6.1 Nota Aanbevelingen Gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid - Dierenbescherming (2018)
Tekst van het document
De Dierenbescherming staat positief tegenover meer samenhang tussen verschillende projecten, maar benadrukt dat bij elke ingreep ook rekening gehouden dient te worden met het individuele dier. Men dient dus zo te werk te gaan dat dieren niet worden verwond en de kans krijgen zich te verplaatsen. Ook in het kader van de zorgplicht die is vastgelegd binnen de Wet dieren en de Wet natuurbescherming is dit laatste van belang.
AANBEVELING 40
De gemeente streeft ernaar om bij ontheffingsaanvragen voor ruimtelijke ingrepen gebiedsgericht te werken en verschillend plannen op elkaar af te stemmen en te werken volgens de Generieke Aanpak Natuur.
13
gebiedsgerichteaanpaknatuur.nl/
Nota Aanbevelingen Gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid
46
9. OVERZICHT AANBEVELINGEN
1.
De gemeente stelt diervriendelijk beleid op en legt dit vast in een nota dierenwelzijn.
2. De gemeente heeft een wethouder dierenwelzijn, die verantwoordelijk is voor dierenbeleid en dierenwelzijn waarborgt. 3. De gemeente draagt er zorg voor dat er voldoende ambtelijke capaciteit is om invulling te geven aan de ambities t.a.v. dierenwelzijn. 4. De gemeente maakt goede afspraken met dierenasielen en ambulancediensten over de opvang van dieren en verstrekt een kostendekkende vergoeding. De gemeente gebruikt hiervoor bij voorkeur het door de Dierenbescherming opgestelde ‘Basisarrangement Dierennoodhulp’. 5. De gemeente ziet het vervoer van zieke, gewonde en gevonden dieren als onderdeel van haar verantwoordelijkheden en ondersteunt het werk van de dierenambulance. 6. De gemeente neemt een faciliterende rol in bij het tot stand komen van afspraken tussen hulpdiensten en dierenasielen over de opvang van huisdieren in geval van een (gedwongen) opname, arrestatie of huiselijk geweld. 7. De gemeente verleent een ontheffing aan de dierenambulance voor het medegebruik van bus- en trambanen en voorziet in de benodigde parkeervergunningen. 8.
De gemeente neemt in haar rampenplan een passage op over de hulp aan dieren.
9. De gemeente staat het plaatsen van schuilstallen voor weidedieren toe. 10. De gemeente informeert burgers over het belang van chippen van katten en ondersteunt en faciliteert chipacties voor katten. 11. De gemeente hanteert de TNR-methode om de overlast van zwervende katten binnen de bebouwde kom duurzaam terug te dringen. 12. De gemeente zorgt voor voorlichtingsmateriaal en -activiteiten om preventief dierenleed tegen te gaan. 13. De gemeente voegt het signaleren van verminderd dierenwelzijn toe aan het takenpakket van sociale hulpverleners. 14. De gemeente legt in haar minimabeleid of richtlijnen van de Bijzondere bijstand vast dat inwoners met een laag inkomen een regeling kunnen treffen bij onvoorziene noodzakelijke medische kosten voor hun huisdier 15. De gemeente stelt hondenbeleid op, dat betrekking heeft op onder andere voorzieningen voor honden en bijtincidenten. Bij het opstellen van het beleid staat het welzijn van de hond centraal.
Nota Aanbevelingen Gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid
47
16. Indien de gemeente hondenbelasting int, dan gebruikt zij dat ter optimalisatie van de openbare voorzieningen voor honden. 17. De gemeente hanteert een voorkeursbeleid voor circussen zonder dieren. 18. De gemeente maakt het de organisatie van evenementen met dieren, zoals levende kerststallen, struisvogelraces, roofvogelshows en paardenmarkten lastig door via de APV specifiek aanvullende voorwaarden te stellen ten aanzien van dierenwelzijn en algemene veiligheid. 19. Wanneer de gemeente toch een vergunning voor een paardenmarkt wil afgeven, doet zij dit volgens het door de Raad voor Dierenaangelegenheden aangescherpte protocol voor paardenmarkten. 20. Indien de gemeente financiële steun levert aan een dierentuin of -park, dan stelt het een interactieve, toegepaste en moderne educatie van de bezoekers als voorwaarde. 21. De gemeente staat het oprichten en beheren van een kinder- of stadsboerderij of hertenkamp slechts onder bepaalde voorwaarden toe en ziet erop toe dat het welzijn, de gezondheid en lichamelijke integriteit van de dieren zijn gewaarborgd en maakt bij voorkeur gebruik van de intentieovereenkomst voor dierenwelzijn op kinderboerderijen. 22. De gemeente voorkomt met behulp van haar bestemmingsplannen de vestiging of uitbreiding van vee-industrie binnen haar grenzen. 23.
De gemeente stimuleert vormen van diervriendelijkere veehouderij door zelf het goede voorbeeld te geven en alleen producten met het Beter Leven kenmerk of biologische producten te gebruiken en te zorgen voor de aanwezigheid van vegetarisch voedsel. 24. De gemeente stelt extra eisen aan de brandveiligheid van stallen, bijvoorbeeld door bebouwingspercentages in plaats van bouwblokgrenzen te hanteren en controleert stallen regelmatig op brandveiligheid. Ook zorgt de gemeente ervoor dat de brandweer is voorbereid op het aanpakken van stalbranden door te zorgen voor voldoende bluswater, regelmatig te oefenen en een aanvalsplan voor stalbranden op te stellen. 25. De gemeente staat jacht op gemeentegronden niet toe. 26. De gemeente voorziet, eventueel in samenwerking met de Dierenbescherming, inwoners van informatie over dieren in hun omgeving. Zo kan acceptatie van dieren rondom de woningen worden vergroot en door preventief handelen worden voorkomen dat mensen overlast ervaren. 27. De gemeente overlegt met de Dierenbescherming over alternatieve methoden, in plaats van doden van dieren, voor het voorkomen van schade en verkeersongevallen binnen de gemeente. 28. De gemeente geeft informatie aan burgers over diervriendelijke manieren van schade beperken en legt daarbij de nadruk op diervriendelijke en preventieve maatregelen. 29.
De gemeente biedt financiële ondersteuning aan de TNR-methode in het kader van haar wettelijke taak ten aanzien van zwervend aangetroffen dieren. 30. De gemeente verpacht geen (vis)water aan hengelsportverenigingen.
Nota Aanbevelingen Gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid
48
31. De gemeente geeft samen met natuur- en dierenbeschermingsorganisaties voorlichting over de leefwijze en het gedrag van vissen, zonder ze daarbij op te vissen of op andere wijze te verstoren. 32. De gemeente zorgt ervoor dat diegenen die ruimtelijke ingrepen doen of hierbij betrokken zijn, goed op de hoogte zijn van de geldende gedragscode en volgens deze code werken. Een regelmatige evaluatie en controle in het veld maken hier onderdeel van uit. 33. De gemeente treft bij ruimtelijke ingrepen zo veel mogelijk compenserende en/of mitigerende maatregelen, waardoor schade aan flora en fauna verder worden beperkt. 34. De gemeente besteedt in haar bestemmingsplan aandacht aan dierenwelzijn en soortenbescherming. 35. De gemeente neemt een artikel op in haar bomenverordening, waarin staat dat het verboden is om in het broedseizoen bomen te kappen. 36. De gemeente neemt in overleg met de Dierenbescherming verkeersmaatregelen op wegen en in goten die door hen worden beheerd met het oog op het beschermen van dieren in het wild. 37. Als de gemeente een opdracht geeft tot het droogleggen of uitbaggeren van een sloot, verplicht zij de baggeraar contractueel om preventieve maatregelen te nemen die leed ten aanzien van vissen en andere dieren in de sloot voorkomen. 38.
De gemeente gebruikt geen gif ter bestrijding van ongewenste kruidengroei en geeft prioriteit aan natuurontwikkeling door bijvoorbeeld de aanleg van bloemrijke bermen, plaatsing van nestkasten of het creëren van ecologische infrastructuur. 39. De gemeente legt haar integrale visie op openbaar groen voor de langere termijn vast in bijvoorbeeld een natuurontwikkelingsplan of groenstructuurplan. 40. De gemeente streeft ernaar om bij ontheffingsaanvragen voor ruimtelijke ingrepen gebiedsgericht te werken en verschillend plannen op elkaar af te stemmen en te werken volgens de Generieke Aanpak Natuur.
Nota Aanbevelingen Gemeentelijk Dierenwelzijnsbeleid
49
Dierenbescherming Postbus 85980 2508 CR Den Haag Giro 25685 Bank 1390.58.362 T 088 - 811 30 00