bijlage 1 Analyse financiële en inhoudelijke kaders 2022 Verbonden Partijen
Tekst van het document
Bijlage I: Analyse financiële en inhoudelijke kaders 2022 Verbonden Partijen Raadsbesluit 16 november 2020
Financiële kaders begroting 2022 Verbonden Partijen a. De algemene Financiële kaders 2022 voor alle Verbonden Partijen (met uitzondering van de Veiligheidsregio): Van het Dagelijks Bestuur (DB) van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) wordt verwacht dat zij een structureel financieel-sluitende meerjarenbegroting 2022-2025 aanbiedt aan de deelnemers. De gehanteerde begrotingsuitgangspunten door de GR dienen in de begroting 2022 van de GR inzichtelijk te worden gemaakt. In de begroting 2022 dient een overzicht te worden opgenomen met de meerjarige bijdrage (2022 t/m 2025) per deelnemer. De begroting en jaarrekening dienen te voldoen aan het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV). Dit betekent dat de voorgeschreven gegevens dienen te worden opgenomen. Met name wordt aandacht gevraagd voor: a. een overzicht van incidentele lasten en baten per programma; b. een specificatie van lasten en baten per programma; c. het opnemen van een meerjarig investeringsplan in de begroting; d. het opnemen van (prestatie) indicatoren in de begroting; e. de verwachte stand begin en eind begrotingsjaar van Eigen en Vreemd vermogen. De begroting dient te worden opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Dat wil zeggen dat geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting mogen worden opgenomen, tenzij dit eerder door het Algemeen Bestuur is besloten.
De begroting bevat een overzicht met het verloop de reserves. In dit overzicht is te zien wanneer en voor welk bedrag per jaar de reserve wordt ingezet. Ook bevat dit overzicht een toelichting waarin het doel van de reserve wordt omschreven. De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022. Voor de meerjarenbegroting 2022-2025 dient deze gelijkblijvende bijdrage voorlopig als uitgangspunt genomen te worden. Een positief resultaat vloeit terug naar de deelnemers. De GR kan hiervan afwijken; hiertoe dient het DB een expliciet en gemotiveerd voorstel tot resultaatbestemming voor te leggen aan het Algemeen Bestuur van de GR. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing is aandacht voor de risico’s door deze te kwantificeren, te prioriteren en de beheersingsmaatregelen te benoemen. Binnen twee jaar na inwerkingtreding van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen brengen de deelnemers de regeling in overeenstemming met de gewijzigde Wgr. b. Voor de algemene financiële kaders 2022 voor de Veiligheidsregio geldt dat deze gelijkluidend zijn aan de kaders voor de overige Verbonden Partijen, met uitzondering van punt 5.
Dit luidt als volgt: De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022. c. Aan een vijftal Verbonden Partijen aanvullend een taakstellende bezuiniging van 5% op te leggen voor 2022, te weten: Regio West-Brabant; Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant; GGD West-Brabant; Wava/MidZuid; Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant; d. Uitvoering geven aan de op 16 november 2020 aangenomen motie: Het algemeen bestuur van elk van de verbonden partijen het voorstel te doen voor een zero based (gebaseerd op nul: elke uitgave wordt beoordeeld op omvang en noodzaak) operatie op de begroting 2022 van de verbonden partijen uit te voeren; Daarbij te werken aan drie scenario’s waarin de consequenties in beeld worden gebracht voor de dienstverlening door de verbonden partijen wanneer de begroting daarvan met 5, 10 en 15% wordt verlaagd.
Beleidsinhoudelijke richtlijnen Regio West-Brabant
In de 2e bestuursrapportage wordt een voortgangsrapportage verwacht over de realisering van het actieprogramma 2019-2023. In de begroting 2022 wordt een doorkijk gegeven naar het actieprogramma vanaf 2023. In de begroting 2022 dient een voorstel opgenomen te zijn over de voortzetting van de financiering van het programma VTE. Aangezien de begroting van Rewin via de begroting van de RWB loopt dient de RWB richting Rewin het signaal af te geven dat ook voor hen geldt dat de begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes dienen deze aangegeven te worden in de kaders voor de begroting 2022. Hierbij wordt specifiek aandacht gevraagd voor de bekostiging van de volgende opgaven: kennisdiensten, startersondersteuning en financieringsmogelijkheden voor starters.
Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant Geen beleidsmatige richtlijnen
Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord
De RAV waarborgt onder de nieuwe wet ambulancezorg de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen. De RAV informeert de gemeenten tijdig en volledig over de wijze waarop zij de ambulancezorg onder de nieuwe wet uit gaat voeren. Het Algemeen Bestuur heeft de definitieve besluitvorming over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV uitgesteld totdat er duidelijkheid is over de nieuwe ordening van de ambulancezorg. De RAV informeert de gemeenten over de mogelijkheden om over te gaan naar de meest geschikte rechtsvorm. De overgang mag voor gemeenten niet leiden tot nadelige (financiële) gevolgen. De RAV monitort de kwaliteit van ambulancezorg aan de hand van het landelijke kwaliteitskader en neemt de al beschikbare indicatoren uit dit kader op in de begroting. De responstijden A1 en A2 maken hier onderdeel van uit: responstijd A1 (melding-aankomst meer dan 15 minuten) 5,5% responstijd A2 (melding-aankomst meer dan 30 minuten) 5% De RAV besteedt extra aandacht aan gemeenten waar de overschrijding van A1 ritten, op basis van de jaarstukken en cijfers over 2018, hoger ligt dan 12,5%.
Aandacht in de vorm van paraatheiduitbreiding en/of verbeterde spreiding maar ook in de vorm van ondersteuning bij het inrichten van AED netwerken met de geadviseerde 6-minutenzones in deze gemeenten.
GGD West-Brabant
De GGD voert in West-Brabant de in de Wet Publieke gezondheid aan de gemeenten opgedragen taken uit. Op onderdelen betreft dit ook taken die vallen onder de Jeugdwet, Omgevingswet en de wet op de Veiligheidsregio’s. De GGD blijft alert op de rol die zij in ketenaanpakken heeft, waarbij passende aansluiting op het lokale beleid leidend is. Voor kwetsbare burgers die onvoldoende regie kunnen voeren levert de GGD in afstemming met ketenpartners de benodigde bijdrage aan een adequaat vangnet. De 3 in de ‘Agenda van de Toekomst’ opgenomen (hoofd)ambities zijn leidend voor de opstelling van de Begroting 2022. De GGD zorgt er tevens voor dat in deze begroting: De in overleg met gemeenten aangescherpte prestatie-indicatoren zijn opgenomen, met het doel beter zicht te verkrijgen op de te behalen resultaten. Een overzicht is opgenomen met een uitsplitsing van de kosten van de basistaken en de kosten van de aanvullende ambities die de GGD bovenop deze taken uitvoert. Aangegeven wordt welke taak/taken – op basis van de in 2021 uitgevoerde verkenning – mogelijk uit het basistakenpakket gehaald kunnen worden en in volgende jaren als plusproduct kunnen worden ingekocht. Eén van de ambities van de GGD betreft de verdere uitbouw en versterking van de preventieve taken.
Belangrijk onderdeel hiervan is het regionaal en lokaal invulling geven aan het Nationale Preventieakkoord; dit via het maken van onderbouwde keuzes in maatregelen. In goede
samenwerking met gemeenten en lokale ketenaanpakken bouwt de GGD voort aan maatregelen die inwoners stimuleren “de gezonde keuze te maken”. Per 2020 is aan de GGD een structurele bijdrage van € 150.000,- toegekend voor een beleidsintensivering op het gebied van infectieziektebestrijding. Deze extra middelen hebben een stevige impuls aan infectieziektepreventie gegeven. Naar aanleiding van de COVID-19 uitbraak in 2020, vragen wij de GGD uiterst alert en paraat te zijn om een mogelijke uitbraak van een nieuwe infectieziekte te voorkomen. Ten behoeve van de ‘Modernisering van de GGD-dienstverlening’ heeft het Algemeen bestuur ingestemd met de vorming van een bestemmingsreserve van € 300.000,- (vanuit het positief resultaat 2019). In de begroting 2022 geeft u een beschrijving van deze moderniseringsslag en de effecten hiervan plus inzicht in het verloop van deze reserve. Per 2021 heeft het rijk de Decentrale Uitkering Uitstapprogramma Prostituees (DUUP) ingevoerd met Tilburg als centrumgemeente voor Midden- en West-Brabant en Zeeland. In 2021 blijft de landelijke bijdrage voor het uitstapprogramma nog gelijk aan 2020 en is ook al een gemeentelijke bijdrage van maximaal € 150.000,- in uw begroting voor 2021 opgenomen. Vanaf 2022 is landelijk voor West-Brabant € 40.000,- minder beschikbaar.
Op basis van een evaluatie in 2021 laat u het Algemeen bestuur een Besluit nemen over hoe het uitstapprogramma vanaf 2022 het best gecontinueerd kan worden en in welke mate daarbij een gemeentelijke bijdrage benodigd is. In de begroting 2021 is opgenomen dat de GGD inzet op preventie van ziekteverzuim binnen het primair onderwijs. U zou graag de M@zl-aanpak in het PO willen invoeren en u verwacht hiervoor extra middelen nodig te hebben. In een voorstel onderbouwt u wat de implementatie van M@zl in het PO inhoudelijk en financieel voor gevolgen heeft en u legt dit in een te nemen Besluit aan het Algemeen bestuur voor.
Nazorg Gesloten Stortplaatsen geen beleidsmatige richtlijnen
Wava/MidZuid De beleidsinhoudelijke kaders voor 2022 voor de tegelijkertijd vast te stellen met het bedrijfsplan 2021 van de Wava/MidZuid
Regeling Schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten geen beleidsmatige richtlijnen
Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant
De deelnemersbijdrage voor Programma 1 (verplichte basistaken) in 2022 moet gebaseerd zijn op de gewijzigde verplichte basistaken volgens de Omgevingswet en op het efficiencyonderzoek. De begroting 2022 moet Omgevingswetproof worden opgesteld. Dit betekent concreet dat de organisatorische, financiële en beleidsmatige gevolgen van de Omgevingswet vertaald worden in de begroting. De gevolgen mogen niet automatisch leiden tot een verhoging van de deelnemersbijdrage, mogelijk wel tot een verschuiving. Breng in de begroting de gevolgen van de “warme” overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten voor zowel de omgevingsdienst als deelnemers(bijdrage) in beeld. De resultaten van het toegezegde efficiency-onderzoek (eind 2020/begin 2021) worden concreet (herleidbaar) in de begroting 2022 opgenomen. Efficiënter werken kan leiden tot een lagere deelnemersbijdrage. Neem de resultaten uit de evaluatie van de MWB-norm (incl. financieringssystematiek) mee in de begroting 2022. Hanteer bij het opstellen van de begroting de voorwaarden uit de vastgestelde Nota verbonden partijen West-Brabant.
Analyse Kaderbrief 2022 Aan een aantal Verbonden Partijen is door de gemeenteraad een taakstellende bezuiniging opgelegd van 5%. Het betreft de volgende Verbonden Partijen: Regio West-Brabant; Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant; GGD West-Brabant; Wava/MidZuid; Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant; Tevens is aan de Verbonden Partijen verzocht uitvoering te geven aan de door de gemeenteraad vastgestelde motie luidende als volgt: Het algemeen bestuur van elk van de verbonden partijen het voorstel te doen voor een zero based (gebaseerd op nul: elke uitgave wordt beoordeeld op omvang en noodzaak) operatie op de begroting 2022 van de verbonden partijen uit te voeren; Daarbij te werken aan drie scenario’s waarin de consequenties in beeld worden gebracht voor de dienstverlening door de verbonden partijen wanneer de begroting daarvan met 5, 10 en 15% wordt verlaagd. De analyse van de Kaderbrieven 2022 is vooral gericht op het al dan niet nakomen van deze taakstellende bezuinigingen.
RWB Algemene financiële richtlijnen De algemene financiële richtlijnen zijn door de RWB overgenomen. Taakstellende bezuinigingen De RWB stelt voor om voor de jaren 2022-2025 de nullijn te hanteren. Dat betekent dat binnen de bedrijfsvoering van de RWB bezuinigingen worden gevonden de komende jaren, zodat er geen besparingen hoeven plaats te vinden op de inhoudelijke activiteiten van de RWB. De RWB staat op het standpunt dat de taakstellende bezuiniging van 5% en het uitwerken van bezuinigingsscenario’s (conform de door de gemeenteraad aangenomen motie) die de gemeente Geertruidenberg wil doorvoeren als gevolg heeft dat er een takendiscussie zou moeten plaatsvinden. Deze is echter enige jaren geleden al gevoerd in verband met het bepalen van de strategische keuzes en het daarbij behorende actieprogramma. Daarnaast vindt de RWB het juist belangrijk dat in deze tijd ingezet wordt op het herstel en de vernieuwing van de West-Brabantse economie. Aanvullende bezuinigingen zijn derhalve niet aan de orde. De deelnemende gemeenten, behoudens de gemeente Geertruidenberg, kunnen zich vinden in de gehanteerde nullijn wat betreft de ontwikkeling van de gemeentelijke bijdrage. Beleidsmatige richtlijnen De RWB geeft aan dat op dit moment een inhoudelijke doorkijk in de begroting 2022 naar de jaren na 2023 nog niet mogelijk is.
Het Actieprogramma 2024 tot en met 2027 wordt eind 2023 opgesteld. De “nieuwe” gemeenteraden (gekozen begin 2022) worden hierbij betrokken. Door Corona is er flinke vertraging op de aanpak VTE ontstaan. Daardoor kan de nog aanwezige dekking doorschuiven naar 2022. Begin 2022 vindt de evaluatie VTE plaats ten behoeve van besluitvorming over de financiering van een eventueel vervolg naar de begroting 2023. Voor wat betreft het doorvoeren van bezuinigingen bij Rewin geeft de RWB aan dat de subsidieafspraken met Rewin voor een periode van 4 jaar zijn afgesproken. Wijziging van de bijdrage dient plaats te vinden binnen de rol die de gemeenten zelf hebben binnen Rewin, waarbij de begroting 2022 voor de zomer van 2021 wordt vastgesteld. De RWB heeft daarbij zelf geen rol. Zienswijze Gelet op vorenstaande wordt voorgesteld om nogmaals aan de RWB aan te geven dat er voor de begroting 2022 een taakstellende bezuiniging van 5% moet worden doorgevoerd en dat uitvoering moet worden gegeven aan de door de gemeenteraad aangenomen motie, luidende: Het algemeen bestuur van elk van de verbonden partijen het voorstel te doen voor een zero based (gebaseerd op nul: elke uitgave wordt beoordeeld op omvang en noodzaak) operatie op de begroting 2022 van de verbonden partijen uit te voeren;
Daarbij te werken aan drie scenario’s waarin de consequenties in beeld worden gebracht voor de dienstverlening door de verbonden partijen wanneer de begroting daarvan met 5, 10 en 15% wordt verlaagd.
Veiligheidsregio Algemene financiële richtlijnen De algemene financiële richtlijnen zijn door de Veiligheidsregio overgenomen. Voor structurele lokale adviestaken voor wat betreft de Besluiten Externe Veiligheid Inrichtingen, Externe Veiligheid Buisleidingen en Externe Veiligheid Transport wordt jaarlijks een bedrag in het gemeentefond gestort (septembercirculaire 2020). In de kaderbrief 2022 wordt een begrotingswijziging 2021 hierover aangekondigd Taakstellende bezuinigingen Voor wat betreft de taakstellende bezuiniging van 5% houdt de Veiligheidsregio vast aan de lijn om vanaf 2021 een structurele besparing van 2,5% door te voeren. Aan de Veiligheidsregio is door de gemeente Geertruidenberg gevraagd een zero based (gebaseerd op nul: elke uitgave wordt beoordeeld op omvang en noodzaak) operatie uit te voeren op de begroting 2022. En daarbij te werken aan drie scenario’s waarin de consequenties in beeld worden gebracht voor de dienstverlening wanneer de begroting met 5, 10 en 15% wordt verlaagd. In de kaders is door de Veiligheidsregio aangegeven dat bij de eerste begroting waar de nieuwe gemeenteraden over gaan, namelijk begroting 2023 en dus niet 2022, de mogelijkheden inzichtelijk gemaakt worden en zij met een concreet bezuinigingsvoorstel (inclusief consequenties voor dienstverlening en uitvoering van taken) komen.
Beleidsmatige richtlijnen Niet van toepassing Zienswijze Gelet op vorenstaande wordt voorgesteld om nogmaals aan de Veiligheidsregio aan te geven dat er voor de begroting 2022 een taakstellende bezuiniging van 5% moet worden doorgevoerd Voor wat betreft de door de gemeenteraad aangenomen motie wordt voorgesteld om akkoord te gaan met de gekozen oplossingsrichting van de Veiligheidsregio met dien verstande dat er gedurende het jaar 2021 wel een goede start gemaakt wordt om voldoende gereed te zijn voor de begroting 2023.
RAV Algemene financiële richtlijnen De financiële richtlijnen zijn niet van toepassing op de RAV. Dit heeft met de specifieke wijze van financieren van de RAV te maken. De zorgverzekeraars betalen de RAV. De RAV ontvangt geen gemeentelijke financiële bijdrage. Beleidsmatige richtlijnen In de kaderbrief is geen informatie opgenomen over (het proces) om de gemeenten te informeren over de meest geschikte rechtsvorm voor de RAV. Eerder besloot het Algemeen Bestuur de besluitvorming hierover over te schorten totdat er duidelijkheid was over de nieuwe wet ambulancezorgvoorziening. De nieuwe wet is echter nog maar recent in werking en mogelijk komt de RAV hier in de begroting of in de vergadering van het Algemeen Bestuur op terug. In de kaderbrief is niet terug te lezen op welke wijze de RAV extra aandacht gaat besteden aan gemeenten waar het overschrijdingspercentage voor de A1 ritten hoger is dan 12,5%. Indien de RAV dit niet aangeeft in haar begroting 2022 zal hierop een zienswijze worden afgegeven. De ambulancesector heeft een kwaliteitskader ontwikkeld dat 26 indicatoren bevat waarmee daadwerkelijk het niveau van de geleverde zorg gemeten kan worden. Tijdigheid in het spoedvervoer is er hier één van. In het nog vast te stellen verlengde meerjarenbeleidsplan 2022 t/m 2025 (AB 1 juli 2021) beschrijft de RAV hoe zij voldoet aan het nieuwe kwaliteitskader.
Om een oplossing te vinden voor de personeelskrapte is de RAV zelf HBO-V afgestudeerden op gaan leiden tot ambulanceverpleegkundigen. In 2022 hoopt de RAV deze ambulanceverpleegkundigen in te kunnen gaan zetten en daarmee het probleem van het personeelstekort voor een belangrijk deel op te lossen. Personeelskrapte zal de komende jaren echter een punt van aandacht blijven. In januari 2021 werd de nieuwe Wet ambulancezorgvoorziening van kracht. Hiermee is de vergunning voor ambulancezorg aan de huidige aanbieders verleend, onder strakke overheidsregulering. Landelijk heeft het Ministerie van VWS een denkrichting gepresenteerd voor aanpassing van de acute zorg op de langere termijn. De visie van de RAV sluit aan bij deze denkrichting. Zienswijze Gelet op bovenstaande wordt voorgesteld geen zienswijze in te dienen op de Kaderbrief 2022 van de RAV
GGD Algemene financiële richtlijnen Met het opnemen van indexatie in de in de Kadernota opgenomen begroting wijkt de GGD af van financiële richtlijn 5. Hierin is opgenomen dat “De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van een gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. het begrotingsjaar 2021.” De gemeentelijke bijdrage voor 2022 is geïndexeerd voor loon- en prijscompensatie met 1,54% ten opzichte van 2021. De indexatie is gebaseerd op de septembercirculaire 2020 (waarbij het nog onduidelijk is wat precies de CAO-ontwikkelingen gaan zijn). De begroting bestaat bijna volledig uit personeelskosten en de GGD volgt hierin de CAO. Hoewel de in de kadernota opgenomen begroting afwijkt van richtlijn 5, is de indexering acceptabel gezien de enorme (personele) druk die door de Coronacrisis op de organisatie staat. In de kadernota gaat de GGD ook in op actuele ontwikkelingen die landelijk en regionaal spelen. De GGD verwacht dat de uitkomsten van de evaluatieonderzoeken inzake de Eerste fase van COVID19 en de Wet op de Veiligheidsregio’s kunnen leiden tot aanzienlijke gevolgen voor de financiering van de GGD’ en in Nederland.
De GGD volgt de ontwikkelingen in deze dan ook op de voet en streeft ernaar om de gemeenten en belangrijke partnerorganisaties zo goed mogelijk te betrekken bij besluitvorming met consequenties voor de GGD West-Brabant en/of GHOR en/of Veiligheidsregio MWB. Daarbij beseft de GGD terdege dat enkele gemeenten in de regio het financieel zwaar hebben. Binnen dat perspectief zal op zoek gegaan worden naar innovaties en oplossingen. Als meer duidelijk is over eventuele gevolgen gaat de GGD in gesprek met de gemeenten en partners. Daarnaast worden verschillende financiële ontwikkelingen geschetst, zoals de impact van corona op opbrengsten door reizigersvaccinaties en extra contactmoment in de JGZ waar financiële risico’s aan kunnen kleven. In dit stadium zijn eventuele (financiële) consequenties nog niet duidelijk. Verder zijn er 2 ontwikkelingen die gaan leiden tot een Begrotingswijziging 2021. Het gaat hier om de financiering van het prenatale huisbezoek bij kwetsbare zwangere vrouwen en een uitbreiding van het Rijksvaccinatieprogramma; de financiering hiervan zal verlopen via het Gemeentefonds Taakstellende bezuinigingen De GGD komt niet tegemoet aan de door ons gestelde taakstellende bezuiniging van 5%, en heeft niet drie scenario’s uitgewerkt waarin de consequenties in beeld worden gebracht voor de dienstverlening als de begroting met 5, 10 of 15% wordt verlaagd.
Echter gelet op de huidige pandemie is het niet opportuun de GGD op dit moment te confronteren met een zero-basedoperatie. Deze dient echter wel zo snel mogelijk te worden opgestart. Beleidsmatige richtlijnen In de kadernota schetst de GGD de kaders voor 2022 en dit houdt in dat niet alles tot in detail is uitgewerkt. De richtlijnen waar de GGD in de Beleidsbegroting 2022 nog nader op in zal moeten gaan zijn: Het aanscherpen van de prestatie-indicatoren (richtlijn 2a); De moderniseringsslag op het gebied van de GGD-dienstverlening (richtlijn 5); Het komen met een voorstel welke (deel)taken uit het basistakenpakket gehaald kunnen worden, zodat gemeenten dit als plustaak kunnen afnemen (richtlijn 2c).
M.b.t. de aanscherping van de prestatie-indicatoren (richtlijn 2a) heeft al vernieuwing plaatsgevonden van de voor de Jeugdgezondheidszorg (JGZ) geldende indicatoren. In de rest van 2021 en een deel van 2022 werkt de GGD samen met gemeenten aan vernieuwing binnen de andere basistaken/productgroepen; Modernere GGD-dienstverlening (richtlijn 5) zal, incl. het verloop van bijhorende reserve, in de begroting worden beschreven; Rond de vraag van gemeenten of bepaalde (deel)taken uit het basistakenpakket gehaald kunnen worden met het doel dat deze als plustaak afgenomen kunnen worden (richtlijn 2c), dient goed afgewogen te worden of hier mogelijkheden toe bestaan. Zo ja, dan zal het AB van de GGD hier uiteindelijk een besluit over moeten nemen. Over de andere richtlijnen is afdoende informatie terug te vinden in de kadernota. Zienswijze Gelet op vorenstaande wordt voorgesteld wordt voorgesteld om nogmaals aan de GGD aan te geven dat er voor de begroting 2022 een taakstellende bezuiniging van 5% moet worden doorgevoerd. Vooralsnog wordt, gelet op de inspanningen van de GGD inzake Corona, een pas op de plaats gemaakt voor wat betreft het uitvoering geven aan de motie over de zero-basedoperatie, al dient die wel zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is opgepakt te worden.
OMWB Algemene financiële richtlijnen De algemene financiële richtlijnen zijn door de OMWB overgenomen In de meerjarenprognose ontbreekt echter nog de specifiek gevraagde concrete doorkijk voor 4 jaar op de gevolgen van de Omgevingswet, de bezuinigingen bij veel gemeenten, de dienstverlening en de arbeidsmarkt. Taakstellende bezuinigingen Voor wat betreft de taakstellende bezuiniging van 5% heeft op verzoek van het dagelijks bestuur de directeur een onderzoek ingesteld naar de mogelijkheden voor kosteneffectiviteit. Op basis van dit onderzoek ziet het dagelijks bestuur mogelijkheden om het huidige kostenniveau in de loop van de komende 2 a 3 jaren neerwaarts bij te stellen, in de orde van grootte van 4-7%. In 2021 worden voorstellen uitgewerkt, die dan in de begrotingen 2022 en 2023 worden opgenomen. Ten aanzien van de door de gemeenteraad aangenomen motie wordt het volgende opgemerkt: Het dagelijks bestuur neemt deze motie, die alleen door de gemeente Geertruidenberg is ingebracht, niet over. De OMWB wijst op de effecten van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Onder deze wet zal een aantal nieuw uit te voeren wettelijke taken naar de gemeenten c.q. de omgevingsdiensten komen. Deze zullen al een impact hebben op de begroting en de werkprogramma’s. De gevolgen van nieuwe (wettelijke) taken worden meegenomen in het op te stellen werkprogramma voor 2022.
Wel zegt het dagelijks bestuur op verzoek van meerdere gemeenten de komende jaren zich in te spannen het kostenniveau met 4 tot 7% neerwaarts bij te stellen gezien de financiële situatie bij de deelnemers. Dit is een substantiële inspanning voor de dienst, waarvan het succes mede afhankelijk is van de bereidheid van de deelnemers ook zelf daaraan positief bij te dragen. Dit jaar zullen voorstellen worden uitgewerkt, die dan in de jaarbegrotingen 2022 en 2023 worden opgenomen. Daarbij wordt opgemerkt dat op dit moment nog steeds onzekerheden bestaan wat de financiële gevolgen van de Omgevingswet zijn.. Dit geldt overigens voor zowel de deelnemers als de dienst. Er moet hoe dan ook rekening worden gehouden met een kostenstijging. De disclaimer Omgevingswet maakt de inspanning voor kosteneffectiviteit in casu besparingspotentieel extra noodzakelijk en urgent. Teneinde de totale kostenontwikkeling van de dienst voor de deelnemers beheersbaar te houden. Beleidsmatige richtlijnen De OMWB geeft in haar kaderbrief aan dat zij de deelnemersbijdrage voor de wettelijke basistaken zal baseren op de nieuwe basistaken volgens de Omgevingswet, dit met de kanttekening dat het huidige basistakenpakket daadwerkelijk beleidsarm wordt overgenomen in de wet.
Over de financiële gevolgen van de “warme” overdracht bodemtaken van provincie naar gemeenten landelijk tussen de koepels nog overleg plaatsvindt. OMWB merkt terecht op dat dit nu, ten tijde van de
kadernota, nog niet bekend is. In het kader van de Omgevingswet zal uw raad dit jaar een voorstel gedaan worden over invoering van leges voor milieugerelateerde toestemmingen en vergunningen. Door de coronacrisis en het vertrek van de directeur is de evaluatie van de MWB-norm doorgeschoven naar de tweede helft van 2021. De resultaten van de evaluatie kunnen om die reden niet verwerkt worden in de begroting 2022. Er kan nog wel onderzocht worden naar de mogelijkheid om de resultaten te verwerken in een begrotingswijziging in 2021. De nota verbonden partijen heeft zeggingskracht voor de 16 gemeenten in West-Brabant, derhalve niet voor alle 25 gemeenten in de OMWB-regio. De nota verbonden partijen is door het AB van de OMWB niet aanvaard als geldend voor de OMWB en daarmee niet overgenomen in de kadernota. Tijdens de vergadering van het Algemeen Bestuur (AB) op 1 juli 2020 is door meerdere deelnemers de wens uitgesproken om over de positie van de nota een AB-besluit te nemen en daarmee de discussie over de voorwaarden uit die nota te beslechten. De nota wordt op dit moment geëvalueerd. Als de resultaten van deze evaluatie beschikbaar zijn, zal het Dagelijks Bestuur (DB) met een voorstel hierover komen. Zienswijze Voorgesteld wordt de volgende zienswijze in te dienen: 1.
De gemeente Geertruidenberg vraagt om in de meerjarenprognose de specifiek gevraagde concrete doorkijk voor 4 jaar op te nemen op de gevolgen van de Omgevingswet, de bezuinigingen bij veel gemeenten, de dienstverlening en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. 2. De gemeente Geertruidenberg merkt op dat OMWB zich zal inspannen om de komende 2-3 jaren in orde grootte van 4-7% te besparen. Wij vragen OMWB in hoeverre deze bezuiniging daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden? Daar waar die lager uitpakt zijn dan de gevraagde 5% (ic € 16.000) per jaar zal de gemeente Geertruidenberg in overleg met OMWB deze taakstelling binnen het werkprogramma zoeken. De gemeente Geertruidenberg ziet de opmerking dat de inspanningen om bezuinigingen te realiseren ook een inspanning van de deelnemers vraagt te onderzoeken waar in de samenwerking kostenefficiëntie bereikt kan worden, als een uitnodiging om daar samen met OMWB en (een aantal van) de deelnemers in een werkgroep over na te denken. 3.
Uitvoering geven aan de door de gemeenteraad aangenomen motie, luidende: Het algemeen bestuur van elk van de verbonden partijen het voorstel te doen voor een zero based (gebaseerd op nul: elke uitgave wordt beoordeeld op omvang en noodzaak) operatie op de begroting 2022 van de verbonden partijen uit te voeren; Daarbij te werken aan drie scenario’s waarin de consequenties in beeld worden gebracht voor de dienstverlening door de verbonden partijen wanneer de begroting daarvan met 5, 10 en 15% wordt verlaagd.
Nazorg gesloten stortplaatsen Algemene financiële richtlijnen In de kadernota 2022 is sprake van gelijkblijvend beleid en gelijkblijvende kosten. Op basis van een nog in 2021 uit te voeren onderzoek naar de kwaliteit van de afdekfolie worden eventueel besluiten genomen over de hoogte van de bijdrage in komende jaren. Dit heeft te maken met het verlengen van de levensduur van deze afdekfolie van 50 naar 75 jaar. Daarna is er meer duidelijkheid of de voorziening voldoende is en of de jaarlijkse bijdrage gaat veranderen. Tot die tijd is er besloten om niets te veranderen. Stortplaats Bavel-Dorst wordt al jaren behandeld als ware het een leemtewet stortplaats. Het is echter geen leemtewet stortplaats. Er wordt in 2021 onderzocht wat het kan betekenen voor de nazorgtaken om af te stappen van het leemtewet kader. Het is nog te vroeg om hier ook financiële consequenties aan te kunnen verbinden. Beleidsmatige richtlijnen Nvt Zienswijze Gelet op vorenstaande wordt voorgesteld geen zienswijze in te dienen.
WAVA/MidZuid Algemene financiële richtlijnen De algemene financiële richtlijnen zijn overgenomen. Taakstellende bezuinigingen Gemeentelijke bijdrage MidZuid daalt De meerjarige begroting laat een dalende lijn zien in de gemeentelijke bijdrage. Door nauw samen te werken met de gemeenten en de samenwerking in de keten verder te optimaliseren wordt dit haalbaar geacht. Bezuiniging 10% blijkt haalbaar, bezuiniging 15% gaat ten koste van doelgroep. In 2021 is conform de motie van de gemeenteraad door MidZuid een zero based budgetting operatie uitgevoerd samen met de financiële experts van de deelnemende gemeenten. Dit proces heeft bijgedragen aan de verdere besparing op de gemeentelijke bijdrage van ongeveer 10% voor de begroting van 2022 ten opzichte van eerder gecommuniceerde gemeentelijke bijdrage voor 2022. De bezuinigingen gaan niet ten koste van de doelgroep. Er wordt niet bezuinigd op de begeleiding van de doelgroep. Door het terugdringen van het ziekteverzuim, verbeteren van detacheringstarieven, transformatie van processen, kritisch te kijken naar kosten wordt de bezuiniging gerealiseerd. Er zijn trajecten ingezet om de bezuiniging te realiseren. Echter, het is een onzekere tijd en dat maakt dat er ook onzekerheden zijn betreffende de realisatie van de bezuinigingen. Desalniettemin acht het college de bezuinigingsvoorstellen realistisch.
Ten aanzien van het verzoek van de gemeenteraad om de consequenties in beeld te brengen als de begroting met 5, 10 en 15% wordt verlaagd, concludeert MidZuid dat in de huidige situatie een bezuiniging van 5% haalbaar is zonder dat dit een negatief effect heeft op de doelgroep, een bezuiniging van 10% ook een haalbare ambitie is. Maar een bezuiniging van 15% is binnen de huidige bedrijfsvoering niet haalbaar is. Daarmee zou de kwaliteit van de dienstverlening dermate onder druk komen te staan, dat dit een afbraak zou betekenen van de bestaande infrastructuur en ten koste zou gaan van de doelgroep. Beleidsmatige richtlijnen De beleidsmatige ontwikkelingen passen binnen ons gemeentelijk beleid, recentelijk vastgesteld door de gemeenteraad op 11 februari 2021. Zienswijze Gelet op bovenstaande wordt voorgesteld geen zienswijze in te dienen op de Kaderbrief 2022 van Wava/MidZuid
Regionaal Bureau Leerplicht Algemene financiële richtlijnen De algemene financiële richtlijnen zijn overgenomen. Een aantal gemeenten binnen dit samenwerkingsverband heeft aangegeven de bijdrage voor 2022 te bevriezen op het niveau van 2021. Het RBL heeft geen mogelijkheden om aan deze richtlijn te voldoen zonder dat het ten kosten gaat van uitvoering en resultaten van de regionale opdracht. Er is bij het RBL formatief geen flexibele schil noch sprake van financiële reserves. Formatief en bedrijfsvoering technisch zijn er geen ‘knoppen om aan te draaien’. RBL West-Brabant zit ook maar net boven de ondergrens van de door Ingrado (landelijk) bepaalde formatiewijzer. En doordat door de aangesloten gemeenten ervoor is gekozen te werken met een dienstverleningsovereenkomst met de gemeente Breda dienen ook de daaruit voortkomende loon- en prijsindexeringen en facilitaire effecten te worden verwerkt. Het advies is dan ook om akkoord te gaan met afwijking van de richtlijn gelijkblijvende bijdrage 2020.
Beleidsmatige richtlijnen In de kaderbrief (blz. 16) schrijft het RBL: “De financiering van de pilot projectaanjager gebeurt in de vorm van een specifieke, extra projectopdracht per bedoelde gemeente aan het RBL. Hierdoor is er geen verbinding met de reguliere RBL-begroting.” Voor een project is het gebruikelijk om dit separaat in beeld te brengen, los van de reguliere begroting. Dit wil niet zeggen dat het geen deel uit maakt van de totale begroting van het RBL. De inkomsten en uitgaven binnen het project dienen evengoed te worden verantwoord en daarmee opgenomen te worden in de begroting 2022. Zienswijze Gelet op vorenstaande wordt voorgesteld een zienswijze in te dienen op de Kaderbrief 2022 luidende als volgt: De inkomsten en uitgaven van de pilot projectaanjager op te nemen en te verantwoorden in de begroting 2022.
BVO CJG Nieuw in het overzicht van de Verbonden Partijen is de Bedrijfsvoeringsorganisatie Centrum Jeugd en Gezin (BVO CJG). De BVO CJG is een samenwerkingsverband van twee gemeenten, te weten gemeente Geertruidenberg en gemeente Drimmelen. De gemeenten hebben in december 2018 gezamenlijk gekozen voor een Bedrijfsvoerings-organisatie Centrum voor Jeugd en Gezin. De kaderbrief 2022 is de eerste kadernota die de BVO CJG in de P&C cyclus aan de gemeente aanbiedt. Algemene financiële richtlijnen De prognose 2022van het CJG is gebaseerd op een aantal uitgangspunten: Bestaand beleid vormt het uitgangspunt voor de prognose 2022; Qua personele posten wordt uitgegaan van de begroting 2021 + een indexering van 2.5 %, afgestemd met de financieel adviseurs van de gemeenten; De BVO CJG Drimmelen Geertruidenberg gaat ook uit van ervaringscijfers over 2020. De BVO CJG is per 2020 opgericht en zijn er (financiële) onderdelen, op basis van voortschrijdend inzicht, bijgesteld; Vanwege onduidelijkheden met betrekking tot de BTW is deze bij de begrotingen 2020 en 2021 niet opgenomen maar vanaf 2022 wordt in het vervolg wel in de prognose meegenomen; De begroting 2022 dient te worden opgesteld op basis van de gemeentelijke bijdrage ten opzichte van het begrotingsjaar 2021. Als dit leidt tot beleidsmatige keuzes, dan dienen deze aangegeven te worden in de kaders van de begroting 2022.
Beleidsmatige richtlijnen Het bestaand beleid vormt het uitgangspunt voor de begroting 2022 en is gebaseerd op eerdere besluitvorming van de gemeenteraden van Drimmelen en Geertruidenberg eind 2019. Eind 2020 is door beide gemeenten in samenwerking met het CJG gestart met de voorbereiding van de Taskforce Jeugdhulp. De resultaten van deze Taskforce worden afgewacht alvorens tot eventuele nieuwe voorstellen te komen voor het CJG. Zienswijze Gelet op vorenstaande, wordt voorgesteld geen zienswijze in te dienen op de kaderbrief 2022 van de BVO CJG.