CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1a Toelichting

De raad besluit 6 februari 2025, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan Het Veerse Dok31.331 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Gemeente Geertruidenberg Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok” te Raamsdonksveer

Projectnummer: Datum:

203338 3 december 2024

Gemeente Geertruidenberg Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok” te Raamsdonksveer Inhoud 1. Toelichting 2. Regels 3. Verbeelding id.nr.: NL.IMRO.0779.RVBPDok12-vs02 d.d.: 27-11-2024

Projectleider: Status:

Dhr. W.H.I. Hengstmengel MSc. Vastgesteld

Toelichting

INHOUD 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

INLEIDING Aanleiding en doel Ligging en begrenzing plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer Herstelbesluit

3 3 3 5 8 8

2 2.1 2.2 2.3

PLANBESCHRIJVING Inleiding Huidige situatie Toekomstige situatie

9 9 9 11

3 3.1 3.2 3.3 3.4

BELEIDSKADER Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

15 15 15 20 34

4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13

PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN Inleiding Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven en milieuzonering Ecologie Water Archeologie en cultuurhistorie Bodem Geurhinder en veehouderijen Verkeer en parkeren Kabels en leidingen Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling

45 45 45 47 48 52 54 57 70 72 73 75 78 79

5 5.1 5.2 5.3

JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING Inleiding Het juridische plan Beschrijving van de bestemmingen

83 83 83 83

6 6.1 6.2 6.3

ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Inleiding Kostenverhaal Financiële uitvoerbaarheid

87 87 87 87

7 7.1 7.2

MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID Omgevingsdialoog Vooroverleg

89 89 89

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

1

7.3 7.4

Vaststellingsprocedure Bestuurlijke besluitvorming herstelbesluit artikel 6:19 Awb

91 92

BIJLAGEN Bijlage 1 – Notitie – Veilige ontwikkeling ‘Het Veerse Dok’; Bijlage 2 – Beeldkwaliteitsplan; Bijlage 3 – Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai; Bijlage 4 – Standaard verantwoording Veiligheidsregio; Bijlage 5 – Notitie externe veiligheid; Bijlage 6 – Stikstofdepositieonderzoek; Bijlage 7 – Quickscan Wet natuurbescherming; Bijlage 8 – Aanvullingen op quickscan Wet natuurbescherming; Bijlage 9 – Rapportage vleermuisonderzoek; Bijlage 10 – Notitie ‘Emissies oppervlaktewater’; Bijlage 11 – Verkennend bodem-, waterbodem- en asbestonderzoek; Bijlage 12 – Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling; Bijlage 13 – Verslag omgevingsdialoog; Bijlage 14 – Beantwoording inspraak- en vooroverlegreacties; Bijlage 15 – Nota van Zienswijzen.

Uitsnede topografische kaart omgeving Raamsdonksveer met het plangebied rood omcirkeld globaal aangeduid. Bron: topotijdreis.nl, 2021.

2

Gemeente Geertruidenberg

1

INLEIDING

1.1

Aanleiding en doel Aanleiding Aan de Kartuizerstraat te Raamsdonkveer ligt jachthaven ‘Dok 12’. Vanwege gewenste uitbreiding van de jachthaven wordt door de eigenaar gezocht naar een alternatieve locatie. Door de geplande verhuizing komen de betreffende gronden van de huidige jachthaven vrij voor een nieuwe invulling. Beoogd wordt ter plaatse te voorzien in een nieuw woongebied. Op het naastgelegen perceel Kartuizerstraat 4-6 zijn bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning gesitueerd, waar al geruime tijd geen bedrijfsactiviteiten meer plaatsvinden. De bedrijfswoning kan op deze locatie worden omgezet naar een burgerwoning. Het college van B&W heeft besloten onder een aantal voorwaarden in principe medewerking te verlenen aan de woningbouwontwikkeling in het buitendijks gelegen plangebied. Na de vaststelling van de startnotitie heeft de initiatiefnemer de plannen verder uitgewerkt en besproken met de gemeente. Daaropvolgend zijn vernieuwde randvoorwaarden vastgesteld voor de ontwikkeling van de woningbouw om het initiatief voort te kunnen zetten en haalbaar te krijgen. De plannen zijn daarna aangepast en kunnen thans ook juridisch-planologisch zeker worden gesteld. Doel De voorziene ontwikkeling bevat maximaal 62 woningen/wooneenheden, inclusief de bestaande woning aan de Kartuizerstraat 4, verdeeld over diverse woningtypen op en rondom het water.

Twee woningen zijn daarbij voorzien op het terrein van de bestaande woning aan de Kartuizerstraat 4 en kunnen in de toekomst mogelijk worden gemaakt door middel van het gevolg geven aan een op te nemen wijzigingsbevoegdheid. Met dit bestemmingsplan worden aldus bij recht 60 woningen mogelijk gemaakt. Op basis van de vigerende bestemmingsplannen “Jachthaven”, “Jachthaven herziening I” en “Nieuw Sandoel” is de beoogde woningbouwontwikkeling niet mogelijk. Om de ontwikkeling mogelijk te maken dient een nieuw bestemmingsplan opgesteld te worden. Het onderhavig bestemmingsplan voorziet in een nieuw juridisch-planologisch kader op grond waarvan de beoogde woningbouw mogelijk gemaakt wordt.

1.2

Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in de zuidwestelijke hoek van Raamsdonksveer, globaal ter hoogte van de Kartuizerstraat 12. Het gebied bevindt zich aan het einde van het Zuidergat en wordt aan de noord-, west- en zuidzijde omgeven door water. Aan de noordoostelijke kant grenst het plangebied aan de Dongeburgh en aan de oostzijde wordt de locatie begrensd door de wijk Raamsdonksveer Zuid. Het plangebied ligt geheel buitendijks en wordt omringd door een primaire waterkering. Het totale plangebied omvat de percelen die kadastraal bekend staan als gemeente Raamsdonk, sectie H, perceelnummers 6622, 6624, 6626, 6627, 6708, 6709, 6732 (gedeeltelijk). De begrenzing is nader geduid op de navolgende afbeelding.

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

3

Begrenzing plangebied (rode contour). Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.

Locatie plangebied en omgeving (rood kader: de globale begrenzing van het terrein van de jachthaven, oranje kader: de globale begrenzing van perceel Kartuizerstraat 4-6, blauwe lijn: primaire waterkering).

4

Gemeente Geertruidenberg

1.3

Vigerend bestemmingsplan Toetsingskader Het vigerende ruimtelijke regime kent voor het plangebied verschillende bestemmingsplannen. Het huidige terrein van de jachthaven maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Jachthaven”, zoals vastgesteld op 16 mei 1991, en “Jachthaven herziening I”, zoals vastgesteld op 16 juli 1992. De gronden hebben de bestemming ‘jachthaven’ met de dubbelbestemming ‘waterkeringszone’ ter plaatse van de aanwezige waterkering. Gronden, aangewezen voor jachthaven, zijn bestemd voor het aanleggen en afmeren van vaartuigen tot ten hoogste 190 ligplaatsen, het herstel en onderhoud alsmede berging van vaartuigen, een en ander met uitzondering van detailhandel, en horecadoeleinden in de vorm van een op de bestemming gerichte en ondergeschikte café-activiteit. Gronden, aangewezen voor waterkeringszone zijn primair bestemd voor waterstaatsdoeleinden, waaronder begrepen de waterkering, de waterberging, de bescherming van het waterkerend vermogen van de waterkering en de geleiding van het verkeer te water, alsmede voor de andere aan deze gronden gegeven bestemming.

Plankaart van het bestemmingsplan “Jachthaven” van de voormalige gemeente Raamsdonk.

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

5

Plankaart van het bestemmingsplan “Jachthaven herziening I” van de voormalige gemeente Raamsdonk.

Het perceel Kartuizerstraat 4-6 maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan “Nieuw Sandoel”, zoals vastgesteld op 16 oktober 1986. De gronden hebben de bestemmingen ‘bedrijfsdoeleinden I’ en ‘bedrijfsdoeleinden II’ met de dubbelbestemming ‘waterkeringsdoeleinden’. Gronden, aangewezen voor bedrijfsdoeleinden I, zijn bestemd voor doeleinden van handel en bedrijf, voor zover bedrijven niet hinderwetplichtig zijn, danwel voorkomen in de categorieën 1 en 2, geen detailhandel zijnde, met bijbehorende bebouwing en voorzieningen, met dien verstande dat, voor zover deze gronden samenvallen met de bestemming waterkeringsdoeleinden (dubbelbestemming), deze gronden, met inachtneming van het bepaalde in artikel II.27, primair hiervoor zijn bestemd. Gronden, aangewezen voor bedrijfsdoeleinden II, zijn bestemd voor doeleinden van handel en bedrijf zonder opslag, dienende voor ontsluitingsweg, parkeerdoeleinden en groenvoorzieningen, met dien verstande dat, voor zover deze gronden samenvallen met de bestemming waterkeringsdoeleinden (dubbelbestemming), deze gronden, met inachtneming van het bepaalde in artikel II.27, primair hiervoor zijn bestemd.

6

Gemeente Geertruidenberg

Plankaart van het bestemmingsplan “Nieuw Sandoel” van de voormalige gemeente Raamsdonk.

Voor het plangebied is daarnaast het bestemmingsplan “Parapluplan Archeologie” vastgesteld. Dit paraplubestemmingsplan beoogt de mogelijk voorkomende archeologische waarden te beschermen. Het noordoostelijke deel van het plangebied kent de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’. De voor ‘Waarde – Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen mede bestemd voor het behoud en de bescherming van (verwachte) archeologische waarden. Tot slot is op basis van het bestemmingsplan “Periodieke planherziening 2018 Geertruidenberg” ter plaatse van een monumentale boom aan de noordrand van het plangebied, de dubbelbestemming ‘Groeiplaats monumentale bomen’ toegekend. De voor 'Waarde - Groeiplaats monumentale bomen' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) in de vigerende bestemmingsplannen, mede bestemd voor de instandhouding, de bescherming en het herstel van de monumentale bomen. Deze boom is echter niet meer aanwezig. Beoordeling Op basis van de vigerende bestemmingsplannen is het beoogde initiatief niet mogelijk. Het bouwen en het gebruik ten behoeve van wonen is niet toegestaan. De bestemmingsplannen bevatten tevens geen afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid die gebruikt zou kunnen worden om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken.

De ontwikkeling is in strijd met de bestemmingsplannen en het is daarom noodzakelijk om een nieuwe planologische regeling op te stellen.

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

7

Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde ontwikkeling binnen het plangebied niet mogelijk is op basis van de vigerende bestemmingsplannen. Het onderhavige bestemmingsplan voorziet in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken. 1.4

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het van toepassing zijnde beleidskader beschreven. In hoofdstuk 4 komen de planologisch relevante omgevingsaspecten (zoals bodem, water, flora en fauna en milieuzonering) aan de orde. In hoofdstuk 5 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht. Tenslotte worden in hoofdstuk 6 en 7 respectievelijk de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid behandeld.

1.5

Herstelbesluit Tegen het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad d.d. 20 juni 2024 is door een tweetal partijen beroep ingesteld. Eén van deze beroepsgronden heeft geboden aanleiding om een zogenoemd herstelbesluit voor te bereiden. Het herstelbesluit moet worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit herstelbesluit wijzigt het bestemmingsplan “Het Veerse Dok” zoals dat in voornoemde raadsvergadering vastgesteld is. In paragraaf 7.4 wordt beschreven welke wijzigingen met dit herstelbesluit worden doorgevoerd. Na vaststelling en bekendmaking van het herstelbesluit wordt het herstelbesluit onverwijld aan de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State toegezonden.

8

Gemeente Geertruidenberg

2

PLANBESCHRIJVING

2.1

Inleiding Voor het opstellen van het bestemmingsplan is het van belang dat de uitgangspunten en de huidige situatie van het plangebied goed in beeld wordt gebracht. Het plangebied is om deze reden geïnventariseerd en geanalyseerd. In dit hoofdstuk wordt de huidige en beoogde situatie binnen het plangebied beschreven. Ook wordt ingegaan op stedenbouwkundige inpassing en parkeren.

2.2

Huidige situatie Het plangebied is gelegen langs het historische dijkje Kartuizerstraat en kan in de huidige situatie uitgesplitst worden in het percelen Kartuizerstraat 4-6 en Kartuizerstraat 12.

Plangebied gezien vanuit zuidelijke richting. Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.

Aan de Kartuizerstraat 12 te Raamsdonkveer ligt jachthaven Dok 12. De haven bevindt zich aan het einde van het Zuidergat en is via deze watergang ontsloten. De jachthaven heeft een oppervlakte van circa 1,2 ha en bestaat uit maximaal 190 ligplaatsen voor vaartuigen met bijbehorende parkeerplaatsen, een hellingbaan om boten in en uit het water te halen en stallingsruimte voor schepen op het land. Daarnaast is er een gebouw op het terrein gesitueerd waarin havenactiviteiten alsmede een horecagelegenheid gevestigd zijn.

Plangebied gezien vanuit oostelijke richting. © Cyclomedia Technology B.V., 2021.

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

9

Ten noorden van de jachthaven zijn op het naastgelegen perceel Kartuizerstraat 4-6 bedrijfsgebouwen en één bedrijfswoning gesitueerd. Het perceel heeft een oppervlakte van ruim 2.200 m². De bedrijfswoning bevindt zich centraal op het perceel en de bedrijfsgebouwen zijn gelegen aan de Kartuizerstraat. Er vinden al enige tijd geen bedrijfsactiviteiten meer plaats. Een klein gedeelte van het perceel bestaat uit water: de helft van een insteekhaven vanuit het Zuidergat. De andere helft van deze insteekhaven is in eigendom van jachthaven Dok 12. Beide percelen liggen buitendijks en worden omringd door een primaire waterkering. Het maaiveld op de locaties ligt op ongeveer 1,50 meter + NAP, het water op gemiddeld 0,5 meter + NAP. De noordelijke, oostelijke en zuidelijke randen liggen binnen de beschermingszones van de waterkering. Met de gemeente is een pachtovereenkomst aangegaan voor een gedeelte van het water in het Zuidergat. Grenzend aan de percelen wordt dit water gebruikt voor ligplaatsen voor boten.

Plangebied gezien vanaf het water vanuit noordelijke richting. Bron: © Cyclomedia Technology B.V., 2021.

Plangebied gezien vanuit westelijke richting. © Cyclomedia Technology B.V., 2021.

10

Gemeente Geertruidenberg

2.3

Toekomstige situatie In de beoogde situatie komen met de herontwikkeling van het plangebied de huidige jachthavenfunctie van Kartuizerstraat 12 en de naastgelegen bedrijfsbestemming behorende bij Kartuizerstraat 4-6 te vervallen ten behoeve van een woonbestemming. Met de voorgenomen woningbouwontwikkeling worden bij recht maximaal 60 wooneenheden (inclusief de bestaande bedrijfswoning) gerealiseerd en via een wijzigingsbevoegdheid kunnen nog twee extra woningen worden toegevoegd. Gezien water als belangrijkste thema geldt voor het plangebied, gaan alle woningen een directe of indirecte relatie hiermee krijgen. Een deel van de woningen bevindt zich op het land met zicht op het water, een kleiner deel is als drijvende woning gesitueerd op het water. Het totale plangebied kent een oppervlakte van circa 14.450 m 2. Het op het land gelegen gedeelte zal voor minimaal 50% uit openbare ruimte bestaan. Door een evenwichtige verhouding van uitgeefbaar en openbaar gebied aan te houden wordt een toegankelijk gebied voor passanten en een prettige leefomgeving voor bewoners bewerkstelligd. Hiermee wordt voor verschillende doelgroepen een unieke hoogwaardige woonomgeving gerealiseerd in het groen en omgeven door water. Op navolgende afbeelding is het stedenbouwkundig plan met de voorziene woningen weergegeven.

Stedenbouwkundig plan. Bron: Janssen de Jong projectontwikkeling, 2023.

De ontwikkeling gaat uit van een gedifferentieerd woningbouwprogramma met verschillende typen woningen in diverse prijscategorieën. Hiermee wordt gebouwd conform de behoefte zoals naar voren komt uit de Woonvisie 2017 ‘Aangenaam en duurzaam wonen’ van de gemeente Geertruidenberg. In onderstaande tabel zijn de beoogde aantallen per categorie en type woning overzichtelijk weergegeven. Het woningbouwprogramma dient minimaal 4 woningen te bevatten in de bereikbare koop en minimaal 30 in het middeldure koopsegment (conform prijsstelling zoals vastgesteld in de Woonvisie 2017 en geactualiseerd in 2022). Hiermee wordt gewaarborgd dat

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

11

minimaal 55% van de nieuwe woningen bereikbare en middeldure koopwoningen zijn om zo een gedifferentieerd woningbouwprogramma te bewerkstelligen. In paragraaf 3.4.2 wordt nader ingegaan op de toetsing van het plan aan de gemeentelijke ‘Woonvisie 2017 Aangenaam en duurzaam wonen’. Categorie

Prijscategorie

Type woning

Aantal

Bereikbare koopwoning Middeldure koopwoning Dure koopwoning

€229.900,- tot €287.100,€287.100,- tot €342.100,Vanaf €342.100,-

Appartement

Totaal

4

Totaal aantal categorie 4

Percentage totaal (afgerond) 7%

Appartement

30

30

50%

Appartement Drijvende woning Rijwoning Bestaand woonhuis

16 5 4 1

26

43%

60

100%

Van de 60 woningen die het plan bij recht mogelijk maakt zijn 59 woningen voorzien op het terrein van de voormalige jachthaven. Daarnaast maakt de bestaande bedrijfswoning aan Kartuizerstraat 4, welke wordt omgezet in een reguliere woning, onderdeel uit van het woningbouwaantal van 60. Op het terrein van deze bestaande woning wordt tot slot door middel van het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid de mogelijkheid geschapen om op het perceel van de bestaande bedrijfswoning nog twee extra vrijstaande woningen toe te voegen, hetgeen het maximaal aantal woningen brengt op 62. Gezien de ligging van het plangebied in de beschermingszone van de waterkering is in het ontwerp rekening gehouden met klimaatadaptatie, waaronder drijvende woningen en keuzes vanwege de buitendijkse ligging van het plangebied. Tevens wordt rekening gehouden met de voorwaarden die Rijkswaterstaat en waterschap Brabantse Delta aan de inrichting van het gebied stellen. In het kader van vooroverleg wordt met deze partijen in overleg getreden over veilige en passende maatregelen: ▪ de ruimtelijke ontwikkeling mag niet kwetsbaar zijn ten aanzien van de waterdiepte en de frequentie van overstromen; ▪ mensen en dieren moeten op doelmatige wijze geëvacueerd kunnen worden; ▪ er de permanente aanwezigheid van mensen moet hoogwatervrij kunnen plaatsvinden.

Navolgend wordt ingegaan op hoe met onderhavig bestemmingsplan invulling wordt gegeven aan deze gestelde voorwaarden ten aanzien van de inrichting van het plangebied.

12

Gemeente Geertruidenberg

Waterkering waterschap, primaire waterkering categorie A.

Beschermingszones waterkering (waterstaatswerk – geel; beschermingszones – groen)

In 2020 zijn de dijkvakken rondom het plangebied opnieuw getoetst, waaruit is gebleken dat versterking van de bestaande dijken rondom de locatie noodzakelijk is. Op welke wijze dit gebeurd dient nog bepaald te worden (dijkversterkingsopgave dan wel een andere oplossingsrichting). In het plan wordt rekening gehouden met een eventuele dijkverhoging en wordt gezorgd voor een veilig woonniveau, hoger dan thans noodzakelijk. Specifiek dient rekening te worden gehouden met de kernzone en de beschermingszone van de dijk. De beoogde nieuwe bebouwing is buiten de kernzone van de regionale waterkering gesitueerd. De licht- en donkergroene beschermingszones A en B bepalen de bouwmogelijkheden. Ten behoeve van onderhavige planontwikkeling en ter onderbouwing van de beantwoording van de binnengekomen inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan heeft Sweco in oktober 2023 een notitie opgesteld ten aanzien van de buitendijkse ligging van, en daarmee de directe invloed van het watersysteem op Het Veerse Dok en de verschillende uitdagingen die dit met zich meebrengt voor het ontwerp. Deze notitie is als bijlage 1 gevoegd bij onderhavige toelichting. Het primaire doel van deze studie is om het inzicht te geven in het waterveilig ontwikkelen van Het Veerse Dok. De notitie levert hiermee een bijdrage aan aanpassingen en toevoegingen aan het ontwerp bestemmingsplan.

De verdiepende analyse is gemaakt in verband met diverse inspraakreacties op het voorontwerp bestemmingsplan. Het doel van de notitie is inzicht geven in te verwachten waterstanden als gevolg van zeespiegelstijging en klimaatverandering, zodat de ontwikkeling veilig kan plaatsvinden. De notitie bevat een overzicht van de resultaten van de berekeningen en vervolgens een blik op de toekomst, waarin verschillende onderwerpen worden besproken die op het Veerse Dok van toepassing zijn en invloed kunnen hebben. Uit de rapportage volgt dat de voorgenomen ontwikkeling veilig wordt geacht indien er aan de voorwaarden wordt gehouden die in de notitie staan beschreven. Dit hangt af van de keuzes die gemaakt moeten worden wat betreft de hoogte van het maaiveld en de hoogte van de eerste woonlaag. Op het gebied van waterveiligheid, rekening houdend met de waarschijnlijke dijkhoogte in 2100, zal de minimale woonlaag 4,63 m+NAP moeten worden. Dit betreft de vloerhoogte van de bouwlaag van woningen

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

13

waarop de verblijfsruimten (slaap-, woon-, eet- of badkamer) gesitueerd zijn. Daarnaast is het van belang dat het gebied zo ingericht wordt dat, bij het toch overstromen van het maaiveld bewoners kunnen evacueren en dat schade en hersteltijd beperkt is. Maatregelen kunnen zijn het verhogen van vlucht- en evacuatiewegen, vitale en kwetsbare functies hoger aanleggen maar ook het maken van afspraken over evacuatie met de veiligheidsregio en gemeente. Naast dat de ontwikkelingen onder voorwaarden veilig zijn is het belangrijk om aan te geven dat er een sterk bewustzijn moet zijn, en in dit geval ook is, voor de onzekerheden in de toekomst. Met onderhavig bestemmingsplan invulling wordt op volgende wijze concreet invulling gegeven aan de voorwaarden die Rijkswaterstaat en waterschap Brabantse Delta aan de inrichting van het gebied stellen: ▪ Met berekeningen (zie bijlage 1) is aangetoond wat, op basis van klimaatprojecties, mogelijke waterstanden zijn in de toekomst als gevolg van klimaatverandering. De bouwhoogte van de ontwikkeling is aangepast naar deze berekeningen. De begane grond van woningen en het maaiveld kunnen overstromen in extremere situaties. De begane grond van woningen zo ingericht dat het bestand is tegen overstromingen; ▪ Er is afstemming geweest met de veiligheidsregio over evacuatiemogelijkheden en crisismanagement.

Hierover zullen later in het proces in overleg met gemeente en veiligheidsregio verdere afspraken gemaakt worden; ▪ De eerste verdieping blijft droog bij overstromingen die voorkomen 1 per 1000 jaar. Daarmee kunnen mensen veilig in hun woning verblijven tijdens een overstroming van het maaiveld. In de voorlopige ontwerpen is rekening gehouden met het plaatsen van vitale voorzieningen op droge hoogte zodat deze blijven functioneren of snel na de overstroming weer functioneren. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op de overige waterhuishoudkundige aspecten binnen het plangebied. Het plangebied wordt tot slot ontsloten door maximaal twee inritten op de Kartuizerstraat. Conform gemeentelijke normen bestaat op basis van het beoogde woningbouwprogramma een parkeerbehoefte van in totaal 135 parkeerplaatsen. Om aan de parkeerbehoefte te voldoen worden 117 parkeerplaatsen in het plan gerealiseerd en zijn de overige 18 parkeerplaatsen beschikbaar in openbaar gebied. In paragraaf 4.11 wordt nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren.

14

Gemeente Geertruidenberg

3

BELEIDSKADER

3.1

Inleiding De gemeente Geertruidenberg heeft te maken met de vigerende beleidskaders van de landelijke en provinciale overheid; ontwikkelingen dienen te voldoen aan dit beleid. Daarnaast dient de voorgenomen ontwikkeling zich eveneens te voegen binnen de marges van het gemeentelijke beleid. Het ruimtelijk beleid van de drie voorgenoemde overheden is per overheidslaag neergelegd in één of meerdere zogenoemde structuurvisies. Voor de realisatie van het beleid zetten de verschillende overheden een mix van instrumenten in; één van die instrumenten betreft het vertalen van het beleid uit de structuurvisie naar een juridisch bindende verordening. Hieronder zijn de voor dit bestemmingsplan relevante structuurvisies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of de onderhavige ontwikkeling passend is binnen het beleid.

3.2 3.2.1

Rijksbeleid Nationale Omgevingsvisie (NOVI), 2020 Toetsingskader Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie vervangt integraal de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Tegelijkertijd met het vervallen van de SVIR vervalt ook het Nationaal Milieubeleidsplan. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking.

Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio’s; 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

15

Beoordeling De NOVI dient op regionaal niveau uitgewerkt te worden zodat een gebiedsgerichte aanpak en maatwerk mogelijk is. Deze uitwerking heeft nog niet plaatsgevonden en is bovendien op een schaalniveau die het onderhavig plangebied overstijgt. Conclusie Het planvoornemen past binnen het Rijksbeleid. 3.2.2

Besluit en ministeriële regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, Rarro), 2012 Toetsingskader Het Rijk heeft voor een beperkt aantal onderwerpen vastgesteld dat de bevoegdheid om algemene regels te stellen zou moeten worden ingezet. Deze kaderstellende uitspraken zijn zodanig geformuleerd dat deze beperkingen stellen aan de ruimtelijke besluitvormings-mogelijkheden op provinciaal en gemeentelijk niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmings- en wijzigingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden met daarin een regeling voor een beperkt aantal onderwerpen. Op 1 oktober 2012 is het besluit aangevuld met regels voor de andere beleidskaders uit de SVIR en tevens uit het Nationaal Waterplan en het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening.

Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. Een aantal onderwerpen is geregeld in de bij het Barro behorende Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Beoordeling Volgens de kaarten behorende bij het Rarro is het plangebied gelegen binnen het radarverstoringsgebied van de radarstations op de locaties Herwijnen en Woensdrecht. In een gebied rondom deze radarstations moet rekening worden gehouden met de functionele bruikbaarheid daarvan. Rondom het radarstation mogen geen bestemmingen opgenomen worden die het oprichten van bouwwerken mogelijk maken die door hun hoogte onaanvaardbare gevolgen kunnen hebben voor de werking van de radar. In het radarverstoringsgebied van Herwijnen is de maximale hoogte van windturbines gesteld op 90 meter ten opzichte van NAP. In het onderhavige plan worden geen windturbines mogelijk gemaakt en ook geen nieuwe bebouwing boven de ter plaatse geldende maximale hoogtemaat. Het initiatief heeft daarmee geen gevolgen voor het radarstation Herwijnen. Vanuit het radarstation Woensdrecht gelden eveneens geen belemmeringen nu de maximale bouwhoogte 113 meter bedraagt voor alle bouwwerken. Deze bouwhoogte wordt niet bereikt met onderhavig planvoornemen.

16

Gemeente Geertruidenberg

Voor het overige zijn er ten aanzien van het onderhavige plangebied geen regels uit het Barro en het Rarro van toepassing, aangezien er bij de onderhavige ontwikkeling geen nationale belangen of nationaal aangewezen gebieden zijn gemoeid.

Ligging van het plangebied (aangeduid met rode aanwijzer) binnen het radarverstoringsgebied van Woensdrecht en Herwijnen. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Conclusie Het plangebied is niet gelegen in een gebied waarvoor op basis van het Barro en het Rarro een relevante ruimtereservering geldt. Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ontwikkelingen passend zijn binnen de regels zoals gesteld in het Barro en de Rarro. 3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Toetsingskader Op 1 oktober 2012 is art. 3.1.6, lid 2 toegevoegd aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro); dit artikel bevat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’. Met de toevoeging van dit artikel in het Bro is beoogd vanuit een oogpunt van ruimtelijke ordening ongewenste leegstand te vermijden en zorgvuldig ruimtegebruik te stimuleren (ECLI:NL:RVS:2017:353, r.o. 18.5). Op 1 juli 2017 is een wijziging van art. 3.1.6, lid 2 Bro in werking getreden. Het Bro regelt thans dat ‘de verantwoording van een juridisch verbindend ruimtelijk besluit van een decentrale overheid dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling. Tevens is geregeld dat indien het ruimtelijk besluit die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, de verantwoording een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien’. De definiëring van enkele van de in het artikel genoemde begrippen in art. 1.1.1 Bro laat onverlet dat de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ als een ‘open norm’ is te kwalificeren. Dit houdt in dat de norm inhoudelijk open is en onder verschillende omstandigheden nader ingevuld moet worden.

Sinds de inwerkingtreding van het artikel heeft de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) in haar jurisprudentie de norm veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op 28 juni

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

17

2017 heeft de ABRvS een zogenoemde ‘overzichtsuitspraak’ gedaan (ECLI:NL:RVS:2017:1724, r.o. 2 t/m 12.8), waarin de dan geldende en op basis van de voornoemde wijziging te behouden jurisprudentielijnen nader uit een worden gezet. Op basis van deze jurisprudentielijnen kan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ concreet worden toegepast. Beoordeling Toepassing van de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ houdt een antwoord op de volgende rechtsvragen in. Indien een rechtsvraag positief kan worden beantwoord, dient de ‘ladder’ verder te worden doorlopen. Indien een rechtsvraag negatief wordt beantwoord, dan is de ‘ladder’ niet (verder) van toepassing dan wel kan niet aan de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ worden voldaan. a. Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d. Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? a.

Voorziet het onderhavige besluit in een stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat wanneer een ruimtelijk besluit voorziet in méér dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie zijn aan te merken, deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Ten aanzien van andere vormen van gebruik van gronden dan ten behoeve van het wonen geldt dat indien het ruimtelijk besluit voorziet in een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m² of in een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m², deze ontwikkeling in beginsel als een stedelijke ontwikkeling dient te worden aangemerkt. Onderhavige ontwikkeling voorziet in een kleinschalig woongebied waarin plaats is voor maximaal 60 woningen bij recht en twee extra woningen bij benutting van een opgenomen wijzigingsbevoegdheid. De ontwikkeling is daarom gelet op de omvang als ‘stedelijke ontwikkeling’ te classificeren. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. b.

Voorziet het onderhavige besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat van een ‘nieuwe’ stedelijke ontwikkeling kan worden gesproken als uit een onderling samenhangende beoordeling van het ruimtelijke besluit, in vergelijking met het voorgaande planologische regime, blijkt dat sprake is van een functiewijziging en dat sprake is van een groter planologisch beslag op de ruimte. Het plangebied heeft thans de bestemmingen ‘Jachthaven’ en ‘Bedrijfsdoeleinden’. Het onderhavige ruimtelijk besluit maakt ter plaatse van het plangebied de realisatie van woningen met bijbehorende parkeervoorzieningen mogelijk. Gelet hierop is sprake van een functiewijziging en een groter planologisch beslag op de ruimte, doordat meer bebouwing mogelijk wordt gemaakt dan er op grond van het voorheen geldende

18

Gemeente Geertruidenberg

planologische regime aanwezig was. De ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ moet verder worden doorlopen. c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? Uit de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat, indien sprake is van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’, de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling in het ruimtelijk besluit dient te worden beschreven. Het kan hierbij zowel gaan om een kwantitatieve behoefte als een kwalitatieve behoefte. De beschrijving van de behoefte dient te worden gebaseerd op voldoende actuele, concrete en zo mogelijk cijfermatige gegevens. Het is niet in strijd met art. 3.1.6, lid 2 Bro als voor de onderbouwing van de behoefte in het ruimtelijk besluit wordt verwezen naar een of meer onderzoeksrapporten of beleidsdocumenten. De meest recente provinciale woningbouwprognose 'De bevolkings- en woningbehoefteprognose Noord-Brabant, actualisering 2020' laat voor de gemeente Geertruidenberg een groei van de woningvoorraadbehoefte zien van 9.640 in 2020 naar 10.290 woningen in 2040 (stijging van 6,7%). In dezelfde periode daalt het bevolkingsaantal echter van 21.535 naar 20.675 personen (daling van 4,1%).

De demografische trend die aan deze stijging van de woningbehoefte ten grondslag ligt is in deze periode hoofdzakelijk te wijten aan een stijging van het aantal huishoudens van 9.375 naar 9.690, met name vanwege huishoudensverdunning. Voor huishoudens uitgesplitst naar type en leeftijd zit hierbij de grootste stijging bij senioren. Zowel kwantitatief als kwalitatief wordt met onderhavig initiatief voorzien in deze woningbehoefte, daar alle woningen moeten voldoen aan de basiseisen van levensloopbestendig wonen. Tevens dient minimaal 50% van de woningen te moeten voldoen aan de maximale eisen van levensloopbestendigheid. Daarnaast blijkt uit de Woonvisie 2017 “Aangenaam en duurzaam wonen” van de gemeente Geertruidenberg dat senioren en 1- tot 2-persoonshuishoudens belangrijke doelgroepen zijn waar de woningvoorraad nog onvoldoende mogelijkheden voor biedt. Met onderhavig plan wordt daarvoor ruimschoots mogelijkheid geboden, zowel gezien interne en externe toegankelijkheid als grootte van de woningen. Concluderend kan gesteld worden dat in de gemeente Geertruidenberg zowel een kwantitatieve als kwalitatieve behoefte bestaat aan het type woningen waar onderhavig voornemen in voorziet. d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? Uit de wetstekst en de ‘overzichtsuitspraak’ van de ABRvS blijkt dat indien de ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ buiten ‘bestaand stedelijk gebied’ is gelegen, de verantwoording in het ruimtelijke besluit een motivering dient te bevatten waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het onderhavige plangebied is gelegen binnen het ‘bestaand stedelijk gebied’ van Raamsdonksveer. De ladder hoeft niet verder te worden doorlopen. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de onderhavige ruimtelijke ontwikkeling is aan te merken als een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. De ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’ voorziet in een behoefte aan woningen en is daarnaast gelegen binnen ‘bestaand stedelijk gebied’. Daarmee past het initiatief binnen de kaders van de ladder voor duurzame verstedelijking.

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

19

3.3 3.3.1

Provinciaal beleid Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’, 2018 Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant, Visie op de Brabantse leefomgeving', is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen, zoals de structuurvisie, het verkeers- en vervoersplan, het milieu-en waterplan en de natuurvisie. In de aankomende Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn, te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde, veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030, om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen.

De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Het bereiken van een gezonde leefomgeving is essentieel. Om die doelstelling kracht bij te zetten wordt de Brabantse Omgevingsscan vanaf de vaststelling van de Omgevingsvisie geïmplementeerd in de nieuwe werkwijze onder de Omgevingswet. Deze omgevingsscan is een instrument om invulling te geven aan de positie van gezondheid in de nieuwe bestuurspraktijk onder de Omgevingswet. Beoordeling Met de omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten, gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het onderhavige initiatief betreft de realisatie van woningen op een herontwikkelingslocatie binnen de bebouwde kom, waardoor uitbreiding van Raamsdonksveer buiten bestaand stedelijk gebied wordt voorkomen en het plan toch op kwalitatieve wijze bijdraagt aan de woningbehoefte in de gemeente Geertruidenberg.

Met onderhavig planvoornemen worden diverse typen woningen binnen verschillende prijscategorieën gerealiseerd, waarbij alle woningen dienen te voldoen aan de basiseisen van levensloopbestendigheid. Ook worden de woningen gasloos gerealiseerd waardoor de woningen ook een bijdrage leveren aan de energietransitie. Daarmee is het initiatief passend binnen de omgevingsvisie. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie van de provincie NoordBrabant.

20

Gemeente Geertruidenberg

3.3.2

Structuurvisie Ruimtelijke Ordening (SVRO) – partiële herziening 2014, 2014 Toetsingskader De Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010 – partiële herziening 2014 (SVRO 2014) betreft een herziening van de op 1 oktober 2010 vastgestelde Structuurvisie Ruimtelijke Ordening 2010. De partiële herziening is door Provinciale Staten van Noord-Brabant op 7 februari 2014 vastgesteld en is in werking getreden op 19 maart 2014. Deze structuurvisie geeft de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 weer (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie. Het is de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. De genoemde visie in de partiële herziening is doorvertaald in de regels van de Verordening ruimte 2014. Daarnaast ondersteunt de structuurvisie het beleid op andere provinciale beleidsterreinen, zoals het economisch, mobiliteits-, sociaal-, cultureel-, milieu- en natuurbeleid. Het doel dat centraal staat in de SVRO is een goede woon-, werk- en leefomgeving voor inwoners en bedrijven in Noord-Brabant.

Uitsnede Structurenkaart uit Structuurvisie Ruimtelijke Ordening met het plangebied aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Beoordeling Op de structurenkaart van de SVRO 2014 is het plangebied gelegen binnen de structuur ‘Stedelijke structuur’ met als perspectief ‘Kernen in het landelijk gebied’. De kernen in het landelijk gebied, met de bijbehorende zoekgebieden voor verstedelijking, voorzien in de opvang van de lokale verstedelijkingsbehoefte (wonen, werken, voorzieningen). De kernen in Noord-Brabant hebben elk hun eigen karakter en relatie met het Brabantse landschap. Grote kernen hebben hun dorpse karakter grotendeels verloren en hebben een suburbaan karakter ontwikkeld. De kleinere kernen maken meer deel uit van het omliggende landschap en hebben nog een natuurlijke overgang richting het landschap. Dit verschil in ontwikkeling heeft geleid tot de meer suburbane kernen, de dorpen en de plattelandskernen. De provincie vindt het belangrijk dat stedelijke ontwikkelingen passen qua maat en schaal bij de kern. De ontwerpopgave hangt daarnaast samen met

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

21

de historische gegroeide identiteit van de kern en omliggend landschap en met de fase van verstedelijking van de kern (suburbaan, dorps of plattelandskern). Onderhavig plan maakt de realisatie van 60 woningen bij recht mogelijk en nog eens twee woningen bij gebruikmaking van de in het bestemmingsplan opgenomen wijzigingsbevoegdheid. Deze stedelijke ontwikkeling is niet van dusdanige omvang dat deze als niet passend bij de kern Raamsdonksveer kan worden beschouwd. De locatie is gelegen binnen het stedelijk gebied van Raamdsdonksveer en voorziet primair in de behoefte naar woningen. Gesteld kan worden dat daarmee aan de uitgangspunten van ontwikkelingen binnen de ‘Kernen in het landelijk gebied’ wordt voldaan. Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de provinciale Structuurvisie. 3.3.3

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de Omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Per 25 oktober 2019 is de nieuwe Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov N-B) vastgesteld. Op 8 december 2020 is een geconsolideerde versie gepubliceerd. Provincies zijn verplicht om een omgevingsverordening te hebben voordat de Omgevingswet ingaat. Met een Interim omgevingsverordening zet de provincie Noord-Brabant een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening.

Uitsnede kaartbeeld ‘Stedelijke ontwikkeling en erfgoed’ uit de Iov Noord-Brabant, met het plangebied aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

De Interim Omgevingsverordening bevat geen nieuwe regels, maar voegt bestaande regels uit zes bestaande verordeningen samen, waaronder de Verordening NoordBrabant. Met de Interim omgevingsverordening zet de provincie ook een eerste stap om de regels beter te laten aansluiten bij de werkwijze van de Brabantse

22

Gemeente Geertruidenberg

Omgevingsvisie en de Omgevingswet. De Interim omgevingsverordening zorgt ervoor dat de provincie en partijen waar ze mee samenwerkt ervaring kunnen opdoen met die nieuwe werkwijze waarbij er meer ruimte is om goede initiatieven van inwoners, ondernemers en andere overheden te ondersteunen en maatwerk toe te passen.

Uitsnede kaartbeeld ‘Instructieregels gemeenten: grondwaterbescherming, waterveiligheid en berging’ uit de Iov Noord-Brabant, met het plangebied aangeduid met een gele ster. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021.

Beoordeling Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de Omgevingsverordening. Ten eerste moet worden voldaan aan de regels voor ontwikkeling binnen het ‘Stedelijk gebied’ (artikel 3.42). Tevens geldt voor onderhavig plan, gezien de ligging in een gebied aangeduid met ‘Rivierbed’, dat aan artikel 3.34 getoetst dient te worden. Daarnaast moet worden voldaan aan de algemene regels voor de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit uit artikel 3.5 t/m 3.8 Iov. De toetsing wordt navolgend uitgevoerd. Artikel 3.42: Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie;

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

23

d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling betreft het planologisch toevoegen van woningen in het bestaand stedelijk gebied van Raamsdonksveer. De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 3.42 Iov, mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare harde plancapaciteit voor woningbouw. In paragraaf 3.2.3 is hierop ingegaan. Het plan past binnen de regionale afspraken en de harde plancapaciteit. Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een ‘duurzame stedelijke ontwikkeling’: de beoogde transformatie bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door herontwikkeling van een locatie met thans een bedrijfs- en jachthavenbestemming. De omgevingskwaliteit en de veilige en gezonde leefomgeving zijn beoordeeld in hoofdstuk 4. Uit de diverse milieuhygiënische onderzoeken blijkt dat er sprake is van een goede omgevingskwaliteit. Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen de bebouwde kom van Raamsdonksveer, alwaar voorzieningen per fiets of te voet te bereiken zijn.

Daarnaast wordt in het ontwerp rekening gehouden met klimaatadaptatie en wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Met betrekking tot de locatiekeuze voor de stedelijke ontwikkeling geldt, rekening houdend met klimaatverandering, dat de ontwikkeling en de beoogde woonfunctie in tijd en ruimte veilig en duurzaam kan plaatsvinden, met aandacht voor de omgeving, de gebruikswaarde en toekomstwaarde van het plangebied, bijvoorbeeld als het gaat om de gemeentelijke woningbouwopgave. Een plan in het kader van duurzame stedelijke ontwikkeling is maatwerk. Derhalve is in onderhavig bestemmingsplan een aanvullende onderbouwing opgenomen ten aanzien van waterveiligheid en locatieafweging in relatie tot de woningbouwopgave, in aanvulling op de rapportage van Sweco dat de ontwikkeling veilig is, indien er aan de specifieke voorwaarden wordt gehouden ten aanzien van de hoogte van het maaiveld en de hoogte van de eerste woonlaag. In onderhavig plan (herstelbesluit) wordt bovendien een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten behoeve van een veilige ontsluitingsroute bij hoogwater. Hierbij wordt voor de hoogte van de verbinding uitgegaan van een overstromingskans/norm en geen absolute hoogtebepaling van het maaiveld.

De norm (hoogst toelaatbaar geachte kans op overstroming) voor Stedelijk gebied is 1/100 per jaar voor gebieden die in een ruimtelijk plan bestemd zijn voor de doeleinden bebouwing, hoofdinfrastructuur en spoorwegen. Dit betreft overigens een inspanningsverplichting voor het Waterschap en geen instructieregel aan gemeenten. Op basis hiervan geldt als uitgangspunt de hoogte van de hoofdinfrastructuur (toegangsweg) binnen het plangebied als ontsluitingsroute voor de appartementen en kadewoningen en verbinding met de primaire kering dijk te laten lopen op een dusdanige hoogte dat voldaan wordt aan een overstromingskans met norm 1/100.

24

Gemeente Geertruidenberg

In de verdere planvormingsfase vindt een concrete uitwerking plaats van maatregelen en een evacuatieplan. Een nader uit te werken calamiteitenplan biedt mogelijkheden om bij verwacht hoogwater in een tijdig stadium de noodzakelijke maatregelen te treffen om de veiligheid binnen het plangebied te waarborgen. Dit plan zal in werking treden wanneer de hoogte van het water een hoogte passend bij de overstromingskans met norm 1/100 bereikt. Hiermee wordt vanuit een bredere blik op ruimtelijke inrichting tot maatwerk gekomen. De stedenbouwkundige opzet houdt rekening met een kwalitatieve openbare ruimte. Het maaiveld vormt hierbij onderdeel van de locatiekenmerken, waarbij is aangetoond dat delen van het maaiveld veilig kunnen overstromen, nu en in de toekomst, maar ook dat water geleidelijk weg kan stromen op het moment dat het water zakt, rekening houdend met afschot naar de waterwegen. Hiermee vormt klimaatadaptatie een uitgangspunt en juist een omgevingskwaliteit bij de planvorming en -uitwerking, in lijn met beleid als water en bodem sturend. Klimaatverandering is hierbij op evenwichtige wijze meegewogen. Gelet op de bredere blik op ruimtelijke inrichting en door middel van een integrale belangenafweging wordt geconcludeerd dat voor onderhavige locatie een passend plan is opgesteld.

Bovendien is het plangebied gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied conform de provinciale Interim omgevingsverordening, waardoor uitbreiding van Raamsdonksveer buiten bestaand stedelijk gebied wordt voorkomen en sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik, passend binnen de uitgangspunten van de provinciale Omgevingsvisie. Artikel 3.34: Rivierbed Toetsingskader Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Rivierbed strekt mede tot bescherming tegen overstroming. Lid 2 Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid dat voorziet in een ruimtelijke ontwikkeling bevat een verantwoording dat: a. de activiteiten en functies niet kwetsbaar zijn ten aanzien van de waterdiepte en de frequentie van overstromen; b. is verzekerd dat mensen en dieren op doelmatige wijze geëvacueerd kunnen worden; c. is verzekerd dat de permanente aanwezigheid van mensen hoogwatervrij kan plaatsvinden. Beoordeling Ad. lid 1 Bij de uitvoering van de plannen dient rekening te worden gehouden met de waterkerende functie van de Kartuizerstraat. Ter bescherming tegen overstroming is een dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ opgenomen voor deze functie. De voor ‘Waterstaat – Waterkering’ aangewezen gronden zijn naast de overige daaraan gegeven bestemmingen bestemd voor voorzieningen ten behoeve van de (primaire)

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

25

waterkering, zoals dijken, kaden, dijksloten en andere voorzieningen, en de instandhouding en / of bescherming van de waterkering. Met onderhavig bestemmingsplan is bovendien de bescherming van de beoogde woningen tegen overstromingen gewaarborgd door een minimale vloerhoogte van de woonlaag met de verblijfsruimten (slaap-, woon-, eet- of badkamer) van 4,63m +NAP op te nemen voor de woningen op het land. Zie bijlage 1 voor een nadere onderbouwing hiervan. De begane grond van deze woningen wordt zo ingericht dat het bestand is tegen overstromingen. Daarmee kunnen mensen veilig in hun woning verblijven tijdens een overstroming van het maaiveld. In de voorlopige ontwerpen is rekening gehouden met het plaatsen van vitale voorzieningen op droge hoogte zodat deze blijven functioneren of snel na de overstroming weer functioneren. Bovendien vindt er afstemming plaats met de veiligheidsregio over evacuatiemogelijkheden en crisismanagement. Hierover zullen later in het proces in overleg met gemeente en veiligheidsregio verdere afspraken gemaakt worden. Ad. lid 2 Het rivierbed is het gebied vanaf de buitenkruinlijn van een primaire waterkering in de richting van de rivier. Het gaat dus om gebieden (veelal uiterwaarden) langs de grote rivieren.

De provincie vindt het (in aanvulling op het Barro) van belang om rekening te houden met de bijzondere situatie dat er in het rivierbed van overheidswege geen bescherming tegen overstroming wordt geboden. Daarom is het belangrijk dat er geen functies en activiteiten in het rivierbed worden toegelaten die een gevaarlijke situatie opleveren. Met betrekking tot onderhavig plan geldt dat voor de buitendijkse gronden in het plangebied bovengenoemde voorwaarden van toepassing zijn. Door in het ontwerp te voldoen aan deze voorwaarden wordt rekening gehouden met de ligging in het rivierbed en worden risico's voor veiligheid en kans op schade tegengegaan. Er zal beperkt sprake zijn van demping van water, waardoor de bestaande rivier voldoende ruimte behoudt. De woningen op het water stijgen mee met het waterpeil. De woningen op het land beschikken op maaiveld over een parkeergarage. Woonfuncties vinden over het algemeen plaats op de verdieping. Goede ontsluiting van het plangebied waarborgt dat evacuatie mogelijk is. Om te verzekeren dat mensen en dieren op doelmatige wijze geëvacueerd kunnen worden zal een evacuatieplan worden opgesteld. Tot slot geldt dat direct ten noorden van het plangebied, direct langs de Bergsche Maas, gronden zijn ingericht die als eerst overstromen bij hoogwater. Deze gronden zijn specifiek bestemd voor berging van water.

Met onderhavig bestemmingsplan invulling wordt op volgende wijze concreet invulling gegeven aan de gestelde voorwaarden ten aanzien van de inrichting van het gebied: ▪ Met berekeningen (zie bijlage 1) is aangetoond wat, op basis van klimaatprojecties, mogelijke waterstanden zijn in de toekomst als gevolg van klimaatverandering. De bouwhoogte van de ontwikkeling is aangepast naar deze berekeningen. De begane grond van woningen en het maaiveld kunnen overstromen in extremere situaties. De begane grond van woningen zo ingericht dat het bestand is tegen overstromingen;

26

Gemeente Geertruidenberg

▪

▪

Er is afstemming geweest met de veiligheidsregio over evacuatiemogelijkheden en crisismanagement. Hierover zullen later in het proces in overleg met gemeente en veiligheidsregio verdere afspraken gemaakt worden; De eerste verdieping blijft droog bij overstromingen die voorkomen 1 per 1000 jaar. Daarmee kunnen mensen veilig in hun woning verblijven tijdens een overstroming van het maaiveld. In de voorlopige ontwerpen is rekening gehouden met het plaatsen van vitale voorzieningen op droge hoogte zodat deze blijven functioneren of snel na de overstroming weer functioneren.

In de in bijlage 1 opgenomen ‘Notitie - veilige ontwikkeling Het Veerse Dok’ is tot slot nader onderbouwd hoe tot deze concrete invulling is gekomen. In paragraaf 4.7 wordt verder ingegaan op de overige waterhuishoudkundige aspecten binnen het plangebied. In aanvulling op bovenstaande beoordeling geldt naar aanleiding van de zienswijzenbeantwoording met betrekking tot de ligging van het plangebied binnen het Rivierbed het volgende: ▪ Het is belangrijk dat er geen functies en activiteiten in het rivierbed worden toegelaten die een gevaarlijke situatie opleveren. De functie wonen is geen functie die gevaarlijke situaties kan opleveren, zoals dijkdoorbraken of verzakkingen (mits goed geconstrueerd). Het plan maakt bovendien geen Bevi-inrichtingen mogelijk. Daarnaast is het zo dat wanneer er sprake is van een hoge waterstanden dat dit niet plotseling zal zijn. Het waterpeil in de rivier stijgt geleidelijk. Een eventuele ontruiming kan dan goed voorbereid en gestructureerd plaatsvinden. Er zullen geen levensbedreigende situaties ontstaan; ▪ Bij een maatgevende hoogwaterstand kan schade ontstaan aan de woningen en het gebied en kunnen mensen in gevaar raken. De minimale woonlaag zal op 4,63 boven NAP worden gerealiseerd. Daarnaast zal er nader bekeken worden welke bouwtechnische of landschappelijke aanpassingen noodzakelijk zijn of voordelen opleveren.

Bij de uitwerking van het plan, het ontwerpen van de woningen en de technische uitwerking daarvan wordt hier rekening mee gehouden. In het bestemmingsplan is de aanleg van een veilige vluchtroute (loopbrug) door middel van een aanduiding op de verbeelding en een bepaling in artikel 4.2.4 sub f van de regels mogelijk gemaakt. (Deze mogelijkheid is op basis van het herstelbesluit komen te vervallen - zie ook paragraaf 7.4); ▪ Er wordt een calamiteitenplan (inclusief calamiteitenroute en evacuatieplan) opgesteld in het geval van hoogwater. Daarbij is het als onderdeel van het calamiteitenplan van belang om de beschikbaarheid van vluchtroutes tijdens een hoogwater in beeld te hebben zodat mensen doelmatig kunnen worden geëvacueerd. In 2011 is een risicomethode buitendijks in opdracht van de provincie Zuid Holland opgesteld: [‘Methodiek ter bepaling van risico’s als gevolg van hoogwater’ (Arcadis en HKV),2011]. Hoewel uit 2011 en dus niet specifiek gedaan op basis van de huidige beoordelingsinstrumentarium is deze nog steeds toepasbaar omdat gebruik gemaakt is van de risicobenadering. Het begrip risico is gedefinieerd als kans maal gevolg. Deze genoemde methodiek kan gebruikt worden voor een rekenkundige analyse van de risico’s en te nemen (beheers)maatregelen bij de verdere planuitwerking.

Herstelbesluit bestemmingsplan “Het Veerse Dok”

27

Uit de rapportage van Sweco volgt bovendien dat de ontwikkeling veilig wordt geacht indien er aan de voorwaarden wordt gehouden die in de notitie staan beschreven. Dit hangt af van de keuzes die gemaakt moeten worden wat betreft de hoogte van het maaiveld en de hoogte van de eerste woonlaag. Op het gebied van waterveiligheid, rekening houdend met de waarschijnlijke dijkhoogte in 2100, zal de minimale woonlaag 4,63 m+NAP moeten worden. Daarnaast is het van belang dat het gebied zo ingericht wordt dat, bij het toch overstromen van het maaiveld bewoners kunnen evacueren en dat schade en hersteltijd beperkt is. Maatregelen kunnen zijn het verhogen van vluchten evacuatiewegen, vitale en kwetsbare functies hoger aanleggen maar ook het maken van afspraken over evacuatie met de veiligheidsregio en gemeente. Tijdens de verdere planvormingsfase wordt afhankelijk en op basis van de uiteindelijke ontwerpkeuzes het calamiteitenplan en de evacuatiemogelijkheden nader uitgewerkt en afgestemd met de gemeente en veiligheidsdiensten. In het kader van veiligheid en bereikbaarheid van de hulpdiensten heeft overleg tussen de veiligheidsregio, initiatiefnemers en de gemeente plaatsgevonden. Het plan is uitvoerig besproken, de veiligheidsregio heeft naar aanleiding van het overleg het plan getoetst op algemene veiligheidsaspecten en waterveiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=e0df3b64-d348-4fa4-bd4f-2f6b67d03a1c