Bijlage 1 Nota van zienswijzen Algemene plaatselijke verordening Geertruidenberg 2023
Tekst van het document
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleiding ..................................................................................................................................2 Hoofdstuk 2 Zienswijzen .............................................................................................................................3 2.1 Reclamanten................................................................................................................................................3 2.2 Ontvankelijkheid...........................................................................................................................................3 2.3 Zienswijzen ..................................................................................................................................................3 2.3.1. Reclamant 1 .................................................................................................................................3 2.3.1.
Reclamant 2 .................................................................................................................................4 Hoofdstuk 3 Staat van wijzigingen...............................................................................................................5 3.1 Wijziging artikel 2:31 “Verboden gedragingen” ................................................................................5 3.2 Wijziging artikel 4:3 lid 1 “Kennisgeving incidentele festiviteiten”.....................................................6
1
Hoofdstuk 1 Inleiding De Algemene plaatselijke verordening Geertruidenberg 2023 heeft ingevolgde de Inspraakverordening 2014 met ingang van 3 november gedurende zes weken ( t/m 15 december 2022) voor eenieder ter inzage gelegen. Van de mogelijkheid om binnen deze termijn een zienswijze in te dienen hebben twee reclamanten gebruik van gemaakt, waarvan één door meerdere personen ondertekend. In hoofdstuk 2 worden de reclamanten die een zienswijzen hebben ingezonden genoemd en wordt ingegaan op ontvankelijkheid van de zienswijzen. Vervolgens wordt een samenvatting gegeven van de ingekomen zienswijze en is de beantwoording ervan door het gemeentebestuur weergegeven. Tevens is aangegeven of de zienswijze leidt tot aanpassing van de Algemene plaatselijke verordening Geertruidenberg 2023. Deze nota heeft tot doel belangstellenden in de gelegenheid te stellen om kennis te nemen van de zienswijzen en het standpunt van het gemeentebestuur.
2
Hoofdstuk 2 Zienswijzen 2.1 Reclamanten 1. Inwoner van de gemeente Geertruidenberg, ingediend via het officiële digitale formulier, geregistreerd op 7 november 2022. 2. Door een vertegenwoordiger namens meerdere personen, ingediend via een brief aan de gemeente, geregistreerd op 6 december 2022. 2.2 Ontvankelijkheid Beide zienswijzen zijn tijdig ingediend. Daarnaast zijn de zienswijzen ingediend door een belanghebbenden volgens artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Beide zienswijzen zijn daarmee ontvankelijk. 2.3 Zienswijzen 2.3.1. Reclamant 1 Nr. Samenvatting 1a Reclamant heeft een zienswijze op artikel 5:8 “Parkeren van grote voertuigen” Reclamant geeft aan dat hij artikel 5.8 lid 1 aangepast wilt zien waarbij de lengte van het voertuig van 6 meter exclusief eventuele beschermbeugel is.
1b
Daarnaast geeft reclamant aan dat hij de hoogte van voertuigen van 2,40 meter wil loslaten voor voertuigen met een doorkijkvenster. Deze zienswijze wordt
Beantwoording In dit artikel is opgenomen dat het verboden is een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter binnen de bebouwde kom te parkeren. Dat betekent dat een voertuig met een beschermde beugel maximaal 6 meter lang mag zijn. Het toestaan van grote voertuigen leveren op meerdere manieren een probleem op bij het parkeren. Voertuigen groter dan 6 meter passen niet in de reguliere parkeervakken. Grote voertuigen steken daardoor uit over het trottoir of rijbaan of verhinderen ze het in- en uitrijden van auto’s in de langparkeervakken die er voor of achter geparkeerd staan. Bij parkeervakken aan het groen, staan voertuigen groter dan 6 meter in het groen beheer om geen belemmering te vormen voor overige voertuigen. Dit brengt schade mee aan het groen/plantsoen. Het verbod op parkeren van grote voertuigen is alleen van toepassing op maandag tot en met vrijdag van 19:00 tot 07:00 en in de weekenden. Daarnaast heeft het college demogelijkheid om plaatsen aan te wijzen waar dit verbod eventueel niet van toepassing op is. Hierdoor is voor specifieke gevallen een eventuele uitzondering mogelijk. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing. Van vermeende discriminatie is hier geen sprake. Deze regel geldt voor alle grote voertuigen en niet specifiek voor het vervoeren van mindervaliden.
De aanwezigheid van zijramen verminderd de verstoring van de beeldkwaliteit van het straatbeeld en de uitzichtbelemmering vanuit woningen niet. Daarnaast
Aanpassing nee
Nee
3
bekrachtigd door het voorbeeld van voertuigen geschikt voor rolstoelvervoer. Reclamant geeft aan dat het artikel nu een discriminatie vormt richting gehandicapten. 2.3.1. Reclamant 2 Nr. Samenvatting 2a Reclamant heeft een zienswijze op artikel 2:31 lid 3. De reclamant verzoek om het artikel aan te passen zodat de horecaondernemers op het terras mogen serveren aan personen die zitten of staan. Het is immers ook gebruikelijk dat er bartafels/statafels op het terras aanwezig zijn.
2b
4
Reclamant heeft een zienswijze ingediend op artikel 4:2 “Aanwijzing collectieve festiviteiten”. De Reclamant heeft aan dat de invulling van het artikel niet meer passend is in deze tijd, omdat de verruiming van collectieve festiviteiten alleen maar door die horecabedrijven interessant is die ook functioneel baat hebben bij de extra geboden ruimte.
zijn deze ramen veelal ten behoeve van privacy en zonnewering verduisterd. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing.
Beantwoording Tijdens de discussieraad van 8 december 2022 heeft Partij Gemeentebelangen tijdens de behandeling van agendapunt 12 inzake “ “Evenementenbeleid: 20222026 Kaderstellende nota” gevraagd of het klopt dat de horeca niet meer mag schenken aan statafels. Deze vraag heeft betrekking op artikel 2:31 “Verboden gedragingen” van de Algemene plaatselijke verordening en heeft betrekking op hetzelfde verzoek als de reclamant.
Aanpassing ja
In artikel 2:31 lid 3 staat dat het verboden is in een openbare inrichting op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras. De tekst van dit artikel is sinds 2010 niet meer aangepast. Het doel van dit artikel is dat spijzen en dranken niet mogen worden geserveerd aan personen buiten de terrasgrenzen. Dit artikel is niet bedoeld om statafels te verbieden op het terras. In de memorie van antwoord van 20 december 2022 is al aangegeven dat dit artikel wordt aangepast. Conclusie: De zienswijze heeft geleid tot aanpassing van artikel 2:31 lid 3 van de APV 2023 In artikel 2:21 lid 1 sub a van het Activiteitenbesluit milieubeheer is opgenomen dat de gemeente in haar gemeentelijke verordening festiviteiten kan aanwijzen waar de geluidswaarden als bedoeld in artikel 2:17, 2:17a, 2:19, 2:19a en 2:20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing op zijn. Hierbij kan de gemeente in haar verordening voorwaarden aan verbinden. Het aantal collectieve festiviteiten is niet gemaximeerd. Door het afschaffen van de collectieve festiviteiten beperk je het aantal mogelijkheden voor de horecabedrijven om geluid te produceren die wel functioneel baat hebben bij de extra geboden ruimte. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing.
nee
2c
De reclamant heeft aan dat artikel 4:3 “Melding incidentele festiviteit” meer aansluit bij het maatwerk en de ondernemersruimte waar, na een moeizame corona-periode, veel behoefte aan is.
In artikel 2:21 lid 1 sub b van het Activiteitenbesluit milieubeheer is opgenomen dat het aantal individuele festiviteiten niet meer dan 12 keer per kalenderjaar mag worden georganiseerd per horecabedrijf. In de huidige Algemene plaatselijke verordening is opgenomen dat het aantal incidentele festiviteiten maximaal 8 keer per jaar mag worden gehouden. Waarom het aantal gemaximeerd is naar acht keer per jaar is niet terug te herleiden. In 2013 was het aantal incidentele festiviteiten in de gemeente vastgesteld op twaalf keer per jaar.
Ja
In de APV zijn regels opgenomen over de geluidsniveaus van een festiviteit en de tijdsduur. Daarnaast zijn er een aantal gedragsvoorschriften opgenomen om overlast zo veel als mogelijk te beperken. Het aantal incidentele festiviteiten verhogen van acht naar twaalf keer per jaar zal de horecabedrijven de mogelijkheid geven om extra activiteiten te ondernemen die de levendigheid van de gemeente vergroten. Daarnaast biedt dit een extra mogelijkheid voor de horecaondernemers om na de coronapandemie en de stijgende energieprijzen het hoofd boven water te houden. Conclusie: De zienswijze heeft geleidt tot aanpassing Hoofdstuk 3 Staat van wijzigingen 3.1 Wijziging artikel 2:31 “Verboden gedragingen” Was Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn op het terras.
Wordt Het is verboden in een openbare inrichting: a. de orde te verstoren; b. zich te bevinden na sluitingstijd, tenzij het personeel betreft, of gedurende de tijd dat de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid; c. op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken van het terras.
5
3.2 Wijziging artikel 4:3 lid 1 “Kennisgeving incidentele festiviteiten” Was Wordt 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 8 incidentele festiviteiten per kalenderjaar 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de geluidsnormen als te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 2.19a en 2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van toepassing van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten zijn, mits de houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang van minste twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld. heeft gesteld.
6