Bijlage 1. Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
Tekst van het document
24
5. Kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050
Op de kaart zien we de volgende zones:
In dit hoofdstuk worden warmtevraag en beschikbare bronnen bij elkaar gebracht. Op basis daarvan, en op basis van de uitgangspunten betaalbaarheid, duurzaamheid en milieu-impact, komen we tot de warmtevisie voor 2050. Deze visie geeft aan welke warmtetechnieken het beste passen bij de verschillende buurten van gemeente Geertruidenberg. Op basis daarvan kunnen we de komende jaren aan de slag. In gebieden waar we bijvoorbeeld in moeten zetten op individuele (all-electric) oplossingen kunnen inwoners en bedrijven in hun toekomstplannen vast rekening houden met deze oplossing.
Als woningen redelijk geïsoleerd zijn of in de toekomst kunnen worden (de groene en oranje gebieden in Figuur 9), zijn individuele oplossingen zoals een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt. Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen (via een mini-warmtenet). Ook in gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, waar bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of twee-onder-één-kap woningen staan, is de keuze voor individuele oplossingen logisch. Een warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Een individuele oplossing in buitengebied is meestal ook een warmtepomp. Voor oudere gebouwen in buitengebied, kan het te kostbaar blijken om de woning qua isolatieniveau geschikt te maken voor een warmtepomp. Dan kan gedacht worden aan inzet van biopropaan tanks of incidenteel de inzet van pelletkachels.
5.1 Warmtevisie in beeld We hebben in het vorige hoofdstuk de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. Daaruit blijkt dat er voldoende bronnen beschikbaar zijn in de gemeente Geertruidenberg om in de warmtevraag te voorzien. De warmteprofielen (Figuur 9) en de warmtedichtheid (Figuur 10) vormen de basis voor de afweging van de mogelijkheden voor de warmtevoorziening. Elke inwoner kan in ieder geval de keuze maken voor een individuele warmtepomp oplossing. Gezien de beschikbare kansen om ook groen gas of in sommige gebieden een warmtenet in te zetten, kijken we welke techniek in welke buurt naar verwachting het meest betaalbaar is. Gebieden met een hoge warmtedichtheid zijn gebaat bij de inzet van een warmtenet. Zeker in de gebieden waar de hoge warmtedichtheid gecombineerd is met hoge temperatuur warmtevraag is dit ook de meest betaalbare oplossing. De locaties waar relatief veel oude woningen staan (hoge temperatuurvraag), maar met lage warmtedichtheid, zijn de gebieden waar groen gas, indien beschikbaar, als eerste ingezet kan worden. Voor de overige gebieden past een individuele of klein-collectieve warmtevoorziening het beste. De best passende keuze voor verschillende gebieden is weergegeven in Figuur 11.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
Individuele oplossingen Delen van de dorpskernen en het buitengebied
Kansrijk voor warmtenet Geertruidenberg West en centrum, delen van Raamsdonksveer In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie. Daar zijn verschillende redenen voor: er is bijvoorbeeld een hoge warmtedichtheid in GeertruidenbergCentrum (zie Figuur 10) en redelijke hoge warmtedichtheid in Geertruidenberg-West en in Raamsdonkveer. In Geertruidenberg en Raamsdonkveer-Zuid is een andere reden de nabijheid van een geschikte infrastructuur: het Amer-warmtenet met de Amercentrale als warmtebron (in de toekomst ook andere bronnen). De ligging van het bestaande Amer-warmtenet is in rood ingetekend. Overigens betekent de keuze voor een warmtenet in een buurt niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen. Het betekent vooral dat het kansrijk is om in de oranje gebieden de inzet van een warmtenet verder uit te zoeken zodat die als mogelijk alternatief voor aardgas aan inwoners kan worden voorgelegd. Een van de voorwaarden die daarbij geldt is dat het Amernet geen hoogwaardige houtige biomassa meer verstookt, voordat we overgaan tot het aansluiten van meer woningen op het net.
25
Warmtenet of oplossing per woning Groot deel van Raamsdonksveer In een aantal gebieden is zowel inzet van een warmtenet als inzet van een individuele oplossing een mogelijkheid. Het is hier nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is. Er moet in meer detail onderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen en de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen. Wanneer in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, kan dit een kans zijn om een onzeker gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten.
(financiële) haalbaarheid hiervan is nog niet onderzocht. Vanwege het gemengde karakter kan ook gedacht worden aan een aanpak per bouwblok, met individuele of klein-collectieve oplossingen. Voor oude woningen en monumenten is groen gas (waterstof of biogas) mogelijk geschikt.
Individuele oplossing of inzet groen gas Raamsdonk In Raamsdonk staan veel oudere woningen en monumenten, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in Figuur 9). De bebouwingsdichtheid is hier laag. Dit zijn gebieden waar duurzaam gas (biogas of waterstof) mogelijk de beste optie is in 2050. De toekomstige beschikbaarheid van zowel biogas als waterstof is echter onzeker. Beiden zijn schaars, en zullen dat naar verwachting blijven. Daarom zijn ook individuele oplossingen, zoals een warmtepomp of een pelletkachel, hier een optie. Hiervoor moeten de meeste woningen wel eerst vergaand geïsoleerd worden.
Groen gas of warmtenet Geertruidenberg-Centrum In het historische centrum van Geertruidenberg is het onzeker of een warmtenet of duurzaam gas de meest rendabele optie is. Vanwege de oudere woningen en monumenten zal het deels maatwerk zijn. Alle opties nog open Historische lintbebouwing Raamsdonksveer Het centrum van Raamsdonksveer is er een gemengd gebied met woningen van verschillende bouwperiodes, winkels en bedrijven. Er is een hoge warmtedichtheid gecombineerd met veel oude woningen die een hoge temperatuur warmteafgifte nodig hebben. Een warmtenet op hoge temperatuur is hier een optie, maar de
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
26
Figuur 11:Toekomstige warmtevoorziening (mogelijk eindbeeld voor 2050). In rood de ligging van het bestaande Amer-warmtenet. De legenda staat hierboven toegelicht. De gebieden die mogelijk aan het Amer-warmtenet kunnen worden aangesloten zijn met rood omkaderd. De gebieden die mogelijk geschikt zijn voor een lage temperatuur warmtenet zijn met groen omkaderd.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
27
5.2 Bedrijven en kantoren Voor bedrijven die gevestigd zijn in buurten met een mix van woningen, winkels en kantoren, geldt op hoofdlijnen dezelfde visie als de rest van de buurt. Immers, als de aardgasleidingen verwijderd worden, heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een buurt. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn aparte plannen nodig. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds-)ontwikkelingen van de bedrijventerreinen zelf.
Bedrijventerrein Industrie en maakbedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar soms ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden, bijvoorbeeld opslagloodsen hebben meestal weinig verwarming nodig. Bedrijventerreinen vragen daarom maatwerk: een afzonderlijk traject, waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken. Net als bij woningen zijn er een aantal belangrijke overwegingen:
Kantoren Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Ook luchtwarmtepompen en luchtkoelers behoren tot de mogelijkheden. Ook hier geldt dat er gekozen kan worden voor een aanpak waarbij elk bedrijf zelf aanpak en tempo kiest, of voor een gezamenlijke aanpak. Bij intensief gebruik van de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koude-bronnen, om interferentie te voorkomen.
Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een grote warmtevraag. Dat warmtenet kan, als de warmtebron groot genoeg is, doorgetrokken worden naar omliggende woningen. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein. Een andere mogelijkheid is dat ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening kiest, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie. Een lage-temperatuur warmtenet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er op lage temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden.
Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt ondernemers deels, en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop), maar het beperkt de vrijheden voor ondernemers om bijvoorbeeld zelf het moment van investering te bepalen.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
28
6. Stap voor stap aan de slag met aardgasvrij De komende jaren zetten we de eerste stappen om uiteindelijk in 2050 een volledig aardgasvrije gemeente te zijn. De activiteiten die de gemeente al organiseert en nog wil opzetten worden in dit hoofdstuk uiteengezet. We zetten enerzijds in op isoleren maar ook al op het verkennen van buurten om ze aardgas vrij te kunnen verwarmen. Hoe gaan we samen aan de slag met isoleren en energie besparen? In welke buurten starten we op korte termijn met het maken van een verkenning en daarna wellicht een buurtuitvoeringsplan? Welke buurten zijn pas later, op middellange of lange termijn, aan de beurt? Dat schetsen we in dit hoofdstuk. Zo kunnen bewoners, bedrijven, woningbouwcorporaties, netbeheerder en wij als gemeente investeringen afstemmen op het tijdpad. We onderstrepen dat de planning in dit hoofdstuk een globale planning is. Er blijft ruimte om in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven, of initiatieven van bedrijven.
6.1. Uitvoeringsstrategie
6.2. Gemeentebreed inzetten op energie besparen en isoleren De eerste ca 21% CO2-reductie kan worden bereikt door de woningen en bedrijfspanden in onze gemeente beter te isoleren. Vaak levert een investering in isolatie een lagere energierekening op. Dat betekent dat de investering zich na enige tijd terug verdient. We verwachten dat inwoners daarom dit soort rendabele investeringen in hun woning wel willen doen. Daarnaast kunnen inwoners en bedrijven zuiniger zijn met de energie die ze gebruiken. Bedrijven en inwoners zijn nu al aan de slag met energie besparen en isoleren. Het verschilt per bouwperiode welke isolatiemaatregelen rendabel zijn. Vooroorlogse woningen hebben bijvoorbeeld meestal geen spouwmuur waardoor muurisolatie kostbaar is. Bij woningen uit de jaren ’50, ’60 en ’70 is veel te winnen met HR++-glas en isolatie van spouwmuur, dak en vloer. Woningen die rond 2000 gebouwd zijn, zijn bij de bouw al goed geïsoleerd tot een label B of A. Daar is isolatie bijna niet, of helemaal niet meer nodig. De gemeente ondersteunt bewoners en bewonersgroepen die hun huis willen verduurzamen door hierover advies op maat te geven. De gemeente organiseert daarom de volgende ondersteuning:
Hoe we de komende jaren te werk gaan, beschrijven we in de uitvoeringsstrategie. Deze is opgesplitst in de volgende onderdelen:
In onderstaande paragrafen wordt meer toegelicht over de verschillende programma onderdelen.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
Energieloket voor advies en vragen: dit is een algemeen loket waar bewoners en VvE’s terecht kunnen met vragen, en waar initiatieven zich kunnen melden die hier ondersteuning bij willen. Bewoners kunnen hier online terecht voor advies over gunstige oplossingen voor hun woning en om meer te weten te komen over financiering-/subsidiemogelijkheden. Er is ook een zakelijk energieloket voor bedrijven. Beiden zijn te vinden op www.regionaalenergieloket.nl/geertruidenberg Energiecoaches: de gemeente is op zoek naar inwoners die energiecoach willen worden. Deze coaches krijgen een opleiding waarmee ze andere inwoners kunnen helpen. Het doel is dat de energiecoaches huis-aan-huis advies kunnen geven over de isolatiemaatregelen die rendabel zijn in een woning. Interesse om energiecoach te worden? Stuur dan een e-mail naar: duurzaamheid@geertruidenberg.nl We organiseren collectieve inkoopacties voor het isoleren van de woning en voor het plaatsen van zonnepanelen. Uit navraag bij inwoners bleek dat er veel belangstelling is voor een collectieve inkoop actie van hybride
29
warmtepompen17. In februari 2022 ontvangen inwoners hierover een brief met meer informatie. Er is de mogelijkheid om een duurzaamheidslening aan te vragen via www.geertruidenberg.nl/duurzaamheidslening In twee buurten gaat de buurtactie energiezuinig wonen lopen. Daarvoor brengen we voor de vijf meest voorkomende woningen in een buurt in kaart welke mogelijkheden tot verduurzaming er zijn. Ook geven we allerlei andere relevante informatie, zoals informatie over subsidies en financieringsmogelijkheden. We willen dit, indien gewenst, ook in andere buurten gaan inzetten de komende jaren. Een aantal keer per jaar verzorgen we een duurzaamheidsnieuwsbrief die via meerdere kanalen wordt verspreid. Hier vinden inwoners alle actuele informatie over energiebesparing. In de paragraaf over communicatie wordt verder toegelicht welke kanalen we allemaal inzetten. We houden webinars voor huurders met energiebesparingstips.
Zoals in dit overzicht te lezen is, is de inzet op energiebesparing een gezamenlijke inspanning. Wij als gemeente kunnen helpen door informatie en inkoopacties. Inwoners kunnen de gemeente en hun buren helpen door zelf en samen aan de slag te gaan.
Tijdens een werksessie met de klankbordgroep en ook tijdens een inwonersavond is gevraagd of er interesse is in een collectieve inkoopactie. De helft van de aanwezigen gaf aan interesse te hebben in een collectieve inkoopactie voor hybride warmtepompen, 21 inwoners kozen voor glas/isolatie en 5 inwoners hebben interesse in een zonnepanelen inkoopactie. 17
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
30
6.3. Wanneer kunnen we de stap maken naar aardgasvrij? Verkenningsbuurten Uiteindelijk moet de stap gemaakt worden naar aardgasvrij. In buurten waar nu al kansen zijn, willen we die stap op korte termijn gaan onderzoeken. Het doel is om rond 2030 zo’n 20% van de gebouwen in onze gemeente aardgasvrij te verwarmen. De kansen die we in onze gemeente zien, hebben geleid tot een fasering die weergegeven is in Figuur 12. In paragraaf 6.4 en 6.5 wordt hierover meer informatie gegeven. Verkenningsbuurt (2021-2035) Buurten waar het mogelijk lijkt om op kortere termijn (rond 2030) aardgasvrij te worden. Voor deze buurten starten we in 2022 met een verkenning. Hierin staat de haalbaarheid (technisch en financieel) en het betrekken van bewoners, ondernemers en andere lokale partijen centraal. We benadrukken dat we in deze buurten starten met onderzoek, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. In onze gemeente zien we in Geertruidenberg-West en RaamsdonkveerZuid kansen om aan te sluiten op het Amer-warmtenet, mits deze geen hoogwaardige houtige biomassa meer verstookt. Voor de gebieden rondom de Donge en de vestinggrachten met nieuwere woningen zien we kansen voor de inzet van aquathermie.
Gezien de wens om een warmtenet-optie te bekijken in Geertruidenberg-West en Raamsdonkveer-Zuid, zullen de overige delen van Raamsdonkveer daarna, op middellange termijn worden opgepakt. In de gearceerde gebieden hangt het tempo af van de kans om aan te sluiten op een warmtenet. Als een warmtenet de meest aantrekkelijke oplossing blijkt, dan kunnen de buurten op middellange termijn van het aardgas af. Als de gebouwen in deze buurten individuele oplossingen krijgen, wordt er een natuurlijk tempo aangehouden. Waar de keuze uiteindelijk op valt, wordt duidelijk in de buurtverkenningen en het buurtuitvoeringsplan. Lange termijn (2040-2050) De oude lintbebouwingen in Raamsdonkveer en Raamsdonk en ook het oude centrum van Geertruidenberg, zijn lastig aardgasvrij te maken. Het gaat om deels (zeer) oude gebouwen waarbij isoleren naar een goed energielabel kostbaar is. Inzet van groen gas vergt minder isolatie en is daar een betaalbare optie, maar de beschikbaarheid hiervan is onzeker. Omdat we eerst meer duidelijkheid willen hebben over de (on)mogelijkheden zijn deze buurten als laatste aan de beurt.
Natuurlijk tempo (2021-2050) Voor deze buurten liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. Wij realiseren ons dat inwoners en ondernemers hiervoor hun eigen tempo kiezen, vandaar een natuurlijk tempo. Logisch momenten zijn bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. In de gebieden waar al een warmtenet ligt is er nog een klein gedeelte van de woningen die nog op gas koken. Deze kunnen ook op een natuurlijk tempo de laatste stap maken naar elektrisch koken.
Middellange termijn of natuurlijk tempo (2030- 2040) In deze gebieden zien we kansen of ontwikkelingen waar de gemeente, samen met belanghebbenden, tijdig op wil inspelen. Maar niet à la minute. We zien in delen van Raamsdonkveer kansen om de mogelijkheid van een warmtenet te onderzoeken.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
31
Figuur 12 Tijdpad voor het aardgasvrij maken van de buurten. Voor referentie verder in dit document, zijn nummers toegekend aan logisch bij elkaar passende clusters. De legenda wordt hieronder toegelicht.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
32
6.4. Aanpak verkenningsbuurten De komende jaren start de gemeente met het doen van onderzoeken voor de verkenningsbuurten. Dat is maatwerk. Elke buurt heeft eigen kenmerken, en bewoners hebben zoveel mogelijk invloed op hun eigen buurt. In Figuur 13 is schematisch weergegeven welk stappen in de verkenningsbuurten doorlopen worden. Een paar dingen zijn cruciaal: Een buurtuitvoeringsplan komt altijd tot stand in nauwe samenwerking met bewoners, woningbouwcorporatie, bedrijven en andere lokale partijen. Bewoners kunnen deelnemen in een klankbordgroep per buurt om zo direct input te leveren. De gemeente zorgt voor een procesbegeleider en organiseert het participatietraject. De woningbouwcorporatie speelt, waar dit relevant is, een grote rol in de communicatie met hun huurders, en uiteraard in de aanpak voor hun vastgoed. Ook netbeheerder Enexis is nauw betrokken. Daarnaast zullen het waterschap en warmtebedrijf Ennatuurlijk waar dit nodig is, in de verkenningsgebieden een rol spelen. Een ander vast onderdeel is een gedetailleerde studie van de kosten en technische haalbaarheid. Voor de meest kansrijke warmteopties wordt in detail in kaart gebracht welke voordelen, nadelen, kosten en besparingen realistisch zijn. Ook financieringsmogelijkheden worden uitgewerkt. Om tot besluitvorming te komen is het nodig om aan een aantal randvoorwaarden te voldoen.
De gemeenteraad wordt pas gevraagd definitief in te stemmen als voldaan is voorwaarden, zoals: a. de oplossing is duurzaam en technisch haalbaar b. de oplossing is voor alle belanghebbenden in principe financierbaar c. er is draagvlak bij een ruime meerderheid van bewoners, bedrijven en andere belanghebbende organisaties die nodig zijn voor de realisatie d. bewoners en andere partijen krijgen voldoende tijd voor de overstap e. juridisch wordt voldaan aan alle wettelijke voorwaarden.
Figuur 13 Stappenplan verkenning tot aan go/no go om met buurtuitvoering te starten.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
33
Als de gemeenteraad en andere partijen akkoord zijn, worden daarna afspraken gemaakt over de realisatiefase. Bijvoorbeeld over de tijdplanning en het contracteren van partijen. De verkenningsbuurten kennen de begrenzing van CBS niet. Logische clusters zijn gevormd op basis van de criteria zoals hierboven genoemd. De buurten waar we de eerste onderzoeken willen starten zijn delen van CBS buurt Geertruidenberg West, het zuiden van CBS buurt Raamsdonksveer en clusters aan de rivier de Donge. De afbakening van de onderzoeksgebieden staat op de volgende bladzijden weergegeven. Deze afbakening ligt nog niet vast. Dit wordt verder uitgewerkt tijdens de buurtverkenningen. Wanneer kunnen we gaan verkennen? Per eind 2021/begin 2022 zal er gestart worden met een onderzoek naar technischeen financiële haalbaarheid in delen van deze gebieden. Ook zal informatie worden gedeeld met inwoners en zal worden gepeild hoe ze hier tegenaan kijken. Als blijkt dat de alternatieven voor aardgas technisch en financieel haalbaar zijn, zal er eind 2022/begin 2023 getoetst worden of er ook interesse is onder inwoners en of het voor hen ook een haalbare stap is. Als dit voor een meerderheid ook positief blijkt, wordt de buurt een officiële ‘startbuurt’. Inwoners krijgen tenminste 8 jaar de tijd voordat het verkenningsgebied aardgasvrij wordt gemaakt.
De insteek is om in de 3 startgebieden in de komende 12 maanden te beginnen met onderzoek. Afhankelijk van de resultaten van de onderzoeken wordt per buurt bekeken of en wanneer gestart wordt met de uitvoering.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
34
6.4.1.
Wat is het plan Geertruidenberg West (buurt 1)?
In figuur 12 staat Geertruidenberg West (administratief genummerd buurt 1) als verkenningsbuurt aangeduid. Voor deze buurt starten we met een onderzoek naar de uitbreiding van het Amernet. Aansluiting vindt pas plaats onder de voorwaarde dat deze niet langer primair gevoed wordt door hoogwaardige houtige biomassa. We onderzoeken al wel de haalbaarheid en betaalbaarheid. Ook bekijken we de mogelijkheden om de gebouwen in dit gebied zover te isoleren en klaar te maken zodat ze klaar zijn voor inzet van dit aardgasalternatief (daardoor zijn de gebouwen aardgasvrij-ready). Het cluster is vrij groot. In verdere verkenningen zal het cluster mogelijk in kleinere delen worden verdeeld voor een behapbare aanpak.
De financiële draagkracht in deze buurt is mogelijk lager. De leefbaarheidsscore, en dus mogelijk het draagvlak, is mogelijk lager in deze buurt.18 Het Amernet maakt nu nog gebruik van houtachtige biomassa. Pas wanneer er wordt overgestapt op een meer duurzame warmtebron, kan de overstap gemaakt worden. Kan dit niet, dan wordt naar inzet van warmtepompen of groen gas gekeken. Het verkennen of aan de voorwaarde van ‘geen houtachtige biomassa’ kan worden voldaan, is onderdeel van de verkenning.
Waarom zouden we hier starten? Het Amernet is dichtbij en Ennatuurlijk geeft aan kansen te zien om dit Amernet in deze buurt uit te breiden. Delen van deze buurt worden al via het Amernet van warmte voorzien. De warmtedichtheid van de rest van de wijk is geschikt voor een verkenning voor uitbreiding van het Amernet. Dat betekent dat er grote kans is dat dit een betaalbare oplossing zal zijn. Er is een actieve bewonersgroep in de Floris V buurt die stappen wil zetten richting aardgasvrij wonen. De gebouwen in de buurt zijn gelijkvormig. Dit kan een gezamenlijke aanpak vereenvoudigen. Kentallen verkenningsbuurt Verblijfsobjecten: 1174 1171 Woningen en 3 utiliteitsgebouwen 48 TJ huidige warmtevraag woningen o 34 TJ toekomstige warmtevraag woningen o 0 TJ inschatting huidige warmtevraag utiliteit Kenmerken woningen: o Voornamelijk rijtjeswoningen o Meest voorkomende energielabels: C: 46%, D: 29% en E: 14% Mogelijke oplossing Een hoge temperatuur warmtenet via het Amernet. Het alternatief is inzet van elektrische warmtepompen Aandachtspunten
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
Figuur 14: Visie warmtevoorziening en warmtedichtheid van verkenningsbuurt Geertruidenberg West
6.4.2.
Wat is het plan in Raamsdonksveer Zuid (buurt 3)?
Voor deze buurt starten we met een onderzoek naar de uitbreiding van het Amernet, mits deze geen gebruik meer maakt van hoogwaardige houtige biomassa. Het Amernet loopt ten zuiden van deze buurt richting Breda en Tilburg, waardoor een 18
Leefbarometer
35
aftakking naar deze buurt mogelijk is. Ook bekijken we de mogelijkheden om de gebouwen in dit gebied zover te isoleren, zodat ze klaar zijn voor inzet van een aardgasalternatief (daardoor zijn de gebouwen aardgasvrij-ready). Het cluster is vrij groot. In verder verkenningen zal het cluster mogelijk in kleinere delen worden verdeeld voor een behapbare aanpak. Waarom zouden we hier starten? Deze buurt ligt in de buurt van het Amernet en kan hier mogelijk op aangesloten worden. Warmtebedrijf Ennatuurlijk geeft aan hier kansen voor te zien. De warmtedichtheid is hier ook geschikt voor. Naast een warmtenet is de buurt mogelijk ook geschikt voor individuele warmtepompen en eventueel een toepassing van aquathermie. Veel woningen zijn in bezit van de woningcorporatie. Dit kan een gezamenlijke aanpak vereenvoudigen. De gebouwen in de buurt zijn redelijk gelijkvormig. Dit kan een gezamenlijke aanpak vereenvoudigen. Kentallen verkenningsbuurt Verblijfsobjecten: 729: 721 woningen, 9 utiliteiten Warmtevraag: 22 TJ warmtevraag woningen, 18 TJ toekomstige warmtevraag woningen Mogelijke oplossing Een hoge temperatuur warmtenet via het Amernet. Het alternatief zijn elektrische warmtepompen. Gezien de vele label A woningen is dit waarschijnlijk ook een interessant en betaalbaar alternatief.
Figuur 15 Visie warmtevoorziening en warmteprofielen van de verkenningsbuurt in Raamsdonksveer zuid. Kenmerken woningen: 57 % corporatiebezit Met name rijwoningen en twee-onder-één kap woningen Meest voorkomende energielabels: A: 56%, C:12% en D:19% Aandachtspunten De financiële draagkracht in deze buurten is mogelijk lager. De leefbaarheidsscore is lager in deze buurt.19 Dit kan voor meer weerstand zorgen tegen de transitie.
19
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
Leefbarometer
36
6.4.3.
Wat is het plan langs de Donge (clusters 4 t/m8)?
In de clusters langs de Donge zal worden verkend of er mogelijkheden zijn voor toepassing van aquathermie. Als alternatief zijn de woningen geschikt voor een elektrische warmtepomp. De haalbaarheid en financiële gevolgen van de twee verschillende opties zal worden doorgerekend.
De clusters zijn niet aan elkaar aangesloten. Dit bemoeilijkt mogelijk een gezamenlijke aanpak. De leeftijd van inwoners is hoger, de bereidheid voor lange termijn investeringen is mogelijk lager.
Waarom zouden we hier starten? Vanwege de lage warmtevraag en hoge dichtheid zijn de woningen mogelijk geschikt voor een (klein) collectieve aquathermie oplossing. De woningen hebben grotendeels een label A. De overstap naar duurzame warmte vergt dus relatief weinig investeringen (isoleren is niet meer nodig). Er is een relatief hoge financiële draagkracht in deze clusters. Voor de woningen gebouwd tussen 2000 en 2009 komt er een natuurlijk moment nabij om de cv-ketel te vervangen. Er zal dus sowieso geïnvesteerd moeten worden, dit is een interessant keuzemoment voor cv-ketel versus warmtepomp. Kentallen verkenningsbuurt 1093 Verblijfsobjecten: 1069 woningen en 27 utiliteiten Warmtevraag 32 TJ warmtevraag woningen 30 TJ toekomstige warmtevraag woningen 2 TJ inschatting huidige warmtevraag utiliteit Kenmerken woningen: Verdeling bouwjaren panden: 2010-2013: 56 2000-2009: 310 1993-1997: 171 Meest voorkomende energielabels: A: 64%, B: 24%, C: 10% Mogelijke oplossing (Klein) collectief lage temperatuur warmtenet met aquathermie Individuele elektrische warmtepompen
Figuur 16: Energielabels en verkenningsbuurten langs de Donge.
warmtedichtheid
van
de
Aandachtspunten De woningen zijn relatief nieuw. Voor sommige inwoners zal het mogelijk te vroeg zijn voor een herinvestering in hun warmtevoorziening.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
37
6.5. Overige buurten Buurten met natuurlijk tempo (2020-2050) Sommige buurten hebben een lage bebouwingsdichtheid, met veel vrijstaande huizen of twee-onder-een-kap woningen. Dit zijn delen in de dorpskernen van Raamsdonk en in het zuidoostelijke gedeelte van Raamsdonksveer. Daarnaast zijn er gebieden die al op het Amernet zijn aangesloten, en voor hun verdere besparingen zoals de overstap van kookgas naar elektrisch koken op een natuurlijk moment aan de slag kunnen. Deze gebieden liggen in het westen van Geertruidenberg. Waarom deze buurten met een natuurlijk tempo? De buitengebieden en dorpsranden hebben een lage bebouwingsdichtheid met veel vrijstaande huizen of twee-onder-een-kap woningen. Hier liggen individuele oplossingen het meest voor de hand. In deze buurten kan iedere individuele huiseigenaar kiezen voor een alternatief op basis van een eigen tempo. Voor deze gebieden ontstaat dan een ‘natuurlijk tempo’: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later een warmtepomp te laten installeren. Het is belangrijk dat woningeigenaren natuurlijke momenten, zoals een verbouwing, wel daadwerkelijk benutten. Daarom is het belangrijk om vanaf nu voorlichting te geven aan inwoners.
Over een dergelijke gemeentebrede communicatie-aanpak staat meer toegelicht in paragraaf 6.7. Wat? In deze buurten liggen individuele oplossingen, meestal een warmtepomp, het meest voor de hand (zie hoofdstuk 5). Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later de CV ketel te vervangen door een warmtepomp.
In dit gebied is inzet van een warmtenet een mogelijkheid. Inzet van een warmtenet betekent vaak ontzorging van inwoners, de gemeente en een warmtebedrijf spelen daar een grotere rol. Een warmtenetgebied aanwijzen als eerste verkenningsgebied is daarom een logische keuze. Omdat er op de korte termijn al twee andere verkenningsgebieden voor warmtenetten zijn benoemd, zal onderzoek naar inzet van een warmtenet hier naar achteren in de tijd worden verplaatst. Mocht blijken dat de inzet van warmtepompen (de andere optie in dit gebied) betaalbaarder is, dan kunnen inwoners in een natuurlijk tempo zelf de overstap maken. Wanneer? Na dat de verkenningen in buurten 1 en 3 t/m 8 zijn afgerond en daar mogelijk al gestart wordt met uitvoering, kan op de middellange termijn gebieden een eerste verkenning gestart worden. De precieze timing hangt ook af van een herijking van de Transitievisie Warmte in 2026 en de uitkomsten die daar uit komen. Wat? De woningen in deze buurt zijn na isolatie goed geschikt voor een elektrische warmtepomp. Daarnaast is de warmtevraagdichtheid groot genoeg om de mogelijkheden voor een warmtenet te verkennen. Het warmtenet zal mogelijk gevoed kunnen worden door aquathermie of zonnewarmte.
Lange termijn (2040-2050) De buurten in het centrum van Geertruidenberg, het centrum van Raamsdonksveer en de oude lintbebouwing in Raamsdonk zijn als laatste aan de beurt. Tip: stel na isolatiemaatregelen de CV ketel in op 55 graden in (zie handleiding van uw ketel). Als bewoner spaart dat energie uit en op deze manier kunt zelf ervaren of uw woning geschikt is voor een warmtepomp. Indien u uw woning niet voldoende warm krijgt in de winter, dan kunt u de ketel altijd weer op een hogere temperatuur instellen.
Middellange termijn/natuurlijk tempo (2030-2050) Op de middellange termijn volgen buurten in het noorden van Raamsdonksveer en een deel in het centrum van Raamdonksveer. Waarom deze buurten op de middellange termijn/natuurlijk tempo?
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
Waarom deze buurten op de lange termijn aanpakken? Het historische centrum van Geertruidenberg en het centrum van Raamsdonksveer is erg gemengd: de bouwjaren zijn divers en er staan winkels, bedrijven, voorzieningen en woningen. Er staan vrij veel oude gebouwen en monumenten die lastig te
38
verduurzamen zijn. Ook voor de oude, wijdverspreide, lintbebouwing van Raamsdonk geldt dat de gebouwen lastig te verduurzamen zijn. Dit alles maakt het lastig om te bepalen wat de beste duurzame techniek is. We wachten daarom verdere technologische ontwikkelingen af. Ook doen we graag eerst ervaring op in andere delen van onze gemeente. Mogelijk is duurzaam gas (waterstof of biogas) hier een geschikte oplossing, maar het is op dit moment niet te zeggen of daar op termijn in Nederland voldoende van beschikbaar komt. Pas als daar meer duidelijkheid over is, starten we een verkenning voor deze buurten. Daarnaast zijn er misschien mogelijkheden om het Amernet uit te breiden naar het centrum van Geertruidenberg, maar ook dit is onzeker, vanwege o.a. de historische gebouwen. Wanneer? Tenzij er zich nieuwe (nog onvoorziene) ontwikkelingen voordoen, wordt in deze buurten vanaf 2040 gestart met gedetailleerd onderzoek en het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Uiterlijk 2050 zullen de laatste buurten van het gas gehaald kunnen worden. Wat? In deze buurten staan veel oude panden. We wachten technologische ontwikkelingen en de ervaringen in de andere buurten af voordat we besluiten welke warmtevoorziening hier komt. Tot die tijd is het van belang de woning zo goed mogelijk voor te bereiden op aardgasvrij.
Ook al lijkt de uitfasering van aardgas in deze buurten verder weg in de tijd te liggen, voor de lastig te isoleren panden moeten alle verbouwingsmomenten met twee handen aangrepen worden. Daarom beginnen we vanaf nu met voorlichting geven aan bewoners.
bedrijven in gesprek te gaan. Samen kunnen we dan kijken hoe de overstap te maken is. Bereikbaarheid en bedrijfszekerheid zijn daarbij belangrijke randvoorwaarden. In figuur 13 zijn de bedrijventerreinen in onze gemeente grijs ingetekend. Voor deze gebieden is nu het tempo ‘natuurlijk tempo’ gekozen. Daar waar bedrijven en kantoren in woongebied liggen, sluiten ze voor zover mogelijk qua tempo aan bij de omliggende woningen. Waar nodig zal per bedrijventerrein of groep van bedrijven een specifiek traject met de bedrijven opgezet worden.
6.7. Communicatie- en informatievoorziening Een belangrijke rol van de gemeente is de communicatie met bewoners en bedrijven over wat er op hen afkomt, en het organiseren van de participatie. In onze gemeente vinden we participatie belangrijk. We volgen daarbij de principes van de participatietrap, zie Figuur 17. Tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte hebben we zowel ingezet op informeren als inventariseren en verdiepen. De komende jaren willen we ook aan de slag met ‘samen doen’.
6.6. Aanpak Bedrijventerreinen De niet-industriële bedrijven in onze gemeente moeten ook aan de slag met het aardgasvrij maken van hun gebouwen uiterlijk in 2050. Ook voor bedrijven geldt dat isoleren de eerste stap is. Het gebruik van een bedrijfspand is afhankelijk van de functie. Over het algemeen is er veel meer variatie ten opzichte van woonhuizen. De wensen qua isolatie zijn daarmee ook variabel. Onze gemeente heeft specifiek voor bedrijven een online energieloket opgezet. Er zijn goede contacten met de diverse bedrijven in onze gemeente. Die willen we graag de komende jaren inzetten om met
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
39
We zijn helder over de harde kaders, over wat er al vast staat en over wat we nog niet weten of kunnen beloven. We zijn ook helder over rollen, verantwoordelijkheden, proces, planning, dilemma’s, hinder, risico’s, mate van invloed van bewoners, en communiceren daar actief over. We maken gebruik van bestaande netwerken en communicatiekanalen. We hanteren het liefst een persoonlijke benadering: liever een gesprek dan een brief. Een succesvolle bewonersparticipatie draait voor 90% op vertrouwen tussen bewoners en gemeente. We zorgen dat er altijd iemand te vinden is die – persoonlijk en betrokken – antwoord geeft op de vragen die leven. Vindbaarheid en regelmaat is hierbij ook essentieel en legt een basis voor het vertrouwen. De persoonlijke aanpak, aandacht, een plek en tijd voor zorgen van mensen, is wat het echte verschil maakt en wat vertrouwen geeft.
Kanalen die we in ieder geval gaan inzetten om te informeren zijn: -
De Langstraat Bedrijven nieuwsbrief Website gemeente, www.geertruidenberg.nl/duurzaamheid Energieloket, www.regionaalenergieloket.nl/geertruidenberg Social media kanalen van de gemeente
6.8. Betaalbaarheid Figuur 17 De participatietrap die we hanteren in gesprek met onze inwoners. Belangrijke uitgangspunten voor de communicatie en participatie zijn: In de communicatie hanteren we waar mogelijk drie niveaus: (1) eenvoudige informatie, voor iedereen te begrijpen, (2) de mogelijkheid voor inwoners om zich verder te verdiepen, bijvoorbeeld via een projectwebsite. En (3) online beschikbaarheid van alle rapporten en onderzoeken voor de inwoners die alles willen weten. Elke buurt is anders. De diversiteit van buurten vraagt om maatwerk in de communicatie: in het soort informatie, keuze van de communicatiekanalen en de communicatie en participatieaanpak.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
Betaalbaarheid is één van de belangrijke uitgangspunten in de warmtetransitie. Uiteindelijk moet het voor iedereen mogelijk zijn om de overstap naar aardgasvrij te maken. In deze Transitievisie Warmte hebben we hier steeds rekening mee gehouden. Bij het bepalen welk alternatief voor aardgas op welke plek in de gemeente past, is betaalbaarheid 1 van de belangrijkste factoren. Ook bij het bepalen van verkenningsbuurten is betaalbaarheid essentieel. Tijdens de verkenningen in de buurt zal betaalbaarheid per buurt of per woning worden doorgerekend. In deze Transitievisie Warmte kan dit detailniveau nog niet worden gegeven omdat het vaak maatwerk is per woning om dit helder te krijgen. De warmtevisie geeft al een heel goed beeld van de best passende oplossing. We hebben de kaart in Figuur 11 getoetst met de analyse tools van Enexis (Enexis buurttool) en de analyse tool van het PBL (Startanalyse, Leidraad) . De Startanalyse Leidraad geeft de oplossing met de laagste nationale kosten per CBS buurt. De
40
resultaten uit deze analyse komen goed overeen met de analyse van de WarmteTransitieMakers. De Enexis Buurttool laat zien dat het gebied in Raamsdonkveer Zuid op redelijk korte termijn een netverzwaring nodig heeft. Over de vergelijking met de Leidraad Startanalyse is in bijlage E is meer toegelicht. In de basis vinden wij het als gemeente belangrijk de oplossingen aan te bieden die het minste kost voor inwoners. Dat begint bij het kiezen van de meest betaalbare technische oplossing. Daarnaast zijn er duurzaamheidsleningen beschikbaar en worden er collectieve inkoopacties opgezet. In de toekomst worden daar wellicht andere gemeentelijke of regionale regelingen aan toegevoegd. Zo kan iedereen uiteindelijk de overstap maken.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
41
Bijlage A toelichting op technisch afwegingskader Criteria aardgasvrije technieken Bij de keuze van een aardgasvrije warmtevoorziening wegen allerlei aspecten mee, zoals kosten, duurzaamheid en betrouwbaarheid. We maken de keuze op grond van de onderstaande criteria, die onder de afbeelding verder worden toegelicht.
tapwater en ventilatie. Voor de berekening wordt aangesloten bij de aannames en definities uit Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. Omgevingsimpact, ruimtebeslag – Hoeveel ruimte neemt de oplossing in beslag? Is er negatieve impact op het landschap, of op de ruimtelijke kwaliteit in de buurt? Kwaliteit lucht, water en bodem – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de luchtkwaliteit, bodem- of waterkwaliteit? Hieronder vallen: Luchtkwaliteit: de uitstoot van onder andere fijn stof, roet en stikstofoxiden. Bodemkwaliteit: risico op verspreiding van bodemverontreinigingen bij toepassing bodemenergie, of juist versnelde afbraak verontreinigde stoffen bij toepassing bodemenergie. Waterkwaliteit: invloed (positief of negatief) op de waterkwaliteit en de biodiversiteit in het water Duurzaamheid in de keten – Leidt de oplossing tot negatieve milieu-impact elders, bijvoorbeeld ontbossing, of uitputting van schaarse grondstoffen? Sociaal Draagvlak – Is er draagvlak/acceptatie onder de bewoners en lokale ondernemers in de buurt voor de gekozen oplossing? Inpasbaarheid & wenselijkheid in de woning – Hoe goed is de oplossing inpasbaar in de woning? Neemt de oplossing veel ruimte in de woning in beslag? Is er een ingrijpende verbouwing nodig?
Duurzaamheid, milieu Benodigde hoeveelheid primaire energie – Primaire energie wordt gedefinieerd als de energie die nodig is aan de bron om het uiteindelijke warmtevraag te dekken. Er wordt dus rekening gehouden met de energie die verloren gaat tijdens transport, opslag en conversiestappen in de keten, en een positieve bijdrage vanuit omgevingswarmte. Een warmteoplossing met een lage primaire energievraag en goede efficiëntie legt minder beslag op de (veelal schaarse) energie-/warmtebronnen. Voor de berekening wordt aangesloten bij de definities uit de BENG-norm. CO2-uitstoot – De totale uitstoot van CO2-equivalenten in het uiteindelijke warmteconcept. We bekijken alleen de CO2-uitstoot van verwarming, koeling, warm
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
Gezondheid, welzijn, leefbaarheid – Heeft de gekozen oplossing een positieve of negatieve impact op de directe leefomgeving? Is er een effect op gezondheid of leefbaarheid? Hieronder vallen: Geluidhinder: geeft de gekozen techniek geluidhinder binnen de woning of op de omgeving? Binnenklimaat: leidt de oplossing tot (on)gezondere lucht binnenshuis? Comfort: verandert het comfort van de woning? (negatief dan wel positief) Overlast - Kunnen we de overlast beperkt houden? Economisch
42
Nationale kosten - De totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn om een warmteoplossing uit te voeren, ongeacht wie die kosten betaalt, inclusief de baten van energiebesparing, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Voor de berekening wordt aangesloten bij de Startanalyse Leidraad Transitievisie Warmte van het PBL. Kosten voor de eindgebruiker – Alle kosten die een eindgebruiker betaalt voor de omschakeling op aardgasvrij verwarmen. Dat zijn zowel de maandelijkse energielasten als kosten voor (het gebruik van) installaties en isolatie. Alle subsidies en belastingen zijn hierin verwerkt. Eindgebruikers zijn huurders en eigenaargebruikers van gebouwen (bewoners en ondernemers).
we van het huidige energiesysteem gewend zijn? Als er iets uitvalt, is er dan een vervanging (back-up)? Meekoppelkansen - Hoe goed sluit de oplossing aan bij andere ontwikkelingen in de buurt? Zijn er qua timing meekoppelkansen, bijvoorbeeld met groot onderhoud, vervanging van riolering of asfalt of aanleg van glasvezel? Maar ook: hoe goed past de oplossing bij de gebiedsontwikkeling?
Kwaliteit business case – Een gezonde robuuste business case voor alle partijen zorgt dat investeringen beschikbaar komen en vermindert het risico dat projecten niet van de grond komen of stil komen te liggen. Onzekerheid in prijsstelling – Grote financiële risico’s worden zoveel mogelijk vermeden. Voor bewoners moet duidelijk zijn wat hun lasten zullen worden. Kan gegarandeerd worden dat zij niet voor verrassingen komen te staan, bijvoorbeeld door een elektriciteitsverbruik dat veel hoger blijkt dan voorspeld? Juridisch kader – Moet er juridisch nog veel geregeld worden om deze oplossing mogelijk te maken? Is de wet- en regelgeving al passend? Technologisch Beschikbaarheid bronnen – Is de bron in voldoende mate aanwezig? Is de bron nu en in de toekomst rendabel te exploiteren? Het optimaal benutten van de lokaal beschikbare (warmte)bronnen heeft de voorkeur boven het importeren van energie van buiten de gemeente. Onzekerheid in performance – Is het een bewezen techniek? Als het een nieuwe techniek is, wat kan er gezegd worden over de performance? Veiligheid – Zijn er risico’s voor de (externe) veiligheid verbonden met de techniek? In hoeverre kunnen deze risico’s worden beheerst? Robuustheid, continuïteit – Leveringszekerheid van de warmtevoorziening is cruciaal. Brengt de gekozen techniek een groter risico op uitval of storingen met zich mee, dan
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
43
Bijlage B Kaarten bouwjaren en energielabels In Figuur 18 zien we de bouwjaren in gemeente Geertruidenberg op de kaart.
Figuur 18 Bouwjaren van de verschillende gebouwen in gemeente Geertruidenberg.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
44
Figuur 19: Energielabels van de verschillende gebouwen in Geertruidenberg.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
45
Bijlage C analyse
Toelichting
technische
In hoofdstuk 4 is een voorspelling gegeven van de energiebesparing. In deze bijlage lichten we de analyse achter de besparingen toe.
Inventarisatie huidige energielabels en warmtevraag De huidige energielabels komen van verschillende (landelijke) bronnen. In eerste instantie zijn afgemelde(/geregistreerde) of voorlopige energielabels van het RVO gebruikt. Wanneer er geen energielabel beschikbaar is, is er een inschatting gemaakt voor het label op basis van het bouwjaar van de woning. Dit geldt voor ongeveer 1% van de woningen. Voor utiliteit is maar een klein deel van de energielabels bekend. Dat betekent dat een groot deel van de energielabels zelf ingeschat is op basis van het bouwjaar, zie Figuur 21. Figuur 20. Herkomst gemeente Geertruidenberg.
21. Herkomst energielabels energielabels Figuur utiliteitspanden gemeente Geertruidenberg.
Door de warmtevraag per m2 te vermenigvuldigen met de oppervlakte van de woningen (gegeven in de BAG) is uiteindelijk de huidige warmtevraag per woning ingeschat. De inschatting van de huidige warmtevraag wordt altijd gecheckt met het gemeten aardgasverbruik in de gemeente.
Voorspelling toekomstige energielabel Aan de hand van de huidige energielabels voorspellen we een toekomstig energielabel. Voor elk huidig energielabel gaan we uit van een labelstap die als economisch rendabel wordt beschouwd. Deze labelstappen zijn gebaseerd op basis van expertise van De WarmteTransitieMakers en literatuur. Een voorbeeld: slecht geïsoleerde woningen, met energielabel G of F of bouwjaar voor 1940, hebben een beperkt aantal betaalbare isolatiemogelijkheden. Dit komt doordat er vaak geen spouwmuur aanwezig is en een deel van de woningen een beschermd aangezicht of monumentenstatus heeft. Als alleen economisch rendabele isolatiemaatregelen worden uitgevoerd, blijft de verbetering van het energielabel steken op label D of C. De voorspelde energielabels bij de huidige energielabels zijn weergegeven in Tabel 1. De labelsprongen in Tabel 1 zijn enigszins conservatief ten opzichte van de labelsprongen die RVO geeft in het rapport over voorbeeldwoningen.20 Dit is met name voor labels F en G het geval, omdat we hier de soms beperkte mogelijkheden in de praktijk willen meenemen in de methodiek Tot slot bepalen we de besparing in warmtevraag door de huidige en toekomstige warmtevraag met elkaar te vergelijken.
Toekenning temperatuurniveau Het laatste onderdeel van de analyse is het bepalen van het temperatuurniveau, dat nodig is voor de warmteafgifte. In Tabel 1 is deze koppeling terug te zien.
Vervolgens wordt door middel van de energielabels de warmtevraag van de woningen bepaald. Bij elk energielabel hoort een inschatting voor de warmtevraag per m2. De gebruikte waardes zijn gegeven in Tabel 1. De waardes zijn gebaseerd op literatuur en een analyse van de warmtevraag in Nederland.
20
https://www.rvo.nl/sites/default/files/bijlagen/4.%20Brochure%20Voorbeeldwoningen%20201 1%20bestaande%20bouw.pdf
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
46
Tabel 1. Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken.
Bedrijfspanden Door de diversiteit in functies en soorten gebouwen is er bij bedrijfspanden een grotere onzekerheid over de warmtevraag. Daarnaast gelden er andere energie-eisen voor utiliteitsbouw dan voor woningbouw. In de warmteanalyse wordt voor alle bedrijfspanden een besparing van 30% geschat. Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet.21 De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lagere of middelhoge temperatuur warmte (zie
https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-enregels/bestaande-bouw/energielabel-c-kantoren 21
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
47
). Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van een gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet meer op individueel niveau gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken afhankelijk van de precieze functie ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig. Tabel 2. Voorspelde warmteprofielen bedrijven (exclusief industrie). Omdat voor kantoorpanden strengere regelgeving geldt, is de verwachting dat veel oudere kantoren grondig gerenoveerd (of nieuw gebouwd) gaan worden. Daardoor is een groot deel van de kantoorpanden in de toekomst geschikt voor lage-temperatuurverwarming.
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
48
Ondanks dat er meer onzekerheid is bij het inschatten van de warmtevraag in bedrijfspanden, zijn er wel kentallen beschikbaar die een indicatie geven voor de warmtevraag op basis van landelijke gemiddeldes.22 Dat betekent dat er op lokaal niveau wel grote foutmarges kunnen optreden. Zo vallen loodsen onder ‘industriefunctie’, maar een kas of een bakker ook. Daarnaast hebben veel bedrijfspanden meerdere functies, waardoor er ook onzekerheden zitten in het toekennen van de juiste kentallen. In Tabel 3 staan de kentallen weergegeven. Tabel 3. Kentallen warmtevraag voor verschillen type gebruiksfuncties utiliteit. Gebruiksfunctie Warmtevraag [GJ/m2/jaar] Bijeenkomstfunctie 0.53 Celfunctie 0.65 Gezondheidszorgfunctie 0.55 Industriefunctie 0.30 Kantoorfunctie 0.40 Logiesfunctie 0.56 Onderwijsfunctie 0.39 Overige gebruiksfunctie 0.17 Sportfunctie 0.47 Winkelfunctie 0.35
22
Bron: Greenvis, Innax en CBS
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
49
Bijlage D Niet of beperkt aanwezige warmtebronnen
voorhanden zijn. Maar voor lastig te verwarmen gebouwen zoals monumenten is een hybride oplossing met waterstof in de toekomst wellicht een optie.
Warmtebronnen met weinig of geen potentie Restwarmte uit rioolwaterzuiveringsinstallaties en rioolgemalen (riothermie) In Geertruidenberg is er geen rioolwaterzuiveringsinstallatie die restwarmte kan leveren.
Opkomende technieken Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gasen kolencentrales (grijze waterstof). Het is ook mogelijk om groene energie te gebruiken (groene waterstof). Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven. Waterstof is bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te maken. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in te zetten waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn. In de meeste toekomstvisies worden vooral de industrie, zwaar transport en de vliegtuigsector genoemd als de sectoren waar waterstof het meeste bijdraagt aan verduurzaming. Ook wordt een rol van waterstof voorzien in het balanceren van het elektriciteitsnet. Waterstof wordt opgeslagen om stroom te produceren als er tijdelijk minder zonneen windenergie wordt opgewekt. Er moet dus kritisch gekeken worden waar waterstof het meest logisch is om in te zetten. Een voordeel van de inzet van waterstof is evenwel dat – met beperkte aanpassingen – het bestaande gasnet gebruikt kan blijven worden. Een overstap naar waterstof heeft daarom het voordeel dat het minder grote ingrepen in de openbare ruimte vraagt. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur.
Omdat waterstof duur (veel duurder dan aardgas) is, zal voldoende isolatie van de woning evenwel wenselijk blijven. De cv-ketel dient aangepast te worden, ook moet per woning worden nagegaan of de leidingen in de woning veilig zijn voor toepassen van waterstof. In Nederland wordt tot aan 2030 zeer beperkt ingezet op kleinschalige pilots. Ook omdat er (goedkopere) alternatieven
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
50
Bijlage E: Toelichting Startanalyse van de Leidraad (PBL).
Per CBS-buurt wordt de strategie met de laagste nationale kosten weergegeven op de kaart in Figuur 22.23
In Hoofdstuk 5 is de Visie Warmtevoorziening voor gemeente Geertruidenberg gepresenteerd. Op deze kaart (Figuur 11) is te zien welk type warmtevoorziening kansrijk is als alternatief voor aardgas. Tijdens het opstellen van de Transitievisie Warmte zijn de uitkomsten van de startanalyse van de leidraad met onze eigen Visie Warmtevoorziening vergeleken. Hier lichten we belangrijke overeenkomsten en verschillen met de startanalyse toe. Elk model is een andere versimpelde weergave van de werkelijkheid. Het is belangrijk om de gemaakte aannames en interpretaties in acht te nemen en niet alleen op basis van de resultaten conclusies te trekken.
De Startanalyse van de Leidraad (PBL) – versie september 2020 De Startanalyse van de Leidraad is een analyse die de kosten van verschillende strategieën voor de toekomstige warmtevoorziening in kaart brengt. Er zijn in totaal vijf strategieën: -
Figuur 22 - Weergave van de scenario's met de laagste nationale kosten per gereduceerde ton CO2-uitstoot volgens de Leidraad Startanalyse voor gemeente Geertruidenberg.
S1: Individuele elektrische warmtepomp S2: Warmtenet met midden- en hoge temperatuurbron S3: warmtenet met lage temperatuurbron S4: Groengas S5: Waterstof
Voor deze analyse is gebruikt gemaakt van de Vesta MAIS software, waarin het Planbureau voor de Leefomgeving een model heeft gemaakt dat per CBS-buurt in Nederland de strategie met de laagste nationale kosten kan berekenen. Nationale kosten zijn inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies. Het is een open-source model en alle aannames en gebruikte methodieken zijn online in te zien: https://github.com/RuudvandenWijngaart/VestaDV/wiki/F%29-Vesta-MAIS-in-de-Leidraad Meer informatie over De Startanalyse en hoe de resultaten geïnterpreteerd kunnen worden, is onder andere door De Warmtetransitiemakers uitgelegd in een webinar die online terug te zien is: https://vimeo.com/470550595 . 23
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
51
Interpretatie van de resultaten De Startanalyse van de Leidraad verschilt in methodiek met de analyse in Hoofdstuk 5 waarin de Visie Warmtevoorziening gepresenteerd is. Hier bespreken we de belangrijkste aandachtspunten bij het interpreteren van de resultaten in Figuur 22. 1.
CBS-buurten in plaats van logische clusters
De kostenberekening van een techniek uit de Leidraad Startanalyse gaat per CBSbuurt. Omdat binnen een CBS-buurt verschillende type woningen kunnen staan, kan het resultaat een vertekend beeld geven dat niet representatief is voor de verschillende gebieden in de CBS-buurt. 2.
Beschikbare warmtebronnen in Strategieën 2 t/m 5
De nationale kosten in Strategieën 2 en 3 worden berekend op basis van de beschikbare warmtebronnen die bij het PBL bekend zijn. Doordat de Startanalyse rekent met de algemene openbare data, komen er ook warmtebronnen voor in de Startanalyse die in praktijk niet (meer) beschikbaar zijn. Andersom geldt dat relevante warmtebronnen niet meegenomen zijn. In Geertruidenberg is bijvoorbeeld de mogelijke aansluiting op een regionaal transportsysteem van het Amernet niet meegewogen in de Startanalyse. Het goed meenemen van de juiste warmtebronnen is belangrijk om een goed beeld van de potenties en de kosten te kunnen krijgen. Voor Strategie 3 geldt dat vaak niet de hele CBS-buurt aangesloten wordt op het warmtenet met lage temperatuurbron. Dit maakt het interpreteren van Strategie 3 lastig: de kaart in Figuur 22 laat niet zien welk deel van de buurt daadwerkelijk aangesloten wordt op het warmtenet. Daarnaast zijn de kosten voor het aansluiten van de hele buurt niet inzichtelijk, wat een vergelijking met andere strategieën of andere buurten moeilijker maakt. Strategieën 4 en 5 geven de nationale kosten wanneer de energiedragers groengas of waterstof ingezet worden. Waterstof wordt in de Startanalyse nog niet toegewezen als goedkoopste alternatief, omdat er nog veel onzekerheid is over de beschikbaarheid van waterstof.
Waterstof kan bijvoorbeeld met (overschotten van) duurzaam opgewekte elektriciteit geproduceerd worden. Voor groengas wordt ook rekening gehouden met de beperkte beschikbaarheid en groengas wordt alleen als
DWTM20072 – concept 1.0 Transitievisie Warmte gemeente Geertruidenberg
goedkoopste strategie weergegeven in de CBS-buurten waar de andere strategieën veel duurder zijn. 3.
De kaart van de Startanalyse laat geen verschillen met de alternatieven zien
Op de kaart in Figuur 22 is niet te zien hoe groot het verschil in nationale kosten is met het goedkoopste alternatief. Dus wanneer bijvoorbeeld de kosten van een warmtenet dichtbij die van een individuele oplossing ligt, wordt in Figuur 22 alléén de individuele oplossingen laten zien. Op de website van de Startanalyse kan per buurt wel worden bekeken hoe de kosten van de verschillende oplossingen verschillen.
Verschillen tussen de Startanalyse en de Visie Warmtevoorziening Het eindbeeld van de Startanalyse is niet per buurt één op één te vergelijken met de Visie Warmtevoorziening, met name vanwege de genoemde verschillen in methodiek. In Figuur 22 is te zien dat in delen van de gemeente Geertruidenberg een individuele oplossingen kansrijk kan zijn, waar in andere gebieden een groengas oplossing een logische keuze lijkt. Dit lijkt af te wijken van de visie, waarin ook grote delen een warmtenet kans hebben. Maar wanneer er in de startanalyse per buurt wordt gekeken, blijkt dat in de meeste buurten de kosten voor een warmtenet oplossingen heel dicht bij de individuele oplossingen liggen. Dit is niet goed in Figuur 22 te zien, omdat hier alleen de goedkoopste oplossing wordt weergegeven (ongeacht hoe dicht de kosten van de verschillende warmteoplossingen bij elkaar liggen). Wanneer hier rekening mee wordt gehouden, komt de analyse uit de visie warmtevoorziening over het algemeen goed overeen met de uitkomsten van de leidraad. Alleen Raamsdonksveer Zuid en het centrum van Raamsdonk komen minder overeen. Voor Raamsdonksveer Zuid is het huidige Amernet waarschijnlijk niet goed meegewogen in de Leidraad, waardoor de collectieve oplossingen er slechter uit komt dan in onze analyse.
Voor het centrum van Raamsdonk komt onze analyse uit op individuele oplossing, waar de Leidraad op groengas uitkomt. Dit is te verklaren doordat de Leidraad héél Raamsdonk in een keer beschouwt, waar onze analyse een onderscheidt maakt tussen de oude lintbebouwing en de nieuwere gedeeltes in de kern van Raamsdonk.