Bijlage 1 - Integrale verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg 2025
Tekst van het document
Bij de (elektrisch aangedreven) individuele vervoersvoorziening geldt voor een stallingsplek: a. Er moet een brandveilige stallingsplek beschikbaar zijn. b. U moet meewerken aan het realiseren van een geschikte individuele of gezamenlijke stalling. c. Wij kunnen een aanvraag voor een individuele vervoersvoorziening weigeren als er geen geschikte stalling in of rond de woning mogelijk is.
3.7.4 Rolstoel [Wmo] Bent u door een beperking niet in staat om u voldoende te verplaatsen in en om uw woning? Dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. De ondersteuning-opmaat is een rolstoel voor dagelijks zittend gebruik. 3.7.5 Vervanging vervoersvoorziening over korte afstand en rolstoel [Wmo] Wilt u ondersteuning-op-maat en gaat het gaat om vervanging van een eerder verstrekte rolstoel of vervoersvoorziening over korte afstand? Wij doen dit alleen als deze: - Technisch is afgeschreven. - Verloren is gegaan buiten uw schuld. - U geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten. - Geen oplossing meer is voor uw problemen bij het verplaatsen in en om de woning of bij het vervoer dichtbij huis. 3.7.6 Sportvoorzieningen [Wmo] 1. Wij vinden het belangrijk dat mensen sporten. Voor mensen met een beperking is er soms een voorziening nodig om te kunnen sporten. 2. U kunt een vergoeding krijgen voor aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening. 3. De voorwaarden zijn: a. U kunt aantonen dat u de sport structureel beoefent, bijvoorbeeld met een bewijs van lidmaatschap van een sportvereniging. b. De aanschaf van de sportvoorziening leidt tot meerkosten ten opzichte van de mensen zonder beperking, die dezelfde sport beoefenen. c. De vergoeding kunt u maximaal één keer per vijf jaar krijgen.
19
Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien Jeugdigen moeten zo gezond en veilig mogelijk kunnen opgroeien. Dit is in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de ouders/ opvoeders, jeugdigen, hun netwerk en onze samenwerkingspartners in de maatschappij. Als zij dit zelf niet kunnen, dan kunnen zij om hulp vragen bij de gemeente. Daarbij staat het versterken van eigen kracht van de ouders, de jeugdigen, hun netwerk en het systeem om hen heen voorop. Wanneer ouders en jeugdigen ons vragen om ondersteuning wijzen wij hen eerst op de voorliggende voorzieningen. De gemeente zorgt voor passende ondersteuning als dat echt nodig is. Kernwaarden: Kinderen moeten gezond en veilig kunnen opgroeien. Ouders zijn daarvoor verantwoordelijk. Vanaf achttien jaar is een jeugdige hiervoor ook zelf verantwoordelijk. Wij ondersteunen als dat nodig is en stemmen dit af met de betrokkenen. De eigen mogelijkheden van het gezin en van het sociale netwerk gaan voor. Jeugdigen groeien zo thuis mogelijk op. De ondersteuning aan jeugdigen is zo dichtbij, zo licht en zo kort mogelijk.
4.1 Uitgangspunten bij ondersteuning [Jeugdwet] 1. Tegenslagen zijn onderdeel van het leven. De ontwikkeling van kinderen verloopt vaak met hobbels. Lastig gedrag hoort daar soms bij. Ondersteuning-op-maat is daar niet altijd de oplossing voor. 2. De ondersteuning is gericht op het versterken van de eigen mogelijkheden, het probleemoplossend vermogen en het sociale netwerk. 3. Bij het onderzoek en het bepalen van passende ondersteuning houden we rekening met de persoonlijke wensen voor de keuze aan ondersteuning. We houden redelijkerwijs rekening met geloof, levensovertuiging en culturele achtergrond. 4. Wij betrekken uw wensen bij de keuze voor de ondersteuning. 5. Voor het gewenste effect kijken we eerst of dit bereikbaar is op eigen kracht of met het sociale netwerk. Kan dit niet? Dan kijken we of het mogelijk is met algemene voorzieningen (artikel 4.3). Kan daarmee het gewenste effect niet bereikt worden? Dan is er ondersteuning-op-maat.
4.2 Verantwoordelijkheid ouders
[Jeugdwet, Burgerlijk Wetboek] 1. U heeft als ouder een zorgplicht voor uw kind(eren), ook voor een kind met een ziekte, aandoening of beperking. Dit hoort bij de plicht van de ouder om zijn kind te verzorgen en op te voeden. 2. Uitgangspunt van de Jeugdwet en deze verordening is dat wij alleen ondersteuning-op-maat geven, als u er niet uitkomt op eigen kracht en met het sociale netwerk. Wat eigen kracht is staat in hoofdstuk 2.
4.3 Algemene voorzieningen
[Jeugdwet] 1. We zetten ons in voor een positieve ontwikkeling van onze jeugd, mede door een integrale aanpak en versterking van algemene voorzieningen. Om dat te bereiken, ondersteunen wij alle jeugdigen, ouders en hun sociale netwerk met: a. Het versterken van de opvoed- en opgroeiomgeving, waar gezinnen, wijken, scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen samenwerken en elkaar aanvullen. b. Informatie en advies over opvoeden en opgroeien. c. Lichte ondersteuning en gezinsbegeleiding op alle leefgebieden gericht op: - Veranderen of leren hanteren van gedrag. - Versterken van opvoedvaardigheden van ouders. - Versterken van zelfredzaamheid en weerbaarheid. - Creëren van goede pedagogische omstandigheden in het gezin. - Voorkomen van onveiligheid. d. Meedoen in de samenleving. e. Jeugdgezondheidszorg (GGD, consultatiebureau, schoolarts). f. Activiteiten voor jongeren voor optimale ontwikkeling. g. Advies- en meldpunt Veilig Thuis. h. Jeugd- en jongerenwerk. 2. Wij vangen zo vroeg mogelijk signalen op over zorgen bij opgroei- en opvoedingsproblemen. Op die manier bieden we ook zo vroeg mogelijk ondersteuning.
4.4 Ondersteuning-op-maat
[Jeugdwet] 1. Wij kunnen in ieder geval de volgende ondersteuning-op-maat bieden: a. Ondersteuning bij het dagelijkse leven en persoonlijke verzorging. b. Respijtzorg. c. Ambulante behandeling van ontwikkelingsproblematiek. 20
d. Ambulante behandeling van psychische/ psychiatrische problematiek. e. Diagnostiek en ambulante behandeling van Ernstige Dyslexie (ED). f. Ambulante behandeling van problematiek door verstandelijke beperking. g. Verblijfszorg. h. Jeugdzorg Plus. i. Pleegzorg. j. Crisisinterventie. 2. Vervoer van de jeugdige van en naar de ondersteuning-op-maat voor zover: a. dit noodzakelijk is vanwege een medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid (artikel 2.3, tweede lid van de Jeugdwet). In de afweging over welke voorziening wordt toegekend gaan we uit van de mate van zelfredzaamheid van de jeugdige en de ouders en de eigen kracht (hoofdstuk 2). b. de regionale inkoopafspraken hier niet in voorzien. 3. Wij kunnen uitvoeringsregels stellen over de voorwaarden waaronder een ondersteuning-op-maat voor vervoer wordt toegekend. 4. Ondersteuning-op-maat is niet vrij toegankelijk. U heeft een besluit van ons nodig of een verwijzing van een huisarts, jeugdarts of medisch specialist.
4.5 Geen ondersteuning-op-maat
De onderstaande voorzieningen worden niet gezien als ondersteuning-op-maat en worden dus niet door ons toegekend, tenzij de voorzieningen noodzakelijk zijn voor het behalen van het beoogde effect van een jeugdhulpverleningstraject: 1. Alle ondersteuningsvormen die horen bij de Wet passend onderwijs (niet limitatief): a. Meting cognitief niveau. b. Klassenobservaties. c. Trainingen in sociale vaardigheden. d. Interventies voor klassenmanagement (zoals Taakspel en Beter bij de Les). e. Schrijfoefeningen. f. Ondersteuning bij ernstige lees-, spellings- en/of rekenproblemen. g. Ondersteuning bij hoogbegaafdheid. h. Logopedisch onderzoek. i. Diagnostiek en behandeling van niet-ernstige dyslexie en dyscalculie. j. Begeleiding van leerkrachten en stagebegeleiding. k. Hulp bij plannen van schoolwerk. l. Huiswerkbegeleiding/ trainen van executieve functies. 2. Alle ondersteuningsvormen die horen bij algemene voorzieningen en/ of kunnen worden uitgevoerd door de Toegang of de Jeugdgezondheidszorg. 3. Alle ondersteuningsvormen die geboden worden ten behoeve van de Kinderopvang. 4. Gemeentelijke regelingen die vanwege financiële
problemen benut kunnen worden voor kinderen en jongeren om deel te nemen aan een sport, dans, muziek, beeldende kunst of theater. 5. Alle ondersteuningsvormen die alleen gericht zijn op de eigen problematiek van ouders. 6. Alle ondersteuningsvormen die vergoed worden door een (aanvullende) zorgverzekering. 7. Diergeleide interventies.
4.6 Overgang naar volwassenheid (18- naar 18+)
[Jeugdwet, Wmo] 1. Krijgt uw kind ondersteuning-op-maat? Dan zorgen we samen met u voor een soepele overgang van 18naar 18+. In samenspraak met de aanbieder maken we hiervoor een plan. Dit plan besteedt aandacht aan: a. scholing, werk of participatie. b. Wonen. c. Inkomen. d. Zorg en ondersteuning. e. Vrije tijd. f. Het netwerk van uw kind. 2. Het is mogelijk dat ten behoeve van uw kind ondersteuning op grond van de Wmo of zorg op grond van de Zorgverzekeringswet wordt gegeven. Dit hoort ook in het plan, net als de financiële gevolgen die een beroep op deze voorzieningen met zich meebrengt, zoals het wettelijk verplicht eigen risico (Zvw) en de eigen bijdrage Wmo. 3. Is er sprake van pleegzorg? Dit loopt tot de dag dat de jeugdige 21 jaar is. Tenzij de jeugdige achttien jaar of ouder is en op eigen benen wil staan. De ondersteuning verlengen we soms totdat de jeugdige 23 jaar is.
4.7 A fstemming met andere vormen van ondersteuning
[Jeugdwet] Wij zorgen dat ondersteuning-op-maat aansluit bij andere vormen van ondersteuning aan u of uw kind. Om dat te bereiken maken wij afspraken met hulpverleners, instellingen, onderwijs, zorgverzekeraars en/of andere personen of organisaties. De afspraken leggen we vast en kunnen gaan over onder andere: 1. Procedures die gelden bij doorverwijzing naar hulp. 2. Communicatie met andere organisaties. 3. Afbakening van taken en verantwoordelijkheden. 4. Aansluiting tussen algemene voorzieningen en ondersteuning-op-maat.
21
Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving Inwoners met een beperking en/of langdurige psychische of psychosociale problemen hebben soms hulp nodig om zo lang en zelfstandig mogelijk in hun eigen leefomgeving te kunnen blijven wonen. Wij ondersteunen u als u niet zelf of met mensen in uw omgeving oplosvsingen kunt vinden voor knelpunten in uw woning, bij normale dagelijkse activiteiten en in de huishouding. Wij kijken niet alleen naar de korte termijn, maar ook naar te verwachten ontwikkelingen. Wij verwachten dat u zelf ook rekening houdt met de toekomst en dat u hierop inspeelt om problemen te voorkomen. In dit hoofdstuk staan regels over de ondersteuning die wij u kunnen bieden. Kernwaarden: Heeft u een beperking en/of langdurige psychische of psychosociale problemen? Dan moet u zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen in uw eigen omgeving. Wij verwachten van u dat u anticipeert op volgende levensfases. Heeft u geen mogelijkheden om uw vraag op eigen kracht of met de omgeving op te lossen? Dan ondersteunen wij. Wij ondersteunen mantelzorgers om te voorkomen dat zij overbelast raken. Niet alles is oplosbaar, maar we streven naar een aanvaardbaar niveau van meedoen en zelfredzaamheid. Wij zijn kostenbewust bij het aandragen van oplossingen.
5.1 Uitgangspunten
[Wmo] 1. Het is belangrijk dat u zo lang mogelijk zelfstandig woont, de normale dagelijkse activiteiten doet en uw eigen huishouden voert. Dat is in de eerste plaats uw eigen verantwoordelijkheid. Het kan zijn dat u hulp nodig heeft, vanwege een beperking of door een langdurig psychisch of psychosociaal probleem. U kunt ons om ondersteuning vragen als u zelf geen oplossing kunt vinden voor uw problemen. 2. De ondersteuning heeft verschillende vormen. Gaat het om ondersteuning-op-maat? Dan zijn er voorwaarden. Ze staan in artikel 2.3.2 van deze verordening. 3. De ondersteuning moet langdurig nodig zijn, tenzij het gaat om huishoudelijke ondersteuning. 4. Heeft u ondersteuning nodig bij (zelfstandig) wonen of opvang? Dan moet onze ondersteuning eraan bijdragen dat u zich zo snel mogelijk weer zelf redt in de samenleving. Inwoners worden zoveel mogelijk thuis en in hun eigen wijk geholpen.
5. Wij willen u op een aanvaardbaard niveau van meedoen en zelfredzaamheid brengen, dat past bij uw situatie. Hierbij is uw situatie voordat u beperkingen had van belang. Net als de situatie van mensen in vergelijkbare omstandigheden en in dezelfde leeftijdscategorie zonder beperkingen. Aanvaardbaar wil soms ook zeggen dat u zich er misschien bij moet neerleggen dat er belemmeringen of beperkingen blijven. De ondersteuning beperkt zich tot wat noodzakelijk is voor versterking of behoud van zelfredzaamheid en meedoen. De ondersteuning gaat niet zo ver dat wij rekening kunnen en moeten houden met al uw wensen, waaronder persoonlijke voorkeuren, smaak, luxe en gewoontes.
5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.2.1 Geschikte woning [Wmo] 1. Is het normale gebruik van uw woning niet meer mogelijk door een beperking? En voldoet u aan de voorwaarden in artikel 2.3.2? Dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. 2. De ondersteuning-op-maat houdt in dat we uw woning bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar maken. Dit gebeurt door bouwkundige of niet-bouwkundige aanpassingen aan woonkamer, slaapkamer, keuken, badkamer, berging en gang(en), hal of overloop. 3. Doet u een aanvraag voor een woningaanpassing? Dan onderzoeken wij eerst of u kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning. Dit onderzoek gebeurt aan de hand van de afwegingsfactoren primaat verhuizing in de uitvoeringsregels. 4. Als verhuizing voorgaat op een woningaanpassing, dan kunt u in aanmerking komen voor een geldbedrag voor de verhuizing en inrichting van een geschikte woning. Deze tegemoetkoming is maximaal het bedrag dat in de uitvoeringsregels staat. 5. Wij onderzoeken of een Blijverslening een oplossing is voor uw probleem. Bent u eigenaar van een koopwoning? Dan kunt u een aanvraag voor een Blijverslening doen om uw woning levensloopbestendig te maken, zodat u langer zelfstandig kunt blijven wonen. Een Blijverslening is ook bedoeld voor een zorgvraag die aanpassing van uw woning vereist.
Voor de Blijverslening gelden de regels uit de Verordening Blijverslening van de gemeente Geertruidenberg. 6. U krijgt geen ondersteuning-op-maat in de vorm van een woonvoorziening in de volgende situaties: 22
a. Uw beperkingen zijn het gevolg van materialen die in de woning zijn gebruikt. b. U verblijft in een hotel of pension, een tweede woning, een trekkerswoning, een klooster, een vakantiewoning, een recreatiewoning, een ADLclusterwoning of een woonruimte waarvoor u geen huurtoeslag kan krijgen. c. U woont in een woning voor een bepaalde groep mensen waartoe u behoort, bijvoorbeeld een seniorencomplex. De gevraagde voorziening, zoals elektrische deuropeners, is bedoeld voor een gemeenschappelijke ruimte. d. De gevraagde voorziening heeft een hoger niveau dan het uitrustingsniveau van sociale woningbouw. e. Het gaat om voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder veel meerkosten meegenomen kunnen worden. In geval van renovatie zijn de aanpassingen algemeen gebruikelijk en dus voor eigen rekening. Met renovatie bedoelen we dat de aan te passen woonruimte (badkamer/ keuken) economisch is afgeschreven ten tijde van vervanging. Bij een badkamer of keuken geldt een termijn van 20 jaar. f. De belemmeringen die u ervaart zijn het gevolg van de bouwkundige of woontechnische staat van de woning. Daaronder valt ook de toegankelijkheid van de woning. g. U bent zonder dringende reden verhuisd vanuit een woonruimte waar u geen problemen had bij het normale gebruik van de woning. h. U hebt een indicatie voor verhuizing naar een zorginstelling op grond van de Wet langdurige zorg. i.
U bent verhuisd naar een woning die niet de meest geschikte woning is om uw beperkingen te verminderen of weg te nemen, tenzij wij daar schriftelijk toestemming voor hebben gegeven. j. U vraagt de voorziening voor een woning waar u niet uw hoofdverblijf heeft of gaat hebben. 7. Een woonvoorziening die een eerdere woonvoorziening vervangt, kunt u alleen krijgen als: a. De eerder verstrekte woonvoorziening technisch is afgeschreven. b. De eerder verstrekte woonvoorziening verloren is gegaan buiten uw schuld om. c. U geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten. d. De huidige woonvoorziening geen oplossing meer is voor uw woonproblemen. 5.2.2 Afschrijvingsregeling woningaanpassing [Wmo] 1. Verkoopt u als eigenaar een koopwoning? Kreeg u hiervoor eerder een (vaste) bouwkundige woningaanpassing? En verkoopt u de woning binnen vijf jaren na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden? Dan moet u dit schriftelijk melden bij de gemeente. Dit moet u doen binnen één week na het passeren van de akte.
2. Als de afschrijvingsregeling voor u geldt, dan staat in de beschikking dat u de Wmo-middelen voor de voorziening gedeeltelijk moet terugbetalen bij verkoop van de woning, zoals bedoeld in het eerste lid. We stellen in uitvoeringsregels vast boven welk bedrag de afschrijvingsregeling van toepassing is. 3. De terugbetaling als bedoeld in het tweede lid is: a. Voor het eerste jaar 70% van de uitbetaalde verbouwingskosten. b. Voor het tweede jaar 60% van de uitbetaalde verbouwingskosten. c. Voor het derde jaar 50% van de uitbetaalde verbouwingskosten. d. Voor het vierde jaar 40% van de uitbetaalde verbouwingskosten. e. Voor het vijfde jaar 30% van de uitbetaalde verbouwingskosten. In alle gevallen min het bedrag dat u al aan eigen bijdragen via het CAK betaalde. 5.2.3 Een schone en leefbare woning [Wmo] 1. U kunt ondersteuning-op-maat krijgen als u als gevolg van een beperking uw woning niet schoon en leefbaar kan houden en u ook geen beroep kunt doen op huisgenoten. 2. De ondersteuning-op maat betekent dat u de voorziening ‘huishoudelijke ondersteuning’ krijgt. De hulp bij het huishouden maakt, waar mogelijk samen met u, het huis schoon. Op basis van maatwerk doet de schoonmaakhulp soms meer, zoals maaltijden klaarzetten of helpen bij de was. Als het nodig is, ondersteunt de hulp ook bij het organiseren van het huishouden. Bijvoorbeeld met advies, instructie of voorlichting.
Dat helpt u om het huishouden zelfstandig te doen. 3. Zijn er in uw huishouden minderjarige kinderen? Dan is ondersteuning-op-maat soms ook het overnemen van de gebruikelijke zorg voor de kinderen. Deze hulp is vooral bedoeld om de periode te overbruggen tot er andere hulp is. 5.2.4 Beschermd wonen [Wmo] 1. U kunt in aanmerking komen voor beschermd wonen als: a. U bent aangewezen op een beschermende woonomgeving, door complexe psychische of psychosociale problemen. b. De complexe problemen niet voortkomen uit een (acute) crisissituatie waarbij wij nog geen indicatie voor beschermd wonen kunnen vaststellen. c. De ondersteuning-op-maat individuele begeleiding of dagbesteding geen passende oplossing bieden, al dan niet gecombineerd met ambulante diensten vanuit de Zorgverzekeringswet. d. Het beschermd wonen er (mede) op is gericht dat u zich op eigen kracht redt in de samenleving. 23
2. Een beschermende woonomgeving gaat in geval van beschermd wonen en beschut wonen gepaard met (noodzakelijk) verblijf in een accommodatie met 24uurs toezicht en dagelijks aangewezen (geplande en ongeplande) ondersteuning. 3. Afhankelijk van de aard en omvang van de complexe problemen (eerste lid onderdeel a) kan een beschermende woonomgeving ook een woning in de eigen omgeving zijn. Toezicht en ondersteuning, zoals beschreven in het vorige lid, zijn dan in de directe nabijheid. 4. Breda is als centrumgemeente verantwoordelijk voor betalingen aan aanbieders. Voor de eigen bijdrage gelden de regels uit de geldende Verordening maatschappelijke ondersteuning van de gemeente Breda. 5.2.5 Maatschappelijke opvang [Wmo] 1. Heeft u de thuissituatie verlaten als gevolg van psychische of psychosociale problemen of dreiging van huiselijk geweld? En kunt u zich niet op eigen kracht handhaven in de samenleving? Dan zorgen wij voor ondersteuning-op-maat in de vorm van tijdelijke (maatschappelijke) opvang. 2. Heeft u ondersteuning-op-maat nodig in de vorm van maatschappelijke opvang? Dan gelden de regels in de Verordening maatschappelijke ondersteuning Breda en de daarop gebaseerde uitvoeringsregels.
5.3 Mantelzorg 5.3.1 Ondersteuning mantelzorger [Wmo] 1. Verleent u mantelzorg? En bent u niet meer in staat om dit vol te houden of om te voorkomen dat u overbelast raakt? Dan kunt u ondersteuning-opmaat krijgen. 2. Ondersteuning-op-maat betekent dat een hulpverlener de mantelzorg voor een korte periode overneemt (respijtzorg). Of we zetten dagbesteding of logeerzorg in. 5.3.2 Mantelzorgwaardering [Wmo] 1. Wij waarderen de inzet van mantelzorgers. Daarom stellen wij jaarlijks een mantelzorgwaardering vast. Met de mantelzorgwaardering onderstrepen we het belang van mantelzorgers voor de samenleving. 2. Mantelzorgers van inwoners in onze gemeente kunnen een melding doen bij de uitvoerende organisatie om in aanmerking te komen voor de jaarlijkse blijk van waardering. 3. Wij bepalen in de uitvoeringsregels de vorm van de mantelzorgwaardering. 4. We bepalen jaarlijks door wie, op welke wijze en wanneer aanvragen voor de geldelijke mantelzorgwaardering moeten zijn ingediend en hoe ze worden uitbetaald.
24
Hoofdstuk 6. De vorm van de ondersteuning Als u ondersteuning van ons krijgt, bepalen wij de vorm van de ondersteuning. Onze ondersteuning is er in de vorm van geld of in natura. Natura betekent dat de ondersteuning in de vorm van een dienst of een product wordt gegeven. Bij Wmo-hulp of jeugdhulp kunt u een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen, als u aan de voorwaarden voldoet. Dit hoofdstuk regelt in welke vorm we de ondersteuning geven en welke regels daarbij horen. En wanneer wij een financiële bijdrage aan u vragen op grond van de Wmo. Kernwaarden: Wij versterken de zelfredzaamheid van de inwoner. Wij bespreken samen wat we met de ondersteuning willen bereiken. Wij kijken eerst naar uw eigen mogelijkheden en die van uw sociale netwerk. Wij verwachten van u, voor zover mogelijk, een actieve bijdrage aan het oplossen van het probleem.
6.1 Ondersteuning in natura (een dienst of een product)
[Jeugdwet, Wi2021, Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Gemeentewet] 1. Krijgt u ondersteuning van ons? Dan is dat in natura (een dienst of een product), tenzij de wet of deze verordening anders bepaalt. Gaat het om een product? Dan krijgt u dit in eigendom of in bruikleen. 2. Wij zien erop toe dat de aanbieder van een dienst of een product de wettelijke bepalingen over garantie en kwaliteit naleeft en u ook informeert over alles wat belangrijk is om te weten over de dienst of het product.
6.2 Ondersteuning in geld
[PW, IOAW, IOAZ, Gemeentewet, Awb] 1. U krijgt ondersteuning in de vorm van geld als de wet of deze verordening dit bepaalt. 2. Ondersteuning in de vorm van geld hoeft u meestal niet terug te betalen, behalve als de wet of deze verordening anders bepaalt. 3. De betaling gebeurt op het bankrekeningnummer dat u hebt doorgegeven, tenzij anders is afgesproken. 4. Wij kunnen beslissen om het geld niet te betalen, maar te verrekenen met een bedrag dat u moet terugbetalen (vordering). Dat gebeurt alleen als dit volgens de wettelijke regels kan. Het gaat dan om een vordering op grond van een van de wetten genoemd in deze verordening.
6.3 Persoonsgebonden budget [Jeugdwet, Wmo]
6.3.1 Voorwaarden [Jeugdwet, Wmo] 1. In plaats van ondersteuning in natura kunt u ondersteuning in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) krijgen als het om Wmo-hulp of jeugdhulp gaat. U moet voldoen aan de voorwaarden van de Wmo en/of de Jeugdwet. Ze staan in deze paragraaf en in de uitvoeringsregels. 2. U maakt een plan met de wens om een pgb in te zetten. 3. U moet de taken die bij het pgb horen op een verantwoorde manier kunnen uitvoeren. Daarom kunt u pas een pgb krijgen als wij vinden dat u (of uw wettelijk- of pgb-vertegenwoordiger) in staat bent uw belangen voldoende te behartigen. Wij toetsen dit met een 10-puntenlijst “Pgb-vaardigheid” van het Ministerie van VWS. 4. U of uw wettelijk vertegenwoordiger kan een pgb-vertegenwoordiger aanstellen. Deze persoon beheert het pgb namens u. Wij toetsen of de pgbvertegenwoordiger voldoet aan de eisen als bedoeld in het eerste lid. Als dat zo is, registreren wij de pgbvertegenwoordiger en melden deze aan bij de SVB. 5. U kunt pas een pgb krijgen als naar ons oordeel is gewaarborgd dat de ondersteuning-op-maat die wordt ingekocht veilig, doeltreffend en cliëntgericht is. Ook moet deze bijdragen aan het bereiken van het beoogde resultaat dat in het Pgb-plan is opgenomen. Voor de Jeugdwet beoordelen we ook nog of u voldoet aan alle genoemde voorwaarden in artikel 8.1.1 Jeugdwet. 6.
U kunt pas een pgb krijgen als u motiveert dat het aanbod ondersteuning in natura niet passend is. 7. U kunt pas een pgb krijgen als er op geen enkele manier door een aanbieder of persoon druk op u is uitgeoefend om de ondersteuning-op-maat, in welke vorm dan ook, van deze aanbieder of persoon in te kopen. 8. Het pgb is bedoeld voor ondersteuning, maar kunt u niet voor alle kosten die daarmee te maken hebben gebruiken. Het pgb is er niet voor: a. Kosten voor bemiddeling, tussenpersonen of belangenbehartigers, hieronder valt ook contributie voor het lidmaatschap van belangenverenigingen voor budgethouders, kosten voor cursussen over pgb, kosten voor het bestellen van informatiemateriaal en dergelijke. b. Het voeren van een pgb-administratie. c. Ondersteuning bij het aanvragen en beheren van een pgb-administratie. d. Kosten voor een feestdagenuitkering aan de hulpverlener(s).
25
e. Alle zorg en ondersteuning (door aanbieders) buiten EU-landen. f. Reiskosten van de zorgverlener. 9. U kunt geen pgb krijgen in de volgende situaties: a. De kosten zijn gemaakt vóórdat de aanvraag is ingediend en het is niet meer is na te gaan of die ondersteuning nodig was. b. Het gaat om kosten voor vervoer, maar u kunt het collectief taxivervoer gebruiken. c. Uit het door u ingediende pgb-plan blijkt niet dat de kwaliteit van de ondersteuning voldoende gewaarborgd is. Voor jeugdhulp geldt bij een weigeringsgrond artikel 8.1.1, het vierde lid, van de Jeugdwet. d. U kunt het pgb niet zelf beheren en er is geen geschikte pgb-vertegenwoordiger. e. De beoogde pgb-beheerder is dezelfde persoon is als de beoogde hulpverlener. f. Voor pleegzorg. 6.3.2 Professionele hulp of niet-professionele hulp [Jeugdwet, Wmo] 1. Bij het vaststellen van de hoogte van een pgb, maken we onderscheid tussen professionele en nietprofessionele hulp. 2. Sociaal netwerk is niet-professionele hulp. Ondersteuning door een bloed- of aanverwant in de eerste of tweede graad, wordt altijd als ondersteuning door iemand uit het sociale netwerk gezien. 3. Bij de beoordeling van inzet vanuit het sociale netwerk moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. De ondersteuning is passend, adequaat en veilig. b.
De ondersteuning leidt niet tot overbelasting van de persoon/personen die de ondersteuning biedt/ bieden. 4. De inzet van het sociaal netwerk met een pgb is passend, bij één of meerdere van de volgende omstandigheden: a. De ondersteuning is vooraf niet goed te plannen. b. De ondersteuning is nodig op ongebruikelijke tijden. c. De ondersteuning is nodig op veel korte momenten per dag. d. De ondersteuning is nodig op verschillende locaties. e. De ondersteuning moet 24 uur per dag en op afroep beschikbaar zijn. f. De ondersteuning moet vanwege de aard van de beperking worden geboden door een persoon met wie de jeugdige/ inwoner vertrouwd is en goed contact heeft. 5. Voor de beoordeling van de gemiddelde tijd en frequentie van persoonlijke verzorging bij Jeugdhulp gebruiken we de tabel Gemiddelde tijd en frequentie persoonlijke verzorgings-activiteiten van het CIZ. 6. Van professionele hulp voor jeugdhulp is sprake als deze voldoet aan de kwaliteitseisen in hoofdstuk 4 van de Jeugdwet. Om in aanmerking te komen voor
een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN, moet de aanbieder een SKJ- of BIG-registratie hebben. Is dit niet het geval? Dan moet er minimaal voldaan worden aan alle volgende eisen: a. De aanbieder heeft een VOG. b. Er is sprake van een andere beroepsregistratie binnen de jeugdzorg. c. De aanbieder is aangesloten bij een klachtenprocedure. d. De aanbieder is aangesloten bij een erkende beroepsvereniging. e. De aanbieder gebruikt (bij-)scholing. f. De aanbieder gebruikt de meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling. g. De aanbieder gebruikt een privacyverklaring. h. De aanbieder heeft een passende opleiding. 7. Bij een professionele aanbieder vanuit de Jeugdwet, verwachten wij een dossier per jeugdige voor verlening van jeugdhulp (artikel 7.3.8 van de Jeugdwet). Verder verwachten wij een evaluatieverslag met doelen van de jeugdhulp. 8. Een professionele aanbieder vanuit de Wmo moet voldoen aan de voor de functie vereiste deskundigheid, vaardigheden en wettelijke eisen. 9. De met het pgb ingekochte professionele ondersteuning vanuit de Wmo voldoet minimaal aan de kwaliteitseisen voor gecontracteerde aanbieders van vergelijkbare ondersteuning. Professionele aanbieders moeten minimaal voldoen aan de volgende criteria: a. Ingeschreven staan in het handelsregister. b. Adequaat opgeleid personeel in dienst hebben. c.
Een VOG van alle werknemers (en eventueel vrijwilligers) kunnen tonen. d. Beschikken over een volledig geïntegreerd kwaliteitssysteem dat voldoet aan landelijke eisen. e. Een verklaring betalingsgedrag belastingdienst kunnen tonen. f. Een afschrift van de meest recente jaarrekening of, in het geval van een ZZP’er, een balans en een winst- en verliesrekening kunnen tonen. g. Verzekerd zijn tegen beroeps- en/of bedrijfs aansprakelijkheid. 6.3.3 Hoogte en tarief pgb Wmo [Wmo] 1. U maakt een pgb-plan voor de besteding van het pgb. Hierin staat welke ondersteuning u met het pgb wilt betalen, wie de ondersteuning geeft of welke ondersteuning u met het pgb aanschaft. Nadat we het plan goedgekeurd hebben, stellen we het pgb vast. 2. Wij baseren de hoogte van het pgb op een offerte voor de genoemde kosten. In deze offerte moeten de kosten van de dienst of het product staan (kostprijs). Met deze kostprijs moet u veilige, doeltreffende en kwalitatief goede ondersteuning kunnen inkopen. 3. De kostprijs mag niet hoger zijn dan wat gebruikelijk is voor die dienst of dat product. 26
De hoogte van het pgb is gelijk aan de hoogte van de offerte. Er geldt een maximumbedrag. Dat is het bedrag dat de gemeente zou betalen voor de ondersteuning die nodig is (zorg in natura-tarief). Is de offerte hoger dan dit maximumbedrag? Dan vergoeden wij de meerprijs niet en komt deze voor uw rekening. 4. Gaat het om een product? We houden dan bij de hoogte van het pgb ook rekening met een reële termijn voor technische afschrijving en met onderhouds- en verzekeringskosten. 5. Levert iemand uit het sociale netwerk of een niet-professionele hulpverlener de dienst? Dan is de hoogte van het pgb minimaal het wettelijk minimumuurloon voor een persoon van 22 jaar of ouder, inclusief vakantiebijslag en bij een 36-urige werkweek. 6. De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp voor huishoudelijke ondersteuning (Wmo) is ten minste gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek, behorende bij hulp bij het huishouden van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. 7.
De hoogte van het pgb voor niet-professionele hulp voor individuele begeleiding (Wmo) is gelijk aan het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende cao Verpleeg-, Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT), te vermeerderen met vakantietoeslag en de tegenwaarde van verlofuren. 8. De hoogte van het pgb voor professionele hulp is gebaseerd op het laagst toepasselijke tarief per uur of resultaat voor dergelijke hulp door een gecontracteerde aanbieder. 6.3.4 Hoogte en tarief pgb Jeugdwet [Jeugdwet] 1. U maakt een pgb-plan voor de besteding van het pgb. Hierin staat welke ondersteuning u met het pgb betaalt en wie de ondersteuning geeft. Nadat we het plan goedgekeurd hebben, stellen we het pgb vast. a. Wij baseren de hoogte van het pgb bij een professionele aanbieder op de tarieven van de contracten bij zorg in natura (ZIN). Een pgb mag maximaal de kosten van ZIN bedragen. De pgb tarieven voor jeugdhulp zijn gebaseerd op de tariefstelling van deze aanbieder met een maximum van het gecontracteerde tarief van ZIN (100%). 2. Bij jeugdhulp door een niet-professionele aanbieder, bijvoorbeeld iemand uit het sociaal netwerk, is het tarief maximaal € 20 per uur. Voor logeerzorg door een niet-professionele aanbieder is er een onkostenvergoeding van maximaal € 30 per etmaal. 6.3.5 Verantwoording en uitbetaling pgb [Jeugdwet, Wmo] 1.
Wij kunnen onderzoeken of u het pgb gebruikt voor
het doel waarvoor u dit kreeg. Wij vragen u dan om duidelijk te maken hoe het pgb is besteed en welke effecten de ondersteuning heeft. Voor dat verslag kunnen we een formulier verplicht stellen. 2. Als u ondersteuning-op-maat krijgt in de vorm van een pgb, betalen wij alleen de feitelijk geleverde ondersteuning. 3. Een pgb voor ondersteuning-op-maat moet u binnen drie maanden na toekenning besteden om de ondersteuning te bekostigen. 4. Het college kan uitvoeringsregels stellen over de controle op de besteding. 6.3.6 Opschorten pgb [Jeugdwet, Wmo] Wij kunnen aan de SVB vragen om de uitbetaling uit het pgb geheel of gedeeltelijk stop te zetten, totdat er een besluit is om het pgb weer voort te zetten of in te trekken. Dit kunnen we doen als er sprake is van één van de volgende situaties: a. U gaf onjuiste of onvolledige informatie, terwijl het geven van juiste of volledige informatie zou leiden tot een andere beslissing. b. U voldoet niet aan de voorwaarden voor een pgb. c. U gebruikte het pgb niet of voor een ander doel.
6.4 Wat is uw bijdrage in de kosten?
[Wmo] 1. U betaalt een eigen bijdrage in de kosten van Wmoondersteuning-op-maat. Dit geldt zolang u die ondersteuning gebruikt of voor de periode waarvoor een pgb is gegeven. Gaat het om een product? Dan betaalt u een bijdrage totdat de kostprijs is betaald. U betaalt de eigen bijdrage per maand aan het Centraal Administratiekantoor (CAK). De hoogte van deze periodieke bijdrage is gelijk aan het bedrag dat u maximaal betaalt op grond van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. 2. De kostprijs van de ondersteuning-op-maat in natura is bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder. 3. De kostprijs van ondersteuning-op-maat in pgb is gelijk aan de hoogte van dat pgb. 4. Gaat het om kosten van een woningaanpassing voor een minderjarige? Dan betalen de onderhoudsplichtige ouders de bijdrage. Dat geldt ook voor de ouder tegen wie een vaderschapsactie is ingesteld en de rechter dit verzoek heeft toegewezen (artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek). En voor degene die als niet-ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een minderjarige inwoner. 5. Voor het gebruik van collectief taxivervoer geldt een eigen bijdrage per rit. Deze is gebaseerd op de hoogte van het OV-reizigerstarief. 6. Er is geen eigen bijdrage verschuldigd als uw inkomen lager is dan 120% van het minimuminkomen. 27
7. De eigen bijdrage kan gepauzeerd worden als u langer dan zes weken niet thuis aanwezig bent en de ondersteuning-op-maat niet gebruikt, bijvoorbeeld bij opname in een zorginstelling, bij vakantie of als de aanbieder de ondersteuning-op-maat langer dan zes weken niet levert. Dan kan de eigen bijdrage na zes weken op pauze worden gezet. Dit geldt alleen voor ondersteuning-op-maat in de vorm van een dienst. Het pauzeren van de eigen bijdrage is niet mogelijk als u een andere voorziening heeft waarvoor u een eigen bijdrage betaalt. 8. Wij vragen geen bijdrage voor: a. Een vervoersbudget. b. Een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten. c. Een transportrolstoel of rolstoel voor dagelijks zittend gebruik en het onderhoud daarvan. d. Sportvoorzieningen. e. Begeleiding trede waakvlam. f. Cliëntondersteuning. 9. Een cliënt betaalt voor verblijf in maatschappelijke opvang of beschermd wonen een bijdrage in de kosten aan de centrumgemeente Breda.
28
Hoofdstuk 7. Inkomen werk en schulden Heeft u geen of een laag inkomen en geen of weinig vermogen om de dagelijkse kosten te betalen? Wij bieden een financieel vangnet in de vorm van een bijstandsuitkering en ook een aantal aanvullende uitkeringen en regelingen. In dit hoofdstuk staan de belangrijkste extra’s. Voor een aantal extra’s geldt een inkomens- en vermogensgrens. Er zijn basisregels voor ondersteuning bij een schuldenprobleem. Kernwaarden: Wij zetten ons in om armoede en schulden te voorkomen. Wij zorgen voor een financieel vangnet. Wij verwachten van u dat u anticipeert op volgende levensfasen. Wij bieden ondersteuning voor een grotere bestaanszekerheid van inwoners en om naar vermogen mee te doen.
7.1 Armoedebeleid
[PW, Gemeentewet, Wgs] In deze paragraaf staat waar wij rekening mee houden bij het maken en uitvoeren van beleid, om bij te dragen aan het voorkomen van armoede en schulden en verergering tegen te gaan. 7.1.1 Rol van de gemeente? [PW, Gemeentewet, Wgs] 1. Wij willen dat u in staat bent om uw noodzakelijke bestaanskosten te betalen en meedoet in de samenleving. Ook als u geen of een laag inkomen en geen of weinig vermogen hebt. 2. De gemeente biedt ondersteuning aan bij het op orde krijgen van uw financiën, als u moeite hebt om rond te komen of schulden hebt. Het doel van die ondersteuning is dat uw financiële situatie op orde komt en blijft. 3. Wij werken bij het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden samen met andere organisaties. 4. In ons beleidsplan staat hoe we het armoedebeleid invullen. 5. Bij het maken van het armoedebeleid betrekken we naast inkomen ook andere leefdomeinen, zoals onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp.
7.2 Bijzondere bijstand
[PW] 1. Bijzondere bijstand is een belangrijk hulpmiddel om u financieel te ondersteunen. 2. Bijzondere bijstand is een vangnet voor extra nodige uitgaven. Dat zijn onverwachte kosten die u door bijzondere omstandigheden niet kunt betalen uit het maandelijks inkomen. 3. De regels van bijzondere bijstand staan in de uitvoeringsregels.
7.3 Studietoeslag
[PW] 1. Studenten die door een structurele ziekte of gebrek naast hun studie niet in staat zijn eigen inkomsten te verwerven, kunnen in aanmerking komen voor studietoeslag. 2. De regels van studietoeslag staan in de uitvoeringsregels.
7.4 Individuele inkomenstoeslag
[PW] Moet u al jaren rondkomen van een laag inkomen en is er geen uitzicht op verbetering van uw inkomen? Dan kunt u recht hebben op inkomenstoeslag. Dit is een extra bedrag om het inkomen aan te vullen. Dit kunt u jaarlijks aanvragen. Hier staat voor wie de inkomenstoeslag is bedoeld en wat aanvullende voorwaarden zijn. De verdere regels voor individuele inkomenstoeslag staan in de uitvoeringsregels. 7.4.1 Doelgroep [PW] 1. U krijgt de individuele inkomenstoeslag als u 21 jaar of ouder bent, jonger dan de AOW-leeftijd, geen vermogen hebt (artikel 34 van de Participatiewet) en in een ononderbroken periode van 36 maanden een inkomen had, lager dan 110% van de bijstandsnorm. 2. Wij stellen de hoogte van uw inkomen en vermogen vast (artikelen 31, 32, 33 en 34 van de Participatiewet). 3. In afwijking van het tweede lid verstaan we onder inkomen niet: a. Het bedrag dat tijdens een WSNP-traject (Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen) gereserveerd is voor de aflossing van schulden. b. Het bedrag dat tijdens een minnelijke schuldsanering volgens de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening voor de aflossing van schulden is gereserveerd. c. Het bedrag van het inkomen waarop beslag is gelegd en het beslag op juiste wijze en op grond van uw gegevens is vastgesteld.
29
7.4.2 Hoogte van de toeslag [PW] 1. De individuele inkomenstoeslag is per twaalf maanden: a. Voor gehuwden 20% van de gehuwdennorm. b. Voor een alleenstaand ouder 17,5% van de gehuwdennorm. c. Voor een alleenstaande 15% van de gehuwdennorm. 2. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepalen we jaarlijks in januari. Dit doen we op grond van de bijstandsnormen die gelden op 1 januari van dat jaar. Dit geldt het gehele kalenderjaar. 3. Bij gehuwden en samenwonenden geldt dat als één van de partners geen recht op inkomenstoeslag heeft (zoals bedoeld in artikel 13 van de Participatiewet), de ander het bedrag krijgt voor een alleenstaande of alleenstaande ouder. Als één van de partners niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 36 van de Participatiewet bestaat er geen recht voor beide partners. 4. De gezinssituatie op de aanvraagdatum bepaalt de hoogte van de toeslag. 7.4.3 Uitsluiting [PW] U heeft geen recht op de individuele inkomenstoeslag als: a. U voltijds studeert, omdat u kans hebt om uw inkomen te verbeteren. b. U voltijds gestudeerd hebt en binnen drie jaar na beëindiging van uw studie een aanvraag indient voor de toeslag. We gaan ook uit van de kans op een beter inkomen gedurende drie jaren na de studie.
7.5 Overige regelingen
Er zijn aanvullende regelingen en vergoedingen voor inwoners met een laag inkomen en geen of weinig vermogen. In de uitvoeringsregels staat wanneer u in aanmerking komt voor deze ondersteuning en welk bedrag u krijgt. 7.5.1 Kindregeling [Gemeentewet] Kinderen zijn een belangrijke en kwetsbare groep. Wij voelen ons verantwoordelijk voor hen. In de Kindregeling staan maatregelen om armoede onder kinderen tegen te gaan, en hen te helpen om mee te doen aan sportieve, culturele, educatieve en sociale activiteiten en activiteiten voor school.
7.5.3 Chronisch zieken en gehandicapten [Gemeentewet] De regeling Chronisch zieken en gehandicapten vergoedt meerkosten voor medische voorzieningen. Dit gebeurt als uw zorgverzekering deze niet vergoedt en u hiervoor geen bijzondere bijstand kunt krijgen.
7.6 Schuldhulpverlening
[Wgs] Wij hebben de taak om inwoners met schuldproblemen te ondersteunen. Inwoners kunnen vragen om ondersteuning bij het vinden van een oplossing voor hun schulden. Hieronder staan de belangrijkste uitgangspunten van de gemeente, als inwoners om ondersteuning vragen. Ondersteuning kan bijvoorbeeld zijn: advies, schuldbemiddeling, saneringskrediet, budgetbeheer. 7.6.1 Samenwerking en toegang [Wgs] 1. Wij zorgen dat u eenvoudig om ondersteuning kunt vragen bij het vinden van een oplossing voor problematische schulden. 2. Wij informeren u over onze ondersteuning en zorgen dat die ondersteuning ook echt beschikbaar is. 3. Wij sluiten bij voorbaat niemand uit van ondersteuning. Een uitzondering op die regel is als u geen geldige verblijfstitel hebt. 4. Wij werken samen met andere organisaties om te voorkomen dat u problematische schulden opbouwt. 7.6.2 Schuldhulpverlening [Wgs] Wij zorgen dat u de ondersteuning bij het oplossen van schulden zo snel mogelijk krijgt. Wij verwachten van u dat u meewerkt. 7.6.3 Besluit [Wgs] 1. Wij informeren u ook over de manier waarop we ondersteuning geven. 2. U krijgt een brief als u geen ondersteuning krijgt. Daarin staat waarom we de ondersteuning weigeren.
7.5.2 Tegemoetkomingsregeling [Gemeentewet] De Tegemoetkomingsregeling voorkomt of doorbreekt dat mensen met geen of een laag inkomen en geen of weinig vermogen door hun financiële positie in een situatie raken van maatschappelijk isolement. De Tegemoetkomingsregeling is bedoeld voor meer deelname aan sociale, culturele en sportactiviteiten. 30
Hoofdstuk 8. Inburgering De gemeente is sinds 1 januari 2022 verantwoordelijk voor begeleiding en ondersteuning van inwoners tijdens hun inburgering. Het doel van inburgering is dat inburgeraars zo snel mogelijk meedoen in de Nederlandse samenleving. Daarvoor gebruiken we inburgeringsvoorzieningen waarin we taal en praktijk zoveel mogelijk combineren. Kernwaarden: Iedereen doet naar vermogen mee. De inwoner is zelf verantwoordelijk, de gemeente ondersteunt als dat nodig is. Wij zorgen voor kwetsbare groepen. Als betaald werk of een opleiding niet mogelijk is, dan kijken we naar andere mogelijkheden om mee te doen in de samenleving. Wij kiezen voor zo duurzaam mogelijke oplossingen.
8.1 Doelgroep
[Wi2021] Het gaat om statushouders, hun nareizende familieleden en om gezinsmigranten en overige migranten die inburgeringsplichtig zijn volgens de Wet inburgering 2021 en die door het COA aan onze gemeente zijn gekoppeld, of in onze gemeente komen wonen.
8.2 Samenwerking
[Wi2021] Wij werken samen met COA, DUO, Vluchtelingenwerk, regiogemeenten en andere organisaties om u te informeren en te ondersteunen bij inburgering.
8.3 Inburgeringsvoorzieningen
[Wi2021] Wij verwachten van u dat u meewerkt aan de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject en de begeleiding die wij daarin bieden, namelijk: 1. De Brede Intake en de leerbaarheidstoets. 2. Het opstellen van het Plan inburgering en Participatie (PIP). 3. De Module Arbeidsmarkt en Participatie. 4. Het Participatieverklaringstraject (PVT). 5. Voor inburgeringsplichtige statushouders: het aanbod van één van de drie leerroute: de B1-route, de Onderwijsroute of de Zelfredzaamheidsroute. 6. De periodieke voortgangsgesprekken. Wij bieden statushouders ook maatschappelijke begeleiding bij huisvesting en financiële zelfredzaamheid aan. Wij werken samen met professionele partijen voor een goed aanbod. De voorzieningen en voorwaarden staan in de uitvoeringsregels.
8.4 Handhaving Wet inburgering
[Wi2021] Werkt u als inburgeringsplichtige onvoldoende mee aan uw inburgering? Of komt u uw plichten niet goed na? Dan kunnen wij een boete of maatregel opleggen. Wij kunnen dit verrekenen met uw uitkering. We houden hierbij rekening met de beslagvrije voet.
31
Hoofdstuk 9. Afspraken tussen inwoner en gemeente Dit hoofdstuk gaat over hoe gemeente en inwoners met elkaar omgaan. Wat mag u van ons verwachten en wat verwachten wij van u. Tegenover uw rechten staan vaak plichten. Komt u die niet na? Dan kunnen wij de uitkering of voorziening beëindigen, geld terugvorderen of uw uitkering verlagen. Kernwaarden: Wij luisteren naar u en nemen u serieus. U bent zelf verantwoordelijk, wij ondersteunen als dat nodig is. U geeft de informatie die nodig is. Wij verwachten van u een actieve rol bij het oplossen van uw probleem. Wij zijn vooraf duidelijk over de wederzijdse verwachtingen.
9.1 Hoe gaan we met elkaar om?
[Gemeentewet, Wi2021, Awb, Wmo, PW, Jeugdwet, Wko, Wgs, IOAW, IOAZ] 9.1.1 De rol van de gemeente [Gemeentewet, Awb, Wi2021, Wmo, PW, Jeugdwet, Wko, Wgs, IOAW, IOAZ] 1. Wij ondersteunen u bij het zoeken naar een oplossing voor uw probleem. Wij gaan respectvol met elkaar om. Wij zorgen voor het volgende: a. Het is u duidelijk wie er namens ons contact met u onderhoudt. b. Wij gaan graag in gesprek met u. Dat kan, afhankelijk van uw vraag, op het gemeentehuis, het CJG, bij u thuis, telefonisch of ergens anders. c. Heeft u een probleem waarin wij niet kunnen ondersteunen? Dan kijken wij met u mee waar u wel hulp kunt krijgen. d. Wij zorgen voor een heldere en eenvoudige aanvraagprocedure en informeren u hierover. e. Wij zijn zorgvuldig met uw persoonsgegevens. f. Wij maken zoveel mogelijk gebruik van gegevens die wij al hebben. We vragen u alleen om gegevens die nodig zijn om de ondersteuningsvraag te beoordelen. 2. Wij informeren u over de huisregels en als het nodig is over het agressieprotocol. 3. Wij reageren professioneel als uw gedrag volgens het agressieprotocol ontoelaatbaar is.
9.1.2 De rol van de inwoner [Gemeentewet, Awb, Wi2021, Wmo, PW, Jeugdwet, Wko, Wgs, IOAW, IOAZ] 1. U bent zelf verantwoordelijk voor het oplossen van uw probleem. Lukt dit u niet? Ook niet met hulp van uw sociale netwerk of van andere voorzieningen en organisaties? Dan ondersteunen wij u. U zorgt dan voor het volgende: a. U kijkt eerst welke mogelijkheden u zelf heeft om uw probleem op te lossen. b. U werkt mee aan de ondersteuning om een oplossing te vinden voor uw probleem. c. U zorgt dat onze ondersteuning niet langer duurt dan nodig is. 2. U werkt mee, zodat snel duidelijk is hoe uw probleem zo passend mogelijk op te lossen is. Dat betekent: a. U informeert ons zo volledig mogelijk over alles wat belangrijk is om uw ondersteuningsvraag en uw persoonlijke situatie te beoordelen. Dit geldt ook als u al ondersteuning krijgt. U bent verplicht ons zo snel mogelijk wijzigingen door te geven, die invloed kunnen hebben op de ondersteuning. b. Wij krijgen van u binnen de gestelde termijn alle documenten en bewijsstukken die nodig zijn.
9.2 Afspraken en verplichtingen 9.2.1 Afstemming op houding en gedrag van de inwoner [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Houdt u zich niet aan bepaalde afspraken of verplichtingen uit de wet en deze verordening? Dan verlagen wij uw uitkering. Dit kan ook als uw houding of gedrag hier aanleiding toe geven. 2. Bij een besluit om een uitkering te verlagen houden wij rekening met: a. De ernst van het gedrag. b. De mate waarin het gedrag aan u te verwijten is. c. Uw persoonlijke situatie. 3. Voordat we een uitkering verlagen, krijgt u de kans uw mening te geven. Dit nemen we dan mee in ons besluit. U kunt dat doen: a. Via e-mail. b. Schriftelijk. c. Telefonisch. d. In een gesprek met de medewerker op het gemeentehuis. 4. Soms vragen wij uw mening niet als: a. Er geen tijd beschikbaar is. b. U uw mening al gaf en er geen veranderingen zijn. c. U dit niet wilt.
32
9.2.2 Geen schuld en verjaring [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Wij verlagen uw uitkering niet als: a. Elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. b. Als uw gedrag meer dan drie maanden geleden plaatsvond. 2. Wij zien af van een verlaging als daarvoor dringende redenen zijn. 3. Als wij afzien van een verlaging om dringende redenen, krijgt u hiervan schriftelijk bericht. 9.2.3 Ingangsdatum en periode verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. U krijgt een brief over het besluit tot verlaging. De verlaging gaat in vanaf de kalendermaand na de datum van dit besluit. Soms gaat de verlaging al in dezelfde maand in of geldt deze over eerdere maanden. Dat kan als de uitkering voor die maand(en) nog niet is betaald. 2. Soms verlagen wij de uitkering niet of maar voor een deel, omdat we deze beëindigen. Dan leggen wij het overgebleven deel van de verlaging alsnog op als u binnen drie maanden na de beëindiging opnieuw een uitkering krijgt. 3. In het besluit over verlaging van de uitkering staan: a. De reden van de verlaging. b. De duur van de verlaging. c. Het bedrag en/of percentage waarmee we de uitkering verlagen. d. Indien van toepassing de reden om af te wijken van de standaardverlaging. e. Hoe we bij het verlagen van de uitkering rekening houden met uw omstandigheden, uw mogelijkheden inkomen te krijgen, uw bijzondere omstandigheden en dringende redenen. 4.
Verlagen wij uw uitkering voor meer dan drie maanden? Dan beoordelen wij uiterlijk binnen drie maanden na de datum van de brief of de omstandigheden en uw gedrag reden zijn om de beslissing te herzien. 9.2.4 Berekening verlaging [PW, IOAW, IOAZ, Awb] De verlaging is een percentage van uw uitkeringsnorm of een vast bedrag. 9.2.5 Niet nakomen wettelijke arbeidsverplichtingen (geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling) [PW, Awb] 1. Wij verlagen de uitkering voor één maand als u een arbeidsverplichting niet goed nakomt (artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet). Die verlaging is 100% van de uitkeringsnorm. 2. De verlaging verdelen we in gelijke stukken over maximaal twee maanden bij bijzondere omstandigheden.
9.2.6a Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen Participatiewet (niet- geüniformeerde verplichtingen voor de arbeidsinschakeling) Gedragingen Participatiewet [PW, Awb] 1. We onderscheiden categorieën gedragingen, waardoor u geen algemeen geaccepteerde arbeid krijgt of een verplichting niet of onvoldoende nakomt (artikelen 9, 9a, 55 en 56a van de Participatiewet): a. eerste categorie: I. U laat zich niet tijdig registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of u verlengt de registratie niet op tijd. II. U komt uw verplichtingen niet na (artikel 56a, tweede lid, van de Participatiewet) om zes maanden lang mee te werken aan betalingen uit de bijstand van huur, gas, water en stroom en de verplichte zorgverzekering, gerekend vanaf de dag waarop u recht heeft op bijstand. b. tweede categorie: I. U werkt niet of onvoldoende mee aan opstellen, uitvoeren en evalueren van een plan van aanpak (artikel 44a van de Participatiewet). II. U verricht geen of onvoldoende tegenprestatie naar vermogen (artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet). III.
U voldoet onvoldoende aan de verplichtingen (artikelen 9, eerste lid, of 55 van de Participatiewet), voor zover het gaat om een belanghebbende jonger dan 27 jaar, gedurende vier weken na een melding (artikel 43, vierde en vijfde lid, van de Participatiewet), voor zover deze verplichtingen niet staan in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. IV. Met uw houding en gedrag laat u duidelijk merken dat u de verplichtingen niet wilt nakomen (artikel 9, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet). Dat leidde tot intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder (artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet). V. U kwam niet opdagen op de taaltoets of stopte er halverwege mee. De toets is daardoor niet afgenomen. VI. U levert geen bewijsstukken aan voor de taaleis, terwijl we mogen aannemen dat u dit wel kunt. c. derde categorie: u probeert onvoldoende om werk te krijgen in de gemeente waar u woont, voor zover dit niet voortvloeit uit gedrag als bedoeld in artikel 18, vierde lid, van de Participatiewet. 2. Wij verlagen de bijstandsuitkering met: a. € 50 voor één maand bij gedrag van de eerste categorie. b. € 200 voor één maand bij gedrag van de tweede categorie. c. 100% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de derde categorie. 33
3. In afwijking van het tweede lid kunt u een waarschuwing krijgen bij gedrag van de eerste of tweede categorie. 9.2.6b Niet nakomen andere arbeidsverplichtingen (niet- geüniformeerde verplichtingen voor arbeidsinschakeling) Gedraging IOAW en IOAZ [IOAW, IOAZ, Awb] 1. Er zijn categorieën van gedrag, waardoor u geen werk krijgt of een verplichting niet of niet genoeg nakomt (artikelen 37 en 38 van de IOAW of de IOAZ): a. eerste categorie: I. U liet zich niet tijdig registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) of u verlengde niet tijdig de registratie. b. tweede categorie: I. U werkte niet of onvoldoende mee aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling. II. U gebruikte niet of onvoldoende de aangeboden voorziening (artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of IOAZ), als dit leidde tot niet doorgaan of tot voortijdige beëindiging van die voorziening. III. Met uw houding en gedrag laat u duidelijk merken dat u de verplichtingen niet wilt nakomen (artikel 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de IOAZ). Dat leidde tot intrekken van de ontheffing van de arbeidsplicht voor een alleenstaande ouder (artikel 38, eerste lid, van de IOAW of de IOAZ). IV. U voldoet niet of onvoldoende aan de tegenprestatie (artikel 37, eerste lid, onderdeel f, van de IOAW of de IOAZ). c. derde categorie: I.
U probeert onvoldoende om werk te krijgen. II. U accepteert geen werk. III. Door uw schuld raakt u uw werk kwijt. IV. U gebruikt niet of onvoldoende de voorziening om werk te krijgen (artikelen 36, eerste lid, en 37, eerste lid, onderdeel e, van de IOAW of de IOAZ), voor zover dit leidde tot niet doorgaan of voortijdige beëindiging van die voorziening. 2. Wij verlagen de IOAW- of IOAZ-uitkering met: a. € 60 voor één maand bij gedrag van de eerste categorie. b. € 240 voor één maand bij gedrag van de tweede categorie. c. 100% van de uitkeringsnorm voor één maand bij gedrag van de derde categorie. d. In afwijking van het tweede lid kunt u een waarschuwing krijgen bij gedraging van de eerste of tweede categorie. 9.2.7 Te weinig besef van verantwoordelijkheid [PW, Awb] 1. Volgens de wet bent u zelf verantwoordelijk voor de kosten van uw leven. U moet zorgen dat u zo weinig
mogelijk bijstand nodig heeft. Heeft u bijstand nodig, terwijl u dat kon voorkomen? Dan heeft u te weinig besef van verantwoordelijkheid voor uw levensonderhoud. Dat geldt bijvoorbeeld als u: a. Eigenlijk recht had op een andere regeling of uitkering, maar door uw schuld deze regeling of uitkering niet (meer) krijgt. b. Vermogen te snel opmaakte of er iets van heeft betaald dat niet echt nodig was. 2. De gemeente verlaagt uw uitkering als u te weinig inzet of verantwoordelijkheid laat zien voor uw levensonderhoud. De verlaging hangt af van het bedrag dat de gemeente daardoor onterecht heeft uitbetaald. Dit is het benadelingsbedrag. 3. De verlaging duurt een maand en is: a. 30% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag tot € 4.000. b. 100% van de uitkeringsnorm, bij een benadelingsbedrag vanaf € 4.000. c. 30% van de uitkeringsnorm, als het benadelingsbedrag niet vast te stellen is. 4. De gemeente verlaagt de uitkering met 100% voor een maand als u een uitkering aanvraagt, omdat u door eigen toedoen betaald werk niet behield. 5. De gemeente kan bijstand in de vorm van een lening verstrekken, op het moment dat u door toepassing van lid 2 van dit artikel geen of te weinig geld heeft voor de noodzakelijke kosten van levensonderhoud. 9.2.8 Onacceptabel gedrag [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1.
De gemeente verlaagt uw uitkering als u zich onacceptabel gedraagt tegenover personen en instanties die de Participatiewet, de IOAW en IOAZ uitvoeren. 2. Wij verstaan onder onacceptabel gedrag: a. Categorie A: - Belediging of schelden (mondeling en schriftelijk). - Discriminatie. b. Categorie B: - Intimidatie (psychische druk uitoefenen). - Fysiek geweld tegen spullen (vernielingen). c. Categorie C: - Fysiek geweld tegen medewerkers of dreigen met geweld. 3. Wij verlagen de uitkering (PW) met: a. € 250 bij gedrag uit categorie A. b. € 500 bij gedrag uit categorie B. c. 100% van de uitkering voor een maand bij gedrag uit categorie C. 4. Wij verlagen de uitkering (IOAW en IOAZ) met: a. € 300 bij gedrag uit categorie A. b. € 600 bij gedrag uit categorie B. c. 100% van de uitkering voor een maand bij gedrag uit categorie C. 5. We kunnen aangifte doen bij de politie of weigeren u de toegang tot het gemeentehuis. Dit staat in ons agressieprotocol.
34
9.2.9 Niet nakomen van andere verplichtingen [PW, Awb] Als u een verplichting niet of onvoldoende nakomt (artikel 55 van de Participatiewet), verlagen wij uw bijstandsuitkering. De verlaging is: a. € 100 voor één maand, als u de verplichtingen om werk te vinden niet of onvoldoende nakomt. b. € 200 voor één maand als u uw verplichtingen niet of onvoldoende nakomen, die horen bij een bepaalde vorm van bijstand. c. € 400 voor één maand, als u niet of onvoldoende uw verplichtingen nakomt, waardoor u minder bijstand nodig heeft. d. 100% van de uitkeringsnorm voor één maand, als u niet of onvoldoende uw verplichtingen nakomt, waardoor u geen bijstand meer nodig heeft. 9.2.10 Samenloop van gedrag [PW, IOAW, IOAZ, Wi2021, Awb] 1. Gedrag waardoor u meerdere verplichtingen uit deze paragraaf niet nakomt, leidt tot één verlaging. De hoogste verlaging en duur gelden dan. 2. Leiden meerdere gedragingen ertoe dat u één of meer verplichtingen niet nakomt? Dan krijgt u een afzonderlijke verlaging voor iedere gedraging. Deze verlagingen krijgt u gelijktijdig of - als dat niet mogelijk is - na elkaar. 3. Als er voor één gedraging een verlaging en een bestuurlijke boete gelden, dan krijgt u de boete en verlagen wij uw uitkering niet. 4.
Als voor hetzelfde gedrag zowel uw uitkering kan worden verlaagd (artikel 18 of 18b Participatiewet) en u een boete kan worden opgelegd (Wet inburgering 2021), dan verlagen wij uw uitkering en krijgt u geen boete. 9.2.11 Herhaling (recidive) [PW, IOAW, IOAZ, Awb] De duur van de verlaging wordt verdubbeld als de uitkering binnen twaalf maanden na de datum van het besluit waarmee de verlaging is opgelegd, voor dezelfde gedraging, opnieuw wordt verlaagd. Als u daarna binnen twaalf maanden nogmaals dezelfde gedraging vertoont, volgen wij voor de volgende verlaging van uw uitkering de wet.
9.3 Terugvorderen uitkering 9.3.1 Terugvordering en incasso [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij vorderen uitkeringen terug in de gevallen die in de wet en in de beleidsregels staan. Wij vorderen niet terug als dit voor u onaanvaardbare gevolgen heeft. 2. Bij de incasso zorgen wij dat u een inkomen blijft houden, dat past bij uw situatie. Dit is in ieder geval gelijk aan de beslagvrije voet. Dat is het bedrag dat u moet overhouden van uw inkomen. 3. In uitvoeringsregels staat in welke situaties wij terugvorderen, hoe wij invorderen en hoe we het eventueel verhalen.