Bijlage 1a BP Het Veerse Dok_Toelichting
Tekst van het document
28
Gemeente Geertruidenberg
Artikel 3.6) Zorgvuldig ruimtegebruik: 1. Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: a. de toedeling van functies in beginsel plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing, behalve in de gevallen dat: ▪ nieuwvestiging mogelijk is op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk; ▪ er feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte is en uitbreiding, al dan niet gelijktijdig met de vestiging van een functie, op grond van de bepalingen in dit hoofdstuk is toegestaan; b. bij stedelijke ontwikkeling toepassing is gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking); c. gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. 2. Onder bestaand ruimtebeslag voor bebouwing wordt verstaan bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Artikel 3.7) Toepassing van de lagenbenadering a. De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd. b. De lagenbenadering omvat de effecten op: a. de ondergrond, zoals de bodem, het grondwater en archeologische waarden; b. de netwerklaag, zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. c.
de bovenste laag zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu. c. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de (on)omkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid. Artikel 3.8) Meerwaarderecreatie 1. Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken, waaronder: a. de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren waardoor er meerwaarde ontstaat; b. de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. 2. De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit, bedoeld in artikel 3.9 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. Beoordeling Ad. artikel 3.6 a. De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. In onderhavig geval zal sprake zijn van een ontwikkeling binnen het bestaand stedelijk gebied. Het plangebied is binnen de
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
29
Omgevingsverordening aangeduid als Stedelijk gebied, waardoor met onderhavige ontwikkeling sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik. b. Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan is in paragraaf 3.2.3 getoetst. c. Gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van de beoogde bouwvlakken voor de woningen is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven. Ad. artikel 3.7 De toepassing van de lagenbenadering is een hulpmiddel om de effecten van een ontwikkeling in beeld te brengen. Het gaat daarbij om het effect op de lagen in wisselwerking met elkaar waarbij de factor tijd actief wordt benut. Daarbij is het vertrekpunt dat niet één van de drie lagen het belangrijkste is voor de ontwikkeling. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering houdt in dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Door de factor tijd actief te benutten wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde, vanuit het verleden, de onomkeerbaarheid van optredende effecten en de toekomstwaarde gelet op duurzaamheid en toekomstbestendigheid.
Voor de aspecten die bij de lagenbenadering betrokken worden, bevat de Interim omgevingsverordening specifieke regels, zoals het Natuur Netwerk, de groenblauwe mantel, cultuurhistorische- en aardkundige waarden, stiltegebied en delen van het watersysteem. •
Laag 1: de landschappelijke onderlegger, ook wel de ondergrondlaag genoemd. Het gaat hierbij om de natuurlijke processen die de basis hebben gevormd voor menselijke ontwikkeling in het gebied;
Uit hoofdstuk 4 volgt dat vanuit de ondergrond ten aanzien van onder meer bodem (paragraaf 4.9) en archeologie (paragraaf 4.8) geen beperkingen gelden, anders dan het saneren van de tijdens het verkennend (water)bodemonderzoek geconstateerde verontreinigingen. Voorafgaand aan de voorgenomen herinrichting dient de bodemverontreiniging te worden verwijderd. Dit komt de ondergrond binnen het plangebied ten goede. •
Laag 2: De (ecologische) infrastructuur, ook wel de netwerklaag genoemd. In deze laag worden de belangrijkste schakels tussen het gebied en de omgeving bekeken, die bepaald gebruik van het gebied mogelijk maken;
Uit hoofdstuk 4 volgt dat ten aanzien van de waterhuishouding, het ecologisch netwerk en het verkeersnetwerk voor het plangebied geen beperkingen gelden voor ander functiegebruik, zoals woningbouw. •
30
Laag 3: Het grondgebruik en de belangrijkste functies, ook wel de occupatielaag genoemd, zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu.
Gemeente Geertruidenberg
De occupatielaag wordt gevormd door de samenhang van bebouwing, landschappelijke en cultuurhistorische waarden met het aanwezige landgebruik. Uit hoofdstuk 4 volgt dat gelet op de effecten op de occupatielaag een stedenbouwkundige woningbouwontwikkeling binnen het plangebied voorstelbaar is. In de Interim omgevingsverordening wordt het plangebied immers aangemerkt als bestaand stedelijk gebied. Met deze planontwikkeling wordt zodoende uitbreiding van Raamsdonksveer buiten bestaand stedelijk gebied voorkomen. Hiermee is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik, passend binnen de uitgangspunten van de provinciale Omgevingsvisie. Ten aanzien van de factor tijd geldt dat uit de toepassing van de lagenbenadering volgt dat er voldoende aanknopingspunten zijn waarmee het planvoornemen op een goede manier kan worden ontwikkeld. Met het planvoornemen wordt op een passende duurzame, toekomstbestendige manier gebruik gemaakt van de locatiespecifieke omgevingskwaliteiten en zijn er geen onomkeerbare effecten te verwachten op de lagen. Er kan ruimtelijk juist een meerwaarde worden behaald, zonder verdere negatieve effecten op waarden in de omgeving.
Met het bestemmingsplan wordt op volgende wijze concreet invulling gegeven aan een toekomstbestendige inrichting van het gebied: • Met berekeningen (zie rapportage Sweco in bijlage 1) is aangetoond wat, op basis van klimaatprojecties, mogelijke waterstanden zijn in de toekomst als gevolg van klimaatverandering. De bouwhoogte van de ontwikkeling is aangepast naar deze berekeningen. De begane grond van woningen en het maaiveld kunnen overstromen in extremere situaties. De begane grond van woningen zo ingericht dat het bestand is tegen overstromingen; • Er is afstemming geweest met de veiligheidsregio over evacuatiemogelijkheden en crisismanagement (zie paragraaf 7.2). Hierover zullen later in het proces in overleg met gemeente en veiligheidsregio verdere concrete afspraken gemaakt worden; • De eerste verdieping blijft droog bij overstromingen die voorkomen 1 per 1000 jaar. Daarmee kunnen mensen veilig in hun woning verblijven tijdens een overstroming van het maaiveld. In de voorlopige ontwerpen is rekening gehouden met het plaatsen van vitale voorzieningen op droge hoogte zodat deze blijven functioneren of snel na de overstroming weer functioneren.
Uit de rapportage van Sweco, de beantwoording van zienswijze 5a ten aanzien van meerlaagse veiligheid, de waterparagraaf (paragraaf 4.7) en de beschrijving van het planvoornemen (paragraaf 2.3), de beantwoording op inspraakreactie 3a in de Nota van beantwoording, en de beantwoording van zienswijze 5c, 5e en 5g volgt dat de ontwikkeling, rekening houdend met klimaatverandering, in tijd en ruimte veilig, duurzaam en toekomstbestendig kan plaatsvinden en dat een toekomstige woonfunctie ten opzichte van de huidige jachthavenfunctie ten goede komt aan de omgeving, vanwege het herbestemmen van een milieubelastende activiteit, en een passende functie betreft binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied. De beperkte omvang van de gemeente Geertruidenberg en de mogelijkheden, zowel binnen als buiten bestaand stedelijk gebied, maken het immers noodzakelijk om alle geschikte locaties binnen de gemeente te benutten voor woningbouw. Met onderhavige ontwikkeling wordt bovendien een verbetering van de algemene situatie in de omliggende woonwijk voorzien. De afgelopen jaren zijn de woonwijk en de jachthaven (bedrijfsactiviteiten milieucategorie 3) steeds meer naar elkaar gegroeid. In deze
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
31
periode is steeds vaker gebleken dat bewoners overlast ervaren van de jachthaven en haar gebruikers, welke de jachthaven met auto’s en trailers bezoeken (met name op dagen met goed weer). Het wijzigen van de jachthaven naar een woongebied geldt derhalve als toekomstbestendige oplossing voor zowel de jachthaven als de bewoners van de woonwijk. Gelet op bovenstaande en rekening houdend met de maatschappelijke opgaven die er zijn volgt dat onderhavige locatie geschikt wordt geacht voor de beoogde woonfunctie. Ad. artikel 3.8 Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan een gecombineerde herontwikkeling van twee percelen ten behoeve van woningbouw. Het perceel Kartuizerstraat 4-6 kent thans een bedrijfsbestemming, waar echter al geruime tijd geen bedrijfsactiviteiten meer plaatsvinden. Het perceel met bedrijfsgebouwen en een bedrijfswoning heeft daarbij een beperkte uitstraling naar de omgeving. Met een transformatie naar woongebied kan zowel de ruimtelijke kwaliteit aan de Kartuizerstraat als de uitstraling naar het water een flinke impuls krijgen. De transformatie van de jachthaven gelegen aan de Kartuizerstraat 12 draagt algeheel bij aan een kwalitatieve verbetering van de leefomgeving. De mogelijkheid doet zich voor om een unieke woonomgeving te creëren met wonen aan en in het water.
Daarbij wordt een goede overgang gevormd van de kern van Raamsdonksveer naar het buitengebied. Door de locatie te ontwikkelen met een hoogwaardig woningbouwplan wordt tevens een goede afronding van Dongeburgh vormgegeven. Tot slot heeft het vervallen van de bedrijfsbestemming op locatie Kartuizerstraat 4-6 en de jachthaven bestemming op locatie Kartuizerstraat een positieve invloed op de aangrenzende, bestaande woongebieden. Conclusie De gewenste ontwikkeling is passend binnen de Interim omgevingsverordening NoordBrabant. 3.3.4
Omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader De Omgevingswet verplicht dat de provincie een omgevingsverordening vaststelt. Provinciale Staten hebben de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De verordening zal gelijktijdig met de Omgevingswet in werking treden, naar verwachting per 1 januari 2023. De wijzigingen ten opzichte van de huidige Interim omgevingsverordening Noord-Brabant worden hoofdzakelijk veroorzaakt door de eisen die de aankomende Omgevingswet stelt aan de Omgevingsverordening. Verder zijn er een aantal andere inzichten verwerkt. Dit betreft de volgende onderwerpen: Er zijn regels opgenomen voor een maximale boordiepte voor bodemenergiesystemen; • Er zijn regels opgenomen voor grondverzet in grondwaterbeschermingszones, inclusief de toepassing voor PFAS-houdende grond; • De regels voor het kappen van houtopstanden zijn aangepast aan de Brabantse Bossenstrategie; • Omgevingskwaliteit heeft een centrale plek gekregen bij de instructieregels voor het omgevingsplan aan gemeenten. Hierbij is een bouw-sloop regeling vormgegeven en is een ruime maatwerkregeling opgenomen ter versterking van omgevingskwaliteit;
32
Gemeente Geertruidenberg
• •
De mogelijkheden voor collectieve woonvormen in het buitengebied zijn verruimd; Er zijn wijzigingen doorgevoerd in de gebieden op de kaart die aangeven waar welke regels gelden. Naast actualisaties zijn er ook gebieden vervallen of samengevoegd.
Beoordeling en conclusie In de Omgevingsverordening zijn geen veranderingen voorzien in het beleid ten opzichte van onderhavig voornemen. Ook onder de Omgevingsverordening NoordBrabant is de beoogde ontwikkeling in overeenstemming met het provinciale beleid. 3.4 3.4.1
Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Geertruidenberg Toetsingskader In de Omgevingsvisie komen de verschillende opgaven, die spelen per thema samen in integrale ambities voor de komende 10 à 20 jaar. De ambities geven aan waar de gemeente naar toe wil. In de Omgevingsvisie worden keuzes gemaakt en prioriteiten gesteld voor de opgave waar de gemeente voor staat. De ambities zijn gericht op een: ▪ Toekomstbestendige en groene gemeente; ▪ Ondernemende gemeente; ▪ Gezonde en veilige gemeente; ▪ Levendige gemeente. Deze ambities zijn het resultaat van het uitgebreide participatietraject, het interne proces en de keuzes gemaakt door de gemeenteraad van Geertruidenberg. Met deze set ambities bouwt de gemeente, op het fundament van de Structuurvisie 2030 (uit 2013) en het koersdocument G2025 (uit 2018), verder aan de fysieke leefomgeving van Geertruidenberg.
Uitsnede kaart Omgevingsvisie Geertruidenberg met ‘Dok 12’ aangeduid als één van de woningbouwlocaties. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
33
Van toepassing op onderhavige ontwikkeling is met name het thema Wonen. De gemeente is voornemens hiervoor een programma op te stellen. Het programma zal in beeld brengen hoe de lokale vraag en aanbod beter op elkaar aangesloten kunnen worden. Het beleid rondom wonen zal gericht zijn op de thema’s ‘Wonen en bouwen’, ‘Wonen en energietransitie’ en ‘Wonen en cultuurhistorie’. Beoordeling Het onderhavige plan is als ‘Dok 12 Raamsdonksveer, ca. 50 woningen’ opgenomen in de lijst met woningbouwprojecten die de basis gaan vormen van het gemeentelijk programma Wonen in Raamsdonksveer. Op 18 juni 2020 zijn vernieuwde randvoorwaarden vastgesteld voor de ontwikkeling van de woningbouw om het initiatief voort te kunnen zetten en haalbaar te krijgen. Hierbij is bepaald dat de ontwikkeling mag beslaan uit in totaal 62 woningen. Het voorliggend initiatief is daarmee passend binnen de ambities van de Omgevingsvisie Geertruidenberg. Verkenning potentiële woningbouwlocaties binnen de gemeente Binnen de gemeentelijke Omgevingsvisie zijn 12 woningbouwlocaties opgenomen, waaronder ook de woningbouw aan Het Veerse Dok. Deze woningbouwlocaties hebben een (zachte) plancapaciteit van 480 woningen, waarvan ook een deel al is gerealiseerd. Dit zijn te weinig locaties om te kunnen voorzien in de grote opgave ten aanzien van de woningbouw die de gemeente Geertruidenberg heeft.
Er is daarom een ambtelijke verkenning gedaan naar potentiële woningbouwlocaties binnen de gemeente. Er is expliciet gekeken naar binnenstedelijke oplossingen, het is echter gebleken dat de opgave niet enkel binnenstedelijk kan worden opgelost. Ook in het geval de oplossing buitenstedelijk gezocht wordt is de opgave erg lastig. Naast dat je de landschappelijke structuur niet wil aantasten hebben we ook te maken met o.a. energienetwerken die afkomstig zijn van RWE, gronden die benodigd zijn voor de verbreding van de A27 en knooppunt Hooipolder. Ook het behouden van natuur vinden we erg belangrijk. Aan de hand van die afwegingen zijn er op 9 november 2023 14 nieuwe woningbouwlocaties door de gemeenteraad aangewezen. Deze locaties dienen nader te worden onderzocht om te bekijken of ze geschikt zouden kunnen zijn voor de realisatie van woningbouw. Die afweging moet dan ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorgelegd worden, zodat de raad daarover kan besluiten. In totaal wordt een inschatting gemaakt dat binnen deze 14 locaties mogelijk 831 woningen zouden kunnen worden gerealiseerd. Echter de planvorming voor deze locaties staat dus nog helemaal aan het begin van het proces. De geringe omvang van de gemeente en de mogelijkheden, zowel binnen als buiten bestaand stedelijk gebied maken het noodzakelijk om alle geschikte locaties te benutten voor woningbouw.
Daarnaast staan de nieuwe locaties nog helemaal aan het begin van het proces om tot ontwikkeling te komen, en is de ervaring dat een woningbouwontwikkelingsproces vaak meerdere jaren in beslag kan nemen. Onderstaand wordt aangegeven waarom Het Veerse Dok een geschikte plek is voor woningbouw en/of waarom het de voorkeur van gemeente krijgt: ▪ De huidige jachthaven met alle bijhorende activiteiten zorgt al jaren voor een toenemende druk op de naastgelegen woonwijk. Het betreft namelijk een milieucategorie 3.1 bedrijf en de omliggende woningen staan op zeer dichte afstand
34
Gemeente Geertruidenberg
▪
▪
▪
▪
van de jachthaven. Er wordt zowel parkeeroverlast als geluidsoverlast ervaren door buurtbewoners. Het gebied is in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant aangeduid als stedelijk gebied. De provincie prefereert nieuwe stedelijke functies in bestaand stedelijk gebied, voordat er wordt ontwikkeld op locaties in landelijk gebied. Ruimte voor woningbouw binnen stedelijk gebied is beperkt. De locatie is niet gelegen binnen de beleidslijn grote rivier, daardoor is het niet in strijd met de nieuwe inzichten als het gaat om water en bodem sturend. Naar verwachting wordt het bestemmingsplan in 2024 nog vastgesteld waarvoor de Tweede Kamer aangeeft dat locaties niet heroverwogen dienen te worden. Er is namelijk acute vraag naar woningen. Woningbouw (of welke ontwikkeling dan ook) op een buitendijkse locatie moet uiteraard veilig zijn. Daarbij moet er vanuit het scenario “Ja, mits” gekeken worden. Gezien de maatregelen die bij deze ontwikkeling worden genomen, achten wij de ontwikkeling veilig, en daarom ook mogelijk (en wenselijk) op deze locatie.
Gelet op de onzekerheid omtrent de nieuwe woningbouwlocaties, de noodzaak om op korte termijn woningbouw toe te voegen en de bovenstaande conclusie dat ter plaatse van Het Veerse Dok voorzien kan worden in een veilig woon- en leefklimaat, draagt Het Veerse Dok met passende woningen bij aan de woningbouwbehoefte van de gemeente Geertruidenberg.
Conclusie Het onderhavig bestemmingsplan past binnen de ambities van het omgevingsbeleid van de gemeente Geertuidenberg voor de kern Raamdsdonksveer. 3.4.2
Woonvisie 2017 Toetsingskader De Woonvisie 2017 ‘Aangenaam en duurzaam wonen’ van de gemeente Geertruidenberg, vastgesteld op 24 mei 2017, geldt als het belangrijkste beleidsdocument op het vlak van gemeentelijk woningbouwbeleid. In de Woonvisie wordt de actuele informatie over de woningmarkt vertaald naar speerpunten voor het gemeentelijk beleid. Hierbij gaat het onder andere om ruimtelijke ordening, woningbouwplanning (flexibiliteit, transformatie), grond(prijs)beleid (betaalbaarheid), kwaliteit (duurzaamheid), woonruimteverdeling (beschikbaarheid / bijzondere doelgroepen), wonen en zorg (leefbaarheid). Het algehele doel van de woonvisie is het realiseren van een goed woonklimaat wat ook direct bijdraagt aan het vestigingsklimaat, om de vitale gemeenschappen en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat te behouden en te versterken. De speerpunten en bijbehorende doelstellingen van het woonbeleid zijn gericht op: ▪ Beschikbaarheid: zorgen voor voldoende woningen voor de verschillende doelgroepen; ▪ Betaalbaarheid: de relatie tussen inkomen en woonlasten moet in balans zijn; ▪ Duurzaamheid: de woningen verduurzamen is de één van de grootste uitdagingen; ▪ Woonkwaliteit: de woonwensen en kwaliteit van wonen verbeteren met betrekking tot het aanpassen van de bestaand woningvoorraad en realisatie van nieuwbouw; ▪ Transformatie: transformatie van binnenstedelijk en buitengebied;
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
35
▪ ▪
Leefbaarheid: naast de woning is ook de locatie en de omgeving belangrijk voor een aangenaam leefklimaat; Langer thuis wonen: toekomstbestendig maken van woningen van senioren.
Beoordeling Voor nieuwe woningbouwontwikkelingen is de Woonvisie 2017 leidend. Elke vorm van ontwikkeling op een planlocatie zal aan de speerpunten van de woonvisie moeten worden getoetst. Met betrekking tot onderhavig voornemen zijn de volgende aspecten van belang: ▪ Beschikbaarheid: onderhavig plan voorziet in een gedifferentieerd woningbouwprogramma met koopwoningen in diverse prijscategorieën. Blijkens de gemeentelijke Startnotitie wordt toevoeging van sociale huurwoningen in dit gedeelte van Raamsdonksveer niet nodig geacht en wordt tevens reeds voorzien in voldoende vrije sector huurwoningen. Voor alle prijssegmenten geldt overigens dat er naast de vraag naar grondgebonden woningen ook vraag wordt gezien naar gestapelde woningbouw; ▪ Duurzaamheid: met duurzaamheid als speerpunt van de woonvisie, bestaat de eis dat de nieuwe woningen onder meer moeten voldoen aan de eis energieneutraal (EPC<=0) / Nul op de meter en dat de woningen aardgasvrij worden gerealiseerd; ▪ Woonkwaliteit: door te voldoen aan de basiseisen ten aanzien van levensloopbestendigheid voor alle woningen, woningen flexibel in te delen en op het gebied van duurzaamheid te voldoen aan de eis van minimaal energieneutraal, wordt de beoogde woonkwaliteit gewaarborgd.
▪ Transformatie: de beoogde transformatie bevordert zorgvuldig ruimtegebruik in stedelijk gebied door herontwikkeling van een locatie met thans een bedrijfs- en jachthavenbestemming. Tevens komt dit ten goede komt aan het woon- en leefklimaat van de bestaande omliggende woningen. Woningbouwopgave In het kader van een integraal woonbeleid heeft de gemeente Geertruidenberg op 1 februari 2024 het programma Wonen vastgesteld. In het programma Wonen zijn diverse woningbouwbehoefteonderzoeken uitgevoerd en is rekening gehouden met de provinciale prognose voor Geertruidenberg. Daarbij is binnen de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) afgesproken dat gestreefd wordt naar 130% plancapaciteit over de totale woningbouwopgave van 685 woningen tot 2030, waarvan 400 binnen 3 jaar. Dit houdt in dat in de woningbouwprogrammering rekening wordt gehouden met 890 woningen tot 2030. Deze overcapaciteit is afgesproken binnen de regio en nodig, omdat gemiddeld een derde van de gemaakte woningbouwplannen niet doorgaat of vertraagt. Gelet op de provinciale woningbouwprognoses tot en met 2040, waarbij voor de gemeente Geertruidenberg een groei vanaf 2023 wordt voorzien van 1.230 woningen is het niet de verwachting dat de druk op de woningmarkt snel zal afnemen. Op basis van cijfers van de gemeente Geertruidenberg zijn de afgelopen jaren onderstaande omgevingsvergunningen verleend voor woningbouw.
Op basis hiervan blijkt dat er ook de komende jaren hard gewerkt moet worden om te voorzien in voldoende woningen. Jaar 2018
36
Vergunningen Woningen 87
Gemeente Geertruidenberg
2019 2020 2021 2022 2023
176 47 10 2 107
55% van de woningen wordt gerealiseerd onder de grens van betaalbare koopwoningen (< €355.000,-) zoals is vastgelegd binnen de Woondeal.
Conclusie Onderhavig planvoornemen is passend binnen de gemeentelijke Woonvisie. 3.4.3
Structuurvisie Geertruidenberg 2030 (2013) Toetsingskader De Structuurvisie Geertruidenberg 2030 (door de raad vastgesteld op 19 december 2013) legt de missie vast voor de (middel)lange termijn, met een planhorizon van 10 tot 15 jaar. De gemeente neemt een regierol op zich. In de structuurvisie wordt ingezet op de ontwikkeling van een aantrekkelijke gemeente, zowel om te wonen, als te werken en te recreëren. De gemeente wenst haar drie dorpen met ieder een eigen identiteit vitaal en leefbaar te houden, een evenwichtige bevolkingsopbouw is hierbij van groot belang. Nieuwe woningbouwontwikkelingen zijn een middel om dit te bereiken. De gemeente streeft hierbij naar een gevarieerde woningvoorraad met een diversiteit qua leeftijds-, huishoudens- en inkomensgroepen. Bij woningbouw legt de gemeente het accent op vernieuwing van binnenuit, op 'inbreiding' (in bestaand bebouwd gebied) in plaats van op uitbreiding. Hiermee wordt aangesloten bij de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Anderzijds is inbreiding (door herstructurering of transformatie) een middel om de ruimtelijke knelpunten in bestaande bebouwde gebieden aan te pakken.
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
37
Uitsnede kaart Structuurvisie Geertruidenberg 2030. Het plangebied is met een blauwe cirkel aangeduid. Bron: ruimtelijkeplannen.nl, 2021
Beoordeling Met onderhavig bestemmingsplan wordt concreet invulling gegeven aan de doelen uit de structuurvisie. Het voorliggende plangebied betreft een locatie in bestaand bebouwd gebied, waar door middel van transformatie een nieuwe ruimtelijke invulling wordt gegeven. Tevens wordt door zuinig ruimtegebruik aansluiting gevonden met de doelstelling en het uitgangspunt voor alle bouwopgaven uit de Structuurvisie 2030 van de gemeente Geertruidenberg. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het onderhavige plan passend is binnen het gemeentelijke ruimtelijke beleid. 3.4.4
Welstandsnota 2012 Toetsingskader Het welstandsbeleid van de gemeente Geertruidenberg is vastgelegd in de Welstandsnota 2012. De welstandsnota bestaat uit twee delen: een algemeen deel en een deel met beoordelingscriteria. In het algemeen deel is beschreven hoe het welstandstoezicht in de gemeente Geertruidenberg momenteel is georganiseerd en wordt uitgevoerd. Daarnaast is er in dit deel aandacht voor de achtergronden van het welstandsbeleid en de relatie met andere beleidsterreinen. Het algemeen deel bevat dus achtergrondinformatie die nodig is om de gemaakte keuzes te kunnen herleiden. Het tweede deel van deze welstandsnota beschrijft de beoordelingscriteria die door de welstandscommissie/monumentencommissie worden gebruikt bij de beoordeling. Beoordeling De percelen van onderhavig plangebied zijn in de Welstandsnota 2012 opgenomen als bebouwingstype ‘T3 Jachthaven’. Voor dit bebouwingstype geldt dat de jachthavens in de gemeente Geertruidenberg aan de rand van de bebouwde kom liggen en naar binnen gericht zijn. Bebouwing is hier vaak ondergeschikt aan het geheel en de architectonische kwaliteit is ondergeschikt aan de gebruiksfunctie.
38
Gemeente Geertruidenberg
Bebouwingstype ‘T3 Jachthaven’ valt onder de ‘Welstandsvrije bebouwingstypen’, waarvoor geen welstandstoets van toepassing is. Door de voorziene herontwikkeling van de planlocatie is deze classificatie niet langer meer van toepassing. Om toch een bepaald kader te hebben waaraan bouwplannen binnen het gebied getoetst kunnen worden, is een kaderstellend schetsontwerp voor de locatie opgesteld in de vorm van een beeldkwaliteitsplan, bijgevoegd als bijlage 2 bij onderhavige toelichting. Het beeldkwaliteitsplan voor de locatie wordt in een vroegtijdig stadium voorgelegd aan de CRK (Commissie Ruimtelijke Kwaliteit) en te zijner tijd ter vaststelling aan de gemeenteraad voorgelegd. Het wordt onderdeel van de Welstandsnota 2012 en zal als toetsingskader aanvullend werken op de Welstandsnota 2012.
Uitsnede kaart bebouwingstypen Welstandsnota 2012. Bron: Gemeente Geertruidenberg, 2021
Conclusie Geconcludeerd kan worden dat welstandsbeleid conform de gemeentelijke Welstandsnota 2012 geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen. 3.4.5
Duurzaamheidsvisie en -programma Toetsingskader In 2016 heeft de gemeenteraad de Duurzaamheidsvisie opgesteld. De visie gaat uit van het realiseren/verbeteren van de duurzaamheid in de gemeente. De visie richt zich zowel op de mate van duurzaamheid van nieuwe projecten maar ook het verbeteren van de duurzaamheid van de reeds bestaande bebouwing. De Duurzaamheidsvisie volgt het principe van de 3P’s: People, Planet, Profit. De visie is verder uitgewerkt in het duurzaamheidsprogramma. In mei 2018 heeft de gemeenteraad het duurzaamheidsprogramma vastgesteld. Dit duurzaamheidsprogramma maakt de ambitie van een duurzaam Geertruidenberg in 2050 concreet en geeft uitvoering aan de visie door middel van maatregelen op het gebied van energie, mobiliteit, klimaatadaptatie, circulaire economie en bewustwording. Te denken valt hier aan onder meer aardgasvrije nieuwbouw, zonnepanelen en
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
39
duurzaam materiaalgebruik (in 2030 50% minder primaire grondstoffen, 2050 economie circulair). Op het vlak van klimaatadaptatie heeft de gemeente zichzelf tot doel gesteld in 2050 klimaatadaptief te zijn en geen last meer te hebben van wateroverlast door waterberging en vergroening van de gemeente. Beoordeling Bij de verdere planuitwerking en het ontwerp van de woningen zal bekeken worden hoe aan de doelstellingen voor energie, mobiliteit, klimaatadaptie en circulaire economie concreet bijgedragen kan worden. Een belangrijke bouwsteen uit de duurzaamheidsvisie is de ‘duurzaamheidstoets’ waarmee initiatieven op hun duurzaamheid kunnen worden beoordeeld. Conclusie Met onderhavig planvoornemen wordt concreet invulling gegeven aan de duurzaamheidsvisie en het duurzaamheidsprogramma van de gemeente Geertruidenberg en is daarmee passend binnen het gemeentelijk duurzaamheidsbeleid. 3.4.6
Startnotitie en gewijzigde randvoorwaarden woningbouw Kartuizerstraat 4-6 en 12 te Raamsdonkveer Toetsingskader Het college van B&W heeft op 17 april 2018 en op 25 juni 2018 besloten onder een aantal voorwaarden in principe medewerking te verlenen aan de ontwikkeling van woningen op het terrein van de huidige jachthaven Dok 12 aan Kartuizerstraat 12 in Raamsdonksveer respectievelijk op het perceel Kartuizerstraat 4-6 in Raamsdonksveer. Na de vaststelling van de startnotitie heeft de initiatiefnemer de plannen verder uitgewerkt en besproken met de gemeente. Op 18 juni 2020 zijn vernieuwde randvoorwaarden vastgesteld voor de ontwikkeling van de woningbouw om het initiatief voort te kunnen zetten en haalbaar te krijgen. Hierbij is bepaald dat de ontwikkeling mag beslaan uit in totaal 62 woningen. Beoordeling en conclusie De volgende randvoorwaarden zijn gesteld. Daarbij is tevens aangegeven of voldaan kan worden aan de betreffende randvoorwaarde. Programma ▪ de ontwikkeling mag maximaal 62 woningen bevatten, waarvan maximaal 57 op het land; in de regels is het aantal woningen gemaximaliseerd. ▪ er moet een gedifferentieerd woningbouwprogramma gerealiseerd worden, waarbij minimaal 4 woningen worden gerealiseerd in de bereikbare koop en minimaal 30 in het middeldure koopsegment.
Gebouwd wordt waar behoefte aan is conform de woonvisie; In het bestemmingsplan wordt de verkoopprijs van de woningen niet vastgelegd. Over deze voorwaarde zijn met de initiatiefnemer en de gemeente afspraken gemaakt. Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. ▪ de woningen zijn geschikt voor de doelgroepen senioren en 1 tot 2 persoonshuishoudens; De woningen zijn geschikt voor senioren en 1 tot 2 persoonshuishoudens.
40
Gemeente Geertruidenberg
▪
▪ ▪
▪
▪
de nieuwe woningen voldoen minimaal aan de eis energieneutraal (EPC<=0), maar zijn bij voorkeur Nul op de meter; In het bestemmingsplan kunnen geen regels over de energieprestatie van woningen worden vastgelegd. Over deze voorwaarde zijn met de initiatiefnemer en de gemeente afspraken gemaakt. Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. de nieuwe woningen zijn gasloos; de woningen worden gasloos. de nieuwe woningen voldoen aan de basiseisen van levensloopbestendigheid; Over deze voorwaarde zijn met de initiatiefnemer en de gemeente afspraken gemaakt. Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. 50% van de woningen voldoet aan de maximale eisen van levensloopbestendigheid; Over deze voorwaarde zijn met de initiatiefnemer en de gemeente afspraken gemaakt. Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. de nieuwe woningen voldoen aan het politiekeurmerk Veilig Wonen. In het bestemmingsplan kunnen hierover geen regels worden gesteld. Over deze voorwaarde zijn met de initiatiefnemer en de gemeente afspraken gemaakt. Aan deze voorwaarde kan worden voldaan.
Ruimtelijke en stedenbouwkundige voorwaarden ▪ de ontwikkeling beslaat het gehele plangebied, de jachthavenfunctie en de bedrijfsbestemming moeten beiden volledig verwijderd worden. Commerciële verhuur is niet toegestaan; Hiervan is sprake. ▪ maximaal 50% van de oppervlakte van het land wordt uitgeefbaar terrein, minstens 50% wordt openbaar gebied; Hiervan zal sprake zijn. ▪ de parkeerbehoefte (conform het vastgestelde parkeerbeleid) dient volledig binnen het plangebied aangelegd worden, tenzij uit een parkeermeting blijkt dat de omliggende wijk voldoende restcapaciteit heeft om een aantal parkeerplaatsen op te vangen; In paragraaf 4.11 wordt getoetst aan het gemeentelijke parkeerbeleid. ▪ het terrein wordt ontsloten middels maximaal twee inritten op de Kartuizerstraat; Hiervan is sprake. ▪ de woningen bestaan uit gemiddeld twee tot drie bouwlagen, eventueel afgedekt met een flauwe kap. Daarnaast bestaan de woningen uit gemiddeld maximaal 4 bouwlagen zodat een onderste bouwlaag ingericht kan worden ten behoeve van parkeer- en opslag / beringsvoorzieningen, hobbyruimte en de entree van de woning; Hiervan is sprake. In de bouwregels is een maximale goot- en bouwhoogte opgenomen, zodanig dat hieraan kan worden voldaan. ▪ op twee plekken aan het Zuidergat kan voor grotere bouwhoogtes gekozen worden tot maximaal vijf bouwlagen; Hiervan is sprake.
In de bouwregels is een maximale goot- en bouwhoogte opgenomen, zodanig dat hieraan kan worden voldaan. ▪ de ontwikkeling moet ruimtelijk en stedenbouwkundig ingepast worden; Hiervan is sprake. ▪ de monumentale boom op het perceel aan Kartuizerstraat 4-6 moet behouden blijven; De monumentale boom is ten tijde van het opstellen van dit bestemmingsplan niet meer aanwezig. ▪ de woning op het perceel aan Kartuizerstraat 4-6 moet behouden blijven; Deze woning blijft behouden. ▪ er is aandacht voor klimaatadaptatie bij de inrichting van het gebied. Hiervan zal sprake zijn. In paragraaf 3.4.5 van deze toelichting wordt getoetst aan de gemeentelijke Duurzaamheidsvisie.
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
41
Beleidsmatige en sectorale voorwaarden ▪ de initiatiefnemer van jachthaven Dok 12 is verantwoordelijk voor de verwijdering van de ligplaatsen van de huidige locatie. De gemeente heeft geen actieve rol in het vinden van een alternatieve locatie voor de huidige ligplaatshouders; Hiervan is sprake. ▪ het baggeren en het onderhoud van het water binnen het plangebied (het water dat nu particulier eigendom is, is na het vertrek van de jachthaven en de bedrijfsbestemming geen verantwoordelijkheid van de gemeente maar van de toekomstige bewoners, bijvoorbeeld in de vorm van een Vereniging van Eigenaren; Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. ▪ er wordt nog met de initiatiefnemers besproken hoe wordt omgegaan met de overeenkomsten die de initiatiefnemers hebben voor het gebruik van het water in het Zuidergat; Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. ▪ er wordt nog met de initiatiefnemers besproken hoe wordt omgegaan met het eigendom, beheer en onderhoud van het openbaar grondgebied; Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. ▪ er wordt in overleg met de omgeving een kaderstellend schetsontwerp opgesteld, dat als onderdeel van de Welstandsnota 2012 door de gemeenteraad wordt vastgesteld; Aan deze voorwaarde kan worden voldaan.
▪ er moet sprake zijn van zorg voor behoud en bevordering van de ruimtelijke kwaliteit, toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking en regionale afstemming over het woningbouwprogramma; In hoofdstuk 3 van deze toelichting wordt ingegaan op deze aspecten. ▪ de ruimtelijke ontwikkeling mag niet kwetsbaar zijn ten aanzien van de waterdiepte en de frequentie van overstromen; Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. In paragraaf 3.3.3 en 4.7 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan. ▪ er moet verzekerd zijn dat mensen en dieren op doelmatige wijze geëvacueerd kunnen worden; Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. In paragraaf 3.3.3 en 4.7 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan. ▪ er moet verzekerd zijn dat de permanente aanwezigheid van mensen hoogwatervrij kan plaatsvinden; Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. In paragraaf 3.3.3 en 4.7 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan. ▪ er moet rekening worden gehouden met de voorwaarden die Rijkswaterstaat en waterschap Brabantse Delta aan de inrichting van het gebied stellen. Er dient met deze partijen in overleg te worden getreden over veilige en passende maatregelen; Met beide partijen wordt vooroverleg gevoerd.
▪ er moet rekening worden gehouden met de toekomstige dijkversterkingsopgave van het waterschap; In 2020 zijn de dijkvakken rondom het plangebied opnieuw getoetst, waaruit is gebleken dat versterking van de bestaande dijken rondom de locatie noodzakelijk is. Op welke wijze dit gebeurd dient nog bepaald te worden (dijkversterkingsopgave dan wel een andere oplossingsrichting). In het plan wordt rekening gehouden met een eventuele dijkverhoging en wordt gezorgd voor een veilig woonniveau, hoger dan thans noodzakelijk. ▪ er moet rekening worden gehouden met de bedrijven op bedrijventerrein Gasthuiswaard; Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. In 4.5 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan.
42
Gemeente Geertruidenberg
▪
▪
indien de transformatie van één van beide percelen naar woongebied geen doorgang vindt, dient rekening te worden gehouden met de belemmerende werking van die oorspronkelijk functie op het nieuwe woongebied; Beide percelen transformeren naar woongebied. Indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat maatregelen noodzakelijk zijn ten aanzien van wegverkeerslawaai, dan dienen deze uitgevoerd te worden. Aan deze voorwaarde kan worden voldaan. In 4.2 van deze toelichting wordt hier nader op ingegaan.
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
43
44
Gemeente Geertruidenberg
4
PLANOLOGISCH RELEVANTE (MILIEU)ASPECTEN
4.1
Inleiding Toetsing juncto art. 3.1.6 Bro Met betrekking tot een ruimtelijk plan staat in artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht vermeld: 'bij de voorbereiding van een besluit vergaart het bestuursorgaan de nodige kennis omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen'. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat rekening moet worden gehouden met de uitkomsten van het met toepassing van artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht verrichte onderzoek. Daarnaast moet ook worden getoetst aan het Besluit m.e.r. Ten behoeve van het onderhavige plan heeft onderzoek plaatsgevonden naar een aantal uitvoeringsaspecten. Hieronder wordt verslag gedaan van de uitkomsten van de planologisch relevante uitvoeringsaspecten. De onderzoeksrapporten zijn als bijlagen gevoegd bij dit bestemmingsplan. Navolgend worden behandeld: • Geluid; • Luchtkwaliteit; • Externe veiligheid; • Bedrijven en milieuzonering; • Ecologie; • Water; • Archeologie en cultuurhistorie; • Bodem; • Geurhinder en veehouderijen; • Verkeer en parkeren; • Kabels en leidingen; • Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling.
4.2
Geluid Toetsingskader Op basis van artikel 76 van de Wet geluidhinder (Wgh) dienen bij de vaststelling van een bestemmingsplan, wijzigingsplan of uitwerkingsplan als bedoeld in art. 3.6 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de waarden als bedoeld in art. 82 t/m 85 van de Wgh in acht te worden genomen, indien dat plan gelegen is in een zone rondom een weg als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh en (het betreffende onderdeel van) dat plan mogelijkheden biedt voor: • de realisatie van woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen en van geluidsgevoelige terreinen (functies zoals genoemd in art. 1 Wgh en art 1.2 Bgh – het Besluit geluidhinder zoals gewijzigd op 4 april 2012); • de aanleg van een nieuwe weg en/ of een reconstructie van een bestaande weg; • functiewijzigingen van een niet-geluidsgevoelige functie in een geluidsgevoelige functie (bijvoorbeeld via afwijkings- of wijzigingsbevoegdheid). De onderzoekszone voor wegen zoals bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh is afhankelijk van de hoeveelheid rijbanen. Onderstaande tabel geeft hier een overzicht van:
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
45
Stedelijk gebied
Buitenstedelijk gebied
Aantal rijstroken
Aantal meter aan weerszijden van de weg
1 of 2
200 m
250 m
3 of 4
350 m
400 m
5 of meer
350 m
600 m
Artikel 74 lid 2 Wgh regelt dat indien de bovengenoemde ontwikkelingen zijn gelegen binnen een als ‘woonerf’ aangeduid gebied of in een zone nabij wegen waarvoor een maximum snelheidsregime van 30 km/u geldt, de betreffende waarden niet in acht hoeven te worden genomen. Uit een akoestisch onderzoek moet blijken of, indien sprake is van een van de bovengenoemde ontwikkelingen binnen een zone als bedoeld in art. 74 lid 1 Wgh, deze binnen de waarden valt zoals voor diverse typen ontwikkelingen is vastgelegd in de Wgh. De grenswaarde voor de toelaatbare etmaalwaarde van de equivalente geluidbelasting van wegen binnen zones langs wegen is voor woningen 48 dB. In bijzondere gevallen is een hogere waarde mogelijk; Burgemeester en Wethouders zijn binnen de grenzen van de gemeente en onder voorwaarden bevoegd tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting. Beoordeling Alle wegen in Nederland met een snelheidsregime van 50 km/u of hoger zijn conform de Wet geluidhinder gezoneerd. Indien een geluidgevoelig object (zoals een woning) wordt opgericht in de onderzoekszone van een weg, dient akoestisch onderzoek plaats te vinden om aan te tonen dat aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan of dat ontheffing noodzakelijk is.
Het plangebied is gelegen binnen de onderzoekszone van de Monnikenweg en binnen de invloedssfeer van enkele omliggende wegen in de 30 km/uur-zone. Derhalve is in april 2023 door De Roever Omgevingsadvies een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. In het onderzoek is de geluidbelasting op de geluidgevoelige bestemmingen inzichtelijk gemaakt en beoordeeld op basis van het toetsingskader. Rapportage van het akoestisch onderzoek is als bijlage 3 gevoegd bij deze toelichting. Uit de berekening volgt dat de geluidsbelasting vanwege de Monnikenweg op zijn hoogst 52 dB ter plaatse van het meest westelijk gelegen blok woningen bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt op drie beoordelingspunten overschreden (meerdere hoogtes). De hoogst toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt nergens overschreden. Een hogere waarde is derhalve nodig voor de Monnikenweg. Op basis van de rapportage worden maatregelen niet doelmatig geacht. Het verlenen van hogere waarden wordt mogelijk geacht. Een hogere waarde tot en met 53 dB wordt volgens de beleidsregel hogere waarde van de gemeente Geertruidenberg verleend zonder extra voorwaarden. Wel dient aan het binnenniveau voldaan te worden. Uit de berekeningen volgt daarnaast dat de gecumuleerde geluidbelasting ten hoogste 54 dB bedraagt. De vereiste karakteristieke geluidwering Ga;k bedraagt dan maximaal 54 – 33 = 21 dB.
In het kader van nieuwbouw wordt een dergelijke gevelwering in vrijwel
46
Gemeente Geertruidenberg
alle gevallen behaald. Een nader onderzoek naar de geluidwering van de gevels wordt niet noodzakelijk geacht. De milieukwaliteit voor de gewenste wooneenheden wordt geclassificeerd als ‘zeer goed’ tot ‘redelijk’. Gesteld kan worden dat de cumulatieve geluidbelasting (wegverkeer) een aanvaardbaar woon- en verblijfsklimaat ter plaatse van de woningen niet in de weg staat. Concluderend gelden er derhalve vanuit akoestisch oogpunt geen belemmeringen voor de realisatie van het plan. Conclusie Geluidbelasting afkomstig van wegverkeer staat een aanvaardbaar woon- en leefklimaat niet in de weg. 4.3
Luchtkwaliteit Toetsingskader In het kader van een planologische procedure dient te worden aangetoond dat voldaan wordt aan de wettelijke normen voor wat betreft luchtkwaliteit. Hierbij dient het effect op de luchtkwaliteit in de omgeving als gevolg van een nieuwe ontwikkeling, als ook de toetsing aan de 'Wet luchtkwaliteit' in beeld te worden gebracht. De 'Wet luchtkwaliteit' van 15 november 2007, opgenomen in hoofdstuk 5, onder titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm) gaat in op luchtkwaliteitseisen. In Bijlage 2 van de Wm zijn wettelijke grenswaarden vastgelegd van onder andere de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10), benzeen (C6H6), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb) en koolmonoxide (CO). Voor PM10 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 μg/m3. Het 24uursgemiddelde van 50 μg/m3 mag maximaal 35 dagen per kalenderjaar worden overschreden. Voor NO2 geldt voor het jaargemiddelde een grenswaarde van 40 μg/m3. Het 24-uursgemiddelde van 200 μg/m3 mag maximaal 18 dagen per kalenderjaar worden overschreden. De 'Wet luchtkwaliteit' voorziet onder meer in een gebiedgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
Het Rijk, provincies en gemeenten werken in het NSL-programma samen aan maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren tot de normen, ook in gebieden waar nu de normen voor luchtkwaliteit niet worden gehaald (overschrijdingsgebieden). De programmaaanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Kort samengevat dienen projecten te worden beoordeeld op basis van de 'Wet luchtkwaliteit' c.q. artikel 5.16 van de Wet milieubeheer. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de 'Wet luchtkwaliteit' geen belemmering voor vergunningverlening als: • er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; • een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging;
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
47
•
een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL, dat op 1 augustus 2009 in werking is getreden.
In artikel 2 van het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is opgenomen dat een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtkwaliteit als de zogenaamde '3% grens' niet wordt overschreden. Na vaststelling van het NSL op 1 augustus 2009 is deze grens gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie fijn stof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. In artikel 4 van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) en de bijlagen van de 'Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)' is voor bepaalde categorieën projecten met getalsmatige grenzen vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. De wettelijke ondergrens voor onderzoek bedraagt: • 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg; • 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Beoordeling Onderhavige ontwikkeling voorziet in een kleinschalig woongebied waarin plaats is voor maximaal 60 woningen bij recht en twee extra woningen bij benutting van een opgenomen wijzigingsbevoegdheid.
Gesteld kan worden dat dit plan in verhouding tot de wettelijke ondergrens voor onderzoek, gelegen op de bouw van 1500 woningen, niet in betekenende mate (NIBM) bijdraagt aan het verslechteren van de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSLmonitoringstool 2020 die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De maatgevende wegen binnen een straal van één kilometer zijn de Centraleweg, Sint Jozeflaan, Wilhelminalaan en de Rijksweg A59. Uit de NSLmonitoringstool blijkt dat in 2020 de jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijnstof langs deze wegen ruimschoots onder de grenswaarden lagen. Hierdoor is er ter plaatse van het plangebied sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat het aspect luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de onderhavige wijziging. Binnen het plangebied is sprake van een goed woon- en leefklimaat. 4.4 4.4.1
Externe veiligheid Inrichtingen en externe veiligheid Toetsingskader Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is gericht aan het bevoegd gezag inzake de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening en heeft onder meer tot doel om bij nieuwe situaties toetsing aan de risiconormen te waarborgen. In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) zijn onder andere standaardafstanden opgenomen
48
Gemeente Geertruidenberg
waarbij wordt voldaan aan de grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico (PR). Het Bevi is van toepassing op vergunningplichtige risicovolle bedrijven en de nabijgelegen al dan niet geprojecteerde (beperkt) kwetsbare objecten. In artikel 2, lid 1 van het Bevi is opgesomd wat wordt verstaan onder risicovolle bedrijven. In artikel 1 van het Bevi wordt toegelicht wat wordt verstaan onder (beperkt) kwetsbare objecten. Voor de toepassing van het Bevi, wordt een nieuw ruimtelijk besluit gezien als een nieuwe situatie. Specifiek voor LPG-tankstations is tevens de ‘circulaire effectafstanden LPGtankstations’ relevant. Met deze circulaire wordt een handreiking gegeven ten behoeve van de beoordeling van externe veiligheid van LPG-tankstations. Daarbij staat het rekening houden met effectafstanden centraal en wordt aangesloten bij hetgeen geregeld is in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) en de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). In de circulaire wordt het bevoegd gezag verzocht om rekening te houden met een effectafstand van 60 meter tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit wil zeggen dat deze afstand in beginsel aangehouden moet worden, maar dat gemotiveerd afwijken is toegestaan door het treffen van veiligheidsmaatregelen.
Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving bedrijven zijn gelegen waarop het Bevi van toepassing is, is de risicokaart geraadpleegd.
Uitsnede van de risicokaart. Met de gele ster wordt globaal het plangebied geduid. Bron: risicokaart.nl, 2021.
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
49
De dichtstbijzijnde inrichting met een potentieel veiligheidsrisico betreft een inrichting met een LPG-installatie aan de Centraleweg 2 te Geertruidenberg. De grens van de inrichting ligt op een afstand van circa 450 meter tot het plangebied. Gelet op deze afstand wordt voldaan aan de effectafstand van 60 meter tussen een LPG-tankstation en een (beperkt) kwetsbaar object. Voor het plaatsgebonden risico gelden op grond van artikel 5, lid 3 Bevi jo. artikel 2 Revi vaste afstanden tot (beperkt) kwetsbare objecten. Dit betreft in onderhavig geval een contour van 25 meter tot het LPG-vulpunt en LPG-reservoir en 15 meter tot de LPGafleverinstallatie. Het plangebied ligt niet binnen deze contouren, derhalve is het plaatsgebonden risico niet van invloed op onderhavig initiatief. Het groepsrisico wordt niet bepaald aan de hand van vaste contouren. De noodzaak tot verantwoording van het groepsrisico wordt bepaald aan de hand van de vraag of de toevoeging van (beperkt) kwetsbare objecten is gelegen binnen het invloedsgebied van de inrichting. Voor LPG-tankstations geldt een invloedsgebied van 150 meter, gerekend vanaf het LPG-vulpunt en LPG-reservoir. Onderhavig plangebied is gelegen op 300 meter afstand tot dit invloedsgebied. Deze inrichting heeft derhalve geen invloed op onderhavig planvoornemen.
Voorts is het plangebied deels binnen het invloedsgebied van de Brzo-inrichting European Liquid Drumming (ELD) in Oosterhout gelegen. Derhalve is een verantwoording van het groepsrisico nodig. De afstand tussen het plangebied en deze inrichting bedraagt circa 3,4 kilometer. Gezien deze afstand kan voor de verantwoording van de risico’s als gevolg van ELD worden aangesloten bij de standaard verantwoording van de gemeente Geertruidenberg. De standaard verantwoording is als bijlage 4 gevoegd bij onderhavige toelichting. Voor het overige zijn er geen inrichtingen met een potentieel veiligheidsrisico die van invloed zijn op het ruimtegebruik binnen het plangebied. Conclusie Met onderhavig bestemmingsplan is geen sprake van een plaatsgebonden risico. Het aspect inrichtingen en externe veiligheid vormt daarom geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. 4.4.2
Transport en externe veiligheid Toetsingskader Beoordeling van de risico’s veroorzaakt door het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor, het water en de weg dient plaats te vinden aan de hand van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), als in werking per 1 april 2015. Bij het besluit horen grens- en richtwaarden voor het plaatsgebonden risico en richtlijnen voor de toepassing van de rekenmethodiek en de verantwoording van het groepsrisico. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen langs transportassen die deel uitmaken van het Basisnet Weg, Water en/of Spoor kan de berekening van het plaatsgebonden risico achterwege blijven. Hiervoor gelden namelijk de afstanden die in bijlage I, II en III van de Regeling basisnet zijn opgenomen. Op deze afstanden mag het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen niet meer bedragen dan 10-6 per jaar. Voor het Basisnet Weg geldt dat daar waar in de tabel van bijlage I van de Regeling
50
Gemeente Geertruidenberg
basisnet de afstand ‘0’ is vermeld het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer op het midden van de weg niet meer mag bedragen dan 10-6 per jaar. Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicorelevante transportassen zijn gelegen is de risicokaart geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het plangebied is gelegen op een afstand van circa 1.000 meter van de Rijksweg A59 en op circa 1,7 km van de A27, waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Voor deze wegen geldt dat er op basis van de risicokaart geen sprake is van een risicocontour. De snelwegen kennen vanwege het transport van toxische stoffen formeel een invloedsgebied van 4 kilometer. Omdat het plangebied binnen het invloedsgebied ligt van deze rijkswegen is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Gezien de afstand tot de rijkswegen kan hiervoor worden aangesloten bij de standaard verantwoording van de gemeente Geertruidenberg, bijgevoegd in bijlage 4. Voorts is het plangebied grotendeels gelegen binnen 200 meter van de transportroute van gevaarlijke stoffen over de Monnikenweg. Op basis van een inventarisatie van de OMWB uit 2018 naar transporten van gevaarlijke stoffen over gemeentelijke en provinciale wegen vinden ter hoogte van het plangebied 57 transporten van brandbare gassen (stofgroep GF3) per jaar plaats.
Derhalve dient te worden getoetst aan de artikelen 7 en 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes. Op basis van de vuistregels van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) kan gemotiveerd worden dat er sprake is van een beperkte verantwoordingsplicht als bedoeld in artikel 8 van het Besluit externe veiligheid transportroutes. In februari 2022 is derhalve door Adviesgroep AVIV BV een notitie externe veiligheid opgesteld, waarin de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen zijn bepaald door toepassing van de vuistregels transport. Deze notitie is als bijlage 5 gevoegd bij onderhavige toelichting. Hieruit volgen de volgende conclusies: ▪ Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor de ontwikkeling; ▪ In zowel de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico kleiner dan 10% van de oriëntatiewaarde; ▪ De verdere verantwoording van het groepsrisico kan daarom achterwege blijven. Gezien met onderhavig planvoornemen geen ziekenhuizen, basisscholen, kinderdagverblijven, peuterspeelzalen, bejaardentehuizen, verpleegen verzorgingstehuizen en gevangenissen mogelijk worden gemaakt, is sprake is van zelfredzame personen binnen het plangebied. Derhalve kan gezien bovenstaande conclusies de standaard verantwoording worden toegepast en gebruik worden gemaakt van het standaardadvies van de Veiligheidsregio.
Deze is bijgevoegd in bijlage 4 bij onderhavige toelichting. Gelet op de ruime afstand van de weg tot het plangebied vormt de ligging van de weg geen belemmering voor onderhavig voornemen. Er hoeven derhalve geen beperkingen te worden gesteld aan het ruimtegebruik binnen het plangebied door transport van gevaarlijke stoffen. Conclusie Het aspect transport en externe veiligheid is geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.
Bestemmingsplan “Het Veerse Dok”
51
4.4.3
Buisleidingen en externe veiligheid Toetsingskader Beoordeling van de risico's veroorzaakt door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen geschiedt aan de hand van het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb), als in werking getreden per 1 januari 2011. Ten aanzien van het Bevb bestaat de noodzaak om een ruimtelijke reservering op te nemen voor het plaatsgebonden risico en een verantwoording van het groepsrisico van relevante buisleidingen. Binnen de PR 10-6 risicocontour mogen geen kwetsbare objecten aanwezig zijn en zo mogelijk ook geen beperkt kwetsbare objecten. Het verwachte aantal aanwezigen binnen het invloedsgebied van de buisleiding moet worden verantwoord. Dat invloedsgebied reikt bij brandbare vloeistoffen tot net buiten de 10-6 contour, voor leidingen met aardgas en chemicaliën moet dat per geval berekend worden. Beoordeling Om te bepalen of er in de directe omgeving van het plangebied risicorelevante buisleidingen zijn gelegen is de risicokaart geraadpleegd. Uit de risicokaart blijkt dat de dichtstbijzijnde hogedruk buisleiding is gelegen op een afstand van circa 1.840 meter. Gelet op de ruime afstand van de buisleiding tot het plangebied vormt de ligging van de leiding geen belemmering voor onderhavig voornemen. Conclusie Het aspect buisleidingen en externe veiligheid is geen belemmering voor onderhavig plan.
4.5
Bedrijven en milieuzonering Toetsingskader In het kader van een planologische procedure dient tussen bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen rekening met elkaar te worden gehouden. Door het aanbrengen van een zone tussen deze bedrijvigheid en milieugevoelige bestemmingen (zoals woningbouw, zorgfuncties) kan de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden. Zonering is met name van toepassing bij nieuwbouw van woningen en andere gevoelige functies in de directe omgeving van een bedrijf en bij vestiging en/of uitbreiding van een (nieuw) bedrijf in de directe omgeving van gevoelige bestemmingen. Op basis van de VNG-brochure 'Bedrijven en Milieuzonering 2009' (hierna: VNG-brochure) wordt onder milieugevoelige functies verstaan: woningen, woongebieden, ziekenhuizen, scholen en verblijfsrecreatie. Sommige functies kunnen zowel milieubelastend als milieugevoelig zijn (bijvoorbeeld ziekenhuizen en scholen). In de brochure zijn (indicatieve) richtafstanden opgenomen. Beoordeling Bij de beoordeling van een project voor de realisatie van een gevoelige functie moet enerzijds beoordeeld worden of de ontwikkeling geen gevolgen heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende bedrijvigheid. Anderzijds moet getoetst worden of ten aanzien van de milieubelasting van deze bedrijvigheid een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd.
De VNG-publicatie onderscheidt twee omgevingstypen: rustige woonwijk/rustig buitengebied en gemengd gebied. Het plangebied ligt in een gebied dat kan worden gekenmerkt als ‘rustige woonwijk/rustig
52
Gemeente Geertruidenberg
buitengebied’. Richtafstanden gelden derhalve onverkort en zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit. Het betreft de richtafstanden behorend bij de maximale planologische mogelijkheden per locatie. Met onderhavig initiatief wordt de realisatie van woningen mogelijk gemaakt, waardoor ter plaatse gevoelige functies worden toegevoegd. Op basis van de vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de omgeving bepaald. Ten noordwesten van de locatie bevindt zich op een afstand van circa 400 meter het bedrijventerrein Gasthuiswaard. Gasthuiswaard huisvest bedrijven tot maximaal categorie 5.2, waardoor een afstand van 700 meter tot milieugevoelige functies, zoals woningen, aangehouden moet worden. Deze richtafstand is gebaseerd op het aspect geluid en voor de overige aspecten ligt het plangebied buiten de richtafstand. Voor geluid bestaat echter geen knelpunt, aangezien de bedrijven op een geluidgezoneerd industrieterrein liggen en het plangebied buiten de geluidzone gesitueerd is (de oranje lijn op navolgende afbeelding). Het geluid van alle bedrijven op het geluidgezoneerd industrieterrein samen bedraagt niet meer dan 50 dB(A) op de zonegrens. Afgaande op het toetsingskader voor geluid in de VNG-brochure wordt voldaan aan stap 3, gezien de maximale geluidsbelasting van 50 dB(A) (langetijdgemiddeld beoordelingsniveau).