CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

Administratieve overeenkomst versie 17 november

De raad besluit 15 januari 2026, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Gebiedsinvesteringen Net op Zee Nederwiek 33.858 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Administratieve Overeenkomst Gebiedsinvesteringen net op zee Nederwiek 3

Projectteam gebiedsinvesteringen ‘net op zee’ Versie 3.0.a: november 2025

Rens Dautzenberg Johannes Attema Judith de Bleijser

pag. 1

.

INHOUDSOPGAVE Partijen .............................................................................................................. 3 Algemene overwegingen .......................................................................................... 3 Specifieke overwegingen .......................................................................................... 4 Artikel 1 - Begripsbepalingen .................................................................................. 4 Bestuurlijk afspraken, ambitie EN beoogde uitkomsten ...................................................... 6 Artikel 2 – Bestuurlijke afspraken ............................................................................. 6 Artikel 3 – Ambitie............................................................................................... 6 Artikel 4 – Beoogde uitkomsten van het regioplan .......................................................... 6 Financiële uitwerking en beschikbaarstelling van de middelen ............................................. 7 Artikel 5 – Uitgangspunten beschikbaar stellen middelen aan de regio ................................. 7 Voorwaarden en verantwoordingsverplichtingen .............................................................. 8 Artikel 6 - Voorwaarden voor inzet middelen klimaatfonds en HVF......................................

8 Artikel 7 - Verantwoording, Monitoring en evaluatie ....................................................... 9 Bestuurlijke afstemming .......................................................................................... 9 Artikel 8 Samenwerking en rolverdeling tussen rijk en regio ............................................10 SLOTBEPALINGEN ..................................................................................................10 Artikel 9 – Uitvoering in overeenstemming met Unierecht ...............................................10 Artikel 10 - Wijzigingen........................................................................................11 Artikel 11 - Nakoming ..........................................................................................11 Artikel 12 - Citeertitel .........................................................................................11 Artikel 13 - Inwerkingtreding .................................................................................11 Artikel 14 - Openbaarmaking .................................................................................11 Bijlagen .........................................................................................................11

pag. 2

PARTIJEN De Minister van Klimaat en Groene Groei, hierna te noemen: de minister, handelend in haar hoedanigheid van bestuursorgaan en hierna ook te noemen: Rijk; en 1. Het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: gedeputeerde Maes hierna te noemen: de provincie Noord-Brabant; 2. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: wethouder Pruijsers-Heijmans, hierna te noemen: de gemeente Drimmelen; 3. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: wethouder De Jongh, hierna te noemen: de gemeente Geertruidenberg; 4. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: wethouder Dingemans, hierna te noemen: de gemeente Moerdijk; 5. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oosterhout, handelend in de hoedanigheid van bestuursorgaan namens deze: wethouder Beenhakker, hierna te noemen: de gemeente Oosterhout;

Partijen genoemd onder 1 tot en met 5, hierna samen te noemen: regio; Hierna allen samen te noemen: Partijen;

ALGEMENE OVERWEGINGEN 1. In de Klimaatwet is vastgelegd dat Nederland in 2030 55% minder CO2-uitstoot dan in 1990 en in 2050 klimaatneutraal is. Om dit te behalen is de ambitie voor windenergie op zee in 2022 met 10,7 gigawatt (GW) verhoogd naar een capaciteit van circa 21 GW. Met het opschalen van deze ambities levert windenergie een significante bijdrage aan de klimaatdoelstellingen en sluit het aan bij de oproep van de Europese Commissie1 aan de lidstaten om de ontwikkeling van energie uit hernieuwbare bronnen te versnellen. 2. De opwekking van windenergie op zee gebeurt in een aantal gebieden die zijn geïdentificeerd en aangewezen in het Programma Noordzee 2022-2027. Om de energie opgewekt op zee naar land te krijgen is infrastructuur nodig. In de aanvullende Routekaart ‘Windenergie op zee 21 GW’ zijn de bestaande en te ontwikkelen windparken en aanlandlocaties van de netaansluitingen opgenomen. 3. De realisatie van grootschalige energie-infrastructuur voor de energietransitie heeft een nadelige impact op de leefomgeving van de aanlandlocatie in de regio’s waar de netaansluitingen aan land komen. Het kabinet wil hieraan

1

Mededeling van de Europese Commissie; REPowerEU: een gemeenschappelijk Europees optreden voor

betaalbaardere, veiligere en duurzamere energie; COM (2022, 108 final). pag. 3

4.

5. 6.

7.

8.

9.

tegemoetkomen met investeringen in de verbetering van de lokale leefomgeving die onder druk komt te staan door de aanlanding. Om een verantwoorde inpassing van de windparken en de bijbehorende infrastructuur van het ‘net op zee’ mogelijk te maken is besloten tot een actiepakket. Hiervoor is onder andere 1,686 miljard euro gereserveerd uit het Klimaatfonds. Van dit bedrag was het de intentie om 500 miljoen euro incl. BTW in te zetten voor ‘gebiedsinvesteringen aanlandlocaties ‘net op zee’, (hierna: gebiedsinvesteringen). De eerste tranche van 210 miljoen euro incl. BTW is inmiddels toegekend ten behoeve van deze gebiedsinvesteringen. Als gevolg van de afspraken in het Regeerprogramma is het resterende bedrag voor de tweede tranche teruggebracht tot 245 miljoen euro (incl. BTW). Deze administratieve overeenkomst betreft het algemene afsprakenkader met betrekking tot het voornemen tot betaling van de middelen ten behoeve van de gebiedsinvesteringen. De uitkering van deze middelen zal nader worden uitgewerkt in een specifieke uitkering. De uitkering van de middelen van de eerste tranche zijn reeds beschikt. Voor de bijdrage uit de eerste tranche gebiedsinvesteringen is de HVP verantwoording van kracht. De vijf aanlandlocaties, bedoeld onder punt 3, betreffen de regio’s: PAWOZEemshaven, Zeeland, Noordzeekanaalgebied, Maasvlakte en de regio Nederwiek 3.

De gebiedsinvesteringen zijn een extra impuls voor de regio en staan los van de reguliere structurele kosten of wettelijk vereiste compensatie die direct samenhangen met de realisatie van de energie-infrastructuur. De minister wil samen met de regio’s invulling geven aan de gebiedsinvesteringen. De samenwerking tussen Rijk en regio voor de besteding van de publieke middelen ten behoeve van de gebiedsinvesteringen krijgt op bestuurlijk niveau vorm middels de onderhavige administratieve overeenkomst. De definitieve versie van het regioplan gebiedsinvesteringen ‘net op zee’ bevat alle acties uit de eerste tranche, waarbij per actie de volgende elementen zijn uitgewerkt: (i) de aanleiding van de actie; (ii) de positieve impact van de actie op de leefkwaliteit; (iii) de beoogde resultaten; (iv) het bijbehorende budget; (v) de implementatieperiode; Het regioplan is als bijlage opgenomen bij de administratieve overeenkomst gebiedsinvesteringen ‘net op zee’. Het Rijk en de regio realiseren zich dat de onder punt 8 genoemde acties (ten dele) zijn opgenomen in het Nederlandse Herstel- en Veerkrachtplan en derhalve (ten dele) gefinancierd worden met middelen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit. De HVF-verordening is van toepassing op deze acties.

SPECIFIEKE OVERWEGINGEN In het regioplan is de uitwerking van de gebiedsinvesteringen van de regio Nederwiek 3 opgenomen. Het regioplan is als bijlage bij--- deze overeenkomst gevoegd. ARTIKEL 1 - BEGRIPSBEPALINGEN pag. 4

In deze administratieve overeenkomst wordt verstaan onder: a) aanvullende routekaart Windenergie op zee 21GW: aanvullende routekaart ‘Windenergie op zee 21GW’ waarin de bestaande en te ontwikkelen windparken en aanlandlocaties van de netaansluitingen zijn opgenomen; b) actie: maatregel, project of groep projecten, bedoeld in artikel 4, die bijdragen aan de verwezenlijking van de algemene of specifieke doelstellingen van de HVFverordening; c) bestuursakkoord: bestuursakkoord gebiedsinvesteringen ‘net op zee’: convenant dat door de minister en de regio’s in medio 2024 is gesloten. Hierin zijn afspraken gemaakt over beleidsmatige, financieel-juridische en organisatorische kaders met betrekking tot de investeringen in de aanlandregio’s ter mitigatie van de nadelige effecten van de aanlanding van de netaansluitingen van de windparken op zee; d) gebiedsinvesteringen: gebiedsinvesteringen ten behoeve van aanlandlocaties ‘net op zee’ die tot doel hebben om de nadelige effecten van de aanlanding van de netaansluitingen van de windparken op zee in de aanlandlocatie in een regio te mitigeren en om de kwaliteit van de leefomgeving in die regio te verbeteren.

e) HVF: herstel en veerkracht faciliteit (PbEU L 57/17); f) HVF-verordening: verordening (EU) 2021/241 van het Europees parlement en de raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit; g) HVP: Nederlandse Herstel en Veerkrachtplan; h) partijen: partijen zijn de minister en de bestuursorganen zoals beschreven in de aanhef van dit document; i) raadsuitvoeringsbesluit: uitvoeringsbesluit overeenkomstig het Voorstel voor een Uitvoeringsbesluit van de (EU) Raad van Ministers betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het HVP van 8 september 2022 (COM(2022) 469 final); j) regio: Nederwiek 3; k) regiokassier: entiteit die de rijksmiddelen ontvangt, de financiële administratie verzorgt, de verantwoording over de bestedingen van de middelen aflegt en de ontvanger van de middelen die in de specifieke uitkering worden toegekend.

De regiokassier draagt zorg voor de rechtmatigheid van de besteding van de middelen ontvangen uit het Klimaatfonds of afkomstig uit het HVF; l) regioplan: het gebiedsplan zoals door de regio Nederwiek 3 is opgesteld en in 2024 is ingediend en dat is doorontwikkeld tot een definitief regioplan dat uiterlijk 31 maart 2026 gereed moet zijn voor tranche 1; m) richtlijn MEB (Milieueffectbeoordeling): Richtlijn 2011/92/EU van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 2011, betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde projecten, zoals aangepast door Richtlijn 2014/52/EU van 16 april 2014, die regels stelt voor het beoordelen van significante milieueffecten van projecten; n) richtlijn vogelstand: richtlijn 2009/147/EU van het Europees parlement en de raad van 30 november 2009 inzake het behoud van de vogelstand (PbEU L 20/7); o) richtlijn flora en fauna: richtlijn 92/43/EG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijk habitat en de wilde flora en fauna (PbEG-\L 206/7); p) specifieke uitkering: specifieke uitkering als bedoeld in hoofdstuk 3 van de financiële verhoudingswet;

pag. 5

BESTUURLIJK AFSPRAKEN, AMBITIE EN BEOOGDE UITKOMSTEN ARTIKEL 2 – BESTUURLIJKE AFSPRAKEN Deze administratieve overeenkomst heeft betrekking op: -

-

-

de beschikbaar gestelde middelen van de eerste tranche gebiedsinvesteringen uit het Klimaatfonds ten behoeve van het uitvoeren van het regioplan en het voornemen tot het beschikbaar stellen van de tweede tranche gebiedsinvesteringen; het voldoen aan mijlpaal 18 van het HVP waarbij nadere afspraken met de desbetreffende regio wordt gemaakt die de definitieve pakketten met maatregelen bevatten die in de regio’s moeten worden uitgevoerd om de negatieve effecten van de aanlanding van offshore windenergie op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving te beperken; de wijze en procedure waarop deze middelen beschikbaar worden gesteld aan provincie Noord-Brabant in haar hoedanigheid als regiokassier; de wijze waarop de regio voornemens is deze middelen door te zetten ten behoeve van de uitvoering van het regioplan; de wijze waarop de regio rapporteert over de voortgang van het regioplan aan de hand van de in artikel 4 genoemde thema’s en beoogde uitkomsten van de acties waarvoor middelen ten behoeve van de gebiedsinvesteringen worden ingezet. Dit met het oog op de verantwoording door de minister over het gevoerde beleid en de coördinatie van het regioplan, het Klimaatfonds en het HVF.

ARTIKEL 3 – AMBITIE 1. De gebiedsinvesteringen zijn onderdeel van het inpassingspakket van 1,686 miljard euro. Dit om de inpassing en realisatie van deze ambitie van het kabinet om 10,7 GW windenergie op zee mogelijk te maken en om bij te dragen aan de bestedingsdoelen uit het Klimaatakkoord: (i) een broeikasgas-neutrale energievoorziening in 2050; (ii) het stimuleren van de implementatie van technieken voor energieefficiëntie en het stimuleren van de toepassing van hernieuwbare energie en overige broeikasgas-reducerende en circulaire technieken en acties in het bedrijfsleven; (iii) het stimuleren van de toepassing van technieken voor energie-efficiëntie, van hernieuwbare energie en van koolstofvastlegging in de gebouwde omgeving. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn investeringsprojecten die bijdragen aan het versterken van de regionale economie of het versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie. 2. De infrastructuur die nodig is voor de netaansluitingen van de windparken op zee in de regio kan een negatief effect hebben op de leefomgeving en natuur rondom de aanlandlocaties. Vaak bevinden deze locaties zich in regio’s waar al twee of meer grote energie-infrastructuurprojecten samenkomen, bijvoorbeeld om de verduurzaming van een groot industrieel cluster mogelijk te maken. Daardoor staat de leefomgeving in deze gebieden onder druk.

De gebiedsinvesteringen zijn bedoeld om daar verbeteringen in de leefbaarheid tegenover te zetten. ARTIKEL 4 – BEOOGDE UITKOMSTEN VAN HET REGIOPLAN pag. 6

1. Partijen komen overeen dat de middelen voor de gebiedsinvesteringen worden ingezet voor acties ter versterking van de leefomgeving binnen de volgende thema’s: a. behoud en versterken van de natuur; b. verbeteren van de fysieke leefomgeving; c. versterken van de regionale economie; d. versnellen en toepassen van de (duurzame) energietransitie. 2. De in het (EU) Raadsuitvoeringsbesluit vastgelegde acties en de bijbehorende verantwoordingseisen zoals omschreven in de HVF-verordening zullen in het kader van deze overeenkomst en de overeenkomsten met de andere 4 regio's worden uitgevoerd. Dit betekent dat de volgende vier acties in alle regio’s gezamenlijk en cumulatief zullen worden gerealiseerd: a. geluidsbescherming voor hoogspanningsstations; b. groene en/of recreatieve ruimten zoals bossen of parken; c. lokale mobiliteitsinfrastructuur, zoals bijvoorbeeld fiets- of wandelpaden; d. centra voor publieksvoorlichting over de energietransitie. Elk van de vier acties hierboven wordt ten minste éénmaal uitgevoerd in ten minste één van de regio’s. De regio Nederwiek 3 behoort niet tot één van deze regio’s. Daarmee is geborgd dat alle vier de acties in hun geheel worden gerealiseerd binnen het programma. De uitvoering en spreiding van de acties wordt vastgelegd in de regioplannen en verantwoord in de periodieke rapportages. 3.

Partijen dragen er gezamenlijk zorg voor dat de acties in het regioplan: a. worden uitgevoerd in lijn met de geldende duurzaamheids- en klimaatvereisten en dat de uitstoot van broeikasgassen zoveel mogelijk wordt voorkomen. b. leiden tot een positief saldo van maatschappelijke baten en lasten.

FINANCIËLE UITWERKING EN BESCHIKBAARSTELLING VAN DE MIDDELEN De minister heeft voor de uitvoering van de regioplannen een bedrag van € 455 mln (incl. BTW) toegezegd, waarvan 357 miljoen (incl. BTW) onder het HVP wordt verantwoord. ARTIKEL 5 – UITGANGSPUNTEN BESCHIKBAAR STELLEN MIDDELEN AAN DE REGIO De volgende uitgangspunten worden gehanteerd voor het beschikbaar stellen van middelen uit het Klimaatfonds aan de regio: 1. De middelen voor regio Nederwiek 3 bedragen ten hoogste 50 miljoen EURO inclusief BTW voor tranche 1 2. De in het eerste lid genoemde bijdrage, inclusief BTW, wordt beschikbaar gesteld aan de regio Nederwiek 3 a. De bevoorschotting van tranche 1 is: in december 2024 € 0,- , in september 2025 € 35.000.000,-, en in september 2026 € 15.000.000,-. De compensabele BTW component wordt hierop in mindering gebracht en zal in het BTW compensatie fonds worden gestort, te weten € 0,0 (2024), € 2.838.676,- (2025) en € 1.813.185,- (2026). b. De verdeling van het bedrag van tranche 1 is als volgt: Gemeente Drimmelen € 11,7 miljoen incl. BTW pag. 7

Gemeente Moerdijk € 11,7 miljoen incl. BTW Gemeente Geertruidenberg € 20.3 miljoen incl. BTW (incl. gezamenlijk luik) Gemeente Oosterhout € 4,3 miljoen incl. BTW Provincie Noord-Brabant € 2 miljoen incl. BTW c. Voor het gezamenlijk luik was een bedrag van € 8,6 miljoen incl. BTW beschikbaar. De gemeenten Geertruidenberg, Moerdijk en Drimmelen zijn in november 2025 overeengekomen dat de middelen voor het gezamenlijk luik geheel ten goede komen van de gemeente Geertruidenberg. BTW-afdracht heeft echter plaatsgevonden op basis van de beschikking van 23 juli 2025 als aangegeven in tabel 1 van bijlage 2, behorende bij deze overeenkomst. Op basis van de toedeling van de middelen van het gezamenlijk luik aan Geertruidenberg zou de verdeling van de BTWafdracht plaats gevonden als in tabel 2 van bijlage 2. De gemeenten Geertruidenberg, Moerdijk, Drimmelen en de provincie Noord-Brabant komen derhalve overeen dat het beschikbare subsidiebedrag voor Geertruidenberg wordt verlaagd met € 774.000,- en voor elk van de gemeenten Moerdijk en Drimmelen wordt verhoogd met € 387.000,-. d. De betrokken gemeenten kunnen gedurende de looptijd van het project bij de regiokassier een subsidieverzoek indienen voor reeds gemaakte kosten voor het betreffende project alsmede voor kosten die op moment van aanvraag binnen anderhalf jaar voorzienbaar zijn.

VOORWAARDEN EN VERANTWOORDINGSVERPLICHTINGEN ARTIKEL 6 - VOORWAARDEN VOOR INZET MIDDELEN KLIMAATFONDS EN HVF Partijen komen het volgende overeen inzake de inzet van middelen uit het Klimaatfonds en het HVF: 1. De regio besteedt, binnen de relevante wettelijke kaders en in overeenstemming met het Unierecht, de middelen die bij de specifieke uitkering zijn verleend aan het initiëren of realiseren van acties die voortvloeien uit het regioplan. De regio's dragen er zorg voor dat er geen sprake is van fraude, belangenverstrengeling, corruptie of dubbele EUfinanciering. 2. De regiokassier informeert de betrokken gemeenten over de wijze waarop de middelen als bedoeld in artikel 6.1 beschikbaar worden gesteld. 3. De regiokassier toetst de acties op doelmatigheid en doeltreffendheid. 4. Kosten moeten in verhouding staan tot de beoogde (maatschappelijke) baten. 5. De regiokassier verantwoordt de uitgaven overeenkomstig artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet, artikel 2 en artikel 3, derde lid, onderdeel b, van de Tijdelijke wet Klimaatfonds en artikel 22, tweede lid, onderdeel d, van de HVF verordening. pag. 8

6. De regio draagt er zorg voor dat de acties additioneel zijn aan bestaande of geplande publieke investeringen en niet vallen binnen een bestaande regeling van de Rijksoverheid. 7. Acties die door de regio worden uitgevoerd en die met ingang van 1 februari 2020 zijn gestart, komen eveneens in aanmerking voor een bijdrage uit het Klimaatfonds en het HVF. De regio draagt er zorg voor dat de acties zijn niet strijdig zijn met kabinetsbeleid. De acties dienen uiterlijk 31 december 2034 te zijn afgerond. 8. Vanaf 2025 treden Partijen op vaste momenten met elkaar in bestuurlijk overleg op basis van de onder verantwoordelijkheid van de regio op te stellen jaarlijkse voortgangsrapportage, zoals bedoeld in artikel 8 (lid 4). 9. De regio erkent de herkomst van de financiering door de Europese Unie en maakt deze zichtbaar. Dit gebeurt onder meer door, waar passend, het embleem van de EU te tonen en de vermelding “gefinancierd door de Europese Unie – NextGenerationEU” op te nemen. Bij de promotie van de acties en resultaten zorgt de regio ervoor dat verschillende doelgroepen – waaronder de media en het brede publiek – op een gerichte, samenhangende, doeltreffende en evenredige manier worden geïnformeerd. 10.

De regio draagt zorg voor de uitvoering van de acties en bewaakt de geldigheid van de gerapporteerde gegevens over de voortgang, zodat de mijlpalen en streefdoelen uit het Nederlandse HVP op bevredigende wijze worden behaald. ARTIKEL 7 - VERANTWOORDING, MONITORING EN EVALUATIE Partijen komen het volgende overeen inzake verantwoordingvereisten, monitoring en rapportage: 1. De regio waarborgt dat wordt voldaan aan de eisen volgend uit de HVFverordening. 2. De regiokassier draagt de verantwoordelijkheid dat de middelen overeenkomstig de regeling worden besteed en dient over de besteding van de middelen verantwoording af te leggen. Deze verantwoording moet de minister in de gelegenheid stellen om te kunnen voldoen aan artikel 22, tweede lid, onderdeel d, uit de HVF-verordening en artikel 25 (rapportage van de 100 grootste eindontvangers). De rapportagemomenten zijn tweemaal per jaar, te beginnen met 31 december 2024 en eindigend op 31 december 2026. De regiokassier kan voor de rapportage gebruik maken van het format dat door de minister beschikbaar is gesteld. 3. De ontvangers van de middelen stellen jaarlijks een SiSa-voortgangsrapportage op, waarin zij de besteding van de specifieke uitkering verantwoorden. Deze rapportage bevat de financiële realisatie, de stand van zaken (cumulatief)en de voortgang ten opzichte van de planning.

De rapportage wordt uiterlijk op 15 juli van het jaar volgend op het begrotingsjaar ingediend, conform artikel 17a van de Financiële-verhoudingswet. 4. Jaarlijks, te beginnen in september 2025, verstuurt de regiokassier een overzicht van de wijzigingen in Bijlage I en II van de regeling.

BESTUURLIJKE AFSTEMMING pag. 9

ARTIKEL 8 SAMENWERKING EN ROLVERDELING TUSSEN RIJK EN REGIO De volgende samenwerkingsafspraken en contactpersonen worden overeengekomen: 1. De minister heeft een projectleider Rijk aangewezen als aanspreekpunt voor de regio. 2. De projectleider Rijk: - zorgt voor het ondersteunen vanuit de Rijksoverheid ten behoeve van het uitvoeren van het regioplan; - zet zich actief in om het regioplan aan te sluiten op andere nationale beleidsprogramma’s en beleidsinstrumenten zodat het regioplan wordt versterkt; - vervult een verbindende rol om de kennisdeling vanuit landelijke ontwikkelingen met de regio en andersom te bevorderen; - bereidt voor de minister het bestuurlijk overleg genoemd in het vierde lid voor. 3. De regio heeft een projectleider regio aangewezen als aanspreekpunt voor de minister. De projectleider regio: - zorgt voor afstemming tussen de verschillende bij het regioplan betrokken organisaties, overheden en bedrijven in de regio; - zorgt voor de coördinatie ten behoeve van het regioplan; - bereidt voor de regio het bestuurlijk overleg voor. 4. Jaarlijks vindt er bestuurlijk overleg plaats tussen het Rijk en de regio over het regioplan waarbij waar nodig de regionale organisaties en andere ministeries worden betrokken.

De voortgang van het uitvoeren van het regioplan, de acties die voortvloeien uit het regioplan en eventuele wijzigingen van deze administratieve overeenkomst of van het programma worden besproken. Deze wijzigingen moeten passen binnen de kaders en de voorwaarden zoals beschreven in deze administratieve overeenkomst. 5. Uiterlijk op 31 maart 2026 moet het regioplan voor de middelen van de eerste tranche definitief zijn vastgelegd.

SLOTBEPALINGEN ARTIKEL 9 – UITVOERING IN OVEREENSTEMMING MET UNIERECHT 1. De afspraken van deze administratieve overeenkomst worden in overeenstemming met het recht van de Europese Unie uitgevoerd in het bijzonder voor zover de afspraken vallen onder de werking van de Europese regels met betrekking tot aanbesteding, mededinging, staatssteun en technische normen en voorschriften. 2. Partijen nemen in het bijzonder in acht, afhankelijk van de soort en aard van het project, dat, indien van toepassing, een milieueffectbeoordeling (MER) wordt uitgevoerd in overeenstemming met Richtlijn MEB. Wanneer een MER is uitgevoerd, worden de vereiste mitigerende acties ter bescherming van het milieu uitgevoerd. Deze verplichting draagt er tevens toe bij dat projecten voldoen aan de voorwaarden van de EU-taxonomieverordening. 3. Voor locaties en activiteiten in of nabij biodiversiteitsgevoelige gebieden – waaronder Natura 2000-gebieden, UNESCO-werelderfgoedlocaties, belangrijke biodiversiteitsgebieden en overige beschermde gebieden – dient, indien van pag. 10

toepassing, een passende beoordeling te worden uitgevoerd overeenkomstig de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Op basis van de uitkomsten van deze beoordeling zijn partijen gehouden de noodzakelijke mitigerende maatregelen te treffen. De partij die de gelden besteedt, is verantwoordelijk voor de rechtsconforme besteding. ARTIKEL 10 - WIJZIGINGEN 1. Elke Partij kan schriftelijk verzoeken deze administratieve overeenkomst te wijzigen. De wijziging behoeft de instemming van alle Partijen. 2. Partijen treden in overleg binnen vier weken nadat een Partij het verzoek heeft kenbaar gemaakt aan projectleider Rijk. Projectleider Rijk informeert de overige Partijen over de voorgestelde wijziging en vraagt hen om instemming. 3. Nadat alle Partijen aan projectleider Rijk kenbaar hebben gemaakt in te stemmen met het verzoek tot wijziging wordt de wijziging en de verklaringen tot instemming als bijlage aan deze administratieve overeenkomst gebiedsinvesteringen net op zee – Nederwiek 3 gehecht. ARTIKEL 11 - NAKOMING Partijen komen overeen dat de nakoming van de afspraken van deze administratieve overeenkomst niet in rechte afdwingbaar zijn. ARTIKEL 12 - CITEERTITEL Deze administratieve overeenkomst wordt aangehaald als: administratieve overeenkomst gebiedsinvesteringen ‘net op zee’ – Nederwiek 3.

ARTIKEL 13 - INWERKINGTREDING Deze administratieve overeenkomst treedt in werking met ingang van de dag na ondertekening door alle Partijen en eindigt met ingang van 1 januari 2040 of eerder met instemming van alle Partijen na afronding van de acties. Het regioplan gevoegd bij bestuursovereenkomst van medio 2024 , gesloten tussen Rijk en de regio Nederwiek 3, komt met de ondertekening van deze administratieve overeenkomst te vervallen en wordt vervangen door regioplan2.0. ARTIKEL 14 - OPENBAARMAKING 1. Deze administratieve overeenkomst wordt gepubliceerd in de Staatscourant. 2. De Rijksoverheid rapporteert over het Klimaatfonds, alsmede de besteding van deze middelen ten behoeve van onderhavige gebiedsinvesteringen naar de Tweede Kamer van de Staten-Generaal. BIJLAGEN Bijlage 1: Het regioplan ‘gebiedsinvesteringen ‘net op zee’ Nederwiek 3. Bijlage 2: tabellen verdeling budgetten na toekenning middelen gezamenlijk luik aan Geertruidenberg.

pag. 11

Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend,

De Minister van Klimaat en Groene Groei.

Gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant, namens deze: de heer B.Maes

Burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen, namens deze: mevrouw R.Pruijsers-Heijmans

Burgemeester en wethouders van de gemeente Geertruidenberg, namens deze: de heer M.P.C. Hofkens

Burgemeester en wethouders van de gemeente Moerdijk, namens deze: de heer D.Dingemans

Burgemsster en wethouders van de gemeente Oosterhout, namens deze: de heer G.Beenhakker

pag. 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=07a5f126-8ac9-4b1c-8c9b-9bd13b2bd7bf