CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 - Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025 - 2028

De raad besluit 18 september 2025, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid15.171 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

IhitBeleidsplan eaquam eaFinanciële quos zelfredzaamheid rioreperia emeente Geertruidenberg » g2025 Subheading gemeente Geertruidenberg

Armoede, geldzorgen en schulden 1

Inhoudsopgave Voorwoord

3

1.

Inleiding

4

Missie en visie gemeente Geertruidenberg

7

2.

1.1 1.2 1.3 1.4

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Wettelijke taak Uitgangspunten van op te stellen beleid Totstandkoming beleidsplan Uitdagingen nieuwe beleidsperiode

Missie Visie Landelijke visie schuldenproblematiek Samenhang met andere beleidsterreinen Samenwerking partners Doelen

4 4 5 6

7 7 8 8 9 9

3. Theoretisch kader en huidige inrichting vroegsignalering en schuldhulpverlening

10

4. Armoede en schulden in Geertruidenberg feiten en cijfers

16

5.

Huidige situatie en ambities

20

Organisatie en sturing

33

3.1 3.2 3.3 3.4

Armoede en armoedebestrijding Geldzorgen Preventie en vroegsignalering Schuldhulpverlening

4.1 Feiten en cijfers 4.2 Schuldhulpverlening

6.

5.1 Doelen 5.2 Preventie en educatie 5.2.1 Wat doen we al? 5.2.2. Wat streven we na voor de komende vier jaar? 5.2.3. Wat gaan we daarvoor (extra) doen en hoe volgen we de resultaten? 5.2.4 Risicodoelgroepen 5.3 Wettelijke vroegsignalering 5.3.1 Wat doen we al? 5.3.2 Wat streven we na voor de komende vier jaar? 5.3.3 Wat gaan we daarvoor doen? 5.4 Schuldhulpverlening 5.4.1 Wat doen we al? 5.4.2 Wat streven we na voor de komende vier jaar? 5.4.3. Wat gaan we daarvoor doen? 5.5 Nazorg 5.5.1 Wat doen we al? 5.5.2. Wat streven we na voor de komende 4 jaar? 5.5.3. wat gaan we daarvoor doen?

6.1 Monitoring 6.2 Communicatie 6.3 Financieel kader 6.3.1 Huidig financieel perspectief 6.3.2 Risico’s 6.3.3. Beheersmaatregelen risico’s Neutraal / Hoog

10 11 13 13

16 18

20 20 20 21 22 24 25 25 26 26 27 27 29 30 31 31 32 32

33 33 33 33 34 35

Bijlage 1 - Financieel overzicht Vroegsignalering en Schuldverlening

36

Bijlage 2 - Bronnen

37

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

2

Voorwoord Al onze inwoners verdienen de kans om mee te kunnen doen en naar vermogen bij te dragen. Financiële problemen en schulden beperken die kans echter. Financiële problemen hebben een diepe impact op iemands welzijn. Ze brengen vaak stress en gezondheidsproblemen met zich mee. In gezinnen kan het de ontwikkeling en toekomstperspectieven van kinderen belemmeren. Financiële problemen kunnen iedereen overkomen. Een plotseling verlies van werk, een scheiding, gezondheidsproblemen of andere ingrijpende gebeurtenissen, kunnen ervoor zorgen dat iemand niet meer uitkomt met zijn of haar geld. Wat begint met één gemiste betaling, kan snel uitgroeien tot een complexe schuldsituatie. Gelijke kansen en financiële rust Niemand zou wakker moeten liggen van de vraag of de rekeningen nog wel betaald kunnen worden of dat er voldoende geld is om het gezin draaiende te houden. Toch is dat voor een deel van onze inwoners de realiteit. Het is belangrijk dat onze inwoners weten waar zij terecht kunnen, wanneer zij zich zorgen maken over hun financiële situatie. Het is onze verantwoordelijkheid om een sterke gemeenschap te creëren waarin groei mogelijk is en men gelijke kansen heeft. Door in te zetten op het verhelpen en voorkomen van schulden, zorgen we voor gelijke kansen van onze inwoners en een gezonde ontwikkeling van hun kinderen.

Preventie Met dit beleidsplan blijven we ons inzetten om inwoners eerder te bereiken en leggen we een hernieuwde focus op preventie, vroegsignalering en nazorg. Door als gemeente meer regie te pakken op deze cruciale onderdelen, zetten we in op een aanpak die nog beter aansluit bij de behoeften van onze inwoners en het versterken van de eigen regie van onze inwoners. We zorgen voor toegankelijke ondersteuning, praktische ondersteuning én voor het vergroten van kennis en vaardigheden op het gebied van geldzaken. Kracht van samenwerken Ik heb vertrouwen in de kracht van samenwerking en geloof dat we samen met maatschappelijke organisaties, hulpverleners en vrijwilligers daadwerkelijk verschil kunnen maken. Door mensen op tijd de ondersteuning te bieden die zij nodig hebben, bouwen we aan een samenleving waarin iedereen mee kan doen en perspectief heeft. Dit beleidsplan is daarin een belangrijke stap vooruit.

Met vriendelijke groet, Mike Hofkens Wethouder

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

3

1. Inleiding Financiële problemen hebben vaak invloed op diverse aspecten van het leven, zoals inkomen, werk en welzijn. Voor u ligt het beleidsplan financiële zelfredzaamheid rondom armoede, geldzorgen en schulden 2025-2028 (hierna Beleidsplan). Dit beleidsplan hebben we geschreven met als doel kaders te stellen voor het zoveel mogelijk voorkomen en verlichten van armoede en problematische schulden in de gemeente Geertruidenberg. Mede door de landelijke en lokale ontwikkelingen rondom armoede, geldzorgen en schulden is vanuit het programma Mens en Zorg de programmalijn ‘financiële zelfredzaamheid’ ontstaan met een hernieuwde ambitie en doelstellingen. Later in dit beleidsplan komt de ambitie en de daarop geformuleerde doelstellingen uitgebreid aan bod. Het is een meerjarenbeleidsplan voor de komende vier jaar van 2025 tot en met 2028 en vormt het fundament voor de uitvoeringsagenda voor het bereiken van meer financiële zelfredzaamheid bij inwoners. De uitvoeringsagenda wordt jaarlijks bijgesteld naar actualiteit en haalbaarheid van de termijnen.

1.1 Wettelijke taak Vanaf 1 juli 2012 is de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) van kracht. Per 1 januari 2021 is de gewijzigde Wgs en het Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening in werking getreden. De wet verplicht gemeenten te zorgen voor integrale vroegsignalering en schuldhulpverlening. Op grond van artikel 2 van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening is de gemeente verplicht om elke vier jaar een beleidsplan vast te stellen dat richting geeft aan de integrale schuldhulpverlening, waar ook armoedebestrijding en geldzorgen aan bod komen. Schuldhulpverlening bestaat uit de volgende onderdelen: ƒ Preventie: voorkomen van schulden en/of financiële problemen. ƒ (wettelijke) vroegsignalering: vroegtijdig signaleren van betalingsachterstanden en het aanbieden van ondersteuning. ƒ Curatie: beheersbaar maken (stabilisatie) en/of het oplossen van problematische schulden. ƒ Nazorg: ondersteunen van inwoners na een schuldhulpverleningstraject om terugval en het ontstaan van nieuwe schulden te voorkomen.

1.2 Uitgangspunten van op te stellen beleid Onderstaande uitgangspunten zijn geformuleerd naar aanleiding van Programma Mens en Zorg, de nulmeting Sociaal Domein, Kernwaarden en Beleidskader Sociaal Domein. Integrale aanpak We zien dat de hulpvragen binnen het sociaal domein complexer worden en ondersteuning steeds meer vraagt om een bredere en domein overstijgende aanpak. Hierbij wordt niet alleen het financiële vraagstuk centraal gesteld, maar wordt ook gekeken naar de oorzaken en, waar mogelijk, versterken van eigen kracht. Met de ontwikkelingen voor het realiseren van stevige lokale teams wordt een integrale aanpak de komende jaren uitgezet in een proofof-concept. Een laagdrempelige en integrale toegang waar samen met de zorgvrager gekeken wordt naar passende ondersteuning Daarnaast sluiten de ambities van dit beleidsplan financiële zelfredzaamheid; armoede, geldzorgen en schulden aan bij de ontwikkelingen rondom het implementeren van de werkwijze m.b.t. de omgekeerde verordening. Door maatwerk te leveren daar waar nodig en zo snel mogelijk in te zetten op het versterken van zelfredzaamheid. Zo draagt het beleidsplan financiële zelfredzaamheid in zijn geheel bij aan het creëren van gelijke kansen voor inwoners. Maatwerk De inzet van schuldhulpverlening is maatwerk.

Welke vorm van hulp we inzetten en welke partners we daarbij betrekken is afhankelijk van de situatie waarin de cliënt zich bevindt en welke oorzaak aan de situatie ten grondslag ligt. Hierbij sluiten we in onze dienstverlening zoveel mogelijk aan bij de leefwereld van de inwoner, zonder oordeelsvorming.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

4

Draagkracht We zetten in op het behouden, versterken en vergroten van iemands motivatie. We werken, waar mogelijk, toe naar het verduurzamen en verstevigen van de zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid van onze inwoners, zodat zij op een goede manier in staat zijn zelf toe te werken naar oplossingen. Indien blijkt dat volledige zelfredzaamheid niet haalbaar is, zoeken we naar balans tussen het bieden van ondersteuning en behoud van eigen regie.

1.3 Totstandkoming beleidsplan Het is bekend dat geldzorgen bij verschillende leefsituaties zich kenmerken met verschillende behoeften, situaties en uitdagingen. De gemeente Geertruidenberg vindt het belangrijk dat beleid aansluit bij de noodzaak en behoeften van de inwoners en uitvoerbaar is. Tijdens een brainstormsessie hebben organisaties vanuit de gemeente en daarbuiten meegedacht aan de kaders van dit beleidsplan. Er was met name aandacht voor maatwerk en samenwerking. Organisaties willen graag een goede samenwerking met de gemeente en andere partners om onze inwoners zo goed mogelijk te ondersteunen. Deze samenwerking staat de komende jaren centraal. Om nog beter aan te sluiten bij de situatie en behoeften van de inwoners hebben we op verschillende manieren onderzoek gedaan. Daarnaast zijn we intensief in gesprek gegaan met inwoners. Hieronder een korte uiteenzetting van de activiteiten die we voor de totstandkoming van het beleidsplan armoede, geldzorgen en schulden hebben ondernomen. De uitkomsten van de bijeenkomsten hebben we op ambities en hoofdlijnen uitgewerkt in hoofdstuk 5. De verdiepingsslag is verwerkt in de uitvoeringsagenda, waar concrete acties uiteengezet worden.

Literatuur en data geraadpleegd

Diverse dialoogsessies Ervaring en kennis uitwisselen

Workshop met raadsleden

Resultaten armoedemonitor Diverse dialoogsessies met en over jongeren, volwassenen, uitkeringsgerechtigden en andere inwoners. Met deze sessies is inzicht gegeven in wat en hoe we op dit moment ondersteuning bieden op het gebied van armoede en schulden. Hoe ervaren onze jongeren vraagstukken rond geldzorgen en financiën. Ook het inzicht met betrekking tot toegankelijkheid van onze voorzieningen.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

5

Literatuur en data geraadpleegd, waaronder CBS, SCP, Divosa, VNG en GGD. Ervaring en kennis uitwisselen middels twee stakeholdersbijeenkomsten met o.a. (Maatschappelijk) partners, adviesraden en andere belanghebbenden in onze gemeente. Deze bijeenkomsten zijn van grote meerwaarde geweest in de totstandkoming van ons nieuwe beleidsplan. Niet alleen wij als gemeente bieden ondersteuning, maar onze maatschappelijk partners leveren eveneens een zeer belangrijke bijdrage. Resultaten armoedemonitor en minima effectrapportage door extern bureau Door de resultaten op onze uitgevoerde minimaeffectrapportage en armoedemonitor hebben we een beter beeld gekregen van de situatie in onze gemeente. Workshop met raadsleden gevolgd “één uur in de bijstand”. Tijdens deze workshop “één uur in de bijstand” werd een inkijkje gegeven in de vele dilemma’s en stress waar mensen die leven in armoede en schulden, dagelijks mee te maken hebben. Ook leerde het ons hoe je snel vanuit een ogenschijnlijk stabiele situatie in de problematische schulden terecht kan komen. De conclusie was dat het belang van de juiste laagdrempelige ondersteuning groot is, zoals een minder bureaucratie en versimpeling van de route naar ondersteuning en het vergroten van de zichtbaarheid.

1.4 Uitdagingen nieuwe beleidsperiode Ondanks de stappen die de afgelopen jaren zijn gezet in de uitvoering voor armoedeverzachting, vroegsignalering en schuldhulpverlening, staan we nog steeds voor grote uitdagingen om inwoners met geldzorgen eerder en beter te bereiken en de passende hulp te bieden. Het taboe op schulden, de beeldvorming rondom schuldhulpverlening en het dalende vertrouwen in de overheid zorgen ervoor dat mensen geen hulp zoeken. Daarnaast zien we structurele oorzaken van schuldenproblematiek, zoals de snelle opbouw van schulden in incassotrajecten en de verleidingen van achteraf betalen bij webwinkels. Inwoners hebben een grote invloed op het verloop van het proces van financiële zorgen tot schuldhulpverlening. Zo speelt de motivatie een belangrijke rol en daarnaast de schaamte van het hebben van mogelijk (problematische schulden). Een andere uitdaging is dat we bij het regelen van schulden vaak afhankelijk zijn van de snelheid van de traagste schuldeiser. Dit kan ervoor zorgen dat inwoners de moed verliezen, het overzicht kwijt raken en het schuldentraject niet afmaken. De uitdagingen vragen om een zorgvuldige uitvoeringsagenda met concrete acties en een brede samenwerking met onder andere maatschappelijk partners om de resultaten te kunnen realiseren.

Het beleidsplan Financiële zelfredzaamheid heeft de volgende opbouw: Hoofdstuk 1: Inleiding en aanleiding beleidsplan Schuldhulpverlening Hoofdstuk 2: Missie en visie Gemeente Geertruidenberg rond armoede, geldzorgen en schulden Hoofdstuk 3: Achtergrond en huidige inrichting vroegsignalering en schuldhulpverlening Hoofdstuk 4: Evaluatie huidig beleid Hoofdstuk 5: Ambities: preventieve aanpak, armoedeverlichting en schuldhulpverlening Hoofdstuk 6: Organisatie en sturing

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

6

2. Missie en visie gemeente Geertruidenberg De gemeentelijke ambitie in het sociaal domein is dat inwoners van Geertruidenberg, Raamsdonksveer en Raamsdonk volwaardig meedoen aan het sociaal, maatschappelijk en economisch verkeer. Integraal beleid voor het sociaal domein gaat vooral over passend aansluiten op kwetsbare momenten in de levensloop van inwoners en hun sociale omgeving en netwerk. Over welke ondersteuning daarbij nodig is en hoe die zo passend mogelijk beschikbaar komt, voor wie dat nodig heeft tijdens een kwetsbare periode. De insteek daarbij moet altijd zijn dat de inwoner weer zo zelfstandig mogelijk verder kan, ondanks wat hem of haar is overkomen en de kwetsbaarheid die daarmee samenhangt. Kwetsbaarheid is dynamisch en context gebonden en heeft altijd te maken met zelfredzaamheid. Het versterken van de zelfredzaamheid zijn dit beleidsplan leidend voor de aanpak van armoede, preventie, vroegsignalering en schuldhulpverlening.

2.1 Missie Zoals in de inleiding al kort is aangehaald richten we ons met het beleidsplan “Financiële zelfredzaamheid; armoede, geldzorgen en schulden 2025-2028” de komende vier jaar op het zoveel mogelijk voorkomen en verlichten van armoede en eerder signaleren en oppakken van problematische schulden van inwoners in onze gemeente.

Missie

Samen met inwoners en maatschappelijk partners werken we aan een gezonde en veerkrachtige gemeenschap waarin iedereen kan rondkomen, naar vermogen bijdraagt en naar vermogen kan meedoen.

We zien dat financiële problemen van grote invloed zijn op andere leefgebieden zoals werk, gezondheid en huisvesting. Daarom benaderen we armoede en schulden als maatschappelijke problemen waarvoor duurzame oplossingen nodig zijn om de landelijke streefdoelstellingen1 omtrent armoede en schuldhulpverlening te behalen.

2.2 Visie

 Het bieden van (schuld)hulpverlening, inclusief preventie, vroegsignalering en nazorg, aan inwoners met (problematische) schulden om bestaanszekerheid te vergroten, zodat iedereen naar Visie vermogen mee kan doen. We hebben daarbij aandacht voor de mogelijkheden en behoeften op verschillende leefgebieden en leveren maatwerk. Deze visie sluit aan op het beleidskader sociaal domein en de omgekeerde verordening sociaal domein, waar schuldhulpverlening voor een klein gedeelte onderdeel van uitmaakt. We gaan uit van de eigen verantwoordelijkheid, maar ondersteunen de mensen die het op eigen kracht (nog) niet redden. Om dit goed uit te kunnen voeren vinden we het belangrijk de komende jaren nog meer in te zetten op integraal en generiek werken. We werken samen met (vrijwilligers) organisaties in het voorliggend veld.

1

Halvering percentage aantal schuldentrajecten en een halvering in het percentage (kinder-)armoede

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

7

2.3 Landelijke visie schuldenproblematiek Ook landelijk gebeurt er veel op het gebied van de schuldenproblematiek. Door kabinet Rutte IV is er een concrete doelstelling vastgesteld, namelijk dat in 2030 het percentage van (kinder-)armoede en de problematische schulden gehalveerd moeten zijn (t.o.v. 2015). Het huidige kabinet-Schoof besteedt in haar hoofdlijnenakkoord “Hoop, lef en trots” aandacht aan de onderwerpen schulden en armoede, die nader zijn uitgewerkt in het regeerprogramma. Het kabinet geeft aan breed in te zetten op bestaanszekerheid en zich te richten op de hoogte van inkomen, inkomenszekerheid en betaalbare en toegankelijke voorzieningen. Problematische schulden moeten waar mogelijk worden voorkomen, en als dat niet lukt, moeten mensen in staat zijn zo snel mogelijk weer uit de schulden te komen. Daarnaast wordt de verbetering van de gemeentelijke schuldhulpverlening voortgezet, met focus op aandacht van de problematiek bij de bron. De Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden wordt voortgezet onder de naam “Nationaal programma Armoede en Schulden”. Met dit programma wil het kabinet problematische schulden fundamenteel aanpakken met een integraal pakket maatregelen. Deze maatregelen worden de komende tijd nog verder uitgewerkt.

Enkele relevante maatregelen uit het programma zijn: ƒ Verbetering vroegsignalering: investeren in intensievere vroegsignalering ƒ Integraal schuldenoverzicht: een compleet en bruikbaar overzicht van publieke en private schulden. ƒ Verder werken aan de basisdienstverlening: de basisdienstverlening moet leiden tot een hulpaanbod dat in iedere gemeente uit minimaal dezelfde elementen bestaat. Onderdeel hiervan is bijvoorbeeld aandacht voor verschillende doelgroepen die een andere aanpak vragen en investeren in de kwaliteit van schuldhulpverlening door aanscherping van (wettelijke) kwaliteitseisen. ƒ Verbetering in het invorderingsproces: door betere samenwerking tussen publieke en private schuldeisers, wil het kabinet een meer gecoördineerde aanpak van schuldinvordering realiseren. Hoewel het kabinet maatregelen neemt om geldzorgen en schulden te voorkomen, ontstaan er soms nieuwe risico’s door beslissingen op andere beleidsonderwerpen of door Europese regelgeving. Neem bijvoorbeeld de liberalisering van de gokmarkt, die leidt tot een toename van gokverslaving bij jongeren, en de groeiende toegankelijkheid en promotie van ‘Buy now, Pay later’- diensten. Dit maakt het inzetten op preventiever maatregelen die zich richten op bewustwording, financiële educatie en gedragsverandering nog urgenter. Tot slot is het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening een belangrijke ontwikkeling.

Dit wetsvoorstel houdt in dat het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV), de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en gemeenten mogen onderzoeken wie waarschijnlijk recht heeft op een uitkering of een andere ondersteunende voorziening, maar deze niet gebruikt. Zij mogen contact opnemen met deze mensen en hen ondersteunen als zij een aanvraag voor een uitkering of voorziening willen doen. Het doel van dit voorstel is niet-gebruik van uitkeringen en andere (sociale) voorzieningen te verminderen.

2.4 Samenhang met andere beleidsterreinen De oorzaken van schulden zijn vaak complex en divers. Een integrale benadering is dan ook essentieel in de mate van effectiviteit van de dienstverlening. Niet-gebruik van regelingen kan bijvoorbeeld voorkomen uit moeite met lezen, schrijven of digitale vaardigheden. Preventie is daarom breed en omvat verschillende thema’s. Vanuit andere beleidsterreinen wordt ook indirect ingezet op schuldpreventie door bijvoorbeeld het versterken van basisvaardigheden of het bevorderen van taalvaardigheid en integratie bij nieuwkomers. Wederkerigheid De visie luidt dat inwoners van Geertruidenberg naar vermogen bijdraagt en naar vermogen mee kan doen. We gaan hierbij uit van de zelfredzaamheid van onze inwoners en werken naar een gemeente waar inwoners naar elkaar omkijken. Een inclusieve samenleving waarin mensen van betekenis zijn voor anderen. Meedoen en participeren draagt direct bij aan de fysieke, mentale en financiële gezondheid van de inwoners. Als gemeente zetten wij hier de komende jaren actief op in. Wij verwachten van de inwoners die een beroep doen op ondersteuning in het sociaal domein ook hun bijdrage leveren. Dit kan op diverse manieren en in diverse vormen, zoals vrijwilligerswerk, activiteiten in de buurt etc.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

8

2.5 Samenwerking partners In Geertruidenberg is een breed netwerk aanwezig van maatschappelijke organisaties, stichtingen en andere instellingen die zich richten op het ondersteunen van mensen met geldzorgen en schulden. Dit netwerk omvat onder andere de welzijnsorganisatie, de bibliotheek, Vluchtelingenwerk, de Goederenbank, kerken, Stichting Leergeld, huisartsen en andere maatschappelijke organisaties. Een belangrijk onderdeel van onze visie is dat we in gezamenlijkheid meer bereiken door meer formele samenwerkingen aan te gaan en uit te breiden met verschillende maatschappelijke organisaties en vrijwilligersorganisaties. De samenwerking met partners is van groot belang voor bijvoorbeeld het vergroten van het bereik van preventieve interventies. Naast de betrokkenheid van bovengenoemde organisaties, speelt ook (vroeg)signalering van schulden en financiële problemen een belangrijke rol in de preventie hiervan. Dit gebeurt niet alleen door de bovengenoemde maatschappelijke partners, maar ook door anderen zoals werkgevers, (sport)verenigingen, naasten zoals familie, vrienden, buren en kennissen. Dit staat los van de zogenaamde wettelijke vroegsignalering van betalingsachterstanden. Het is van belang dat de samenwerking met diverse partners in een proces wordt vastgelegd.

Dit komt verder in het beleidsplan aan bod en de gezamenlijke processen worden in de uitvoeringsagenda opgenomen.

2.6 Doelen ƒ Het versterken van de aanpak van preventie en vroegsignalering. ƒ Bevorderen van de samenwerking met- en tussen lokale partners ƒ Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden ƒ Gelijke kansen voor kinderen en jongeren om talenten te ontwikkelen

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

9

3. Theoretisch kader en huidige inrichting vroegsignalering en schuldhulpverlening 3.1 Armoede en armoedebestrijding Of iemand arm is, hangt volgens de definitie af van wat in de eigen samenleving als minimaal noodzakelijk geldt. Dit betekent dat armoede in Nederland niet te vergelijken is met armoede in landen waar hongersnood en droogte heersen. Ook is armoede in het Nederland van nu heel wat anders dan armoede in het Nederland van net na de Tweede Wereldoorlog. De huidige maatschappij verschilt immers van die van zeventig jaar geleden. Toen waren er heel andere normen voor minimaal noodzakelijke uitgaven. Armoede verwijst naar een situatie die al langere tijd voortduurt. Iemand die een keer een maand weinig inkomen heeft, telt niet als ‘arm’. Armoede wordt gemeten op basis van het jaarinkomen: iemand is arm als het jaarinkomen onder de armoedegrens blijft. Het inkomen kan dus een deel van het jaar hoger zijn dan de armoedegrens. Iemand leeft in armoede als ze na het betalen van de vaste lasten (wonen, energie en zorg) te weinig geld overhouden voor andere basisbehoeften2. Leven in langdurige armoede kan gepaard gaan met het hebben van geldzorgen en/of schulden. Wanneer iemand in armoede leeft, is er een grotere kans op het ontwikkelen van schulden. Dit wordt onder andere veroorzaakt door een beperkt beschikbare buffer om de financiële tegenvaller op te vangen.

Tegelijkertijd kan het hebben van schulden ervoor zorgen dat iemand (soms tijdelijk) de beschikking heeft over beperkte middelen en hierdoor in armoede komt te leven. Feiten over armoede en geldzorgen ƒ 1 op de 30 mensen in Nederland leeft onder de armoedegrens ƒ Armoede is groter geworden, vooral bij mensen die werk hebben ƒ veel gezinnen moeten kiezen tussen dingen die nodig zijn, zoals boodschappen of een winterjas voor hun kinderen.

Oorzaken en gevolgen van armoede Armoede kent vaak meerdere oorzaken. Voorbeelden van mogelijke oorzaken zijn werkloosheid, een slechte gezondheid, laaggeletterdheid en psychische problemen. Daarnaast kunnen er verschillende ingrijpende gebeurtenissen zijn opgetreden zoals een echtscheiding of het overlijden van een partner, waardoor financiële problemen zijn ontstaan. Naast persoonlijke oorzaken wordt armoede ook sociologisch bepaald, dat wil zeggen dat de familie of wijk waarin je opgroeit van invloed kan zijn. Dit is de zogenoemde overerving van armoede en is het belangrijk in te zetten op het doorbreken van intergenerationele armoede. Programma’s zoals ‘opgroeien in een kansrijke omgeving’ kunnen hier aan bijdragen. Armoede is een ingrijpend probleem. Het kent vaak meer gevolgen dan alleen het niet meer kunnen betalen van de rekeningen. De gevolgen van in armoede leven kunnen groot zijn: er ontstaan vaak schulden, mensen kunnen niet meedoen met de maatschappij, worden uitgesloten en voelen zich buitengesloten. De tweedeling wordt hierdoor groter. Armoede leidt tot minder geluk, meer stress, stigma en schaamte en een verminderde ervaring van controle over de eigen situatie. Armoede maakt mensen gericht op de korte termijn.

Deze factoren kunnen armoede in stand houden, doordat ze het moeilijker maken om goed te functioneren en goede beslissingen (voor de langere termijn) te nemen3.

2 CBS, Nibud en SCP oktober 2024 3 Onderzoek: De effecten van armoede op voelen, denken en doen versie 20 maart 2018, Arnoud Plantinga, Marcel Zeelenberg en Seger M. Breugelmans

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

10

Urgentie van aanpak armoede In Nederland zijn 179 Voedselbanken en ontvangen ruim 180.000 Nederlanders hulp van deze Voedselbanken. Er is een steeds grotere groep inwoners die hard werkt voor een inkomen, maar door inflatie en andere stijgingen op achterstand komt te staan. Zelfs met twee inkomens is het door de stijgende lasten soms niet meer mogelijk om rond te komen. Het aanpakken van armoede zal bijdragen aan het verlagen van stress bij inwoners wat leidt tot een verbetering van algehele (mentale, fysieke en financiële) gezondheid.

Complexiteit van het vraagstuk armoede Armoede is onderdeel van een groter probleem. Het is dan ook onmogelijk om het vraagstuk van armoede en schulden met één beleidsregel of een herijking van het beleidsplan op te lossen. In het boek van Tim ’S Jongers ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld’ wordt hieraan gerefereerd. Geldproblemen gaan vaak gepaard met andere problemen. Het is dan ook belangrijk verbanden te leggen tussen verschillende domeinen. Schulden en armoede hangen niet altijd samen. Een laag besteedbaar inkomen is meestal het gevolg van een (te) laag inkomen gecombineerd met bijvoorbeeld een grote(re) afstand tot de arbeidsmarkt. Daarnaast zien we dat mensen die lijden onder geldstress vaak te weinig mentale ruimte ervaren om de stap naar werk te kunnen maken. Ondersteuning van inwoners in het meedoen en rondkomen is in veel situaties complex en vraagt maatwerk.

Van de één op de andere dag kun je ineens grote geldzorgen hebben. Het beïnvloedt direct je hele leven. Doordat ik zelf mondig was, heb ik de weg naar hulp gevraagd en zelf weten te vinden. Maar in mijn omgeving hoor ik vooral mensen die in hetzelfde ’schuitje’ zitten en geen hulp durven te vragen uit schaamte. Uitspraak van een inwoner uit de gemeente Geertruidenberg tijdens een bijeenkomst.

3.2 Geldzorgen Ongeveer een derde van de Nederlands huishoudens heeft betalingsachterstanden. Bij bijna 20% van de huishoudens met betalingsachterstanden is de problematiek zo ernstig dat de schulden risicovol of problematisch zijn. Dit gaat om ongeveer 1,5 miljoen huishoudens. Deze groep maakt deel uit van de 2,8 miljoen Nederlanders die het risico lopen op armoede of sociale uitsluiting (NIBUD, 2019). Zo weten we dat van de jongeren tussen 18 en 26 jaar 20% te maken heeft met ernstige betaalproblemen. Van alle volwassenen heeft 8% hiermee te maken. Wanneer iemand financiële problemen heeft en daar veel zorgen over ervaart, heeft dat effect op zijn of haar welzijn. Er is stress en onzekerheid, onrust en vaak schaamte. Volwassenen die leven met geldzorgen, schulden of armoede hebben vaak te maken met stress, ongezonde leefstijl, chronische ziekten als diabetes en hart- en vaatziekten, maar ook met psychosociale problemen of opvoedproblematiek. Ook zijn ze vaak minder gelukkig en minder goed in staat om beslissingen te nemen. Een goede financiële basis is daarmee een voorwaarde om mee te kunnen doen in de samenleving en voor een gezond en gelukkig leven. Uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat mensen met geldstress meer gevoelens van depressie en nervositeit ervaren, een lage zelfwaarde hebben én zich meer buitengesloten voelen door de maatschappij.

Ook blijkt dat financiële schaarste en de bijkomende geldstress kan leiden tot verminderd denkvermogen en vermijdingsgedrag ten opzichte van financiën. Deze consequenties zijn op zichzelf niet alleen vervelend voor mensen, maar kunnen er ook voor zorgen dat hun financiële problemen verder verergeren. Mensen met geldstress hebben niet alleen een gebrek aan geld. Zij hebben ook het gevoel dat ze weinig of geen mogelijkheden hebben om met de situatie om te gaan of deze te verbeteren. In de wetenschappelijke literatuur is (het ontbreken van) geldstress, naast toekomstige financiële zekerheid, de belangrijkste determinant van financieel welzijn. Geldstress heeft grote invloed op het leven en welzijn van mensen. Mensen die lang met geldzorgen moeten leven overlijden hierdoor gemiddeld 7 jaar eerder en hebben 15 jaar minder gezonde levensjaren dan mensen die niet in armoede leven (Raad Volksgezondheid en samenleving,

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

11

2021). Daarnaast heeft langdurig geldgebrek van ouders een negatieve invloed op kinderen. Hoe langer een gezin geldgebrek heeft, des te groter is de kans op nadelige gevolgen voor het welbevinden van kinderen (NJI, 2020). Recent onderzoek van CBS (2023) wijst uit dat kinderen die in een bijstandsgezin opgroeien relatief vaak te maken krijgen met een opeenstapeling van risicofactoren. Hierdoor hebben kinderen minder kansen hun potentieel te ontwikkelen ten opzichte van kinderen die niet in een bijstandsgezin opgroeien. De onderwerpen gezondheid, kansenongelijkheid en geldzorgen gaan daarom hand in hand en vragen om een integrale aanpak in het tegengaan van kansenongelijkheid. Gevolgen Schaamte is een veelvoorkomend gevoel bij inwoners met schulden. Als de urgentie wordt ervaren om het bespreekbaar te maken zijn de problemen vaak zo groot, dat er geen laagdrempelige oplossing meer kan worden gevonden. Als gemeente moeten we er voor zorgen dat we samen met de inwoner die leeft in armoede de gevolgen van hun situatie kunnen minimaliseren, zoveel mogelijk te ondersteunen naar een zelfredzaam bestaan en het leven draaglijker te maken. Bereiken van mensen met geldzorgen Inwoners met geldzorgen blijven voor gemeenten vaak onzichtbaar, gemeentelijke communicatie bereikt hen niet om diverse redenen. Daardoor ontvangen zij niet de passende ondersteuning bij hulpvragen.

Onderzoek (SCP-rapport “zien, luisteren en helpen” juni 2024), toont aan dat dit verregaande gevolgen heeft. Dit geeft ons als gemeente inzicht in de noodzaak meer aandacht te besteden aan passende ondersteuning aan inwoners.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

12

3.3 Preventie en vroegsignalering Een huishouden wacht gemiddeld vijf jaar voordat ze hulp inschakelt, waardoor de schulden en de negatieve gevolgen daarvan alleen maar groter worden (Schonewille & Weijers, 2019). Met de wijziging van de Wgs hebben gemeenten vanaf 2021 de bevoegdheid gekregen om inwoners met betalingsachterstanden op vaste lasten te benaderen en hulp aan te bieden. Er is daarmee een wettelijke grondslag om gegevens uit te wisselen met water- en energieleveranciers, woningbouwcorporaties en zorgverzekeraars. Naar aanleiding van signalen van betalingsachterstanden zijn gemeenten verplicht om contact te zoeken met de betreffende inwoner en een aanbod voor ondersteuning te bieden. Met vroegsignalering beogen we huishoudens met betalingsproblemen in een zo vroeg mogelijk stadium te bereiken en hulp aan te bieden, zodat verdere groei van betalingsachterstanden tot een problematische schuld voorkomen wordt. Vroegsignalering draagt op deze manier bij aan het voorkomen van stijgende maatschappelijke kosten als gevolg van schulden. Dat geldt voor het betrokken huishouden zelf, voor de gemeente en voor schuldeisers.

3.4 Schuldhulpverlening We spreken van problematische schulden indien redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijke persoon niet kan voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen4. Mensen zijn niet meer in staat om openstaande rekeningen te betalen, waardoor nieuwe schulden ontstaan. Kortom, als je naar verwachting je schulden niet binnen drie jaar kunt terugbetalen, is er sprake van problematische schulden. Bij het bestrijden van de schuldenproblematiek zien we vaak dat mensen zich te laat melden bij schuldhulpverlening. Mensen melden zich gemiddeld vijf jaar nadat de eerste betalingsachterstanden zijn ontstaan. Hier zijn diverse redenen voor: ƒ Schaamte om te bekennen dat zij hun financiële huishouding niet op orde hebben; ƒ Men denkt lang nog zelf een oplossing te vinden; ƒ De weg naar hulpverlening is niet altijd bekend. ƒ Taalproblemen en een beperkt netwerk kunnen hier een rol in spelen.

Het fundament van een effectieve schuldenaanpak is een sociaal minimum dat voldoende inkomen biedt om in de moderne maatschappij rond te komen zonder schulden te maken. Prof. dr. Nadja Jungman.

Gevolg is dat wanneer iemand zich uiteindelijk bij schuldhulpverlening meldt, de schuld is opgelopen tot gemiddeld 42.000 euro en meer dan 14 crediteuren bevat. Oorzaken Zoals armoede diverse oorzaken kent, geldt dat ook voor mensen die met schulden te maken krijgen. We zien dat dit geregeld veroorzaakt wordt door life-events, zoals het verlies van een dierbare, een echtscheiding, het krijgen van een kind of werkloos raken. Daarnaast zijn er tal van andere oorzaken voor het ontstaan van financiële problemen, zoals laaggeletterdheid, onvoldoende aangeleerde vaardigheden hoe om te gaan met geld, sociale druk, lichamelijke of verstandelijke beperkingen, psychische of verslavingsproblematiek. Vooral de laatste tien jaar volgen de ontwikkelingen rondom schuldhulpverlening elkaar snel op. In 2012 werd schuldhulpverlening een wettelijke taak voor gemeenten met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs). De wet beschrijft onder andere een regierol voor gemeenten bij de schuldhulpverlening. Dit betekent dat de gemeente moet nadenken over hoe zij de integrale schuldhulpverlening gaat vormgeven, wie er op welk moment bij betrokken is (intern en extern) en wat ieders rol is. De gemeente is eindverantwoordelijk voor de schuldhulpverlening, ook in het geval van uitbesteding.

De Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind die vanaf 2021 van kracht is, stelt gemeenten in staat deze regierol nog beter te vervullen. De wet geeft gemeenten de mogelijkheid te adviseren over het voortzetten van het schuldenbewind of,

4

Wet gemeentelijke schuldhulpverlening 2021 (Wgs)

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

13

indien gepast, een lichtere vorm van ondersteuning te adviseren. Het advies moet binnen drie maanden na het instellen van het schuldenbewind gegeven worden. Zoals eerder in dit beleidsplan wordt omschreven is sinds 2021 vroegsignalering aan de Wgs toegevoegd. Gemeenten hebben vanaf deze datum de mogelijkheid om gegevens van inwoners met betalingsachterstanden in een vroeg stadium uit te wisselen met vaste lasten-partners zoals woningcorporaties, zorgverzekeraars, wateren energieleveranciers. Daarnaast zijn gemeenten per 1 januari 2021 verplicht aan ondernemers met (dreigende) problematische schulden schuldhulpverlening te bieden. Binnen het kader van Wgs is ook ruimte voor maatwerk. Dit maatwerk heeft betrekking op de uitvoering van schuldhulpverlening. De wijzigingen in 2021, die vroege signalering en gegevensuitwisseling mogelijk maken, hebben als doel om meer huishoudens te bereiken en trajecten aantrekkelijker te maken. In de afgelopen jaren zijn er verschillende stappen gezet om meer huishoudens te bereiken en om het aantrekkelijker te maken een traject aan te gaan, bijvoorbeeld door de pauzeknop, sociaal incassobeleid en de halvering van de wettelijke en minnelijke schuldhulpverleningstrajecten van 36 naar 18 maanden.

De impact van schuldenproblematiek Schuldenproblematiek staat vaak niet op zichzelf, maar gaat samen met problematiek op andere leefgebieden, zoals eerder genoemde life-events. Ook de maatschappij speelt een rol in het ontstaan van schuldenproblematiek. Een dalende economie, de verleiding om te consumeren en de mogelijkheden voor het afsluiten van leningen en kredieten kunnen schulden(problematiek) in de hand werken. Daar komt bij dat de maatschappij een bepaalde financiële zelfstandigheid en verantwoordelijkheid van mensen verlangt. Het hebben van een financiële buffer, financieel overzicht en het tijdig betalen van je rekeningen, zijn vaardigheden die als vanzelfsprekend beschouwd worden. Helaas is dit niet voor iedereen het geval. Inzichten uit de hersenwetenschap laten zien dat schulden – en de stress om die schulden – het brein negatief beïnvloeden. Iedereen heeft een bepaalde mentale bandbreedte die ervoor zorgt dat je informatie kunt verwerken en beslissingen kunt nemen5. Schaarste beïnvloedt deze mentale bandbreedte. Alle mentale capaciteit wordt gebruikt voor hoe om te gaan met de schaarste situatie. Het resultaat is dat mensen met schuldenproblematiek met de dag gaan leven en niet meer overzien wat bepaalde keuzes op de lange termijn voor gevolgen hebben. Ze zijn niet in staat om problemen op andere levensgebieden aan te pakken.

Financiële problematiek belemmert de zelfredzaamheid en participatie. Landelijke ontwikkelingen De afgelopen jaren zijn er een aantal maatschappelijke en economische ontwikkelingen geweest die een grote impact hebben gehad op de gehele bevolking. Iedereen heeft de gevolgen gevoeld van de coronacrisis, de wereldwijde energiecrisis (versterkt door de oorlog in Oekraïne) klimaatverandering en de hoge inflatie. Inwoners hebben laten zien veerkrachtig te zijn en zelfstandig of met hulp uit hun netwerk de gevolgen van deze ontwikkelingen zoveel mogelijk zelf op te kunnen vangen. Toch zien we dat de gestegen energieprijzen en hoge inflatie voor veel huishoudens tot financiële onzekerheid heeft geleid. Met name de laagste en middeninkomens geven aan onzekerheid te ervaren over het kunnen betalen van rekeningen. Het kabinet dempt de effecten door het verhogen van het minimumloon en het bijstellen van de koopkracht bij kwetsbare groepen. Toch blijkt volgens berekeningen van het Centraal Plan Bureau dat de groep mensen met financiële problemen groeit. Zo is er bij inwoners minder geld voor boodschappen, maken ze zich zorgen over hun bestaanszekerheid of energierekening. Voorheen dachten we dat inwoners in de bijstand, of net erboven, hier uitsluitend last van hadden. De crisissen treffen nu ook inwoners met een midden of hoger inkomen.

En met name de hoge energieprijzen en klimaatuitdagingen zullen blijven (Centraal Plan Bureau, 2022). Deze ontwikkelingen brengen blijvend hogere kosten voor levensonderhoud met zich mee. Dit kan leiden tot een hogere ondersteuningsvraag bij onder andere geldzorgen en schulden. In de eerste helft van 2024 is het aantal aanmeldingen met 17% gestegen t.o.v. 2023. Lokale ontwikkelingen In onze gemeente zien we dat steeds meer inwoners in financiële onzekerheid verkeren en wordt de vraag naar (lichte) ondersteuning groter. Vanuit het programma Mens en Zorg vinden we het belangrijk dat inwoners gelijke kansen krijgen, zij naar vermogen kunnen meedoen en ondersteuning krijgen zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig.

5

Mullainathan, S., & Shafir, E., Schaarste: hoe gebrek aan tijd en geld ons gedrag bepalen, Amsterdam: Maven, 2013

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

14

De gemeente Geertruidenberg wil een gemeente zijn waarin bestaanszekerheid centraal staat. We willen dat inwoners weten waar zij terecht kunnen voor vragen rondom financiële zorgen, zonder dat zij zich veroordeeld voelen. In hoofdstuk 4 en 5 wordt verder ingegaan op de lokale ontwikkelingen, onderbouwing met kwantitatieve gegevens m.b.t. de stijging in ondersteuningsvragen en meldingen en onze huidige dienstverlening. Maatschappelijke gevolgen Recent onderzoek, uitgevoerd door Panteia in samenwerking met de Hogeschool Utrecht en Nibud, laat zien dat er aanzienlijke maatschappelijke kosten bij schuldenproblematiek zijn. Het rapport, getiteld “De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek. Een last voor burgers, bedrijven en overheden”, onderbouwt dat de jaarlijkse kosten van problematische schulden op zijn minst €8,5 miljard bedragen. Deze kosten zijn verdeeld over diverse domeinen zoals gezondheid, maatschappelijke ondersteuning, arbeidsmarkt en economie, onderwijs, en openbare orde en veiligheid. Ruim de helft van deze kosten worden gemaakt door het verlies van arbeidsproductiviteit en verzuim. Het rapport benadrukt dat een aanzienlijk deel van deze kosten kan worden voorkomen door preventieve maatregelen en tijdige oplossingen voor schulden. Echter, het aanpakken van de onderliggende oorzaken van schulden blijft cruciaal voor een duurzame oplossing.

Schulden zijn vaak onderdeel van een complex netwerk van problemen, waaronder mentale gezondheidsproblemen en sociale spanningen. Daarom betekent het oplossen van schuldenproblematiek niet automatisch dat alle gerelateerde kosten verdwijnen, maar legt wel de dringende nadruk op passende beleidsinterventies om de schuldenproblematiek effectief aan te pakken6. Zo blijkt dat elke geïnvesteerde euro in financiële hulpverlening de maatschappij € 1,40 - € 2,00 oplevert. Dit maatschappelijk rendement wordt in verschillende domeinen zichtbaar, bijvoorbeeld in de gezondheidszorg, het sociaal domein van de gemeente, de arbeidsmarkt en economie en de rechterlijke macht (openbare orde en veiligheid). Deze cijfers en ontwikkelingen benadrukken de noodzaak om niet alleen landelijk beleid, maar ook onze lokale preventieve en ondersteunende maatregelen effectief in te zetten om betalingsproblemen te verhelpen maar vooral te voorkomen. Door efficiënte financiële hulpverlening kunnen we kostenstijgingen in andere sectoren dus voorkomen, wat leidt tot een algehele besparin. (Bron: Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening: een nieuw perspectief. (NVVK) April, 2022).

6 Jungmann, N., Oomkens, R., Vroonhof, P., Beulen, M., Boog, J., & van Horssen, C. (2024). De maatschappelijke kosten van schuldenproblematiek: Een last voor burgers, bedrijven en overheden. Nibud & Hogeschool Utrecht

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

15

4. Armoede en schulden in Geertruidenberg feiten en cijfers Om onder andere een duidelijk beeld te krijgen van de inwoners in onze gemeente met betrekking tot de armoedeproblematiek kijken we naar de groep inwoners met een inkomen tot 120% van het Wettelijk Sociaal Minimum (Wsm). Wij hebben hiervoor een armoedemonitor op laten stellen door KWIZ om op basis van de analyse ons beleid gerichter te ontwikkelen naar passende dienstverlening en ondersteuning. In de gemeente Geertruidenberg hebben we 9895 huishoudens waarvan 8,6% een inkomen heeft tot 120% Wsm. Aangezien zowel KWIZ7 als de gemeente niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep minimahuishoudens, die doordat ze geen gebruik maakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijke aantal minima iets hoger ligt dan wij als gemeente in beeld hebben. KWIZ heeft hiervoor een armoede-index ontwikkeld en deze toegepast, aangezien het feitelijke aantal minima in onze gemeente naar schatting hoger ligt dan we daadwerkelijk in beeld hebben. In dit hoofdstuk gaan we in op de uitkomsten van de uitgevoerde inkomenseffectrapportage (IER) en de analyse van de armoedemonitor. Inkomen t.o.v. Wsm

In beeld in Armoedemonitor

Schatting totale doelgroep

Tot 100% Wsm

308

1,4%

513

5,2%

Tot 110% Wsm

330

1,5%

716

7,2%

Tot 120% Wsm

858

8,6%

970

9,8%

Overig

9.037

91,4%

8.925

90,2%

Totaal

9.895

100%

9.895

100%

Tabel: minimahuishoudens in de gemeente Geertruidenberg

4.1 Feiten en cijfers Kenmerken minimahuishoudens tot 120% Wsm. - Aandeel AOW-uitkeringen (35%) ligt in de gemeente Geertruidenberg boven het landelijk gemiddelde van 20-25%. - Van alle minimahuishoudens in beeld met een AOW-uitkering als voornaamste inkomensbron, leeft 96% al langdurig (3 jaar of langer) van een minimuminkomen. Huishoudtype: - 57% vormt een alleenstaand huishouden. - 21% van de huishoudens met ten minste een minderjarig kind. - 12% eenoudergezin - 9% tweeoudergezin - Bijna de helft van de minimakinderen groeit op in een eenoudergezin (160 kinderen, 47%). Daarnaast is te zien dat de helft van de minimakinderen tussen de 4 en 12 jaar oud zijn. De meerderheid van de kinderen die opgroeien in een minimagezin heeft een niet-westerse migratieachtergrond (177 kinderen, 52%). Dit ligt in lijn met het landelijk gemiddelde. - In de gemeente Geertruidenberg groeien kinderen in een eenoudergezin verhoudingsgewijs vaker op in een huishouden met een inkomen tot 120% Wsm.(27% = ruim 1 op de 4 kinderen) dan kinderen uit een tweeoudergezin.

7

KWIZ: Bureau voor onderzoek, advies en informatiemanagement in het sociaal domein.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

16

Langdurige minima Tot slot zien we dat het aantal langdurige minima (3 jaar of langer) gemiddeld 6% hoger is ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Dit is onder andere te verklaren door het verhoogde aantal AOW-gerechtigden in onze gemeente. We kunnen hierdoor concluderen dat de uitstroom verder zal stabiliseren en de hoogte van het aantal AOW-gerechtigden nog gaat toenemen gezien de inwonersgegevens in de gemeente Geertruidenberg. Echter kunnen we op basis van deze gegevens nog geen conclusies trekken over het aantal problematische schulden. Demografische gegevens: Raamsdonk

7% 37%

Geertruidenberg

56% Raamsdonksveer

Herkomst: - 72% van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond (615 huishoudens). Hoewel er qua aantallen meer minimahuishoudens zijn met een Nederlandse achtergrond, hebben huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond verhoudingsgewijs vaker een minimuminkomen dan huishoudens met een Nederlandse achtergrond of een westerse migratieachtergrond. Van alle huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond heeft een derde een inkomen tot 120% Wsm (zie onderstaande tabel).

Nederlandse achtergrond

7%

615 van alle 8.530 huishoudens met een Nederlandse achtergrond

Westerse migratie achtergrond

9%

75 van alle 861 huishoudens met een westerse migratie achtergrond

Niet-westerse migratie achtergrond

33%

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

168 van alle 504 huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond

17

Bereik regelingen De Armoedemonitor laat ons vooral zien dat het bereik van de regelingen afwijkt van het landelijk gemiddelde. Dit kan diverse verklaringen hebben, zoals schaamte, laaggeletterdheid of onvoldoende zichtbaarheid en communicatie met betrekking tot de mogelijkheden van de aanwezige voorzieningen en regelingen in onze gemeente. Zo maakt slechts 32% gebruik van de regeling ‘kwijtschelding’ en zien we dat ook het gebruik van de tegemoetkomingsregeling ruim onder het landelijk gemiddelde zit met 21%. Bereik gemeente Geertruidenberg

Gemiddeld bereik

70-75% 35-40% 30%

nd re g Ki

re g tk

om

el

el

in g

in g

21%

in gs

ze k zo rg ve r Te g

em

oe

ve ie ct le Co l

50% 50-55%

30-35%

in g er

sla in ko

In di vi du e

le

nd er e jzo Bi

m

bi

en st oe

jst

di ng he l sc Kw ijt

25-30%

an d

19%

40-45%

g

32%

37%

Uitkomsten Inkomenseffectrapportage Uit onze Inkomenseffectrapportage (IER) kunnen we concluderen dat er twee doelgroepen met een inkomen van 100% Wsm. te kort komen wanneer zij geen gebruik maken van de gemeentelijke regelingen. Het betreft de paren zonder kinderen en de paren met kinderen in de leeftijd van 8-13 jaar. De eerste groep komt maandelijks €47 tekort en de tweede groep houdt €1 over per maand.

4.2 Schuldhulpverlening

795

2023

2024

526

772

Vroegsignalering Het totale aantal vroegsignalen in 2023 bedroeg 772 signalen en steeg in 2024 met 3% naar 795 signalen in het systeem van vroegsignalering. Op basis van de gegevens uit ons vroeg-signaleringssysteem zien we dat we in 2024 met ons huidige beleid voor vroegsignalering 24,9% van het totaal aantal meldingen hebben bereikt in de contactlegging. Onder contactlegging verstaan we onder andere: brieven verstuurd, huisbezoek en email. Slechts 9% accepteert ondersteuning na contactlegging. Tot slot zien we zien we dat meldingen gemiddeld 4 maanden achtereen aanhouden, waardoor de betalingsachterstanden toenemen en de hoogte van het verschuldigde bedrag oploopt, voordat inwoners ondersteuning accepteren.

2022

Schuldhulpverlening Problematische schulden komen in Geertruidenberg relatief meer voor bij alleenstaanden (63%) en inwoners tussen de 27 en 45 jaar (44%) en tussen de 45 en 65 jaar(40%). In 2023 waren er 17 nieuwe aanmeldingen voor schuldhulpverleningstrajecten. Jaarlijks hebben we ongeveer 35 lopende schuldhulpverleningstrajecten. Op basis van de gegevens zien we dat de gemiddelde schuldenlast in 2023 per dossier €35.000. bedroeg.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

18

Inwoners uit participatiewet en schuldhulpverleningstrajecten In 2023 was het aantal schuldhulpverleningstrajecten i.r.t. inwoners vanuit de participatiewet 100% Wsm. 21% van het totale aantal schuldhulpverleningstrajecten. We zien in 2023 een stijging in het aantal trajecten van inwoners met een inkomen tot 120% Wsm. Van het totale aantal schuldhulpverleningstrajecten in 2023 zien we dat 67% alleenstaand is. Stijging recidive We zien dat het aantal recidive in schuldhulpverleningstrajecten 2024 met 8% is gestegen t.o.v. 2023. Volgens cijfers van het CBS was in 2023 het percentage geregistreerde problematische schulden in Geertruidenberg 7,1% en in 2024 het aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden in totaal 7,4%. Ook hier is een lichte stijging te zien. Eerste conclusies Op basis van de Armoedemonitor, Nulmeting Sociaal domein en Inkomenseffectrapportage kunnen we voorzichtig eerste conclusies trekken over o.a. het bereik van de regelingen, het bereik van de vroegsignalering en de hoogte van schulden. Naar aanleiding van de cijfers m.b.t. schuldhulpverlening en vroegsignalering kunnen we concluderen dat preventie en een laagdrempelige aanpak van groot belang is om het bereik te vergroten en hierdoor de problematische schulden te verkleinen.

Bovenstaande gegevens hebben wij meegenomen in de lokale ontwikkelingen en geanalyseerd aan de hand van de huidige dienstverlening. In hoofdstuk 5 gaan we verder in op de gevormde ambities naar aanleiding van de resultaten en analyse van de armoedemonitor en de effectrapportage van de regelingen in de gemeente Geertruidenberg. Vervolgens volgt een concrete uitwerking om de dienstverlening te optimaliseren en zo de streefdoelstellingen te behalen.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

19

5. Huidige situatie en ambities 5.1 Doelen Vanuit de eerder genoemde missie en visie en naar aanleiding van de evaluatie op ons huidige beleid voor vroegsignalering en schuldhulpverlening hebben we op basis van de wettelijke verplichtingen en lokale ontwikkelingen voor de komende beleidsperiode doelen opgesteld ten behoeve van de doorontwikkeling en verbetering van het beleid rond financiële zelfredzaamheid.

ƒ Het versterken van de aanpak van preventie en vroegsignalering. ƒ Bevorderen van de samenwerking met- en tussen lokale partners ƒ Inwoners melden eerder het (mogelijk) ontstaan van problematische schulden ƒ Gelijke kansen voor kinderen en jongeren om talenten te ontwikkelen Deze doelen hebben we opgedeeld in vier pijlers, die de basis vormen van onze aanpak. 1. Preventie en educatie 2. Wettelijke vroegsignalering 3. Schuldhulpverlening 4. Nazorg Bovenstaande pijlers komen terug in de doelstellingen. De doelstellingen zijn concreet vertaald naar onze ambities voor de komende vier jaar 2025-2028. De ambities en indicatoren worden in onderstaande paragrafen toegelicht. De verdieping in de uitwerking en het tijdspad zijn concreter geformuleerd in de uitvoeringsagenda 2026-2027. Iedere twee jaar wordt de uitvoeringsagenda bijgesteld aan de hand van de meest recente wijzigingen en actualiteiten.

5.2 Preventie en educatie 5.2.1 Wat doen we al? In het beleidskader sociaal domein gaat de visie op meedoen uit van kernwaarden die leidend zijn voor de uitvoering en inrichting van onder andere preventie. Zoals eerder te lezen in het beleidsplan kan iedereen te maken krijgen met schuldenproblematiek. Hoe eerder een inwoner geholpen kan worden met laagdrempelige ondersteuning, hoe kleiner de kans dat een intensief schuldhulpverleningstraject nodig is. Preventie van schulden is een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die er op gericht zijn dat mensen financieel vaardig worden en hun financiën op orde kunnen houden. Dit doen we door proactief te handelen en hierbij ook aandacht te houden voor de achterliggende oorzaken van financiële problemen en schulden. Door in te zetten op preventie, willen we sociale uitsluiting door schulden of armoede voorkomen en de maatschappelijke kosten op lange termijn beperken. Geld en Recht - welzijnsorganisatie Bij de welzijnsorganisatie kunnen inwoners terecht voor ondersteuning bij hun financiële vragen. Op diverse plekken in de gemeente wordt een spreekuur gehouden in samenwerking met de bibliotheek. Activiteiten op scholen Het primair onderwijs in de gemeente Geertruidenberg richt zich steeds meer op het leren omgaan met geld.

Door onder andere het organiseren van gastlessen en andere activiteiten in samenwerking met de gemeente, dragen we zorg voor een breed draagvlak om zo jong mogelijk te starten met financiële educatie.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

20

Ambitie komende vier jaar: Het versterken en verbreden van de aanpak van preventie en educatie. We zetten in op het uitbreiden van preventieve interventies welke bijdragen aan het versterken van bewustwording over het op orde brengen en/of houden van eigen financiën. Uitgangspunten ƒ Bewustwording ƒ Cirkel van armoede doorbreken

Ambitie komende vier jaar: Het niet-gebruik van regelingen terugdringen, inwoners bewust maken van de voorzieningen waar zij recht op hebben. We zetten in op het uitbreiden van preventieve interventies welke bijdragen aan het versterken van bewustwording over het op orde brengen en/of houden van eigen financiën. Uitgangspunten: ƒ Vergroten van het bereik ƒ Meer maatwerk

5.2.2. Wat streven we na voor de komende vier jaar? Streven

Indicator

2025 (Huidige realisatie en startpunt meting)

2029 (beoogd)

Bewustwording

Aantal preventieve interventies

Nulmeting, begin 2026

Ten minste 25% van de inwoners van Geertruidenberg bereikt met preventief materiaal.

Samenwerking partners

Aantal verwijzingen tussen verschillende partners

Nulmeting, begin 2026

Een stijging van 5% in het aantal verwijzingen tussen partners.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

21

5.2.3. Wat gaan we daarvoor (extra) doen en hoe volgen we de resultaten? Specifieke schuldpreventie per doelgroep Doelgroep

Soort schuldpreventie

Interventievorm

Doel

Alle inwoners

Universele preventie

• • •

Financiële educatie Taboe doorbreken Preventie bij life events

Het voorkomen dat inwoners financiële zorgen of schulden krijgen

Inwoners zonder schulden, maar daar wel een risico op lopen

Selectieve preventie

•

Signalering en voorlichting via werkgevers en sleutelfiguren Inkomensondersteuning middels minimaregelingen

Het voorkomen dat inwoners financiële zorgen of schulden krijgen

•

Wettelijke vroegsignalering (Wgs) Vroegtijdige signalering door formele en informele partners in de stad

Financiële problemen vroegtijdig onderkennen, inwoners met financiële zorgen tijdig in beeld te brengen en in een vroegtijdig stadium oplossingen bieden

•

Nazorg

Terugval voorkomen

•

Inwoners met achterstanden die zich nog niet in een problematische schuldensituatie bevinden

Geïndiceerde preventie

Inwoners na een problematische schuldsituatie

Probleemgerichte preventie

•

Alle inwoners Universele preventie, waarbij de focus ligt op het informeren van educatie geven aan alle inwoners, ongeacht hun financiële situatie. Het doel is om hen financieel bewust en vaardig te maken. Deze vorm van preventie richt zich op het versterken van de algemene financiële kennis en vaardigheden van alle inwoners in de gemeente Geertruidenberg, zodat iedereen – bijvoorbeeld door een life event- beter in staat is om financiële risico’s te herkennen en te vermijden. Inzet op taboe doorbreken draagt er ook aan bij dat inwoners zonder financiële zorgen, andere inwoners helpen met eenvoudige financiële vragen. Inwoners zonder schulden maar daar wel een verhoogd risico op lopen Selectieve preventie is gericht op specifieke groepen die een verhoogd risico lopen om in financiële problemen te komen. We voeren geen specifiek preventiebeleid voor verschillende doelgroepen. In onze communicatie houden we rekening met de specifieke kenmerken van een doelgroepen. Bij jongeren is de invloed van social media, imago, groepsdruk en loyaliteit naar de ouder(s) of de (straat) cultuur relevant. Voor ondernemers en ZZP’ers kan het risico op schulden veroorzaakt worden door een terugloop in opdrachten, faillissement of arbeidsongeschiktheid. Zij zijn niet gewend om hulp te vragen.

inwoners met een migratieachtergrond kennen op hun beurt de wet- en regelgeving in Nederland vaak niet voldoende, zijn de taal niet (of beperkt) machtig en weten niet waar zij terecht kunnen voor hulp. Door middel van gerichte voorlichting en begeleiding waarbij we rekening houden met specifieke kenmerken van groepen geven we vorm aan selectieve preventie. Door middel van sleutelfiguren kunnen we deze groepen beter bereiken en gerichte ondersteuning bieden. Inwoners met achterstanden die zich nog niet in een problematische schuldensituatie bevinden Geïndiceerde preventie, gericht op inwoners die al betalingsachterstanden hebben, maar waarbij de schulden nog niet problematisch zijn geworden. De interventie vroegsignalering speelt hier een belangrijke rol. Door samen te werken met vastelastenpartners zoals verhuurders, energieleveranciers en zorgverzekeraars, kunnen betalingsachterstanden snel worden gesignaleerd en kan er tijdig hulp worden aangeboden. Het doel is om verdere escalatie te voorkomen en de inwoners te ondersteunen bij het weer op orde brengen van hun financiën voordat de problemen zich opstapelen. Inwoners na een problematische schuldsituatie Probleemgerichte preventie, waarbij de focus ligt op inwoners die al in (ernstige) financiële problemen zitten.

De interventies budgetbeheer of een schuldhulpverleningstraject zijn hier noodzakelijk om de schuldenproblematiek aan te pakken. Het doel is om inwoners in staat te stellen hun schulden af te lossen en hen te ondersteunen bij het opnieuw opbouwen van een financieel stabiel leven. Deze interventies voorkomen dat inwoners verder wegzakken in een uitzichtloze situatie en bieden hen de nodige begeleiding om weer zelfstandig te kunnen leven.

Beleidsplan Financiële zelfredzaamheid 2025-2028

22

Thema financiën vast onderdeel van klantgesprekken Alle inwoners van de gemeente Geertruidenberg krijgen de juiste zorg en ondersteuning op het gebied van bestaanszekerheid en melden zich eerder om problemen aan te pakken. Het thema geldzaken wordt een vast onderdeel in alle klantgesprekken in het sociaal domein. Proactieve dienstverlening Bestaanszekerheid begint met voldoende financiële middelen om van te leven, maar gaat ook over een degelijk en eenvoudig sociaal stelsel. Wij informeren onze inwoners proactief over de regelingen waar zij recht op hebben. Ook landelijk is hier nu aandacht voor. Het kabinet wil mogelijk maken dat gemeenten, Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) en Sociale Verzekeringsbank (SVB) inwoners actief gaan wijzen op uitkeringen en voorzieningen waar zij recht op hebben. Het kabinet wil hiermee het gebruik van regelingen bevorderen en de bestaanszekerheid vergroten. In het wetsvoorstel Wet Proactieve dienstverlening Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) wordt geregeld dat gemeenten, UWV en SVB persoonlijke gegevens mogen uitwisselen en verwerken om na te gaan of inwoners recht hebben op een uitkering of andere ondersteuning. Samenwerking met partners (zoals huisartsen, sportverenigingen, kbo’s, onderwijs, etc.) Publiekscampagne: Jaarlijkse campagne om meer mensen te bereiken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=b65b347b-9296-49f8-b5c0-2b4ea163042d