5.1 Plan van Aanpak - invasieve exoten Provincie Noord-Brabant
Tekst van het document
Plan van aanpak Invasieve exoten Noord-Brabant Status: definitief Datum: 16 oktober 2020
Inhoud Inleiding: waarom dit Plan van aanpak? ............................................................................................... 3
Unieverordening Invasieve Exoten .......................................................................................................... 3 Uitvoering wettelijke taken en beleid ....................................................................................................... 3 Periode................................................................................................................................................ 4 1.
2.
3
4
Kaders ............................................................................................................................................ 5
1.1
Wat is een invasieve exoot? ........................................................................................................ 5
1.2
Uitgangspunten Plan van aanpak ................................................................................................. 5
1.3
Provincie: Uitvoeren, faciliteren, coördineren of communiceren ........................................................ 6
Welke soorten ................................................................................................................................. 7
2.1
Unielijstsoorten/Soorten van bijlage 10 Regeling natuurbescherming ............................................... 7
2.2
Andere soorten van bijlage 10 Regeling natuurbescherming ........................................................... 8
Uitvoering ....................................................................................................................................... 9
3.1
Stakeholders/Uitvoerende partijen in Noord-Brabant ..................................................................... 9
3.2
Faunabeheereenheid Brabant ...................................................................................................... 9
3.3
Overige partijen die betrokken kunnen worden bij exotenbestrijding .............................................. 10
3.4
Afstemming, samenwerking en grensoverschrijdende aanpak ........................................................ 10
3.5
Toezicht en Handhaving ........................................................................................................... 11
Maatregelen................................................................................................................................ 133
Landelijk Masterplan ......................................................................................................................... 133 5
6
Instrumenten ............................................................................................................................... 156
5.1
Welke instrumenten ................................................................................................................ 156
5.2
Keuze instrumenten ................................................................................................................ 166
5.3
Instrumenten voor beperkt verspreide soorten ............................................................................ 166
5.4
Instrumenten voor wijdverspreide invasieve exoten ..................................................................... 177
5.5
Opdracht aan Faunabeheereenheid (FBE) voor uitroeiing of beheersing specifieke soorten ............ 177
5.6
Protocol en convenant ............................................................................................................ 188
5.7
Draaiboek eliminatie .............................................................................................................. 188
5.8
Beslisbomen Beheersing .......................................................................................................... 188
5.9
Bewustwording/communicatie/kennis delen .............................................................................. 188
Monitoring en evaluatie .............................................................................................................. 199
6.1
Uitgangspunt – ‘nul-situatie’ ............................................. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.9
6.2
Rollen en uitvoering .................................................................................................................. 19
6.3
Effectmonitoring van maatregelen .............................................................................................. 20
7. Invasieve soorten (Niet-Unielijstsoorten) die binnen Brabant problemen veroorzaken ..................... 21
7.1 Inbreng Platform Invasieve exoten................................................................................................... 21 1
7.2 Brabantse zorgsoorten .................................................................................................................. 21 7.3 Aanpak ....................................................................................................................................... 21 BIJLAGEN ........................................................................................................................................... 233
2
Inleiding: waarom dit Plan van aanpak? In dit Plan van aanpak wordt uitgewerkt op welke manier Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant uitvoering geven aan haar wettelijk opgelegde taak tot bestrijding van een aantal invasieve exoten, inclusief de aan Gedeputeerde Staten toegekende zorgplicht tot het treffen van maatregelen in relatie tot instandhoudingsdoelen Natura 2000. Unieverordening Invasieve Exoten Per 1 januari 2015 is in EU-verband de verordening (EU 1143/2014) (hierna ‘de Unieverordening’) in werking getreden. Deze verordening richt zich op het bestrijden van invasieve exoten vanuit het oogpunt van behoud van biodiversiteit, maar ook vanuit belangen van volksgezondheid en veiligheid. EU Verordeningen zijn rechtstreeks van toepassing in alle EU-lidstaten en hebben dezelfde kracht als het nationale recht. De provincies zijn per 1 januari 2018 verantwoordelijk voor de aanpak van een aantal invasieve exoten die benoemd zijn in de Unieverordening. Primair gaat het om de taken die gericht zijn op de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van een aantal invasieve uitheemse soorten’. In Bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming (Rnb) staan de soorten genoemd. Begin 2020 gaat het om 41 plant- en diersoorten. Deze Unielijst wordt door de EU jaarlijks herzien en/ov uitgebreid.
Niet alle benoemde soorten komen op dit moment ook daadwerkelijk voor in de provincie Noord-Brabant (zie tabel 2.1). Vanuit deze ‘aanwijzing’ wordt van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant verwacht dat zij maatregelen nemen en deze ook concretiseren. Gedeputeerde Staten (GS) van Noord-Brabant kiezen ervoor om dit uit te werken middels een Plan van aanpak
Invasieve Exoten Noord-Brabant. Dit Plan van aanpak richt zich daarbij op de soorten die zijn opgenomen in Bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming. Dit uiteraard voor zover deze soorten ook binnen de provincie Noord-Brabant voorkomen (zie verder hoofdstuk 2). Uitvoering wettelijke taken en beleid Naast bovenstaand wettelijk toegekende taak, sluit dit Plan van aanpak aan bij andere verantwoordelijkheden die de provincie heeft op grond van de Wet natuurbescherming.
Beheer Natura 2000-gebieden GS hebben een wettelijke zorgverplichting om maatregelen te (laten) treffen in Natura 2000-gebieden, wanneer de instandhoudingsdoelstellingen niet gehaald kunnen worden. Ook invasieve exoten die deze instandhoudingsdoelen in gevaar brengen, zullen vanuit dit kader worden aangepakt. Daarbij worden eventuele bestrijdingsmaatregelen zoveel als mogelijk meegenomen in het regulier beheer en herstelbeheer, benodigd voor de instandhouding van de habitats in Natura 2000-gebieden.
3
Dit Plan van aanpak sluit aan bij provinciaal beleid:
Omgevingsvisie In de Omgevingsvisie is aangegeven dat de provincie haar beleid voor specifieke soorten of leefgebieden continueert of ontwikkelt. De provincie treft herstel- en instandhoudingsmaatregelen voor Brabantse Natura 2000gebieden en rode lijstsoorten om te voldoen aan de Europese doelen en aan de verplichtingen en taken die voortvloeien uit de Wet natuurbescherming.
Brabant uitnodigend groen 2012-2022 (BrUG): De maatregelen, gericht op het voorkomen van vestiging of elimineren of beheersen van invasieve exoten dienen de beleidsuitgangspunten zoals die in BrUG zijn opgenomen: - het stoppen van de afname van biodiversiteit in Noord-Brabant; - de zorg voor (de realisatie van) een geschikte leefomgeving van alle bedreigde dieren en planten (rode lijstsoorten) binnen in Noord-Brabant; - het zo compleet mogelijk houden of krijgen van ecosystemen in Noord-Brabant.
Nota Faunabeheer Brabant In de Nota faunabeheer Brabant liggen de uitgangspunten vast op welke wijze GS uitvoering geven aan hun bevoegdheden op grond van de Wet natuurbescherming met betrekking tot soortbescherming en faunabeheer. Met betrekking tot diersoorten die zijn te beschouwen als invasieve exoot voeren Gedeputeerde Staten het beleid dat (invasieve) exoten en verwilderde dieren niet thuishoren in de Brabantse natuur. Als voldoende aannemelijk is dat bepaalde soorten zijn te beschouwen als 'exoot' of 'verwilderd', geeft GS een opdracht (ex artikel 3.18 Wnb) om deze dieren met de daartoe geschikte (en wettelijk toegestane) middelen te bestrijden. In 2019 hebben GS besloten dat een Opdracht ex art 3.18 Wnb mogelijk is om enkele invasieve exoten en verwilderde dieren te bestrijden.
Nota bos Noord-Brabant In de Nota bos Noord-Brabant staat uitgewerkt hoe de provincie gaat samenwerken met alle Noord-Brabantse gebiedspartners om te komen tot meer en kwalitatief betere bossen. Daarbij wordt ingezet op oplossingen voor de gevolgen van klimaatverandering, het maximaal benutten van kansen voor klimaatmitigatie, het versterken de bosbodems en het versterken van de biodiversiteit. Ook in bossen veroorzaken bepaalde invasieve exoten problemen. Voor Natura 2000-gebieden en natuurbossen zijn middelen beschikbaar voor onderzoek aan en bestrijding van invasieve exoten. Periode Dit Plan beschrijft de aanpak van Invasieve exoten binnen de provincie tot en met 2027. Tussentijds zal door de provincie worden beoordeeld of de voorgenomen aanpak en de maatregelen voldoende effectief zijn geweest. Aanpassingen van de Regeling natuurbescherming (of later in werking tredende Omgevingswet) waardoor de provincie verantwoordelijk wordt voor nieuwe invasieve exoten (of andere instrumenten moet inzetten), kunnen reden zijn om dit Plan van aanpak tussentijds aan te passen of aan te vullen.
4
Plan van aanpak Invasieve exoten Noord-Brabant 1. Kaders Niet alle soorten die in de Unieverordening worden benoemd vallen onder de provinciale verantwoordelijkheid. Vanwege het visserijbelang heeft het Rijk de aanpak van de Unielijstsoorten wolhandkrab en de uitheemse rivierkreeften aan zich gehouden. De waterschappen zijn al verantwoordelijk voor de aanpak van de muskus- en beverrat conform de Waterwet en blijven dat ook. Ook is het Rijk (de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (hierna: LNV) verantwoordelijk voor het opstellen van rapportages richting de Europese Unie en ook voor wat betreft communicatie over het Europese beleid en de doorwerking hiervan. Op uitvoeringsniveau communiceert RVO 1 en de NVWA2 over uitvoering van wetten en regels, de vergunningverlening en de handhaving. Tot slot is de minister van LNV verantwoordelijk voor het uitzetten van onderzoek naar effectieve bestrijdingsmogelijkheden en naar het weerbaar maken van ecosystemen. De provincies zijn verantwoordelijk voor de communicatie over de eliminatie- en beheersmaatregelen waarvoor zij, op grond van de Wet natuurbescherming, verantwoording dragen. 1.1 Wat is een invasieve exoot? Er worden verschillende definities gehanteerd over wat precies een invasieve exoot is. Voor dit Plan van aanpak sluiten Gedeputeerde Staten (GS) aan bij de definitie zoals in artikel 1.1.
van de Wet natuurbescherming is opgenomen: Invasieve exoten zijn: exoten die wanneer zij zich gevestigd hebben of zouden vestigen in de Nederlandse natuur: a. een gevaar kunnen opleveren voor het voortbestaan van dier- of plantensoorten die van nature in Nederland voorkomen, of; b. een aanmerkelijke verslechtering kunnen veroorzaken van omstandigheden die voor het voortbestaan van soorten als bedoeld in onderdeel a noodzakelijk zijn. Verder toegespitst sluit dit Plan van aanpak aan op de aan GS toegekende uitvoeringstaak op grond van artikel 3.30a Besluit natuurbescherming en de in bijlage 10 van de regeling benoemde soorten (zie hierna). 1.2 Uitgangspunten Plan van aanpak Inzet van de verschillende instrumenten is verbonden met de doelstellingen van dit Plan van aanpak (zie ‘Inleiding/Waarom dit Plan van aanpak’);
1 2
Inzetten op vroegtijdige volledige en permanente eliminatie van invasieve exoten uit de natuurlijke omgeving in Noord-Brabant waar dit nog kan. Waar eliminatie niet meer mogelijk is: inzetten op beheersing op lokaal niveau – gebiedsgerichte aanpak. Beheersing kan ook inhouden dat op lokaal niveau toch wordt ingezet op eliminatie als dit mogelijk en wenselijk is. Het primaire doel van de eliminatie of beheersing van invasieve exoten is het voorkomen van aantasting van de biodiversiteit en schade aan inheemse plant en diersoorten.
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit 5
1.3
Provincie: Uitvoeren, faciliteren, coördineren of communiceren
Unielijstsoorten/Soorten van bijlage 10 Regeling natuurbescherming Voor de soorten die op bijlage 10 bij de Regeling natuurbescherming zijn opgenomen, en waarvan bekend is dat deze in Noord-Brabant gevestigd zijn of zich mogelijk op korte termijn kunnen vestigen, treft de provincie maatregelen om deze soorten te laten elimineren of te beheersen. Zoals beschreven in hoofdstuk 4 van dit plan. Dit houdt het volgende in: Artikel 17 soorten (voorkomen introductie): Als deze soorten in Noord-Brabant worden waargenomen is de provincie er verantwoordelijk voor om maatregelen te treffen om hen actief te bestrijden of te elimineren. Zij kan ook een andere partij opdracht verlenen voor de daadwerkelijke uitvoering van maatregelen. Artikel 19 soorten a. Landelijk ambitieniveau: uitroeien. Het gaat hier om soorten die weliswaar al gevestigd zijn, maar die met enige inspanning (naar verwachting) nog kunnen worden uitgeroeid. Hier treft de provincie maatwerk, waarbij in de regel het initiatief bij de provincie ligt. De provincie werkt daartoe ‘draaiboeken eliminatie’ uit. De provincie maakt met de betreffende terreineigenaren of verantwoordelijke partijen afspraken over de manier waarop de betreffende soort ter plaatse kan worden uitgeroeid. In de draaiboeken staat specifiek opgenomen welke maatregelen wanneer plaatsvinden en de afspraken omtrent financiële vergoedingen. b.
Landelijk ambitieniveau: beheersen: Voor deze soorten ziet de provincie haar rol vooral faciliterend en zo mogelijk ook coördinerend. De provincie maakt met terreineigenaren afspraken over de wijze waarop ze de soorten (liefst op gebiedsniveau) beheersen. Dit kan ook betekenen dat lokaal gekozen wordt voor uitroeiing. Provincie en terreineigenaren, -beheerders handelen daarbij zoveel mogelijk aan de hand van (bestaande) beslisbomen. De terreineigenaren zijn verantwoordelijk voor de uitvoering. De provincie faciliteert zo nodig door middel van het coördineren van samenwerking op gebiedsniveau, communicatie en via juridische instrumenten (ontheffingen, vergunningen, opdrachten) waar dat nodig is en voor zover dat binnen de bevoegdheid van de provincie ligt.
6
2.
Welke soorten
2.1 Unielijstsoorten/Soorten van bijlage 10 Regeling natuurbescherming In tabel 2.1 zijn de soorten benoemd die zijn opgenomen in de bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming en waarvan begin 2020 bekend is dat ze in Noord-Brabant voorkomen of waarvan waarnemingen zijn gedaan in Noord-Brabant: Tabel 2.1 Soorten van bijlage 10 Regeling natuurbescherming die in Noord-Brabant voorkomen of zijn waargenomen. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Zoogdieren Muntjak
Muntiacus reevesi
Siberische grondeekhoorn
Tamias sibiricus
Wasbeer
Procyon lotor
Wasbeerhond
Nyctereutes procyonoides
Vogels Nijlgans
Alopochen aegyptiacus
Rosse stekelstaart
Oxyura jamaicensis
Vissen Blauwband
Pseudorasbora parva
Zonnebaars (!)
Lepomis gibbosus
Reptielen / amfibieën Lettersierschildpad ondersoorten:
Trachemys scripta
Geelbuikschildpad Geelwangschildpad Roodwangschildpad
Insecten Aziatische hoornaar
Vespa velutina
Landplanten Reuzenbalsemien
Impatiens glandulifera
Reuzenberenklauw
Heracleum mantegazzianum
Zijdeplant
Asclepias syriaca
Hemelboom (!)
Ailanthus altissima
Water- en oeverplanten Grote waternavel
Hydrocotyle ranunculoides
Moeraslantaarn
Lysichiton americanus
Ongelijkbladig vederkruid
Myriophyllum heterophyllum
Parelvederkruid
Myriophyllum aquaticum
Smalle waterpest
Elodea nuttallii
Verspreidbladige waterpest
Lagarosiphon major
Waterhyacint
Eichhornia crassipes
Waterteunisbloem
Ludwigia grandiflora
Waterwaaier
Cabomba caroliniana
-
(!) de soorten hemelboom en zonnebaars zijn inmiddels opgenomen in de Unielijst, echter (nog) niet opgenomen in bijlage 10 Regeling natuurbescherming (September2020). Verwacht wordt dat dit op korte termijn wel zal gebeuren. 7
2.2 Andere soorten van bijlage 10 Regeling natuurbescherming Een aantal soorten dat benoemd is in bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming komt, voor zover bekend (situatie mei 2020), niet voor in Noord-Brabant. Van deze soorten zijn geen aanduidingen dat deze zich op relatief korte termijn in Noord-Brabant zullen gaan vestigen. Mocht gedurende de looptijd van dit Plan van aanpak toch een van deze soorten zich vestigen, of er komen waarnemingen dat deze soorten zich richting of in Noord- Brabant verspreiden, dan wordt dit Plan van aanpak van toepassing op deze soort. Dan geldt een soortgelijke aanpak als beschreven in hoofdstuk 7 (aanpak per soort of soortgroep).
Later op de lijst te plaatsen soorten In Europees verband wordt regelmatig de bij de Unieverordening behorende Unielijst geactualiseerd. Daarbij worden nieuwe soorten aan de lijst toegevoegd. Als de Minister van LNV één of meer van deze soorten ook toevoegt aan bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming, dan worden Gedeputeerde Staten bevoegd om maatregelen te nemen tegen deze soorten. GS handelt dan op dezelfde manier als bij soorten die zijn opgenomen in tabel 7.1. Daar waar wordt voorzien dat soorten die recent aan de Unielijst zijn toegevoegd en binnen afzienbare tijd worden toegevoegd aan bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming, én voorkomen in Noord- Brabant, worden deze soorten al in dit plan meegenomen 1.
1
Per juni 2019 zijn nieuwe soorten aan de Unielijst toegevoegd. Nog niet bekend of en wanneer deze soorten ook worden toegevoegd aan bijlag10 van de Regeling natuurbescherming. Voorzien wordt dat in elk geval de zonnebaars en de hemelboom op bijlage 10 worden geplaatst. Deze soorten zijn al meegenomen in tabel 2.1 8
3
Uitvoering
Bestrijding van invasieve exoten is een taak en verantwoordelijkheid van veel partijen. Bestrijding en of beheersing van invasieve exoten, en met name bij inmiddels wijdverspreide soorten, is effectiever wanneer over eigendomsgrenzen of over grenzen van beïnvloedingsgebieden heen gekeken wordt. Dit alles maakt het noodzakelijk om te zoeken naar samenwerking en afstemming.
3.1
Stakeholders/Uitvoerende partijen in Noord-Brabant
Rollen en taken Brabantse partijen Daar waar beheersing of lokale uitroeiing van wijdverspreide invasieve exoten samenvalt met een publieke taak van een andere overheid ligt het initiatief en de verantwoordelijkheid bij het betreffende bestuursorgaan. De kosten van beheersing of lokale uitroeiing komen voor diens rekening. Denk hierbij aan het verwijderen van waterpest door het waterschap om de doorstroming van waterlopen te borgen of het verwijderen van reuzenberenklauw langs publieke paden door gemeenten. Gemeenten en beheerders van rijkswegen (RWS) voeren een beleid om soorten als de Aziatische duizendknopen op hun eigen grond te bestrijden. Terreinbeheerders van Natura 2000-gebieden (TBO’s) voeren bestrijdingstaken uit vanwege hun rol in het beheren van deze gebieden. Tabel 3.1 laat zien voor welke gebieden of locaties welke partijen verantwoordelijkheid dragen voor de aanpak van wijdverspreide invasieve exoten. Tabel 3.1: Verantwoordelijkheden bij de aanpak van (wijdverspreide) invasieve exoten Soorten
Organisatie
Natura-2000/Natuurnetwerk Brabant (inclusief daarin
Terreinbeherende organisaties /
gelegen vennen en wateren)
gemeenten/waterschappen/ particulieren/Provincie/Rijk voor zover eigenaar/beheerder van betreffende (natuur)terreinen
Watergangen, schouwpaden, waterkeringen en uiterwaarden Waterschappen die onder beheer waterschap vallen Bermen langs provinciale wegen alsook gronden of wateren
Provincie
in bezit van de provincie Bermen langs gemeentelijke wegen en oevers langs
Gemeenten
waterlopen alsook gronden of wateren in bezit van gemeenten. Bermen langs rijkswegen, taluds langs rijkswaterlopen en
Rijk / Rijkswaterstaat
winterbed grote rivieren alsook Rijkswateren. Spoorwegen en taluds
3.2
ProRail
Faunabeheereenheid Brabant
De Faunabeheereenheid Brabant werkt in opdracht van de provincie en draagt zorg voor de uitvoering van maatregelen tot beheersing respectievelijk eliminatie van de in Noord-Brabant voorkomende (of zich mogelijk op korte termijn vestigende) soorten (zoogdieren en vogels) van Bijlage 10 van de Regeling natuurbescherming.
9
3.3
Overige partijen die betrokken kunnen worden bij exotenbestrijding
De volgende partijen kunnen eveneens worden betrokken bij de bestrijding of het beheersen van populaties invasieve exoten. Deze partijen, gezien hun expertise of bevoegdheden, kunnen, in opdracht van één of meer van de hiervoor benoemde partijen, worden ingezet om bepaalde maatregelen uit te voeren: Certificaathouders Wet Gewasbescherming en biociden Plaagdierbestrijders Visserij (sport en/of beroeps-) Wildbeheereenheden en jachtaktehouders Opvangcentra Veterinairen Gespecialiseerde personen, organisaties of NGO’s 1 Imkerij Afhankelijk van de uitvoeringstaak zullen vanuit de Provincie – voor zover het binnen haar bevoegdheid ligt - de nodige juridische faciliteiten (ontheffingen, vergunningen) worden geboden om (mogelijke) overtredingen van in de Wnb (of andere wetgeving) opgenomen verboden of beperkingen te voorkomen.
3.4
Afstemming, samenwerking en grensoverschrijdende aanpak
In 2018 is vanuit de provincie initiatief genomen om een Platform Invasieve Exoten in te stellen met vertegenwoordigers van verschillende stakeholders (terreinbeherende organisaties, terreineigenaren, gemeenten, waterschappen, land- en tuinbouw, Faunabeheereenheid alsook de provincie). Binnen dit platform worden afspraken gemaakt wie welke soorten en op welke manier (en eventueel gebiedsgericht) kan of moet bestrijden. De deelnemers aan dit Platform zijn begin 2020 gevraagd om als klankbord te fungeren bij het op te stellen Plan van aanpak Invasieve exoten Noord-Brabant. Hiertoe zou in eerste instantie het (ambtelijk) concept Plan van aanpak worden besproken in een gezamenlijke bijeenkomst op het provinciehuis (8 april 2020). Door de uitbraak van de coronacrisis kon deze bijeenkomst niet doorgaan. Daarom is gekozen om het ambtelijk concept via een digitale weg aan de in het klankbord zittende partijen voor te leggen. Dit is gebeurd in de periode tussen 8 april en 24 april (met uitloop naar 5 mei door latere reacties). Het Platform wordt ook na het vaststellen van dit Plan van aanpak betrokken bij de verdere uitwerking van maatregelen.
Interprovinciale aanpak/IPO Verder wordt in IPO-verband (Inter Provinciaal Overleg) geprobeerd om afspraken te maken voor een eenduidige bestrijding van bepaalde soorten. Hierbij wordt ingezet op een gelijke aanpak voor alle provincies. Voorbeeld is de intentie om te komen tot een landelijke aanpak voor bestrijding van de Rosse stekelstaart. Ook voor andere soorten wordt mogelijk in de toekomst ingezet op een landelijk eenduidige bestrijding. Daar waar landelijke afspraken worden gemaakt zal de Provincie Noord-Brabant, binnen de uitgangspunten van dit Plan van aanpak, inzetten op het toepassen van deze maatregelen. Kennisontwikkeling en kennisverspreiding over de bestrijding en/of beheersing van invasieve exoten is noodzakelijk. De behoefte zal op provinciaal niveau geïnventariseerd worden, maar moet landelijk worden opgepakt door het IPO/Bij12 in samenspraak met de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).
1
Te denken aan specialisten/gecertificeerde deskundigen en/of organisaties als RAVON/Zoogdiervereniging die beschikken over praktische kennis en vaardigheden in relatie tot bestrijding van bepaalde dier- of plantensoorten. 10
Op het moment van gereedkomen van dit Plan van aanpak (medio 2020) hebben de provincies Gelderland en Utrecht een vergelijkbaar plan of programma vastgesteld. Bij de uitvoering van dit Plan van aanpak wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de aanpak die de buurprovincies voeren. Daar waar grensoverschrijdende samenwerking of afstemming nodig is met Vlaanderen wordt dit ook opgepakt. 3.5
Toezicht en Handhaving
Het introduceren van dieren of planten in de natuur, zonder over een daarvoor geldige ontheffing of vrijstelling, is verboden op grond van artikel 3.34 lid 1 (dieren) of lid 4 (planten). Dit verbod is van toepassing op zowel Unielijstsoorten alsook op de in hoofdstuk 7 vermelde niet-Unielijst soorten. Niet-Unielijstsoorten Daar waar het gaat om niet-Unielijst soorten is de provincie bevoegd gezag om handhavend op te treden in geval van opzettelijk loslaten of introduceren van deze planten of diersoorten. Deze handhavende rol ligt bij de toezichthouders en handhavers van de ODBN. Unielijstsoorten In geval van soorten die op de Unielijst staan ligt de bevoegdheid tot handhavend optreden bij het Rijk. Voor Unielijstsoorten gelden namelijk meer verboden, waarbij de handhavende bevoegdheid bij het Rijk blijft liggen:
Handels en bezitsverbod Unielijst soorten Zodra een soort op de Unielijst is geplaatst geldt er een handelsverbod. Dit houdt in dat het vanaf dat moment verboden is deze plant- of diersoorten te koop aan te bieden, te verkopen of te kopen. Voor commerciële handelaren geldt nog wel een overgangstermijn van tot 1 jaar na plaatsing op de Unielijst. Voor particulieren geldt deze overgangstermijn niet. Commerciële houders mogen hun voorraad nog een jaar lang verkopen aan niet commerciële houders. Zij mogen ook hun voorraad nog over een periode van twee jaar exporteren naar landen buiten de Europese Unie of de soorten worden ter beschikking gesteld voor andere doeleinden. De houders zijn wel verplicht om direct al maatregelen te nemen dat de soorten zich niet meer kunnen voortplanten of ontsnappen. Zijn deze opties niet mogelijk dan dienen de houders de dieren op humane wijze te (laten) doden. Planten dienen te worden vernietigd. Niet-commerciële houders of bezitters van dieren of planten die op de Unielijst zijn geplaatst mogen deze dieren of planten houden totdat ze doodgaan. Hiervoor geldt geen ontheffingsplicht. Echter er geldt wel het verbod op het laten voortplanten of (ver)handelen. Verder moet de houder maatregelen nemen dat de dieren niet kunnen ontsnappen of, in geval van planten, zich niet kunnen verspreiden in de natuur.
Enkele specifieke ontheffingsmogelijkheden Enkel voor bepaalde doeleinden kan de Minister (RVO) een ontheffing afgeven om een soort van de Unielijst te blijven houden. Het gaat dan om wetenschappelijk onderzoek, het ex situ bewaren (het bewaren van levensvatbare bestanddelen van de soorten van de lijst buiten hun natuurlijke leefomgeving, bijvoorbeeld een zaadbank) of de productie voor de medische wetenschap. Daarnaast kan de Minister (RVO) ontheffing verlenen aan organisaties die invasieve exoten willen opvangen.
Vrijstelling krabben en kreeften Op de Unielijst staan een aantal soorten uitheemse krabben en rivierkreeften. Vissers vangen deze soorten voor handel en consumptie. De Minister heeft een vrijstelling afgegeven voor het vissen op krabben en kreeften. 11
Hierdoor is bevissing, transport en handel voor consumptie op een aantal in de Unielijst opgenomen krab of kreeftsoorten wel toegestaan. Handhaving en toezicht op zowel het handels en bezitsverbod, de verstrekte ontheffingen en vrijstelling is een Rijksaangelegenheid. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) voert de bestuursrechtelijke handhaving uit op het gebied van de Wet natuurbescherming en de Unieverordening. Samen met de Douane controleert de RVO in- en uitvoerzendingen van invasieve uitheemse soorten. De politie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voeren de strafrechtelijke handhaving uit. Dit doen zij in samenwerking met het Openbaar Ministerie. De politie en NVWA kunnen boetes opleggen bij overtredingen.
12
4
Maatregelen
Landelijk Masterplan Voor een aantal soorten die op de Unielijst staan is, in het kader van de landelijke implementatie van de Unieverordening, een ‘Masterplan uitroeiing en beheersing Unielijstsoorten’ opgesteld 1. Het Masterplan uitroeiing en beheersing Unielijstsoorten beschrijft een gezamenlijke ambitie voor de wijze waarop verschillende partijen in Nederland, met name overheden en terreineigenaren, samenwerken aan de bestrijding van invasieve exoten. Tevens geeft dit plan per soort een ambitieniveau en mogelijke maatregelen aan. Het Masterplan is door het Rijk aan de provincies aangeboden en vormt de basis voor deze provinciale uitwerking middels een Plan van aanpak. Onderdeel van dit Masterplan zijn twee bijlagen die separaat zijn opgesteld door de NVWA en die voor elke soort afzonderlijk de strategie beschrijven: de Soortenbijlage artikel 17-soorten en de Soortenbijlage voor artikel 19-soorten2. In deze paragraaf is een samenvatting opgenomen van wat in het Masterplan is beschreven.
Aanpak artikel 17 soorten (voorkomen introductie) Artikel 17 van de exotenverordening bepaalt dat uitroeiingsmaatregelen worden genomen bij vroegtijdige detectie van een (mogelijk nieuwe) populatie van een invasieve exoot. Daartoe dienen populaties (of planten en dieren waarbij er een reële kans op toekomstige populatievorming bestaat) volledig en permanent verwijderd te worden. Daarvan kan alleen bij bijzondere omstandigheden worden afgeweken. Uitroeiing wordt in de verordening gedefinieerd als “de volledige en permanente verwijdering van de populatie van een invasieve uitheemse soort door middel van dodelijke of niet-dodelijke middelen” (EUverordening 1143/2014, artikel 3 punt 13). Waar het om gaat is dat de populatie volledig en permanent wordt verwijderd. Het Rijk blijft bij de uitroeiing van deze soorten een belangrijke rol spelen. Zo geeft de Minister de NVWA opdracht om een signaleringssysteem (surveillance) te onderhouden en om een wetenschappelijke onderbouwing op te stellen als blijkt dat een soort niet uit te roeien is. Figuur 1 stroomschema aanpak art17 soorten
1
Masterplan uitroeiing en beheersing Unielijstsoorten, focusgroep beheer, den haag, 4 oktober 2017, inclusief soortenbijlage artikel 17 soorten (NVWA) en soortenbijlage artikel 19 soorten (NVWA) 2 Medio 2020 is bekend geworden dat de NVWA bezig is met het opstellen van aanvullingen op de soortenbijlagen (toevoegen nieuwe soorten) 13
Bij de aanpak van artikel 17 soorten kunnen een aantal procedurestappen worden onderscheiden die in een stroomschema (zie figuur 1) en protocol zijn uitgewerkt. Hoewel de te treffen maatregelen per soort kunnen verschillen (zie hiervoor hoofdstuk 7) is het stroomschema en het protocol voor alle artikel 17 soorten van toepassing die in de Regeling natuurbescherming zijn aangewezen.
Aanpak van reeds gevestigde soorten (artikel 19) Artikel 19 van de Verordening verplicht de lidstaten om beheersmaatregelen vast te stellen voor wijdverspreide invasieve uitheemse soorten die in de Unielijst zijn opgenomen. De beheersmaatregelen zijn gericht op het uitroeien, beheersen of indammen van een populatie. Invasieve exoten die al in ons land gevestigd waren op het moment van plaatsing op de Unielijst vallen onder artikel 19. Lidstaten mogen prioriteiten stellen bij de aanpak van artikel 19 soorten. Dit betekent dat er bij reeds gevestigde soorten meer ruimte is voor eigen beleid dan bij soorten die zich nog niet gevestigd hebben. Het is zinvol om onderscheid te maken tussen soorten die een relatief kleine verspreiding hebben en waar volledige verwijdering van populaties nog aan de orde is (a. Landelijk ambitieniveau: uitroeien) en soorten die zo wijdverspreid zijn dat uitroeien technisch of vanuit een sociaaleconomisch perspectief niet meer uitvoerbaar is (b. Landelijk ambitieniveau: beheersen). a. Landelijk ambitieniveau: uitroeien Een aantal soorten heeft zich al wel in ons land gevestigd, maar komt nog maar op één of enkele locaties voor. Dergelijke soorten kunnen met de nodige inspanningen nog volledig worden uitgeroeid.
Als is geconcludeerd dat een soort effectief is verwijderd uit Nederland, dan is het mogelijk dat zo’n soort zich later opnieuw in Nederland vestigt. De soort valt dan onder de werking en procedure van artikel 17 (zie hiervoor). Er geldt dan een plicht om de betreffende soort uit te roeien. b. Landelijk ambitieniveau: beheersen Een deel van de Unielijstsoorten dat zich in ons land gevestigd heeft, is inmiddels zo wijdverspreid dat volledige uitroeiing in heel Nederland niet meer mogelijk is. Onder deze categorie vallen diverse soorten waterplanten. Bij soorten in deze categorie kan wat betreft de aanpak gedacht worden aan lokaal uitroeien, het voorkomen van verdere verspreiding, het beperken van schade of een willekeurige combinatie hiervan. Het Landelijk Masterplan richt zich op het landelijk ambitieniveau. Zoals uit bovenstaande tekst volgt bestaat er – zeker in geval van soorten waarop artikel 19 ziet – ruimte voor een eigen invulling over de wijze waarop soorten kunnen of moeten worden bestreden of beheerst. Voor Noord-Brabant kiezen we voor een aanpak waarbij per soort of soortgroep wordt bepaald wat de meest effectieve en zinvolle maatregelen zijn.
14
5
Instrumenten
5.1
Welke instrumenten
Voor de aanpak van invasieve exoten kunnen verschillende instrumenten worden ingezet.
Juridische instrumenten
-
Opdracht artikel 3.18 resp. 3.19 Wnb; Na inwerkingtreding Omgevingswet: eventueel gedoogregelingen of -besluiten Ontheffingen soortbescherming Vergunningen gebiedsbescherming
In geval van bestrijding van niet-beschermde soorten, waaronder de in dit plan benoemde invasieve exoten vallen, kunnen Gedeputeerde Staten aan personen of samenwerkingsverbanden van personen een opdracht ex art 3.18 resp. 3.19 Wnb geven tot het terugbrengen van de bij de opdracht aangeduide soorten. Hierbij kunnen ook de middelen en/of methoden worden aangegeven welke daarvoor gebruikt kunnen worden. Zie verder hoofdstuk 4. Bij het nemen van de bedoelde besluiten zullen GS rekening houden met de risico’s van (onbedoelde) aantasting van beschermde inheemse diersoorten en andere aspecten, zoals milieu, volksgezondheid etc. In bijzondere gevallen zal mogelijk ook gekozen moeten worden voor een ontheffing om verboden handelingen of verboden middelen te mogen gebruiken. Daar waar bestrijdingshandelingen schade aan instandhoudingsdoelen Natura 2000 kunnen veroorzaken kan ook een vergunningprocedure gebiedsbescherming op grond van de Wnb aan de orde zijn.
Financiële instrumenten Subsidiemogelijkheden voor specifieke situaties Er worden, na vaststelling van dit Plan van aanpak, een aantal subsidieregelingen uitgewerkt: 1. Een Subsidieregeling om de aanpak te stimuleren in gebieden waar invasieve exoten een bedreiging zijn voor de biodiversiteit en waarvoor de provincie verantwoordelijkheid draagt, namelijk de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Brabant. 2. Een subsidieregeling voor plannen die samenwerking tussen grondeigenaren bevorderen; Het gaat hier om samenwerkingsprojecten op gebiedsniveau om effectieve bestrijding van wijdverspreide soorten te bevorderen. Zie hiervoor paragraaf 5.4.
Privaatrechtelijke instrumenten Privaatrechtelijke opdracht Daar waar voor de uitvoering gekozen wordt om externe partijen in te zetten, wordt voorzien in een formele opdracht aan de betreffende persoon of organisatie. In de opdracht worden concrete doelstellingen en resultaatsafspraken opgenomen.
Convenanten Voor soorten die wijdverspreid zijn is het van belang dat deze soorten lokaal of op gebiedsniveau worden bestreden, verdere verspreiding wordt voorkomen, schade wordt beperkt, dan wel wordt ingezet op een combinatie hiervan. Voorbeeld: grote stappen kunnen gemaakt worden als aannemers, grondverwerkings- of hoveniersbedrijven gaan werken met een gezamenlijk protocol om de verspreiding van de Aziatische duizendknopen tegen te gaan, zie https://bestrijdingduizendknoop.nl/protocol/. Opdrachtgevers kunnen gezamenlijk een convenant ondertekenen waarin wordt afgesproken dit protocol op te nemen in bestekken voor grond- en maaiwerkzaamheden (paragraaf 5.6).
15
Communicatie en voorlichting Voor sommige soorten zijn maatregelen moeilijk uitvoerbaar. Publieksvoorlichting kan bijdragen aan het voorkómen en verkleinen van de problematiek. Denk hierbij aan het informeren over de risico’s van het introduceren van planten en dieren in de natuur. En dat het uitzetten (loslaten) van dieren, of het dumpen van tuinafval in de natuur verboden is. Communicatie en kennis delen zal voor deze, maar ook voor alle overige invasieve exoten worden ingezet om de bewustwording te vergroten. Ook zal door middel van voorlichting ingezet worden op een betere begripsvorming bij het publiek voor mogelijk gevoelig liggende maatregelen zoals het kappen of ontwortelen van planten, struiken of bomen en het doden van dieren (paragraaf 5.4). 5.2
Keuze instrumenten
Inzet van de verschillende instrumenten is verbonden met de doelstellingen of ambities van GS per soort of soortgroep. Verder is er onderscheid te maken in instrumenten die bedoeld zijn voor soorten die beperkt verspreid zijn en soorten die wijdverspreid zijn. 5.3
Instrumenten voor beperkt verspreide soorten
Voor beperkt verspreide soorten is de aanpak veelal gericht op preventie, uitroeiing of eliminatie. Dit geldt voor artikel 17-soorten, maar ook voor andere invasieve exoten die zich nog niet of zeer sporadisch in Noord-Brabant hebben gevestigd. Voor de soorten van bijlage 10 Regeling natuurbescherming die onder artikel 17 van de EU-regeling vallen, neemt de provincie bij uitroeiing het voortouw. - Beperkt verspreide soorten zullen, voor zover het gewervelde fauna betreft (vooralsnog zoogdieren en vogels), worden opgenomen in een planmatige aanpak dat ontwikkeld wordt door de Faunabeheereenheid (FBE). - Voor de overige beperkt verspreide soorten zal de provincie opdracht tot uitroeiing aan derden geven. Dit geldt ook voor het verstrekken van opdrachten ingeval van bijzondere situaties waarbij GS het wenselijk achten om niet over te gaan tot eliminatie, maar beheersing. Voor Noord-Brabant geldt dit laatste vooralsnog alleen voor de populatie Siberische grondeekhoorn Tilburg (zie tabel hoofdstuk 7.)
Werkwijze Artikel-17 soorten (uitroeiing)/Provincie geeft opdracht tot bestrijding Soorten die zich nieuw in Noord-Brabant (dreigen te) vestigen, worden direct aangepakt. De NVWA stuurt een melding, de provincie onderzoekt en geeft waar nodig opdracht om de betreffende soort te elimineren. Ook kan vanuit één van de Brabantse partners een melding binnenkomen van een nieuw waargenomen artikel 17 soort. In dat geval wordt op dezelfde wijze gehandeld, waarbij ook de NVWA direct wordt geïnformeerd. Voor de soorten die onder artikel 17 van de EU-regeling vallen, neemt de provincie bij de uitroeiing het voortouw. Zij benadert de terreineigenaren om uitroeiingsmaatregelen te treffen of geeft een derde partij opdracht dat te doen. De provincie betaalt deze kosten. Wanneer vrijwillige medewerking niet mogelijk is, kunnen GS gebruikmaken van instrumenten om zonder instemming van de grondeigenaar maatregelen te (laten) treffen. Met dit laatste zal in principe zeer terughoudend worden omgegaan en alleen worden gebruikt indien dit nodig is voor uitvoering van een publieke taak (bescherming inheemse fauna en flora, openbare veiligheid of volksgezondheid).
16
Voor Noord-Brabant gaat het (situatie September 2020) om de volgende soorten: wasbeer, amoergrondel en Aziatische hoornaar (worden reeds aangetroffen in Noord-Brabant). Vanaf het moment dat de zonnebaars op bijlage 10 van de Rnb is geplaatst is bovenstaande ook op deze soort van toepassing. Verder zijn er een aantal soorten die onder artikel 19a van de Unieverordening vallen en die wel al worden waargenomen, maar waar nog mogelijkheden bestaan om deze soorten uit te roeien. Deze worden middels dit Plan van aanpak op eenzelfde wijze aangepakt als de hiervoor beschreven artikel 17 soorten. Voor Noord-Brabant gaat het (situatie September 2020) om de volgende soorten: wasbeerhond, muntjak, rosse stekelstaart. 5.4
Instrumenten voor wijdverspreide invasieve exoten
Subsidieregeling voor maatregelen in Natura 2000 of Natuurnetwerk Brabant Om de bestrijding van invasieve exoten waarop dit Plan van aanpak betrekking heeft in (of nabij) Natura 2000gebieden en het Natuurnetwerk Brabant te stimuleren, zal voor terreinbeheerders en/of grondeigenaren een subsidieregeling worden ontwikkeld. Deze regeling is vooral bedoeld voor situaties waarin bestrijding vanuit ecologisch perspectief zinvol is en gericht op (het behalen van) beheer doelstellingen. Dat laatste wordt in de regeling verder uitgewerkt.
Subsidie voor plannen die samenwerking tussen grondeigenaren bevorderen . Een subsidieregeling voor plannen die samenwerking tussen grondeigenaren bevordert. Het gaat hier om samenwerkingsprojecten op gebiedsniveau om effectieve bestrijding te bevorderen. Deze samenwerking kan op elk gewenst niveau plaatsvinden (gemeente, stroomgebied waterschap etc.). Een groot deel van de invasieve exoten waarop dit plan van aanpak betrekking heeft komt in hoge mate buiten de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Brabant voor. Daarbij houden deze soorten zich ook niet aan perceelsgrenzen. Veelal verspreidt de soort zich over het grondgebied van verschillende eigenaren. Een van de redenen dat de bestrijding niet altijd succesvol is, komt doordat het de verschillende eigenaren niet lukt om tot een gezamenlijke aanpak te komen. In de regeling wordt uitgewerkt waaraan een samenwerkingsproject dient te voldoen om voor subsidie in aanmerking te komen. Invasieve exoten houden zich niet aan grenzen van Natura 2000 en/of NNB. Enkel inzetten op bestrijding in deze gebieden, zonder gecoördineerde bestrijding daarbuiten, zal voor deze soorten weinig voordeel opleveren. Daarom zullen bovenstaande regelingen – bij de uitwerking –inhoudelijk op elkaar worden afgestemd.
5.5 Opdracht aan Faunabeheereenheid (FBE) voor uitroeiing of beheersing specifieke soorten De provincie vraagt de FBE om een planmatige aanpak te ontwikkelen zodat voor enkele specifieke soorten een gerichte opdracht tot bestrijding gegeven kan worden. De in Noord-Brabant actieve jachtaktehouders kunnen daaraan een bijdrage leveren, al dan niet gecombineerd met inzet van professionele faunabeheerders. De soorten die in zo’n beheerplan worden opgenomen zijn (situatie medio 2020): invasieve exoten die inmiddels in Noord-Brabant worden waargenomen, maar waarvan nog niet bekend is dat er sprake is van gevestigde populaties: de wasbeer en muntjak. invasieve exoten die nog niet in Noord-Brabant voorkomen, maar waarvan verwacht wordt dat deze binnen de planperiode zich mogelijk naar Noord-Brabant verspreiden, of waarvan reeds enkele waarnemingen bekend zijn: de wasbeerhond.
17
Invasieve exoten die al in Noord-Brabant voorkomen en zich ook al voortplanten: rosse stekelstaart en nijlgans.
5.6 Protocol en convenant Van de Aziatische duizendknopen is bekend dat de verspreiding vooral plaatsvindt door ondeskundig handelen bij maaien, het niet apart verwerken/vernietigen van plant- en wortelresten, en grondverzet. Daarom is samen met enkele provincies, gemeenten en waterschappen een gezamenlijk protocol opgesteld om verspreiding van de Aziatische duizendknopen tegen te gaan. Een protocol is echter pas het begin. Het gebruik hiervan kan gestimuleerd worden door middel van een intentieverklaring of convenant waarin opdrachtgevers van grondwerkzaamheden en maaiwerkzaamheden toezeggen het gebruik van het protocol in bestekken op te nemen. Bij opdrachtgevers moet gedacht worden aan Rijkswaterstaat, provincie, gemeenten, waterschappen, Terrein beherende organisaties. De voorkeur gaat uit naar een landelijk convenant. Als dit niet binnen een afzienbare termijn haalbaar is, zal de provincie Noord-Brabant dit op provinciaal niveau oppakken. Brancheorganisaties in het grondverzet en maaien zullen in ieder geval goed op de hoogte worden gebracht van het bestaan en het gebruik van het protocol. 5.7 Draaiboek eliminatie Voor de invasieve exoten waarvoor de provincie de verantwoording draagt voor eliminatie (artikel 17 en/of enkele artikel 19a soorten) wordt door of in opdracht van de provincie een draaiboek opgesteld.
Hierin staat op welke wijze wordt omgegaan met meldingen van waarnemingen, het doen van nader onderzoek naar het voorkomen ervan, de wijze waarop en door wie uitvoering wordt gegeven aan de eliminatieverplichting. Doel is het zo snel mogelijk en met de meest directe methode definitief verwijderen van aangetroffen exemplaren van de soort uit de natuurlijke omgeving. 5.8 Beslisbomen Beheersing Een aantal invasieve exoten zal nooit meer uitgeroeid kunnen worden, maar dat is ook niet altijd onmiddellijk en overal noodzakelijk. Met behulp van een beslisboom kan aan de hand van het doorlopen van een aantal vragen over de aard van de begroeiing en de aard van de locatie advies gegeven worden over de bestrijding en de bestrijdingsnoodzaak. Ook kunnen tips gegeven worden om verdere verspreiding te voorkomen. Voor de Aziatische duizendknopen is de beslisboom al ontwikkeld (https://bestrijdingduizendknoop.nl/beslisboom/).
In bijlage 1 wordt schematisch weergegeven op welke wijze uitvoering zal worden gegeven aan het de verplichtingen tot eliminatie of beheersing van de in hoofdstuk 2 benoemde soorten. 5.9 Bewustwording/communicatie/kennis delen Het laatste, maar niet minst belangrijke instrument is de inzet van communicatiemiddelen om de bewustwording te vergroten. Veel invasieve exoten worden verspreid, in de natuur gebracht of ondeskundig bestreden door onwetendheid. Veel communicatie vindt al op landelijk niveau plaats. Zo verspreidt de NVWA al kennis over risico’s aan particulieren, terreinbeheerders en bedrijfsleven. Daar waar de provincie – in de uitvoering van dit Plan van aanpak – een coördinerende rol vervult, wordt ingezet op maatwerk communicatie.
18
6
Monitoring en evaluatie
6.1
Uitgangspunt – ‘nul-situatie’
Gedurende de looptijd van het Plan van Aanpak wordt gemonitord of de uitvoering van de maatregelen ook effect heeft gehad. Effect in de zin dat de bestrijdingsacties en -maatregelen er ook toe leiden dat de aantallen van invasieve exoten in Noord Brabant afneemt en verdere verspreiding wordt voorkomen. Daarvoor geldt dat de situatie ten tijde van het vaststellen van dit Plan van Aanpak gezien moet worden als de ‘nul-situatie’ ten opzichte waarvan de effecten door monitoring worden afgemeten. Praktisch gezien kan dit alleen voor soorten die zich nog niet binnen Noord-Brabant op grote schaal hebben verspreid. Soorten waarvoor een beheersopgave is gesteld, zoals Reuzenberenklauw, Reuzenbalsemien en de veel voorkomende waterplanten, zijn zodanig wijdverspreid dat deze redelijkerwijs niet meer in kaart zijn te brengen. Voor deze soorten wordt, in het kader van dit Plan van Aanpak, ingezet op het -in samenwerking met de terreinbeherende organisaties- treffen van beheersmaatregelen, daar waar deze soorten een bedreiging vormen voor natuurwaarden (Natura 2000 en NNB). Hiervoor geldt dat per gebied of situatie apart wordt bepaald welke maatregelen haalbaar of zinvol zijn. Het vastleggen van een nul-situatie is in deze niet aan de orde.
Voor de soorten waarvoor eliminatie aanpak geldt alsook voor soorten met een beheersopgave, maar die in Noord-Brabant nog niet in grote aantallen of wijdverspreid voorkomen, is redelijk goed bekend waar waarnemingen zijn en hoe de omvang en verspreiding is. Voor de nul-situatie wordt uitgegaan van de situatie zoals deze medio 2020 bekend is op grond van de gegevens in Waarneming.nl alsmede de database van het NDFF. Voor de grote gewervelde soorten (vogels en zoogdieren) wordt daarnaast ook gebruik gemaakt van de gegevens die door de Faunabeheereenheid Noord-Brabant wordt verzameld in het Faunaregistratiesysteem. 6.2 Rollen en uitvoering Niet alle monitorings- en evaluatie taken zijn neergelegd bij de provincie. Monitoring en evaluatie in relatie tot bestrijding van invasieve exoten – en met name de soorten die op de Unielijst staan- valt op te splitsen in twee verschillende onderdelen:
Rijk (Ministerie van LNV) De Minister van LNV is verantwoordelijk voor een aantal verplichtingen die voortvloeien uit de Unieverordening. Het gaat daarbij vooral om vroegtijdige signalering van soorten waarop artikel 17 van de Unieverordening van toepassing is. De minister laat zich daarbij ondersteunen door het Team Invasieve Exoten. Dit Team Invasieve Exoten laat ook risicoanalyses van soorten en pathways uitvoeren. De NVWA is verantwoordelijk voor het vormgeven van surveillance, waarbij het doel is art. 17 Unielijstsoorten in een vroegtijdig stadium te signaleren. De NVWA coördineert op hoofdlijnen de uitvoering van deze surveillance. De surveillance wordt voor een groot deel worden uitgevoerd door medewerkers en vrijwilligers van Particuliere Gegevensbeherende Organisaties (PGO’s). Dit wordt gedaan voor verschillende soortgroepen door de Zoogdiervereniging, SOVON (vogels), RAVON (Amfibieën en reptielen) en EIS kenniscentrum insecten. Belangrijke surveillancepijlers zijn het Signaleringsnetwerk Exoten en het Netwerk Ecologische Monitoring. Waarnemingen die vanuit het surveillancenetwerk of door burgers gemeld worden via portals als waarneming.nl en telmee.nl worden gevalideerd door soortenexperts. Al deze waarnemingen worden verzameld in de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF).
Rapportages van zowel de uitgevoerde risicoanalyses als surveillance zijn toegankelijk via de website van de NVWA.
19
Afstemming Rijk en provincies Zodra een gevalideerde en geduide waarneming via de NVWA binnenkomt bij het Ministerie van LNV, neemt deze contact op met de contactpersoon invasieve exoten van de provincie om de vervolgacties af te stemmen.
Rol provincie De provincies spelen een beperkte rol bij de formele monitoring of surveillance naar het voorkomen of verspreiding van Unielijst soorten. Voor de uitvoering van dit Plan van Aanpak is het desondanks wel nodig dat de provincie zicht heeft en houdt op welke soorten (en in welke mate) zich binnen de provincie vestigen of dreigen te vestigen. Daarvoor gebruikt de provincie primair de informatie die beschikbaar komt vanuit de landelijk opgezette surveillance en registraties. Via de NVWA worden provincies gewaarschuwd als er een nieuwe soort is waargenomen dan wel een nieuwe vindplaats bekend is van een soort die nog beperkt verspreid is. Op grond van deze meldingen neemt de provincie actie. Daarnaast zullen wij de terreinbeheerders benaderen om bij de monitoring in het kader van de subsidieregeling voor natuur en landschap (SNL) ook naar invasieve exoten om te zien. Aanvullende inventarisaties zijn nu nog niet voorzien, tenzij noodzakelijk in verband met het ontwikkelen van regionale actieplannen (zie hierna). 6.3 Effectmonitoring van maatregelen Met het Rijk is overeengekomen dat jaarlijks gerapporteerd wordt over maatregelen die zijn getroffen, de kosten die hiermee gemoeid zijn alsmede het effect van de betreffende maatregelen. Deze gegevens zijn nodig voor een vierjaarlijkse rapportage voor Brussel over de uitvoering van de EU-verordening.
Deze gegevens worden ook gebruikt om de voortgang van dit Plan van Aanpak te monitoren.
Vinger aan de pols Voor een aantal soorten dat op de Unielijst is geplaatst, worden nu binnen Noord-Brabant geen maatregelen getroffen omdat deze, voor zover nu bekend - zich in Nederland niet voortplanten. We praten dan met name over de waterhyacint en de drie ondersoorten van de letterschildpad. Als er geen nieuwe exemplaren worden uitgezet moet het probleem zich uiteindelijk vanzelf oplossen. Mochten deze soorten in de toekomst vanwege klimaatverandering wel tot voortplanting kunnen komen, dan is dit reden om de aanpak te herzien. Gedurende de looptijd van dit Plan van Aanpak worden voor genoemde soorten wel al draaiboeken voorbereid.
20
7. Invasieve soorten (Niet-Unielijstsoorten) die binnen Brabant problemen veroorzaken 7.1 Inbreng Platform Invasieve exoten Er zijn in de provincie Noord-Brabant een aantal wijdverspreide plantensoorten die qua voorkomen en veroorzaakte schade als ‘zorgwekkend’ worden beschouwd. Dit blijkt uit een eerste verkennende inventarisatie van het Platform Invasieve exoten in april 2018, maar ook uit later aangeleverde kennis uit het veld, en de inbreng naar aanleiding van het ambtelijk concept van dit plan begin 2020 (zie paragraaf 3.4). Daarnaast wordt lokaal een vissoort benoemd die vooral in vennen problemen geeft. 7.2 Brabantse zorgsoorten Tabel 7.1 bestaat uit een opsomming van invasieve exoten die niet op de Unielijst (en evenmin in bijlage 10 Regeling natuurbescherming) staan, maar waarvoor met oog op behoud van de biodiversiteit, het wenselijk is dat daarvoor in Noord-Brabant maatregelen worden getroffen. Tabel 7.1 Nederlandse naam
Wetenschappelijke
Bedreiging biodiversiteit Noord-Brabant
naam Vissen Amerikaanse hondsvis
Umbra pygmaea
Ja, probleem vennen
Aziatische duizendknopen
Fallopia spp.
Ja, groot probleem -wijdverspreide soort, bedreiging voor diverse
Trosbosbes
Vaccinium corymbosum
Landplanten Natura 2000-habitattypen Regionaal en lokaal (m.n. Peelregio) bedreiging voor de Natura 2000-habitattypen vochtige heiden, herstellende hoogvenen en hoogveenbossen Populaties woekerende tuin- en overige
Divers lokaal (o.a. Rhus
cultuurplanten (waaronder Fluweelboom) typhina)
Lokaal gevestigde populaties vanuit gedumpt (tuin)afval, die zich dermate invasief vermeerderen dat bescherming van N2000 of NNB gebieden noodzakelijk is
Water- en oeverplanten Watercrassula
Crassula helmsii
Ja, groot probleem in vennen, poelen, kanalen en waterwegen wijdverspreide soort
Schijngenadekruid -
Lindernia dubia
Lokaal vennen, vaak samen met watercrassula
Aziatische duizendknopen (verzameling van 3 verschillende duizendknoopsoorten, te weten Japanse duizendknoop, Boheemse duizendknoop en Sachalinse duizendknoop)
De belangrijkste soorten die grote schade veroorzaken, en tevens wijdverspreid voorkomen, zijn de verschillende plantensoorten die onder de groep ‘Aziatische duizendknopen’ vallen. Vooral gemeenten, waterschappen en terreinbeherende organisaties (hierna: TBO’s) geven aan dat bestrijding op bovenlokaal niveau wenselijk is. Daarnaast is de watercrassula een soort die voor aanzienlijke problemen zorgt, waarbij bestrijding of beheersing moeilijk uitvoerbaar blijkt. 7.3 Aanpak De rol van de provincie bij deze soorten is hier vooral faciliterend. Er wordt een subsidieregeling in het leven geroepen (zie paragraaf 5.4). Op verzoek van gezamenlijke terreineigenaren kan zij ook faciliteren door een coördinerende rol te nemen in samenwerking op gebiedsniveau, gericht op de bestrijding of beheersing van
21
wijdverspreide invasieve soorten. Daarbij zal dan bij voorkeur aansluiting gezocht worden bij bestaande samenwerkingsverbanden. Uitgangspunten zijn: De instrumenten genoemd in par. 3.5 toezicht en handhaving, en de juridische instrumenten genoemd in par. 5.1, zijn niet van toepassing op de ‘Brabantse zorgsoorten’ / nietUnielijstsoorten buiten Natuurnetwerk Brabant en Natura 2000 gebieden. Met uitzondering van strafbare feiten als het uitzetten van dieren of het dumpen van tuinafval. Op verzoek van terreineigenaren en -beheerders kan de provincie de bestrijding of beheersing van deze soorten met maatwerk faciliteren, bijvoorbeeld met de coördinatie bij gebiedsgerichte aanpak en/of de inzet van financiële instrumenten. Provinciale inzet c.q. facilitering bij bestrijding van ‘niet-Unielijstsoorten’ is gericht op behoud en bescherming van Natura 2000-waarden en het NNB.
In bijlage 2 wordt schematisch weergegeven op welke wijze uitvoering zal worden gegeven aan de wens tot eliminatie of beheersing van de in hoofdstuk 7 genoemde Brabantse zorgsoorten.
22
BIJLAGEN
BIJLAGE 1 Soort of soortgroep
voorkomend in Brabant (Sept 2020)
Schematische weergave Plan van aanpak Invasieve exoten Noord-Brabant (Unielijstsoorten) Status Maatregelen Uitvoering Uitwerking via (primair) Unielijst Aanpak Brabant art 17 art19a art19b Masterplan +Andere eliminatie eliminatie beheer + docu/plan Factsheets NVWA
Landplanten Reuzenbalsemien Reuzenberenklauw
X X
Zijdeplant Hemelboom Water- en oeverplanten Grote waternavel Ongelijkbladig vederkruid Parelvederkruid Smalle waterpest Verspreidbladige waterpest
X
Waterhyacint Waterteunisbloem Waterwaaier Zoogdieren
x
B B VV/E
FS FS FS -
GE/B GE/B
B
Beverrat
x
Muntjak
x
GE/B
X X X X X
B B B B B VV/E
MP/FS FS MP/FS FS MP/FS FS
X X
B B
MP/FS MP/FS
RA
RA
WS/GE/B WS/GE/B WS
VV/E
MP/FS
RA
FBE (iov provincie) WS
MP/FS
RA
FBE??
B Muskusrat Siberische grondeekhoorn
WS/GE/B WS/GE/B WS/GE/B WS/GE/B WS/GE/B WS/GE/B
X X
B 24
Beslisboom Beslisboom Draaiboek eliminatie Beslisboom Beslisboom Beslisboom Beslisboom Beslisboom Beslisboom Draaiboek eliminatie voorbereiden Beslisboom Beslisboom Wettelijke taak WS Draaiboek Eliminatie Wettelijke taak WS Beslisboom
Wasbeer
VV/E
x
Wasbeerhond Vogels
VV/E
X
Nijlgans
FS
VV/E
MP/FS
?
MP/FS ‘’ ‘’ ‘’
VV/E
Aziatische hoornaar Vissen Amoergrondel Blauwband Zonnebaars
x X X X X
x
X
FBP/Uitvplan
RA ‘’ ‘’ ‘’
FBE (iov provincie) FBE (iov provincie)
Aanpak Noord-Brabant: Beheersen1 Voorkomen vestiging/Eliminatie
Provincie brede beheerstrategie kan betekenen dat lokaal wel wordt geëlimineerd 25
Draaiboek eliminatie Draaiboek eliminatie FBP (landelijk) draaiboek cq FBP
Prov/?
Draaiboek eliminatie voorbereiden
MP/FS
Prov/?
Draaiboek eliminatie
MP/FS
Prov/WS/GE/BE
Draaiboek eliminatie Beslisboom Beslisboom
WS/GE/BE WS/GE/BE
X
Kolom
1
RA FBP/Uitvplan
(iov provincie) FBE (iov provincie) FBE (iov provincie)
x
Verklaring codes/terminologie Tabel
B: VV/E:
RA RA
B
X
Rosse stekelstaart Reptielen/amfibieën Lettersierschildpad: ondersoorten: Geelbuikschildpad Geelwangschildpad Roodwangschildpad Insecten
MP/FS
Maatregelen Masterplan: FS: RA:
Masterplan uitroeiing en beheersing Unielijstsoorten + bijlage art 17 en art 19 oktober 2017 Factsheet (per soort); zie NVWA https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieve-exoten/unielijst-invasieve-exoten Risk Assessment voor deze soort of vergelijkbaar document op webpagina NVWA (https://www.nvwa.nl/onderwerpen/invasieveexoten/risicobeoordelingen-soorten) landelijk uitgewerkt protocol (situatie maart 2020 enkel van toepassing op Aziatische duizendknoop)
Protocol: FBP/ Uitvoeringsplan: Vastgesteld Faunabeheerplan voor zover betrekking op betreffende soort. Door FBE nog te ontwikkelen uitvoeringsplan of bestrijdingsplan Uitvoering primair (Doelend op de partij die primair ‘aan de lat’ staat om bestrijding/eliminatie of beheer uit te voeren. Afhankelijk van wettelijke taak of obv opdracht provincie) GE/B: Grondeigenaar en/of Beheerder (dit laatste doelend op terreinbeherende organisaties) WS: Waterschap1 FBE: Faunabeheereenheid, in opdracht van de Provincie FBE/Gem: Faunabeheereenheid in opdracht van de Provincie of betreffende gemeente Provincie: Provincie Noord-Brabant Provincie/? Provincie Noord-Brabant laat uitvoering plaatsvinden door nader te bepalen gespecialiseerde partij/partijen
Uitwerking via Beslisboom: Draaiboek:
Nvt:
1
in geval van beheersing van soorten zal voor Noord-Brabant zoveel mogelijk worden ingezet op een gelijkvormige aanpak welke is uitgewerkt in een (landelijk of provinciaal/gebied specifieke beslisboom. in geval van Voorkómen van Vestiging en Eliminatie wordt voor de soorten welke nu al in Noord-Brabant worden waargenomen een draaiboek opgesteld hoe gehandeld gaat worden bij waarnemingen en de te nemen stappen tot voorkomen/uitsluiten vestiging (eliminatie). Daar waar in de nabije toekomst een landelijke versie van een draaiboek of bestrijdingsplan wordt opgesteld zal vanuit Noord-Brabant hier zoveel mogelijk bij worden aangesloten, waarbij de uitgangspunten van dit Plan van aanpak (zie pagina 1 van Deel II) bepalend zullen zijn voor de concrete uitvoering. Bij de drie ondersoorten van de lettersierschildpad is in deze kolom ‘draaiboek voorbereiden’ opgenomen. Hoewel deze diersoorten in Noord-Brabant worden waargenomen wordt (nog) aangenomen dat deze soort zich in het Nederlandse klimaat niet kan voortplanten. Voor deze planperiode wordt eerst ingezet op monitoring (vinger aan de pols, zie pagina 26 Deel I). Maar wordt ook begonnen met het voorbereiden van een draaiboek zodat kan worden opgetreden wanneer blijkt dat door veranderingen er toch sprake is van mogelijke voortplanting. Dit geldt overigens ook voor de waterhyacint.