CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

De raad debatteert 15 juni 2023, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Herstelbesluit Bedrijventerrein de Pontonnier36.129 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

In bijlage D van het Besluit m.e.r. is een groot aantal activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Eén van de genoemde activiteiten betreft ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein’ (activiteit D11.3). Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien deze betrekking heeft op een oppervlakte van 75 ha of meer. Doorvertaling bestemmingsplan In onderhavig geval wordt er geen nieuw bedrijventerrein opgericht, maar wordt de geluidszone met de bijbehorende geluidverdeling opnieuw verankerd in een bestemmingsplan. Gelet hierop, kan worden geconcludeerd dat de drempelwaarden niet worden overschreden, waardoor in onderhavig plan kan worden volstaan met het uitvoeren van een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. De in dit hoofdstuk beschreven onderzoeksresultaten voldoen niet alleen aan de onderzoeksverplichting van het Besluit ruimtelijke ordening, maar kunnen ook worden opgevat als de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Daarbij kan worden geconcludeerd dat belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten.

44

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Een bestemmingsplan moet zowel in economisch als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven en daarnaast worden de doorlopen procedures weergegeven.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

De Wet ruimtelijke ordening verplicht gemeenten voor bouwplannen een exploitatieplan vast te stellen of het kostenverhaal anderszins te verzekeren. Het vastleggen van het zonebeheerplan inclusief geluidverdeling in de vorm van een gewijzigde geluidzone, is geen bouwplan zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Besluit ruimtelijke ordening. Het opstellen van een exploitatieplan is dan ook niet vereist. Voor de uitvoering van het plan zijn voor de gemeente geen bijzondere kosten aanwezig. De plankosten worden gedragen door de gemeente Geertruidenberg. Mede op grond hiervan wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Overleg

In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk, die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Het voorontwerpbestemmingsplan zal in het kader van vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), toegezonden worden aan diverse overleginstanties.

6.2.2

Inspraak

Het ontwerpbestemmingsplan is ter vooroverleg aangeboden aan de vooroverlegpartners zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De betreffende vooroverlegpartners zijn Provincie Noord-Brabant, Brabantse Delta, Rijkswaterstaat, Gasunie, Enexis, TenneT en Brandweer midden-west Brabant. De paragraaf met de vooroverleg reacties is als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd.

6.2.3

Zienswijzen

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van donderdag 20 oktober 2022 tot en met woensdag 30 november 2022 ter inzage gelegen. Gedurende deze periode kon eenieder schrijftelijk of mondeling een zienswijze indienen op het besluit. De ingebrachte zienswijzen zijn van een gemeentelijke reactie voorzien. De reactienota zienswijzen en de ambtshalve wijzigingen zijn als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

45

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

46

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Bijlagen bij toelichting

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

47

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Bijlage 1

48

Paragraaf vooroverlegreacties

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Bijlage 2

Reactienota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

49

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

50

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Regels

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

51

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

In deze regels wordt verstaan onder: 1.1 plan: het bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022 met identificatienummer NL.IMRO.0779.BPBTDePontonniereo-vs01 van de gemeente Geertruidenberg; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 bestemmingsplan 'Buitengebied 1e herziening' de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0779.BPbuitengebherz1-VS01 met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen); 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6 aan-huis-verbonden-beroep: een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.7 achtergevelrooilijn: denkbeeldige lijn die strak loopt langs de achtergevel van het hoofdgebouw tot aan de perceelsgrenzen; 1.8 afhankelijke woonruimte: een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een

oogpunt van mantelzorg is ondergebracht; 1.9 agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van landbouwdieren; onder agrarische bedrijven worden tevens begrepen boomteeltbedrijven, sierteeltbedrijven en productiegerichte paardenhouderijen; 1.10 agrarisch grondgebruik: gebruik van gronden dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen (houtteelt daaronder begrepen) en/of het houden van dieren; 1.11 agrarische nevenactiviteit: een bedrijfsmatige activiteit die voorziet in een aanvulling van het inkomen van de agrariër, waarbij de activiteit in ruimtelijk, functioneel en economisch opzicht ondergeschikt blijft aan het aanwezige agrarische bedrijf; 1.12 agrarisch technisch hulpbedrijf: een bedrijf dat is gericht op het verlenen van diensten aan agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden en/of (medisch) verzorgen van dieren, of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, met uitzondering van mestverwerking, zoals: grootveeklinieken, KI-stations, mestopslag- en mesthandelsbedrijven, loonwerkbedrijven (inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen) en veehandelsbedrijven;

52

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

1.13 agrarisch verwant bedrijf: een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden zoals dierenasiels, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, stalhouderijen, instellingen voor agrarische praktijkonderwijs, proefbedrijven en volkstuinen; 1.14 archeologisch deskundige: de beleidsmedewerker archeologie van de gemeente, de gemeentelijk adviseur archeologie of een door het College van Burgemeester en Wethouders aangewezen deskundige op het gebied van archeologie; 1.15 archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door een gecertificeerde dienst, bedrijf of instelling zoals bedoeld in de Erfgoedwet 2016 en werkend volgens de Kwaliteitsnorm voor de Nederlandse Archeologie (KNA) dan wel, na vaststelling ervan door de Minister van OCW, de normen zoals opgesteld door het Centraal College van Deskundigen Archeologie (CCvD); 1.16 archeologisch rapport: een rapport van een archeologisch onderzoeksbureau of een goed onderbouwd advies van een deskundige op het gebied van archeologie; 1.17 archeologische waarde: vindplaats of vondst met een oudheidkundige waarde. Het betreft hier met name archeologische relicten in hun oorspronkelijke ruimtelijke context.

Zowel grote complexen / structuren zoals nederzettingsterreinen, als afzonderlijke vondsten kunnen met deze term worden aangeduid; 1.18 assimilatiebelichting: kunstlicht voor de plantengroei in de tuinbouw, als aanvulling op zonlicht; 1.19 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.20 bed & breakfast: een nevenactiviteit met als doel het verstrekken van logies en ontbijt aan steeds wisselend publiek, dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft; onder bed & breakfast wordt niet verstaan overnachting, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid; 1.21 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf; 1.22 bedrijfswoning: een woning bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is; 1.23 beroeps- c.q. bedrijfsvloeroppervlakte: de totale oppervlakte van de voor bedrijfsuitoefening benodigde bedrijfsruimte, inclusief de verkoopvloeroppervlakte; 1.24 beste beschikbare technieken: Beste beschikbare technieken, als bedoeld in artikel 1.1 lid 1 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals deze bepaling luidt ten tijde van de inwerkingtreding van het plan; 1.25 bestaande situatie: a.

ten aanzien van bebouwing: legale bebouwing, zoals aanwezig op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpplan, dan wel mag worden gebouwd krachtens een voor dat tijdstip aangevraagde vergunning. b. ten aanzien van gebruik: het legaal gebruiken van grond en opstallen, zoals aanwezig op het tijdstip waarop het plan rechtskracht heeft verkregen.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

53

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

1.26 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; 1.27 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.28 bijbehorend bouwwerk: uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak; 1.29 bodemingreep: werken en werkzaamheden waarvan mag worden aangenomen dat zij het bodemarchief kunnen aantasten, waaronder het bouwen van een fundering wordt begrepen. 1.30 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.31 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.32 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.33 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel; 1.34 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten; 1.35 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die (in)direct met de grond is verbonden, hetzij (in)direct steun vindt in of op de grond; 1.36 cultureel erfgoed: uit het verleden geërfde

materiële en immateriële bronnen, in de loop van de tijd tot stand gebracht door de mens of ontstaan uit de wisselwerking tussen mens en omgeving, die mensen, onafhankelijk van het bezit ervan, identificeren als een weerspiegeling en uitdrukking van zich voortdurend ontwikkelende waarden, overtuigingen, kennis en tradities, en die aan hen en toekomstige generaties een referentiekader bieden; 1.37 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur; 1.38 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, verkopen en/of leveren van goederen aan degene die deze goederen kopen voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.39 dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet via een balie) te woord wordt gestaan en geholpen, waaronder een kapperszaak en schoonheidsspecialist;

54

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

1.40 equivalent geluidniveau: het energetisch gemiddelde van de fluctuerende niveaus van het ter plaatse in de loop van een bepaalde periode optredende geluid, thans uitgedrukt in het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT. Het langtijdgemiddeld (deel)beoordelingsniveau wordt berekend volgens de methode en regels zoals omschreven in de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (1999); 1.41 equivalent geluidvermogen: het energetisch gemiddelde van het fluctuerende geluidvermogen van het ter plaatse gedurende een bepaalde periode optredende geluid; 1.42 escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, prostitutie aanbiedt, die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend zoals escortservices en bemiddelingsbureaus; 1.43 etmaalwaarde: de hoogste van de volgende drie waarden van het equivalente geluidsniveau:  de waarde over de periode 07.00-19.00 uur (dag);  de met 5 dB(A) verhoogde waarde over de periode 19.00-23.00 uur (avond);  de met 10 dB(A) verhoogde waarde over de periode 23.00-07.00 uur (nacht); 1.44 extensief (dag)recreatief medegebruik: extensieve vorm van dagrecreatie, zoals wandelen, fietsen, boerengolf en paardrijden, inclusief naar de aard en omvang daartoe behorende voorzieningen, zoals picknicktafels en informatieborden, waarbij de recreatievorm

geen specifiek beslag legt op de ruimte; 1.45 extensieve dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen: dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen die aansluiten bij het agrarisch bedrijf of bij de natuur- en landschapsbeleving van het landelijk gebied; 1.46 functie: doeleinden ten behoeve waarvan gebruik van gebouwen en/of gronden of aangewezen delen daarvan is toegestaan; 1.47 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.48 geluidbelasting in dB(A): etmaalwaarde van het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (equivalente geluidniveau) in dB(A) op een bepaalde plaats; 1.49 geluidgevoelige objecten: woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen en geluidsgevoelige terreinen, zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder; 1.50 geluidruimte: equivalent geluidvermogen in dB(A)/m2; ook wel uitgedrukt in kavelmaat; 1.51 geluidverdeling: de verdeling van de toegestane geluidruimte per bedrijfsperceel op het gezoneerde industrieterrein 'De Pontonnier' zoals beschreven in het Zonebeheerplan dat is opgenomen in bijlage 1 van de regels; 1.52 geluidzone: een geluidzone als bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder; 1.53 geluidzoneringsplichtige inrichting: een inrichting, bij welke ingevolge de Wet geluidhinder rondom het terrein van vestiging in een bestemmingsplan een geluidzone moet worden

vastgesteld; 1.54 glastuinbouw: een bedrijf, dat is gericht op het telen van gewassen door in hoofdzaak gebruik te maken van permanente kassen of tunnels;

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

55

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

1.55 grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van en deel uitmakend van het bedrijf, waaronder doorgaans een melkveehouderij is begrepen; 1.56 grondgebonden veehouderij: veehouderijen waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderijen die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie; 1.57 hoofdfunctie: een functie waarvoor het hoofdgebouw als zodanig mag worden gebruikt; 1.58 hoofdgebouw: een gebouw/ bebouwing, dat/ die op een bouwperceel door zijn/haar constructie of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste gebouw/ bebouwing op een bouwperceel kan worden aangemerkt.

In het geval van een woning betreft dit de woning zelf (meestal bestaande uit meer dan één bouwlaag) zonder aanbouwen, uitbouwen of bijgebouwen; 1.59 houtgewas: het groeiende hout, bomen en heesters, met uitzondering van mais; 1.60 huishouden: één persoon dan wel twee of meer personen, die duurzaam met elkaar samenleven; 1.61 industrieterrein: een terrein, als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder, waaraan in hoofdzaak een bestemming is gegeven voor de vestiging van inrichtingen en waarvan de bestemming voor het gehele terrein of een gedeelte daarvan de mogelijkheid insluit van vestiging van inrichtingen, behorende tot een bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen categorie van inrichtingen, die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken; 1.62 inpandige statische opslag: het in een gebouw bergen van goederen, die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (antieke) auto's, boten en caravans.

De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel danwel worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf; 1.63 inrichting: inrichting als aangewezen krachtens artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.64 intensieve veehouderij: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten- of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkrundveehouderij; 1.65 kantoor: een ruimte welke door aard en indeling kennelijk is bestemd om uitsluitend of in hoofdzaak dienstig te zijn tot het verrichten van administratieve, medische en/of ontwerptechnische arbeid; 1.66 kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander voertuig of gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde; een en ander voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.67 KNA: de binnen de beroepsgroep geldende norm voor de uitvoering van archeologisch onderzoek (Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie);

56

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

1.68 maaiveld: de bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat waar sprake van een hellend of ongelijk maaiveld onder het "aangrenzende maaiveld" wordt verstaan het maaiveld dat grenst aan de voorgevel van een gebouw; 1.69 manege: een recreatief bedrijf dat hoofdzakelijk op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid geeft tot het beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden; 1.70 minicamping: een kleinschalig kampeerterrein als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of een burgerwoning; 1.71 normaal agrarisch gebruik: werkzaamheden in de normale bouwvoor t.b.v. de gewasteelten. 1.72 open opslag: het buiten het bouwvlak opslaan of opgeslagen houden van voorwerpen, stoffen of producten en andere materialen in de open lucht; 1.73 opgaande teelt of opgaand gewas: teelt of gewas hoger dan 0,3 m; 1.74 opgraven/opgraving: de ontsluiting van een vindplaats met als doel de informatie te verzamelen en vast te leggen die nodig voor het beantwoorden van de in het Programma van Eisen verwoorde onderzoeksvra(a)g(en) en het behalen van de onderzoeksdoelstellingen; 1.75 ophoging: het blijvend verhogen van het bestaande maaiveld door het aanbrengen van grond of andersoortige materialen.

Tijdelijke ophoging tot een maximum van 6 maanden in relatie tot de agrarische bedrijfsvoering wordt niet gezien als een ophoging. 1.76 overig bouwwerk: een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden; 1.77 overkapping: een dakconstructie (vrijstaand) zonder wanden, dan wel aan maximaal één zijde begrensd door een eigen wand of door een gevel van een belendend gebouw; 1.78 paardenbak: een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining; 1.79 paardenhouderij: hierbij wordt een onderscheid gemaakt in: productiegericht: een grondgebonden agrarisch bedrijf dat zich richt op het produceren van paarden die geschikt zijn voor een bepaalde taak zoals hengstenstations, opfokbedrijven, paarden- en ponyfokbedrijven, handelsstallen en africhtings- en trainingsstallen, africhtingsbedrijven e.d.; gebruiksgericht: een sportbedrijf in de vorm van een pensionstal, een wedstrijdstal, verhuurbedrijven, maneges, stallen en/of oefenaccommodaties; 1.80 peil: a. voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; b.

voor bouwwerken die zijn gebouwd in het talud van de dijk en op een afstand van ten hoogste 4,0 m uit de grens van de dijkweg: de hoogte van de kruin van de dijk; c. in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

57

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

1.81 pensionstalling: het stallen van paarden van derden; 1.82 productiegebonden detailhandel beperkte op de eindgebruiker gerichte verkoop van goederen vanuit een bedrijf dat die goederen vervaardigt/ produceert, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandelsfunctie ondergeschikt is aan de productiefunctie; 1.83 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve van een ander tegen vergoeding; 1.84 raamprostitutie: een seksinrichting met één of meer ramen van waarachter de prostituee tracht de aandacht van passanten op zich te vestigen; 1.85 recreatief medegebruik: die vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik; 1.86 scheepshelling: een installatie op scheepswerven om schepen te water te laten en eventueel weer uit het water te halen, bestaande uit een aantal glijbanen of rails die vanaf het werfterrein tot in het water doorlopen, en is eventueel voorzien van een trekinrichting; 1.87 seksinrichting: een voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater, een parenclub, een (raam)prostitutiebedrijf en een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.88 statische opslag: opslag van goederen, die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals auto's, boten en caravans en dergelijke; 1.89 straatprostitutie: het door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze passanten tot prostitutie bewegen, uitnodigen dan wel aanlokken; 1.90 teeltondersteunende kassen: teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een kas, voor een vollegrondstuinbouwbedrijf of boomteeltbedrijf.

Hieronder worden ook schuurkassen, permanente tunnel- of boogkassen begrepen; 1.91 teeltondersteunende voorzieningen: voorzieningen in, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden; te onderscheiden zijn de volgende categorieën:  laag/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een maximum bouwhoogte van 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld insectengaas, afdekfolies, acryldoek, lage tunnels;  laag/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een maximum bouwhoogte van 1,5 m en met een permanent karakter, bijvoorbeeld containervelden;  hoog/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een minimum bouwhoogte van 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden;  hoog/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een minimum bouwhoogte van 1,5 m en met een permanent karakter, bijvoorbeeld stellingenteelt (bakken in stellingen, regenkappen) en teeltondersteunende kassen;

58

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

1.92 tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers: het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voor zover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; 1.93 twee-aaneen: bebouwing waarvan het hoofdgebouw aan slechts één zijgevel vrij staat van/ niet aangebouwd is aan andere hoofdgebouwen; 1.94 veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren; 1.95 verbrede landbouw: het ontplooien van activiteiten op een agrarisch bouwvlak die verbonden zijn aan de bestaande te behouden agrarische bedrijfsvoering; 1.96 verstoring: aantasting van een gebied met archeologische waarden. Dit verschijnsel kan zich voordoen: door erosie, afgraving of egalisatie, door (diepe) bewerking van de bovengrond, door zetting als gevolg van ophoging, door verdroging en verzuring. 1.97 vervangende nieuwbouw: de bouw van een gebouw in de plaats van een gesloopt of anderszins tenietgegaan gebouw; 1.98 vollegronds tuinbouwbedrijf: een grondgebonden agrarisch bedrijf dat overwegend of uitsluitend is gericht op het telen van tuinbouwgewassen in de volle grond; 1.99 voorgevelrooilijn: a.

langs een wegzijde met een regelmatig of nagenoeg regelmatige ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing; de evenwijdige aan de as van de weg gelegen lijn, welke, zoveel mogelijk aansluitend aan de ligging van de voorgevels van de bestaande bebouwing, een zoveel mogelijk gelijkmatige beloop van de rooilijn overeenkomstig de weg geeft; b. langs een wegzijde waarlangs geen bebouwing als onder a bedoeld aanwezig is en waarlangs mag worden gebouwd: 1. bij een wegbreedte van ten minste 10 m, de lijn gelegen op 15 m uit de as van de weg; 2. bij een wegbreedte geringer dan 10 m, de lijn gelegen op 10 m uit de as van de weg; 1.100 vrijstaand: bebouwing waarvan het hoofdgebouw vrijstaat van/niet aangebouwd is aan andere hoofdgebouwen; 1.101 waterafvoergebied: een gebied begrensd door een waterkering dat - afhankelijk van de waterstand op de rivier - geheel of gedeeltelijk ruimte biedt voor de afvoer van rivierwater richting zee; 1.102 waterbekken: massa water, kunstmatig of natuurlijk, die gebruikt wordt voor opslag en regulering van waterbronnen; 1.103 watergebonden bedrijven: bedrijven die voor de aan- en afvoer van grondstoffen, halffabricaten en/of producten mede gebruik maken van het transport over water; 1.104 waterkering: als functie van wateren: het tijdelijk of langdurig bergen van (regen)wateroverschotten uit de omgeving; 1.105 waterpeil: het gemiddelde waterpeil;

1.106 werk: een constructie geen gebouw of bouwwerk zijnde;

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

59

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

1.107 wonen: het bewonen van woonboot of een zelfstandige woning of als zodanig bestemd gebouw voor wonen; 1.108 woning: een complex van ruimten geschikt en bestemd voor de zelfstandige huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouding; 1.109 woonboot: een vaartuig, dan wel in of op het water geplaatst voorwerp, dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt als of bestemd tot woonverblijf voor de zelfstandige huisvesting van niet meer dan één afzonderlijk huishouden; 1.110 zonebeheerplan: een plan als bedoeld in artikel 164 van de Wet geluidhinder.

60

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Artikel 2

Wijze van meten

Bij het toepassen van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk; 2.3 bebouwingspercentage: het oppervlak dat met bouwwerken is bebouwd, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel, voor zover dat is gelegen binnen de bestemming, of binnen een in de planregels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming; 2.4 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5 breedte, diepte c.q. lengte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren; 2.6 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q.

de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.7 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.8 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

61

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

2.9 gebruikte geluidruimte:  een fictieve contour per bouwperceel wordt geconstrueerd. Deze contour is een cirkel, waarvan het middelpunt gelijk is aan het zwaartepunt van het vlak dat wordt gevormd door het bouwperceel. De straal van de fictieve contour is gelijk aan de wortel van de oppervlakte van het bouwperceel, vermenigvuldigd met 2,5 maar niet kleiner dan 50 m en niet groter dan 500 m;  de fictieve contour bevat 12 immissiepunten op een hoogte van 10 m boven peil en onder een horizontale hoek van 30 graden ten opzichte van het zwaartepunt van de inrichting;  ter plaatse van deze immissiepunten wordt de geluidbelasting in dB(A) bepaald die wordt veroorzaakt door alle tot de inrichting behorende installaties, toestellen, alsmede door die inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en alle overige tot de inrichting behorende bronnen, voor zover die zijn gelegen of plaatsvinden binnen het bouwperceel, één en ander met de representatieve bedrijfssituatie als uitgangspunt (etmaalwaarde);  laad- en losactiviteiten die onlosmakelijk zijn verbonden met de inrichting, maar die plaatsvinden buiten het bouwperceel worden meegenomen in de berekening van dat bouwperceel;  het effect van afschermende en reflecterende bebouwing, uitsluitend voor zover gelegen binnen het bouwperceel, wordt verdisconteerd in de berekening van de geluidbelasting;  de bodemabsorptiefactor

buiten het bouwperceel bedraagt 0,2;  de energetisch gemiddelde etmaalwaarde wordt teruggerekend naar een vervangende geluidbron, berekend volgens hoofdstuk 5 van module C van de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (1999). Onderstaand zijn de gehanteerde formules weergegeven: c.

LWR = Li + Dgeo + Dlucht + Dbodem Dgeo = 20 • log(ri) + 11 Dlucht = alu (f) • (ri) Dbodem = Db,br + Db,ont + Db,mid   

voor het geluidspectrum dient gebruik te worden gemaakt van het standaardspectrum industrielawaai; voor de bronhoogte van de vervangende geluidbron dient 5 m boven maaiveld te worden gehanteerd; de etmaalwaarde van de vervangende puntbron wordt omgerekend naar een emissie per m 2 met behulp van de formule: Lkavel = LWR - 10 • log(A)

62

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

Hoofdstuk 2 Artikel 3

Bestemmingsregels

Agrarisch - 1

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemeen

De voor 'Agrarisch - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. uitsluitend ter plaatse van een bouwvlak de uitoefening van een grondgebonden agrarisch bedrijf; c. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding grondgebonden veehouderij, een grondgebonden veehouderij; d. bedrijfswoningen met de daarbij behorende tuinen en bijgebouwen uitgezonderd ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten'; e. teeltondersteunende voorzieningen f. behoud, herstel en ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden; g. extensief dagrecreatief medegebruik. h. perceelsontsluitingswegen; i. (ondergrondse) waterhuishoudkundige voorzieningen, water, waterlopen en waterpartijen; met de daarbij behorende: j. tuinen, erven, parkeervoorzieningen en terreinen; k. wegen en paden; l. groenvoorzieningen; m. voorzieningen van algemeen nut; n. bijbehorende voorzieningen ten behoeve van het agrarisch gebruik. een en ander overeenkomstig de in 3.4.2 opgenomen nadere detaillering van de doeleinden.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen mogen alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. het aantal ondergrondse bouwlagen bedraagt maximaal één ondergrondse bouwlaag; c. erf en perceelsafscheidingen, gelegen buiten het bouwvlak, hebben een maximum bouwhoogte van 1,5 m; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde ter ondersteuning van het recreatief medegebruik, waaronder banken, picknicktafels, bewegwijzering en dergelijke mogen worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 2 m geldt; e. overige bouwwerken geen gebouw zijnde, buiten het bouwvlak hebben een maximum bouwhoogte van 3 m; f. overkappingen zijn niet toegestaan.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

63

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

3.2.2

Bedrijfsgebouwen

Voor het bouwen van agrarische bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. uitbreiding van bestaande gebouwen ten behoeve van een grondgebonden veehouderij is niet toegestaan. Onder een uitbreiding van bestaande gebouwen ten behoeve van een grondgebonden veehouderij wordt verstaan: 1. gebouwen in gebruik voor de huisvesting van vee (niet zijnde hobby-vee); 2. gebouwen in gebruik ten behoeve van de uitoefening van een grondgebonden veehouderij, in de brede zin (zoals een machineberging waarin de machines die gebruikt worden ten behoeve van de veeteelt zijn of worden gestald); b. bedrijfsgebouwen zijn alleen binnen het bouwvlak toegestaan; c. de maximale goothoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt 6 m; d. de maximum bouwhoogte van bedrijfsgebouwen bedraagt 13 m; e. de dakhelling voor bedrijfsgebouwen bedraagt minimaal 12°en maximaal 45 ° met dien verstande dat deze minimale dakhelling niet geldt voor ondergeschikte platte tussendelen en andere gebouwen van ondergeschikte aard. 3.2.3

Bedrijfswoningen

Voor het bouwen van bedrijfswoningen en daarbij behorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. bedrijfswoningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. per bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' zijn geen bedrijfswoningen toegestaan; d. de maximum goothoogte van bedrijfswoningen bedraagt 6 m; e. de maximum bouwhoogte van bedrijfswoningen bedraagt 10 m; f. bijbehorende bouwwerken ten behoeve van de bedrijfswoning mogen niet voor de voorgevel van de bedrijfswoning worden gerealiseerd; g. het maximum oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een bedrijfswoning bedraagt 80 m2; h. de maximum goothoogte van bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een bedrijfswoning bedraagt 3,5 m; i. de maximum bouwhoogte van bijbehorende bouwwerken ten behoeve van een bedrijfswoning bedraagt 6 m; j. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt 1 m; k. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn bedraagt 2 m. 3.2.4

Teeltondersteunende voorzieningen

Voor het bouwen van teeltondersteunende voorzieningen gelden de volgende regels: a. permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; b. lage tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn zowel binnen als buiten het bouwvlak toegestaan en hebben een maximum bouwhoogte van 1,5 m; c. hoge tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; d. teeltondersteunende kassen zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; e. de maximum bouwhoogte van teeltondersteunende kassen bedraagt 6 m; f. de maximum oppervlakte teeltondersteunende kassen bedraagt 1000 m2; g. het gebruik van assimilatiebelichting in teeltondersteunende kassen is niet toegestaan; h. de minimum afstand van teeltondersteunende kassen tot aan woningen bedraagt minimaal 25 m; i. de maximum bouwhoogte van overige teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3,5 m.

64

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

3.2.5

Bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf

Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf gelden de volgende regels: a. bijbehorende bouwwerken ten behoeve van het agrarisch bedrijf zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; b. sleufsilo's mogen niet voor de voorgevel van de aanwezige bedrijfswoning worden gerealiseerd; c. de maximum bouwhoogte van mestsilo's bedraagt 8,5 m; d. de maximum bouwhoogte van overige silo's en waterbassins bedraagt 15 m; e. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen bedraagt 2 m; f. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt 1 m; g. de maximum bouwhoogte van erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn bedraagt 2 m; h. de maximum bouwhoogte van overige bijbehorende bouwwerken bedraagt 6 m. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Omgevingsvergunning teeltondersteunende kassen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.4 onder f, voor het vergroten van het oppervlakte voor teeltondersteunende kassen, mits: a. de teeltondersteunende kassen binnen het bouwvlak zijn gelegen; b. de teeltondersteunende kassen staan ten dienste aan een vollegrondstuinbouwbedrijf en/of een boomkwekerij; c. de oppervlakte van teeltondersteunende kassen niet meer dan 2.000 m² bedraagt; d. dit niet leidt tot onevenredige aantasting van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; e. er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die bestaat uit een beplantingsstrook van streekeigen soorten; f. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; g. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de waterhuishoudkundige situatie; dit ter toetsing van het waterschap; h. er voldaan wordt aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels. 3.3.2

Omgevingsvergunning teeltondersteunende voorzieningen

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.2.4, onder a en c, om hoge tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak te realiseren, mits: a. de bouwhoogte niet meer dan 3,5 m bedraagt; b. de oppervlakte van hoge tijdelijke en overige teeltondersteunende voorzieningen niet meer dan 1.000 m² bedraagt; c. de voorzieningen noodzakelijk zijn voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; d. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; e. het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast. f. er voldaan wordt aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

65

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

3.3.3

Omgevingsvergunning paardenbak t.b.v. hobbymatig gebruikt

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.4.1 onder c voor de realisatie van een paardenbak, uitsluitend ten behoeve van hobbymatig gebruik, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de paardenbak wordt binnen het bouwvlak gesitueerd; b. het woon- en leefklimaat wordt niet onevenredig aangetast; c. de afstand ten opzichte van woningen van derden bedraagt ten minste 50 m en de afstand tot belendende percelen van derden bedraagt tenminste 20 m; d. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die bestaat uit een beplantingsstrook van streekeigen soorten; e. het gebruik van paardenbakken is uitsluitend hobbymatig; f. de oppervlakte van een paardenbak bedraagt niet meer dan 800 m²; g. voor de bouw van bijbehorende lichtmasten gelden de volgende bepalingen: 1. de hoogte bedraagt niet meer dan 6 m; 2. de afstand tot woningen van derden bedraagt tenminste 75 m; 3. er wordt doelgerichte verlichting toegepast; 4. het woon- en leefklimaat wordt niet onevenredig aangetast. h. voor afrasteringen gelden de volgende bepalingen: 1. de hoogte van afrasteringen mag niet meer bedragen dan 2 m; 2. afrasteringen worden uitgevoerd in een open constructie. i. overige bouwwerken zijn niet toegestaan; j.

er wordt voldaan aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels. 3.3.4

Omgevingsvergunning oprichten van sleufsilo's

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 3.2.5 onder b teneinde het oprichten van sleufsilo's buiten het bouwvlak, mits: a. de voorzieningen direct grenzend aan het bouwvlak worden gerealiseerd; b. de voorzieningen noodzakelijk zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling; c. de totale omvang van de sleufsilo's (zowel binnen als buiten het bouwvlak) niet meer dan 5000 m2 bedraagt; d. er sprake is van een grondgebonden veehouderij; e. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; f. er geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden plaatsvindt; g. er sprake is van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die bestaat uit een beplantingsstrook van streekeigen soorten; h. het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt aangetast; i. er voldaan wordt aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels.

66

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1

Strijdig gebruik

Tot een strijdig gebruik van gronden en opstallen, wordt in elk geval verstaan het gebruik voor en/of als: a. veehouderij, met uitzondering ter plaatse van de aanduiding 'grondgebonden veehouderij'; b. paardenhouderij; c. paardenbakken; d. geitenhouderij; e. glastuinbouw; f. buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten g. het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, met uitzondering ter plaatse van het bouwvlak en alleen indien dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; h. het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, met uitzondering van de agrarische productie binnen het agrarisch bedrijf of agrarische producten van het eigen bedrijf; i. detailhandel, met uitzondering van ondergeschikte detailhandel, zoals genoemd in lid 3.4.2; j. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; k. huisvesting van tijdelijke werknemers; l. het bewerken, verwerken of vergisten van mest; m. de opslag van gevaarlijke stoffen, zoals kunstmeststoffen en propaan, die een 10 -6 risicocontour hebben die de aanduiding ´bouwvlak´ overschrijdt; n. mestbassins buiten het bouwvlak; o.

binnen gebouwen mag ten hoogste één bouwlaag worden gebruikt voor het houden van dieren, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen waar ten hoogste twee bouwlagen gebruikt mogen worden; p. het in gebruik nemen van gebouwen - niet in gebruik voor de huisvesting van vee of de opslag en stalling ten behoeve van de veehouderij - voor de uitoefening van een veehouderij is niet toegestaan; q. het in gebruik nemen van gebouwen op de gronden met de aanduiding 'grondgebonden veehouderij voor het huisvesten van vee is niet toegestaan. 3.4.2

Ondergeschikte detailhandel als nevenactiviteit

Voor ondergeschikte detailhandel als nevenactiviteit gelden de volgende regels: a. het een nevenactiviteit betreft bij een functionerend agrarisch bedrijf; b. het mag enkel gaan om detailhandel in op het eigen bedrijf geproduceerde producten en gewassen, waarbij het verkoopvloeroppervlakte niet meer dan 100 m² bedraagt; c. ondergeschikte detailhandel als nevenactiviteit uitsluitend plaatsvindt in de aanwezige gebouwen. Nieuwbouw ten behoeve van deze functie is niet toegestaan.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

67

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1

Omgevingsvergunning minicampings

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 teneinde minicampings en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen te realiseren, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak of tot maximaal 100 m uit het bouwvlak, gerekend vanaf bouwvlakgrens; b. permanente kampeermiddelen zijn niet toegestaan; c. een minicamping is uitsluitend in de periode 15 maart tot en met 31 oktober in gebruik; d. er zijn niet meer dan 20 standplaatsen voor kampeermiddelen toegestaan; e. gebouwde en ondersteunende voorzieningen ten behoeve van de minicamping zoals sanitaire voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan in de bestaande gebouwen en hebben een maximum oppervlakte van 200 m²; f. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die bestaat uit een beplantingsstrook van streekeigen soorten; g. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast h. de nieuwe activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitingsen parkeersituatie ter plaatse; i. parkeren vind plaats op eigen terrein en wordt landschappelijk ingepast; j. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden plaats; k.

bij een combinatie van nevenfuncties mag de bestaande bebouwing ten behoeve van nevenfuncties wordt benut tot een maximum van 500 m²; l. er vind geen onevenredige aantasting plaats van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; m. er dient voldaan te worden aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels. 3.5.2 Omgevingsvergunning agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 om een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de bestaande gebouwen; b. het maximum netto vloeroppervlakte ten behoeve van de nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 250 m²; c. de totale vloeroppervlakte van alle nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 500 m² bedragen; d. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden plaats; e.

er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die bestaat uit een beplantingsstrook van streekeigen soorten; f. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; g. detailhandel ten behoeve van agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf is niet toegestaan; h. de nieuwe activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitingsen parkeersituatie ter plaatse; i. parkeren op eigen terrein plaats vindt en landschappelijk wordt ingepast; j. er vind geen onevenredige aantasting plaats van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; k. er dient voldaan te worden aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels

68

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

3.5.3

Omgevingsvergunning pensionstalling

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1, teneinde – bedrijfsmatige - nevenactiviteiten in de vorm van pensionstalling van paarden toe te staan bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de bestaande gebouwen; b. het maximum netto vloeroppervlakte ten behoeve van de nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 100 m²; c. het totale aantal paarden mag niet meer dan 6 bedragen; d. de totale vloeroppervlakte van alle nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 500 m² bedragen; e. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden plaats; f. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die bestaat uit een beplantingsstrook van streekeigen soorten; g. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast h. detailhandel ten behoeve van agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf is niet toegestaan; i. de nieuwe activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitingsen parkeersituatie ter plaatse; j. parkeren op eigen terrein plaats vindt en landschappelijk wordt ingepast; k.

er vind geen onevenredige aantasting plaats van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; l. er dient voldaan te worden aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels 3.5.4

Omgevingsvergunning overige verbrede landbouw

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1, teneinde bedrijfsmatige - nevenactiviteiten in de vorm van overige verbrede landbouw gericht op bewerking en waardevermeerdering van op het eigen bedrijf geproduceerde producten, zoals een ijs- of kaasmakerij, toe te staan bij een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de bestaande gebouwen; b. het maximum netto vloeroppervlakte ten behoeve van de nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 250 m²; c. de totale vloeroppervlakte van alle nevenactiviteiten bij een agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 500 m² bedragen; d. ondergeschikte en ondersteunende horeca is toegestaan, met een inpandig vloeroppervlakte van maximaal 30 m² en een buitenpandige vloeroppervlakte van maximaal 70 m²; e. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden plaats; f. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die bestaat uit een beplantingsstrook van streekeigen soorten; g. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; h. detailhandel ten behoeve van agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf is niet toegestaan; i.

de nieuwe activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitingsen parkeersituatie ter plaatse; j. parkeren op eigen terrein plaats vindt en landschappelijk wordt ingepast; k. er vind geen onevenredige aantasting plaats van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; l. er dient voldaan te worden aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels.

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

69

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

3.5.5

Omgevingsvergunning recreatieve nevenactiviteiten

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1. teneinde als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf extensieve vormen van dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theehuis, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities, bed & breakfastvoorzieningen e.d., toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de nevenactiviteit vindt plaats naast en ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering; b. verblijfsrecreatieve activiteiten zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van vakantieappartementen, kamerverhuur of een bed & breakfast; c. maneges zijn niet toegestaan; d. de nevenactiviteit dient plaats te vinden in de bestaande gebouwen; e. bed & breakfast is toegestaan met een maximum van 10 (éénpersoons)bedden en uitsluitend in de bedrijfswoning of de bijbehorende bouwwerken van de bedrijfswoning. f. per agrarisch bedrijf is maar één bed & breakfast is toegestaan; g. er zijn maximaal 5 vakantieappartementen toegestaan met een totale oppervlakte van maximaal 300 m²; h. het totale vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor recreatieve nevenactiviteiten, mag niet meer bedragen dan 500 m²; i. ondergeschikte en ondersteunende horeca is toegestaan, met een inpandig vloeroppervlakte van maximaal 30 m² en een buitenpandige vloeroppervlakte van maximaal 70 m²; j.

er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden plaats; k. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die bestaat uit een beplantingsstrook van streekeigen soorten; l. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; m. de nieuwe activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitingsen parkeersituatie ter plaatse; n. parkeren op eigen terrein plaats vindt en landschappelijk wordt ingepast; o. er vind geen onevenredige aantasting plaats van de natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische, water- en bodemhuishoudkundige of milieuhygiënische kwaliteiten van het gebied; p. er dient voldaan te worden aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels. 3.5.6

Omgevingsvergunning inpandige statische opslag als nevenactiviteit

Het bevoegd gezag bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 3.1 onder d teneinde inpandige statische opslag toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de statische opslag dient plaats te vinden binnen de bestaande gebouwen; b. de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; c. de vloeroppervlakte van de bebouwing, die wordt aangewend voor de statische opslag, mag niet meer bedragen dan 750 m²; d. er zijn geen milieutechnische belemmeringen; e. detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; f. de nieuwe activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitingsen parkeersituatie ter plaatse; g. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden plaats; h. er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing, die bestaat uit een beplantingsstrook van streekeigen soorten; i. het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; j. er dient voldaan te worden aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels.

70

bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022" (definitief)

bestemmingsplan Bedrijventerrein De Pontonnier e.o. 2022

3.5.7

Omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers

Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in sublid 3.4.1 onder i en j ten behoeve van tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de huisvesting vindt uitsluitend plaats in een bestaand bedrijfsgebouw of een deel van de bedrijfswoning; b. de tijdelijke huisvesting is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; c. de huisvesting betreft uitsluitend medewerkers, die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; d. de huisvesting bedraagt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar; e. de nieuwe activiteit mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de verkeersontsluitingsen parkeersituatie ter plaatse; f. er vindt geen onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden plaats; g. het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; h. er dient voldaan te worden aan de eisen en regels ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap, zoals opgenomen in de Notitie toepassing kwaliteitsverbetering van het landschap in de regio West-Brabant, zoals opgenomen in bijlage 2 van deze regels.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=dc7ab0f9-b206-45e9-b8e0-a667ec5ca102