Bestemmingsplan Raadhuisstraat 231214 toelichting
Tekst van het document
Conclusie Van de 36 onderzochte bomen is er 1 boom een stobbe, is er 1 boom afgestorven, is de projectinvloed op 14 bomen matig, en kunnen 20 bomen niet behouden worden. Om de negatieve gevolgen van de bouwwerkzaamheden te verminderen zijn er in de rapportage enkele adviezen en randvoorwaarden opgenomen. Deze zullen tijdens de werkzaamheden moeten worden gevolgd.
33
5.
Juridische planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de juridisch bindende regels. De regels bevatten het juridische instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden en de regels over de toegelaten bebouwing. De verbeelding is samen met de regels het juridisch bindend kader van het bestemmingsplan. De toelichting heeft geen juridisch bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan en soms voor de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels.
5.1
Planregels De planregels zijn verdeeld in vier hoofdstukken. 1. Het hoofdstuk ‘Inleidende regels’ bestaat uit twee artikelen: - Artikel 1 ‘Begrippen’ geeft een omschrijving van de in de regels gehanteerde begrippen. - Artikel 2 ‘Wijze van meten’ geeft aan hoe bepaalde afstanden, maten, oppervlakte en inhoud gemeten moeten worden. 2. Het hoofdstuk ‘Bestemmingsregels’ geeft een overzicht van de verschillende bestemmingen. Per bestemming wordt aangegeven welke functies en doeleinden op de gronden toelaatbaar zijn en wat en hoe er mag worden gebouwd. 3. Het hoofdstuk ‘Algemene regels’ behandelt de regelingen die gelden voor meerdere bestemmingen, waarbij onder andere gedacht moet worden aan de anti-dubbeltelbepaling en de algemene afwijkingsregels. 4. Het hoofdstuk ‘Overgangs- en de slotregels’
5.2
Toelichting per hoofdstuk Hoofdstuk 1; Inleidende regels Begrippen In dit artikel worden de begrippen nader omschreven die gebruikt worden in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Wijze van meten In dit artikel wordt beschreven op welke wijze de in de regels voorgeschreven maatvoeringen gemeten moeten worden.
34
Hoofdstuk 2; Bestemmingsregels De regels in verband met de bestemmingen kennen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit een bestemmingsomschrijving, bouwregels en regels met betrekking tot het afwijken van de gebruiksregels. De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Het betreft een omschrijving waarin de functies worden benoemd, die binnen de bestemming zijn toegestaan (het gebruik). De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen. In de afwijking van de gebruiksregels staan de regels op grond waarvan het bevoegd gezag middels een omgevingsvergunning kan afwijken van de regels in het bestemmingsplan. In voorliggend bestemmingsplan worden de volgende bestemmingen gebruikt: Verkeer Deze bestemming geldt voor wegen, straten, voet - en fietspaden ten behoeve van de afwikkeling van alle verkeer. Daarnaast zijn binnen deze bestemming parkeer- en groenvoorzieningen toegestaan. Wonen De bestemming 'Wonen' wordt gebruikt voor wonen en aan-huis-verbonden beroepen. Binnen deze bestemming zijn parkeervoorzieningen, tuinen, erven en verharding en water en waterhuishoudkundige voorzieningen toegestaan.
Waarde Archeologie-4 De bescherming van de archeologische waarden in het gebied wordt gewaarborgd met behulp van de dubbelbestemminging 'Waarde Archeologie-4'. Voor de desbetreffende gronden is een beschermingsregime opgenomen dat aansluit op het paraplubestemmingsplan Archeologie van de gemeente Geertruidenberg.
Hoofdstuk 3; Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de aanvullende, algemene regels opgenomen. Anti-dubbeltelregel Om misbruik van de bouwregels te voorkomen, is in dit artikel bepaald dat gronden, die al eens als berekeningsgrondslag voor een omgevingsvergunning hebben gediend, niet nogmaals als zodanig kunnen dienen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Zo is bijvoorbeeld geregeld dat bestaande, afwijkende maten, die in overeenstemming met het bepaalde in de Woningwet of latere wetgeving tot stand zijn gekomen, als maximaal toelaatbaar worden geacht. Hiermee wordt voorkomen dat afwijkende doch legaal tot stand gekomen situaties in strijd zijn met het nieuwe bestemmingsplan.
35
Algemene gebruiksregels In de algemene gebruiksregels is opgenomen dat het verboden is om de gronden te gebruiken, of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel dat strijdig is met de bestemming. Algemene afwijkingsregels In deze regel wordt aan Burgemeester en Wethouders de bevoegdheid gegeven om een omgevingsvergunning tot afwijken te verlenen van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. Hierbij gaat het om afwijkingsbepalingen die gelden voor meerdere dan wel alle bestemmingen in het plan, zoals bijvoorbeeld het bouwen van gebouwtjes van openbaar nut, het overschrijden van bebouwingsgrenzen, beperkte verschuivingen van de bestemmingsgrenzen, het oprichten van masten en antennes tot een bepaalde hoogte. De criteria, die bij toepassing van de afwijkingsbevoegdheid in acht moeten worden genomen, worden aangegeven. Algemene wijzigingsregels In dit artikel is aangegeven dat burgemeester en wethouders onder bepaalde voorwaarden bevoegd zijn om de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen ten behoeve van een overschrijding van bestemmingsplangrenzen. Overige regels In deze regel is onder andere het parkeren geregeld. Vastgelegd wordt welke parkeernormen van toepassing zijn en tevens wordt de mogelijkheid geboden om hier met moverende redenen vanaf te wijken.
Hoofdstuk 4; Overgangs- en slotregels Overgangsrecht De tekst uit dit artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Het betreft een regeling voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het bestemmingsplan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voor- waarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewij- zigd. Slotregel In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
36
6.
Economische uitvoerbaarheid
6.1
Kostenverhaal De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening. Dit betreft onder meer plannen voor de bouw van een of meer woningen. Ontwikkelaar en gemeente stellen in de beginfase een anterieure overeenkomst op. Dit dient vóór de vaststelling van een exploitatieplan gedaan te worden. Voor de berekening van de exploitatiebijdrage wordt gebruikt gemaakt van de plankostenscan behorende bij de regeling plankosten exploitatieplan. De afspraken die hierin worden vastgelegd gaan onder andere over het bouwrijp maken, het inrichten van de openbare ruimte, het uitvoeren van werken, het te realiseren programma, de te realiseren kwaliteitseisen en het leveren van een (financiële) bijdrage aan ruimtelijke ontwikkelingen. In deze overeenkomsten worden de volgende zaken vastgelegd:
- Locatie eisen; - Toerekenbare kosten; - Vrijwillige bijdrage; - Fasering en planning. Bij ruimtelijke plannen van derden draagt de gemeente niet financieel bij in kosten voor ontwikkeling en realisatie van bouwplannen.
6.2
Financiële haalbaarheid De ontwikkelaar beschikt over voldoende middelen om de voorgestane ontwikkeling te kunnen realiseren. De kosten die de ontwikkelaar maakt zijn een investering ten einde de waardevermeerdering te kunnen realiseren. Er zijn geen onvoorziene hoge kosten te verwachten. Ook is er geen sprake van onzekere financiële bijdragen van anderen. De financieel-economische haalbaarheid is hiermee in voldoende mate aangetoond.
37
7.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid De procedures voor vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Daarnaast is er de gelegenheid om in het voortraject belanghebbenden te laten inspreken conform de gemeentelijke verordening. Pas daarna wordt de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan opgestart (artikel 3.8 Wro).
7.1
Inspraak en participatie Op het gebied van participatie ligt het initiatief voorlopig bij de initiatiefnemer. Initiatiefnemer is een bekende in de kern Raamsdonk en kan dus relatief eenvoudig schakelen met omwonenden en belanghebbenden. Zo is er op 25-01-2022 een omwonenden overleg geweest aan de Luiten Ambachtstraat 6 te Raamsdonk. Hier is het initiatief toegelicht door de ontwikkelaars en hadden de omwonenden de kans om hierop te reageren. Daarnaast zal op de planlocatie een bord met illustratie van het plan geplaatst worden. Bij vragen of opmerkingen kunnen omwonenden contact opnemen met Ontwikkelaar. De rol van de gemeente zal vooral ondersteunend zijn. Er zal regelmatig aangeschoven worden bij overleggen en informatieavonden, echter zal de initiatiefnemer het eerste aanspreekpunt blijven. Het ontwerp viel in goede aarde bij de omwonenden. Ze zijn blij met het groene karakter en de gekozen architectuur. Een bijkomend voordeel is dat de nieuwe woningen een geluidswerende functie zullen bekleden ten opzichte van de A59.
7.2
Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgmeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie, de inspecteur voor de ruimtelijke ordening en met eventuele andere diensten van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De vooroverlegreacties zijn verwerkt in het bestemmingsplan.
7.3
Vaststellingsprocedure De gemeenteraad is het bevoegd gezag om het bestemmingsplan vast te stellen. De vaststellingsprocedure van het bestemmingsplan vindt plaats volgens artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan wordt in dit kader ter inzage gelegd gedurende een periode van zes weken. Gedurende deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld zijn zienswijzen kenbaar te maken tegen het plan.
38
7.4
Beroep Na de vaststelling van het bestemmingsplan wordt dit, samen met het besluit tot vaststelling, opnieuw 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen dit besluit beroep aantekenen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
39
8.
Bijlagen
01
voorlopig ontwerp Raadhuisstraat Raamsdonk 221115
02
parkeren doen we zo
03
akoestisch onderzoek Raadhuisstraat Raamsdonk 230202
04
onderzoek stikstofdepositie Raadhuisstraat Raamsdonk 221122
05
onderzoek externe veiligheid Raadhuisstraat Raamsdonk 221209
06
Quickscan Wet natuurbescherming Raadhuisstraat Raamsdonk 220806
07
watertoets Raadhuisstraat Raamsdonk 221122
08
onderzoek archeologie en cultuurhistorie Raadhuisstraat Raamsdonk 220613
09
verkennend bodemonderzoek Raadhuisstraat Raamsdonk 220524
10
Standaard advies 2019 Geertruidenberg
11
Handreiking Veehouderij en Volksgezondheid
12
Bomen Effect Analyse Raadhuisstraat Raamsdonk 230601
40