Begroting 2026-2029 08-10-2025
Tekst van het document
Directe kosten
Loonkosten
Overhead
Kostendekking Hoofdstuk 1
202.426
168.289
205.803
504.500
87,51%
Kostendekking Hoofdstuk 2
143.338
504.642
446.988
1.005.000
91,78%
13.371
13.865
8.600
31,58%
686.302
666.656
1.518.100
89,37%
Kostendekking Hoofdstuk 3 Kostendekking totale tarieventabel
345.764
Opbrengst Kostendekkendheid
De kostendekkendheid van gemeente Geertruidenberg voldoet aan de wettelijk gestelde eisen.
77
Onderwerp legesverordening
Directe Loonkosten Overhead Opbrengst Kostendekkendheid kosten
Hoofdstuk 1 - Algemene dienstverlening Paragraaf 1.1 - Burgerlijke Stand
428
23.739
29.030
55.066
103,52%
Paragraaf 1.2 - Reisdocumenten en Nederlands Identiteitskaart
161.925
80.407
98.331
311.000
91,29%
Paragraaf 1.3 - Rijbewijzen
30.079
36.535
44.680
95.000
85,36%
911
11.505
14.069
15.500
58,52%
2.083
931
1.138
2.934
70,68%
7.000
15.172
18.555
25.000
61,38%
202.426
168.289
205.803
504.500
87,51
143.338
504.642
446.988
1.005.000
91,78%
504.642
446.988
1.005.000
91,7
8.082
8.380
7.446
45,23%
5.112
5.301
1.112
10,68%
Paragraaf 1.4 - Verstrekkingen uit de basisregistratie personen Paragraaf 1.5 - Bestuursstukken Paragraaf 1.6 - Vastgoedinformatie Paragraaf 1.7 - Overige publiekszaken Paragraaf 1.8 - Gemeentearchief Paragraaf 1.9 - Bijzondere wetten Paragraaf 1.10 - Diversen Totaal hoofdstuk 1
Hoofdstuk 2 - Omgevingswet Paragraaf 2.1 - Algemene bepalingen Paragraaf 2.2 - Voorfase Paragraaf 2.3 - Activiteiten met betrekking tot bouwwerken
Paragraaf 2.4 - Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Paragraaf 2.5 - Milieubelastende activiteiten Paragraaf 2.6 - Lozingsactiviteiten Paragraaf 2.7 - Aanlegactiviteiten Paragraaf 2.8 - Overige activiteiten Paragraaf 2.9 - Maatwerkvoorschriften Paragraaf 2.10 - Gelijkwaardigheid Paragraaf 2.11 - Overige tarieven Paragraaf 2.12 - Modaliteiten Paragraaf 2.13 - Vermindering Paragraaf 2.14 - Teruggaaf Totaal hoofdstuk 2
143.338
Hoofdstuk 3 - Europese dienstenrichtlijn Paragraaf 3.1 - Horeca Paragraaf 3.2 - Seksbedrijven Paragraaf 3.3 - Winkeltijdenwet Paragraaf 3.4 - Organiseren evenement of markt
78
Paragraaf 3.5 - Standplaatsen Paragraaf 3.6 - Huisvestingswet 2014 (en Wet goed verhuurderschap) Paragraaf 3.7 - In dit hoofdstuk niet benoemd besluit Totaal hoofdstuk 3 Totaal
345.764
177
184
42
11,67%
13.371
13.865
8.600
31,58%
686.302
666.656
1.518.100
89,37%
Precariobelasting De precariobelasting is een belasting voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond. Belastingplichtig is degene die één of meer voorwerpen heeft onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, dan wel degene voor wie die voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond aanwezig zijn. Voor 2026 worden de tarieven trendmatig verhoogd met 3,5%. De geraamde inkomsten bedragen daarmee € 20.000. Havengelden Voor het (tijdelijk) mogen gebruiken van de gemeentelijke (passanten)haven vragen we een vergoeding. Deze havengelden bestemmen we voor het onderhouden en faciliteren van de havens. Momenteel kan de beroepsbinnenvaart gebruik maken van twee ligplaatsvoorzieningen, te weten die in de kern Geertruidenberg (Timmersteekade) en die in de kern Raamsdonksveer (Reenweg). Ook kan men op een aantal andere plekken in de Donge aanleggen. De tarieven voor de havengelden zijn opgenomen in de Verordening binnenhavengeld. Het havengeld berekenen we op basis van de grootte van het schip en de duur van het gebruik. De havenmeester int de havengelden bij de gebruikers van de verschillende gemeentelijke havens. Ook hier is de trendmatige verhoging met 3,5% toegepast, zijnde de inflatiecorrectie.
Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2026 geven wij in onderstaande tabellen (havengelden en binnenhavengelden) weer. Woonschepenrechten Een recht wordt geheven voor het innemen van een ligplaats met een (historisch) woonschip binnen de gemeentelijke wateren. De tarieven stijgen met 3,5% inflatiecorrectie. Berekening van kostendekkendheid van Havengelden en woonschepenrechten Diverse lasten passantenhaven en ligplaatsvoorzieningen inclusief BTW
120.000
Overige inkomsten binnenhavens
-/- 4.000
Netto kosten taakveld
116.000
Overhead
29.000
Totale kosten
145.000
Opbrengst (diverse) heffingen en pachten
64.000
Dekkingspercentage
45%
Marktgelden
79
De gemeente heeft drie weekmarkten op drie verschillende locaties: de Oude Melkhaven te Raamsdonk, het Heereplein te Raamsdonksveer en de Markt te Geertruidenberg. Voor het innemen van een standplaats op de aangewezen plaatsten heffen we marktgeld volgens de Verordening Marktgelden. De hoogte van de marktgelden is afhankelijk van de oppervlakte van een standplaats. Deze marktgelden gebruiken we voor het huren van marktkramen en om de locaties van de markten te onderhouden en schoon te maken. De tarieven marktgeld worden trendmatig met 3,5% voor het belastingjaar 2026 verhoogd. Het saldo van de totale lasten minus baten -zoals gebruikt voor de tariefberekening- voor 2026 geven wij in onderstaande tabel weer: Berekening van kostendekkendheid van Marktgelden Exploitatielasten markten
57.000
Netto kosten taakveld
57.000
Toe te rekenen kosten: Overhead
37.000
Totale kosten
94.000
Opbrengst heffingen
8.000
Dekkingspercentage
8,5%
Toeristen- en watertoeristenbelasting 2026 en 2027 Vanaf 2020 wordt een toeristenbelasting en watertoeristenbelasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting of per etmaal binnen de gemeente. Het tarief wordt voor 2026 is bepaald op € 1,85 per overnachting per etmaal. Tevens wordt het tarief voor 2027 voorgesteld op: € 2,00 per overnachting per etmaal. Ondernemers hebben baat bij het beschikbaar hebben van de tarieven voor twee jaar om zo toekomstige boekingen te kunnen doen. Lokale lastendruk Hieronder gaan wij in op de gevolgen van één en ander voor de lokale lastendruk van de burgers. Door het feit dat we voor zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing gedifferentieerde tarieven hanteren, hebben wij er voor gekozen om een beeld te geven van de indicatieve gevolgen voor een "gemiddeld" gezin. Hierbij gaan wij er voor de OZB vanuit dat het tarief voor de eigenaar van een woning 0,1003% bedraagt, dat er een belastingplicht is voor zowel rioolheffing-gebruik als rioolheffing-eigendom en een belastingplicht voor afvalstoffenheffing/DifTar een gemiddeld aantal ledigingen (4-5 stuks op jaarbasis), dan wel aanbiedingen van zakken (18 stuks op jaarbasis) zijn het de tarieven zoals opgenomen bij het belastingvoorstel.
Bij onderstaande indicatie gaan we uit van een gezin van 3 personen met een eigen woning met een WOZ-waarde van € 347.000 in 2026 (waardepeildatum 1-1-2025). 3-persoonshuishouden (eigenaar) Gemeente
80
2025
2025
2025
2026
Geertruidenberg
Drimmelen
Dongen
Geertruidenberg
WOZ waarde woning
347.000
347.000
347.000
383.000
OZB eigendom
354,98
304,67
365,39
384,50
Rioolrecht gebruik en eigendom
248,63
355,00
202,70
262,92
Afvalstoffenheffing
201,00
361,58
363,07
249,00
DifTar Vast recht Afvalstoffenheffing variabel*
98,00
63,00
902,61
1.021,25
931,16
959,42
*Hierbij is uitgegaan van 4-5 ledigingen van een minicontainer van 240 liter op jaarbasis, c.q. het equivalent hiervan, zijnde 18 aanbiedingen van zakken van 60 liter. Voor niet- woningen is in onderstaand overzicht de lastendruk van een niet-woning opgenomen met een WOZ waarde van € 531.000 voor 2026 (waardepeildatum 1-1-2025). Niet-woningen
2025
2025
2025
2026
Geertruidenberg
Drimmelen
Dongen
Geertruidenberg
WOZ waarde niet-woning
521.000
521.000
521.000
531.000
OZB eigendom
1.761,50
948,74
1.539,03
1.864,87
OZB gebruiker
1.388,47
778,90
993,03
1.474,06
268,52
355,00
202,00
289,32
3.418,49
2.082,64
2.734,06
3.628,25
Gemeente
Rioolrecht gebruik en eigendom
Riool- en afvalstoffenheffing Voor de onderdelen riolering, afvalstoffen en reiniging moet er sprake zijn van tarieven die resulteren in 100% lastendekkendheid. Dit uitgangspunt volstaat bij de beoordeling van de hoogte van deze heffingen of zij voldoen aan het redelijke peil. Van een minimumtarief per aansluiting is in dit verband dan ook geen sprake meer. Een eventuele onderdekking op de onderdelen riolering, afvalstoffen en reiniging moet gecompenseerd worden door extra baten uit de OZB boven de 120%. Bij beide heffingen is sprake van zogenaamde gesloten financiering. Deze dienen maximaal 100% kostendekkend te worden opgenomen. Dit is in onze gemeente voor beide het geval. Kwijtschelding Indien een belastingplichtige niet of over te weinig financiële middelen beschikt om de belastingaanslag te voldoen, kunnen we onder bepaalde voorwaarden aan deze belastingplichtige kwijtschelding verlenen. Het kwijtscheldingspercentage dat we hanteren bedraagt 100%. Dit betekent dat alle belastingplichtigen die een inkomen hebben dat 100% van het minimuminkomen (volgens bijstandsnorm) of lager bedraagt in aanmerking komen voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding. Kwijtschelding kan alleen worden verleend indien het een aanslag betreft voor afvalstoffenheffing en rioolheffing gebruiker. De overige heffingen zijn in de betreffende belastingverordeningen uitgesloten voor kwijtschelding.
81
De opbrengsten voor afvalstoffenheffing en rioolheffing welke worden kwijtgescholden zijn als kostencomponent opgenomen in de tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. Voor 2026 worden de bedragen niet aangepast en gaat het om € 75.000 afvalstoffenheffing en € 15.000 rioolheffing.
Paragraaf B - Weerstandsvermogen en risicobeheersing De paragraaf over weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting van de gemeente Geertruidenberg is. Dit is van belang wanneer een financiële tegenvaller zich voordoet. Aandacht voor risicomanagement en daarmee het weerstandsvermogen zorgt ervoor dat we op een verantwoorde en bewuste manier keuzes maken. Het weerstandsvermogen is een buffer voor financiële tegenvallers. Het geeft ons de tijd om tot structurele oplossingen te komen wanneer deze risico’s zich uiten. Deze paragraaf heeft zijn basis in artikel 11 van het BBV (Besluit begroting en verantwoording Provincies en Gemeenten) en de daarop van toepassing zijnde toelichting. Conform dit artikel moet deze paragraaf ten minste bevatten: 1. Het beleid betreffende weerstandscapaciteit en risico’s; 2. Een inventarisatie van de risico’s; 3. Een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; 4. Een berekening van het weerstandsvermogen en een oordeel hierover; 5. Kengetallen. De gemeente Geertruidenberg vindt een goed risicomanagement belangrijk en acht het wenselijk risico's die van invloed zijn op de bedrijfsvoering en ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen beheersbaar te maken.
Alleen wanneer we een zo volledig mogelijk inzicht in de potentiële risico's en hun gevolgen hebben, kunnen we een uitspraak doen over het wel of niet aanvaarden van het risico en over voor het wel of niet nemen van eventuele aanvullende maatregelen. Hierdoor kunnen we op verantwoorde wijze besluiten worden genomen en worden risico’s tot een geaccepteerd niveau beperkt. 1. Risicomanagementbeleid In het vastgestelde risicomanagementbeleid worden de kaders gesteld ten aanzien van de reikwijdte en toepassing van risicomanagement. Risicomanagement is gemeente-breed doorgevoerd. Het risicoprofiel is uitgewerkt voor de reguliere bedrijfsprocessen én de projecten, zodat de hierbij behorende weerstandscapaciteit van gemeente Geertruidenberg kan worden berekend. Verdere verfijning en doorontwikkeling van risicomanagement vindt doorlopend plaats. 2. Risico’s Definitie: Een risico is de kans op een gebeurtenis met effect op het behalen van de door de organisatie gestelde doelstellingen. Om de risico’s van onze gemeente systematisch in kaart te brengen en te beoordelen is een risicoprofiel opgesteld. Dit risicoprofiel is een dynamisch geheel: als er aanleiding toe is, worden risico’s toegevoegd, gewijzigd en/of verwijderd. Hierbij is gebruik gemaakt van NARIS® (NAR Risicomanagement Informatie Systeem).
Ten behoeve van de begroting 2026-2029 zijn de risico’s in relatie met de opgaven, doelstellingen en de te bereiken effecten kritisch doorgenomen. In totaal zijn 56 risico's in beeld gebracht. Bij de vorige inventarisaties waren dit er: Begroting 2025 (58) en jaarrekening 2024 (57).
82
Risico’s waarvan de oorzaken en gevolgen in klassen ingedeeld zijn, kunnen geplaatst worden in een risicokaart. De risicokaart geeft inzicht in de spreiding van de risico’s naar kans en gevolg. De nummers in de risicokaart corresponderen met de aantallen risico’s die zich in het desbetreffende vak van de risicokaart bevinden. Een risico dat in het groene gebied zit, vormt geen direct gevaar voor de continuïteit van de organisatie. Een risico dat een score heeft die in het oranje gebied zit, vraagt om aandacht. Een risico dat een risicoscore heeft die in het rode gebied zit, vereist directe aandacht om te voorkomen dat de continuïteit van de organisatie wordt bedreigd. Onderstaande tabel betreft de netto risicokaart. Het netto risico geeft het resultaat na het nemen van (beheers)maatregelen. Geld
Netto
x > €200.000
1
3
2
€100.000 < x < €200.000
1
1
4
1
€40.000 < x < €100.000
2
2
9
1
6
11
4
1
2
1
€10.000 < x < €40.000
1
x < €10.000
Geen geldgevolgen
2
Kans
10%
30%
1
50%
70%
90%
In het volgende overzicht worden de tien risico's gepresenteerd die de hoogste bijdrage hebben geleverd aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. Hierbij geeft het invloed percentage de invloed van een risico op het totale risicoprofiel weer. Variabelen Begroting 2026
Risico's Begr 2026
Begr 2025
Jrk 2024
Kans Invloed Programma
1
1
1 Voorgestelde bezuinigingen worden niet gerealiseerd.
70% 26,88%
2
3
2 Tekort aan ambtelijke capaciteit en ervaring.
70%
8,98%
Alle 7
3
4
4 Toename kosten Jeugdwet
90%
6,95%
3
4
5
5 Algemene Uitkering gemeentefonds fluctueert met grote bedragen.
70%
5,97%
7
5
6
3
Een stijging van het aantal bijstandsgerechtigden of een toename van aanvragen voor bijzondere bijstand.
90%
5,17%
3
6
8
8
Uitval van computersysteem/stroom of vertraagde werking van computersysteem. Data raakt verloren of inconsistent.
70%
3,61%
6
7
7
7 Verslechtering van kostendekkendheid van leges.
70%
3,59%
7
8
9
9 Toename aanvragen Wmo of aantal voorzieningen per inwoner.
90%
3,08%
3
9
10
10 Budgetoverschrijdingen of -onderschrijdingen.
70%
2,69%
Alle
10
2
- Nazorg gesloten stortplaatsen - storting doelvermogen.
40%
2,55%
83
6 Precariobelasting niet kunnen innen.
Totaaloverzicht Totaal grote risico's
Begroting 2024
Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
€ 2.219.000
€ 4.625.000
€ 4.712.000
€ 4.175.000
Overige risico's
€ 1.940.001
€ 2.200.002
€ 2.205.002
€ 2.190.002
Totaal van alle risico's
€ 4.159.001
€ 6.825.002
€ 6.917.002
€ 6.365.002
Uit bovenstaande tabel blijkt dat de omvang van het totale maximale risico met ongeveer een half miljoen euro is gedaald ten opzichte van de begroting 2025 en de jaarrekening 2024. Dit heeft voornamelijk te maken met het feit dat impact van het risico nazorg gesloten stortplaatsen flink is afgenomen. Een actueel risico dat niet expliciet uit bovenstaande tabel blijkt is een lopende schadeclaim als gevolg van een grondverkoop aan de Heulweg in 2021. In algemene zin en in lijn met eerdere inventarisaties constateren wij dat de afhankelijkheid van anderen toeneemt en dat de gemeente daardoor kwetsbaarder is. Denk bijvoorbeeld aan de fluctuaties in de algemene uitkering. Voor de toelichting op de risico’s en beheersmaatregelen verwijzen we naar de toelichting in de programma’s. 3.
Weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente Geertruidenberg beschikt om niet-begrote kosten die onverwachts en substantieel zijn te dekken. Tabel 2: Benodigde weerstandscapaciteit bij verschillende zekerheidspercentages Percentage
Bedrag
10%
€ 1.219.192
20%
€ 1.406.891
50%
€ 1.891.004
75%
€ 2.398.093
90%
€ 2.768.824
95%
€ 2.959.397
Benodigde weerstandscapaciteit De benodigde weerstandscapaciteit bij een zekerheidspercentage van 90 is € 2,77 miljoen. Dit was in de begroting 2025: € 2,89 miljoen en in het jaarverslag 2024 € 3,04 miljoen. Met 90% zekerheid kunnen met dit bedrag alle tot uiting komende risico’s in de simulaties worden afgedekt. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen incidentele en structurele weerstandscapaciteit. Beschikbare weerstandscapaciteit Weerstand (in €)
84
Jaarrekening 31-12-2024
Begroting 01-01-2026
Begroting 01-01-2027
Begroting 01-01-2028
Begroting 01-01-2029
Incidentele weerstandscapaciteit (in vermogen)
17.649.089
18.740.000
17.194.000
15.023.000
13.438.000
Vrij aanwendbare algemene reserve
16.695.401
17.931.000
16.457.000
15.881.000
15.866.000
Vrije algemene reserve
13.802.401
15.038.000
13.564.000
12.988.000
12.973.000
Weerstandsreserve
2.893.000
2.893.000
2.893.000
2.893.000
2.893.000
Vrij aanwendbare bestemmingsreserve
953.688
800.000
733.000
666.000
600.000
9.000
4.000
-1.524.000
-3.028.000
Gerealiseerde resultaat (programmabegroting) Structurele weerstandscapaciteit (in exploitatie)
0
45.000
45.000
45.000
45.000
Onvoorzien
0
45.000
45.000
45.000
45.000
Onbenutte belastingcapaciteit OZB
0
0
0
0
0
Onbenutte capaciteit afvalstoffenheffingen
0
0
0
0
0
17.649.089
18.785.000
17.239.000
15.068.000
13.483.000
Totale weerstandscapaciteit
1. Weerstandsvermogen Op basis van de huidige gegevens in het risicomanagementsysteem berekenen we het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen is te definiëren als ‘het vermogen van de gemeente Geertruidenberg om financiële risico’s te kunnen opvangen teneinde haar taken te kunnen voortzetten’. Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, leggen we de relatie tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de benodigde weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kunnen we afzetten tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Voor de begroting van 2026 is dit: Beschikbare weerstandscapaciteit € 18.785.000 Ratio weerstandsvermogen = -------------------------------------------------- = ------------------------ = 6.78 Benodigde weerstandscapaciteit € 2.768.824
Ontwikkeling ratio weerstandsvermogen Jaarrekening 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
5,81
5,54
6,78
6,23
5,44
4,87
Gebaseerd op de hierna opgenomen tabel valt het weerstandsvermogen in klasse A. Dit duidt op een weerstandsvermogen uitstekend dat ruim voldoet aan de in het risicomanagementbeleid vastgestelde norm (waarderingscijfer B, ratio weerstandsvermogen tussen de 1,4 en 2,0). Weerstand velden Waarderingscijfer
Ratio
Betekenis
A
>2.0
Uitstekend
B
1.4-2.0
Ruim voldoende
C
1.0-1.4
Voldoende
D
0.8-1.0
Matig
E
0.6-0.8
Onvoldoende
F
<0.6
Ruim onvoldoende
2. Kengetallen Om de inzichtelijkheid in de financiële positie van de gemeente te vergemakkelijken voegen we aan deze paragraaf in de begroting en in het jaarverslag kengetallen toe. 85
Begroting 2025
Jaarrekening 2024
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Netto schuldquote
68,47%
64,78%
70,01%
76,65%
99,87%
106,62%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
64,09%
59,89%
64,28%
70,78%
93,83%
100,00%
Solvabiliteitsratio
28,42%
29,47%
22,70%
20,90%
18,11%
18,22%
Structurele exploitatieruimte
0,14%
-0,38%
0%
0%
-2,17%
-2,52%
Grondexploitatie
1,13%
4,07%
2,39%
1,10%
-0,38%
-0,41%
Belastingcapaciteit
91%
96%
88%
88%
88%
88%
Kengetallen
Beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie Netto schuldquote De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. In de VNG-publicatie ‘Houdbare gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer een schuld lager is dan het begrotingstotaal (<100%) dit als voldoende kan worden beschouwd en boven de 130% als onvoldoende. De netto schuldquote van de gemeente Geertruidenberg is voldoende, echter loopt deze quote op in de komende jaren. Vanaf de begroting 2025 geeft het kengetal een fors stijgend verloop en is vanaf 2029 niet meer als voldoende aan te merken. De ontwikkeling van het kengetal is hiermee negatief. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Om inzicht te krijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote weergegeven (netto schuld gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Op die manier brengen we in beeld wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De netto schuldquote van de gemeente Geertruidenberg is voldoende, echter wel verslechterd ten opzichte van de jaarstukken 2024. Vanaf de begroting 2026 geeft het kengetal een stijgend verloop.
De ontwikkeling van het kengetal is hiermee negatief. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Het eigen vermogen bestaat uit reserves en het resultaat van baten en lasten. In de VNG-publicatie ‘Houdbare gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer een solvabiliteitsratio hoger is dan 30% dit als voldoende kan worden bestempeld en lager dan 20% als onvoldoende. De ratio voor de gemeente Geertruidenberg is voor 2026 net voldoende en geeft een dalend verloop weer en in 2028 wordt de ratio onvoldoende. De ontwikkeling van kengetal is daarom negatief. Kengetal grondexploitatie Grondexploitaties kunnen een forse impact hebben op de financiële positie van een gemeente. De boekwaarde van de grond is van belang omdat deze terugverdiend moet worden bij de verkoop. Boekwaarden worden afgezet tegen de totale baten. Er is geen norm voor dit ratio. Het kengetal voor de grondexploitatie van de gemeente Geertruidenberg laat een dalend verloop zien voor de komende jarenen wordt vanaf 2028 negatief (de baten overtreffen de lasten). Het kengetal ontwikkelt zich hiermee positief.
86
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van het evenwicht van de begroting wordt er ook gekeken naar de structurele en incidentele lasten en baten. Voorbeelden van structurele baten zijn de algemene uitkering en eigen belastinginkomsten. Bij structurele lasten zijn dat bijvoorbeeld personeelslasten, kapitaallasten en bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten is dan ook meer flexibel dan een begroting waarbij de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Er is geen norm voor deze ratio. De structurele exploitatieruimte van de gemeente Geertruidenberg is voor de begroting 2026 en 2027 neutraal. Voor 2028 en 2029 zijn er structurele tekorten. De structurele exploitatieruimte is vanaf 2028 negatief. Dit heeft met name te maken met de landelijke aanpassing van de algemene uitkering met ingang van 2028. Belastingcapaciteit De ruimte die een gemeente heeft om zijn belastingen te verhogen wordt vaak gerelateerd aan de totale woonlasten. Het Centrum voor Onderzoek voor de lagere overheden (Coelo) publiceert deze lasten jaarlijks. Bij de berekening van het kengetal worden de gemeentelijke woonlasten afgezet tegen het landelijk gemiddelde. Er is geen norm voor deze ratio. De relatieve woonlasten van de gemeente Geertruidenberg zijn gedaald ten opzichte van het landelijk gemiddelde.
Samenhang De kengetallen moeten in samenhang worden bezien. De ontwikkeling van de kengetallen staan onder druk. De huidige schuldquote is nog relatief laag, maar deze loopt op. Hetzelfde geldt voor het solvabiliteitsratio, deze was voldoende, maar gaat richting onvoldoende. De beoordeling van de structurele exploitatieruimte heeft vooral waarde in meerjarig vooruitblikkend perspectief. Hier is zichtbaar dat dit percentage voor het eerste twee jaar nog neutraal is, maar dat er vanaf 2028 tekorten zijn. Het monitoren van de ontwikkeling van de kengetallen naar de toekomst is van belang. Het voorkomen van structurele begrotingstekorten in de toekomst vereisen voorzichtigheid en het is zeer reëel dat we als gemeente keuzes moeten gaan maken. Zie ook de hierna volgende figuur (bron: Ministerie van Binnenlandse zaken en koninkrijk relaties)
87
Paragraaf C - Onderhoud kapitaalgoederen
88
Het BBV schrijft voor dat de paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen ten minste de volgende kapitaalgoederen bevat: a. wegen; b. riolering; c. water; d. groen; e. gebouwen. Van de kapitaalgoederen wordt aangegeven: a. het beleidskader; b. de uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties; c. de vertaling van de financiële consequenties in de begroting en jaarrekening. In deze paragraaf lichten wij de consequenties toe van het gekozen kwaliteitsniveau voor kapitaalgoederen binnen het beleidskader. Algemene uitgangspunten De gemeente beheert ongeveer 310 hectare aan openbare ruimte. Onder deze openbare ruimte vallen: wegen, riolering, infrastructurele kunstwerken waterpartijen en openbaar groen. Verder rekenen wij alle virtuele objecten (niet zichtbaar zoals kadastrale grenzen) en reële objecten (zichtbaar, zoals een bouwwerk) onder, op en boven de grond als taak toe aan de openbare ruimte. Gebouwen behoren niet tot de openbare ruimte, maar worden wel als kapitaalgoed meegenomen. Hieronder geven we voor deze kapitaalgoederen een nadere beschrijving van de wijze van beheer en onderhoud. Het beleid voor het onderhoud van de kapitaalgoederen is onder meer opgenomen in het overzicht kader stellende beleidsnota’s en onderhoudsplannen.
Wettelijke bepalingen Van toepassing zijn onder meer de volgende documenten, "Notitie Materiële vaste activa " (2019) en “Handreiking onderhoud kapitaalgoederen” (2020) uitgebracht door de Provincie NoordBrabant als toevoeging op deze notitie. Tevens is kennisgenomen van het themaonderzoek paragraaf onderhoud kapitaalgoederen van 19-03-2025. Deze notities behandelen de wijze van activeren, waarderen en afschrijven van activa en het onderhoud van kapitaalgoederen. Ook zijn aandachtspunten voor de financiële verordening opgenomen. Het BBV schrijft recente beheerplannen voor. Onder een recent beheerplan wordt verstaan: maximaal vijf jaar oud. Voor het verslagleggingsjaar 2025 mag het beheerplan derhalve niet ouder zijn dan 2021. Van deze vijf jaar kan door de raad alleen gemotiveerd afgeweken worden. Onderhoudskosten worden gemaakt om het object gedurende de levensduur op een bepaald kwaliteitsniveau te houden of weer te krijgen (naar behoren laten functioneren en een bepaalde representativiteit laten behouden). Onderhoud kan worden onderscheiden in groot onderhoud en klein onderhoud. Klein onderhoud Bij klein onderhoud gaat het om dagelijkse reparaties die noodzakelijk zijn om het object in goede werkende en veilige staat te houden tegen een van tevoren vastgesteld kwaliteitsniveau.
Hierbij gaat het om maatregelen die noodzakelijk zijn om het object blijvend naar behoren te laten functioneren of haar representativiteit te laten behouden. Klein onderhoud vindt meestal plaats naar aanleiding van meldingen. De uitgaven voor klein onderhoud lopen altijd via de exploitatie.
89
Groot onderhoud Groot onderhoud ontstaat na een langere periode van gebruik van een object als gevolg van slijtage. Groot onderhoud betreft doorgaans gepland onderhoud van ingrijpende aard, veroorzaakt door slijtage. Het wordt uitgevoerd op een substantieel deel van het object en vindt plaats na een langere gebruiksperiode. Groot onderhoud vindt meestal plaats naar aanleiding van bevindingen uit de reguliere twee- of vijfjaarlijkse inspectieronden. De uitgaven voor groot onderhoud wordt, met uitzondering van Openbare Verlichting en Groen, gedekt uit een daarvoor bestemde voorziening. Beleidskader- en onderhoudsplannen Wij werken zoveel mogelijk met beleid- en onderhoudsplannen. Deze plannen geven over meerdere jaren inzicht in benodigde financiële middelen om de functie van de beheerobjecten, binnen de door de raad vastgestelde beeld-kwaliteitskaders, te kunnen waarborgen. Het integrale beheerplan ‘Programma Openbare Ruimte’ heeft een doorstart als het programma Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) dat in Q1 2025 door de raad is vastgesteld. In het DIOR zijn de beleidskaders voor het beeld-kwaliteitsniveau van de openbare ruimte vastgelegd. Deze kaders worden verwerkt in de nieuwe beleid- en onderhoudsplannen. In het kader van de bezuinigingen en ombuigingen wordt het DIOR vanaf 2027 financieel geïmplementeerd.
De beleid- en onderhoudsplannen en de in het DIOR vastgelegde onderhoudsniveaus van de beheerobjecten (kapitaalgoederen) zijn maatgevend voor de uitvoering van de werkzaamheden en voor de onderhoudslasten in het betreffende jaar. Uitsluitend de geplande onderhoudslasten (die van jaar tot jaar kunnen variëren) waarvoor gespaard wordt mogen ten laste van de voorzien worden gebracht. Onderhouds- en beleidsplannen worden in de regel voor een periode van vijf jaar opgesteld en daarna herijkt en indien noodzakelijk aangepast. Voor wegen, wordt op basis van de inspecties, elke twee jaar het onderhoudsprogramma geactualiseerd. Voor Openbare Verlichting en Groen is gekozen om deze niet via een voorziening te beheersen maar de kosten rechtstreeks via de exploitatie te laten lopen. In de onderstaande tabellen staan de beleid- en beheerplannen met het jaar van ingang van het plan en het jaar waarin het plan geactualiseerd moet worden. Een nieuw plan dient uiterlijk na 5 jaar opgesteld te worden of eerder indien er significante wijzigingen zich voordoen. Tevens is opgenomen wat het door de raad vastgestelde onderhoudsniveau is en of er een voorziening is ingesteld. Beleidsplan
1e jaar
Nieuw plan Toelichting actief vanaf
2021
In 2025 wordt een nieuw beleid- en beheerplan voor de wegen opgesteld. Dit plan wordt elke twee jaar op basis van een nieuwe inspectieronden bijgesteld. De uitgaven voor het 2026 groot onderhoud aan de wegen dat uit dit plan voortvloeit worden gedekt uit de Voorziening Wegen.
2019
In 2025 wordt er een nieuw beleid- en beheerplan voor de infrastructurele kunstwerken, zoals bruggen, kademuren, tunnels, geluidschermen, etc., opgesteld. Dit plan wordt elke vijf 2024 jaar op basis van een nieuwe inspectieronden bijgesteld. De uitgaven voor het groot onderhoud aan de infrastructurele kunstwerken dat uit dit plan voortvloeit worden gedekt uit de Voorziening Infrastructurele Kunstwerken.
Openbare verlichting
2024
Alle uitgaven lopen direct via exploitatie. In 2028 zal het Programma Openbare verlichting 2024-2033 herijkt worden. De financiële paragraaf wordt elke twee jaar herijkt. Deze 2029 herijking heeft in het kader van de bezuinigingen en ombuigingen begin 2025 plaatsgevonden verwerkt in de begroting 2026-2029.
Riolering
2024
2029
Baggeren / Binnenhavens
2019
In 2025 wordt een nieuw beleid- en beheerplan voor de Baggeren / Binnenhavens 2024 opgesteld. De kosten voor het baggeren van de gemeentelijke oppervlaktewateren worden gedekt uit de Voorziening Baggeren.
Wegen
Infrastructurele kunstwerken
90
De kosten (exploitatie en kapitaallasten van investeringen) die voortvloeien uit dit programma worden gedekt uit de Voorziening Riolering.
Beleidsplan
1e jaar
Nieuw plan Toelichting actief vanaf
Gebouwen (incl. onderwijs)
2024
2029
De kosten voor het onderhoud van de gemeentelijke gebouwen worden gedekt uit de Voorziening Gemeentelijke Eigendommen.
Groen
2024
2029
Eind 2024 heeft de raad het Omgevingsprogramma Groen vastgesteld. Na vijf jaar wordt dit programma herijkt.
De beleid- en onderhoudsplannen voor Baggeren / Binnenhavens en voor Infrastructurele kunstwerken hebben als gevolg van personele wisselingen en het verschuiven van taken vertraging opgelopen. Deze onderhoudsplannen worden in het 4 kwartaal van 2025 aan de gemeenteraad voorgelegd. Ook het onderhoudsplan van wegen wordt in het 4e kwartaal van 2025 voorgelegd aan de gemeenteraad. Ook het onderhoudsplan wegen wordt in het 4e kwartaal 2025 aan de raad voorgelegd. Beheersplan
Voorziening Onderhoudsniveau
Ja
Nieuw plan in 2021 aangenomen. In het DIOR is opgenomen dat het onderhoudsniveau voor het centrum gebied van Geertruidenberg en Raamsdonksveer en de ontsluitingswegen van niveau C naar B gebracht gaan worden. Het DIOR wordt vanaf 2017 geïmplementeerd. Vanaf 2027 zal dit bij de herijking van het wegbeheerplan meegenomen worden.
Infrastructurele Ja kunstwerken
Voor de infrastructurele kunstwerken is beleidsmatig geen beeld-kwaliteitsniveau vast gesteld. Daarom wordt beheersmatige op de aspecten heel en veilig gestuurd op basis van de CROW richtlijn CUR-Aanbeveling 117 . In het DIOR is het beeld-kwaliteitsniveau B voor de infrastructurele kunstwerken vastgesteld. Vanaf 2027 zal dit bij de herijking van het wegbeheerplan meegenomen worden.
Openbare Verlichting
Nee
Voor de openbare verlichting is geen onderhoudsniveau vastgesteld. Alle nieuwe verlichting dient te voldoen aan Richtlijnen Openbare Verlichting 2011 (ROVL 2011) NEN3140 en NEN1010. Openbare verlichting ouder dan 2011 moet voldoen aan richtlijn OVL. Dit is opgenomen in het Programma Openbare Verlichting 2024-2033. n het DIOR is het beeld-kwaliteitsniveau B voor de infrastructurele kunstwerken vastgesteld. Vanaf 2027 zal dit bij de herijking van het wegbeheerplan meegenomen worden.
Riolering
Ja
Geen onderhoudsniveau - Programma Stedelijk Water 2024-2028, gemalen NEN3140 - BRL14020, riool inspectie NEN-EN 13580-2
Baggeren / Binnenhavens
Ja
Geen onderhoudsniveau. Volgens beleid 1. Besluit bodemkwaliteit, 2. Kaderrichtlijn water, 3. Legger en Keur WSBD categorie A, B en C, 4. Waterwet, 5. Natuurwet.
Gebouwen
Ja
Basis is kwaliteitsniveau 3 'redelijke conditie', plaatselijk zichtbare veroudering, functievervulling niet in gevaar. Voor gebouwen die gesloopt of verkocht worden kan gekozen worden voor een lager kwaliteitsniveau. De gemeentelijke gebouwen vallen buiten de scope van het DIOR.
Groen
Nee
In het DIOR is voor groenonderhoud het beeld-kwaliteitsniveau B opgenomen. Voor het bestrijden van onkruid op verhardingen is geen beeld-kwaliteitsniveau opgenomen, omdat het vanwege klimaatverandering in de praktijk het niet meer mogelijk is hierop te sturen. en/of de kosten hiervan te kunnen beheersen.
Wegbeheer
Algemene Beleids- en beheerkaders De landelijk geformuleerde normen en richtlijnen vormen het uitgangspunt voor de beleids- en beheerkaders. Deze wijze van werken geeft richting aan kwaliteitsniveaus en beheermethodieken en dient als referentie en toetssteen voor onze gemeentelijke normen en aanpak. De beheeractiviteiten zijn en worden gericht op het voorkomen van achterstallig onderhoud, onveilige situaties en schadeclaims. De door de raad vastgestelde kwaliteitsniveaus worden geborgd binnen de daarvoor door de raad beschikbaar gestelde budgetten. Om beter in te kunnen spelen op de beleving en de wensen van de gebruiker van de openbare ruimte wordt gewerkt in wijkteams. Planningen Op basis van de beleids- en beheerplannen en de uitgevoerde inspecties worden door de assetbeheerders uitvoeringsplannen opgesteld voor het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden. We beoordelen vooraf aan de uitvoering of de aanpak die op basis van de inspecties wordt voorgesteld noodzakelijk is. De beeld-kwaliteitskaders die in het DIOR zijn vastgesteld zijn hierbij leidend.. Ook spelen de integrale aanpak, participatie en vraaggericht werken een mede bepalende rol voor de jaarlijkse planning.
91
Integrale werkzaamheden Voor de uitvoering van beleids- en beheertaken geldt dat deze zoveel mogelijk integraal tot stand komen. Op deze wijze nemen we bij de aanpak van een weg zo nodig ook de riolering, de openbare verlichting, het groen, klimaatadaptatie en verkeersmaatregelen mee. Vanaf 2029 wil Enexis beginnen met het verzwaren van het energienetwerk in de gemeente (energietransitie). In 2026 starten we met de voorbereiding/uitvoering van de volgende werkzaamheden • Randonkelstraat/Rijtselaan (incl. vervangen riolering en klimaatadaptieve inrichting) • kruispunt Stationstraat/Centraleweg (verkeersveiligheid) • Zalmweg, Ramgatseweg en Brasem (verhardingen en klimaatadaptieve maatregelen, mede in het kader van 'Toekomst bestendig Dombosch)) • 't Lint (tracé Kerklaan - Luiten Ambachtstraat • Beellaertsweg • voorbereiding vervangen Bergse Brug • Beschoeiing Vestingwallen Integrale afstemming bij rehabilitatie werkzaamheden Bij de uitvoering van rehabilitaties wordt altijd gekeken of integrale afstemming met andere werkzaamheden, zoals duurzaamheid en energietransitie. Daarnaast vindt tweemaal per jaar een afstemmingsoverleg met betrekking tot de reguliere (onderhouds)werkzaamheden van Brabant Water en Enexis plaats.
Financieel kader In de onderstaande tabellen treft u het verloop van de van de voorzieningen en de jaarlijkse exploitatie uitgaven voor groen en openbare verlichting aan. S.= saldo Stort.= storting Onttr.= onttrekking S. 31122026
Stort.
295
0 3.195
625
80
0
Voorziening 509 onderhoud gem. eigendommen
2.573
534
533
Voorziening baggeren
463
0
544
Voorziening riolering
5.319
130
545
Voorziening afvalstoffenheffing
360
0
NR. Omschrijving
S. 1-12026
Stort.
Voorziening 501 geprogrammeerd onderhoud wegen
2.900
Voorziening 508 infrastructurele werken
S. 31122027
Stort.
295
0 3.490
705
80
0
0 3.107
534
Onttr.
0
S. 31122028
Stort.
295
0 3.785
295
0 -1.120
785
80
0
865
80
0
371
0 3.641
534
0 4.175
534
0
2.408
Onttr.
Onttr.
Onttr.
S. 31122029
463
0
0
463
0
0
463
0
0
53
0 5.449
0
38 5.411
0
57 5.354
0
149
4.943
50
40
0
36
386
31
0
488
310
350
De tabel "staat van de voorzieningen" schetst een beeld van de jaarlijkse toevoegingen en onttrekkingen die van invloed zijn op de exploitatiecijfers. In deze staat zijn de feitelijke aanwendingen niet meegenomen. Deze feitelijke aanwendingen worden gebaseerd op meerjarige plannen die periodiek geactualiseerd moeten worden. Indien uit de actualisatie blijkt dat een voorziening ontoereikend wordt dan dient hiervoor tijdig een maatregel moeten worden getroffen. Maatregelen kunnen in de jaarrekening opgenomen worden, maar ook in de meerjarenbegroting van het volgende jaar.
92
Nr
Kapitaalgoederen
-
Openbare verlichting
-
Groen
Jaarlijkse investering
Gemiddeld Jaarbudget onderhoud
315.000
130.000 630.000
Paragraaf D - Financiering De gemeente leent in sommige gevallen geld om bijvoorbeeld grote investeringen te kunnen financieren, maar op andere momenten kan ook sprake zijn van overtollige liquide middelen. Om de financieringskosten van het benodigde geld zo laag mogelijk te houden kent de gemeente een treasuryfunctie. In deze paragraaf wordt de treasuryfunctie van de gemeente nader uitgewerkt. De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die gericht zijn op het beheer van de financiële middelen en de risico’s daarvan. Aan de treasuryfunctie ligt de meest recente versie van het Treasurystatuut van de gemeente ten grondslag. Het Treasurystatuut geeft de infrastructuur voor de inrichting van de financieringsfunctie, terwijl de uitwerking zijn weerslag vindt in de paragraaf financiering in de begroting en de verantwoordingsinformatie daarvan in de jaarrekening.
De doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente zijn: • het verzekeren van een duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities, zodat te allen tijde in de behoefte aan financiële middelen kan worden voorzien teneinde de door de raad vastgestelde programma’s te kunnen uitvoeren; • het beschermen van de gemeentelijke vermogenswaarden en de resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s; • het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (fido) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut; • het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities. Met het opstellen van deze paragraaf wordt vormgegeven aan de onderdelen die in de artikelen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de meest recente versie van de Financiële verordening Geertruidenberg zijn opgenomen omtrent financiering. Renteomslag De gemeente hanteert voor het toerekenen van financieringskosten aan de verschillende programma’s een werkwijze waarbij geen direct verband aanwezig is tussen een bepaalde investering en het aantrekken van de daarvoor benodigde financiering.
Alle financieringskosten van de gemeente worden verzameld en vervolgens toegekend aan de verschillende programma’s op basis van de renteomslag. De renteomslag voor 2026 is begroot op 1,25%, voor 2027 en 2028 op 1,50% en voor 2029 op 1,75%. De reden voor de stijging van de renteomslag is te verklaren door de gestegen rentes op de geldmarkt in de afgelopen jaren: Renteverloop (standen per 1 januari)
2020
2021
2022
2023
2024
2025
Financiering < 1 jaar
2,45%
2,45%
2,45%
3,75%
5,00%
5,00%
Financiering 25 jaar
0,79%
0,31%
0,80%
3,37%
3,09%
3,29%
Financiering 40 jaar
0,47%
0,08%
0,58%
3,41%
2,92%
3,19%
Bron: BNG Bank Renterisicobeheer
93
Kasgeldlimiet (kortlopende financiering) De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het begrotingsjaar. De gemiddelde netto-vlottende schuld mag de limiet niet overschrijden. Dit betekent dat voor dit bedrag geen langlopende geldlening hoeft te worden aangetrokken. Toegestane kasgeldlimiet (bedragen x € 1.000) Omvang begroting per 1 januari 2025
82.153
Kasgeldlimiet in % van de grondslag
8,50%
Kasgeldlimiet in bedrag
6.983
Bij drie achtereenvolgende kwartalen met overschrijding van dit kasgeldlimiet dient de Provincie, als toezichthouder, te worden ingelicht en moet worden aangeven hoe de overschrijding van de kasgeldlimiet wordt voorkomen. Renterisiconorm (langlopende financiering) De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal (totale lasten van de begroting) bij aanvang van het dienstjaar. Dit bedrag wordt afgezet tegen het bedrag dat in het lopende jaar aan aflossingen betaald moet worden, vermeerderd met het bedrag van de geldleningen waarvan de rente herzien dient te worden. Ook deze norm mag niet overschreden worden. Uit onderstaande tabel wordt geconcludeerd dat sprake is van een aanzienlijke ruimte voordat de renterisiconorm wordt overschreden. Renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
-
-
-
-
2. Aflossing
1.975
1.849
1.610
1.611
3. Renterisico (1 + 2)
1.975
1.849
1.610
1.611
4a. Begrotingstotaal
76.828
76.149
76.266
76.266
4b. Percentage regeling
20%
20%
20%
20%
4. Renterisiconorm
15.366
15.230
15.253
15.253
5. Ruimte (+) / Overschrijding (-) (4-3)
13.391
13.381
13.643
13.642
1. Renteherziening
Kredietrisicobeheer De kredietrisico’s worden beperkt door uitsluitend gelden uit te zetten bij kredietwaardige partijen. In het Treasurystatuut is bepaald dat dit Nederlandse overheden en kredietwaardige partijen zijn met minimaal een A-rating van tenminste twee erkende ratingbureaus. Verder beperkt het verplichte Schatkistbankieren de kredietrisico’s van de gemeente. Intern liquiditeitsbeheer In het kader van het opstellen van de begroting 2026 wordt een inschatting gemaakt van het financieringstekort of -overschot. Onderdeel daarvan is de toename van de boekwaarde als gevolg van de gevoteerde investeringen en de mogelijke verkopen. Voor de berekening van het financieringssaldo wordt, ten tijde van het opstellen van de begroting 2026, ervan uitgegaan dat deze middelen ook daadwerkelijk worden uitgegeven of ontvangen.
94
Periodiek wordt een liquiditeitsprognose opgesteld. Hiermee wordt het inzicht vergroot in het beheer van de dagelijkse saldi en het ontvangen c.q. het verstrekken van financiële middelen tot een periode van één jaar. Eventuele overschotten worden zo efficiënt mogelijk beheerd conform de regels van het Treasurystatuut. Overtollige middelen moeten naar de schatkist van de Rijksoverheid worden afgeroomd. Opgenomen geldleningen Het totaal van de opgenomen vaste geldleningen per 1 januari 2026 bedraagt € 38.779.000. Vooralsnog wordt verwacht dat voor het boekjaar 2026 geen leningen aangegaan hoeven te worden, gezien er nog voldoende liquide middelen beschikbaar zijn. Het verloop van de langlopende geldleningen (in totalen) voor het jaar 2026 is als volgt: Verloop langlopende geldleningen (bedragen x € 1.000) Saldo begin 2026
38.779
Opgenomen
-
Aflossingen
1.975
Saldo ultimo 2026
36.804
Rentetoerekening In de paragraaf financiering dient vanuit het BBV en de financiële verordening van de gemeente inzicht gegeven te worden in de rentelasten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente aan investeringen, grondexploitaties en taakvelden wordt toegerekend. Door onderstaand tabel en uitgangspunten in de begroting op te nemen wordt invulling gegeven aan deze vereiste.
A.
B1.
Schema rentetoerekening (bedragen x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Externe rentelasten over de korte en lange financiering
673
634
601
580
Rente berekend financieringstekort
334
708
768
832
0
0
0
0
1.007
1.342
1.369
1.412
-26
-7
11
34
0
0
0
0
Externe rentebaten Saldo rentelasten en rentebaten
C1.
Rente toe te rekenen aan grondexploitatie
C2.
Rentelasten projectfinanciering
C3.
Rentebaten projectfinanciering Saldo toe te rekenen externe rente
0
0
0
0
981
1.335
1.380
1.446
D1.
Rente over eigen vermogen
0
0
0
0
D2.
Rente over voorzieningen
0
0
0
0
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
981
1.335
1.380
1.446
E.
Werkelijke aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
-979
-1.325
-1.315
-1.477
F.
Renteresultaat op het taakveld treasury *
2N
10 N
65 N
-31 V
* Het renteresultaat is van administratieve aard. Uitgangspunten: • Voor de berekening van rentelasten van het financieringstekort voor de jaren 2026 tot en met 2029 wordt uitgegaan van de volgende rentepercentages: o langlopende financieringen: 3,30%; en o kortlopende financieringen: 5,00%; beide gebaseerd op de rente voor financieringen volgens de BNG Bank per juli 2025. • Gezien bovengenoemde rentepercentages op de geldmarkt wordt voor het meest recente investeringsplan een renteomslag van 3% gehanteerd.
95
• •
De renteomslag voor de begroting 2026 is berekend op 1,25%. Voor de jaren 2027 en 2028 is dit berekend op 1,50% en voor 2029 op 1,75%. Er worden geen rentebaten berekend over de eigen financieringsmiddelen.
Verstrekte geldleningen Door de gemeente zijn langlopende geldleningen verstrekt ten behoeve van met name het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn). De rentelasten van deze leningen worden via een beheersvergoeding van het SVn terug ontvangen en zijn daarmee budgettair neutraal voor de gemeente. Schatkistbankieren Het schatkistbankieren bepaalt sinds december 2013 het saldo- en liquiditeitsbeheer. Overtollige middelen moeten bij de schatkist van de Rijksoverheid worden afgeroomd. Als sprake is van overtollige middelen worden saldi periodiek afgeroomd. Hiervoor is een aparte bankrekening geopend (bij de huisbankier) die bij het ministerie van Financiën is geregistreerd. Het drempelbedrag is gelijk aan 2,00% van het begrotingstotaal indien het begrotingstotaal lager is dan € 500 miljoen, waarbij het drempelbedrag minimaal € 1 miljoen bedraagt. Het begrotingstotaal 2026 betreft € 76.828.000 waardoor het drempelbedrag voor de gemeente € 1.537.000 miljoen bedraagt. In de toelichting op de balans van de jaarrekening wordt de werkelijke uitvoering van het schatkistbankieren gerapporteerd.
Paragraaf E - Bedrijfsvoering In deze paragraaf worden de belangrijkste ontwikkelingen en de stand van zaken binnen de gemeentelijke bedrijfsvoering beschreven. Samen Bouwen, Samen Sterker! In maart 2026 kiezen onze inwoners een nieuwe gemeenteraad. Een belangrijk moment voor onze lokale democratie. Op basis van recente ontwikkelingen in onze gemeente, vastgestelde beleidsnota’s en gemaakte politieke keuzes zien wij een aantal grote maatschappelijke opgaven op ons afkomen. De grootte van onze gemeente zegt niets over de grootte van de uitdagingen waar we voor staan. In tegendeel, we staan juist voor vier immense opgaven: Sociaal Domein, Powerport, Dijkversterking van Wilhelminakanaal, Amertak en Donge (WAD) en Wonen. Per onderwerp moeten strategische keuzes gemaakt worden. Dat kan alleen wanneer we als raad, college en organisatie samen een duidelijke richting bepalen over waar deze gemeente echt voor wil en gaat staan. Het is absoluut uitdagend om een keuze te maken maar dat gaat helpen om de weerbaarheid en daarmee toekomstbestendigheid van de gemeente Geertruidenberg te vergroten. Gemeente Geertruidenberg wil een flexibele, wendbare organisatie zijn die optimaal schakelt op veranderingen. In 2021 startte een traject om te gaan werken vanuit de maatschappelijke opgaven voor onze gemeente voor de komende jaren. Het coalitieakkoord en het collegeakkoord zijn hierop gebaseerd.
Daarmee zet de gemeente in op een koers die ons niet alleen een kwalitatieve verbeterslag oplevert, maar ons ook tot een flexibele wendbare organisatie maakt waarin een goede combinatie van jong talent en jarenlange ervaring de ruimte krijgt om zich samen te ontwikkelen.
96
In 2025 is het organisatieplan opgeleverd. In dit organisatieplan staan de visie op de organisatie, de sturing en inrichting processen beschreven. Voor 2026 zullen we verder werken aan implementatie van dit plan. Gemeente Geertruidenberg heeft in 2025 de inrichting van de organisatie door ontwikkeld naar een een organisatiemodel dat hierbij past. Beleid en uitvoering zijn bij elkaar gebracht in drie verschillende domeinen, namelijk Fysiek, Sociaal en Dienstverlening. Opgavegericht en integraal werken en eigenaarschap zijn belangrijke elementen waar we aan werken en ook de komende jaren op in moeten zetten. Vanuit die kracht zoeken wij de verbinding met onze omgeving en partners. Naast lokale en regionale ontwikkelingen hebben we ook rekening te houden met landelijke/mondiale ontwikkelingen als vergrijzing, ontgroening, nieuwe technologieën/digitalisering en een andere kijk op werk door de diverse leeftijdsgroepen. In de huidige tijd zijn het hybride werken en de balans tussen werk en privé belangrijke thema's geworden. Deze ontwikkelingen vragen om nieuwe, creatieve manieren voor het inrichten van het werk en het optimaal inzetten van de aanwezige talenten in onze organisatie. De huidige krapte op de arbeidsmarkt richt onze focus op thema’s als duurzame inzetbaarheid, talentontwikkeling en het aantrekken van benodigde kennis en het binden en boeien van medewerkers.
Al deze ontwikkelingen maken dat de organisatievisie en de uitvoering hiervan zich richt op 3 belangrijke thema’s: Samen Werken, Samen Vernieuwen en Samen Groeien. Hiermee geven wij invulling aan goed en aantrekkelijk werkgeverschap op basis van de kernwaarden: betrokken, ondernemend en professioneel. Samen denken we mee over en bieden maatwerk aan de ontwikkelingen die als medewerker, team en gemeente op ons af komen met als motto: ‘Samen bouwen, samen sterker!’ Samen Werken Samen werken is essentieel in onze samenleving dat zijn onze inwoners, sociale partners en ondernemers maar ook ín de organisatie samen met het bestuur en tussen en binnen teams. Het gemeentehuis vormt een inspirerende en laagdrempelige plek van ontmoeting en verbinding. De politieke, bestuurlijke ambities en helder geformuleerde opdrachten geven focus aan wat we wanneer doen en hoe we dit doen. Er wordt gewerkt in programma’s waarbij medewerkers samenwerken over hun eigen domein, discipline of vakgebied heen. We werken en denken vanuit de maatschappelijke opgaven door programmatisch te werken. Dit vraagt eigenaarschap om goed aan te sluiten op wat onze omgeving van ons vraagt. Door meer focus aan te brengen in alle werkzaamheden die van ons worden verwacht zijn we bewuster bezig met het bereiken van de maatschappelijke effecten.
Vanuit het programmatisch werken bundelen we de krachten en maken we de verschuiving naar een netwerkende en participerende overheid. Er is meer behoefte aan plaats- en tijdonafhankelijk werken en aan meer flexibiliteit in waar en wanneer het werk wordt verricht. Hierbij zijn flexibele werkplekken en werktijden die hierbij ondersteunen cruciaal om te kunnen netwerken en daadwerkelijk in verbinding te komen en blijven. We zijn niet langer de eigenaar en initiator van nieuw beleid maar nemen steeds meer de rol van participant, facilitator en verbinder op ons in onze netwerken. Om aan alle opgaven, verwachtingen en ambities invulling te geven is ingezet op opgavegericht werken. Hiermee worden competenties als eigenaarschap, eigen verantwoordelijkheid en initiatief van medewerkers versterkt. De organisatie faciliteert door heldere verantwoordelijkheden en bevoegdheden te beleggen en medewerkers te ondersteunen in hun ontwikkeling met toekomstbestendige arbeidsvoorwaarden. Samen Vernieuwen
97
We zijn als organisatie continu op zoek naar kennis en ervaring die nodig zijn om aan de opgaven en verwachtingen vanuit de gemeenschappen te kunnen voldoen. De snelheid van (digitale) ontwikkelingen vraagt om een kennisgerichte organisatie. Functies veranderen en er wordt een beroep gedaan op nieuwe/andere competenties. Medewerkers zullen hierbij goed gefaciliteerd moeten worden, bijvoorbeeld door het ontwikkelen van 21e eeuwse vaardigheden van medewerkers. Digitalisering, informatiemanagement en nieuwe manieren van werken vragen om het vergroten en versterken van het i-bewustzijn van medewerkers. Centraal hierbij staan: digivaardigheid (van organisatie, medewerkers én inwoners) en het ontwikkelen van een mindset hoe je op een ethische manier werkt en omgaat met informatie; dit naast het nog altijd belangrijke persoonlijke contact door te netwerken, in verbinding te zijn/blijven en duidelijk te communiceren en informeren. We moeten proactief interventies inzetten om werkgelegenheid te behouden, wendbaar en flexibel te blijven en kwantiteit en kwaliteit van medewerkers te monitoren met als doel het verlagen van uitstroom, het vergroten van kennis en het versterken van competenties (leren en ontwikkelen) met een link naar inzetbaarheid en vitaliteit. In de begroting is een PM-post opgenomen voor de vervanging van het intranet. De aanbesteding hiervoor staat gepland voor 2026.
Omdat de exacte invulling en omvang van het project op dit moment nog niet bekend zijn, zijn de kosten nog niet concreet te ramen. Samen Groeien en Verduurzamen Persoonlijk leiderschap is van belang en gaat uit van de ambitie van de medewerker om de eigen loopbaan vorm te geven en zijn/haar talenten en vaardigheden te ontwikkelen. De medewerker neemt het initiatief om samen in gesprek te gaan over zijn/haar ontwikkeling. In het kader van goed en aantrekkelijk werkgeverschap ligt een stevige rol voor de organisatie bij het bieden van tijd en ruimte en het scheppen van faciliteiten voor ontwikkeling. Leer- en ontwikkeltrajecten van medewerkers én teams worden op maat vormgegeven en uitgerold om opgavegericht en integraal werken en meer eigenaarschap te laten slagen. We benutten alle kennis, ervaring en talent! Persoonlijke ontwikkeling én teamontwikkeling staan centraal om aan de opgaven van de toekomst te kunnen blijven voldoen met onze eigen talenten. We zullen langer doorwerken (vergrijzing) en er zijn daarnaast steeds minder jongeren die de arbeidsmarkt zullen betreden (ontgroening). Duurzame Inzetbaarheid (DI) is een belangrijk thema dat inspeelt op de ontwikkelingen in de maatschappij zoals arbeidsmarktontwikkelingen en de snelheid waarmee kennis en toepassing daarvan vernieuwt.
DI gaat niet alleen om positieve energie, gezondheidsmanagement of vitaliteit; maar ook om flexibiliteit, mobiliteit en cultuur & leiderschap. Al met al willen we een lerende organisatie zijn waarbij betrokken, professioneel en ondernemend belangrijke voorwaarden zijn. Medewerkers krijgen het vertrouwen en de ruimte om hun rol te pakken. Daar is lef en zelfvertrouwen voor nodig. We gaan samen het gesprek aan over hoe we ons ontwikkelen in plaats van elkaar te beoordelen. We zijn trots op ons werk en onze bijdrage aan de organisatiedoelen. We delen en vieren de successen gezamenlijk. Waardering en vertrouwen om samen te leren en te groeien: dat leidt tot meer voor elkaar! Personeel en organisatie De grootte van onze gemeente zegt niets over de grootte van de uitdagingen waar we voor staan. In tegendeel, we staan juist voor vier immense opgaven, zoals hiervoor ook al benoemd.
98
Om o.a. aan deze ambities verder vorm te geven is de ambtelijke organisatie van grote waarde. We ondervinden nog steeds problemen met het structureel invullen van vacatures. Herstel van de arbeidsmarkt is nog niet in zicht en wordt in de komende jaren zeker nog niet verwacht. Dit betekent dat de organisatie zich moet blijven richten op instroom, behoud en waar mogelijk beperking van uitstroom van medewerkers. De ontwikkeling van de organisatie vraagt om versterking van de formatie. Op de volgende taken vragen we in deze begroting extra formatie: • Wet open overheid: De afgelopen jaren zien we een toename van het aantal Woo verzoeken en de complexiteit daarvan. Bovendien onderscheiden we in de Woo de actieve en passieve verplichtingen die we als gemeente hebben. Voor de uitrol en de uitvoering van de actieve Woo is nog niets geregeld qua formatie. Het probleem van de uitvoering en uitrol van de Woo blijft daardoor bestaan. Door inzet van deze formatie komt dure inhuur te vervallen. • HR: De organisatie is de afgelopen jaren fors gegroeid. Daardoor is er veel meer werk (casuïstiek en complexiteit) voor het team HR maar is de formatie van dat team niet meegegroeid met de organisatie. Bovendien zijn er toenemende eisen vanuit wet- en regelgeving waar aan voldaan moet worden. Hierdoor is structurele onderbezetting van het HR team en wordt er al ruim 3 jaar duur ingehuurd.
Door de inzet van deze formatie komt dure inhuur te vervallen. • Subsidies: De subsidie organisatie is niet op orde en is versnipperd georganiseerd. Het verwerven van subsidies krijgt onvoldoende de aandacht waardoor we kansen missen. Dit willen we door middel van extra formatie zorgvuldiger organiseren. • Privacy Officer: Op dit moment zijn de wettelijke taken van de privacy officer onvoldoende belegd in onze organisatie. Dit brengt risico's met zich mee voor onze inwoners maar ook voor de gemeente Geertruidenberg. • Security: Op het gebied van information security kunnen we met de huidige bezetting niet voldoen aan onze wettelijke taken. Daarom is uitbreiding van formatie noodzakelijk. Naast de versterking van de formatie benutten we kansen voor meer efficiency, zodat middelen optimaal worden ingezet. Gezien de huidige krapte op de arbeidsmarkt en het zijn van een kleine gemeente betekent dit dat we de komende jaren op verschillende manieren fors zullen moeten investeren in aantrekkelijk werkgeverschap. Dit doen we bijvoorbeeld door te kijken naar onze huisvesting, primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, beschikbare budgetten voor scholing, inhuur en door slimme oplossingen te verzinnen voor de krapte op de arbeidsmarkt. We moeten fundamentele aanpassingen doen om onze ruimte in de arbeidsmarkt te kunnen behouden.
Mede door de toename van het aantal taken bij gemeenten zien we landelijk een stijging van het aantal medewerkers bij ambtelijke organisaties zoals gemeenten. Ook in onze directe omgeving zien we gemeenten investeren in capaciteit om de taken en ambities het hoofd te kunnen bieden met concurrentie op de directe arbeidsmarkt tot gevolg. Door te werken aan de maatschappelijke opgaven staat eveneens vast dat elke keuze consequenties heeft. Doelen stellen en resultaten bereiken betekent namelijk ook dat hier budget en capaciteit voor nodig zijn die mogelijk niet voor andere doelen kunnen worden ingezet. Het werken vanuit de maatschappelijke opgaven geeft ons focus waarbij we het verschil maken op de lange termijn. Hierbij zullen we ons wel moeten realiseren dat de gemeente Geertruidenberg een kleine gemeente is en dat we op sommige beleidsterreinen slagkracht missen. Reële ambities in relatie tot inzet aan capaciteit en financiële middelen zijn dus op zijn plaats. Samenwerken met inwoners, partners en andere overheidsinstellingen ligt voor de hand en op sommige onderdelen zullen we de keuze moeten maken of we de werkzaamheden nog zelf uitvoeren.