CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

20251113 Raadsvoorstel Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

De raad besluit 13 november 2025, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Beleidskaders Verbonden Partijen 20275.591 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Aan Raadsvergadering Agendanummer Onderwerp Portefeuillehouder

Zaaknummer : 20250827134380 : Raad van Geertruidenberg : 13 november 2025 : : Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen : H.H.M. de Jongh

Voorstel 1. De financiële kaders voor de begroting 2027 van alle Verbonden Partijen vast te stellen, met uitzondering van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, Beschermd Wonen en Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en wel als volgt: a. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. b. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. c. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven. Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor.

Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. d. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. e. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve

bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden). f. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. g. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit. 2. Aan alle Verbonden Partijen, met uitzondering van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, als aanvulling op de financiële kaders de volgende richtlijn mee te geven: De gemeente Geertruidenberg gaat enkel akkoord met de begrotingen 2027 van de Verbonden Partijen als daarin de nul-lijn voor 2027 wordt gehanteerd, tenzij afwijking van die lijn noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan wettelijk verplichte taken of door de gemeenteraad van Geertruidenberg vastgestelde beleidsdoelstellingen. 3. De volgende aanvullende financiële richtlijnen vast te stellen voor de verbonden Partijen: a.

Ten aanzien van de Regio West Brabant voor het Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEAindex. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie. b. Ten aanzien van de SVHW geldt dat voor de samenstelling van de Begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2027-2030 naast de vermelde autonome ontwikkelingen in de Kadernota 2027 de volgende kaders en uitgangspunten van toepassing zijn: i. Er is sprake van structureel en reëel evenwicht in de begroting en het meerjarenperspectief. De structurele lasten zijn gedekt door structurele baten; ii. De begroting dient te voldoen aan de Wettelijke regels begroting van het BBV, hierbij is onder andere aandacht voor: 1. Overzicht van incidentele baten en lasten; 2. Specificatie van baten en lasten per programma; 3. (Prestatie) indicatoren; 4. Verloopoverzicht van het Eigen Vermogen; 5. Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing; iii. De begroting wordt opgesteld op basis van bestaand beleid van deelnemers. In de begroting 2026 wordt dan ook vooralsnog geen nieuw beleid verwerkt. Nieuw beleid wordt separaat aangegeven en voorzien van een kostenbegroting, maar wordt niet verwacht. 4.

De beleidsinhoudelijke kaders voor 2027 voor de diverse Verbonden Partijen vast te stellen en wel als volgt: a. Ten behoeve van de Regio West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: In de begroting 2027 wordt in heldere taal aangegeven: i. Welke doelen uit de strategische agenda en actieprogramma 2024 – 2028 in 2027 worden gerealiseerd; ii. Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd; iii. Of, en zo ja op welke wijze er voor de uitvoering van de actieagenda samenwerking nodig is met de Stedelijke Regio’s, Rewin en/of de Baroniesamenwerking en hoe dit wordt vormgegeven; iv. De RWB werkt aan een organisatie ‘nieuwe stijl’. Dit leidt mogelijk tot een herziening van de inrichting en het takenpakket van de RWB. De gevolgen hiervan op zowel de financiële als beleidsmatige kant van de RWB begroting worden helder onderbouwd in de begroting opgenomen. Wanneer taken overgaan naar andere organisaties of komen te vervallen, vervallen uiteraard ook de middelen bij de RWB. b. Ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; c. Ten behoeve van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: i.

De RAV waarborgt onder de Wet ambulancezorgvoorzieningen de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen. Onderwerp: Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

p. 2/10

ii. De nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg is naar verwachting in 2027 volledig geïmplementeerd. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. De RAV verwerkt de nieuwe urgentie-indeling in haar begroting waarbij inzage in de responstijden op A0 en A1 (voorheen A1 en A2 ritten) behouden blijft. Uitgangspunt dient te zijn dat in het hele werkgebied de responstijd voor A0 ritten met niet meer dan 5% wordt overschreden (melding-aankomst meer dan 15 minuten). iii. In haar begroting geeft de RAV aan wat het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS betekenen voor de ambulancezorg in haar werkgebied. De beleidsagenda kent drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. iv. In het werkgebied van de RAV liggen meerdere gemeenten die grenzen aan België. Grensoverschrijdende samenwerking is in de ambulancezorg van belang voor het bieden van snelle en effectieve hulp. De RAV geeft in haar begroting aan hoe deze samenwerking er uitziet en welke mogelijkheden zij ziet om de grensoverschrijdende samenwerking verder te optimaliseren. d. Ten behoeve van de GGD West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: i.

Wij verwachten dat de GGD West-Brabant (samen met de GGD Hart voor Brabant) in samenspraak met de deelnemende gemeenten een vervolg van het meerjarenbeleidsplan 2023-2026 opstelt en presenteert, welke in lijn is met de gezamenlijke toekomstvisie ‘Wij maken samen gezond gewoon’ en de ingezette bestuurlijke bezuinigingsopdracht van 4%. Tevens dient dit plan in het lopende proces van verkenning tot verdergaande samenwerking, Samen Sterker, meegenomen te worden. ii. De GGD geeft in de kadernota en Beleidsbegroting 2027 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan het nieuwe, nog op te stellen beleidsplan 2026-2030. iii. Gezien de afnemende financiële middelen vanaf 2026 verwachten gemeenten ook in 2027 beleidsmatige keuzes te moeten maken. Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie met voorrang in samenspraak met het ambtenarenoverleg, of een delegatie daarvan, levert en dit benodigde inzicht/transparantie meeneemt in de verdere uitwerking van Samen Sterker. In het traject Samen Sterker dient een vergelijk in het productenaanbod tussen beide GGD’en op een eenduidige en eenvoudige wijze te maken zijn. iv.

Van de GGD verwachten de gemeenten dat met de verdere uitwerking van Samen Sterker naast de bestuurders ook de ambtenaren en gemeenteraden tijdig betrokken worden, op een dusdanig moment zodat zij de mogelijkheid hebben om de uitkomst van het traject wezenlijk kunnen beïnvloeden. Afstemming met het Algemeen Bestuur van de GGD Hart voor Brabant spreekt voor zich. Aan beide besturen dienen dezelfde voorstellen/besluiten te worden voorgelegd. Men dient o.a. oog te hebben voor de gewenste lokale nabijheid van de GGD, de kosten van dit proces en de zeggenschap van de deelnemende gemeenten in de samenwerking. e. Ten behoeve van de Nazorg gesloten Stortplaatsen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; f. Ten behoeve van de Wava/MidZuid de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: i. De wet- en regelgeving op het gebied van het bieden van werk aan mensen met een arbeidsbeperking is continu in beweging. We verwachten dat MidZuid anticipeert op de aanpassingen in de Participatiewet, de veranderingen in de regelgeving rondom het beschut werk en de veranderingen van de arbeidsmarktinfrastructuur. Deze veranderingen zien we graag op een adequate en efficiënte manier terug in de begroting 2027. ii. MidZuid zet in op ontwikkeling zodat inwoners die vallen onder de Participatiewet zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers geplaatst worden.

Hierbij dient zoveel mogelijk uitgegaan te worden van een arbeidsovereenkomst bij de reguliere

Onderwerp: Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

p. 3/10

werkgever. Bij inzet van een detacheringsconstructie is het uitgangspunt dat dit een tijdelijk karakter heeft. iii. MidZuid houdt inzichtelijk welke activiteiten en risico’s verbonden zijn aan de afbouw van het huidige SW-bestand in combinatie met de opdrachtportefeuille en stelt maatregelen voor om nadelige financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Dit kan ook betekenen dat bepaalde activiteiten worden verminderd, afgestoten of gewijzigd voor een optimaal maatschappelijk en financieel resultaat. iv. De uitwerkingen van de strategische toekomstvisie worden opgenomen in de begroting 2027. Het streven hierbij is een meer stabiele en voorspelbare situatie in de financiële lasten voor MidZuid en de deelnemende gemeenten. Ook de consequenties voor de huisvesting worden hierbij meegenomen. Tot de besluitvorming worden investeringen in het gebouw beperkt tot noodzakelijk wettelijk onderhoud, behalve als het algemeen bestuur anders besluit. g. Ten behoeve van de regeling Regionaal Bureau Leren (RBL) geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; h. Ten behoeve van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: i.

De OMWB geeft in de begroting 2027 een meerjarenprognose van de aard en omvang van de te verwachten werkzaamheden in relatie tot alle voorziene (beleidsmatige) ontwikkelingen, hoe de omgevingsdienst hierop denkt in te spelen én geeft hierbij een duiding van de bijbehorende financiële gevolgen ii. De noodzaak tot herziening van de MWB-norm en het komen tot een nieuwe financieringsopzet worden door de deelnemers en de OMWB onderschreven. Het proces moet nog worden doorlopen. Naar verwachting wordt dit opgenomen in de kaderbrief 2027, waarbij dan ook mogelijk wordt ingegaan op de (potentiële) gevolgen voor de (meerjaren)begroting 2027 en verder. iii. De OMWB heeft nog geen kaderbrief 2027 gereed. Hierdoor kan nog niet worden aangegeven hoe de doorontwikkeling vorm krijgt en welke ontwikkelingen worden gerealiseerd. i. Ten behoeve van het Centrum voor Jeugd en Gezin geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; j. Ten behoeve van Beschermd Wonen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; k. Ten behoeve van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; l. Ten behoeve van SVHW geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen. Samenvatting De gemeente neemt deel aan diverse gemeenschappelijke regelingen (de zogenaamde Verbonden Partijen).

Deze Verbonden Partijen dienen veelal voor 1 maart 2026 hun kaderbrief 2027 in, waarin zijn aangeven welke uitgangspunten zij zullen gaan hanteren bij het opstellen van hun begroting 2027. Voorafgaand daaraan kunnen de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten de financiële en beleidsinhoudelijke kaders voor deze kaderbrief (en de daaraan gerelateerde begroting 2027) aan de Verbonden Partijen kenbaar maken. Inleiding Gelijktijdig met het vaststellen van de gemeentebegroting 2026 wordt het beleidskader voor de Verbonden Partijen voor 2027 vastgesteld. Het betreft hier beleidsinhoudelijke en financiële uitgangspunten die de Verbonden Partijen dienen te gebruiken bij het opstellen van hun kaderbrief 2027 en hun begroting 2027. Deze procedure is conform de kaderstellende spelregels Verbonden Partijen zoals deze op 20 juni 2024 door uw gemeenteraad (en alle andere gemeenteraden in West-Brabant) is vastgesteld. In de Paragraaf Verbonden Partijen van de gemeentebegroting 2027 wordt hierop nader ingegaan.

Onderwerp: Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

p. 4/10

De gemeente Geertruidenberg neemt deel aan de volgende gemeenschappelijke regelingen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Regio West-Brabant (RWB); Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant; Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord; Openbare Gezondheidszorg West-Brabant (GGD West-Brabant); Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen; Wava/MidZuid; Uitvoering administratieve en inhoudelijke taken betreffende het voorkomen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (Regionaal Bureau Leren); 8. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB); 9. BVO Centrum voor Jeugd en Gezin Drimmelen Geertruidenberg (CJG); 10. Beschermd Wonen; 11. Geweld in Afhankelijkheidsrelaties (GIA); 12. Samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW). De gemeenschappelijke regelingen Beschermd Wonen en Geweld in Afhankelijkheidsrelaties vallen gedeeltelijk buiten de reikwijdte van dit raadsvoorstel. De reden hiervoor is dat beide regelingen zogenaamde centrumregelingen zijn, waarbij de samenwerkende gemeenten de centrumgemeente, in dit geval Breda, gemandateerd hebben om een aantal taken uit te voeren. Hierdoor gelden er, wat betreft het beschikbaar stellen van budgetten, andere regels. Uw raad bepaalt namelijk in beide gevallen bij het vaststellen van de gemeentebegroting 2027 de bijdrage voor 2027. Het aangeven van financiële richtlijnen is daarom niet aan de orde.

Wel is ten aanzien van beide regelingen een bijlage bijgevoegd met daarin het doel van de regeling, de ontwikkelingen in 2026 en eventuele beleidsmatige richtlijnen. Met ingang van 1 januari 2025 is onze gemeente aangesloten bij het samenwerkingsverband Vastgoedinformatie Heffing en Waardebepaling (SVHW) die voor de gemeente onder meer de heffing en inning van de belastingen uitvoert. De functionaliteiten die op dit moment zijn ondergebracht bij het CJG (zoals preventie, toegang, triage, lichte ondersteuning en regievorming) worden per 1 januari 2027 geïntegreerd in het Stevig Lokaal Team (SLT). Dit heeft directe gevolgen voor de huidige rol en organisatievorm van het CJG binnen de Gemeenschappelijke Regeling (GR) Drimmelen-Geertruidenberg. De impact wordt momenteel onderzocht. Daarbij is het voor Drimmelen en Geertruidenberg ook relevant wat deze transitie betekent voor de toekomst en continuïteit van de huidige bedrijfsvoeringsorganisatie binnen de GR CJG DG. Over de uiteindelijke positionering van het CJG in de toekomst zal nog apart besluitvorming moeten plaatsvinden. Vanwege de onduidelijkheid omtrent het CJG worden geen financiële- of beleidsmatige richtlijnen opgenomen.

Bijdrage aan maatschappelijke opgave / strategische doelstelling / beoogd (maatschappelijk) effect De werkzaamheden van de twaalf Verbonden Partijen waarin wij samenwerken met andere gemeenten bestrijken verschillende maatschappelijke opgaven en dragen bij aan verschillende maatschappelijke effecten, waaronder het versterken van het bedrijfsleven (de RWB in relatie tot de opgave economie en toerisme) en de intensivering van de vrijetijdseconomie (de RWB in relatie tot de opgave economie en toerisme). Daarnaast dragen de werkzaamheden van onder meer de GGD, het CJG, het Regionaal Bureau Leren, Wava/MidZuid, Beschermd Wonen en GIA bij aan het realiseren van diverse maatschappelijke effecten van de opgave Mens en Zorg. Op het gebied van de opgave duurzaamheid vervullen de RWB, de OMWB en de Nazorg gesloten stortplaatsen een rol en voor wat betreft de opgave leefbaarheid kent de RWB de nodige werkzaamheden op dit gebied, evenals de Veiligheidsregio. Argumenten 1.1 en 1.3 Ten aanzien van de financiële kaders voor alle Verbonden Partijen en de specifieke financiële richtlijnen voor de verschillende Verbonden Partijen In de nota Verbonden Partijen, zoals deze door de gemeenteraden in West Brabant zijn vastgesteld (uw raad heeft deze nota op 20 juni 2024 vastgesteld) worden de algemene financiële kaders voor de Verbonden Partijen opgesomd.

De nota Verbonden Partijen is als bijlage gevoegd bij dit raadsvoorstel. Daarnaast zijn in regionaal verband de specifieke financiële kaders ambtelijk besproken en is hiervoor per Verbonden Partij een voorstel gedaan. Dit vindt u terug in de diverse bijlagen behorend bij het raadsvoorstel. 1.2 Deze aanvullende financiële richtlijn komt voor uit de door de gemeenteraad aangenomen motie op 20 juni 2024 Alle verbonden partijen zijn op de hoogte gesteld van de door uw raad aangenomen motie tijdens de raad besluit van 20 juni, waarin u de jaarrekening 2023 en de begroting 2025 hebt behandeld. Om de door u aangenomen motie nogmaals onder de aandacht te brengen, stellen wij voor om de tekst van de motie als extra financieel uitgangspunt aan de Verbonden Partijen mee te geven ten behoeve van de op te stellen Onderwerp: Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

p. 5/10

Kaderbrief 2027. Er wordt een uitzondering gemaakt voor de RAV, omdat deze Verbonden Partij geen bijdrage vanuit de gemeente ontvangt. 2. Ten aanzien van de beleidsinhoudelijke kaders In regionaal verband zijn de beleidsinhoudelijke kaders ambtelijk besproken en voor elke Verbonden Partij is hiertoe een voorstel gedaan. De uitkomsten na afstemming binnen de gemeente vindt u terug in de diverse bijlagen behorend bij het raadsvoorstel. Kanttekeningen De gemeente Geertruidenberg neemt deel aan diverse Gemeenschappelijke Regelingen. Besluitvorming over de financiële en beleidsmatige aangelegenheden van deze Verbonden Partijen geschiedt bij meerderheid van stemmen in de desbetreffende gemeenschappelijke regeling. De individuele invloed van onze gemeente is daarom beperkt. Financiën De financiële richtlijnen voor 2027 worden meegenomen in de voorbereiding van de gemeentebegroting 2027. Communicatie De Verbonden Partijen worden van uw besluit op de hoogte gesteld. Inclusieve samenleving Het betreft hier een regulier onderdeel van de P&C cyclus van de Verbonden Partijen, waarbij fundamentele beleidswijzigingen ten aanzien van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners niet aan de orde zijn. Afstemming t.a.v. de inclusieve samenleving is derhalve niet van toepassing.

Uitvoering De financiële en beleidsinhoudelijke richtlijnen die uw raad voor de Verbonden partijen vaststelt worden door de Verbonden Partijen meegenomen bij het opstellen van hun Kaderbrief 2027 die veelal voor 1 maart aan de deelnemende gemeenten worden toegezonden. In die Kaderbrief moeten de Verbonden Partijen aangeven of zij al dan niet de richtlijnen hebben overgenomen. Bijlagen 1. Specifieke richtlijnen RAV 2. Specifieke richtlijnen GGD 3. Specifieke richtlijnen Nazorg Gesloten Stortplaatsen 4. Specifieke richtlijnen Wava/MidZuid 5. Specifieke richtlijnen Regionaal Bureau Leren 6. Specifieke richtlijnen Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant 7. Nota verbonden Partijen 2024 8. Motie 20 juni 2024 inzake begroting 2026 Verbonden Partijen

Een ontwerpbesluit bieden wij u hierbij vaststelling aan.

Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,

N. Bovenhorst

Onderwerp: Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

M. van Toorenburg

p. 6/10

De raad van de gemeente Geertruidenberg; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg. Besluit: 1. De financiële kaders voor de begroting 2027 van alle Verbonden Partijen vast te stellen, met uitzondering van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, Beschermd Wonen en Geweld in Afhankelijkheidsrelaties en wel als volgt: a. We verwachten van het bestuur van de gemeenschappelijke regeling dat zij een structureel sluitende meerjarenbegroting, waarin vier jaar vooruit wordt gekeken, aanbiedt aan de deelnemers. De gemeenschappelijke regeling vermeldt duidelijk de uitgangspunten die gebruikt zijn voor de begroting voor het komende jaar. In de begroting voor het komende jaar neemt de gemeenschappelijke regeling ook een overzicht op met de bijdragen voor de komende vier jaar per deelnemer. b. De begroting wordt opgesteld op basis van ongewijzigd beleid. Er worden dus geen nieuwe taken of uitbreiding van bestaande taken in de primitieve begroting opgenomen, behalve als dit eerder door het algemeen bestuur is besloten. c. De begroting bevat een overzicht met het verloop van aanwezige reserves. In dit overzicht is te zien wanneer de reserve wordt ingezet en voor welk bedrag per jaar. Hierin wordt ook het doel van de reserve omschreven.

Wanneer een reserve 2 jaar of langer niet wordt ingezet, dan legt de gemeenschappelijke regeling de instandhouding of vrijval van deze reserve in de besluitvorming bij de ontwerpbegroting voor. Het uitgangspunt is dat deze reserve op dat moment vrijvalt. Wordt er niet besloten tot vrijval dan geeft de gemeenschappelijke regeling in de ontwerpbegroting de planning en het doel van de uitgaven voor deze reserve opnieuw aan. Via de ontwerpbegroting worden de gemeenteraden in de gelegenheid gesteld hierop een zienswijze in te dienen. d. De bijdrage van de deelnemende gemeenten in de begroting voor het komende jaar stijgt maximaal met de geldende CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de prijsontwikkeling uit de meest recente circulaire. Voor het opstellen van zowel de kaderbrief als de begroting gebruikt de gemeenschappelijke regeling de dan meest recente circulaire voor zowel de loon- als de prijsindex. Hiervoor gebruiken we de meest recente ramingen zoals opgenomen in het Centraal Economisch Plan van het Centraal Plan Bureau. Voor de loonontwikkeling wordt hierbij ‘de index van de loonvoet sector overheid’ gevolgd en voor de prijsontwikkeling ‘de index van de netto materiele consumptie’. De verbonden partij geeft bij de kaderbrief en de begroting een specificatie weer van de verhouding lonen/prijzen in haar exploitatiebegroting.

Voor het opvangen van afwijkingen tussen de indexeringen die in de begroting zijn opgenomen en de werkelijke CAO-indexering, overige CAO-afspraken en de werkelijke prijsontwikkeling houdt de verbonden partij een beperkte algemene reserve aan om de bedrijfsvoering in het lopende boekjaar te kunnen continueren zonder dat hiervoor een beroep moet worden gedaan op de deelnemers en een zienswijzenprocedure moet worden gevolgd. Uiteraard wijzigt de deelnemersbijdrage ook wanneer er wijzigingen zijn in de kwantiteit van de dienstverlening die de deelnemers afnemen. e. Een besluit van het algemeen bestuur van een verbonden partij tot instelling van een algemene reserve is goed gemotiveerd, onderbouwd en voorzien van bijbehorende spelregels. Op dit besluit van het algemeen bestuur wordt een zienswijzemogelijkheid geboden aan de deelnemende gemeenten bij de concept-begroting(wijziging). De algemene reserve wordt aangevuld tot de maximale hoogte zoals vastgesteld door het algemeen bestuur. Voor het bepalen van de omvang van de (beperkte) algemene reserve kan het algemeen bestuur een advies vragen aan de accountant, maar de algemene reserve bedraagt niet meer dan 8% van de totale lasten in de begroting (uitgangspunt is en blijft dat de weerstandscapaciteit bij de deelnemers wordt aangehouden). f. Een positief jaarrekeningresultaat wordt uitgekeerd aan de deelnemers.

De gemeenschappelijke regeling kan hier alleen van afwijken door een duidelijk en gemotiveerd voorstel voor resultaatbestemming voor te leggen aan het algemeen bestuur. Over een dergelijk voorstel besluit het algemeen bestuur. g. In de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing beschrijft de gemeenschappelijke regeling de risico’s met de meeste impact en de getroffen beheersingsmaatregelen. Ook geeft de gemeenschappelijke regeling inzicht in de benodigde weerstandscapaciteit.

Onderwerp: Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

p. 7/10

2. Aan alle Verbonden Partijen, met uitzondering van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, als aanvulling op de financiële kaders de volgende richtlijn mee te geven: De gemeente Geertruidenberg gaat enkel akkoord met de begrotingen 2027 van de Verbonden Partijen als daarin de nul-lijn voor 2027 wordt gehanteerd, tenzij afwijking van die lijn noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan wettelijk verplichte taken of door de gemeenteraad van Geertruidenberg vastgestelde beleidsdoelstellingen. 3. De volgende aanvullende financiële richtlijnen vast te stellen voor de verbonden Partijen: a. Ten aanzien van de Regio West Brabant voor het Kleinschalig Collectief Vervoer geldt voor de vervoersprijs per eenheid een aanpassing aan de hand van de branchegerichte NEAindex. Verder worden de vervoerslasten begroot aan de hand van het geprognosticeerde gebruik van de vervoersvoorziening. Doorbelasting van kosten aan gemeenten en provincie vindt plaats op basis van realisatie. b. Ten aanzien van de SVHW geldt dat voor de samenstelling van de Begroting 2027 en het meerjarenperspectief 2027-2030 naast de vermelde autonome ontwikkelingen in de Kadernota 2027 de volgende kaders en uitgangspunten van toepassing zijn: i. Er is sprake van structureel en reëel evenwicht in de begroting en het meerjarenperspectief. De structurele lasten zijn gedekt door structurele baten; ii.

De begroting dient te voldoen aan de Wettelijke regels begroting van het BBV, hierbij is onder andere aandacht voor: 1. Overzicht van incidentele baten en lasten; 2. Specificatie van baten en lasten per programma; 3. (Prestatie) indicatoren; 4. Verloopoverzicht van het Eigen Vermogen; 5. Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing; iii. De begroting wordt opgesteld op basis van bestaand beleid van deelnemers. In de begroting 2026 wordt dan ook vooralsnog geen nieuw beleid verwerkt. Nieuw beleid wordt separaat aangegeven en voorzien van een kostenbegroting, maar wordt niet verwacht. 4. De beleidsinhoudelijke kaders voor 2027 voor de diverse Verbonden Partijen vast te stellen en wel als volgt: a. Ten behoeve van de Regio West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: In de begroting 2027 wordt in heldere taal aangegeven: i. Welke doelen uit de strategische agenda en actieprogramma 2024 – 2028 in 2027 worden gerealiseerd; ii. Wat de financiële en personele inzet van de RWB hierbij is en welke aanvullende middelen (capaciteit en financiën) van de gemeenten worden gevraagd; iii. Of, en zo ja op welke wijze er voor de uitvoering van de actieagenda samenwerking nodig is met de Stedelijke Regio’s, Rewin en/of de Baroniesamenwerking en hoe dit wordt vormgegeven; iv. De RWB werkt aan een organisatie ‘nieuwe stijl’.

Dit leidt mogelijk tot een herziening van de inrichting en het takenpakket van de RWB. De gevolgen hiervan op zowel de financiële als beleidsmatige kant van de RWB begroting worden helder onderbouwd in de begroting opgenomen. Wanneer taken overgaan naar andere organisaties of komen te vervallen, vervallen uiteraard ook de middelen bij de RWB. b. Ten behoeve van de Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; c. Ten behoeve van de Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: i. De RAV waarborgt onder de Wet ambulancezorgvoorzieningen de kwaliteit en continuïteit van de ambulancezorg in heel haar werkgebied. De ambulancezorg dient blijvend te worden uitgevoerd zonder gemeentelijke financiële bijdragen. ii. De nieuwe urgentie-indeling ambulancezorg is naar verwachting in 2027 volledig geïmplementeerd. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. De RAV verwerkt de nieuwe urgentie-indeling in haar begroting waarbij inzage in de responstijden op A0 en A1 (voorheen A1 en A2 ritten) behouden blijft. Uitgangspunt dient te zijn dat in het hele werkgebied de responstijd voor A0 ritten met niet meer dan 5% wordt overschreden (melding-aankomst meer dan 15 minuten). iii.

In haar begroting geeft de RAV aan wat het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS betekenen voor de ambulancezorg in haar werkgebied. De beleidsagenda kent drie Onderwerp: Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

p. 8/10

kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. iv. In het werkgebied van de RAV liggen meerdere gemeenten die grenzen aan België. Grensoverschrijdende samenwerking is in de ambulancezorg van belang voor het bieden van snelle en effectieve hulp. De RAV geeft in haar begroting aan hoe deze samenwerking er uitziet en welke mogelijkheden zij ziet om de grensoverschrijdende samenwerking verder te optimaliseren. d. Ten behoeve van de GGD West-Brabant de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: i. Wij verwachten dat de GGD West-Brabant (samen met de GGD Hart voor Brabant) in samenspraak met de deelnemende gemeenten een vervolg van het meerjarenbeleidsplan 2023-2026 opstelt en presenteert, welke in lijn is met de gezamenlijke toekomstvisie ‘Wij maken samen gezond gewoon’ en de ingezette bestuurlijke bezuinigingsopdracht van 4%. Tevens dient dit plan in het lopende proces van verkenning tot verdergaande samenwerking, Samen Sterker, meegenomen te worden. ii. De GGD geeft in de kadernota en Beleidsbegroting 2027 duidelijk weer met welke concrete plannen invulling gegeven gaat worden aan het nieuwe, nog op te stellen beleidsplan 2026-2030. iii. Gezien de afnemende financiële middelen vanaf 2026 verwachten gemeenten ook in 2027 beleidsmatige keuzes te moeten maken.

Om deze keuzes gedegen voor te kunnen bereiden is meer gedetailleerd inzicht nodig in het aanbod en in de geleverde producten en kosten. Wij verwachten van de GGD dat zij deze informatie met voorrang in samenspraak met het ambtenarenoverleg, of een delegatie daarvan, levert en dit benodigde inzicht/transparantie meeneemt in de verdere uitwerking van Samen Sterker. In het traject Samen Sterker dient een vergelijk in het productenaanbod tussen beide GGD’en op een eenduidige en eenvoudige wijze te maken zijn. iv. Van de GGD verwachten de gemeenten dat met de verdere uitwerking van Samen Sterker naast de bestuurders ook de ambtenaren en gemeenteraden tijdig betrokken worden, op een dusdanig moment zodat zij de mogelijkheid hebben om de uitkomst van het traject wezenlijk kunnen beïnvloeden. Afstemming met het Algemeen Bestuur van de GGD Hart voor Brabant spreekt voor zich. Aan beide besturen dienen dezelfde voorstellen/besluiten te worden voorgelegd. Men dient o.a. oog te hebben voor de gewenste lokale nabijheid van de GGD, de kosten van dit proces en de zeggenschap van de deelnemende gemeenten in de samenwerking. e. Ten behoeve van de Nazorg gesloten Stortplaatsen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; f. Ten behoeve van de Wava/MidZuid de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: i.

De wet- en regelgeving op het gebied van het bieden van werk aan mensen met een arbeidsbeperking is continu in beweging. We verwachten dat MidZuid anticipeert op de aanpassingen in de Participatiewet, de veranderingen in de regelgeving rondom het beschut werk en de veranderingen van de arbeidsmarktinfrastructuur. Deze veranderingen zien we graag op een adequate en efficiënte manier terug in de begroting 2027. ii. MidZuid zet in op ontwikkeling zodat inwoners die vallen onder de Participatiewet zoveel mogelijk bij reguliere werkgevers geplaatst worden. Hierbij dient zoveel mogelijk uitgegaan te worden van een arbeidsovereenkomst bij de reguliere werkgever. Bij inzet van een detacheringsconstructie is het uitgangspunt dat dit een tijdelijk karakter heeft. iii. MidZuid houdt inzichtelijk welke activiteiten en risico’s verbonden zijn aan de afbouw van het huidige SW-bestand in combinatie met de opdrachtportefeuille en stelt maatregelen voor om nadelige financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk te beperken. Dit kan ook betekenen dat bepaalde activiteiten worden verminderd, afgestoten of gewijzigd voor een optimaal maatschappelijk en financieel resultaat. iv. De uitwerkingen van de strategische toekomstvisie worden opgenomen in de begroting 2027. Het streven hierbij is een meer stabiele en voorspelbare situatie in de financiële lasten voor MidZuid en de deelnemende gemeenten.

Ook de Onderwerp: Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

p. 9/10

consequenties voor de huisvesting worden hierbij meegenomen. Tot de besluitvorming worden investeringen in het gebouw beperkt tot noodzakelijk wettelijk onderhoud, behalve als het algemeen bestuur anders besluit. g. Ten behoeve van de regeling Regionaal Bureau Leren (RBL) geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; h. Ten behoeve van de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant (OMWB) de volgende beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen: i. De OMWB geeft in de begroting 2027 een meerjarenprognose van de aard en omvang van de te verwachten werkzaamheden in relatie tot alle voorziene (beleidsmatige) ontwikkelingen, hoe de omgevingsdienst hierop denkt in te spelen én geeft hierbij een duiding van de bijbehorende financiële gevolgen ii. De noodzaak tot herziening van de MWB-norm en het komen tot een nieuwe financieringsopzet worden door de deelnemers en de OMWB onderschreven. Het proces moet nog worden doorlopen. Naar verwachting wordt dit opgenomen in de kaderbrief 2027, waarbij dan ook mogelijk wordt ingegaan op de (potentiële) gevolgen voor de (meerjaren)begroting 2027 en verder. iii. De OMWB heeft nog geen kaderbrief 2027 gereed. Hierdoor kan nog niet worden aangegeven hoe de doorontwikkeling vorm krijgt en welke ontwikkelingen worden gerealiseerd. i.

Ten behoeve van het Centrum voor Jeugd en Gezin geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; j. Ten behoeve van Beschermd Wonen geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; k. Ten behoeve van Geweld in Afhankelijkheidsrelaties geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen; l. Ten behoeve van SVHW geen beleidsmatige richtlijnen voor 2027 vast te stellen.

Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 13 november 2025, Geertruidenberg, de raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

G. Brunsveld

M. van Toorenburg

Onderwerp: Beleidskaders 2027 Verbonden Partijen

p. 10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=fe308918-15fe-4cfa-97cd-5c8423408708