Bijlage 2 Analyse begroting 2024 Verbonden Partijen
Tekst van het document
Bijlage 2 Analyse begroting 2024 Verbonden Partijen 1. Regio West Brabant a. Beleidsontwikkelingen RWB werkt met het onderwijs en bedrijfsleven samen in de Economic Board West-Brabant (EBWB). Die stelde eind 2022 de strategische agenda 2023-2026 voor West-Brabant vast. De transitie naar een nieuwe economie staat daarin centraal. Dat is een economie die duurzaam, groen en sociaal is. Met inzet van de uitvoeringsorganisatie REWIN werkt EBWB de komende jaren aan de ondersteuning van starters, het opschalen van succesvolle initiatieven en het aanjagen van innovaties in het bestaand MKB. Daarnaast wil EBWB de plantaardige sector versterken en de circulaire economie in West-Brabant stimuleren. Als vertegenwoordiging van de overheid in de EBWB heeft RWB hierbij een faciliterende rol gericht op de randvoorwaarden van een sterk economisch vestigingsklimaat. In het RWB Actieprogramma 2024-2028 spreken de deelnemers van RWB af hoe RWB hier invulling aan gaat geven. RWB streeft naar een concreet en haalbaar actieprogramma. Dit programma legt RWB na de zomer voor een zienswijze aan de colleges en raden voor. b. Financiële gegevens De ontwerpbegroting 2024 is beleidsarm in afwachting van de vaststelling van het Actieprogramma 2024-2028. Dit programma krijgt op een later moment een doorvertaling naar de begroting.
De RWB heeft gekeken naar het effect van de hogere cao-ontwikkeling in 2023 volgens het principeakkoord. De verwachting is dat de meerkosten in de exploitatie opgevangen kunnen worden, o.a. door een latere invulling van openstaande vacatures. De RWB besteedt in 2023 een aantal contracten opnieuw aan. De uitkomsten hiervan zijn nog niet bekend, daarom gaat RWB in de begroting uit van de huidige situatie. Uitzondering daarop is de aanbesteding van het KCV (Kleinschalig Collectief vervoer). De gemeentelijke bijdrage aan het KCV stijgt in 2024 (en verdere jaren) als gevolg van de verwachte uitkomsten van de gezamenlijke aanbesteding van het vervoer in 2023 en als gevolg van de stijging van de NEA-index (van 3,5% in 2022 naar 13,7% in 2023, vooral veroorzaakt door de stijging van de brandstofkosten en de uitkomsten van de CAO-onderhandelingen). De gemeentelijke bijdrage aan de RWB voor 2024 is € 937.722. Deze is als volgt opgedeeld: Apparaatskosten 99.775 O&O fonds 14.264 Bijdrage Rewin 81.683 Mobiliteitscentrum 19.000 KCV (incl. BTW) 723.000 Totaal € 937.722 Ten opzichte van 2023 betekent dit een stijging van € 197.294 (bijdrage was € 740.428). Deze wordt grotendeels veroorzaakt door de kostenstijging van het KCV (zie hier boven). De bijdrage voor het KCV stijgt namelijk van € 542.000 naar € 723.000). Deze kosten stijging wordt eveneens vermeld in de Voorjaarsnota 2024. c.
Gemeentelijk standpunt Gelet op de beleidsarme begroting 2024 wordt voorgesteld geen zienswijze over deze begroting in te dienen. Gelet op het nog op te stellen Actieprogramma 2024-2028 en de regionale discussie over vorm en inhoud van dit actieprogramma wordt voorgesteld aan de RWB het volgende te verzoeken: het actieprogramma op te stellen in heldere taal; duidelijke en haalbare doelen in het actieprogramma op te nemen; de meerwaarde van deze doelen voor de deelnemers aan de RWB aan te geven. Het Actieprogramma zelf wordt in het najaar aan de deelnemende gemeenten toegezonden. Dat actieprogramma wordt ter besluitvorming (waarschijnlijk in oktober 2023) aan de gemeenteraad voorgelegd. Daaraan voorafgaand zal aan de RWB gevraagd worden aan uw raad tekst en uitleg te geven over het actieprogramma en de impact voor onze gemeente. Voor wat betreft de stijging van de kosten van het KCV als gevolg van de verwachte uitkomsten van de aanbesteding, willen we nadat de aanbesteding is afgerond, in overleg treden met de deelnemende gemeenten om te bekijken op welke wijze wij mogelijk een kostenbeheersing van het KCV kunnen doorvoeren.
2. Veiligheidsregio Midden- en West Brabant a. Beleidsontwikkelingen De VRMWB zet in het beleidsplan 2023 – 2027, op basis van de ambitie “we zijn een parate veiligheidsregio klaar voor actuele uitdagingen”, in op drie pijlers: 1. Stimuleren van redzaamheid in de samenleving: De VRMWB richt zich op het vergroten van handelingsbekwaamheid van onze inwoners en specifieke doelgroepen. Daarnaast wordt onderzoek gedaan om meer inzicht te krijgen in de redzaamheid van deze specifieke doelgroepen en inwoners. 2. Bijdragen aan een veilige leefomgeving: De VRMWB draagt bij aan het vergroten van veiligheid en veerkracht in specifieke gebieden en op belangrijke thema’s door middel van gebieds- en themagerichte veiligheidsaanpak. Met de invoering van de Omgevingswet ziet de VRMWB een essentiële rol in de advisering over een veilige, gezonde en leefbare omgeving voor zichzelf. 3. Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet: De VRMWB houdt vast aan het niveau van een 24/7 veilig en effectief optreden. Vakbekwaamheid, de meldkamer, de kracht van lokale kennis en de bredere inzet van vrijwilligers zijn hierbij cruciaal. Naar het voorbeeld van Fort Oranje zetten zij hun kennis & expertise voor “lokale crisis” meer flexibel in. Om dit alles te realiseren is de begroting 2024 samengesteld met inachtneming van de vastgestelde begrotingskaders vanuit de kaderbrief 2024.
Herijking gewijzigd beleid Overige aandachtspunten: • Er is sprake van herijking gewijzigd beleid. Dit is conform de kaderbrief 2024. Het financieel effect hiervan is € 272.000. Dit is met name het gevolg van verhoging van operationele sterkte. Dit is bestuurlijk vastgesteld. • Voor de loonkosten is uitgegaan van het op 28 februari 2023 bereikte principeakkoord CAO 2023-2024. Het principeakkoord kent een looptijd tot 1 mei 2024. Voor de loonkosten 2024 is uitgegaan van de structurele loonsverhoging 2023 en een loonindex van 2%. Vanaf mei wanneer de CAO afloopt is dat voor de resterende maanden 1,33%. • De risico’s van de VR staan beschreven in de paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing. Op basis van de gekwantificeerde actuele risico’s( € 6.102.500) en de weerstandscapaciteit ( € 1.611.576) laat dit de factor 0,26 zien. Het AB heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. Elke deelnemende gemeente houdt een algemene reserve aan die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen. Begrotingswijziging 2023-1 Een aantal ontwikkelingen hebben geleid tot een aanpassing van de begroting 2023. De voorgestelde begrotingswijziging bestaat uit de volgende onderwerpen: 1. Principeakkoord CAO 2023-2024; 2. Intekentaak: update Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) en kazernes; 3.
Overloop investeringsplan 2022 naar 2023 (na jaarrekening 2022); 4. Inflatie en energiecrisis; 5. Aanpassen beroepssterkte; 6. Versterken van Crisisbeheersing en informatievoorziening (extra BDUR-gelden) In de bijlage begrotingswijziging 2023-1 zijn de onderwerpen die hebben geleid tot de aanpassing van de begroting uitgebreid toegelicht. Wanneer de veiligheidsregio een wijziging aanbrengt in de begroting, die invloed heeft op de gemeentelijke bijdrage, dan wordt deze voor een zienswijze aan de gemeenteraden voorgelegd. Vanwege de onzekerheid over energieprijzen is ervoor gekozen om hier vooralsnog gen extra bijdragen aan de gemeenten voor te vragen. De stijgende kosten worden gemonitord en indien nodig wordt dit besproken op de daarvoor afgesproken momenten met het bestuur van de veiligheidsregio.
b. Financiële gegevens GR (x €1.000)
Totaal GR Aandeel gemeente Geertruidenberg rekeningresultaat Aandeel gemeente Geertruidenberg vrijval egalisatiereserve kapitaallasten Meerjarenontwikkeling GR (x €1.000) Totaal GR bijdrage gemeente in apparaatskosten
Resultaat 2022
€ 941
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR € 141
Resultaat bestemming terug naar gemeenten € 800 € 15,83 € 172,169
Begroting 2023 € 110.855 € 1.219
Ontwerp begroting 2024 € 94.819 € 1.343
Meerjaren begroting 2025 € 98.999 € 1.395
Meerjaren begroting 2026 € 101.258 € 1.440
Meerjaren begroting 2027 € 103.102 € 1.483
De gemeentelijke bijdrage voor 2024 bedraagt voor de gemeente Geertruidenberg € 1.342.551. In 2023 was dit € 1.219.118. c. Gemeentelijk standpunt Gelet op bovenstaande wordt de raad het volgende voorgesteld: 1. Geen zienswijze in te dienen over de ontwerpbegroting 2024; 2. Geen zienswijze in te dienen over de begrotingswijziging 2023-1 3. De Veiligheidsregio dringend te verzoeken, als gevolg van de aanpassing rapportagecyclus, om naast de enige rapportage in een kalenderjaar, zijnde na 6 maanden (30 juni) in het kort op verwachtte afwijkingen te rapporteren. Dit zijn de ‘soft-closures’ na 4,8 en 10 maanden. 4. Daarnaast zal bij de richtlijnen voor de kaders 2025 meegegeven worden om in de kaderbrief tbv de begroting een overzicht toe te voegen waaruit blijkt hoe de VR met welke richtlijn rekening heeft gehouden (gespecificeerd per deelnemer) en zover mogelijk in de kaderbrief en begroting bij financiële tabellen naast jaar T de cijfers toe te voegen van jaar T-1 en jaar T2.
3. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord a. Beleidsontwikkelingen De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. De RAV noemt in haar ontwerpbegroting voor 2024 de volgende ontwikkelingen en beleidsthema’s: Kwaliteitsmodel Ambulancezorg 1.0 De ambulancesector heeft het Kwaliteitsmodel Ambulancezorg 1.0 ontwikkeld om een completer beeld van de kwaliteit van ambulancezorg te kunnen meten dan alleen de bestaande tijdigheidsnormen. De indicatoren van het kwaliteitsmodel zijn onderverdeeld in zeven segmenten: Bereikbare en beschikbare zorg, Patiënt centraal, Veilige zorg, Professionaliteit, Samenwerken, Continue verbeteren en Basis op orde. Een aantal van de 26 indicatoren wordt inmiddels landelijk gemeten, uitgevraagd en gebenchmarkt. In de loop van de komende jaren zullen stapsgewijs meerdere indicatoren worden geoperationaliseerd. De RAV heeft het kwaliteitskader verwerkt in haar begroting. In een bijlage bij de begroting geeft de RAV hierop meer toelichting. Nieuwe urgentie-indeling spoedvervoer Naar verwachting wordt in de loop van 2023 de nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg ingevoerd.
De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus en onderscheidt niet alleen spoedeisende en niet-spoedeisende ambulancezorg, maar ook meldkamerzorg. Het doel van de nieuwe urgentieindeling is om in geval van echte spoed, in levensbedreigende situaties waarin tijd er echt toe doet, sneller bij de patiënt te zijn en in gevallen waarin dat mogelijk is, iets meer tijd te nemen voor de triage, zodat de patiënt direct op de juiste plek terecht komt en de best passende zorg krijgt. Met behulp van de nieuwe urgentie-indeling is de RAV beter in staat de juiste zorg op de juiste plaats te realiseren. Zorgdifferentiatie Om ambulancezorg optimaal aan te laten sluiten bij de zorgvraag van de patiënt, biedt de RAV ook in 2024 een breed aanbod in ambulancezorg, waarbij de patiënt wordt vervoerd óf ter plaatse geholpen wordt. In het vervoersegment verzorgt de RAV middencomplex planbaar vervoer en (hoogcomplex) spoedvervoer. Prestaties en paraatheid De invoering van de nieuwe urgentie-indeling en het kwaliteitsmodel ambulancezorg 1.0 maken het nodig de begroting hierop aan te passen. Tot het moment dat meer bekend is over de landelijke normeringen worden als uitgangspunten aangehouden: 1.
De Regionale Ambulancevoorziening zorgt ervoor dat de spreiding van de standplaatsen zodanig is dat in de veiligheidsregio minstens 97% van de bevolking binnen 12 minuten aanrijtijd kan worden bereikt door een ambulance. 2. De Regionale Ambulancevoorziening streeft ernaar dat in de veiligheidsregio binnen 15 minuten responstijd 95% van de inzetten met A1-urgentie ter plaatse is. Krapte op de arbeidsmarkt De krapte op de arbeidsmarkt voor acute zorg is de laatste jaren een enorm probleem. De RAV onderneemt actie door o.a. met een eigen opleiding HBO-V-afgestudeerden in circa 18 maanden op te leiden tot ambulanceverpleegkundige. De RAV hoopt in 2024 over genoeg personeels- capaciteit te beschikken om de paraatheid conform het geldende referentiekader in te vullen. b. Financiële gegevens De financiële richtlijnen zijn niet van toepassing. De RAV ontvangt namelijk geen gemeentelijke financiële bijdrage: financiering komt volledig voor rekening van de zorgverzekeraars. c. Gemeentelijk standpunt Vanwege het ontbreken van een financiële relatie tussen de RAV en de gemeente is een zienswijze over de begroting 2024 niet aan de orde.
4. Openbare Gezondheidszorg West-Brabant (GGD West-Brabant) In deze analyse komen aan de orde: • Begroting 2024 • 2e begrotingswijziging 2023 • Beleidsplan 2023-2026 a. Beleidsontwikkelingen Begin 2023 is de toekomstvisie ‘Wij maken samen gezond gewoon’ voor Publieke Gezondheid 20232033 vastgesteld. Vanuit deze toekomstvisie is het beleidsplan 2023 – 2026 opgesteld. Het beleidsplan is als bijlage toegevoegd. Vaststelling van het beleidsplan staat op de agenda van het algemeen bestuur op 6 juli. Beleidsplan 2023-2026 In het beleidsplan 2023-2026 heeft de GGD 4 thema’s vastgesteld. 1. Voorkomen als het kan, beschermen als moet Ambitie: in 2027 heeft de GGD, samen met partners, voor inwoners een fundament gebouwd voor een gerichte en lokale aanpak op het gebied van preventie en gezondheid 2. Iedereen verschillend, allemaal gelijk Ambitie: in 2027 zien we de groei in gezonde levensjaren bij iedereen in West-Brabant toenemen, waarbij de GGD focust op de groep die dit het hardst nodig heeft 3. Overal om ons heen, binnen en buiten Ambitie: in 2027 zijn gezondheid, (sociale) veiligheid en duurzaamheid prioriteit in de leefomgeving en wijkontwikkeling 4.
Zelf, maar niet alleen Ambitie: in 2027 is de kennis en informatie om zelf regie te kunnen nemen en houden laagdrempelig beschikbaar in West-Brabant Op elk van bovenstaande thema’s laat de GGD een eerlijk, vernieuwend en gedurfd geluid horen. Eerlijk door de boodschap te ondersteunen met betrouwbare feiten en gedegen onderzoek. Gedurfd door het onafhankelijke verhaal te vertellen, ook als dat niet het leukste verhaal is. En vernieuwend door te kiezen voor nieuwe mogelijkheden en technologieën om mensen beter te bereiken en te helpen bij het maken van gezonde keuzes In het beleidsplan zijn de nieuwe ambities en doelen nog vrij algemeen verwoord. We verwachten dat met het medio 2023 gezamenlijk formuleren van de indicatoren de concrete vertaling naar meetbare doelen gemaakt wordt. Voor het jaar 2024 heeft de GGD de volgende ambities per thema geformuleerd: 1. Voorkomen als het kan, beschermen als het moet In 2024 werken we samen met onze gemeenten verder aan het verbinden van regionale en lokale partijen uit het sociaal, omgevings- en (publieke) zorgdomein. WE willen de regionale preventienetwerken verder ontwikkelen en versterken. De GGD pakt hierin haar rol als adviseur en uitvoerder en waar mogelijk ook als coördinator/regisseur. We dragen bij aan het actief waarmaken van de regionale en lokale doelstellingen uit de thema’s van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
We streven ernaar om de principes van vitaliteit en positieve gezondheid leidraad te laten zijn voor beslissingen en initiatieven binnen elk beleidsdomein. Ofwel Health-In-All-Policies. 2. Iedereen verschillend, allemaal gelijk Alle kinderen in West-Brabant moeten gezond kunnen opgroeien en alle inwoners van West-Brabant verdienen het om gezond en gelukkig oud te worden. Dit raakt direct aan onze publieke verantwoordelijkheid om zorg te dragen voor díe groepen in de samenleving die een verhoogd gezondheidsrisico lopen. Al bij de geboorte heeft niet elk kind de mogelijkheden om gezond op te groeien. Met het programma Kansrijke Start zijn we er, vanaf -9 maanden, vroeg bij en hebben we extra aandacht voor kwetsbare kinderen en gezinnen. In 2024 blijven we investeren in een gezamenlijke aanpak met andere beleidsterreinen en bouwen we onze structurele inzet van ervaringskennis nog verder uit. In 2024 gaan we ons verder verdiepen in de verschillende groepen inwoners die elk op hun eigen manier te maken hebben met ongelijke gezondheidskansen. Bijvoorbeeld arbeidsmigranten, jongeren met drugsgebruik of mensen met een
verstandelijke beperking. Door deze verdieping kunnen we gezondheidskansen samen mét en dóór hen gericht vormgeven.
onze
investering
in
gelijke
3. Overal om ons heen, binnen en buiten: Een gezonde leefstijl is beter vol te houden als de mogelijkheden om te bewegen en te ontspannen aantrekkelijk zijn en als de verleidingen voor ongezond gedrag beperkt zijn. Het gezond inrichten van de fysieke leefomgeving kan duurzaam bijdragen aan het verminderen van volksziektes door beweging te stimuleren. De GGD wil ervoor zorgen dat gemeenten, mede door het gebruik van de Brabantse Omgevingsscan gezondheid meewegen en meenemen bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving. Een gezonde leefomgeving levert winst op voor alle inwoners, maar nog meer voor inwoners in achterstandswijken. Dus pleiten we voor een gebiedsgerichte aanpak. In 2024 geven we onze gemeenten gezondheidsadviezen bij de (her)inrichting van de fysieke leefomgeving. 4. Zelf, maar niet alleen Gezondheid is iets heel persoonlijks. Wat voor de één gezond is, hoeft dat nog niet te zijn voor een ander. Daarom zetten we in op ieders eigen regie, met positieve gezondheid als leidraad. Om zelf te bepalen welke stap nodig is om gezonder te worden, moet je in staat zijn om de nodige kennis tot je te nemen en eigen te maken. Deze kennis naar onze inwoners brengen, zien wij als een belangrijke taak voor de GGD. Er is al veel kennis over gezondheid beschikbaar, maar deze moet soms nog toegankelijk worden gemaakt.
Daarom is het belangrijk dat niet alleen de GGD, maar ook onze partners werken vanuit dezelfde gedachte van positieve gezondheid en eigen regie. Door dit gedachtegoed te verspreiden en borgen onder gemeenten en ketenpartners, dragen we bij aan een preventie infrastructuur die iedereen in West-Brabant de mogelijkheid biedt om naar eigen kunnen gezond te zijn. Prestatie-indicatoren Omdat er nieuwe ambities en doelen geformuleerd zijn, moeten er ook nieuwe indicatoren vastgesteld worden. Medio 2023 worden deze geformuleerd en worden ze opgenomen in het beleidsplan 20232026, de begrotingen en de jaarstukken. b. Financiële gegevens De gemeentelijke bijdrage voor 2024 is voor Geertruidenberg € 953.236. In 2023 was dit, na bijgevoegde CAO begrotingswijziging, € 909.163 (zie onderstaand). Toename in de gemeentelijke bijdrage 2024 ten opzichte van 2023 komt met name voort uit indexering (deze komt voor 2024 uit op 3,61%), de impact van de omgevingswet en hogere huisvestingskosten voor consultatiebureaulocaties. De beleidsbegroting 2024 is beoordeeld op de financiële richtlijnen 2024. Aandachtspunt is de verwerking van de financiële richtlijn 3: De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. Er is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel omschreven.
Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de GR deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er net besloten tot vrijval dan geeft de GR in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgave voor deze reserve opnieuw aan. Constatering is dat reserve frictiekosten nog is opgenomen terwijl in de nota reserves en voorzieningen is beschreven dat deze per 31-12-2020 vrijvalt en kan worden opgeheven. Dit roept vragen op waarom dit nog niet aan het algemeen bestuur is voorgelegd. Tevens zijn er een aantal reserves de afgelopen 2 jaar niet gebruikt. O.a. bestemmingsreserves monitors is alleen toegenomen. Ook dit roept vragen op. Het verloop van de reserves wordt niet voldoende weergegeven zoals in de richtlijn is afgegeven. Voorstel is om de GGD in 2023 samen met het bestuur de reserves onder de loep te laten nemen zodat er meer inzicht gegeven kan worden over het verloop van de reserves. Daarbij kan ook het weerstandsvermogen worden beoordeeld. Dit staat nu op 105%. De reactie van de GGD op bovenstaande constatering is: Het overzicht is opgenomen onder de tabel reserves en voorzieningen. De bijlage reserves en voorzieningen in de beleidsbegroting 2024 is een overzicht van de jaren 2023 en 2024. Er zit geen verder toekomstig verloop in.
Het doel van de reserves is onderdeel van de nota reserves en voorzieningen en wordt toegelicht in de jaarrekening. Dit wordt niet apart in de begroting aangegeven.
2e Begrotingswijziging 2023 Nieuwe COA Onlangs is er een akkoord bereikt over de nieuwe CAO van 2023. Deze CAO-stijging past binnen bestaande afspraken. Door middel van deze begrotingswijziging wordt de CAO-impact gecorrigeerd in de lopende begroting 2023. Impact nieuwe CAO voor de GGD WB in 2023 Voor de GGD West-Brabant betekent de nieuwe CAO dat de salarissen per 2 januari 2023 stijgen met € 240,- bruto o.b.v. een fulltime dienstverband (36 uur) en daarna nog met 2%. Voor 2023 betekent dit een CAO-stijging van 1.285K voor totaal GGD West-Brabant. Deze CAO-stijging wordt gecorrigeerd met de loonvoet die al was opgenomen in de index van de beleidsbegroting 2023. Waardoor er nog een CAO-impact van 878K in deze 2e begrotingswijziging voor 2023 is opgenomen. De extra kosten in verband met de stijging van de thuiswerkvergoeding van €2,00 naar €3,00 euro zijn niet opgenomen in de begrotingswijziging. Het voorstel is om het effect hiervan in de lopende begroting op te vangen.
Gemeentelijke bijdrage De gemeentelijke bijdrage voor Geertruidenberg stijgt door de nieuwe CAO in 2023 met € 26.986. Begroot was € 882.363, dit wordt € 909.349. Deze begrotingswijziging is ook opgenomen in de voorjaarsnota (‘tussenrapportage’). c. Gemeentelijk standpunt De volgende zienswijze over de ontwerpbegroting 2024 naar voren te brengen: a) Aan de GGD voor te stellen om in 2023 gezamenlijk met het bestuur het verloop van de reserves onder de loep te nemen en hierover te beslissen. Hierdoor kan bij de volgende begroting en jaarrekening conform de financiële richtlijn 3 meer inzichtelijk gemaakt worden waardoor reserves toe- of afnemen of niet worden gebruikt. Voorgesteld wordt daarnaast om geen zienswijze in te dienen tegen de 2e begrotingswijziging 2023 en om in te stemmen met het Beleidsplan 2023-2026.
5. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant a. Beleidsontwikkelingen 2024 De inwerkingtreding van de Omgevingswet is nu definitief bepaald op 1 januari 2024. Dit betekent voor het werkterrein van OMWB: meer samenwerking met deelnemers en partners en veranderende taken en taakopvatting van de medewerkers; de overdracht van bodemtaken van de provincie per 1 januari 2024. Hiervoor komt geen extra geld beschikbaar via het Gemeentefonds; ondersteuning van gemeenten bij nieuwe taken en verplichtingen op grond van de Omgevingswet zoals geluidplafonds bij industrieterreinen en monitoring van geluid bij lokale wegen; De toezichts- en handhavingstaken worden steeds meer risicogericht en resultaatgericht uitgevoerd. OMWB vertaald beschikbare data naar bruikbare informatie en inzichten over waar het risico het grootst is voor de leefomgeving en het effect van de inzet maximaal is. Daarvoor is doorontwikkeling nodig van de informatiegestuurde aanpak op basis van data. OMWB zal de komende jaren dan ook blijven investeren in de ontwikkeling van de juiste kennis, competenties en (ICT-)structuren. b. Financiële gegevens Het bedrag dat deelnemers betalen aan de omgevingsdienst bestaat uit: De hoeveelheidscomponent, vanuit de opdrachtgeversrol van gemeenten en provincie. Een prijscomponent. Hoeveel kost een ingekocht uur? Wat wij als deelnemer betalen, wordt via deze twee knoppen bepaald.
De hoeveelheidscomponent wordt bepaald door onze wettelijke taken, beleid en lokale behoefte. Hier bepalen wij als opdrachtgever wat de uitvoering van milieutaken kost. In de nu voorliggende 1e begrotingswijziging 2023 en ontwerpbegroting voor 2024 gaat het over de tweede knop: de prijscomponent. Hier hebben wij vanuit onze eigenaarsrol invloed op. Financieel beeld De reeds vastgestelde begroting 2023 moet worden herzien. Oorzaken zijn: 1. De prijsontwikkelingen en het principe-akkoord CAO. De inflatie en stijgingen van de CAO-lonen hebben een fikse verhoging van de personeelslasten tot gevolg. 2. Werkprogramma’s. Op basis van de vastgestelde werkprogramma’s groeit het werkpakket van 345.000 naar 353.600 uren. Hierbij is rekening gehouden met actualiteiten zoals stikstof. 3. De wens van de OMWB om te werken met een reëler tarief. De OMWB constateert dat haar gemiddelde nacalculatorisch tarief € 3,75 hoger ligt dan het voor-gecalculeerde tarief. Reden is dat een relatieve verschuiving naar meer specialistische (duurde-re) taken heeft plaatsgevonden. 4. Tenslotte wordt de ziekteverzuimnorm verhoogd van 4,5% naar 5,5% omdat 4,5% niet haalbaar is. Dit heeft een effect op het gemiddeld aantal declarabele uren dat een persoon kan realiseren. Omdat dit gevolgen heeft voor de bijdragen door de deelnemers worden de raden in de gelegenheid gesteld een zienswijze in te dienen.
Het financiële beeld van de begroting 2024 is robuust. Het werkvolume en de omzet dalen licht ten opzichte van de bijgestelde begroting 2023. Het aantal productieve uren wordt geraamd op 349.700 (2023: 353.600). De OMWB heeft een kosteneffectiviteitsonderzoek laten uitvoeren (‘Van goed naar Beter’). In de begroting 2024 zijn naar aanleiding hiervan netto € 400.000 besparingen opgenomen. Dit is de laatste tranche van de meerjarige besparingsopgave. In totaal is er € 1,7 miljoen aan besparingen ingeboekt. De financiële positie van de OMWB is op orde met een weerstandsvermogen van € 2,1 miljoen en een weerstandsratio van 1,1. De omvang van de reserve voldoet aan de bestuurlijke afspraken. Het Algemeen Bestuur van de OMWB heeft het niveau van het weerstandsvermogen genormeerd tussen 4% en 6% van de omzet.
Ontwikkeling gemiddeld uurtarief De tariefstijging in 2024 blijft beperkt omdat de laatste fase van het verbeter- en besparingstraject ‘Van goed naar beter’ (ad € 400.000) in de begroting verwerkt is. Tabel: tariefsontwikkeling Tarief 2023 Indexatie Besparing “Van Goed Naar Beter” Tarief 2024
€ 106,70 € 4,10 -/- € 2,05 € 108,75
% stijging 4,3% -/- 2,2% 1,9%
De bijdrage voor de gemeente Geertruidenberg voor 2024 is € 545.097 (in 2023 bedroeg deze € 493.056). De gewijzigde bijdrage voor 2023 zal worden meegenomen in de Turap van de Voorjaarsnota. Dit is vooruitlopend op eventuele zienswijzen aangezien de begrotingswijziging nog niet definitief is c. Gemeentelijk standpunt De begroting 2024 en de 1e begrotingswijziging 2023 geven geen aanleiding een zienswijze in te dienen.
6. Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen De Verbonden Partij voldoet aan de financiële richtlijnen die wij hebben gesteld ten aanzien van de begroting 2024. a. Beleidsontwikkelingen De gemeenschappelijke regeling beheert de nazorg van de gesloten stortplaatsen. Er is daarom geen sprake van nieuw beleid. b. Financiële gegevens Het vermogen van de gemeenschappelijke regeling omvat per 1-1-2023 ruim € 26,8 miljoen. Dit is samengesteld uit de algemene risicoreserve afvalverwerking en het nazorgfonds voor de gesloten stortplaats Bavel-Dorst. Daarnaast is in het verleden reeds een aanbetaling gedaan aan de provincie in het kader van de nog over te dragen stortplaats in Zevenbergen. Het aandeel van de gemeenschappelijke regeling van deze vooruitbetaling is per 1-1-2023 gewaardeerd op € 9,6 miljoen. Deze middelen zijn belegd in het provinciale Nazorgfonds en hebben over 2022 een rendement opgeleverd van -18,23%. De jaarlijkse begrote nazorgkosten voor de stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen variëren voor de jaren 2023-2027 tussen de € 660.000 en € 1.800.000. Hierin valt vooral 2023 op doordat in dit jaar voor de stortplaats Bavel-Dorst de vervanging van het percolaatsysteem op de planning staat. De vervanging hiervan zal volgens een eerste raming tussen de € 600.000 en € 1.200.000 gaan kosten.
Ondanks bovenstaande ontwikkelingen wordt er voorgesteld om de bijdrage in de meerjarenbegroting 2024-2027 gelijk te houden. Dit is mogelijk omdat het onderzoek naar de kwaliteit van de bovenafdichting van stortplaats Bavel-Dorst voor fase 1 positief is uitgevallen. De gehanteerde levensduur kan verlengd worden van 50 naar 100 jaar. Eenzelfde onderzoek wordt in 2023 uitgevoerd voor fase 2 en 3 van de afdeklaag. De verwachting is dat ook hier de levensduur kan worden verlengd naar 100 jaar. De betreffende ontwikkelingen bieden voldoende vertrouwen en ruimte om de bijdrage niet te laten stijgen. Uitgaande van de begrote nazorgkosten voor stortplaats Bavel-Dorst en begrote prenazorgkosten voor stortplaats Zevenbergen, betekent dat bij een gelijkblijvende bijdrage dat de GR in de komende vier jaar totaal zo’n € 1.200.000 inteert op de voorziening. Vanwege de omvang van de jaarlijkse kosten en het vervangen van het percolaatsysteem, wordt vooralsnog geen verlaging van de bijdrage voorgesteld. Wanneer de volledige resultaten van de afdeklaag bekend zijn kan er overwogen worden om de bijdrage te verlagen. De gemeentelijke bijdrage voor de jaren 2024 tot en met 2027 is per jaar € 30.965. c. Gemeentelijk standpunt De Ontwerpbegroting 2024 geeft geen aanleiding om op financieel gebied een zienswijze in te dienen.
7. WAVA MidZuid a. Beleidsontwikkelingen Op dit moment wordt er op ambtelijk en bestuurlijk niveau gewerkt aan de strategische toekomstvisie MidZuid 2025-2035. Er wordt gekeken naar de huidige en toekomstige taakuitvoering van MidZuid voor de vier gemeenten en daarnaast aan het inzichtelijk brengen van de consequenties van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Het bestuur van MidZuid heeft er daarom voor gekozen om de ontwerpbegroting 2024 beleidsarm, op basis van de herziene begroting 2023, op te stellen. Het bestuur verwacht de meerjaren-visie eind 2023 gereed te hebben en de implicaties hiervan in de begroting 2025 op te kunnen nemen. Het doel is een meer stabiele en voorspelbare situatie in de financiële lasten voor MidZuid en de deelnemende gemeenten. Het streven is rust en een bestendig beeld voor de komende 10 jaar is. Naast het proces om te komen tot een meerjaren strategische toekomstvisie MidZuid 2025-2035 loopt ook het proces omtrent de (nieuwe) huisvesting voor MidZuid door. De planning is om, na concept besluitvorming door het algemeen bestuur van MidZuid, na de zomer van 2023 te komen tot definitieve besluitvorming op dit onderwerp. Aangezien er nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden over de vervolgstappen is de voorliggende begroting op basis van ongewijzigde huisvestingsplannen opgemaakt.
Indien de besluitvorming daar aanleiding toe geeft, worden de financiële gevolgen in de toekomstige begrotingen meegenomen. b. Financiële gegevens De begroting 2024 is gebaseerd op de herziene begroting 2023. De rentestijgingen en de stijging van de onderhoudskosten zijn meegenomen in de begroting. In de begroting 2024 is sprake van een hogere gemeentelijke bijdrage dan in de herziene begroting 2023. De gemeentelijke bijdrage in het meerjarenperspectief laat een stijgende lijn zien. Begroting 2023 Herziene begroting 2023 Ontwerpbegroting 2024
2023 330.283 328.971
2024 293.499 328.971
2025 322.854 338.018
2026 349.515 335.894
2027
377.625
394.834
396.311
404.628
338.624
Gemeenten hebben afgelopen jaren meerdere keren een zienswijze ingediend, waarbij MidZuid werd opgeroepen om te zoeken naar bezuinigingsmogelijkheden en de gemeentelijke bijdragen terug te brengen naar de bedragen zoals opgenomen in de begroting 2022. Naar aanleiding van de zienswijzen heeft MidZuid meerdere bezuinigingen doorgevoerd. Maar de sterke prijsstijgingen van toeleveranciers en energie en loonstijgingen maken dat de gemeentelijke bijdrage niet is gedaald. c. Gemeentelijk standpunt De gemeentelijke bijdrage loopt op. De zorgen hierover worden in het bestuurlijk en ambtelijk overleg met MidZuid uitgesproken. Wij hebben er begrip voor dat het niet mogelijk was om de gemeentelijke bijdrage terug te brengen als gevolg van de sterke prijsstijgingen afgelopen periode. Er wordt momenteel gewerkt aan een meerjaren-visie en besluitvorming over de nieuwe huisvesting wordt na de zomer aan de gemeenteraden voorgelegd. Wij stellen voor om, ondanks dat er sprake is van een beleidsarme begroting, een zienswijze in te dienen tegen de ontwerp-begroting 2024 luidende dat eerst een visie op de toekomst van WAVA/MidZuid vastgesteld moet worden en de consequenties van de gewijzigde Wet Gemeenschappelijke Regelingen in beeld gebracht moeten worden alvorens besluitvorming plaats kan gaan vinden over de huisvesting van MidZuid.
8. Uitvoering administratieve en inhoudelijke taken betreffende het voorkomen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (Regionaal Bureau Leren) a. Beleidsontwikkelingen In afwachting van wat de doorontwikkeling van de Gemeenschappelijke Regeling ons in 2023 brengt, is het beleid in 2024 gericht op de wettelijke taken binnen de uitvoering van de huidige afspraken. In 2024 staan daarom de volgende speerpunten centraal: 1. Thuiszitters; Het RBL ziet op het uitvoeren van de leerplichtwet en de Regionale Meld- en Coördinatie functie (RMC) voor voortijdig schoolverlaten. Met een diploma op zak heeft een jongere een betere uitgangspositie in de samenleving dan zonder. Daarom proberen we schooluitval en verzuim zoveel mogelijk te voorkomen; 2. Een sluitend regionaal vangnet voor jongeren van 12 tot 23 jaar; het RBL, onderwijs, sociaal domein en alle andere partners in de verzuimketen spannen zich in om het recht op onderwijs voor alle jongeren te waarborgen. Daarmee wordt geprobeerd jongeren zoveel mogelijk de kans te bieden om een startkwalificatie te halen. Als dat niet mogelijk is, kijken we breed naar wat jongeren nodig hebben om een zelfstandige plek in de samenleving te vinden. Het RBL legt daarbij de verbinding tussen onderwijs, zorg en arbeid. Met een regionaal vangnet en de ketenaanpak investeren we in de toekomst; 3.
Aansluiting onderwijs-arbeidsmarkt; Om gelijke kansen te bevorderen en voortijdig schoolverlaten te voorkomen, werkt het ministerie van OCW aan een integrale aanpak welke ziet op de begeleiding van jongeren in de overstap van school naar werk. Het RBL gaat verkennen wat deze ontwikkeling concreet betekent voor gemeenten en voor de taken van het RBL; 4. Specifieke doelgroepen; het RBL probeert schoolverzuim en -uitval zoveel mogelijk te voorkomen door aan de voorkant een sluitend vangnet te creëren, maar het lukt niet altijd om alle jongeren binnenboord te houden. Daarom willen we er ook aan de achterkant zijn voor jongeren die extra ondersteuning nodig hebben, bijvoorbeeld voortijdig schoolverlaters en jongeren tussen de 18 en 23 jaar zonder startkwalificatie. b. Financiële gegevens De voor onze gemeente geraamde gemeentelijke bijdrage voor 2024 bedraagt € 93.581,-. Ten opzichte van de begroting 2023 een toename van € 6.032,-. Deze toename in kosten wordt verklaard door de Indexering van personele en materiele kosten (4%), het jeugdvolgsysteem (2,5%) en huisvestingskosten (2,5%). c. Gemeentelijk standpunt De ontwerpbegroting 2024 geeft geen aanleiding om een zienswijze in te dienen.
9. BVO Centrum voor Jeugd en Gezin a. Beleidsontwikkelingen De Bedrijfsvoeringsorganisatie CJG Drimmelen Geertruidenberg (BVO CJG) wil zich in 2024 verder inzetten voor het doel “organiseren en aanbieden van hulp voor ouders en jeugdigen met betrekking tot de taken zoals genoemd in de Jeugdwet”. Hiervoor hebben ze een aantal subdoelen benoemd: • Informatie en advies over opvoeden en opgroeien. • Ambulante jeugdhulp en gezinsbegeleiding op alle leefgebieden. • Coördinatie van jeugdhulp en arrangeren van passende zorg • Inzetten op vergroting en zichtbaarheid en bereikbaarheid van het CJG. Om de doelstelling te bereiken worden de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Zorgen voor een solide en stabiele organisatie. Dit betekent binden en boeien van (de ervaring en deskundigheid van) het personeel en de organisatie in alle opzichten als één organisatie laten functioneren 2. Borging van continuïteit van hulp en ondersteuning (één aanspreekpunt) 3. Zorgen voor een (blijvend) betaalbare organisatievorm: eerst eigen kracht, netwerk en voorliggende voorzieningen, wanneer noodzakelijk gespecialiseerde zorg inzetten 4. Lokaal verankerd CJG (dichtbij de burger) 5. Het bieden van professionele en waar nodig integrale hulp Naast deze jaarlijks terugkerende algemene doelstellingen zijn er voor 2024 (net als voor 2022 + 2023) extra middelen beschikbaar om 2 extra doelstelling te realiseren: 1.
Het overbruggen van wachttijden in de beschermingsketen en van de zorgaanbieder zonder zelf een wachtlijst te hoeven hanteren. 2. Het bieden van extra ondersteuning binnen het onderwijs. Medio 2023 worden de concrete opdracht, doelstelling en eventuele PKI’s verder uitgewerkt en vastgelegd. Gemeenten en CJG trekken hier samen in op. Hiernaast zijn de specifieke thema’s voor 2024 helder: sterke sociale wijkteams, veiligheid, preventie en data-gestuurd werken. Ook met betrekking tot deze thema’s worden de concrete opdracht, doelstellingen en eventuele PKI’s medio 2023 verder uitgewerkt en vastgelegd. b. Financiële gegevens Onze gemeentelijke bijdrage voor 2024 wordt geraamd op € 1.219.100 De basis voor deze financiële begroting is de vastgestelde begroting van 2023 geïndexeerd met 4,2 % zoals in de kadernota 2024 in januari 2023 is gesteld. Dit met als (in de kadernota opgenomen) kanttekening dat deze aangepast kan worden wanneer de realiteit daar in de loop van 2023 op basis van prijsontwikkeling (inflatie), vraagt. De incidentele middelen van 2022 en 2023 in verband met de extra opdracht wachtlijsten en onderwijs worden in 2024 grotendeels gecontinueerd.
Ook met betrekking tot de post personeel wordt uitgegaan van de begroting 2023, waarin is uitgegaan van reële kosten van de 23,45 fte op 1-1-2023 (fictief omdat de bezetting nooit exact overeenkomst met de vastgestelde formatie). Dit is vermeerderd met 4.2% indexering. Er is nog geen rekening gehouden met eventuele hogere loonsverhogingen i.v.m. CAO wijzigingen per 1-1-2023. Begroting 2022*
Begroting 2023
Begroting 2024
Totale kosten CJG
Jaarrekening 2022 2.188.280
1.967.500
2.394.300
2.438.200
Kosten Geertruidenberg
1.094.140
983.750
1.197.150
€ 1.219.100
*Begroting 2022 was nog zonder de extra toegekende € 381.500,-- voor overbrugging wachtlijstproblematiek en inzet op scholen. Deze inzet is wel zichtbaar in de jaarrekening 2022. Echter in 2022 heeft het CJG ook een overschot. Dus van het totaal geïnvesteerde bedrag van €2.349.000 (€1.174.500 per gemeente) komt 160.720 terug naar de gemeenten, (€80.360 per gemeente). c. Gemeentelijk standpunt De ontwerpbegroting 2024 geeft geen aanleiding om een zienswijze in te dienen.