20260622 Mva bij vragen Voorjaarsnota 2026
Tekst van het document
Zaaknummer: 2567 Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 22 juni 2026 Onderwerp : memorie van antwoord bij Vragen Voorjaarsnota 2026 Vraag van : Lokaal+, SVP, VVD Vragen van Lokaal+ Nr.
Locatie Voorjaarsnota
Vraag
Antwoord
1
Voorjaarsnota 2026 1. Inleiding - Inleiding
Projectvoortgang en personeel - Door krapte op de arbeidsmarkt streeft uw college naar realistische keuzes. Echter, bij diverse projecten (zoals woningbouw Raamsdonk en “Achter de Hoeven”) meldt uw college dat de voortgang is gestagneerd of vertraagd door personeelswisselingen. Dit suggereert dat de werkdruk ondanks de 'realistische keuzes' onverminderd hoog blijft.
We zijn ons bewust dat we ons moeten verhouden tot een zeer krappe arbeidsmarkt en hoe we ons dan kunnen onderscheiden als aantrekkelijk werkgever. Vanuit het programma in ontwikkeling (Grenzen Verleggen) gaan we ook aan de slag met Strategische Personeelsplanning. Daarbinnen zit de ontwikkeling van een wervings- en arbeidsmarktstrategie. Het gaat hier niet alleen over het aantrekken van talenten. Het gaat ook over het binden en boeien van onze huidige talenten. Het streven is dat zeker op de kritische functies vaste bezetting zit. Daarnaast zetten we in op het terugdringen van de flexibele schil, al moeten we ons wel realiseren dat deze deels nodig blijft om onze wendbaarheid te blijven stimuleren. Het gaat niet alleen om de structurele formatie. Onze uitdaging zit vooral in de uitdagingen die we zien in de bezetting.
2
Voorjaarsnota 2026 1. Inleiding - Inleiding
Hoe realistisch zijn uw keuzes als de werkdruk onverminderd hoogt blijft. In de nota staat dat de capaciteit en kennis niet altijd in balans zijn met de ambities. Hoe weegt uw college de noodzaak van dure externe inhuur af tegen het schrappen van ambities, nu inhuur steeds duurder wordt?
Zie antwoord op vraag 1.
3
Voorjaarsnota 2026 1. Inleiding - Inleiding
Het ravijnjaar is verschoven van 2026 naar 2028. In hoeverre biedt het voorgestelde maatregelenpakket (ombuigingen) voldoende structurele basis om het 'ravijn' in 2028 op te vangen, nu we weten dat de hulp van het Rijk voor 2026/2027 incidenteel is?
4
5
Voorjaarsnota 2026 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's Programma 3 Opgave Mens en Zorg - 3.1 Ontwikkelingen - 3.1.6 Transformatie sociaal domein - 3.2.6 Ondersteunend
Voorjaarsnota 2026 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's Programma 1 Opgave Leefbaarheid - 1.3 Investeringen - 1.3 Investeringen
Uw college stelt dat een focus op data noodzakelijk is om de transformatie in het sociaal domein en wijkgericht werken te ondersteunen. Daarnaast staat in de nota dat er nog maar minimaal op data kan worden ingezet door het vervallen van budget en verminderde capaciteit. Welk gewicht hangt uw college hiermee aan het woord ‘noodzakelijk’? Over de investeringen binnen programma 1 lezen we dat er aanzienlijke verschillen bestaan tussen de op kentallen gebaseerde kostenramingen en de uiteindelijke besteksramingen. ·Hoe verklaart uw college deze verschillen? ·Evalueert uw college de gehanteerde ramingsmethodiek op basis van kentallen? ·Past u die zo nodig aan om in de toekomst tot realistischere kostenramingen te komen?
Het voorgestelde maatregelenpakket zal opnieuw moeten worden bezien bij het uitwerken van de begroting 2027-2030. Ook zullen de financiële gevolgen van de meicirculaire 2026 vanuit het Rijk en de ambities van het nieuwe college hierbij worden betrokken, zodat vanuit daar kan worden beoordeeld of het eerder voorgestelde maatregelenpakket toereikend is of dat het maatregelenpakket moet worden herzien.
Wij hangen hier een groot gewicht aan. Data is immers essentieel voor zowel raad als college om inzichtelijk te krijgen of en in welke mate aan genoemde doelstellingen wordt voldaan, welke trendontwikkelingen plaatsvinden en welke sturing nodig is. Bovendien kan aan de hand van de data ook de juiste verantwoording aan de raad worden afgelegd.
Onderkent wordt dat de verschillen tussen de oorspronkelijke raming op basis van kentallen en de latere besteksraming aanzienlijk zijn. De belangrijkste verklaring is dat in de vroege fase wordt gewerkt met globale kentallen. Exacte hoeveelheden, lokale omstandigheden, participatieuitkomsten, technische keuzes, fasering en uitvoeringsrisico’s zijn dan nog niet volledig bekend. Bij een omvangrijk project als dit kan de afwijking in absolute zin daardoor fors zijn. Bij de verdere uitwerking zijn deze onderdelen concreter geworden. Daardoor ontstaat een nauwkeuriger, maar ook hoger kostenbeeld. Daarnaast hebben de forse prijsstijgingen in de bouw- en infrasector de afgelopen jaren duidelijk invloed gehad op de uiteindelijke raming. De gebruikte kentallen worden periodiek geactualiseerd en getoetst aan recente prijsontwikkelingen en ervaringscijfers uit projecten. Waar blijkt dat deze onvoldoende aansluiten bij de actuele praktijk of bij specifieke projectomstandigheden, worden deze aangepast. Tegelijk blijven kentallen gebaseerd op ervaringen uit het verleden, met een onzekerheidsmarge. Er wordt toegewerkt naar een samenwerking met een ingenieursbureau om bij de begroting 2028-3031 de civiele investeringen door te laten rekenen. Zo wordt in het vervolg een nauwkeuriger bedrag in de
begroting opgenomen. Daarbij moet worden vermeld dat er bij civiele projecten altijd sprake is van een bepaalde mate van fasering. Hierbij komt het er op neer dat naarmate het project verder wordt uitgewerkt, de schattingen van de kosten nauwkeuriger worden. 6
Voorjaarsnota 2026 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's Programma 2 Opgave Duurzaamheid - 2.1 Ontwikkelingen - 2.1.2 Duurzame mobiliteit 2.2.2 Duurzame mobiliteit
·Hoe realistisch acht uw college de ambitie om in 2026 en 2027 te beschikken over 300 (semi)publieke laadpunten?
•
•
·Beschikt de gemeente over een gemeentebreed uitvoerings- of plaatsingsplan waarin staat waar deze laadpunten komen? ·Zo ja, kan uw college dit plan delen of de hoofdlijnen ervan toelichten? ·In hoeverre is de gemeente zelf verantwoordelijk voor de realisatie en het beheer van (semi)publieke laadpunten.
•
•
· Welke rol is daarbij weggelegd voor commerciële aanbieders?
•
In de periode 2026 – 2027 komt het aantal publieke laadpunten vrijwel zeker op minimaal 300. De administratieve voorbereiding liggen al in lijn met de planning hiervoor De gemeente heeft een vastgesteld “Plaatsingsbeleid openbare laadpalen” Daarin staan geen exacte locaties benoemd, maar wel de kaders en randvoorwaarden waar een publieke laadpaal kan komen. Daarnaast is er op basis van deze voorwaarden een plankaart gemaakt die ook rekening houdt met demografische kenmerken en de groei van het aantal elektrische voertuigen. De plankaart geeft alle mogelijke locaties weer waar een laadpaal zou kunnen komen. De via de concessie verbonden exploitant van de laadpalen kan op basis van die plankaart de planning van de plaatsingen bepalen. Het plaatsingsbeleid is te vinden via : https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb2022-41676.html. In 2026 wordt een start gemaakt om dit beleid te herzien. De gemeente is niet per definitie verantwoordelijk voor het hebben van openbare laadvoorzieningen in de openbare ruimte. Dat we deze voorzieningen hebben vloeit voort uit de nationale doelstelling dat alle nieuw verkochte personenauto's in 2030 volledig uitstootvrij (elektrisch of op waterstof) moeten zijn. Het uiteindelijke doel is een volledig klimaatneutraal wagenpark in 2050. De gemeente faciliteert met haar plaatsingsbeleid deze nationale doelstellingen.
In de praktijk doen we dit in Brabant en Limburg door samen met de aangesloten gemeenten mee doen aan de provinciale concessie voor het plaatsen van publiek laadpalen. De commerciële aanbieder die via de concessie aan ons verbonden is heeft het alleenrecht en de plicht om openbare laadpalen in de aangesloten gemeenten te plaatsen en te exploiteren. De plaatsing en het beheer en onderhoud zijn hierbij op rekening van de exploitant.
7
8
9
Voorjaarsnota 2026 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's Programma 2 Opgave Duurzaamheid - 2.1 Ontwikkelingen - 2.1.1 Energietransitie - 2.2.1 Energietransitie
Voorjaarsnota 2026 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's Programma 4 Opgave Wonen - 4.1 Ontwikkelingen - 4.1.1 Woonruimte naar behoefte - 4.2.2 Woonruimte naar behoefte
Voorjaarsnota 2026 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's Programma 3 Opgave Mens en Zorg - 3.1 Ontwikkelingen - 3.1.6 Transformatie sociaal domein - 3.2.6 Ondersteunend
Duurzaamheid - De deelname aan Powerport ziet uw college als een grote kans voor de duurzaamheidsambitie. Hoe rijmt uw college deze ambitieuze deelname met het gegeven dat u budgetten voor het energiesysteem van de toekomst en inkoopacties voor inwoners juist schrapt of verlaagt? · Waarop is de verwachte stijging van het aantal inwoners met een voorrangsbewijs op grond van de Huisvestingsverordening gebaseerd? · In de begroting wordt uitgegaan van 340 inwoners in 2025, 420 in 2026 en 500 in 2027, terwijl op de peildatum van 27 mei 2025 sprake was van 305 inwoners. Kan uw college toelichten welke aannames en ontwikkelingen aan deze prognose ten grondslag liggen? Sociaal domein - Uw college zet in op een transformatie waarbij groei moet afvlakken van 10% naar 4% per jaar door inzet op de 'voorkant' (wijkvoorzieningen). Welke concrete indicatoren gebruikt uw college om te monitoren of deze investering in wijkvoorzieningen daadwerkelijk leidt tot de beoogde daling in het beroep op zwaardere individuele voorzieningen?
De tekst waarnaar u refereert kunnen wij niet vinden in de voorjaarsnota. Desalniettemin is de reactie op uw vraag: de budgetten voor het energiesysteem van de toekomst en inkoopacties voor inwoners hebben geen relatie tot Powerport. Het programma Powerport, zoals door uw raad vastgesteld in september 2025, wordt niet gefinancierd uit de door u genoemde budgetten.
Op 27 mei 2025 waren er inderdaad 305 inschrijvingen met voorrang op basis van maatschappelijke voorrang. Op 4 december 2025 was dat aantal 354. Voor de jaren 2026 en 2027 hebben wij de aanname gemaakt dat dat aantal per jaar met 80 groeit op basis van extrapolatie. Er ligt geen uitgebreide analyse aan deze prognose ten grondslag.
Het versterken van wijkvoorzieningen en wijkgericht samenwerken is onderdeel van een bredere beweging binnen het sociaal domein. Deze beweging richt zich op het versterken van de sociale basis, het vergroten van de zelfredzaamheid van inwoners en het vroegtijdig signaleren en aanpakken van ondersteuningsvragen. Het doel hiervan is dat inwoners passende ondersteuning zo dicht mogelijk bij huis kunnen vinden en waar mogelijk minder afhankelijk worden van zwaardere vormen van zorg en ondersteuning. De verwachte afvlakking van de kostenontwikkeling binnen het sociaal domein is het resultaat van een samenhangend pakket aan maatregelen. De versterking van wijkvoorzieningen is daar één onderdeel van. Het effect kan daarom niet worden toegeschreven aan één afzonderlijke interventie. Om de ontwikkeling van de sociale basis en het gebruik van ondersteuning te volgen, monitort het college onder andere de volgende indicatoren: • de instroom in maatwerkvoorzieningen binnen de Wmo en Jeugdwet; • herhaalaanvragen en doorverwijzingen naar
zwaardere vormen van ondersteuning; • het gebruik en bereik van algemene voorzieningen; • cliënttevredenheid. • aantal burgerinitiatieven • aantal bewoners die zich inzetten voor bewonerscomité.
Vragen van VVD Nr.
Locatie Voorjaarsnota
Vraag
Antwoord
10
Voorjaarsnota 2026 - 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's - Programma 1 Opgave Leefbaarheid - 1.3 Investeringen - 1.3 Investeringen
Voor de projecten Heemraadsingel, Luiten Ambachtstraat en Kerklaan worden de kredieten gezamenlijk met circa € 2,7 miljoen verhoogd. Wanneer zijn deze oorspronkelijke kredieten door de raad vastgesteld en op basis van welke ramingsmethodiek zijn deze toen bepaald?
De oorspronkelijke kredieten voor deze projecten zijn door de raad vastgesteld in 2024 en bij de vaststelling van de begroting 20252028. Deze kredieten waren gebaseerd op ramingen op kentallenniveau. Dat past bij de fase waarin de projecten zich toen bevonden. Er was toen nog sprake van een globale uitwerking, waarbij exacte hoeveelheden, technische detaillering, lokale omstandigheden, fasering, uitvoeringsrisico’s en participatie-uitkomsten nog niet volledig bekend waren. Het gaat bovendien om een omvangrijk project met meerdere wegvakken en een langere doorlooptijd. Bij een dergelijk project kunnen verschillen tussen een globale raming en een latere besteksraming in absolute zin snel fors worden. In de verdere voorbereiding zijn de ontwerpen uitgewerkt, zijn de resultaten van participatie verwerkt en zijn de ramingen verfijnd naar besteksniveau. Daarbij is een concreter en actueler kostenbeeld ontstaan. Dit verklaart waarom nu een bijstelling van de kredieten wordt voorgesteld. Er wordt toegewerkt naar een samenwerking met een ingenieursbureau om bij de begroting 2028-3031 de civiele investeringen door te laten rekenen. Zo wordt in het vervolg een
nauwkeuriger bedrag in de begroting opgenomen. Daarbij moet worden vermeld dat er bij civiele projecten altijd sprake is van een bepaalde mate van fasering. Hierbij komt het er op neer dat naarmate het project verder wordt uitgewerkt, de schattingen van de kosten nauwkeuriger worden. 11
Voorjaarsnota 2026 - 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's - Programma 1 Opgave Leefbaarheid - 1.3 Investeringen - 1.3 Investeringen
De toelichting vermeldt dat de oorspronkelijke raming op kentallen was gebaseerd en achteraf te optimistisch bleek. Welke kwaliteitsborging heeft plaatsgevonden voordat de kredieten aan de raad zijn voorgelegd?
De kredieten die aan de raad zijn voorgelegd, zijn gebaseerd op ramingen binnen de toen beschikbare projectinformatie en op de op dat moment beschikbare kentallen en uitgangspunten. Achteraf moet worden vastgesteld dat deze ramingen, mede gezien de omvang en complexiteit van het project, te optimistisch zijn geweest. In de vroege fase waren met name exacte hoeveelheden, lokale omstandigheden, participatieuitkomsten, fasering en uitvoeringsrisico’s nog niet volledig bekend. Daarnaast hebben de forse prijsstijgingen in de bouw- en infrasector invloed gehad. Bij een omvangrijk project kunnen dergelijke afwijkingen in absolute zin fors oplopen. Uitgangspunten voor ramingen worden jaarlijks bijgesteld. Feit blijft dat deze gebaseerd zijn op ervaringen uit het verleden. Er wordt toegewerkt naar een samenwerking met een ingenieursbureau om bij de begroting 2028-3031 de civiele investeringen door te laten rekenen. Zo wordt in het vervolg een nauwkeuriger bedrag in de begroting opgenomen. Daarbij moet worden vermeld dat er bij civiele projecten altijd sprake is van een bepaalde mate van fasering. Hierbij komt het er op neer dat naarmate het project verder wordt uitgewerkt, de schattingen van de kosten nauwkeuriger worden.
12
Voorjaarsnota 2026 - 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's - Programma 1 Opgave Leefbaarheid - 1.3 Investeringen - 1.3 Investeringen
Kan per project worden gespecificeerd welk deel van de kredietverhoging wordt veroorzaakt door prijsstijgingen, onvoorziene omstandigheden en oorspronkelijke onderschatting?
Een exacte uitsplitsing per project naar prijsstijgingen, onvoorziene omstandigheden en oorspronkelijke onderschatting is niet betrouwbaar te maken. Het project Het Lint is inhoudelijk één samenhangend project, met één ontwerpproces, één integrale raming en uiteindelijk één aanbesteding. Voor de begroting en kredietbewaking is het project administratief verdeeld over de afzonderlijke wegvakken. Die verdeling is in hoofdzaak naar rato van de weglengte gemaakt. Op hoofdlijnen wordt de kredietverhoging veroorzaakt door een combinatie van factoren. Een deel hangt samen met prijsstijgingen in de bouw- en infrasector. Daarnaast is bij de verdere uitwerking meer inzicht ontstaan in exacte hoeveelheden, technische keuzes, lokale omstandigheden, fasering en uitvoeringsrisico’s. Ook zijn participatie-uitkomsten verwerkt in het ontwerp. Als initieel een raming wordt gemaakt op basis van kentallen, kunnen bij een omvangrijk project zoals dit project de afwijkingen in absolute zin fors oplopen. Hierdoor is de eerdere globale raming op kentallenniveau bijgesteld naar een concreter en actueler kostenbeeld. Er wordt toegewerkt naar een samenwerking met een ingenieursbureau om bij de begroting 2028-3031 de civiele investeringen door te laten rekenen. Zo wordt in het vervolg een nauwkeuriger bedrag in de begroting opgenomen.
Daarbij moet worden vermeld dat er bij civiele projecten altijd sprake is van een bepaalde mate van fasering. Hierbij komt het er op neer dat naarmate het project verder wordt uitgewerkt, de schattingen van de kosten nauwkeuriger worden.
13
Voorjaarsnota 2026 - 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's - Programma 3 Opgave Mens en Zorg - 3.2 Afwijkingen reguliere taken - 3.2 Afwijkingen reguliere taken
Bij gezinshuizen ontstaat een voordeel van € 385.000, terwijl tegelijkertijd nadelen zichtbaar zijn bij verblijfzorg, jeugdhulpbegeleiding en GGZzorg. Betreft dit vooral een verschuiving tussen zorgvormen of is sprake van een daadwerkelijke afname van de zorgvraag?
De toewijzing van jeugd aan trajecten binnen gezinshuizen varieert jaarlijks en is met name afhankelijk van wat de zorgverwijzers nodig achten voor onze jeugd. Het gaat dus niet zozeer om een verschuiving van zorgvormen dan wel een daadwerkelijke afname van zorgvraag, maar veeleer om de doorverwijzing naar het op dat moment meest passende zorgtraject voor een jeugdige.
14
Voorjaarsnota 2026 - 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's - Programma 3 Opgave Mens en Zorg - 3.2 Afwijkingen reguliere taken - 3.2 Afwijkingen reguliere taken
Zijn de huidige budgetten voor jeugdhulp gebaseerd op actuele realisatiecijfers van WBO Breda?
De huidige budgetten voor jeugdhulp zijn gebaseerd op de meest recente realisatiecijfers die door WBO Breda aan de gemeente Geertruidenberg zijn aangeleverd. Deze cijfers zijn echter nog niet definitief, mede als gevolg van capaciteitsbeperkingen bij WBO Breda.
15
Voorjaarsnota 2026 - 3. Tussenrapportage 2026-1 - 3.1 Programma's - Programma 7 Opgave Financiën en Organisatie - 7.2 Afwijkingen reguliere taken 7.2 Afwijkingen reguliere taken
Voor organisatieontwikkeling wordt aanvullend € 48.000 gevraagd. Welke concrete activiteiten worden hiermee gefinancierd, welke resultaten worden in 2026 verwacht en op welke wijze wordt de raad hierover geïnformeerd?
Als antwoord op de door VanDeLaar geconstateerde aandachtspunten (‘Aan de grens’) werkt de organisatie aan een programma (Grenzen Verleggen), bestaande uit vier pijlers (Processen en Systemen (verslimmen), Inzicht & Overzicht (management- en stuurinformatie), Sterk MT/ Leiderschapsontwikkeling (versterken) en Strategische Personeelsplanning (SPP). Om dit programma te kunnen starten, is per februari 2026 een kwartiermaker aangesteld (na wegvallen adjunct directeur). Er is aanvullend budget geclaimd om een start met het programma te kunnen maken. Er is o.a. uit dit budget een management development traject voor het DMT ingezet (pijler Sterk MT/ Leiderschap), gericht op versterken van collectief leiderschap en teamvorming en er zijn kosten gemaakt voor communicatie/ personeelsbijeenkomsten.
XX
Kan een overzicht worden verstrekt van alle investeringskredieten die sinds 2024 meer dan 20% afwijken van het oorspronkelijk gevoteerde krediet, inclusief oorzaak, besluitvorming en eventuele verbetermaatregelen? Welke investeringen kennen momenteel het grootste risico op toekomstige kredietoverschrijdingen en welke beheersmaatregelen zijn hiervoor getroffen? Op welke wijze wordt de raad tussentijds geïnformeerd wanneer projectramingen substantieel afwijken van de oorspronkelijke kredietaanvraag?
De beantwoording van deze vraag kost meer ambtelijke voorbereiding dan nu voorhanden is.Voordat de besluitvormende raad plaatsvindt zal, via een aparte MVA, hierop bij de raad worden teruggekomen. Met griffie afgestemd.
Vragen van SVP Nr.
Locatie Voorjaarsnota
Vraag
Antwoord
16
Voorjaarsnota 2026 - 2. Samenvatting - Samenvatting
Bij eerste lezing lijkt het alsof er toch € 759.000 extra CDOKEgelden worden ontvangen. Weer eens terugbladerend blijkt dat het gaat om een extra bedrag van € 317.000 in 2026 en € 304.000.
De constatering klopt. Er vindt per 2026 een verschuiving plaats van SPUK-gelden (t/m 2025) naar gelden vanuit de Algemene uitkering (vanaf 2026). Per saldo ontvangt de gemeente inderdaad de genoemde bedragen van € 317.000 en € 304.000 voor latere jaren extra ten opzichte van de eerdere ontvangst vanuit de SPUK-gelden.
Boekhoudkundig klopt het, maar vind dit wel verwarrend. Graag een toelichting of mijn lezing klopt?
In het genoemde overzicht in het raadsvoorstel is een splitsing gemaakt in mutaties vanuit de organisatie (regel ‘Turap 2026-1’) en de mutaties vanuit de Algemene uitkering vanuit het gemeentefonds (de regels daaronder), waardoor het netto effect daarin niet zichtbaar is. Echter, in de verdere uitwerking van de voorjaarsnota wordt uiteindelijk uitleg gegeven over de financiële gevolgen van deze wijziging aan zowel de ontvangstenzijde als de uitgavenzijde.
17
Voorjaarsnota 2026 - 2. Samenvatting - Samenvatting
Voor 2026 wordt uitgegaan van negatief resultaat op de begroting van € 1.599.000. Graag een uitsplitsing en specificatie van dit bedrag. VRAAG:
De beantwoording van deze vraag kost meer ambtelijke voorbereiding dan nu voorhanden is. Voordat de besluitvormende raad plaatsvindt zal, via een aparte MVA, hierop bij de raad worden teruggekomen. Met griffie afgestemd.
a. Welk deel van dit bedrag betreft een structureel nadeel en welk deel betreft een incidenteel nadeel ?
18
Voorjaarsnota 2026 - 1. Inleiding Inleiding
b. Graag zowel wat betreft structureel als incidenteel nadeel een specificatie per begrotingsprogramma ? onder ‘Een gezonde financiële positie Er wordt opgemerkt (citaat): “In de afgelopen 4 jaar hebben we door incidentele meevallers en door scherp budgetbeheer onze financiële positie versterkt. Ons eigen vermogen is toegenomen van circa 13 miljoen naar 32 miljoen.” Dit betreft de periode 01-01-2022 tot 01-01-2025. Echter blijkt uit de onderliggende stukken (jaarstukken) van de 4 jaren 2022 t/m 2025 dat de toename van het eigen vermogen uitsluitend veroorzaakt is door meevallers zoals grondverkopen, gelden t.b.v. ontheemden, hogere algemene uitkering. VRAAG: Wat heeft het scherpe budgetbeheer opgeleverd?
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,
J. Donkers
M.M. van Toorenburg
Door het continue monitoren van de budgetten in samenspraak met de budgethouders wordt gestuurd op zo realistisch mogelijk begroten. De effecten daarvan kunnen helaas niet kwantitatief zichtbaar worden gemaakt, omdat deze niet separaat worden geregistreerd.