Bijlage 1 Omgevingsprogramma Groen
Tekst van het document
Grote delen van de gemeente zijn van nature nat of hebben bodems die slecht water doorlaten of vasthouden. Water opvangen leidt dan mogelijk tot een vorm van overlast, doordat het niet goed in de bodem kan infiltreren. Daarom moet voor het opvangen van water goed gekeken worden waar dit in de gemeente doelmatig is en meerwaarde biedt. Wanneer een locatie geschikt is kan het vasthouden van water bijdragen aan het voorkomen van tekorten in droge perioden. Wanneer het water opgeslagen wordt, kan het weer beschikbaar komen in tijden van droogte. Maatregelen zijn: het weghalen van verharding rond bomen, regenwateropvang door middel van groene daken, bassins en wadi’s. Op droogtegevoelige plekken helpen alle beetjes (groot of klein) tegen het bestrijden van droogte en wateroverlast. Zo kan ook vergroening van tuinen, daken en gevels een bijdrage leveren aan het vasthouden van water. 23. Voor een goede waterkwaliteit staat een natuurlijk watersysteem centraal. Met een watersysteem dat is gebaseerd op het natuurlijke bodem-watersysteem is veel winst voor de natuur te behalen. In dit geval komen weinig nutriënten in de wateren en komt de oorspronkelijke vegetatie tot bloei. Vanwege de aanwezige industrie en de nabijheid van de agrarische sector zal dit een kwestie zijn van de lange adem.
Desalniettemin komt het de bedrijven en de inwoners ten goede wanneer de waterkwaliteit en bijbehorend watersysteem op orde is. Zo’n aanpassing van het bodemwatersysteem brengt niet alleen de biodiversiteitsdoelen dichterbij, maar komt ook tegemoet aan het milieu. 24. Beleidsregel: Daken worden bij nieuwbouw of herinrichting zoveel mogelijk vergroend. Onder een groen dak verstaan we een dak dat begroeid is met planten, eventueel aangevuld met kruiden en/of grassen. Een groen dak bestaat uit diverse lagen. Daardoor kan het een behoorlijke hoeveelheid water opvangen. Water dat anders direct zou worden afgevoerd via het riool en mogelijk overlast zou veroorzaken. Via de begroeiing, die insecten en vogels aantrekt, verdampt het water geleidelijk. Bij nieuwbouw of herinrichting ontstaat vanaf het ontwerp ruimte om hier direct goed invulling aan te geven, waar dit voor bestaande bouw veel lastiger is 25. Beleidsregel: Op lokale kleine schaal inwoners faciliteren in klimaatmaatregelen Geertruidenberg mee aan het NK Tegelwippen en is aangesloten bij dit nationale initiatief. Het maakt niet uit of het om een kleine of grote tuin gaat, iedereen kan meedoen. Tegels vervangen door groen in de tuin is goed voor het klimaat en de natuur. In een groene tuin heb je minder wateroverlast, is het koeler in de zomer en een groene tuin is goed voor allerlei dieren, insecten en vogels.
Samen kunnen we op tal van manieren bijdragen aan een groenere en gezondere omgeving. De gemeente Geertuidenberg ondersteunt vanuit Wijkgericht SAMENwerken dergelijke initiatieven door mee te denken en mee te helpen en waar mogelijk financiële bijdrages te leveren. Denk hierbij ook aan het planten van bomen of moestuinen.
22
Duurzaamheid
4.3
Gezondheid
Het belang van groen in de woonomgeving is in de afgelopen decennia toegenomen. Redenen hiervoor zijn zeker niet alleen dat dit groen kan bijdragen aan het klimaatbestendig maken van de gemeente en het vergroten van de biodiversiteit; ook de bijdrage aan de gezondheid en het welzijn van inwoners en werknemers is een belangrijke reden. We zijn ons bewust van de gezondheidsbevorderende rol van groen. Het gaat dan niet alleen om effecten op de fysieke gezondheid, maar ook om effecten op de mentale gezondheid en het sociale welzijn. Ook kunnen werknemers van bedrijven de pauzes in een prettige omgeving doorbrengen.
Hoe groen de gezondheid en het welzijn bevordert Groen in de woonomgeving beïnvloedt de gezondheid en het welzijn door het tegengaan van hittestress, het verminderen van mentale stress, het stimuleren van lichamelijke activiteit en het faciliteren van de sociale samenhang. De stressreductie lijkt zich ook duidelijk door te vertalen in een gezondheids- en welzijnswinst. Groen stimuleert vrijetijdsactiviteiten. We weten dat een gezonde leefomgeving kan bijdragen aan het terugdringen van bijvoorbeeld overgewicht, dementie, depressie en hart- en vaatziekten. Toegankelijke speeltuinen, fietspaden en parken zorgen er bijvoorbeeld voor dat mensen elkaar ontmoeten en dat ze meer bewegen en ontspannen. Groen, en met name bomen, draagt door schaduwwerking en verdamping aantoonbaar bij aan het verminderen van hittestress gedurende hittegolven. Indirect draagt groen bij aan een lagere oversterfte tijdens hittegolven. Daarnaast heeft de aanwezigheid van groen in de nabije omgeving een positief effect op de woningwaarde. Ook dat draagt bij aan het welzijn van de inwoners. 26. Beleidsregel: We streven naar de 3+30+300-regel, waarin we met het toevoegen van nieuw
groen stapsgewijs toewerken naar het behalen van deze kentallen.
De regel gaat uit van al het groen in de wijk, zowel het gemeentelijk groen als het particulier groen, bijvoorbeeld de achtertuinen van inwoners. Het gaat niet alleen om groen in parken en op recreatieroutes, maar ook om groen dicht bij huis. Ook elkaar ontmoeten en samen aan de slag via beheer door bewoners zijn belangrijk. Mensen komen elkaar tegen en maken een praatje in het park, sporten er of onderhouden gezamenlijk een groen speelplein in de buurt. De 300-regel doelstelling gaat er bijvoorbeeld om dat inwoners op korte afstand van hun woning kunnen genieten van groene pleinen, groene speel- en sportplekken, plantsoenen, buurtparkjes en stadstuinen. Een groene leefomgeving is een aantrekkelijke leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan groen en water bij woningen en bedrijventerreinen. Dit heeft niet alleen een positieve invloed op de gezondheid, maar dragen ook bij aan een aantrekkelijk woon- en vestigingsklimaat. Daarnaast biedt het kansen om hittestress en wateroverlast te verminderen. Om beleid te maken dat groen direct koppelt aan gezondheid is de 3+30+300-regel ontwikkeld. In bijlage 9 is de 3+30+300-regel voor gemeente Geertruidenberg uitgewerkt
23
Duurzaamheid
Wat houdt de 3+30+300 regel in? De vuistregel is ontwikkeld door Dr Cecil Konijnendijk voor het groener en gezonder maken van onze steden. 3 bomen zichtbaar vanuit elk huis De eerste regel is dat iedereen vanuit huis minstens drie bomen (van behoorlijke omvang) moet kunnen zien. Recent onderzoek bewijst het belang van zichtbaar groen voor welzijn en mentale gezondheid. 30% boomkroonbedekking in elke buurt Het streven is 30% boomkroonbedekking voor elke buurt. Onderzoek toont een verband aan tussen de bedekkingsgraad en de koeling van de omgeving, een beter luchtmilieu en mentale en fysieke gezondheid. Door meer buurten te vergroenen, moedigen we bewoners aan om meer tijd buiten door te brengen. Wat ook de sociale cohesie bevordert. Veel steden hebben 30% boomkroonbedekking als doel gesteld. 300 meter van het dichtstbijzijnde park of groene ruimte Niemand mag meer dan 300 meter van een park of groene ruimte wonen waar je kunt recreëren. Veel studies onderstrepen het belang hiervan. Als afstand noemen ze vaak een wandeling van vijf tot tien minuten. Dit stimuleert het recreatief gebruik van groen en dat heeft weer positieve invloed op de lichamelijke én de geestelijke gezondheid. Natuurlijk verschilt de lokale context. Zo zijn de behoefte in voorsteden met een lagere bebouwingsdichtheid anders dan in dichtbebouwde stedelijke gebieden.
Maar ook in dichtbebouwde gebieden is het zaak om hoogwaardig stedelijk groen toegankelijk te maken. Bijvoorbeeld in de vorm van lineaire groene ruimten, die ook kan dienstdoen als fiets- en wandelpaden.
27. Beleidsregel: In de gemeente wordt waar mogelijk voorzien in extra mogelijkheden voor
extensieve natuurbeleving.
De nadruk ligt hier op de manieren waarop we het groen in de gemeente beter kunnen beleven. Groene plekken nodigen uit tot recreatie, actief bewegen en sociale interactie. Het gaat hier om het creëren van wandelpaden, fietspaden, klompenpaden of blotevoetenpaden. Plekken waar je even tot stilstand kunt komen en rust kunt ervaren. Op plekken waar we actief bezig zijn met de vergroeningsopgave kijken we daarom ook altijd naar de mogelijkheden van extensieve natuurbeleving. Binnen natuurbeschermingszones staat rust centraal en wordt in principe niet voorzien in extra mogelijkheden voor natuurbeleving. Groen levert een belangrijke bijdrage aan de uitstraling en beleving van de gemeente. Dit is zowel van belang voor bezoekers, als voor de manier waarop de inwoners en gebruikers naar hun eigen buurt en stad of dorp kijken. Hoe hoger de waardering, hoe hoger het woon- en gebruiksgenot en hoe zorgzamer mensen met het groen in hun eigen omgeving omspringen. Het wordt beleefd.
24
Duurzaamheid
28. Beleidsregel: We nemen in het groenbeleid de cultuurhistorie mee Alhoewel meer groen, biodivers groen en klimaatadaptief groen de prioriteit heeft is het daarnaast belangrijk om de ontwikkelingen in een cultuurhistorisch perspectief te plaatsen. Om een (her) ontwikkeling goed te kunnen duiden is het van belang om te kijken naar de cultuurhistorische elementen. Dan ontstaat bovendien samenhang in het groen. De invulling is afhankelijk van de periode waarin het is aangelegd, de hand van de ontwerper, soortkeuze, maatschappelijke tendensen en de intensiteit van beheer. Verschillende landschappen, landgoederen, buitenplaatsen, lanen en verdedigingswerken verwijzen naar belangrijke periodes in de geschiedenis. Daarnaast is de historie van een stad of dorp vaak ook te af te lezen uit de groenaanleg. In elke periode werden andere keuzes gemaakt voor: – gebruik (alleen flaneren op de paden of ook sportmogelijkheden in het groen); – weelderigheid van beplanting (veel kleur en bloemen of juist heel sober); – mate van natuurlijkheid (strak vormgegeven en/of intensief beheer of organische vormgeving en/of extensief beheer). Door de juiste variatie aan te brengen in de groenvoorzieningen, wordt het onderscheidend vermogen versterkt en ontstaat een groter onderscheid aan vestigingsmilieus (voor elk wat wils).
Door oog te hebben voor het oorspronkelijke gedachtengoed en door de identiteit waar mogelijk te versterken worden de belevings- en gebruikswaarde verhoogd. 29. Beleidsregel: We zorgen bij het vergroenen voor educatie, communicatie en participatie Het vergroenen van de gemeente Geertruidenberg is niet enkel een opgave van de overheid. Bewoners, scholen en bedrijven hebben profijt van een groene omgeving, dus het is van belang om deze partijen hierin mee te nemen. Door bewoners te informeren over het belang van groen, bewustwording te creëren en ze te stimuleren om ook een bijdrage aan de vergroening te leveren. Dit zorgt ervoor dat bewoners en gebruikers zorgzamer met het groen omgaan. Wanneer bijvoorbeeld jongeren al vroeg kennis maken met de positieve effecten van groen, waarderen zij dit ook op latere leeftijd en inspireren zij andere personen. 30. Beleidsregel: We streven naar het zoveel mogelijk vergroenen en natuurlijk inrichten van
speeltuinen en schoolpleinen
Een natuurlijke speeltuin biedt kinderen de kans om op ontdekkingsreis te gaan op elementen zoals zwerfkeien, zandondergronden, wilgentunnels, struiken, bloemen, water of boomstammen. Al deze natuurlijke elementen zorgen voor vrij spel en ontdekken van de natuur. Een groen schoolplein draagt bij aan het in balans brengen en houden van de natuur. Meer uitdaging op een plein zorgt voor minder ‘gedoe’ tussen leerlingen. Ze maken kennis met de natuur, zijn beschermd tegen de zon en een groen plein houdt het regenwater beter vast. Door veel groen en minder tegels is er bovendien meer ruimte voor regenwater om de grond in te zakken. Los van dit alles ziet een groen schoolplein er veel aantrekkelijker en sfeervoller uit dan een ‘grijs’ plein. 31. Beleidsregel: Op lokale schaal worden inwoners, scholen en bedrijven gefaciliteerd die willen
bijdragen aan klimaatadaptieve maatregelen en biodiversiteitsherstel.
In de gemeente zetten wij ons actief in om lokale maatregelen te stimuleren. Inwoners stimuleren we aan de hand van bewustwording, acties, landelijke dagen, subsidies en burgerinitiatieven. Bij scholen stimuleren we groene schoolpleinen en groene educatie. Voor bedrijven geldt dat we ze – net als bij de inwoners – stimuleren en faciliteren op tal van onderdelen
25
Duurzaamheid
5 Beleidsuitgangspunten De gemeente Geertruidenberg is ondergebracht in elf deelgebieden. In de volgende paragrafen behandelen we de thema’s groene omgeving (versterken en verbinden van groen en biodiversiteit), klimaat en gezondheid die in dat deelgebied binnen de gemeente Geertruidenberg prioriteit hebben. In de deelgebieden binnen de stedelijke omgeving ligt de focus meer op klimaatadaptatie. In het buitengebied ligt de focus op het verbinden en versterken van groenblauwe structuren en het verhogen van de biodiversiteit. In bijlage 7 is de ligging van het NNB ten opzichte van de gemeente Geertruidenberg weergegeven. In bijlage 8 is de ligging van de Natura 2000-gebieden ten opzichte van de gemeente Geertruidenberg weergegeven.
5.1
Agrarisch gebied met waarden
In het agrarisch gebied met waarden willen we het groen en het landschap zoveel mogelijk behouden en versterken. Het deelgebied ‘Agrarisch gebied met waarden’ bestaat uit de polders rondom de kern van Raamsdonk en de polders ten westen van Raamsdonksveer. Binnen deze polders zijn groenblauwe structuren aanwezig in de vorm van afwateringssloten. Deze waterlopen kennen nu nog een lage ecologische kwaliteit, maar hier liggen kansen met bijvoorbeeld natuurvriendelijke oevers. Wel staat het afvoeren van water hier vooralsnog voorop. Doordat het een gebied met waarden betreft kunnen kansen worden benut omtrent hoopgaande vegetatie, zoals bomen, houtwallen, struwelen en natuurvriendelijke oevers. Met name rondom Raamsdonk doen zich kansen voor om klompenpaden of blotevoetenpaden aan te leggen, in samenspraak met de agrariërs, om zo de natuurbeleving te vergroten. De belangrijkste aanwezige ecologische waarde is een populatie patrijs in de omgeving van de Kloosterhoeve in Raamsdonksveer. Het ontbreken van voldoende voedsel voor de kuikens is één van de grote bedreigingen voor het behoud van de soort. Niet alleen zijn de insecten van belang voor de patrijs, maar ook andere boerenlandvogels zijn ervan afhankelijk. Verder vormen insecten de basis van de totale gewenste akkerbiodiversiteit, als voedselbron, bestuivers en biologische plaagbestrijders.
De trend in de achteruitgang van de patrijs staat symbool voor de meeste akkervogels. Vanwege ontwikkelingen met betrekking tot de herinrichting van knooppunt Hooipolder ondergaat de polder ten westen van Raamsdonksveer een prominente verandering. Door deze polder zal een nieuwe verbindingsweg gaan lopen. Een dergelijke ontwikkeling kan ook kansen met zich meebrengen, als de aanleg van de weg gepaard gaat met de aanplant van bomen, heggen of houtwallen langs de lengte van de weg. Hierdoor ontstaat een nieuwe groenblauwe structuur, die in de huidige situatie nog niet aanwezig is. Groenstructuren die door de herinrichting verdwijnen kunnen in de directe omgeving worden gecompenseerd en dienen van minimaal eenzelfde omvang en kwaliteit te zijn. Met de ontwikkeling van het Natuurpark de Donge ontstaat in een deel van dit deelgebied nieuwe natuur met bijbehorende recreatie. Met circa 30 hectare is dit van een aanzienlijke omvang en biedt dit kansen voor het hele gebied ten aanzien van klimaat, biodiversiteit en gezondheid. Dit heeft een doorstraling op de hele gemeente en levert positieve bijdrages op ten aanzien van de 3-30-300 regel in Geertruidenberg en Raamsdonksveer. Bovendien is hier sprake van grote ecologische meerwaarde, doordat de locatie langs de Donge ligt en daarmee aansluit op het Natuur Netwerk Brabant en de biodiversiteit hotspots.
Binnen dit deelgebied is geen sprake van hittestress.
26
Duurzaamheid
5.2
Agrarisch gebied open landschap
Het deelgebied Agrarisch gebied open landschap bestaat uit de polders ten oosten van de A27, met uitzondering van de polders die behoren tot Agrarisch gebied met waarden. De hotspot van biodiversiteit Overdiepse Polder – Oude Maasje valt binnen de begrenzing van dit deelgebied, evenals NNB-gebieden in de omgeving hiervan. Binnen de polders zijn groenblauwe structuren aanwezig in de vorm van afwateringssloten en enkele bomenrijen. De aanwezige waterlopen kennen een lage ecologische kwaliteit. Het afvoeren van water staat voorop, waardoor deze waterlopen regelmatig en volledig worden geschoond. Bomenrijen of andere hoog opgaande groenstructuren zijn slechts in beperkte mate aanwezig. De belangrijkste aanwezige ecologische waarde zijn de weidevogels. In het bijzonder een populatie patrijs, verspreid door het gehele deelgebied. Het is van belang, ten behoeve van het behouden en versterken van deze populatie, dat er hoog opgaande groenstructuren worden aangebracht in het landschap. Deze kunnen dienstdoen als schuil- en nestgelegenheid en trekken insecten aan, die als voedselbron kunnen dienen. De huidige perceelafscheidingen worden gevormd door sloten.Het streven is dat perceelafscheidingen worden gevormd door groene landschapselementen, zoals houtwallen, heggen of akkerranden. Binnen dit deelgebied is geen sprake van hittestress.
Binnen deelgebied Agrarisch gebied open landschap kunnen klompenpaden of blotevoetenpaden worden aangelegd, in samenspraak met de agrariërs, om zo de natuurbeleving te vergroten.
5.3
Amergebied
Deelgebied Amergebied bestaat zowel uit bebouwd gebied, in de vorm van industrie en boerenerven, als uit agrarisch gebied. Het is de verwachting dat de bebouwing door de energietransitie in dit gebied aanzienlijk gaat intensiveren. Bij toekomstige ontwikkelingen kan hiermee rekening gehouden worden door natuur inclusief te ontwerpen. Kansen voor icoonsoorten moeten hierbij meegenomen worden. Tegelijkertijd moeten de verschillende belangen in dit gebied goed tegen elkaar afgewogen worden, omdat niet alles overal kan. Op het gebied van natuur zijn is in dit deelgebied de NNB aanwezig. Daarnaast valt een deel van de hotspot van biodiversiteit Amertak binnen de begrenzing van dit deelgebied. Omdat het Amergebied hoofdzakelijk tot het buitengebied gerekend kan worden, ligt hier vanuit groen de focus op het verbinden en versterken van natuur, in plaats van klimaatadaptatie. Ook in de toekomst kan, gezien het extensieve gebruik, deze locatie interessant blijken voor specifieke doelsoorten. Het gebied ligt bovendien dicht tegen Natura-2000 aan, het Amergebied kan daarbij dienen als overgangsgebied dienen. Op het gebied van klimaatadaptatie geldt dat in de toekomst ook rekening gehouden moet worden gehouden met eventueel wateroverlast. De lokale waterhuishouding vraagt hier aandacht en het is van belang dat dit op orde is voor het functioneren van het gebied.
Voor natuurbeleving is dit gebied – gezien de industriële ontwikkelingen - minder geschikt, de natuurontwikkeling die plaatsvindt is dan ook extensief en in relatieve rust. Binnen deelgebied Amergebied heersen rondom de Amercentrale wel hoge gevoelstemperaturen, maar is geen sprake van hittestress. Voor de beperkte aanwezige boerderijwoningen zijn voldoende koelteplekken aanwezig in de directe omgeving. Het aandeel verhard oppervlak, buiten de Amercentrale en het Hoogspanningsstation is beperkt. Verkleining van de oppervlakte verharding draagt binnen dit deelgebied niet bij aan het verminderen van hittestress. Om de effecten van toekomstige verstening hier te beperken is natuurinclusief ontwerpen hier van belang.
27
Duurzaamheid
5.4
Centrum Geertruidenberg
Binnen Centrum Geertruidenberg zijn geen gebieden die deel uitmaken van het NNB. Er zijn geen hotspots van biodiversiteit aanwezig. Dit deelgebied bestaat uit de historische stadskern van Geertruidenberg en de omringende vestingwerken. Doordat Centrum Geertruidenberg tot het stedelijk gebied behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden van natuur. De belangrijkste ecologische waarde binnen dit deelgebied is de populatie huismus die gebruikmaakt van de woonhuizen en andere bebouwing om in te leven en broeden. Om deze populatie te behouden en versterken is het beleid dat bij ruimtelijke ontwikkelingen altijd rekening gehouden wordt met deze soort en dat er natuurvriendelijk gebouwd wordt. Bij iedere renovatie, sloop/nieuwbouw of herinrichting wordt voorzien in nestgelegenheid en functioneel groen voor huismus. Binnen het deelgebied Centrum Geertruidenberg is sprake van hoge gevoelstemperaturen en hittestress door het hoge aandeel aan verhard oppervlak. Met name aan de zijde van de Donge, de straten ten zuiden van de Stationsweg en rondom de Vestingstraat, is sprake van een relatief weinig schaduwplekken door bomen. De aanwezige schaduwplekken bestaan vooral uit de groenstructuren op en langs de vestingwallen.
Om hittestress tegen te gaan is het beleid, dat bij herinrichting van de openbare ruimte binnen dit deelgebied minimaal 2% meer bomen en groenstroken worden aangebracht dan in de huidige situatie. Tevens moeten parkeergelegenheden zoveel als mogelijk vervangen worden door halfverharding of groene parkeerplaatsen. Dit speelt ook een belangrijke rol bij de infiltratie van regenwater en het tegengaan van wateroverlast bij piekbuien. De openbare ruimte in het historisch centrum is voor 42% verhard Bij een opgave van 2% vermindering betekent dat een afname van circa 4.890 m2 verharding. Rondom de Markt en langs de Venestraat en ook bij de Haven zijn er mogelijkheden voor het verkleinen van het verhardingsoppervlak.
5.5
Centrum Raamsdonksveer
Binnen Centrum Raamsdonksveer zijn geen gebieden die deel uitmaken van het NNB. Er zijn geen hotspots van biodiversiteit aanwezig. Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit bebouwd gebied, met één parkstructuur gelegen achter het gemeentehuis. Doordat Centrum Raamsdonksveer tot het stedelijk gebied behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden en versterken van natuurwaarden. De belangrijkste ecologische waarden binnen dit deelgebied zijn de populaties huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Deze gebouwbewonende soorten maken gebruik van de woonhuizen en bedrijfsbebouwing om in te leven en zich voort te planten. Om deze populatie te behouden en versterken is het beleid dat bij ruimtelijke ontwikkelingen altijd rekening gehouden wordt met deze soorten en dat er natuurvriendelijk gebouwd wordt. Bij iedere renovatie, sloop/ nieuwbouw of herinrichting wordt voorzien in nestgelegenheid en functioneel groen voor huismus, nestgelegenheid voor gierzwaluw en verblijfplaatsen voor vleermuizen. Binnen deelgebied Centrum Raamsdonksveer is sprake van hoge gevoelstemperaturen en hittestress door het hoge aandeel aan verhard oppervlak. Om hittestress tegen te gaan is het beleid, dat bij herinrichting van de openbare ruimte binnen dit deelgebied minimaal 2% meer bomen en groenstroken worden aangebracht dan in de huidige situatie.
Tevens dienen parkeergelegenheden zoveel als mogelijk vervangen te worden door halfverharding of groene parkeerplaatsen. Dit speelt tevens een belangrijke rol bij de infiltratie van regenwater en het tegengaan van wateroverlast bij piekbuien. In het centrum van Raamsdonksveer is de openbare ruimte voor 81% verhard. Bij een opgave van 2% vermindering betekent dat een afname van circa 2.240 m2 verharding.
28
Duurzaamheid
5.6
Dombosch, Rivierkade en de Pontonnier
Deelgebied Dombosch, Rivierkade en de Pontonnier bestaat hoofdzakelijk uit bedrijventerreinen en bedrijfsbebouwing. Aan de westzijde wordt Rivierkade van de rest van het deelgebied gescheiden door de Donge. Het deelgebied grenst aan de noordzijde aan buitendijkse NNB-gebieden en Natura 200-gebied. Doordat Dombosch, Rivierkade en de Pontonnier tot de stedelijke omgeving behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie. Daarnaast zijn hier kansen voor het verbinden en versterken van natuurwaarden. Binnen dit deelgebied zijn op dit moment nauwelijks groenblauwe structuren aanwezig en is nauwelijks ruimte om groenblauwe structuren te realiseren. De bermen langs de Maasdijk en de oevers langs de Donge gelden als voorname groenblauwe structuren die ecologisch waardevolle gebieden buiten dit deelgebied met elkaar verbinden. Binnen het deelgebied zelf is de voornaamste ecologische waarde de aanwezigheid van platte daken met nestgelegenheid voor scholekster. Tegelijkertijd neemt de overlast van Sternen toe, hier moet een balans in worden gevonden. Ook ligt het gebied dicht tegen Natura-2000 gebied aan en is bij de primaire kering tijdens hoog water en ‘s nachts vanuit de natuur rust met beperkte verlichting langs deze zone gewenst.
Om populaties van scholekster te behouden en versterken is het beleid om daken binnen het deelgebied, bij nieuwbouw of herinrichting, in te richten voor scholekster. Hierbij wordt idealiter gekozen worden voor een groen dak of een combinatie van groen en grind. Groene daken hebben als bijkomend voordeel dat deze water vasthouden, extra isoleren en in de bloeiperiode bestuivende insecten aantrekken. Deze insecten kunnen direct als voedselaanbod dienstdoen voor scholekster. Op de bedrijventerreinen van Dombosch, Rivierkade en de Pontonnier is sprake van hoge gevoelstemperaturen en hittestress door warme nachten. Dit kan worden tegengegaan door de aanleg van groene daken, die eveneens een functie hebben voor de verhogen van biodiversiteit en het verbinden van natuur. Ook gevelbeplanting langs de bedrijfspanden of groenvoorzieningen in de openbare ruimte kunnen hier bijdrages aan leveren. In overleg met de beheerders van de bedrijventerreinen kan onderzocht worden waar nog ruimte is voor het planten van bomen en vergroening. Daarmee wordend de bedrijven ook beter bestand tegen schade door wateroverlast, droogte en hitte en worden werknemers gelukkiger, productiever en gezonder. Om dit te bereiken zal ook vanuit oogpunt werknemers naar het gebied moeten worden gekeken, waarbij het belangrijk is om het een prettige omgeving te maken.
De openbare ruimte in Dombosch, Rivierkade en Pontonnier is voor 54% verhard. Dit getal is veel lager dan wat je verwacht in dit deelgebied, maar kan verklaard worden door de compactheid van de openbare ruimte. Eigenlijk is er weinig openbare ruimte en van dat deel is een relatief laag percentage verhard. Voor een afname van verharding bestaan veel mogelijkheden, onder andere groene parkeerlocaties, groen in openbare ruimte en groen op de bedrijventerreinen. Bij een opgave van 2% vermindering betekent dat een afname van circa 7.800 m2 verharding.
N.B. Voor Dombosch wordt een visiedocument opgesteld, deze is ook in de maak voor de Pontonnier en Rivierkade. Overal ligt een belangrijke vergroeningsopgave. Een aanbeveling hierbij is het in de omgevingsvergunning opnemen dat een bepaald percentage van het te bebouwen terrein een groene invulling moet hebben. Daarnaast is een continue samenwerking met de bedrijven nodig om zowel vanuit de gemeente als de bedrijven maatregelen te treffen.
29
Duurzaamheid
5.7
Gasthuiswaard
Deelgebied Gasthuiswaard bestaat zowel uit bebouwd gebied, in de vorm van industrie, als uit agrarisch gebied. Binnen dit deelgebied zijn gebieden die deel uit maken van het NNB. Daarnaast valt een deel van de hotspot van biodiversiteit Amertak binnen de begrenzing van dit deelgebied. Omdat Gasthuiswaard hoofdzakelijk tot het buitengebied gerekend kan worden ligt hier de focus op het verbinden en versterken van natuur, in plaats van klimaatadaptatie. Er is weinig bekend over de belangrijkste ecologische waarden binnen dit deelgebied. Er zijn diverse lijnvormige en vlakvormige groenblauwe structuren aanwezig binnen het noordwestelijke deel van de Gasthuiswaard. De overige delen zijn bebouwd en betreffen bedrijventerreinen. Hier ontbreken groenblauwe structuren. De groenblauwe structuren in het noordwesten, waterlopen en bosschages staan in directe verbinding met de hotspot van biodiversiteit Amertak en het NNB-gebied. De beschikbare ruimte voor groenblauwe structuren binnen dit deelgebied is volledig benut. Op de bedrijfsbebouwing binnen deelgebied Gasthuiswaard kan hittestress worden tegengegaan door de aanleg van groene daken. Die eveneens een functie hebben voor het verhogen van biodiversiteit en het verbinden van natuur. Het aandeel verhard oppervlak buiten de bedrijfsterreinen is beperkt. Hier is geen sprake van hoge gevoelstemperaturen of hittestress door warme nachten.
Het toevoegen van een bomenstructuur wordt onderzocht om daarmee een impuls te geven aan het gebied en tegelijkertijd toekomstige klimaateffecten te beperken. Binnen deelgebied Gasthuiswaard kunnen in samenspraak met terreineigenaren klompenpaden of blotevoetenpaden worden aangelegd, om zo de natuurbeleving te vergroten. De openbare ruimte in Gasthuiswaard is voor 38% verhard. Bij een opgave van 2% vermindering betekent dat een afname van circa 1.760 m2 verharding.
5.8
Geertruidenberg
Binnen deelgebied Geertruidenberg zijn geen gebieden behorende tot het NNB of hotspots van biodiversiteit aanwezig. Dit deelgebied bestaat uit woonwijken buiten de stadskern van Geertruidenberg. Doordat Geertruidenberg tot het stedelijk gebied behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden van natuur. De belangrijkste ecologische waarde binnen dit deelgebied is de populatie ransuil in en nabij de Buitenvest. Om deze populatie te behouden en versterken is het beleid dat bij bomenkap altijd rekening gehouden wordt met deze soort en dat deze bomenkap gecompenseerd wordt. Binnen dit deelgebied is sprake van hoge gevoelstemperaturen en hittestress door het hoge aandeel aan verhard oppervlak. De woningen rondom de Stadsweg en Mauritsweg bevinden zich relatief op de grootste afstand ten opzichte van koelteplekken. In de zijstraten tussen de Stadsweg en Mauritsweg ontbreken bomen in het straatbeeld. Er is veelal beperkte ruimte, maar er zijn wel mogelijkheden om hier hittestress tegen te gaan. De trottoirs zijn in de huidige situatie nagenoeg volledig verhard. Ditzelfde geldt voor de parkeerplaatsen.
Om hittestress tegen te gaan is het beleid dat bij herinrichting van de openbare ruimte binnen deelgebied Geertruidenberg in het algemeen en rondom Stadsweg en Mauritsweg in het bijzonder, minimaal 10% meer bomen en groenstroken worden aangebracht dan in de huidige situatie. Tevens dienen parkeergelegenheden zoveel als mogelijk te bestaan uit halfverharding of groene parkeerplaatsen. Dit speelt ook een belangrijke rol bij de infiltratie van regenwater en het tegengaan van wateroverlast bij piekbuien. De openbare ruimte in dit deelgebied is 40% verhard. Bij een opgave van 2% vermindering betekent dat een afname van circa 4.800 m2 verharding
30
Duurzaamheid
5.9
Natuurgebieden
Deelgebied natuurgebieden behoort volledig tot het buitengebied. De focus zal hierbij liggen op het verbinden en versterken van natuur. Op Overdiepse Polder – Oude Maasje na liggen alle hotspots van biodiversiteit binnen dit deelgebied. Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit NNB-gebieden, met uitzondering van de polders rondom de Nionplas en de Plas van Caron. De belangrijkste ecologische waarden zijn de foerageergebieden van gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis langs de Amertak, de burchten van bevers langs de Donge en buitendijks langs de Bergsche Maas, het foerageergebied en de verblijfplaatsen van de wezel langs de Donge, de populatie ringmus in de opgaande groenstructuren langs het Kromgat, de populatie Zacht vetkruid op de taluds langs de Amertak en de populatie oeverzwaluw langs de Donge. De belangrijkste groenblauwe structuren binnen het deelgebied Natuurgebieden zijn waterlopen, vegetatierijke oeverzones of taluds langs de waterlopen en buitendijkse groenstructuren. De waterlopen Bergsche Maas, Amertak, Donge en Kromgat zijn onderling met elkaar verbonden. Watergebonden natuur kan zich in deze situatie verplaatsen tussen de belangrijke hotspots van biodiversiteit. De waterkwaliteit van dit stroomgebied is een aandachtspunt. De Slikpolder is een stukje natuur langs de Donge.
Op 6 april 2017 besloot de gemeenteraad tot een nieuwe inrichtingsschets van het gebied waarbij natuurontwikkeling wordt gecombineerd met stille en extensieve recreatieve functies. Voordat de gemeente aan de slag gaat met het opstellen van een concrete inrichtingsschets, moeten eerst de bevindingen van het waterschap Brabantse Delta bekend zijn. Het waterschap is, in het kader van de dijkversterking, hier leidend. De behoefte van de gemeente nemen ze daarin mee. Zodra de mogelijke gevolgen van de nieuwe waterstanden duidelijk zijn, gaat de gemeente opnieuw in gesprek over de definitieve inrichting van de Slikpolder. Het beleid is dat alle aanwezige groenstructuren, zowel bomen als struiken en struwelen, behouden blijven of ter plaatse gecompenseerd moeten worden als behoud niet mogelijk is. Binnen deelgebied Natuurgebieden is geen sprake van hittestress. De natuur staat hier dusdanig onder druk, dat het verhogen van de recreatiedruk negatieve gevolgen met zich meebrengt.
5.10 Raamsdonk Binnen deelgebied Raamsdonk zijn geen gebieden die deel uitmaken van het NNB. Er zijn geen hotspots van biodiversiteit aanwezig. Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit bebouwd gebied, met centraal gelegen woonwijken met rijtjeshuizen en naar de randen toe boerenerven. Doordat Raamsdonk tot het stedelijk gebied behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden van natuur. De belangrijkste ecologische waarde binnen dit deelgebied is de relatief grote populatie huismus, die gebruik maakt van de woonhuizen en bebouwing op de erven om in te leven en te broeden. Om deze populatie te behouden en versterken is het beleid dat bij ruimtelijke ontwikkelingen altijd rekening gehouden wordt met deze soort en dat er natuurvriendelijk gebouwd wordt. Bij iedere renovatie, sloop/nieuwbouw of herinrichting wordt voorzien in nestgelegenheid en functioneel groen voor huismus. Dit functioneel groen kan bestaan uit solitaire bomen, struiken, struwelen of hagen. Hagen als afscheiding bieden ook een meerwaarde voor soorten zoals de egel, die zich in de dekking kunnen verplaatsen. Binnen deelgebied Raamsdonk is sprake van hoge gevoelstemperaturen en hittestress door het hoge aandeel aan verhard oppervlak. Weliswaar bevindt deze bebouwing zich langs onverharde agrarisch percelen, maar deze bieden geen schaduw en dekking tegen de zon.
Aan de zuidzijde van dit deelgebied – richting de Donge – doen zich kansen voor om koelteplekken te creëren door de aanplant van bomen, heggen of houtwallen. De rivier de Donge biedt bij uitstek kansen voor vergroening. In Raamsdonk is de openbare ruimte 37% verhard. Bij een opgave van 2% vermindering betekent dat een afname van circa 2.980 m2 verharding.
31
Duurzaamheid
5.11 Raamsdonksveer Binnen deelgebied Raamsdonksveer zijn geen gebieden die deel uitmaken van het NNB. Er zijn geen hotspots van biodiversiteit aanwezig. Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit bebouwd gebied, met enkele parkstructuren, bosschages en waterpartijen aan de randen van het deelgebied. Doordat Raamsdonksveer tot het stedelijk gebied behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden en versterken van natuurwaarden. De belangrijkste ecologische waarden binnen dit deelgebied zijn de populaties huismus, gierzwaluw en gewone dwergvleermuis. Deze gebouwbewonende soorten maken gebruik van de woonhuizen en bedrijfsbebouwing om in te leven en zich voort te planten. Om deze populatie te behouden en versterken is het beleid dat bij ruimtelijke ontwikkelingen altijd rekening gehouden wordt met deze soorten en dat er natuurvriendelijk gebouwd wordt. Bij iedere renovatie, sloop/ nieuwbouw of herinrichting wordt voorzien in nestgelegenheid en functioneel groen voor huismus, nestgelegenheid voor gierzwaluw en verblijfplaatsen voor vleermuizen. Binnen deelgebied Raamsdonksveer is sprake van hoge gevoelstemperaturen en hittestress door het hoge aandeel aan verhard oppervlak. Aan de randen van deelgebied Raamsdonksveer zijn koelteplekken aanwezig. In het centrale deel ontbreekt dit nagenoeg overal.
Om hittestress tegen te gaan is het beleid, dat bij herinrichting van de openbare ruimte binnen deelgebied Raamsdonksveer minimaal 2% meer bomen en groenstroken worden aangebracht dan in de huidige situatie. Tevens dienen parkeergelegenheden zoveel als mogelijk te bestaan uit halfverharding of groene parkeerplaatsen. Dit speelt ook een belangrijke rol bij de infiltratie van regenwater en het tegengaan van wateroverlast bij piekbuien. In Raamsdonksveer is de openbare ruimte voor 45% verhard. Bij een opgave van 2% vermindering betekent dat een afname van circa 17.100 m2 verharding.
32
Duurzaamheid
6 Uitvoering van het beleid In de omgevingsvisie worden drie thema’s genoemd die verbonden zijn aan groen: biodiversiteit, klimaat en gezondheid. Deze thema’s vormen samen met het bestaande beleid (zoals Strategie Klimaatadaptatie, Landbouwvisie Geertruidenberg en Beleidskader Natuur 2030) het uitgangspunt van het omgevingsprogramma Groen. Ook uitgangspunten van het vorige bomenbeleidsplan zijn hierin meegenomen. We willen de doelstellingen zoveel mogelijk concreet en meetbaar maken. Daarom benoemen we maatregelen die nodig zijn om onze doelen te behalen. Die maatregelen kunnen bestaan uit (een combinatie van): inzet van communicatie- en informatie-instrumenten; beleidsregels (zie eerder); inzet van financiële instrumenten, zoals gemeente-investeringen, leningen of subsidies; afspraken met organisaties; feitelijke maatregelen, zoals de uitvoering van projecten door de gemeente; het stellen van algemene regels in een algemene maatregel van bestuur, de omgevingsverordening of het omgevingsplan.
6.1
Uitgangspunten voor ontwerp en aanplant
Het vraagt tijd om in de bestaande situatie de beleidsdoelstellingen met betrekking tot groen te realiseren, maar bij nieuwbouw en renovaties liggen hier directe kansen. Het is de wens om bij dergelijke ontwikkelingen de beleidsuitgangspunten voor groen gelijk te integreren. Daarmee zijn alle nieuwe ontwikkelingen direct toekomstbestendig. De wijze waarop dit is af te dwingen, is afhankelijk van de grondpositie van de gemeente. Bij nieuwe ontwikkelingen streven we naar het voldoen aan de 3+30+300-regel. Afhankelijk van de haalbaarheid (onder andere locatie en financiële middelen) en het draagvlak (onder andere grondpositie en participatie) wordt hier invulling aan gegeven. De juridische borging vindt plaats in het omgevingsplan waarin we regels opstellen voor (minimale) hoeveelheid groen in woongebieden en bedrijventerreinen. Daarin beschermen we ook onze bomen, structuren en groenobjecten. Deze waarden vormen een randvoorwaarde voor nieuwe ontwikkelingen.
6.1.1
Ecologische quickscan
Voor ruimtelijke ontwikkelingen met een effect op beschermde natuurgebieden en flora en fauna is een ecologische quickscan nodig, waarmee wordt getoetst of binnen een plangebied (en de directe omgeving) beschermde soorten zijn te verwachten. Ook wordt getoetst of het plan leidt tot een negatief effect op beschermde natuurgebieden.
6.1.2
Bomeneffectanalyse
De bomeneffectanalyse (BEA) is een instrument dat ingezet wordt om de effecten van (voorgenomen) bouw of aanleg op bomen beter in beeld te brengen. De BEA wordt ingezet als er belemmerende factoren te verwachten zijn voor de bomen. Met behulp van de BEA wordt beoordeeld of een duurzame instandhouding van de houtopstand mogelijk is met uitvoering van de voorgenomen plannen. De BEA brengt gedetailleerd in beeld wat de risico’s zijn van de ruimtelijke plannen voor het bestaande boomareaal. Hierdoor wordt het mogelijk vroegtijdig in het proces maatregelen te treffen. De BEA heeft een maximale doorlooptijd van zes weken.
33
Duurzaamheid
6.1.3
Andere uitgangspunten
Andere uitgangspunten zijn: Behoud bestaande volwassen bomen. Leg bij herinrichtingen 10% meer groen aan ten opzichte van de huidige situatie. Integraal ontwerp waarin voldoende ruimte gewaarborgd is voor de bomen in combinatie met riolering, kabels en leidingen, verlichting en dergelijke. De juiste boom op de juiste plek; rekening houdend met de eigenschappen van de boom en zijn omgeving. De boom moet voldoende onder- en bovengrondse groeiruimte hebben om tot de gewenste leeftijd te komen. Plant bomen in open grond, zo min mogelijk in verharding. Pas zoveel mogelijk boomsoorten toe die langdurige droogte kunnen verdragen. Voor bovenstaande richtlijnen geldt dat ze uitgevoerd moeten worden conform het Handboek Bomen 2022.
6.2
Uitgangspunten voor het beheer
Het beheer van gemeentegronden veranderen we naar een manier van beheer en inrichting die bijdraagt aan de biodiversiteit. Natuurbelangen gaan we beter inbedden in de gemeentelijke processen. Dit doen we onder andere door in het dagelijks beheer de biodiversiteit te versterken. Bovendien willen we bewustwording onder inwoners over biodiversiteit vergroten, en ook wat zij daar zelf in kunnen betekenen.
6.2.1
Groen
6.2.1.1 Aantal bomen en oppervlakte groen Gemeente Geertruidenberg heeft circa 13.300 bomen in beheer, waarvan 572 monumentaal zijn. Aan groenonderhoud wordt ruim 130 hectare onderhouden. In tabel 1 staan de aantallen en oppervlakten per beheertype aangegeven. Beheergroep
Aantal/ oppervlakte
Bomen
13.321 st.
Groen
1.313.027 m2
Bermen- gras extensief
567.741 m2
Bosplantsoen
242.943 m2
Gazon
430.458 m2
Sierplantsoen
71.885 m2
Tabel 1. Aantallen en oppervlakten per beheergroep in 2023
De gemeente Geertruidenberg hanteert onderstaande uitgangspunten voor het groenbeheer. Kwaliteitsniveaus De kwaliteit van het groen bestaat uit de technische staat van het groen (is het groen aan vervanging toe) en de beeldkwaliteit (de kwaliteit van het reguliere onderhoud). Voor winkelgebieden wordt kwaliteitsniveau A gehanteerd (het hoogste kwaliteitsniveau), voor al de overige gebieden binnen de bebouwde kom geldt niveau B. Buiten de bebouwde kom wordt extensief beheerd. Er wordt uitgegaan van de kwaliteitscatalogus openbare ruimte van de CROW (Kennisinstituut voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer, en werk en veiligheid). De kwaliteit van het groen moet hier in ieder geval aan voldoen. Het extensieve beheerniveau is gestoeld op ecologische beheerprincipes met een lage beheerfrequentie. Het extensieve beheer vinden we ook grotendeels terug in de randen van de kernen. De kwaliteitsniveaus vormen de basis voor het beheerplan. Voor het borgen van de kwaliteitsniveaus vinden schouwen plaats.
34
Duurzaamheid
Beheer en onderhoud Regulier onderhoud wordt uitgevoerd met het streven naar kwaliteitsniveau B. Alleen in de winkelgebieden valt het groen onder kwaliteitsniveau A. Met vaste regelmaat worden de groenelementen gecontroleerd op veiligheid en kwaliteit. De groenstructuren worden compleet gemaakt en versterkt. Gemeente Geertruidenberg past steeds meer actief biodiverse en insectenvriendelijke beplantingen toe. Het voeren van steeds meer natuurlijk beheer en onderhoud wordt voortgezet. Groen wordt ingezet om de gevolgen van klimaatveranderingen te verminderen: Hittestress wordt beperkt met schaduw en verdampend oppervlak. Wateroverlast tijdens piekbuien wordt beperkt door de afvoer van water te stoppen of te vertragen. Groeiplaatsen worden met de inrichting en soortkeuze droogtebestendig. We gaan groen in de openbare ruimte kapitaliseren (groen assetmanagement, de totale levenscyclus van bomen/groen in beschouwing nemen, inclusief de vervanging). Extensief beheer In 2020 heeft gemeente Geertruidenberg zich aangesloten bij Convenant Bijenlandschap. Het Bijenlandschap West-Brabant is een samenwerkingsverband van 39 deelnemers waaronder, gemeenten, het waterschap, natuurbeheerders, agrarische natuurverenigingen en een aantal bedrijven.
Ze richten zich sinds 2017 op het samen bedenken en uitvoeren van concrete maatregelen om het leefklimaat voor bijen en bestuivers te behouden en te verbeteren. Alle bermen binnen de gemeente worden ecologisch beheerd. Bermen worden één of twee keer per jaar gemaaid waarbij het maaisel even blijft liggen voordat het wordt opgeruimd. Op deze manier vallen zaden uit het maaisel en worden insecten gespaard. Door het maaisel af te voeren verschralen de bermen waardoor ze bloemrijker worden. Langs de fietspaden en zichthoeken wordt extra gemaaid om de verkeersveiligheid te waarborgen. Binnen de bebouwde kom zijn bovendien veel gazons, hier wordt intensief gemaaid. Dit zal op veel plekken ook zo blijven, aangezien we zoeken naar de juiste balans tussen gazons en bloemrijk gras. Bijvoorbeeld ook om losloopstroken voor mensen met honden te blijven faciliteren. In nieuwe gazonbestekken willen naast gazons ook ecologisch maaibeheer en bloemrijk gras dominant terug laten komen. Bij bloemrijk gras wordt tweemaal per jaar gemaaid, het maaisel wordt afgevoerd. Langs de randen wordt nog wel intensief gemaaid om overlast te minimaliseren. Heggen Het gebied ten oosten van de A27 hoort historisch gezien bij het Slagenlandschap. Het is van belang dat deze cultuurhistorische elementen terugkomen in het landschap.
Dit kan door heggen hoofdzakelijk langs noord-zuid getraceerde wegen en sloten aan te planten. Dit geeft accenten die passen in het cultuurhistorisch landschap en verbeteren de biodiversiteit in het gebied. De heggen die veel in het Slagenlandschap voorkomen zijn meidoorn- en elzenheggen. Om de aanplant van heggen te stimuleren zijn er subsidiemogelijkheden vanuit de provincie, zoals de stimuleringsregeling landschap Noord-Brabant. Zo kan vanuit deze Provinciale subsidieregeling plantmateriaal worden aangeschaft, maar kan ook jaarlijks het beheer van de heggen worden gefinancierd. Vanuit de gemeente wordt aanleg van heggen gestimuleerd, hier besteden we met promotiecampagnes aandacht aan. Aanvullende uitgangspunten groen De gemeente Geertruidenberg hanteert de volgende aanvullende uitgangspunten voor het groenbeheer: We hanteren voor het openbaar groen een technische levensduur van 18 jaar. We gebruiken geen chemische bestrijdingsmiddelen. Bij aanleg, herinrichting of renovatie van groenvakken zorgen we dat de inrichting bijdraagt aan biodiversiteit en/of klimaatadaptatie. Met ons openbaar groen dragen we actief bij aan het verminderen van wateroverlast, droogte en hitte. We vormen grijs om naar groen op locaties die gevoelig zijn voor wateroverlast, droogte of hitte. Soortkeuze van beplanting stemmen we af op de omgeving en het gebruik van de omgeving.
35
Duurzaamheid
We voeren pilots uit om ervaring op te doen met ecologisch beheer. De mogelijkheid om deze pilots uit te voeren worden opgenomen in toekomstige groencontracten.
We zorgen ervoor dat heesters en hagen de verkeersveiligheid niet belemmeren. We richten de openbare ruimte zodanig in dat we de biodiversiteit versterken. Daarbij zoeken we een balans tussen de winst voor de biodiversiteit en de bijbehorende beheerkosten.
Voor het onderhoud van natuurterreinen binnen en buiten de bebouwde kom vindt samenwerking plaats met belanghebbende natuurorganisaties.
De vrijgekomen materialen uit het groen laten we op een duurzame manier verwerken. Groene structuren sluiten zoveel mogelijk op elkaar aan en zorgen voor verbindingen van flora en fauna. Groen biedt informele spelaanleidingen voor kinderen van alle leeftijden. Uitgangspunt is hierbij dat er geen blijvende schade aan het groen veroorzaakt wordt.
Ecologie is steeds belangrijker. Biodiversiteit hangt hier nauw mee samen. We willen ervoor zorgen dat de biodiversiteit in de gemeente Geertruidenberg verbetert.
6.2.2 Bomen Gemeente Geertruidenberg werkt aan een hoogwaardig groen woon, werk- en leefklimaat. Bomen zijn beeldbepalend en geven de gemeente met hun structuren, massa en status identiteit. Eigendom van de gemeente of van particulieren, alle bomen, leveren een belangrijke bijdrage aan het realiseren van deze groene ambitie. Het klimaat verandert. Dit kan invloed hebben op de levensduur van boomsoorten. Ook moeten we op sommige locaties andere eisen stellen aan de groeiplaats. Waar wordt het natter en waar wordt het droger? Gemeente Geertruidenberg hanteert de volgende aanvullende uitgangspunten voor het boombeheer: We hanteren voor bomen een technische levensduur variërend van dertig jaar (lokale straatbomen), minimaal tachtig jaar (in primaire structuren) tot zo lang als mogelijk (in cultuurhistorische structuren). We werken conform de richtlijnen uit het Handboek Bomen. Het Handboek Bomen is een landelijke standaard. We streven naar een duurzaam, veilig en toekomstbestendig bomenareaal. Voor nieuw aan te planten bomen geldt dat we niet meer dan vijf bomen van dezelfde soort op één locatie planten. Dit om het risico op boomziekten en plagen te verminderen en biodiversiteit te stimuleren. We spelen in op het toepassen van bomen in de openbare ruimte die bestand zijn tegen klimaatverandering.
We volgen de ‘markt’ en maken ook gebruik van ervaringen van anderen voor wat betreft soortkeuze. We zetten in op het vergroten van de biodiversiteit. We borgen de huidige ecologische corridors en breiden deze waar nodig uit. Waar mogelijk proberen we de huidige monoculturen te doorbreken. Het doorbreken van de monoculturen doen we door boomsoorten te mengen. We realiseren ons dat dit ontwikkeltraject meerdere decennia duurt en dat het landschappelijk beeld van de gemeente Geertruidenberg hierdoor enigszins wijzigt. Bij regulier overleg met andere overheden en stakeholders brengen we dit punt ter tafel. Op deze manier proberen we invloed uit te oefenen op de andere terreinbeherende organisaties om ook op deze manier bij te dragen aan de biodiversiteit en toekomstbestendig bomenbestand. We voeren minimaal eens per drie jaar boomveiligheidscontroles uit op alle gemeentelijke bomen om te voldoen aan de zorgplicht. Wanneer een boom als ‘attentieboom’ is aangemerkt controleren we vaker. Wanneer een boom als ‘risicoboom’ is aangemerkt nemen we maatregelen om het risico te verkleinen/ weg te nemen. Er geldt een herplantplicht voor iedere gemeentelijke boom die gekapt wordt (één op één compensatie). Bij voorkeur gebeurt dit op dezelfde locatie of binnen een straal van 500 m van de bestaande boom.
Als dit niet mogelijk is bekijken we herplant op een andere locatie in de gemeente Geertruidenberg. Overlast van bomen is in principe geen reden voor kap. Afhankelijk van de situatie zoeken we naar mogelijkheden om de overlast te verminderen. Bij het planten van bomen zorgen we voor de juiste standplaatsfactoren. Er moet voldoende boven- en ondergrondse ruimte zijn en de bodem moet geschikt zijn voor de boomsoort. We planten bomen met een minimale stamdikte van 18 tot 20 cm. (Dit is de omtrek van een stam, gemeten in centimeters op 1,3 m boven het maaiveld) Bij schade aan bomen verhalen we deze indien mogelijk op de veroorzaker. De waarde van de boom bepalen we op basis van de door de raad vastgestelde Compensatie Kapitaals Waarde bomen (CKW).
36
Duurzaamheid
Het aantal bomen in het areaaloverzicht (circa 13.300 stuks) betreft alleen de geregistreerde individuele bomen die zijn aangeplant door en in beheer van de gemeente. De spontane wildgroei van bomen met een stamdiameter van > 10 cm gemeten op 1,3 m boven het maaiveld die in bosplantsoenvakken staan is niet in beeld. Boomsoortenverdeling in 2023 Bij de gemeente Geertruidenberg zijn circa 13.300 bomen in beheer. De top tien boomsoorten vertegenwoordigt ruim 55% van het totaal aantal bomen (zie tabel 2). Het grootste aandeel wordt gevormd door es (Fraxinus). Soort
Aantal
Aandeel
Fraxinus (es)
1.333
10,0%
Tilia (linde)
1.235
9,3%
Salix (wilg)
1.217
9,1%
Acer (esdoorn)
930
7,0%
Carpinus (haagbeuk)
560
4,2%
Populus (populier)
503
3,8%
Platanus (plataan)
412
3,1%
Prunus (kers)
381
2,9%
Robinia (acacia)
374
2,8%
Aesculus (paardenkastanje)
340
2,6%
Overig
6.036
45,2%
Totaal
13.321
100%
Tabel 2. Bomenbestand Geertruidenberg, tien meest voorkomende boomsoorten
De gemeente streeft naar diversiteit van boomsoorten en volgt daarbij de 10-20-30-vuistregel van Santamour. Deze vuistregel is een vaak toegepaste praktische leidraad om die diversiteit te waarborgen. De getallen verwijzen naar het maximale percentage van één familie (30%), geslacht (20%) of soort (10%) die het bomenbestand mag bevatten. Een nuttige aanvulling op de reguliere boomveiligheidscontrole is het laten analyseren van de diversiteit en leeftijdsverdeling van het bomenbestand. Hiermee krijgt de gemeente inzicht in de robuustheid en toekomstbestendigheid van het bomenbestand. Monumentale en beschermde bomen In 2022 zijn alle gemeentelijke monumentale bomen en particuliere beschermde bomen opgenomen. Tabel 3 geeft de aantallen weer uit 2022. In bijlage 2 zijn ze ook weergegeven op de beschermde bomenkaart. Beschermde bomen
Aantal
Gemeentelijke monumentale bomen
572
Particuliere beschermde bomen
126
Tabel 3. Beschermde bomen1 Naast een duurzame uitgangspositie (conform de richtlijnen van het Handboek Bomen 2022) om gezond tot wasdom te kunnen komen, moet een beschermde en monumentale boom aan enkele voorwaarden voldoen. De beoordelingsregels gemeentelijke monumentale boom en particuliere beschermde boom moeten worden vormgegeven in de nieuw op te stellen bomenverordening. 1
Deze opname is indicatief. Een nieuwe inventarisatie is nodig
37
Duurzaamheid
6.3
Uitwerking bescherming bomen en groen
De groenstructuurkaart is opgebouwd uit de boomstructuur én belangrijke groenstructuren. De boomstructuur die nagestreefd wordt is gedifferentieerd, omdat aangesloten wordt op een divers landschappelijk, natuurlijk en historisch raamwerk. Naast een boomstructuur zijn ook groenvlakken aan de kaart toegevoegd. Zoals in paragraaf 1.4 is benoemd verplicht de Omgevingswet tot het omzetten van de Bomenverordening 2017 naar bomenregels in het omgevingsplan. Ook de Beschermde bomenlijst moet worden vervangen door een voor eenieder te raadplegen digitale kaart (Groene kaart) met beschermde bomen. Dit laatste vergt ook een update van de inventarisatie van beschermwaardige bomen. Een vaste planning voor een update van de te beschermen bomen al dan niet voor beschermingscriteria moet planmatig volgens vaste frequentie gebeuren. Eénmaal per jaar heeft de voorkeur. Deze herinventarisatie en omzetting van regels moeten volgens het overgangsrecht van de Omgevingswet uiterlijk op 1 januari 2032 voltooid zijn. Binnen de gemeente Geertruidenberg is voor het kappen van een boom geen omgevingsvergunning nodig tenzij de boom de status monumentaal of beschermd heeft. Alle boomstructuren (primaire en secundair), monumentale gemeentelijke en beschermde particuliere bomen staan op de ‘beschermde bomenlijst’ en op de groenstructuurkaart.
De groenstructuurkaart is in bijlage 1 opgenomen en daarnaast online te raadplegen via de gemeentelijke website. Alle gemeentelijke bomen worden beschermd in de nieuwe bomenregels in het nieuwe omgevingsplan.
Een nieuwe bomenverordening is in de maak. Totdat die verschijnt is de huidige bomenverordening van 2017 vigerend.
N.B. Voor 1 januari 2032 moet de huidige bomenverordening worden omgezet in het omgevingsplan + online kaart Voor het kappen of stevig snoeien (kandelaberen) van een monumentale of beschermde boom heeft de eigenaar een omgevingsvergunning nodig. Deze vergunning wordt slechts bij uitzondering verleend. Bijvoorbeeld wanneer de boom ziek is of bij acuut gevaar voor de omgeving. Hiervoor geldt een compensatieplicht. De regels hiervoor staan beschreven in de bomenverordening. Het zonder vergunning kappen van een boom op de bomenlijst is in strijd met de bomenverordening. Hetzelfde geldt voor het kappen of schade toebrengen aan een boom waarvan degene die de boom kapt geen eigenaar is zoals het geval is bij het illegaal kappen van een gemeenteboom. In de bomenverordening staan de regels.
6.3.1
Bomenbalans
Het werken met een bomenbalans is een wenselijke ontwikkeling Het aantal bomen dat met vergunning is gekapt moet worden bijgehouden. Hiermee krijgen we inzicht hoe de balans/herplant ervoor staat. Voor een groot deel zijn dit bomen van de gemeente. Maar ook bomen die een kapvergunning nodig hebben van onder andere Staatsbosbeheer, de Provincie Noord-Brabant, Waterschap Brabantse Delta en particulieren maken deel uit van de bomenbalans. Ook die bomen moeten we in beeld houden.
6.3.2 Overlast van groen Iedereen beleeft bomen anders. Aan de ene kant van de straat kan men genieten van een boom terwijl men aan de overkant overlast ervaart. Overlast is geen directe reden om te snoeien of kappen. De rechtspraak over hinder en overlast leert dat enkel zwaarwegende, langdurige, ernstige overlast juridisch aanleiding is voor zware maatregelen zoals forse snoei of kap. Wel kan het aanleiding zijn voor gesprek. De gemeente plant en onderhoudt bomen voor het algemeen belang en niet slechts voor de individuele burger die overlast ervaart. Tegelijk wil de gemeente met haar bomen geen schade toebrengen aan eigendommen van burgers en bedrijven. Daarom worden bomen zo gesnoeid dat muren, ramen, daken, dakgoten en dergelijke vrij blijven van takken.
38
Duurzaamheid
Invasieve exoten Invasieve soorten zoals Japanse duizendknoop, reuzenberenklauw en waterpest willen we onder controle houden. Er wordt een beheerplan invasieve soorten opgesteld. Boomziekten en -plagen Het bomenbestand van Geertruidenberg heeft ook met regelmaat last van boomziekten en plagen. Denk hierbij aan de Iepziekte, eikenprocessierups en paardenkastanjebloedingsziekte. Per plaag of ziekte wordt het risico bepaald voor het bomenbestand en de omgeving en actie ondernomen die past bij de gevaarzetting, het risico en het verspreidingsgevaar. Zonnepanelen De vraag om bomen te verwijderen of sterk te snoeien voor zonnepanelen wordt binnen de gemeente vaker gesteld. We kiezen ervoor om schaduw op zonnepanelen niet te laten gelden als motivatie voor kap of vormsnoei. Het is immers voorzienbaar voordat je zonnepanelen plaatst of er sprake is (of gaat zijn) van schaduw.
6.3.3 Herplant en compensatie Regels over herplant en compensatie zijn nodig om onze beleidsdoelen te halen. Als een boom uit de boomstructuur, monumentale of beschermde bomen gekapt mag worden (ziek of acuut gevaar), geldt hiervoor altijd een herplantplicht, of indien ter plaatse onvoldoende ruimte is, een compensatieplicht elders. Bij compensatie hanteren we de volgende prioritering: 1. gelijkwaardige compensatie op de locatie; 2. gelijkwaardige compensatie buiten het plangebied; 3. financiële compensatie door storting bomenvoorziening. De uitvoeringsregels zijn terug te vinden in de bomenverordening, welk op korte termijn wordt geactualiseerd. Naleving hiervan is onderdeel van de omgevingsvergunning. De hoogte van het compensatiebedrag is doorgaans gelijk aan de financiële boomwaarde, berekend volgens de rekenmethode van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen (NVTB), aangevuld met waarde-factoren, die met het bomenbeleid te maken hebben. Bij financiële compensatie en bij compensatie buiten het plangebied moet rekening gehouden worden met extra compensatiefactoren. Zo is het verlies van een boom in de binnenstad beslist niet gelijkwaardig te compenseren door de aanplant van een boom in het buitengebied. In dat geval is een extra compensatie nodig. In de bomenverordening gaat staan wat de extra compensatie inhoudt.
6.4
Participatie
Een beheerafdeling kan zich niet langer beperken tot vakinhoudelijk beheer en onderhoud. Afhankelijk van het project bepalen we de mate waarin participatie door de omgeving mogelijk is. Er zijn verschillende soorten van participatie. Een project waarbij we alleen beplanting snoeien leent zich vooral voor informeren, terwijl het aanleggen of vervangen van groenvakken of nieuwe bomen aanplanten in de straat, zich juist meer voor participatie door omwonenden leent. We gaan bij grotere, integrale projecten met inwoners in gesprek. Dit doen we over meer onderwerpen dan alleen over de openbaar groen en we betrekken waar nodig ook andere teams. We geven hiermee mogelijkheden voor participatie en maatwerk. Communicatie hierover is essentieel. Zowel naar initiatiefnemers als naar aannemers. Grotere, integrale projecten zijn een mooie aanleiding om met onze inwoners in gesprek te gaan. Niet alleen over de werkzaamheden maar juist een breder gesprek voor hoor en wederhoor. Dit gesprek gaat over meer dan de inhoud van het project. Ontmoeting is een belangrijk onderwerp om zo de sociale cohesie te verbeteren. We benutten zo kansen binnen het sociaal domein en activeren bewoners om zelf initiatieven te ontplooien.