bijlage 2; Afweging varianten renoveren of vervangen
Tekst van het document
Afweging varianten renoveren of vervangen
Bijlage 2
varia
nt 4
varia
nt 3
varia
nt 2
varia
nt 1
variant 1: brug renoveren en over 20 jaar vervangen met een afschrijvingstermijn van 40 jaar (conform financiéle verordening) variant 2: brug renoveren en over 20 jaar vervangen met een afschrijvingstermijn van 60 jaar (afwijking van de financiéle verordening) variant 3: brug vervangen met een afschrijvingstermijn van 40 jaar (conform financiéle verordening) variant 4: brug vervangen met een afschrijvingstermijn van 60 jaar (afwijking van de financiéle verordening)
++ ---
++ --
-+ ++ ++
++ + +
€ 224.000 (V1+2, in 2027) versus € 401.500 (V3, in 2030)
+ --
-/+ ++ ++
-/+ ++ ++
5 tot 6 maanden (V1+2) versus 6 tot7 maanden (V3+4)
risico op onvoorzien kosten tijdens de bouw
+ --
brug voldoet aan alle hedendaagse ontwerpeisen
--
--
++
++
gemiddelde kapitaallast vanaf 21e jaar
++ --
++ -
-+
++
SAMENGEVAT
--
-
+
++
kader economische afweging kapitaallast eerste jaar tijdens afschrijvingsperiode hoogste kapitaallast afschrijvingsperiode gemiddelde kapitaallast laagste totale kapitaallasten over afschrijfperiode
toelichting
€ 672.260 (V1, in 2046) versus € 341.670 (V4, in 2030) € 390.370 (V1, t/m 2087) versus € 232.990 (V3, t/m 2070) € 27.089.040 (V2)versus € 11.789.500 (V3)
bouw overlast tijdens werkzaamheden overlast bij vervangen brug na 20 jaar bij renovatie
alleen na renovatie (V1+2) is vervangen na 20 jaar noodzakelijk alleen risico bij renovatie (V1+2) op niet geconstateerde gebreken. bij renovatie (V1+2)wordt uitgegaan naar het werkelijke gebruik van de brug, nieuwe brug (V3+4) voldoet aan alle hedendaagse eisen
begroting gemiddelde kapitaallast 1e 20 jaar
++ gunstigste keuze + goede keuze - minder gunstige keuze -- nadeligste keuze
€ 181.100 (V1, tot 2027) versus € 305.991 (V3, tot 2027) € 493.503 (V1 na 2027)versus € 239.887 (V4, na 2027))