingen als bij de gemeenten vanwege landelijke bezuinigingen. Het bestuur heeft de GGD een bezuinigingsopdracht van 4% gegeven. Van de totale besparingsopgave van EUR 950.000 vangt de GGD zelf EUR 525.000 op. Dit zijn de kosten die buiten de eigen invloedsfeer liggen, denk aan bijv. personele kosten, huisvesting en IT en automatisering. Het algemeen bestuur heeft keuzes gemaakt (samen trap op of trap af) en deze zijn verder uitgewerkt in de begroting onder 3.2 voor de resterende EUR 425.000 aan besparingen. De effecten op de totale gemeentelijke bijdrage zijn kort toegelicht in de tabel op pagina 39 van de beleidsbegroting. Deze hadden nader gespecificeerd kunnen worden. De indexering komt uit op 3,31%. Er is nog geen besluitvorming over een nieuwe CAO per 1 april a.s. Er volgt mogelijk nog begrotingswijziging. De gemeentelijke bijdragen stijgen met niet beïnvloedbare kosten. Voor Geertruidenberg komt de bijdrage 2026 uit op EUR 1.065.254. Dit is incl. overheveling plustaak WKO, wat voorheen via aparte facturen aan de GGD werd betaald. Er wordt voldaan aan de afgegeven financiële richtlijnen. Ook aan de aanvullende financiële richtlijn om de bijdragen gelijkt te laten blijven of beperkt te laten stijgen wordt gehoor gegeven door de bestuurlijke bezuinigingsopdracht.

Overige aandachtspunten Door de gezamenlijke visie voor de publieke gezondheid in 2023 en de jaarplannen 2025 werken de GGD West-Brabant en GGD Hart voor Brabant al samen. Vanwege toenemende uitdagingen, o.a. vergrijzing inwoners en arbeidsmarktschaarste wordt een intensievere samenwerking met GGD Hart van Brabant in 2025 verder onderzocht en uitgewerkt onder de naam ‘Samen Sterker’ met als doel voor de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 tot besluitvorming te komen. c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande aandachtspunten, wordt de raad het volgende voorgesteld: 1. Kennis te nemen van de begrotingswijziging 2025. 2. Geen zienswijze over de ontwerpbegroting 2026 naar voren te brengen.

5. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, portefeuillehouder M. Witte a. Beleidsontwikkelingen De beleidsbegroting bestaat uit de onderdelen (beleids-)ontwikkelingen, vanuit beleid naar uitvoeringsprogramma en strategische agenda. In de ontwerpbegroting wordt een inhoudelijke toelichting gegeven op de taken waarvoor de OMWB zich in 2026 ziet gesteld. Per vakgebied wordt inzicht gegeven in de te verrichten taken, de beoogde doelen en ook de te bereiken resultaten. b. Financiële gegevens De conceptbegroting 2026 is in financiële zin sluitend. In de begroting 2026 is rekening gehouden met een gemiddelde loonkostenstijging van 3,8% en een gemiddelde prijsstijging van 2,2% ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2025. Deze percentages zijn gebaseerd op de septembercirculaire 2024 van het ministerie van BZK. De OMWB hanteert in de begroting een gemiddeld, voorcalculatorisch uurtarief voor de geraamde bijdragen van deelnemers. De afrekening (ten opzichte van de bevoorschotting) vindt plaats tegen de gedifferentieerde nacalculatorische tarieven. In de ontwerp-begroting 2026 is voor de tariefsaanpassing rekening gehouden met de indexaties volgens de septembercirculaire 2024. Op het tarief is een kostencorrectie toegepast van € 1,00. Deze kostencorrectie is mogelijk door een verjonging van de organisatie en de aanschaf van ICT apparatuur in plaats van (duurdere) lease.

Het gemiddelde, voorcalculatorische tarief voor 2026 bedraagt afgerond € 119,80 (gemiddeld tarief 1e begrotingswijziging 2O25 € 116,75). De productiviteitsnorm bedraagt 1.295 uur. De met de deelnemers afgestemde werkprogramma’s 2025 hebben als basis gediend voor de conceptbegroting 2026. Het werkaanbod is geraamd op 389.000 declarabele uren. In de begroting is rekening gehouden met een benodigde personele capaciteit van 362 fte, waarvan 292 fte in het primaire proces. Het werkaanbod ligt hoger dan met deze personele capaciteit bewerkstelligd kan worden, dit betreft circa 10 fte. Dit verschil wordt ingevuld met de inhuur van externen. De ontwerpbegroting 2026 geeft het financiële kader weer voor de OMWB en per deelnemer een inzicht in de financiële afspraken. De nadere uitwerking van de werkprogramma's voor 2026 vindt plaats in het najaar van 2025. Zoals gebruikelijk vindt de financiële en integrale doorrekening daarvan plaats in de eerste begrotingswijzing in 2026. Bedragen in onderstaande tabellen x € 1.000. Meerjarenontwikkeling GR Totaal GR Verwacht resultaat 2026 Opgenomen in meerjarenperspectief gemeente Geertruidenberg

Begroting 2025 € 49.048 -

Ontwerp begroting 2026 € 49.639 0 674.539

Meerjaren begroting 2027 € 49.879 703.409

Meerjaren begroting 2028 € 51.625 729.013

Meerjaren begroting 2029 € 53.426 755.549

Vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen

1 januari 2026 € 3.247 € 12.874

31 december 2026 € 3.215 € 12.322

c. Overige aandachtspunten 1. In de Kaderbrief 2026 zijn bouwstenen opgenomen die deelnemers kunnen gebruiken om mogelijke budgettekorten mee op te vangen. 2. In de ontwerpbegroting is geen nieuw beleid opgenomen. 3. De ontwerpbegroting voldoet aan de regionaal opgestelde financiële richtlijnen voor de Kaderbrief 2026. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-begroting 2026 geeft geen aanleiding een zienswijze in te dienen.

6. Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen, portefeuillehouder T. Mertens a. Beleidsontwikkelingen De Verbonden Partij voldoet aan de financiële richtlijnen die wij hebben gesteld ten aanzien van de begroting 2026. De gemeenschappelijke regeling beheert de nazorg van de gesloten stortplaatsen. Er is daarom geen sprake van nieuw beleid. b. Financiële gegevens Beheer van het vermogen van de stortplaatsen Het vermogen van de gemeenschappelijke regeling omvat per 1-1-2025 ruim € 26 miljoen. Dit is samengesteld uit de algemene risicoreserve afvalverwerking en het nazorgfonds voor de gesloten stortplaats Bavel-Dorst. Daarnaast is in het verleden reeds een aanbetaling gedaan aan de provincie in het kader van de nog over te dragen stortplaats in Zevenbergen. Het aandeel van de gemeenschappelijke regeling van deze vooruitbetaling is per 1-1-2024 gewaardeerd op € 10,5 miljoen. Deze middelen zijn belegd in het provinciale Nazorgfonds en hebben over 2024 een rendement opgeleverd van 10,57%. De voorziening nazorg stortplaatsen dient ter financiering van de eeuwigdurende nazorg voor de gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen. Door de 10 verantwoordelijke gemeenten is deze nazorg opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling. De hoogte van deze voorzieningen wordt bepaald door het contant maken van de kosten behorende bij de opgestelde nazorgplannen.

Medio 2019 is er een overeenkomst gesloten tussen de provincie NoordBrabant en de exploitanten van de Brabantse stortplaatsen om binnen een periode van 5 jaar te onderzoeken of er mogelijkheden zijn om het doelvermogen omlaag te brengen. Het handhaven van de rekenrente op 5,06%, in plaats van deze bijstellen naar de in 2018 vastgestelde rekenrente van 3,65%, maakt hier ook onderdeel vanuit. Tevens is vrij snel na het afsluiten van de overeenkomst de intentie uitgesproken om deze periode met 5 jaar te verlengen tot medio 2029. Deze overeenkomst is in juni 2024 afgelopen. In het bestuurlijk overleg in 2024 is besloten om de overeenkomst niet te verlengen. De Provincie heeft begin 2024 de rekenrente formeel vastgesteld op 3,45% n.a.v. de uitgevoerde ALMstudie in 2023 en heeft aangegeven dat er dit maal wel een heffingsaanslag zal worden opgelegd n.a.v. de gedaalde rekenrente. Er is met de Provincie afgesproken dat de tussentijdse nazorgplannen van de exploitanten geactualiseerd worden. Voor 1 juli 2025 moet deze actualisatie afgerond en bij de Provincie ingeleverd zijn. De verwachting is dat eind 2025 bekend is wat het nieuwe doelvermogen is, hoe hoog en hoe de aangekondigde aanslag opgelegd wordt en wat de (financiële) gevolgen hiervan zijn voor GR NGS.

Bij de input voor de kadernotitie 2025 is door diverse gemeenten meegegeven dat de meerjarenbegroting (2026-2029) opgesteld zou moeten worden op basis van gelijkblijvende bijdrage. Control van het technisch beheer van de stortplaatsen Zevenbergen De volledige verantwoordelijkheid voor het technisch beheer van de regionale stortplaats Zevenbergen ligt bij Attero B.V. Zij zijn de huidige houder van de milieuvergunning en exploitant van deze gesloten stortplaats. Zolang de stortplaats Zevenbergen niet overgedragen is aan de Provincie betekent dit dat Attero B.V. kosten blijft maken voor de nazorg van deze locatie. Dit betreffen de pre-nazorgkosten. Het is wenselijk om de pre-nazorgkosten voor stortplaats Zevenbergen te betalen uit de voorziening voor Bavel-Dorst, aangezien deze middelen in de Schatkist gestort zijn en beperkt rendement opleveren. De middelen voor stortplaats Zevenbergen, als onderdeel van het provinciaal Nazorgfonds, zijn belegd en leveren wel rendement op. De jaarlijkse pre-nazorgkosten worden geschat op circa € 100.000. Bavel-Dorst Het beheer en onderhoud van de stortplaats Bavel-Dorst wordt uitgevoerd door Sweco Nederland B.V. Zij zijn zowel vergunninghouder als eigenaar. Op basis van de overeenkomst tussen Sweco en de gemeenschappelijke regeling Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen (als

rechtsopvolger van MARB) is de financiële verantwoordelijkheid voor de eeuwigdurende nazorg voor de in de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten. Het toekomstig onderhoud voor deze stortlocatie is vastgelegd in een door het Algemeen Bestuur vastgesteld nazorgplan, aan de hand waarvan het jaarlijks onderhoudsprogramma door Sweco wordt opgesteld en ter goedkeuring wordt voorgelegd. Bij de beoordeling van dit programma wordt technisch advies gevraagd aan Adviesbureau Syntraal. Na afloop van het jaar wordt de daadwerkelijke uitvoering getoetst. Bij de afrekening van het jaarprogramma wordt door een externe accountant de rechtmatigheid van de uitvoering getoetst. De voorgenomen ontwikkelingen op en rond de voormalige stortplaats (evenementenzone Bavelse Berg) vragen om extra alertheid op de eventuele risico’s voor de gemeenschappelijke regeling. Als er door hergebruik (hergebruikplan) aantoonbaar meer kosten gemaakt moeten worden komen die niet voor rekening van de GR NGS. Dat heeft Sweco op schrift gegarandeerd. Hier loopt de GR dus geen risico op extra of hogere kosten. De aanleg van een zonnepark is in 2021 gerealiseerd door Sweco in samenwerking met Groendus. Gemeentelijke bijdrage Er wordt voorgesteld om de bijdrage voor de jaren 2026-2029 gelijk te houden aan de bijdrage zoals die vanaf 2019 is gehanteerd.

Voor de gemeente Geertruidenberg komt dit neer op een jaarlijkse bijdrage van € 30.965. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-begroting 2026 geeft geen aanleiding om een zienswijze in te dienen.

7. WAVA MidZuid, portefeuillehouder M. Hofkens en H. de Jongh a. Beleidsontwikkelingen Er wordt gewerkt aan de strategische toekomstvisie van MidZuid 2026-2036. De toekomstvisie moet duidelijkheid geven over de doelgroepen en aantallen medewerkers die komende jaren gebruik gaan maken van MidZuid, met de daarbij behorende meerjarige financiële afspraken. Het doel is meer stabiele en voorspelbare financiële lasten voor MidZuid en gemeenten. Onderzoeksbureau Berenschot onderzoekt de strategische toekomstscenario’s voor MidZuid. Het bestuur heeft een aantal uitgangspunten voor het toekomstscenario vastgesteld. Het uiteindelijke toekomstscenario wordt vertaald in het bedrijfsplan 2026-2032. Na de vaststelling van het bedrijfsplan wordt de besluitvorming opgepakt. b. Financiële gegevens De begroting 2026 is gebaseerd op de herziene begroting 2025. De begroting 2026 is aangepast voor een aantal ontwikkelingen die na het opstellen van de begroting 2025 bekend zijn geworden. Zoals de afschaffing van de compensatie voor transitievergoedingen (medio 2026), indexering van lonen en kosten (septembercirculaire 2024) In deze begroting wordt uitgegaan van het in stand houden van het huidige pand met een beperkte investering om aan de eisen van energielabel C te voldoen. De gemeentelijke bijdrage in het meerjarenperspectief laat een stijgende lijn zien.

In de begroting 2026 zijn de bedragen van de herziene begroting 2025 geïndexeerd en geactualiseerd voor de netto-omzet. Daarnaast is in de gemeentelijke bijdrage van 2028 en 2029 rekening gehouden met de benodigde investeringen om het huidige pand naar energielabel A te krijgen. MidZuid Ontwerpbegroting 2025 Herziene begroting 2025 Ontwerpbegroting 2026

2025 € 553.568

2026 € 551.248

2027 € 547.711

2028 € 603.154

€ 518.220

€ 523.501

€ 512.455

€ 567.172

€ 549.141

€ 563.523

€ 618.479

2029

€ 604.619

MidZuid wordt geconfronteerd met kostenstijgingen door de afschaffing van de transitievergoeding per 1 juli 2026. Dit resulteert in extra uitgaven aan transitievergoedingen die oplopen tot meer dan € 300.000 per jaar. Ook door de uitstroom van de Wsw komt het resultaat onder druk te staan. Er is sowieso sprake van een forse problematiek ronde de Sw-financiering. Het ministerie van SZW heeft voorstellen gedaan tot verbetering van de financiering, maar de besluitvorming hierover is nog niet afgerond. c. Gemeentelijk standpunt De gemeentelijke bijdrage loopt op. De zorgen hierover worden in het bestuurlijk en ambtelijk overleg met MidZuid uitgesproken. Wij zijn echter intensief in gesprek met MidZuid en er loopt een gezamenlijk traject dat moet resulteren in een stabiele en voorspelbare ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage. Daarnaast heeft MidZuid afgelopen jaren bezuinigingen doorgevoerd die tot structurele besparingen hebben geleid. Wij stellen voor om de uitkomsten van het traject met Berenschot af te wachten en in te stemmen met de begroting en geen zienswijze in te dienen over de begroting 2026 van de Gemeenschappelijke regeling WAVA MidZuid.

8. Uitvoering administratieve en inhoudelijke taken betreffende het voorkomen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (Regionaal Bureau Leren), portefeuillehouder A. van Rooij De Gemeenschappelijke Regeling Programma Schoolverzuim en Voortijdig Schoolverlaten is beter bekend onder de naam Regionaal Bureau Leren (RBL) West-Brabant. We werken met veertien gemeenten samen aan het voorkomen en terugdringen van verzuim en schooluitval om te bereiken dat iedere West-Brabantse jongere op een passende school zit, een start kwalificatie heeft, of begeleid is naar de voor hem hoogst haalbare startpositie in de maatschappij. Wij willen iedere jongere de kans geven om zich optimaal voor te bereiden op zijn of haar toekomst. Daarbij trekken we zoveel mogelijk samen op met de scholen en netwerkpartners in de regio. Na een doorontwikkeling binnen de gemeenschappelijke regeling schoolverzuim en VSV regio WestBrabant is de basis op orde binnen de beschikbare middelen ter beschikking gesteld door de deelnemende gemeenten. Voor 2026 staan ons nieuwe uitdagingen en onzekerheden te wachten.

Deze komen onder andere voort uit: Veranderde samenstelling van de deelnemende gemeenten aan de GR - Het uittreden van de gemeenten Alphen-Chaam en Baarle Nassau heeft gevolgen voor het takenpakket en de formatie van het RBL, evenals de afgesproken frictiekosten op gemeentelijke bijdragen van de overige gemeenten; - Het afschalen van de gemeenten Etten-Leur, Rucphen en Zundert van dienstverleningsniveau 2a naar dienstverleningsniveau 1 heeft gevolgen voor het takenpakket en de formatie van het RBL, evenals de afgesproken frictiekosten op gemeentelijke bijdragen van de overige gemeenten. Mogelijke gevolgen van het nieuwe programma Voortijdig School Verlaten in taken en formatie binnen het RBL - De lopende projecten (PRO/VSO en VO/MBO, de NEET aanpak en On My Way) worden afgerond in kalenderjaar 2025. Hierna volgt overleg hoe deze taakinvulling binnen de wettelijke taak op het voortijdig schoolverlaten in 2026 concreet vorm gaat krijgen. Nieuwe wet “van school naar duurzaam werk” - De precieze inhoud van de nieuwe wet is nog onbekend. Wel zal de doelgroep van de doorstroomcoaches wordt uitgebreid van 23 tot 27 jaar en verandert de rol van doorstroomcoach van regievoerder naar begeleider. - Uitstel van de nieuwe wet heeft gevolgen voor de formatie van het RBL. Een deel van de formatie wordt gedurende 2026-2027 boven formatief (zie hierboven).

De nieuwe wet vraagt echter om inzet van meer fte. Dit betekent dat het RBL in 2026 formatie moet afbouwen. Echter, wanneer de nieuwe wet in werking treedt moet vervolgens weer moet worden geworven om de benodigde formatie voor de uitvoering van de wettelijke taak op orde te krijgen. Financiën - De 14 deelnemende gemeenten leveren een bijdrage in de kosten die het RBL maakt voor de uitvoering van de werkzaamheden voor niveau 1 en 2. Conform de regionale financiële richtlijnen van de deelnemende gemeenten streeft de GR naar stabilisering van de kosten en zijn eventuele bespaaropties onderzocht. Deze begroting 2026 is opgemaakt met een post onvoorzien en een opslag ziekteverzuim van 7% om tegemoet te komen aan de wens om reëel te begroten. Eerste begrotingswijziging 2025 Per 1 augustus 2025 verandert de samenstelling van de GR. De gemeenten Alphen-Chaam en BaarleNassau hebben te kennen gegeven uit de GR te treden. Daarnaast hebben de gemeenten Etten-Leur, Rucphen en Zundert te kennen gegeven vanaf deze datum de dienstverlening vanuit het RBL af te willen schalen en voort te willen zetten op niveau 1. Deze wijzigingen waren slechts deels verwerkt in de initiële begroting voor 2025 en zorgen nu voor een eerste begrotingswijziging op de Begroting 2025 van het RBL West-Brabant.

In de Begroting 2025 is alleen de afschaling van de gemeenten Etten-Leur, Rucphen en Zundert meegenomen voor wat betreft

het kostenplaatje van deze gemeenten. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2025 is meegenomen dat deze gemeenten verschuiven naar dienstverlening op niveau 1. De personele afschaling per 1 augustus 2025 is dus in de Begroting 2025 opgenomen. Maar eventuele overige frictiekosten zijn niet meegenomen. De gevolgen van uittreding van de gemeenten AlphenChaam en Baarle-Nassau is evenmin verwerkt in de Begroting 2025. De kostenverschuiving als gevolg van de uittreding en de correctie in de kostenverdeling als gevolg van de afschaling leidt tot correcties in de gemeentelijke bijdragen. Voor Geertruidenberg voor 2025: van € 145.085 naar € 148.312. Maar de compensatie door betaalde uittreding- en afschalingsvergoeding is € 6.543 waardoor een incidenteel klein voordeel ontstaat van € 3.316.

9. BVO Centrum voor Jeugd en Gezin, portefeuillehouder A. van Rooij a. Beleidsontwikkelingen De Bedrijfsvoeringsorganisatie CJG Drimmelen Geertruidenberg (BVO CJG) zal zich in 2026 verder inzetten voor het doel “organiseren en aanbieden van hulp voor ouders en jeugdigen met betrekking tot de taken zoals genoemd in de Jeugdwet”. Hiervoor hebben ze een aantal subdoelen benoemd: • Informatie en advies over opvoeden en opgroeien. • Ambulante jeugdhulp en gezinsbegeleiding op alle leefgebieden. • Coördinatie van jeugdhulp en arrangeren van passende zorg • Inzetten op vergroting en zichtbaarheid en bereikbaarheid van het CJG. Om de doelstelling te bereiken worden de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Zorgen voor een solide en stabiele organisatie. Dit betekent binden en boeien van (de ervaring en deskundigheid van) het personeel en de organisatie in alle opzichten als één organisatie laten functioneren 2. Borging van continuïteit van hulp en ondersteuning (één aanspreekpunt) 3. Zorgen voor een (blijvend) betaalbare organisatievorm: eerst eigen kracht, netwerk en voorliggende voorzieningen, wanneer noodzakelijk gespecialiseerde zorg inzetten 4. Lokaal verankerd CJG (dichtbij de burger) 5.

Het bieden van professionele en waar nodig integrale hulp Naast deze jaarlijks terugkerende algemene doelstellingen zijn er evenals eerdere jaren in 2026 extra middelen beschikbaar om 2 extra doelstelling te realiseren: 1. Het overbruggen van wachttijden in de beschermingsketen en van de zorgaanbieder zonder zelf een wachtlijst te hoeven hanteren. 2. Het bieden van extra ondersteuning binnen het onderwijs. Hiernaast zijn de specifieke thema’s voor 2026: veiligheid, preventie, data-gestuurd werken en ontwikkeling Stevig lokaal Team (SLT). Vooral dit laatste thema zal grote impact hebben in 2026. Middels een aanbesteding zal in regionaal verband per 1-1-2027 een Stevig Lokaal Team worden gecontracteerd. Dit betekent dat (een aantal) taken van het CJG hiernaar worden verplaatst. b. Financiële gegevens Onze gemeentelijke bijdrage voor 2026 wordt geraamd op € 1.414.500 De basis van de begroting 2026 is de vastgestelde begroting 2025. Zoals in de kadernota 2026 is opgenomen, dient deze basis gecorrigeerd te worden met het verschil in percentages vastgesteld in de septembercirculaire 2023 en 2024 tabel 4.2.2. Dit komt neer op een correctie van -1,1 % voor personele posten en 1,1% voor overige posten op de begroting 2025. Hierna zijn de indexeringen voor personeleen overige posten toegepast resp. 3,8% en 2%. Begroting 2024

Totale kosten CJG

Jaarrekening 2024 2.551.981

Begroting 2025

Begroting 2026

2.594.500

2.753.200

2.829.000

Kosten Geertruidenberg

1.275.991

1.292.250

1.376.600

1.414.500

Voor 2026 heeft het CJG vanuit onze gemeente een taakstelling gekregen om € 150.000 te bezuinigen. Omdat het CJG een gemeenschappelijke regeling is, kan een dergelijke bezuiniging pas worden doorgevoerd na overeenstemming met de andere gemeente (in dit geval Drimmelen). Deze overeenstemming te onderzoeken of en welke bezuinigingsmaatregelen met bijbehorende consequenties mogelijk zijn, is aanwezig. Echter is het onderzoek daarnaar nog niet afgerond zodat de begroting gebaseerd is op ongewijzigd beleid. We blijven echter, samen met de gemeente Drimmelen zoeken naar kostenbesparing op het CJG. c. Gemeentelijk standpunt Aangezien er nog geen invulling is gegeven aan de taakstellende bezuiniging van € 150.000 geven we die nogmaals mee aan het CJG om te verwerken in de begroting 2026.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=9cea562b-c5f6-4146-ae66-9bd41e3d25ad