8 Mva Omgevingsvisie.docx
Tekst van het document
Zaaknummer: Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 1 juni 2021 Onderwerp : memorie van antwoord bij Omgevingsvisie (besluitpunt 5) Vraag van : Keerpunt 74
In de discussieraad van 20 mei heeft u gevraagd wat de gevolgen zijn als besluit nr 5 (omgevingsvisie) niet wordt uitgevoerd. Hieronder vindt u het antwoord. Vraag naar aanleiding van discussieraad 20 mei Het is wenselijk om de omgevingsvisie die voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet (anticiperende omgevingsvisie), ook vast te stellen als een structuurvisie op grond van artikel 2.1, lid 1 Wro, zodat het in overeenstemming is met de huidige wettelijke grondslagen voor de onder huidig recht verplichte strategische beleidsplannen over het beleid over de fysieke leefomgeving. Dit voorkomt dat bestaande strategische beleidsdocumenten én de omgevingsvisie naast elkaar gaan gelden en onduidelijkheden ontstaan over welk beleid er geldt. Ook blijft de gemeente dan voldoen aan de wettelijke opdrachten uit het huidige recht om deze strategische beleidsdocumenten vast te stellen. Een andere reden om de omgevingsvisie ook te baseren op de grondslagen uit het huidige recht, is dat het nodig kan zijn om in de periode voor inwerkingtreding van de Omgevingswet bepaalde bevoegdheden uit dat huidige recht te kunnen gebruiken. Een voorbeeld is dat een structuurvisie op grond van de Wet ruimtelijke ordening de grondslag kan vormen voor een voorkeursrecht. Het is ook mogelijk om een omgevingsvisie vast te stellen zonder grondslag in het huidige recht.
Dan is de omgevingsvisie, tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, een gebiedsvisie/beleidsdocument zonder wettelijke status. Aanvulling op zienswijze Tevens hebben twee indieners van zienswijzen gevraagd hun zienswijze aan te passen. Dit betreft zienswijze 8 en 17. Ten aanzien van zienswijze 8 wordt gevraagd om in antwoord 1 de toevoeging recreatie en toerisme weg te halen. De indiener geeft aan dat hij dit niet wil omdat hij te veel concurrentie verwacht ten aanzien van de vraag naar ligplaatsen. Juist door recreatie en toerisme toe te voegen bedienen we een bredere markt die dus minder concurrentie voor het segment van de indiener geeft. Wij gaan daarom niet mee in deze wijziging. Ten aanzien van zienswijze 17 wordt gevraagd om bedrijfseconomische redenen de locatie in antwoord 2 niet te benoemen. Dit is akkoord. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,
R.C.J. Nagtzaam
M. Witte