CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1- adviesrecht

De raad besluit 14 december 2023, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Omgevingswet: Adviesrecht, participatieverplichting, delegatiebevoegdheid & uitgebreide procedure1.527 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 1 Gevallen waarin de gemeenteraad adviseur is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 16.15a lid b Omgevingswet 1. het bouwen van meer dan 29 woningen binnen stedelijk gebied en meer dan 14 woningen buiten stedelijk gebied; * 2. het transformeren en/of vergroten van bestaande bebouwing ten behoeve van een woonfunctie en daarmee samenhangende bebouwing indien dit resulteert in een toename van meer dan 29 woningen binnen stedelijk gebied en meer dan 14 woningen buiten stedelijk gebied; * 3. het bouwen en vestigen van maatschappelijke instellingen zoals scholen, zorgcentra, sporthallen, sportparken en gemeenschapshuizen; * 4. een antenne-installatie of andere masten hoger dan 40 m; * 5. het vergroten van de oppervlakte van sportvelden, recreatieterreinen en begraafplaatsen en/of de daarop aanwezige bebouwing, met meer dan 20 % ten opzichte van reeds toegestaan in het Omgevingsplan met een ondergrens van minimaal 500 m2 voor ; * 6. het vergroten van (agrarische) bedrijven met meer dan 30% ten opzichte van het reeds toegestane in het Omgevingsplan met een ondergrens van minimaal 500 m2; * 7. het oprichten van niet-agrarische bedrijven buiten stedelijk gebied; * 8. het oprichten van één of meer windturbines met een ashoogte meer dan 15 meter en weiden met zonnepanelen met een oppervlakte groter dan 100 m2; * 9.

indien de activiteit niet past binnen de doelen van het omgevingsplan; * 10. indien de activiteit niet past binnen de (overige) door de gemeenteraad gestelde kaders; * * tevens afdeling 3.4 Awb van toepassing Met uitzondering van gevallen: 11. waarin het college van plan is de omgevingsvergunning te weigeren; 12. die voldoen aan een ter inzage gelegd ontwerp van wijziging van een deel van het omgevingsplan dan wel in een door de gemeenteraad vastgesteld, maar nog niet onherroepelijk deel van het omgevingsplan; 13. waarvoor de gemeenteraad heeft ingestemd met een ontwikkeling in een visie, startnotitie of (stedenbouwkundig)plan voorafgaand aan de aanvraag omgevingsvergunning of heeft besloten dat er geen advies is vereist; 14. wanneer sprake is van ander gebruik van gronden en of bouwwerken voor ten hoogste tien jaar.

Toelichting Algemeen De omgevingsvisie en het omgevingsplan vormen de basis van het beleid rondom de fysieke leefomgeving. Alle twee worden door de gemeenteraad vastgesteld en passen bij de taak van de raad om kaderscheppend beleid op te stellen waarbinnen het college moet fungeren. Het adviesrecht heeft dan ook alleen betrekking op die vergunningen die betrekking hebben op activiteiten die niet passen binnen het omgevingsplan, buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (bopa’s). Voor de activiteiten zoals hier omschreven geeft de raad aan als adviseur op te willen treden, mits de activiteiten niet passend zijn binnen het omgevingsplan. Het betreft hier een bindend advies dat het college niet naast zich neer kan leggen. Lid 1 Versnelling van de woningbouw vraagt om snellere besluitvorming. Voor kleine, minder impactvolle projecten kan de ruimtelijke afweging bij het college blijven. Er wordt onderscheid gemaakt tussen woningen die worden toegevoegd binnen of buiten het stedelijk gebied. Voor de afbakening van het stedelijk gebied wordt aangesloten bij de begrenzingen zoals de provincie Noord-Brabant deze hanteert in haar (interim) omgevingsverordening. Wanneer de bopa betrekking heeft op het toevoegen van 30 of meer woningen binnen stedelijk gebied en 15 of meer woningen buiten stedelijk gebied wordt de gemeenteraad om advies gevraagd.

Lid 2 Woningen toevoegen kan ook in de vorm van transformatie van bestaande gebouwen, zoals kantoren, bedrijfspanden, winkels, etc. Ook het toevoegen van woningen in bestaande bouwvolumes kan impactvol zijn voor de (directe) omgeving. Daarom wordt dezelfde grens gehanteerd als bij nieuwbouw. Bij 30 of meer woningen binnen stedelijk gebied en 15 of meer woningen buiten stedelijk gebied wordt voorafgaand een besluitvorming over de omgevingsvergunning advies gevraagd aan de gemeenteraad. Voor het toevoegen wordt uitgegaan van het aantal woningen dat er méér wordt mogelijk gemaakt dan het omgevingsplan toestaat. Lid 3 Als een maatschappelijke functie zoals een verzorgingshuis, ziekenhuis, gemeenschapshuis, sporthal, sportpak, school of kinderdagverblijf nog niet is toegestaan in het omgevingsplan, kan het toevoegen van zo’n functie middels een omgevingsvergunning een grote impact hebben op de omgeving. Deze opsomming is niet limitatief en het begrip maatschappelijke functie moet ook ruim geïnterpreteerd worden. Voor dergelijke afwijkingen waarbij er sprake is van (nieuw)bouw en het toevoegen van dergelijke functies wordt de raad om advies gevraagd. Wanneer het om transformatie van bestaande panden naar een maatschappelijke functie betreft is dit niet het geval.

Dit is in lijn met de mogelijkheden die het college nu ook al heeft om met behulp van de zogenaamde ‘kruimgevallen regeling’ gebruikswijzigingen te vergunnen. Lid 4 Antenne-installaties of masten zijn veelal functioneel en noodzakelijk om communicatiesystemen te laten functioneren. Masten of antennes hoger dan 40 meter zijn uitzonderlijk en kunnen een dusdanige impact hebben op de omgeving dat omgevingsvergunningen die betrekking op activiteiten om dergelijke masten of antennes mogelijk te maken voor advisering aan de raad worden voorgelegd. Het maakt in dit geval niet uit of het een mast of antenne betreft voor communicatiedoeleinden, een vlaggenmast, een reclamemast of andere vormen. Door de grens van 40 meter te hanteren is aansluiting gezocht bij de maximale hoogte waar een zogenaamde ‘kruimelgevallenregeling’ onder de Wabo mogelijk was. Lid 5 Bij uitbreiding van terreinen zoals sportvelden, recreatieterreinen en begraafplaatsen wordt de gemeenteraad om advies gevraagd als de uitbreiding meer dan 20% beslaat van het reeds toegestane oppervlak in het Omgevingsplan. Dit geldt ook voor het vergroten van bebouwing met meer dan 20%. Om te voorkomen dat uitbreiding van relatief kleine terreinen, waarvoor 20% een beperkte oppervlakte betreft, ook voor advisering aan de raad voorgelegd moeten worden, wordt er een ondergrens van minimaal 500 m2 gehanteerd.

Lid 6 Bij uitbreiding van het oppervlakte of de bebouwing van (agrarische)bedrijven met meer dan 30% ten opzichte van de omvang die ze volgens het Omgevingsplan al mogen hebben wordt de gemeenteraad om advies gevraagd. Bij bedrijven met een beperkte omvang is 30% een uitbreiding met relatief weinig ruimtelijke impact. Om te voorkomen dat voor deze aanvragen ook advies aan de raad moet worden gevraagd wordt er een ondergrens gehanteerd van 500 m2. Lid 7 Onderwerp: Gevallen waarin de gemeenteraad adviseur is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 16.15a lid b Omgevingswet p. 2/3

In beginsel horen niet-agrarische bedrijven thuis binnen stedelijk gebied. Wanneer een niet-agrarisch bedrijf zich wil vestigen in het buitengebied in afwijking van het omgevingsplan is hier een bestuurlijke afweging voor nodig. Aanvragen hier toe worden dan ook voorgelegd aan de gemeenteraad voor advisering. Lid 8 Windturbines met een nokhoogte lager dan 15 meter worden gezien als kleine windturbines. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de interpretatie van de provincie. Gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor hun beleid rondom windturbines kleiner dan 25 meter. Bij eerdere vergunningverlening is de hoogte van 15 meter als grens gesteld voor perceelsgebonden windturbines. Aanvragen voor turbines hoger dan 15 meter worden dan ook aan de raad voorgelegd. Zonne-energie op daken heeft vanuit het gemeentelijk beleid de voorkeur. Kleine zonnevelden voor eigengebruik bij bijvoorbeeld agrarische bedrijven zijn voorstelbaar. Zonneweides groter dan 100 m2 worden voor advisering aan de raad voorgelegd. Lid 9 De in het omgevingsplan op te nemen doelen geven invulling aan het gemeentelijk beleid en aan de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Wanneer een aanvraag hier niet aan voldoet wordt deze voor advisering aan de raad voorgelegd, omdat dat dit een afwijking van het gekozen beleid kan betekenen.

Lid 10 De raad stelt kaders door het vaststellen van beleid waarbinnen het college kan acteren. Wanneer een aanvraag niet past binnen deze kaders is het niet aan het college om buiten deze kaders te beslissen. Daarom worden dergelijke aanvragen voor advisering aan de raad voorgelegd. Lid 11 Wanneer het college voornemens is om een aanvraag te weigeren, zal de raad niet meer om advies worden gevraagd. Wanneer een aanvraag bestuurlijk gevoelig ligt is het aan het college om een afweging te maken om de weigering voor advisering aan de raad voor te leggen. Lid 12 Wanneer een aanvraag betrekking heeft op een aanstaande wijziging van planologische regiem wordt deze niet voor advisering aan de raad voorgelegd. De verandering van het regiem in de vorm van het wijzigen van het omgevingsplan is het moment dat de raad hun rol als kader scheppend orgaan heeft gehad. Lid 13 Wanneer de raad voorafgaand aan de vergunning procedure al een bestuurlijk standpunt over een ontwikkeling heeft ingenomen, wordt de vergunning die betrekking heeft op die ontwikkeling niet meer voor advisering aan de raad voorgelegd. Een bestuurlijk standpunt van de raad kan verwoord zijn in het vaststellen van een (stedenbouwkundige)visie, startnotitie of stedenbouwkundig plan.

Lid 14 Dit lid dient om gevallen te ondervangen die eerder vielen onder het tijdelijke gebruik van gronden en of bouwwerken voor de duur van maximaal tien jaar uit de kruimelgevallenregeling. Het uitgangspunt blijft dat het mogelijk is de situatie op locatie terug te brengen van vóór vergunningverlening. Door deze bepaling op te nemen kunnen bijvoorbeeld spoedprojecten, zoals het realiseren van noodopvang voor vluchtelingen of tijdelijke gebruik van leegstaande panden snel gerealiseerd worden. De vergunning voor gebruik hoeft dan niet de uitgebreide voorbereidingsprocedure te volgen (26 weken), maar de reguliere voorbereidingsprocedure (8 weken).

Onderwerp: Gevallen waarin de gemeenteraad adviseur is bij buitenplanse omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 16.15a lid b Omgevingswet p. 3/3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=573803d8-c334-4661-a0c8-13ff32150722