CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

advies ASD beleidskader beschermd wonen 02122020

Besluitvormende raad 11 februari 2021, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 - 20251.978 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Ambrosius Rozendaelstraat 32 4931 RE Geertruidenberg College van Burgemeester en Wethouders Van de gemeente Geertruidenberg Vrijheidstraat 2 4941 DX Raamsdonksveer Datum: 02 december 2020 Onderwerp: Advies inzake Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021-2025 Geacht College, De Adviesraad Sociaal Domein Geertruidenberg geeft op verzoek van het college en naar aanleiding van het “Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021-2025” het volgende advies: De ambitie is mooi, als een stip aan de horizon. De ambitie is echter wel te groot. Naast het feit dat lang niet altijd voldaan kan worden aan de cruciale randvoorwaarden, worden de cliënten en hun naasten nog veel te weinig betrokken en maken wij ons zorgen over een goed op elkaar afgestemde kwalitatieve zorg en de daarbij benodigde sociale ondersteunende structuur. Wij adviseren u om de lat wat lager te leggen en bijvoorbeeld met pilots van start te gaan. Hieronder volgt een puntsgewijze toelichting. Als Adviesraad kunnen wij ons helemaal vinden in de beoogde uitkomst van het beleidskader. Wij vinden het namelijk belangrijk dat iedereen zo normaal mogelijk mee kan doen in de samenleving. Tegelijkertijd vinden wij het een zeer ambitieus plan. Er zal aan veel randvoorwaarden voldaan moeten worden om dit regionaal, en dus ook lokaal, te laten slagen.

Van belang hierbij is dat het gaat om een beleidskader voor kwetsbare mensen en degenen die bij hen zijn betrokken, zoals gezinsleden en/of familie. Dat brengt ons direct bij een belangrijk aandachtpunt. In het beleidskader missen we de mensen waar het om gaat. Ze worden in het geheel niet genoemd. Wat willen deze mensen en wat voelen zij hierbij? Wat zijn hun ambities in het leven? Of, als ze dit zelf niet kunnen aangeven, hoe vinden de direct betrokkenen dan hoe het zou moeten gaan? Ons advies in dit kader is om cliënten, ouders en cliëntenraden te betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van de plannen. In het beleidskader wordt de verantwoordelijkheid voor het welzijn en het welbevinden van kwetsbare mensen mede in handen van de samenleving gelegd. Hierdoor zullen cliënten, bewoners in de wijk en professionals goed moeten samenwerken en dingen met elkaar moeten afstemmen. Dat kan een struikelblok zijn. Wij refereren naar het project “beschermd wonen in de wijk” dat in het verleden niet altijd het gewenste resultaat heeft opgeleverd. De integratie verliep vaak slecht, mensen vereenzaamden, er was sprake van misbruik en op sommige locaties ontstond ook weerstand vanuit de samenleving. De noodzakelijke sociale steunstructuur bleek op veel gebieden niet in orde.

Deze problemen spelen nog steeds op bepaalde locaties in de wijken en het gevolg is soms gedwongen terugplaatsing. Dat moet te allen tijde voorkomen worden en daar moet aandacht voor zijn. In de praktijk is veel gebaseerd op een medisch plan. Voor het deelnemen aan de (lokale) samenleving is echter juist de sociale steunstructuur cruciaal. In het voorliggende beleidskader ligt de focus in onze opinie dus teveel op de begeleiding van cliënten en te weinig op zijn of haar omgeving en het “zo gewoon

Pagina 1 van 4

mogelijk meedoen”. De opmerking in het beleidskader dat er de afgelopen 5 à 10 jaar fors is geambulantiseerd maar dat dit onvoldoende is samengegaan met aansluiting van cliënten bij hun fysieke en sociale omgeving, vinden wij zeer verontrustend. Ons advies hierin is dat het een harde voorwaarde moet zijn om deze sociale structuur, naast de zorgstructuur, op orde te hebben. Dus vóór dat iemand wordt uitgeplaatst. Hiervoor is het noodzakelijk dat aan de voorkant duidelijk is welke problematiek er speelt zodat de risico’s per persoon in beeld kunnen worden gebracht en ook beoordeeld kan worden of iemand een uitplaatsing wel aankan. Daarnaast moet vanaf de eerste dag gewerkt worden met de juiste randvoorwaarden voor de uitstroom, zowel voor de afstemming op medisch gebied als voor de sociale structuur. In het verleden is er te veel bezuinigd op de sociale steunstructuur. Wij vragen ons af hoe de gemeente deze sociale steunstructuur nu ziet. Op welke manier gaat men lokaal investeren? Er is immers bekwame begeleiding en ondersteuning nodig voor een uitplaatsing. Wij zien in de praktijk dat de begeleiding en ondersteuning lang niet altijd op orde zijn en dit is ook zichtbaar in het beleidskader. We lezen veel ambities, maar weinig concrete uitwerking. Wat zijn in onze visie belangrijke punten: - De samenwerking tussen professionals van diverse organisaties moet goed zijn.

Dat is lastig vanwege de veelheid aan zorgaanbieders in het gebied met meerdere onafgestemde methodieken. Vraag is of en hoe gemeenten dit kunnen sturen; - Integratie in de wijk is moeilijk. Er is opvang nodig zoals door buddy’s, het wijkteam etc. Maar ook dit werk is in de opbouwfase. Er moet nog heel wat in de steigers gezet worden voordat dit op de juiste manier operationeel kan zijn; - Er moet geschikte huisvesting zijn in wijken in een periode waarbij sprake is van schaarste op de woningmarkt. Dit vergt een zorgvuldige uitleg/communicatie naar andere inwoners toe, waarvan sommigen zelf ook al lang op huisvesting wachten; - De mogelijkheid van een zinvolle daginvulling is van levensbelang voor deze kwetsbare groep. Via betaald werk, vrijwilligerswerk of dagbesteding. Dat is niet gemakkelijk in tijden van bezuiniging; - Een voorwaarde bij zelfstandig wonen, of wonen in een breder groepsverband, is goede organisatie van nabijheid van juiste zorg. De vraag is of dit verantwoord realiseerbaar is; - De aanname is dat de omgeving, zoals buurtbewoners, bereid is ondersteuning te bieden. Dat is een aanname die in onze visie niet klopt. Daar kan men ook niet vanuit gaan; - De vestiging van bewoners vanuit het beschermd wonen naar de wijk, kan lokale weerstand opwekken. Een goede locatiekeuze en voorlichting in de buurt zijn daarom van essentieel belang.

Net als zicht houden op wat er gebeurt, zodat tijdig ingegrepen kan worden als dat nodig is. Dat blijkt in de praktijk nu al moeilijk te zijn; - In het beleidsplan wordt gesteld dat de relatie die de cliënt heeft met zijn hulpverlener(s), een zeer goede verklaring is voor een succes. Deze relatie ziet men als een belangrijke randvoorwaarde voor herstel. Daarbij realiseert men zich dat deze cliënten met meerdere hulpverleners te maken hebben (gehad). Dit is een mogelijke complicerende factor voor relatieopbouw. Wij voegen daaraan toe, dat er veel verloop van personeel in deze sector, waardoor er in de praktijk simpelweg geen relatie wordt opgebouwd. Dit heeft nadelige gevolgen voor de behandeling en dus ook voor het herstel of het goed functioneren (wanneer geen sprake is van herstel). Volgens de tabellen in de notitie zou Geertruidenberg 1 persoon beschermd wonen hebben en 5 personen voor geclusterd wonen. Wij vragen ons af of dit klopt en waar deze aantallen op zijn gebaseerd. Onze indruk bestaat dat het om meer mensen gaat. Deze gegevens worden niet altijd vastgelegd. De volgende teksten uit de notitie riepen reacties en vragen bij ons op. Wij brengen ze onder uw aandacht en ontvangen graag uw reactie hierop: Ad 2.1 Schets van de doelgroep beschermd wonen in Regio Breda P. 5. Er is bij 8% van de cliënten geregistreerd dat zij kinderen hebben.

Is na te gaan hoe hoog het werkelijke percentage is? Dit wordt bij behandeling niet vastgelegd in het systeem. We maken ons hier zorgen over, want het is essentieel voor het herstel. Ad 2.3. Aanbieders en voorzieningen P. 6. Inzake de aanbieders voor verschillende deeldoelgroepen; PGB aanbieders zijn vaak ZZP-ers. Iedereen kan dit werk doen. Het is belangrijk om een betrouwbare PGB begeleider in te schakelen. Ad 3. Wat gaat goed, wat kan beter. Beknopte evaluatie

Pagina 2 van 4

P.7. Wat kan beter: Het ziet ernaar uit dat er nog te veel werk aan de winkel is. In dit tekstgedeelte wordt een tiental belangrijke randvoorwaardelijke kwesties genoemd, welke cruciaal zijn voor een goed verloop. De zin “De groei van het aantal cliënten is gestabiliseerd maar het aantal aanmeldingen neemt nog steeds toe “ klinkt tegenstrijdig. Betekent dit dat de uitstroom toeneemt? De zin ”Daarnaast zien we nog onvolmaaktheden in het aanmeldproces“ roept bij ons veel vragen op. Wat wordt hiermee precies bedoeld? De hele alinea is voor ons onduidelijk. De beperkte sturingsmogelijkheden op kwaliteiten van aanbieders en van de financiën baren ons zorgen. We raden u daarom aan een pilot te draaien en plafonds vast te stellen. De laatste alinea: “We hebben als regio een relatief grote afhankelijkheid van een paar grote aanbieders. Tenslotte hebben we nog onvoldoende werk kunnen maken van een integraal aanbod tussen Wmo, Jeugd en Participatie en de samenwerking met de zorgverzekeraar op het terrein van GGZ moet intensiever”. In het licht van dit zeer ambitieuze plan vinden we dit zorgwekkende constateringen. Ad 4. Gezamenlijke uitgangspunten Wij vinden dit hele mooie uitgangspunten maar vragen ons ten zeerste af of ze realiseerbaar zijn. Ook gezien onze eerdere opmerkingen. Ad 4.

De Randvoorwaarden Inzake de rechtmatigheid en het beperken van administratieve last is onze vraag hoe men dit gaat vormgeven en controleren? Ad 5. Doelgroep beschermd wonen. “Een exact onderscheid maken tussen welke cliënten straks onder de lokale budgetten vallen en welke niet is geen eenvoudige opgave." Onze vraag hierbij is of wordt uitgegaan van budgetten of van mensen? De laatste regel op p. 11. “Daarnaast maken we de afspraak dat onevenredige financiële gevolgen van wijzigingen in de doelgroep gezamenlijk opgevangen worden.” Onze vraag: als gemeenten een financieel debacle hebben, delen andere gemeenten dan mee in de (extra) kosten? Komen er tussentijdse reportages? Dit is voor ons onduidelijk. Ad 6.5 De uitvoering etc. “In 2021 is er wel een gezamenlijke financiële verantwoordelijkheid. Vanaf 2022 zullen de regiegemeenten ieder een steeds een groter wordend deel van het budget ontvangen.” Vraag: wat gaat dit betekenen per gemeente? Financiële beheersing; Wij vinden dit tekstgedeelte erg onduidelijk en vaag. Ad 7. Regionale samenwerking P. 19. (eerste alinea). Deze passage vinden wij erg onduidelijk. Wij zouden hier graag een toelichting op hebben. P 20. Juridische vraag: mogen er op individuele bevoegdheden aanpassingen gemaakt worden? Ad 8.

Financieel kader Vraag: hoe gaat men dit vormgeven? Doet men bijvoorbeeld ervaring op door middel van een pilot? Ad 1.” De afbakening van de doelgroep Beschermd Wonen in de regio Breda heeft gevolgen voor het totale volume aan cliënten die vallen onder de regionale verantwoordelijkheid. De gevolgen van deze afbakening zijn nog niet duidelijk. De verwachting is dat met aanscherping van de definitie een beperkt aantal cliënten naar Wmo begeleiding kan uitstromen…etc. Wij vinden dit erg onduidelijk. Om welke definitie gaat het? En wat maakt dat cliënten naar Wmo begeleiding uitstromen? Ad 9 Vervolg Er worden in dit beleidskader plannen voor cliënten gemaakt. Maar cliënten zelf komen niet aan het woord. Daar wordt eigenlijk in de hele notitie niet over gesproken. Ad 10.3 Lokale opgaven Ad 4. Meedoen. Laatste regel; “zorgen voor een gezonde financiële situatie.“ Onze ervaring is dat dit bij mensen met een verslaving bijna niet mogelijk is. Zij ontberen vaak een netwerk.

Pagina 3 van 4

Samenvattende conclusie: Het Beleidskader regionale maatwerkvoorziening beschermd wonen regio Breda 2021 – 2025 kent een mooie ambitie. Als een stip aan de horizon. De ambitie is echter wel te groot. Een dergelijk plan kan alleen slagen als aan alle genoemde cruciale voorwaarden vooraf is voldaan. Het mag niet voorkomen dat bij uitplaatsing van mensen aan deze randvoorwaarden niet is voldaan. Daarvoor zijn de gevolgen te groot. Verder dienen cliënten en hun naasten betrokken te worden bij de plannen. Uiteindelijk gaat het immers om hen. We maken ons zorgen over een goed op elkaar afgestemde kwalitatieve zorg en de daarbij benodigde sociale ondersteunende structuur. Dit is de afgelopen 5 à 10 jaar niet gelukt. Gezien de huidige status quo waarbij gemeenten nog veel pittige stappen moeten zetten, is ons advies daarom om de lat lager te leggen. Werk bijvoorbeeld met pilots en zorg voor een goede monitoring. In de huidige plannen lijkt de uitvoering te simpel weggezet.

Met vriendelijke groet, Namens de Adviesraad sociaal domein, Cees van Gageldonk, Voorzitter

Thea Hoevenaar, secretaris

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=bccc5697-ed1f-4916-b95e-9fbd28073fc4