CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Integrale verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg 2025

De raad debatteert 12 juni 2025, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Integrale verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg 202524.280 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

IhitIntegrale eaquam eaverordening quos Sociaal Domein rioreperia

emeente Geertruidenberg » g2025 Subheading gemeente Geertruidenberg

1

Integrale verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg 2025 De raad van de gemeente Geertruidenberg, gelezen het voorstel van het college van 18 februari 2025 en 13 mei 2025: gelet op: ƒ de artikelen 2.1.3, 2.1.4 lid 1,2,4 en 7, 2.1.5 lid 1, 2.1.6, 2.3.6 lid 4 en 2.6.6 lid 1 van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. ƒ de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1 lid 4 van de Jeugdwet. ƒ de artikelen 6, tweede lid, 8, 8a, 8b, 10b, vijfde lid, en 47 van de Participatiewet. ƒ artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers. ƒ artikel 35 van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. ƒ artikel 4 van de Wet op het primair onderwijs. ƒ artikel 4 van de Wet op de expertisecentra. ƒ artikel 4 van de Wet op het voortgezet onderwijs. ƒ artikel 13 tot en met 17, 22, 23 en 26 van de Wet Inburgering 2021 en ƒ de artikelen 121, 122, 147 en 150 van de Gemeentewet. ƒ het Beleidskader Sociaal Domein 2021. ƒ de verordening burgerparticipatie gemeente Geertruidenberg. ƒ de verordening Adviesraad Sociaal Domein gemeente Geertruidenberg. overwegende: ƒ het advies van de Adviesraad Sociaal Domein van 10 april 2025. ƒ de ingekomen zienswijze zoals opgenomen in de Nota van zienswijze. besluit vast te stellen de: Integrale verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg 2025

2

Inhoudsopgave Integrale verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg 2025

2

Hoofdstuk 1.

5

Inleiding verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg

1.1 Waarom deze regels? 1.2 Uitgangspunten 1.3 Kernwaarden Beleidskader Sociaal Domein 1.4 D  e bedoeling van de wet staat centraal 1.5 Artikel en wet

Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit

2.1 Melding ondersteuningsvraag  2.2 Gesprek na de melding 2.3 Aanvraag 2.4 Beslissing 2.5 Uitzonderingen 2.6 Melding hulpvraag Jeugd 2.7 Aanvraag en gesprek na aanvraag 2.8 Beslissing

5 5 5 6 6

7

7 7 8 9 10 10 10 12

Hoofdstuk 3. Werk en Participatie

13

Hoofdstuk 4. Gezond en veilig opgroeien 

20

Hoofdstuk 5. Wonen in een veilige en gezonde omgeving

22

Hoofdstuk 6.

25

3.1 Doelgroep 3.2 Samenwerking 3.3 Budget 3.4 Voorzieningen – werk 3.5 Tegenprestatie 3.6 K  inderopvang sociaal medische indicatie  3.7 Meedoen in de samenleving

4.1 Uitgangspunten bij ondersteuning 4.2 Verantwoordelijkheid ouders  4.3 Algemene voorzieningen  4.4 Ondersteuning-op-maat  4.5 Geen ondersteuning-op-maat  4.6 Overgang  naar volwassenheid (18- naar 18+)  4.7 A  fstemming met andere vormen van ondersteuning

5.1 Uitgangspunten 5.2 Zelfstandig en veilig wonen 5.3 Mantelzorg

De vorm van de ondersteuning 

6.1 O  ndersteuning in natura (een dienst of een product) 6.2 Ondersteuning in geld 6.3 Persoonsgebonden budget 6.4 Wat is uw bijdrage in de kosten?

Hoofdstuk 7. Inkomen werk en schulden

7.1 Armoedebeleid 7.2 Bijzondere bijstand  7.3 Studietoeslag 7.4 Individuele inkomenstoeslag  7.5 Overige regelingen 7.6 Schuldhulpverlening

13 13 13 14 18 18 18

20 20 20 20 21 21 21

22 22 24

25 25 25 27

29 29 29 29 29 30 30

3

Hoofdstuk 8. Inburgering

31

Hoofdstuk 9. Afspraken tussen inwoner en gemeente

32

Hoofdstuk 10. Inspraak voor inwoners

37

Hoofdstuk 11. Klachten en bezwaar

38

Hoofdstuk 12. Kwaliteit, inkoop en aanbesteding

39

Hoofdstuk 13. Van oud naar nieuw 

41

Hoofdstuk 14. Begrippenlijst

42

8.1 Doelgroep 8.2 Samenwerking 8.3 Inburgeringsvoorzieningen 8.4 Handhaving Wet inburgering

9.1 Hoe gaan we met elkaar om? 9.2 Afspraken en verplichtingen 9.3 Terugvorderen uitkering 9.4 Beëindigen en terugvorderen voorziening 9.5 Hoe controleert de gemeente of u de afspraken nakomt?

11.1 Verschil tussen bezwaar en klacht 11.2 Doelen klacht- en bezwaarprocedure  11.3 Klachten over de gemeente 11.4 Klachten over CJG 11.5 Vertrouwenspersoon Jeugd 11.6 K  lachten over andere personen of organisaties 11.7 Bezwaar

12.1 Kwaliteit 12.2 Inkoop en aanbesteding 12.3 M  eldingsregeling calamiteiten en geweld 12.4 M  edezeggenschap bij aan­bieders van maat­schappelijke ondersteuning

13.1 Onderzoek naar de werking van de verordening 13.2 Uitvoeringsregels 13.3 A  fwijken van de verordening (hardheidsclausule) 13.4 Overgangsrecht 13.5 I ngangsdatum nieuwe verordening en intrekking oude verordening

31 31 31 31

32 32 35 35 35

38 38 38 38 38 38 38

39 39 39 40

41 41 41 41 41

4

Hoofdstuk 1. Inleiding verordening sociaal domein gemeente Geertruidenberg Het is de taak van de gemeente om inwoners te ondersteunen op het gebied van zorg, meedoen in de samenleving, zelfredzaamheid, werk en jeugdhulp. We gaan uit van uw zelfredzaamheid. Samen met u zoeken we naar oplossingen voor ondersteuningsvragen. Daarbij wordt ook de ondersteuning die uw familie, vrienden en uw sociale netwerk kan bieden in kaart gebracht en zo nodig versterkt. Daar waar nodig biedt de gemeente ondersteuning-op-maat. We kijken samen naar het effect dat u wilt bereiken en we bekijken uw hulpvraag integraal en vanuit uw leefwereld. Wij streven naar goede aansluiting met andere ondersteuning, zowel binnen de gemeente als bij samenwerkingspartners van de gemeente. Deze verordening geeft gemeentelijke regels over de volgende onderwerpen:

ƒ Wet op het primair onderwijs, Wet op

het voortgezet onderwijs en Wet op de expertisecentra. ƒ Wet Inburgering 2021 (Wi2021). De regels in deze verordening vullen de wettelijke regels aan. Het zijn regels op hoofdlijnen die de gemeenteraad heeft vastgesteld. Daarnaast zijn er regels nodig om de wettelijke taken goed te kunnen uitvoeren, zoals uitvoeringsregels. Door dit bij elkaar te brengen in één verordening Sociaal Domein ontstaat een goede basis om de inwoner beter en passender te helpen als er een ondersteuningsvraag ligt.

1.2 Uitgangspunten

ƒ U actief mee kunt doen aan het maatschappelijk

Deze verordening is geschreven vanuit een aantal uitgangspunten. In deze verordening: ƒ Staat de (ondersteuningsvraag van de) inwoner centraal. ƒ Vertalen we de ondersteuningsvraag naar het te bereiken effect van de inwoner. ƒ Zijn de regels onderling afgestemd op elkaar. ƒ Respecteren wij de wettelijke regels. ƒ Zijn alle regels terug te vinden op één plek, wat veel overzichtelijker is. ƒ Gebruiken we zoveel mogelijk duidelijke taal. ƒ Houden we uw en onze administratieve lasten zo laag mogelijk.

ƒ U in ieder geval een minimum inkomen hebt. ƒ U uw financiën op orde hebt. ƒ U een huishouding kunt voeren en voor uzelf kunt

1.3 K  ernwaarden Beleidskader Sociaal Domein

ƒ Werken en participeren. ƒ Uitkeringen. ƒ Schuldhulpverlening. ƒ Gezond en veilig opgroeien. ƒ Wonen in een veilige en gezonde omgeving. 1.1 Waarom deze regels? In Nederland vinden we het belangrijk dat:

leven en/of aan het werk kunt gaan.

zorgen.

ƒ U een geschikte en schone woonruimte hebt, waarin u zelfstandig en veilig kunt wonen. ƒ Uw kind gezond en veilig kan opgroeien.

Het is onze taak u hierbij te ondersteunen als dit (tijdelijk) niet zelfstandig lukt. De wetgever heeft wetten gemaakt om dit te bereiken. Het gaat om de:

ƒ Gemeentewet. ƒ Algemene wet bestuursrecht (Awb). ƒ Participatiewet (PW), de Wet inkomens­

voorziening oudere en gedeeltelijk arbeids­ ongeschikte werkloze werknemers (IOAW), de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). ƒ Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). ƒ Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo). ƒ Jeugdwet.

Bij het toepassen van de regels uit deze Integrale Verordening houden wij rekening met de doelen van de Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, Wet gemeentelijke Schuldhulpverlening, Bbz, Wet op het primair onderwijs, Wet op het voorgezet onderwijs, Wet op expertisecentra, Wet Kinderopvang, Leerplichtwet, RMC, Wet Passend Onderwijs, Algemene Wet Bestuursrecht, Gemeentewet en de Wet Inburgering. Wij zorgen ervoor dat het effect van een besluit past bij die doelen.

5

Naast de doelen van de verschillende wetten in het sociaal domein sluiten we aan bij de ambities van het lokale Beleidskader Sociaal Domein. Hieruit hebben we drie kernwaarden geformuleerd, die niet individueel gelezen kunnen worden, maar in samenhang met elkaar en in samenhang met de doelen uit de verschillende wetten richting geven aan de uitvoering van de verordening. Het gaat om de volgende drie kernwaarden: 1. Kernwaarde meedoen Iedereen doet naar vermogen mee aan het sociaal, maatschappelijk en economisch verkeer. Dat is een samenspel tussen inwoner, gemeenschap en de gemeente. Inwoners werken aan zelfredzaamheid en zijn weerbaar. Door samen te werken creëren we een omgeving waarin niemand wordt uitgesloten.

2. Kernwaarde preventie, ondersteuning en zorg Met preventie en vroegsignalering voorkomen we problemen of verergering van problematiek. Iedereen is verantwoordelijk voor het eigen leven. Alleen daar waar nodig, is, zo mogelijk tijdelijk, ondersteuning aanwezig om mensen op weg te helpen. Voor wie dat niet kan, wordt gezorgd.

3. Kernwaarde rol van de gemeente De gemeente is onderdeel van de samenleving en één van de partijen in het leven van een inwoner. Deze inwoner is zelf verantwoordelijk voor het verloop van het eigen leven. Alleen wanneer dit niet lukt kan de gemeente, zo mogelijk tijdelijk, ondersteunen.

Deze kernwaarden zijn van toepassing op het hele sociaal domein. Per hoofdstuk worden nog specifieke kernwaarden benoemd. De begrippen die in deze verordening worden gebruikt, worden toegelicht in hoofdstuk 14.

1.4 D  e bedoeling van de wet staat centraal Bij het toepassen van de regels uit deze verordening houden wij rekening met de landelijk geldende wetten. Wij gaan niet alleen uit van de letter van de wet, maar juist van de bedoeling van de wet. Het beleid wat wij voeren, past bij het beoogde effect van de wet. We vinden daarbij de volgende uitgangspunten van belang: 1. Basisbehoeften: een gezonde en veilige leefsituatie voor elke inwoner. 2. Zelfredzaamheid: de inwoner is zelf verant­ woordelijk, de gemeente ondersteunt als dat nodig is. 3. Vrij toegankelijke ondersteuning: pas als er geen mogelijkheden (meer) zijn voor vrij toegankelijke ondersteuning, kan ondersteuning-op-maat worden ingezet. 4. Maatwerk: de ondersteuning is afgestemd op en met de inwoner. 5. Duurzame oplossing: de ondersteuning biedt voor langere tijd mogelijkheden en vaardigheden.

1.5 Artikel en wet Deze verordening is gebaseerd op de wetten die bij 1.1 zijn genoemd. Die wetten vormen de wettelijke basis voor de artikelen in deze verordening. Maar niet voor alle artikelen geldt dat in iedere wet daarover iets is terug te vinden. Dat verschilt per artikel. Daarom is per artikel aangegeven op welke wetten dat artikel is gebaseerd. Waar de Gemeentewet als grondslag wordt genoemd, wordt daarmee de bevoegdheid van de gemeenteraad bedoeld om regels vast te stellen (artikel 121 Gemeentewet). Bij een aantal artikelen wordt ook ‘Awb’ (de Algemene wet bestuursrecht) genoemd. Die verwijzing staat erin als er in de Awb specifieke bepalingen zijn opgenomen die op dat artikel van toepassing zijn.

6

Hoofdstuk 2. Van melding tot besluit Dit hoofdstuk gaat over hoe u ons ondersteuning vraagt als het gaat om één of meer onderwerpen uit deze verordening. Hierin staat hoe u een vraag indient, hoe de afhandeling gaat en wat wij van u verwachten. Al uw vragen om ondersteuning kunt u in één keer stellen. Wij kijken breed naar uw vraag en uw persoonlijke situatie. We informeren u over de procedures. Voor jeugdhulpvragen geldt een andere procedure. Dit leest u vanaf paragraaf 2.6.

In de uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek plaatsvindt, wie hierbij mag zijn en waarover het gaat. U krijgt van de medewerker ook informatie over de mogelijkheid om: ƒ Gratis hulp te krijgen van een onafhankelijk deskundige (cliëntondersteuner). ƒ Zelf een plan op te stellen over uw persoonlijke situatie en wat u wilt bereiken met uw vraag (zoals het persoonlijk plan bij Wmo).

Kernwaarden: ƒ Inwoners kunnen hun verhaal vertellen en wij luisteren. ƒ We kijken wat iemand zelf kan. ƒ We spreken mensen aan op hun eigen verantwoordelijkheid om problemen het hoofd te bieden, wanneer ze daartoe in staat zijn.

2.2.2 Doel en procedure gesprek [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021] Het doel van het gesprek is om een goed beeld te krijgen van uw persoonlijke situatie en het effect dat u wilt bereiken. Heeft u een persoonlijk plan gemaakt? Dan betrekt de medewerker dit bij het gesprek. Als u wilt, kan er iemand bij het gesprek zijn (bijvoorbeeld een familielid/ mantelzorger/ onafhankelijk cliëntondersteuner).

2.1 Melding ondersteuningsvraag 2.1.1. Indienen ondersteuningsvraag bij de gemeente [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021] Heeft u ondersteuning nodig? Meldt u zich dan bij de gemeente. U, of een persoon namens u, kan deze melding op de volgende manieren doen:

ƒ Digitaal, via e-mail: info@geertruidenberg.nl ƒ Telefonisch, via telefoonnummer: 140162. ƒ Schriftelijk, via het postadres: Postbus 10.001, 4940 GA Raamsdonksveer.

2.1.2 Doel en procedure [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021] Het doel van de melding is dat wij uw ondersteuningsvraag onderzoeken. De medewerker van de gemeente maakt samen met u de vraag helder en spreekt af hoe het verder gaat. 2.1.3 Gegevens Wij verzamelen de gegevens over uw situatie die nodig zijn voor het gesprek. Gaat het om gegevens die wij niet zelf hebben? Dan vragen wij u om die gegevens binnen een redelijke termijn te leveren.

2.2 Gesprek na de melding 2.2.1 Uitnodiging voor gesprek [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021] Meldt u zich met een ondersteuningsvraag? Dan krijgt u een uitnodiging voor een gesprek met een medewerker. Het gesprek vindt eventueel via de telefoon plaats, naar inschatting van de medewerker en met uw instemming.

2.2.3 Inhoud gesprek [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021] 1. De medewerker bespreekt met u welk effect u wilt bereiken. In het gesprek tussen de medewerker, u en, waar mogelijk, de mantelzorger, familie of iemand uit het sociaal netwerk onderzoekt de medewerker: a. Uw ondersteuningsvraag: wat is er nodig en wat is uw behoefte? b. Uw persoonlijke situatie: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect? c. Uw mogelijkheden: (hoe) draagt u zelf bij aan de oplossing van de vraag om steun? d. Uw omgeving: wie zijn belangrijk voor u? Wie denkt of helpt mee bij de ondersteuningsvraag? Hoe kunnen zij bijdragen aan het gewenste effect? e. Anderen: zijn er andere partijen of organisaties die bijdragen aan het bereiken van het gewenste effect? 2. De medewerker informeert u over mogelijkheden om uw ondersteuningsvraag te beantwoorden. 2.2.4 Gespreksverslag [Wmo] 1. Binnen zes weken na uw melding krijgt u een verslag met uitkomsten van het onderzoek. 2. Heeft de medewerker meer informatie nodig voor het gespreksverslag? Kan het verslag daarom niet binnen de termijn van zes weken worden toegestuurd? Dan krijgt u hierover bericht. 3. Uit het gespreksverslag blijkt welk effect u wilt bereiken en hoe dat kan worden gerealiseerd. Heeft u ondersteuning-op-maat nodig? Dan staat in het verslag om welke voorziening het gaat en voor welke doelen deze wordt ingezet.

7

4. Bent u het niet eens met het gespreksverslag? Geeft u dat dan daarop aan en teken het verslag voor gezien. Wij nemen uw opmerkingen mee in de behandeling van de aanvraag. 5. Wilt u ondersteuning-op-maat van de gemeente? Onderteken dan het verslag en stuur het naar de gemeente. Wij zien het ondertekende gespreksverslag dan als een aanvraag.

2.3 Aanvraag 2.3.1 Aanvraag [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs] Na de melding en het gesprek met de medewerker, kunt u een aanvraag indienen. Dat kan schriftelijk door het tekenen van het aanvraagformulier, gespreksverslag, ondersteuningsplan of het indicatieadvies. Stuur dit dan terug naar de gemeente. 2.3.2 Aanvraag voor ondersteuning-op-maat [Wmo] 1. Vraagt u ondersteuning-op-maat? Dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden: a. Ondersteuning is noodzakelijk om uw vraag te beantwoorden. b. U bent niet in staat om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. Ook niet met gebruikelijke hulp van huisgenoten, mantelzorg of hulp vanuit het sociale netwerk, met algemeen gebruikelijke voorzieningen of met behulp van andere voorzieningen of organisaties. c. De ondersteuning past bij het gewenste effect en uw persoonlijke situatie. 2. Bij sommige vormen van ondersteuning-op-maat gelden in de wet of in deze verordening extra voorwaarden. 3. De ondersteuning-op-maat is voldoende in inzet en van kwaliteit om het gewenste effect te bereiken. 4. De ondersteuning-op-maat is niet duurder dan noodzakelijk en duurt niet langer dan noodzakelijk is. Wij kiezen voor de goedkoopste voorziening om het gewenste effect te bereiken. 5. Met periodiek onderzoek beoordelen we of de ondersteuning-op-maat nog passend is.

Tussentijdse veranderingen in uw situatie en/of beleid hebben kunnen van invloed zijn op de ondersteuning. 6. Heeft u een levenslange beperking of aandoening en is er geen zicht op verbetering? Dan kijken we of ondersteuning-op-maat voor onbepaalde tijd passend is. 7. Wij geven alleen ondersteuning-op-maat, als dat nodig en passend is. U krijgt geen ondersteuning als: a. Er een andere wettelijke regeling of voorziening is voor de problemen die aanleiding geven voor de noodzaak tot ondersteuning. b. De voorziening algemeen gebruikelijk is. c. De voorziening niet de goedkoopst adequate

voorziening is. Het uitgangspunt is dat de goedkoopste voorziening wordt verstrekt als er meer dan één voorziening kan worden aangemerkt als ondersteuning bij uw beperkingen. d. U uw problemen zelf of met hulp van uw omgeving kan oplossen of verminderen door uw dagelijks leven anders te organiseren, bijvoorbeeld bij huishoudelijke taken. e. U de voorziening al heeft gerealiseerd of heeft gekocht voordat u zich bij de gemeente meldde voor hulp óf nadat u zich bij de gemeente meldde voor hulp, maar vóórdat er een besluit is genomen. Dit geldt niet als de gemeente hiervoor toestemming gaf of als we achteraf de noodzaak nog kunnen vaststellen. f. Het om vervanging gaat van een voorziening die u van ons kreeg en die technisch nog niet is afgeschreven. Een vervangende voorziening is mogelijk, als: - De eerder gegeven voorziening onbruikbaar is en dat komt niet door uw toedoen. - U geheel of gedeeltelijk tegemoetkomt in de veroorzaakte kosten. g. De voorziening niet noodzakelijk was wanneer u rekening had gehouden met de aard, omvang en ontwikkeling van uw beperkingen. h. De voorziening een therapeutisch doel heeft. i. De voorziening niet grotendeels voor u is j. U onvoldoende meewerkt, waardoor wij niet kunnen vaststellen of de voorziening noodzakelijk is of waardoor u het doel niet kunt bereiken. k. U geen inwoner bent van de gemeente Geertruidenberg.

2.3.3 Eigen kracht en gebruikelijke hulp [Wmo] 1. U komt in aanmerking voor ondersteuning-op-maat als u op eigen kracht geen oplossing kunt vinden voor uw ondersteuningsvraag. 2. Met eigen kracht bedoelen we datgene wat we in alle redelijkheid van u mogen vragen om tot een verbetering van zelfredzaamheid en het meedoen in de samenleving te komen, of om een oplossing te vinden voor uw behoefte aan beschermd wonen en opvang, en om op die manier ondersteuning-op-maat te voorkomen. 3. De grenzen van redelijkheid worden bepaald door (het ontstaan van) overbelasting en (het ontstaan van) financiële problemen. 4. Kan uw ondersteuningsvraag met gebruikelijke hulp opgelost worden? Dan krijgt u geen ondersteuningop-maat. Gebruikelijke hulp is hulp die u naar algemeen aanvaardbare opvattingen in redelijkheid mag verwachten van uw partner, echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere huisgenoten. Bij de beoordeling hiervan houden we, voor zover daartoe aanleiding is, rekening met: a. De samenstelling van de leefeenheid van u en uw huisgenoot of huisgenoten. 8

b. De aard van de relatie tussen u en uw huisgenoten. c. De aard, omvang en de complexiteit van uw ondersteuningsbehoefte. d. De beschikbaarheid en praktische, lichamelijke en geestelijke mogelijkheden van uw huisgenoot of huisgenoten om u te ondersteunen bij zelfredzaamheid en het meedoen in de samenleving. e. Hoeveel en welke steun u kreeg van uw huisgenoot of huisgenoten op het gebied van zelfredzaamheid en het meedoen in de samenleving, voorafgaand aan de melding. f. Andere belangrijke omstandigheden van uw huisgenoot of huisgenoten die invloed kunnen hebben op de mogelijkheid om u hulp te bieden bij zelfredzaamheid en het meedoen in de samenleving. 2.3.4 Advisering [Wmo, Awb, PW] De medewerker die een melding of aanvraag behandelt heeft de nodige kennis en deskundigheid om deze te behandelen. Heeft de medewerker die kennis niet? Dan zorgen wij voor een onafhankelijke deskundige die met de juiste kennis een advies uitbrengt. De onafhankelijk deskundige heeft bijvoorbeeld sociaal-medische kennis op het niveau van een arts, ergonomische kennis, bouwkundige/technische kennis of gedragswetenschappelijke kennis. Dit hangt af van de eisen aan het onderzoek. Dit deskundig oordeel betrekken we bij de beoordeling van uw aanvraag. We laten u weten welke deskundigheid er op welk moment nodig is en welke we inzetten. 2.3.5 Beoordelen aanvraag [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb] 1.

Bij het beoordelen van de aanvraag gebruiken wij alle belangrijke gegevens. Bijvoorbeeld gegevens over: a. Uw behoeften en ondersteuningsvraag. b. Uw persoonlijke situatie. c. Uw omgeving (sociaal netwerk). d. Uw (on)mogelijkheden. e. De (on)mogelijkheden van uw omgeving (sociaal netwerk). f. De mogelijkheden van andere organisaties en de gemeente. 2. Om te bepalen of u ondersteuning krijgt, bekijken wij de volgende onderdelen: a. Wij stellen vast wat precies uw vraag is en welk effect u wilt bereiken. b. Wij onderzoeken wat u zelf kunt doen aan het oplossen van uw ondersteuningsvraag (eigen kracht). Eventueel met gebruikelijke hulp, mantelzorg, of hulp van anderen uit het sociale netwerk, met algemeen gebruikelijke voorzieningen of met behulp van andere voorzieningen of organisaties.

c. Wij bepalen welke aanvullende ondersteuning nog nodig is voor uw ondersteuningsvraag en om het gewenste effect te bereiken. 2.3.6 Beslistermijn [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Awb] 1. Wij beslissen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen de wettelijke termijn. Gaat het om een Wmoaanvraag? Dan beslissen wij binnen twee weken na ontvangst van het ondertekende gespreksverslag (de aanvraag). 2. De beslistermijn kunnen we schriftelijk opschorten als we niet genoeg gegevens hebben. Wij vragen u dan opnieuw om de ontbrekende gegevens aan te leveren. Dit heet een hersteltermijn. 3. De beslistermijn kunnen wij schriftelijk verlengen als wij meer tijd nodig hebben. Dan stellen wij een nieuwe redelijk termijn voor het nemen van de beslissing. 4. Besluiten wij niet binnen de wettelijke termijn? Dan stellen wij een nieuwe termijn vast waarbinnen we besluiten.

2.4 Beslissing 2.4.1 Inhoud besluit [Wmo, PW, IOAW, IOAZ, Wgs, Wi2021] 1. U krijgt een brief met het besluit. U weet dan of u wel of geen ondersteuning krijgt. Krijgt u ondersteuning? In het besluit staat om welke ondersteuning het gaat. Bijvoorbeeld ondersteuning in natura, een persoonsgebonden budget (pgb), geld of een andere vorm van ondersteuning. De voorwaarden en verplichtingen voor ondersteuning staan ook in het besluit. 2. Krijgt u geen ondersteuning? Dan staat in het besluit waarom dit zo is. 3. In het besluit staat ook welke eventuele bijdrage in de kosten we van u verwachten. 4. Bent u het niet eens met het besluit? In de brief staat wat u dan kunt doen. 2.4.2 Buiten behandeling stellen [Awb] Voldoet uw aanvraag niet aan de gestelde voorwaarden en heeft u de hersteltermijn niet gebruikt (artikel 4:5 van de Awb)? Dan stellen we uw aanvraag buiten behandeling. 2.4.3 Verval van recht [Wmo] Het recht op ondersteuning vervalt als u niet binnen zes maanden na het besluit begint met het gebruiken van de ondersteuning. Dit gebeurt niet als u dit op tijd meldt en als het u niet te verwijten valt. Deze voorwaarde staat ook in het besluit.

9

2.5 Uitzonderingen 2.5.1 Spoedeisende gevallen [Wmo] 1. Bij een spoedeisend geval krijgt u de (tijdelijke) ondersteuning die nodig is, zonder de normale procedure. 2. Het is een spoedeisend geval als de uitkomst van de normale procedure niet afgewacht kan worden.

2.6 Melding hulpvraag Jeugd

Deze paragraaf gaat over jeugdhulpvragen. Voor jeugd­­ hulpvragen moet de ouder en/of jeugdige bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) zijn. Het CJG is de organisatie die voor de gemeente zorgt voor de jeugdhulp. 2.6.1 Indienen hulpvraag bij het CJG [Jeugdwet] Heeft een jeugdige en/of hebben ouders/verzorgers hulp nodig? Dan kunnen ze zich bij het CJG melden. 2.6.2 Gegevens [Jeugdwet] Wij verzamelen alle gegevens over uw situatie, die nodig zijn voor het gesprek. Zijn er gegevens die ont­ breken? Dan vragen wij u om die binnen een redelijke termijn te geven.

2.7 Aanvraag en gesprek na aanvraag 2.7.1 Eerste brede uitvraag [Jeugdwet] Heeft u zich gemeld? Dan bellen we u om een goed beeld te krijgen. Wat is het effect dat u wilt bereiken en wat is uw persoonlijke situatie? Daarna kunnen we een intakegesprek plannen. 2.7.2 Uitnodiging voor (intake)gesprek [Jeugdwet] Na melding bij het CJG kunt u een uitnodiging krijgen voor een gesprek met een professional. In die uitnodiging staat waar en wanneer het gesprek is, wie hierbij mag aansluiten en waarover het gesprek gaat. U kunt gratis hulp van een onafhankelijk cliëntondersteuner krijgen, als u dat wilt. 2.7.3 Aanvraag [Jeugdwet] Na de melding en het eerste telefonisch gesprek met de professional, kunt u een aanvraag doen. Dat kan schriftelijk door het aanvraagformulier in te vullen, te ondertekenen en terug te sturen naar het CJG. Of door dit samen in te vullen tijdens het intakegesprek met de professional.

2.7.4 Inhoud gesprek en onderzoek [Jeugdwet] 1. De professional bespreekt welk effect u wil bereiken. We bespreken: a. Uw ondersteuningsvraag: wat is er nodig? Welke behoefte heeft u? b. Uw persoonlijke situatie: hoe ziet die eruit en wat betekent dit voor het gewenste effect? c. Uw eigen mogelijkheden (eigen kracht): wat kunt u zelf bijdragen aan de oplossing van uw hulpvraag? d. Uw omgeving: wie willen meedenken of helpen mee bij de ondersteuningsvraag? Hoe kunnen zij bijdragen aan het effect? e. Andere partijen of organisaties die kunnen bijdragen aan het bereiken van het effect? 2. De professional informeert u over de mogelijkheden om uw ondersteuningsvraag te beantwoorden. U krijgt informatie over mogelijkheden van een persoonsgebonden budget (pgb). De professional betrekt dit bij het onderzoek naar uw vraag. 3. We vragen u om een identificatiedocument van de jeugdige (artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht). 4. U geeft aan het CJG alle gegevens en informatie die nodig zijn voor het onderzoek. 2.7.5 Eigen kracht [Jeugdwet] 1. U komt pas in aanmerking voor een individuele voorziening als u zelf geen oplossing kunt vinden voor uw ondersteuningsvraag binnen uw eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen (eigen kracht). Hieronder verstaan wij: a. Gebruikelijke hulp van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. b.

Bovengebruikelijke hulp van ouders, voor zover zij beschikbaar en in staat zijn de noodzakelijke hulp te bieden, als dit geen (dreigende) overbelasting geeft en als hierdoor geen grote problemen in het gezin ontstaan. c. Ondersteuning vanuit het sociale netwerk. 2. Gebruikelijke hulp is hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in redelijkheid mag worden verwacht van ouders en/of andere verzorgers of opvoeders. Zij zijn namelijk verplicht om minderjarige jeugdigen behorende tot hun gezin, te verzorgen, op te voeden, te begeleiden en toezicht op hen te houden. Dit geldt ook als de jeugdige een ziekte, aandoening, beperking of ander problematiek heeft. Bij uitval van één van de ouders neemt de andere ouder de gebruikelijke hulp over. Dit geldt ook bij gescheiden ouders. We houden ook rekening met gebruikelijke hulp van de ouder waar de jeugdige niet woont. 3. Om vast te stellen of er sprake van gebruikelijke hulp is, beoordelen wij of de benodigde hulp uitgaat boven de hulp die een jeugdige van dezelfde leeftijd zonder ziekte, aandoening, beperking of andere problematiek nodig heeft. 10

Wij houden daarbij rekening met: a. De leeftijd van de jeugdige. b. De mate van zorg bij activiteiten en handelingen, de mate van toezicht en de mate van begeleiding/ stimulans die een jeugdige van die leeftijd nodig heeft. c. De aard en de duur van de hulp en de nodige ondersteuning van de jeugdige. d. De mate van planbaarheid van de hulp. e. De behoeften en mogelijkheden van de jeugdige. We kunnen hier uitvoeringsregels over opstellen. 4. Als er sprake is van gebruikelijke hulp, geven wij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. Een (tijdelijke) uitzondering kan er zijn als de ouders door (dreigende) overbelasting de gebruikelijke hulp niet kunnen geven. Er moet een verband zijn tussen de (dreigende) overbelasting en de hulp aan de jeugdige. 5. Gaat het om hulp die de gebruikelijke hulp overstijgt, zijn de ouders in eerste instantie nog steeds verantwoordelijk voor het bieden van deze bovengebruikelijke hulp. Wij beoordelen of we van ouders mogen verwachten dat ze deze hulp geven (lid 1). 6. Bij de beoordeling bij bovengebruikelijke hulp houden wij rekening met: a. De aard en de duur van de hulp en de benodigde ondersteuningsintensiteit van de jeugdige. b. De mate van planbaarheid van de hulp. c. Zijn ouders in staat om zelf hulp te bieden. d. Hoe gaan ouders om met de problemen van de jongere. e. Welke verplichtingen hebben de ouders. f.

Het belang van ouders om inkomen uit arbeid te krijgen en het eventueel ontstaan van financiële problemen. g. De woonsituatie. h. De samenstelling van het gezin en de relatie tussen de gezinsleden. i. Is er een sociaal netwerk? Wat zijn mogelijkheden en bereidheid van het sociaal netwerk om de jeugdige of de ouders te ondersteunen. j. Andere persoonlijke omstandigheden van de jeugdige en ouders. Als a t/m j niet tot problemen leiden bij het verlenen van hulp door de ouders, krijgen zij geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 7. Als ouders een beroep kunnen doen op het sociale netwerk voor ondersteuning bij de nodige hulp aan de jeugdige dan verwachten wij van hen dat ze hier gebruik van maken. De ondersteuning van het sociale netwerk valt onder eigen kracht. Wij verstrekken hiervoor geen individuele voorziening tot jeugdhulp. 8. Als de jeugdige en/of de ouders een aanvullende zorgverzekering hebben die de hulp (deels) vergoedt, dan verwachten wij van ouders dat zij deze aanspreken. Wij verstrekken dan geen individuele voorziening tot jeugdhulp of alleen een aanvullende voorziening voor het deel dat niet vergoed wordt.

2.7.6 Ondersteuningsplan [Jeugdwet] 1. Na het onderzoek maakt de professional een ondersteuningsplan. In het plan staat de onderbouwing van het onderzoek, of ondersteuningop-maat wel of niet nodig is, om welke ondersteuning-op-maat het gaat en wat de gewenste effecten zijn. 2. Tegen een ondersteuningsplan is het niet mogelijk om bezwaar te maken. Bent u het niet eens met het ondersteuningsplan? Geef dit dan bij ons aan. Eventuele opmerkingen komen als bijlage bij het ondersteuningsplan. 2.7.7 D  eskundig onderzoek, deskundige toeleiding en beoordeling [Jeugdwet] 1. Bij een aanvraag voor jeugdhulp zetten we voor het onderzoek de benodigde specifieke deskundigheid in. We zorgen ervoor dat de deskundigheid bekend is bij de aanvrager. Het onderzoek vindt plaats door of onder verantwoordelijkheid van SKJ- of BIGgeregistreerde professionals. Als dat nodig is, vragen we extern (medisch) advies. 2. De uitvoeringstaken in het kader van de Jeugdwet zijn extern belegd. De besluiten op aanvragen voor jeugdhulp zijn gemandateerd. In deze gevallen zorgen we ervoor dat er geen rolvermenging is bij advisering, gemandateerde besluitvorming en levering van individuele voorzieningen door deze partijen. 3. Wat hierboven staat geldt ook voor heronderzoek (artikel 8.1.3 van de Jeugdwet). 2.7.8 Beslistermijn [Awb, Jeugdwet] 1.

Wij beslissen zo snel mogelijk, maar in ieder geval binnen acht weken nadat we de aanvraag ontvangen. 2. De beslistermijn schorten we soms schriftelijk op als u onvoldoende gegevens heeft verstrekt. Wij vragen u dan opnieuw om die ontbrekende gegevens binnen een redelijke termijn te verstrekken. 3. De beslistermijn kan verlengd worden als wij meer tijd nodig hebben voor het onderzoek naar uw ondersteuningsvraag. 4. Besluiten we niet binnen de vastgestelde termijn? Dan stellen wij een nieuwe redelijke termijn vast waarbinnen we een besluit nemen.

11

2.8 Beslissing 2.8.1 Inhoud besluit [Jeugdwet] 1. U krijgt een brief met ons besluit. Zo weet u of er wel of geen ondersteuning-op-maat wordt toegekend. Krijgt u ondersteuning-op-maat? Dan staat in de brief of de ondersteuning in natura of in de vorm van een pgb wordt gegeven. 2. Krijgt u ondersteuning in natura? Dan staat in het besluit in ieder geval: a. Wat de ondersteuning inhoudt en waarvoor deze bedoeld is (gewenst effect en doelen). b. wanneer de ondersteuning ingaat en hoelang deze duurt. c. Hoe (en eventueel door wie) de ondersteuning wordt gegeven. d. Welke voorwaarden en verplichtingen gelden voor ondersteuning. 3. Krijgt u een pgb? Dan staat in het besluit in ieder geval: a. Waarvoor het pgb bedoeld is (gewenst effect en doelen). b. Welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb. c. Hoe hoog het pgb is en waarom het deze hoogte heeft. d. Wanneer het pgb ingaat en eindigt. e. Hoe de besteding van het pgb verantwoord wordt. f. Welke voorwaarden en verplichtingen gelden voor het pgb. 4. Krijgt u geen ondersteuning-op-maat? Dan staat in het besluit een toelichting waarom dit zo is. 5. In het besluit staat wat u kunt doen in het geval dat u het niet eens bent met het besluit.

2.8.2 Buiten behandeling stellen [Awb] Wij kunnen een aanvraag buiten behandeling stellen wanneer de aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden en u de hersteltermijn niet benut heeft (artikel 4:5, eerste lid, onder a, van de Awb). 2.8.3 Uitzonderingen [Jeugdwet] Jeugdhulp via huisarts, medisch specialist of jeugdarts 1. Wij zorgen dat u ook ondersteuning-op-maat krijgt bij doorverwijzing naar een aanbieder door huisarts, jeugdarts, medisch specialist of Gecertificeerde Instelling (GI). 2. Wij maken afspraken met huisartsen, jeugdartsen, medisch specialisten, GI’s en zorgverzekeraars over deze doorverwijzingen. 2.8.4 Spoedeisende gevallen [Jeugdwet] 1. In spoedeisende gevallen zorgen wij ervoor dat u de nodige ondersteuning-op-maat krijgt die nodig is, zonder de normale procedure te volgen. Het kan dan gaan om de volgende ondersteuning: a. Het bieden van ondersteuning en zorg aan ouders en hun kinderen. b. Het vragen van een machtiging aan de kinderrechter voor gesloten jeugdhulp. 2. Een geval is spoedeisend als de normale procedure voor een aanvraag om ondersteuning niet afgewacht kan worden.

12

Hoofdstuk 3. Werk en Participatie Wij vinden het belangrijk dat u duurzaam en passend werk vindt. Dat u zo goed mogelijk meedoet in de samenleving, het liefst in een gewone betaalde baan. Heeft u een arbeidsbeperking? Dan ondersteunen wij u bij het krijgen en behouden van werk. Is betaald werk voor u (nog) niet haalbaar? Dan kijken we hoe u wel kunt meedoen in de samenleving. Bijvoorbeeld met zogenaamde voorzieningen. Welke dat zijn, staat in dit hoofdstuk. Het hoofdstuk gaat ook over de tegenprestatie die wij van u kunnen vragen. Verder gaat het over meedoen aan activiteiten in de samenleving als u een beperking heeft. Meedoen is niet alleen een verantwoordelijkheid van de inwoner zelf of van de gemeente, maar ook van de samenleving (omkijken naar elkaar). Kernwaarden ƒ Wij helpen u zo goed mogelijk om duurzaam en passend werk te vinden. Als betaald werk (nog) niet mogelijk is, onderzoeken we met u of er andere activiteiten zijn die u kunt doen. Bijvoorbeeld werken aan uw persoonlijke ontwikkeling of activiteiten die bijdragen aan de samenleving, zodat u stappen zet naar betaald werk. ƒ Betaald werk gaat voor onbetaald werk en een uitkering. ƒ Wij zorgen voor kwetsbare inwoners. ƒ Als betaald werk niet lukt, kijken we samen wat wel kan voor een zinvolle dagbesteding. ƒ Wij kiezen een zo duurzaam mogelijke oplossing.

3.1 Doelgroep

[PW, IOAW, IOAZ] Wij ondersteunen u op weg naar werk als u voldoet aan één van de volgende voorwaarden: a. Met een gemeentelijke uitkering niet zelf de weg naar werk vindt, of met de hulp van het sociale netwerk, uitzendbureaus of andere organisaties. b. Geen hulp kunt krijgen van andere instanties, zoals UWV, SVB of werkgevers. Per situatie beoordelen wij welke vorm van ondersteuning mogelijk is. c. Jonger bent dan 27 jaar, geen werk heeft, en geen mbo-diploma vanaf niveau 2, havo of vwodiploma. Wij helpen u bij het vinden van een passende opleiding of passend werk, of leiden u naar hulpverlening of zorg.

b. Wij beoordelen of ondersteuning nodig is. c. Het doel van de ondersteuning is altijd krijgen van betaald werk. d. U schrijft zich in als werkzoekende bij het UWV. 2. De voorzieningen die wij niet inzetten voor de niet-uitkeringsgerechtigde staan in de artikelen 3.4.1 (detachering), 3.4.5 (participatieplaats) en 3.4.8 (incidentele loonkostensubsidie). 3. De voorziening in artikel 3.4.1 zetten we soms in. Bijvoorbeeld als u jonger bent dan 27 jaar, geen onderwijs kunt volgen waarvoor u studiefinanciering kunt krijgen en eerder onderstaand onderwijs volgde: a. Praktijkonderwijs (artikel 10f van de Wet op het voortgezet onderwijs). b. Voortgezet speciaal onderwijs (artikel 2 van de Wet op de expertisecentra). c. Entreeopleiding (artikel 7.2.2., eerste lid, onder a, van de Wet educatie en beroepsonderwijs). 4. U krijgt geen ondersteuning als er een voorziening is, die voldoende bijdraagt aan uw re-integratie.

3.2 Samenwerking

[PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij werken samen met UWV, regiogemeenten en andere organisaties om u te ondersteunen bij het vinden van passend en duurzaam werk. 2. Wij ondersteunen werkgevers als zij inwoners in deze doelgroep werk aanbieden.

3.3 Budget

[PW, IOAW, IOAZ] Niet alle vormen van ondersteuning zijn onbeperkt beschikbaar. Als we een voorziening niet meer kunnen inzetten, kunnen we tijdelijk een andere voorziening aanbieden.

3.1.1 Niet-uitkeringsgerechtigde 1. Bij uw re-integratie als niet-uitkeringsgerechtigde geldt: a. U bent minimaal twintig uur per week beschikbaar voor werk. 13

3.4 Voorzieningen – werk

[PW, IOAW, IOAZ] 1. U krijgt ondersteuning die is afgestemd op uw positie op de arbeidsmarkt. 2. U krijgt ondersteuning in de vorm van voorzieningen. Het doel is vinden of behouden van passend werk. Heeft u kans op betaald werk? Dan maken we gebruik van: a. Detachering; b. Proefplaatsing; c. Werkstage; d. Sociale activering; e. Participatieplaats; f. Beschut werk; g. Persoonlijke ondersteuning bij werk, te weten: - Interne werkbegeleiding; - Jobcoaching; h. Incidentele loonkostensubsidie; i. Structurele loonkostensubsidie; j. Scholing. 3. Wij beoordelen per persoon of een voorziening zinvol is. Is dit het geval? Dan kijken wij welke voorziening en voor hoe lang. We kijken naar uw omstandigheden, eventuele beperkingen, zorg voor kinderen tot vijf jaar, mantelzorg, wettelijke verplichtingen en beschikbaarheid van voldoende budget. Het college kan hiervoor uitvoeringsregels vaststellen. 3.4.1 Detachering [PW, IOAW, IOAZ] 1. U kunt via een andere organisatie werken bij een werkgever. Dit heet detachering. Die detachering staat in een overeenkomst tussen u, ons, de werkgever en de andere organisatie. 2. Het doel van detachering is om u na afloop betaald werk aan te bieden onder dezelfde voorwaarden als aan een werknemer die in dienst is van de werkgever. 3. Alle voorwaarden voor detachering staan in de uitvoeringsregels. 3.4.2 Proefplaatsing [PW, IOAW, IOAZ] 1.

U kunt op proef tijdelijk en met behoud van uitkering werken bij een werkgever. 2. Het doel van de proefplaatsing is dat werkgevers een beeld krijgen van uw geschiktheid voor het werk en om uw kans op werk te vergroten. 3. Een voorwaarde is dat de proefplaatsing leidt tot een dienstverband van minimaal zes maanden, als u geschikt bent voor het werk. Bij bijzondere omstandigheden wijken we hier soms van af. 4. De proefplaatsing is zo kort mogelijk en niet langer dan nodig is. Dit kan voor twee maanden, met een mogelijke verlenging van maximaal vier maanden. 5. Alle voorwaarden voor de proefplaatsing staan in de uitvoeringsregels.

3.4.3 Werkstage [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij kunnen u een werkstage aanbieden. Een werkstage leggen we vast in een overeenkomst tussen u, ons en de werkgever. 2. Het werk is vooral gericht op uw ontwikkeling en minder op productieve arbeid. 3. Tijdens de werkstage moet de werkgever u goed begeleiden. De werkgever zorgt ervoor dat u meer vaardigheden of kennis opdoet van het vakgebied. 4. Alle voorwaarden voor de werkstage staan in de uitvoeringsregels. 3.4.4 Sociale activering [PW, IOAW, IOAZ] 1. Soms verwijzen we naar zinvolle activiteiten als een eerste stap naar betaald werk. Dit heet sociale activering. Een activeringsplaats kan zo’n activiteit zijn. 2. Wij houden rekening met uw mogelijkheden en capaciteiten. 3. Sociale activering is er om u te helpen problemen te overwinnen, op weg naar betaald werk. 4. Het doel van sociale activering is uw sociaal isolement te doorbreken, het (verder) ontwikkelen van sociale vaardigheden en/of ervaring op te doen met werkritme. 5. Alle voorwaarden voor sociale activering staan in de uitvoeringsregels. 3.4.5 Participatieplaats [PW, IOAW, IOAZ] 1. Heeft u een uitkering, bent u 27 jaar of ouder en heeft u weinig kans op betaald werk? Dan is een participatieplaats misschien iets voor u. Een participatieplaats is te combineren met scholing, opleiding en/of andere activiteiten voor uitstroom naar betaald werk.

De participatieplaats staat in een overeenkomst tussen u, de gemeente en de werkgever. 2. Het doel van een participatieplaats is om uw kans op betaald werk te vergroten. U werkt met behoud van uitkering op een bepaalde werkplek. Zo doet u werkervaring op. Het werk moet passend zijn. Scholing of opleiding krijgt u als u dit werk minimaal zes maanden doet en als u geen startkwalificatie heeft. Scholing of opleiding vergroot uw kans op werk. 3. Na elke zes maanden kunt u een premie krijgen van € 100. Een voorwaarde voor de premie is dat u voldoende meewerkt aan uw grotere kans op werk. Uw inzet moet meer zijn dan vier uur per week. Wij beoordelen dit.

14

3.4.6 Beschut werk [PW] 1. Kunt u alleen werken als het werk en de werkplek zijn aangepast aan uw mogelijkheden? Is dit door het UWV vastgesteld? Dan bieden we u een beschutte werkplek. Hierbij gelden de voorwaarden van de Participatiewet. 2. Wij zetten ons in voor het aantal beschutte werkplekken, die we volgens de Rijksoverheid jaarlijks moeten aanbieden. 3. Wij maken een wachtlijst als het verplicht aantal beschutte werkplekken voor dat jaar vol is. De eerst geplaatste van de wachtlijst krijgt voorrang. 4. Wij hebben voorzieningen zodat u beschut kan werken: a. Aanpassing van de werkplek of de werkomgeving. b. Uitsplitsing van taken. c. Aanpassingen in het werktempo, de arbeidsduur of de werkbegeleiding. 5. Komt u in aanmerking voor beschut werk? Dan kunnen wij u voorafgaand, een voorziening bieden, zoals sociale activering. Dit maakt de stap naar beschut werk makkelijker. 6. Alle voorwaarden voor de inzet van beschut werk staan in de uitvoeringsregels. 3.4.7 Persoonlijke begeleiding bij werk [PW, IOAW, IOAZ] U kunt persoonlijke ondersteuning krijgen om u te helpen uw werk goed te doen. In artikel 3.4.13 staat hoe en wanneer wij dit aanbieden. 3.4.8 Incidentele loonkostensubsidie [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 1. Neemt een werkgever u in dienst? Dan kan deze een eenmalige loonkostencompensatie/subsidie krijgen. 2. Zo stimuleert de gemeente werkgevers om inwoners in dienst te nemen.

De subsidie is voor extra kosten die werkgevers maken voor het begeleiden van inwoners. 3. In de uitvoeringsregels staan de voorwaarden en kosten die we voor de werkgever compenseren, hoe we deze berekenen en betalen. 3.4.9 Scholing [PW, IOAW, IOAZ] 1. U kunt zo nodig scholing krijgen om de stap naar duurzaam en passend werk te maken. U bent dan niet jonger dan 27 jaar en kunt geen studiefinanciering krijgen. 2. De scholing moet leiden tot een erkend diploma of certificaat. 3. Wij bepalen de vorm en de duur van de scholing. De scholing past bij uw mogelijkheden en positie op de arbeidsmarkt. Wij kijken ook of het beroep waarvoor u leert een goed toekomstperspectief heeft. 4. Alle voorwaarden voor de inzet van scholing staan in de uitvoeringsregels.

3.4.10 Verdringing Een voorwaarde voor elke ondersteuning-op-maat is dat werk geen andere werknemers bij dezelfde werkgever verdringt en ook geen oneerlijke concurrentie betekent voor andere organisaties. Dit geldt bij de proefplaatsing, werkstage, incidentele loonkostensubsidie en sociale activering. 3.4.11 Nazorg [PW, IOAW, IOAZ] Gaat u aan het werk en stopt uw uitkering? Dan nemen wij na drie maanden contact met u op. Wij kijken samen of u nog ondersteuning nodig heeft om aan het werk te blijven. 3.4.12 Ondersteuning bij leer-werktraject [PW, IOAW, IOAZ] 1. Bent u tussen de zestien en 27 jaar en dreigt u uit te vallen op school? Wij kunnen dan ondersteuning bieden met een leer-werktraject om alsnog een startkwalificatie te halen (artikel 10f van de Participatiewet). 2. De duur van de begeleiding is niet langer dan de duur van het leer-werktraject. Tijdens dit traject zijn er tussentijdse evaluaties. We kijken dan of begeleiding nog nodig is. 3.4.13 Bijzondere bepalingen als u een arbeidsbeperking heeft [PW, IOAW, IOAZ, Awb] 3.4.13a Structurele loonkostensubsidie 1. Komt u bij de werkgever in dienst, maar kunt u niet het wettelijk minimumloon verdienen? Wij betalen dan aan de werkgever een wettelijke loonkostensubsidie. De werkgever moet voldoen aan de voorwaarden van de Participatiewet. 2. Zowel u als uw werkgever kunnen hiervoor een aanvraag doen.

Uw werkgever krijgt altijd een schriftelijke bevestiging hiervan en u ook als u zelf de aanvraag heeft gedaan. 3. Het doel van deze subsidie is werkgevers te stimuleren om inwoners met een beperking in dienst te nemen. Werkgevers krijgen een vergoeding voor productieverlies. 4. Om vast te stellen of u in aanmerking komt voor de loonkostensubsidie, bepaalt de gemeente uw loonwaarde op de werkplek. Dit gebeurt met een erkende methode. Dit doen we binnen zestien weken na de aanvraag, behalve als in overleg met de werkgever artikel 10d, lid 5 van de Participatiewet wordt gevolgd. 5. De hoogte van de loonkostensubsidie hangt af van de loonwaarde en is maximaal 70% van het wettelijk minimumloon, inclusief wettelijke vakantietoeslag en vergoeding voor werkgeverslasten. 6. Is de loonwaarde nog niet bepaald? Dan kan de werkgever gedurende maximaal zes maanden loonkostensubsidie krijgen.

15

Dit is maximaal 50% van het wettelijk minimum­ loon, inclusief vakantietoeslag en vergoeding werkgeverslasten. Bij het bepalen van de loonkostensubsidie volgen wij het preferent werkproces. 7. Voorwaarden voor de inzet van structurele loonkostensubsidie staan in de uitvoeringsregels. 3.4.13b Voorwaarden persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen Heeft u een arbeidsbeperking? Dan kunt u recht hebben op persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen. U moet dan voldoen aan de volgende voorwaarden: 1. U bent minimaal achttien jaar oud of u komt van het VSO/PRO-onderwijs. 2. U kunt niet werken zonder deze ondersteuning. 3. De werkgever geeft u werk voor minimaal zes maanden, met een minimale arbeidsduur van twaalf uur per week. 4. Het is geen Arbo-taak, waarvoor de werkgever verantwoordelijk is. Dit zijn taken die uw werkgever heeft om u gezond en veilig te laten werken. 5. Het gaat niet om een meeneembare voorziening in de standaarduitrusting van de werkgever of algemeen gebruikelijk in een organisatie. 6. Het gaat niet om een werkplekaanpassing die we van de werkgever kunnen vragen. 7. De investering/ kosten van de voorziening wegen op tegen de (maatschappelijke) opbrengsten van uitstroom naar werk. 3.4.13c Aanvraagprocedure persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen 1.

U of uw werkgever kunnen een aanvraag doen voor persoonlijke ondersteuning bij werk en andere voorzieningen. Wij gebruiken hiervoor een vast aanvraagformulier. 2. De aanvraag voor persoonlijke ondersteuning bij werk moet binnen zes maanden na de ingangsdatum van de dienstbetrekking binnen zijn. Behalve als vooraf of bij start van het dienstverband de noodzaak voor die ondersteuning nog niet bekend was. 3. U of uw werkgever krijgen een bevestiging van de aanvraag. 4. Wij onderzoeken wat u kan en wat uw behoefte is aan ondersteuning. Dit gebeurt binnen acht weken. 5. Wij kunnen advies vragen aan een deskundige voor een beoordeling. 6. Voordat wij beslissen wat u het beste helpt om te gaan werken, overleggen we met u en, indien nodig, met uw werkgever. 7. Als dat nodig is, werken wij samen met andere organisaties. Zo sluit alle ondersteuning goed op elkaar aan. 3.4.13d Persoonlijke ondersteuning bij werk 1. Wij kunnen u persoonlijke ondersteuning bij werk in natura geven. Bijvoorbeeld door een jobcoach.

Deze is in dienst bij de gemeente of doet dit in opdracht van ons. 2. Uw werkgever kan een vergoeding krijgen voor: a. Jobcoaching door een interne of externe jobcoach. b. Begeleiding door een interne werkbegeleider. 3. Persoonlijke ondersteuning bij werk kan ook bij het verrichten van werkzaamheden, anders dan in dienstverband, zoals bij een proefplaats. 3.4.13e Interne jobcoaching 1. Een interne jobcoach moet voldoen aan kwaliteitseisen: a. Een succesvol afgeronde hbo-opleiding of hbo werk- en denkniveau. b. Een succesvol afgeronde opleidingsmodule voor jobcoach. 2. Bij de interne jobcoach zijn er standaard twee begeleidingsniveaus: licht en midden. Is dit onvoldoende? Dan zetten wij begeleidingsniveau intensief in. Wij sluiten voor de termen licht, midden en intensief aan bij de definitie van het UWV. 3. Wij gebruiken een vast maximaal bedrag bij een arbeidsovereenkomst van 24 uur of meer. Bij een arbeidsovereenkomst van minder dan 24 uur stellen we het bedrag vast naar rato. Dit staat in de uitvoeringsregels. 4. Wij zetten een interne jobcoach in: a. Tijdens de proefplaats. b. Gedurende de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst. 5. Wij verlengen soms de inzet van een jobcoach met zes maanden tot maximaal twee jaar. Wij kijken dan opnieuw naar het begeleidingsniveau. 6.

Verlengen wij de inzet van een jobcoach langer dan twee jaar? Dan geldt vanaf het derde jaar het bedrag in de richtlijn van het UWV, onder ‘jaar 2’. 3.4.13f Externe jobcoaching 1. Een externe jobcoach moet voldoen aan de kwaliteitseis: a. Erkenning door het UWV op grond van het meest actuele ‘Erkenningskader uitvoering persoonlijke ondersteuning UWV’. 2. Bij inzet van de externe jobcoach zijn er standaard twee begeleidingsniveaus: licht en midden. Is dit onvoldoende? Dan zetten wij begeleidingsniveau intensief in. Wij sluiten voor de termen licht, midden en intensief aan bij de definitie van het UWV. 3. Wij zetten een externe jobcoach in: a. Tijdens de proefplaats. b. Gedurende de eerste zes maanden van de arbeidsovereenkomst. 4. Wij verlengen soms de inzet van een jobcoach met zes maanden tot maximaal twee jaar. Wij kijken dan opnieuw naar het begeleidingsniveau. In individuele omstandigheden zetten we jobcoaching langer in.

16

3.4.13g Vergoeding voor jobcoaching 1. Wij kunnen subsidie geven aan de werkgever voor het organiseren van jobcoaching. Dit kan als wordt voldaan aan alle onderstaande voorwaarden: a. Er een coachingsplan is, met een trainings- of inwerkprogramma en begeleiding bij uitvoeren van uw taken. b. De omvang en de kwaliteit van de georganiseerde jobcoaching passend is. c. De continuïteit van de jobcoaching geborgd is. d. De persoon voor wie de subsidie is weet ervan en stemt schriftelijk in met het organiseren van jobcoaching door de werkgever. 2. In de uitvoeringsregels leggen we vast: a. Aan welke eisen het coachingsplan moet voldoen. b. Welke activiteiten een jobcoach moet doen. c. Hoe de continuïteit van de jobcoaching geborgd is. d. Hoe de evaluatie van de jobcoaching plaats vindt. 3.4.13l Interne werkbegeleiding 1. Bent u voor werk aangewezen op begeleiding die de gebruikelijke begeleiding door de werkgever en andere werknemers aanzienlijk te boven gaat? Dan kunnen wij een vergoeding geven aan de werkgever voor meerkosten van interne werkbegeleiding. 2. Wij kunnen de werkgever een training bieden voor een of meer medewerkers. Dit stelt hen in staat om aan personen behoren tot de doelgroep interne werkbegeleiding te bieden. 3. Wij maken uitvoeringsregels voor interne werkbegeleiding. 3.4.13m Specifieke voorwaarden ondersteuning bij vervoer 1.

Kunt u door uw beperking niet zelfstandig naar uw werkplek, proefplaatsing of opleidingslocatie reizen? Dan ondersteunen wij u bij het vervoer. Dit kan in natura of in een vergoeding in geld. 2. Hiervoor gelden voorwaarden: a. U kunt door uw beperking niet zelfstandig reizen of gebruik maken van het openbaar vervoer en. b. Het vervoer is beperkt tot woon-werkverkeer. 3. De hoogte van de vergoeding hangt af van het aantal werkdagen. Wij kijken of ondersteuning bij vervoer noodzakelijk is en of de kosten in verhouding staan tot het effect. 4. Krijgt u een bijdrage van uw werkgever? Dan brengen wij deze in mindering op onze ondersteuning bij vervoer. 5. Wij maken uitvoeringsregels voor vervoer.

3.4.13n Specifieke voorwaarden noodzakelijke intermediaire voorzieningen 1. Wij kunnen een voorziening toekennen voor ver­ vanging of ondersteuning van een door ziekte of gebrek geheel of gedeeltelijk ontbrekende lichaamsfunctie. Dit is een intermediaire voor­ ziening, bijvoorbeeld een doventolk of een voorleeshulp. 2. Wij maken uitvoeringsregels voor intermediaire voorzieningen. 3.4.13o Specifieke voorwaarden meeneembare voorzieningen 1. Wij kunnen een meeneembare voorziening toekennen. Is het voor u noodzakelijk om te werken en is het een toevoeging in de werksfeer? Dan kunt u bijvoorbeeld orthopedische schoenen of een braille leesregel voor blinden/slechtzienden krijgen. 2. U krijgt deze voorziening in bruikleen. In bijzondere gevallen krijgt u deze in eigendom. 3. Wij maken uitvoeringsregels voor meeneembare voorzieningen. 3.4.13p Specifieke voorwaarden vrijlating inkomsten Wij maken uitvoeringsregels voor vrijlating van inkomsten. 3.4.14 Werkplekaanpassing 1. Er is een vergoeding voor de werkgever voor eenmalige noodzakelijke kosten. Dit zijn kosten die hij moet maken zodat u uw werk kunt doen. Uw werkgever moet u dan een arbeidsovereenkomst aanbieden voor minimaal zes maanden. 2. Wij maken uitvoeringsregels voor werkplekaanpassing.

3.4.15 Overige vergoedingen en re-integratie­ voorzieningen Wij kunnen uitvoeringsregels maken over welke voorzieningen nog meer mogelijk zijn en welke vergoedingen wij verstrekken. 3.4.16 Combinatie van voorzieningen Wij kunnen zo nodig meerdere voorzieningen tegelijk voor u inzetten. 3.4.17 Weigering van een voorziening Wij kunnen een voorziening weigeren als u niet voldoet aan één van onderstaande situaties: 1. U niet tot de doelgroep behoort. 2. U onvoldoende meewerkt aan het onderzoek dat nodig is. 3. U een voorziening kunt gebruiken op basis van een andere wettelijke regeling (voorliggende voorziening). 4. Wij vinden dat de voorziening onvoldoende bijdraagt aan het gewenste effect. 5. U niet in aanmerking komt voor de voorziening omdat u niet voldoet aan de voorwaarden.

17

3.5 Tegenprestatie 3.5.1 Doel van de tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij leggen u een tegenprestatie op als u een uitkering krijgt en wij dit een passende manier vinden om iets terug te doen voor de samenleving. 2. Het doel van de tegenprestatie is dat u zich inzet voor de samenleving als reactie op onze inspanningen voor u. 3.5.2 Duur en omvang tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] De tegenprestatie die wij van u verwachten duurt maximaal twaalf dagen per jaar en maximaal zestien uur per week. Dit is om de volgende redenen: 1. De tegenprestatie mag het vinden van betaald werk niet in de weg zitten. 2. De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van werknemers en oneerlijke concurrentie. 3. Het moet gaan om activiteiten die maatschappelijk nuttig zijn, maar waarvoor u geen beloning kunt vragen. 3.5.3 Voorwaarden tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] 1. Bij het opleggen van een tegenprestatie houden wij rekening met uw persoonlijke omstandigheden, zoals gezinssituatie, duur van de werkloosheid, eventuele beperkingen en sociale activering. 2. De invulling van de tegenprestatie staat in de uitvoeringsregels. 3.5.4 Geen tegenprestatie [PW, IOAW, IOAZ] 1. Wij leggen geen tegenprestatie op bij een grote kans op betaalde arbeid. De reden is dat de focus gericht is en blijft op betaalde arbeid. 2. Wij leggen geen tegenprestatie op als u mantelzorg geeft die hiermee niet te combineren is.

3. Wij leggen geen tegenprestatie op als u een reintegratievoorziening gebruikt. De reden is dat de focus gericht is en blijft op re-integratie en betaald werk.

3.6 Kinderopvang sociaal medische indicatie [Wko] 1. Wij kunnen een vergoeding geven voor de kosten van kinderopvang als er sprake is van een sociaal medische indicatie. 2. Alle voorwaarden hiervoor staan in uitvoeringsregels.

3.7 Meedoen in de samenleving

1. Heeft u door een beperking, een psychisch of psychosociaal probleem hulp nodig om mee te doen in de samenleving (participatie)? Voldoet u aan de voorwaarden van artikel 2.3.2 van de Integrale verordening sociaal domein? Dan kunt u op aanvraag ondersteuning-op-maat krijgen. 2. Het uitgangspunt is dat u de ondersteuning langdurig nodig heeft en dat deze een passende bijdrage voor u betekent. Zo bent u in staat om mee te doen in de samenleving en kunt u zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven wonen. 3. Wij maken uitvoeringsregels voor de invulling van de ondersteuning. 3.7.1 Dagbesteding [Wmo] Bent u door een beperking niet in staat de dag goed in te vullen? Dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen voor een zinvolle dagbesteding, waarbij zingeving centraal staat. De activiteiten variëren van arbeidsmatige tot recreatieve activiteiten en andere groepsactiviteiten voor één of meer dagdelen per week. Ze dragen bij aan uw zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. De activiteiten sluiten aan op wat u (nog) kunt leren/ontwikkelen en/of bijdragen in de samenleving. Als het kan helpt de dagbesteding u op weg naar werk. Stabiliseren van de situatie en begeleiding bij achteruitgang, signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheid, de leefomstandigheden en de sociale omgeving horen hier ook bij. 3.7.2 Individuele begeleiding [Wmo] 1.

Bent u niet in staat tot normale dagelijkse activiteiten? Dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. Ondersteuning-op-maat betekent dat een individueel begeleider u ondersteunt bij dagelijkse activiteiten en u helpt om goed om te gaan met uw omgeving. De begeleider kan u ook ondersteunen u bij vaak terugkerende zaken, zoals het structureren van de dag, het doen en beheren van de administratie en de financiën. De begeleider neemt het niet volledig van u over. Doel van de individuele begeleiding is bevordering, behoud of compensatie van zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving. Stimuleren van verandering in gedrag en vaardigheden en begeleiden bij achteruitgang horen hier ook bij. Net als signaleren van en acteren op veranderingen in de gezondheid, de leefomstandigheden en de sociale omgeving. 2. Voor zover mogelijk is de individuele begeleiding bedoeld om toe te werken naar een situatie waarin deze niet meer nodig is. U maakt dan voor het meedoen in de samenleving en zelfredzaamheid gebruik van andere voorzieningen en organisaties. De focus ligt op trainen en coachen.

18

3. De individuele begeleiding vindt plaats in uw dagelijkse leefomgeving. Dit kan ook een werk(ervarings-)plek zijn. 3.7.3 Contact met anderen [Wmo] 1. Wij kijken eerst of we een vervoersprobleem kunnen oplossen met een voorliggende voorziening, zoals een vervoerservice. Daarna kijken we naar collectief taxivervoer. Pas als dat niet passend is, kunt u een vervoersvoorziening in natura of een persoonsgebonden budget krijgen. 2. Bent u door een beperking onvoldoende mobiel om binnen redelijke grenzen contact met anderen te hebben? Dan kunt u ondersteuning-op-maat krijgen. Dit betekent hulp bij het vervoer dichtbij huis zodat u bijvoorbeeld mee kunt doen aan recreatieve, maatschappelijke en religieuze activiteiten en zelf dagelijkse boodschappen kunt doen. 3. De ondersteuning-op-maat kan bestaan uit reizen met collectief taxivervoer, het gebruik maken van een vervoermiddel of een vervoersbudget. 4. Het moet gaan om: a. Het verplaatsen rondom de woning. b. Het verplaatsen over een langere afstand dichtbij huis, binnen een straal van maximaal 25 kilometer rond uw woning. c. Het vervoer naar de plek waar u meedoet aan een activiteit van de gemeente om de dag in te vullen. 5. Ondersteuning-op-maat voor vervoer is alleen gericht op het verplaatsen in uw directe woon- en leefomgeving. We gaan ervan uit dat maximaal 1.500 kilometer per jaar voldoende is om te kunnen meedoen. 6.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=8d311771-f2d0-4730-9a29-dc1f0ee341d5