20250826 Mva prioritering en programma Powerport
Tekst van het document
Zaaknummer: 20250813134007 Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 26 augustus 2025 Onderwerp : memorie van antwoord bij artikel 33 vragen programma powerport en prioritering Vragen van : Gemeentebelangen Vragen: De gemeenteraad heeft duidelijke afspraken gemaakt over het participatieproces en de inzet van de € 11,7 miljoen leefbaarheidsgelden in het kader van het programma Powerport Geertruidenberg. Daarbij zijn zowel spelregels voor participatie vastgesteld als prioriteiten benoemd, inclusief de harde afspraak dat de vijf door de raad vastgestelde niet-onderhandelbare projecten indien nodig uit deze middelen zouden worden gefinancierd. Het huidige voorstel van het college wijkt op meerdere punten af van deze afspraken: • Afwijken van raadsbesluit 10 april 2025 De niet-onderhandelbare projecten worden niet opgenomen in de eerste tranche en hun uitvoering wordt afhankelijk gesteld van onderhandelingen met externe partijen (TenneT, RWE e.a.). Daarmee ontbreekt nu de financiële zekerheid die de raad eerder wél heeft vastgelegd om deze projecten eventueel te financieren uit de eerste tranche. • Aanpassing spelregels tijdens het proces Voor het project Stationsplein zijn 126 single-issue handtekeningen toegevoegd buiten het reguliere participatieproces.
Hierdoor steeg het project van plaats 24 naar plaats 2, zonder dat andere projecten dezelfde mogelijkheid kregen. Dit heeft directe invloed gehad op de rangorde en wijkt af van de afgesproken methodiek waarbij inwoners meerdere projecten moesten waarderen. • Leeftijdsdiscriminatie in representativiteitsargumentatie Het college bestempelt de participatieavonden als “niet representatief” omdat de gemiddelde leeftijd van de aanwezigen boven de 60 jaar lag. Hoewel streven naar een bredere vertegenwoordiging legitiem is, is het juridisch problematisch als de inbreng van ouderen wordt gedevalueerd of terzijde geschoven enkel op basis van leeftijd. o Juridisch kader: art. 1 Grondwet, Algemene wet gelijke behandeling, verbod op leeftijdsdiscriminatie. o Het is toegestaan aanvullende groepen te benaderen, maar niet om de stem van een specifieke leeftijdsgroep minder zwaar te laten wegen vanwege hun leeftijd. Deze werkwijze roept vragen op over transparantie, eerlijkheid en rechtsstatelijke zuiverheid van het proces. De raad moet kunnen toetsen of het college hiermee handelt in strijd met eerdere raadsbesluiten, het zorgvuldigheidsbeginsel en het gelijkheidsbeginsel. Vragen – Leeftijd en representativiteit 1. Objectieve onderbouwing representativiteit.
Op welke objectieve gronden is bepaald dat de fysieke participatieavonden “niet representatief” waren, en hoe wordt voorkomen dat dit oordeel neerkomt op het diskwalificeren van de inbreng van oudere inwoners? 2. Gelijke waardering stemmen. Hoe waarborgt het college dat de uitkomst van bijeenkomsten met een oudere deelnemersgroep gelijkwaardig wordt meegewogen aan die van andere vormen van participatie, in lijn met het verbod op leeftijdsdiscriminatie? Vragen – Afwijking van afgesproken methodiek 3. Eenzijdige afwijking spelregels. Hoe rechtvaardigt het college dat de oorspronkelijke afspraak — dat inwoners meerdere projecten zouden waarderen — is doorbroken door 126 singleissuestemmen voor één project mee te tellen, terwijl andere projecten die kans niet kregen? 4. Gelijke kansen voor alle projecten. Waarom is niet voor alle projecten eenzelfde mogelijkheid geboden om aanvullende steunbetuigingen in te dienen, en hoe verhoudt dit zich tot het gelijkheidsbeginsel?
5. Transparantie richting deelnemers. Hoe is aan deelnemers gecommuniceerd dat deze 126 stemmen buiten het reguliere participatieproces zijn verzameld en toegevoegd, en dat dit de ranglijst substantieel heeft beïnvloed? Vragen – Niet-onderhandelbare projecten 6. Afwijken van raadsbesluit 10 april 2025. Hoe verklaart het college dat in het huidige voorstel de niet-onderhandelbare projecten niet uit de eerste tranche (€ 11,7 miljoen) worden gefinancierd, terwijl het raadsbesluit van 10 april 2025 expliciet stelt dat deze projecten desnoods uit die middelen bekostigd zouden worden? 7. Risico op uitstel of verval van uitvoering. Welke garanties kan het college geven dat de nietonderhandelbare projecten daadwerkelijk worden uitgevoerd, nu hun financiering afhankelijk wordt gemaakt van externe onderhandelingen, zonder reservering in de huidige tranche? 8. Inhoudelijke prioritering. a. Welke inhoudelijke en financiële afwegingen hebben ertoe geleid dat participatieprojecten nu voorrang krijgen in de eerste tranche, terwijl eerder was afgesproken dat de nietonderhandelbare projecten als eerste zouden worden uitgevoerd? b.
En indien het college onderhandelt met Tennet en RWE is het dan juist dat al deze gelden worden besteed aan de 5 niet onderhandelbare projecten? Inleiding op beantwoording: Aan de gestelde vragen met betrekking tot het raadsvoorstel tot vaststelling van het programma Powerport en de prioritering van de participatieprojecten gaat een aantal stellingen vooraf waarop wij eerst reageren om vervolgens over te gaan tot beantwoording van de daadwerkelijke vragen. “Afwijken raadsbesluit 10 april 2025” Gesteld wordt dat met genoemd raadsvoorstel wordt afgeweken van het raadsbesluit van 10 april jl. Het college is het niet met deze stelling eens. Bij genoemd raadsbesluit is namelijk, mede op grond van het (gewijzigde) amendement 1 van de fractie Broeders-Hooijmaijers en amendement 2 van de fractie Lokaal+, met algemene stemmen besloten: “1. 2. 3. 4. 5.
6.
om in het kader van de energietransitie, waarbij een deel van de energieinfrastructuur zal landen in de gemeente Geertruidenberg, geen afwachtende rol te nemen. Het college de opdracht te geven om actief met partijen in onderhandeling te treden. dat de gemeente als partner verbonden blijft aan de ontwerptafel Powerport regio Moerdijk om voorwaarden te borgen in het vervolg van het proces. dat de leefbaarheid voor de gemeente Geertruidenberg, en in deze fase van de onderhandelingen specifiek Geertruidenberg-West, moet verbeteren als gevolg van de ontwikkelingen. om in te stemmen met de uitgangspunten benoemd in de Position Paper. dat primair wordt ingezet op de niet-onderhandelbare projecten die de werkgroep Energiek Geertruidenberg heeft benoemd. Deze niet-onderhandelbare projecten dienen uit te worden gevoerd in het belang van de direct omwonenden en vormen geen onderdeel van het participatietraject, maar worden meegenomen in de onderhandelingen met Tennet, RWE e.a. Voor het resterende deel van deze niet-onderhandelbare projecten zal een strategische agenda worden gevormd om deze gerealiseerd te krijgen. het document met de uitgangspunten voor de Bergse Voorwaarden uit te breiden met de uitgewerkte voorwaarden in de bijlage bij dit amendement en deze vast te stellen en het college op te dragen deze als harde eis mee te nemen in de komende onderhandelingen.”
Conform dit besluit zijn de vijf niet-onderhandelbare projecten géén onderdeel van het participatietraject. Dit is een rechtstreeks gevolg van voormeld amendement en van de aangenomen motie 1 van Gemeentebelangen bij het raadsvoorstel van 10 april jl. inzake de Leefbaarheidsambitie Geertruidenberg. Daarin is te lezen:
“Constaterende dat: - De werkgroep Energiek Geertruidenberg bijgevoegde lijst met leefbaarheidsprojecten heeft opgesteld en geprioriteerd en hieruit een lijst van 5 niet-onderhandelbare projecten heeft vastgesteld die in deze lijst niet meer zijn opgenomen. Overwegende dat: - Deze lijst een goede basis biedt op basis waarvan de participatie kan worden vormgegeven. Verzoekt het College om: - De bijgevoegde lijst met leefbaarheidsprojecten te gebruiken als uitgangspunt voor het participatieproces rondom de besteding van de leefbaarheidsgelden in het kader van het converterstation. - Natuurpark Donge als project aan deze lijst toe te voegen.”
Het participatietraject ging over de besteding van het eerste deel van de eerste tranche van de gebiedsinvesteringen; de 11,7 miljoen euro (inclusief btw) die ook wel de “leefbaarheidsgelden” worden genoemd. Conform motie 1 van Gemeentebelangen heeft het college de bij die motie gevoegde lijst met leefbaarheidsprojecten als uitgangspunt gebruikt voor het participatieproces rondom de besteding van de leefbaarheidsgelden in het kader van het converterstation. Overeenkomstig het hiervoor geciteerde besluit van 10 april jl. zijn de vijf niet-onderhandelbare projecten wel onderdeel van de onderhandelingen met Tennet, RWE e.a. Deze onderhandelingen zijn lopende. Wij zijn daarin mede afhankelijk van het tijdspad van de onderhandelingspartners. De hoofdgedachte hierbij is dat de leefbaarheidsgelden zijn bedoeld voor het verbeteren van de leefbaarheid en dat de vijf nietonderhandelbare projecten compensatie zijn voor achteruitgang van leefbaarheid. Compensatie is aan de individuele initiatiefnemers; leefbaarheidsverbeteringen zijn een “plus” vanuit de Rijksoverheid (de gebiedsinvesteringen).
Verwezen wordt in dit verband naar het verslag1 van het Bestuurlijk overleg Net op zee Nederwiek 3 waaruit volgt dat in dat overleg namens het toenmalige Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (nu: Ministerie van Klimaat en Groene Groei) een toelichting is gegeven op de gebiedsinvesteringen / leefbaarheidsgelden en in dit verband onder meer is aangegeven: “-
Het doel van de gebiedsinvesteringen is om de leefkwaliteit in de omgeving van de aanlandlocaties te verbeteren. De gebiedsinvesteringen zijn een extra impuls voor de regio en staan daarmee los van de kosten voor realisatie en (wettelijke) compensatie die van toepassing zijn op de energie-infrastructuur projecten.”
Op 8 mei jl. heeft uw raad deze werkwijze bevestigd. Uw raad heeft toen namelijk amendement 1 van de fracties van Keerpunt ’74, Lokaal+, VVD, Gemeentebelangen, Broeders-Hooijmaijers en Igor van Nunen aangenomen en besloten: “1. In te stemmen met voorgesteld participatieproces om de €11,7 miljoen Rijks Leefbaarheidsgelden (inclusief projecten proceskosten) te verdelen ten behoeve van gebiedsinvesteringen om de leefbaarheid in de gemeente te bevorderen. 2. In te stemmen met de volgende aanpak om te komen tot 30 projecten voor de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE): de bijgevoegde 17 projecten worden ingebracht en aangevuld met nieuwe projecten vanuit de lokale stakeholderstafel. 3. Het College op te dragen de opzet van een gebiedsfonds uit te werken, waarmee op langere termijn leefbaarheidsgelden aan de gemeente Geertruidenberg gekoppeld kunnen worden.”
Uit het verslag van de bijeenkomst van 7 mei jl. van de werkgroep Energiek blijkt dat dit amendement in de werkgroep is besproken en consensus / brede steun had. Uit het verslag van de bijeenkomst van 4 juni jl. volgt dat de eerste stakeholderstafel een constructieve bijeenkomst was waarin de deelnemers aan de stakeholderstafel de lijst hebben aangevuld tot 30 projecten en dat de werkgroep ten aanzien van twee projecten daarvan heeft geoordeeld dat deze niet zouden voldoen. De 28 projecten die resteerden zijn in het kader van de participatie voorgelegd aan de inwoners van Geertruidenberg. De bij genoemd raadsvoorstel voorliggende prioritering heeft betrekking op dit eerste deel van de eerste tranche, de 11,7 miljoen euro, en dus nadrukkelijk dus niet op de overige tranches (deel twee van de eerste tranche en de tweede tranche).
1 Dit verslag is te raadplegen via de interactieve bijlage bij de raadinformatiebrief tijdlijn Nederwiek 3 en via de door de griffie in iBabs
onder documenten aangelegde gedeelde folder “Powerport Moerdijk/Net op Zee.
“Aanpassing spelregels tijdens het proces” Er zijn tijdens de participatieavond 126 handtekeningen ingediend voor het project Stationsplein. Volgens de indiener waren de handtekeningzetters niet in staat om fysiek aanwezig te zijn bij de participatieavond en ook niet in staat om digitaal deel te nemen. Het college is van mening dat fysieke en/of digitale belemmeringen geen obstakel mogen zijn voor het deelnemen aan de participatie en heeft bij genoemd raadsvoorstel dan ook voorgesteld om deze stemmen wel mee te wegen in de prioritering. In het raadsvoorstel is daarbij de volgende kanttekening gemaakt: “2.2 Meetellen 126 handtekeningen geeft mogelijk een vertekend beeld De 126 handtekeningen die zijn ingediend geven maar één project aan die men wil; de herinrichting van het Stationsplein. De andere projecten hebben zij niet beoordeeld en géén ‘weging’ meegegeven. Hierdoor stijgt dit project van plaats 24 (van de 28), naar plaats 2. Dit kan een vertekend beeld geven. Tegelijkertijd geeft een vertegenwoordiger van deze inwoners aan dat zij niet in de mogelijkheid zijn om (digitaal) aan te sluiten/hun stem uit te brengen en mee te doen met het PWE-proces. Zij hebben wel de moeite genomen om hun stem uit te brengen in de vorm van een handtekening. Digitale belemmeringen zouden geen obstakel mogen zijn voor participatie.
Daarom is het voorstel om deze stemmen wel mee te wegen in de prioritering.”
Het college heeft een voorstel gedaan ten aanzien waarvan het uw raad vrij staat daarover anders te beslissen. In het licht van het voorafgaande werpt het college het frame dat het de spelregels tijdens het proces zou hebben aangepast verre van zich. “Leeftijdsdiscriminatie in representativiteitsargumentatie” Gesteld wordt dat dat het college de participatieavonden als niet-representatief bestempelt omdat de gemiddelde leeftijd van de aanwezigen boven de 60 jaar lag. Deze stelling is evident onjuist. Dit is nergens in genoemd raadsvoorstel terug te lezen. In het raadsvoorstel slechts aangegeven dat de representatie van jongere inwoners een aandachtspunt blijft. In bijlage 2 bij het raadsvoorstel wordt, onder 4. validiteit en betrouwbaarheid, aangegeven dat er een aantal beperkende factoren is voor de representativiteit van de resultaten. Namelijk een relatief lage opkomst en een relatief homogene groep van aanwezigen (leeftijdscategorie 60 jaar en ouder). Representativiteit wordt beoordeeld op een aantal kenmerken: - Aselecte steekproef: iedereen moet een gelijke kans hebben om deel te nemen - Steekproefgrootte: de steekproef moet groot genoeg zijn ten opzichte van de populatie - Steekproefkenmerken: de mate waarin de kenmerken van de steekproefdeelnemers (o.a.
geslacht, leeftijd etc.) overeenkomen met de kenmerken van de te onderzoeken populatie Juist in het kader van transparantie is het gepast om alle informatie te delen met uw raad; ook als deze informatie beperkend kan werken op de representativiteitsbeoordeling. Het college heeft nergens geconcludeerd dat de participatieavonden niet representatief zijn. Die bewoordingen laat het college voor rekening van de vragensteller. Het is aan uw raad om een en ander mee te nemen in de beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. Ook het frame dat het college zich zou hebben bezondigd aan leeftijdsdiscriminatie werpt het college dus verre van zich. De ambtelijke organisatie en het college hebben precies gedaan wat uit de op 10 april en 8 mei jl. door uw raad genomen besluiten voortvloeit. Het college is dan ook van mening dat de herhaalde beschuldigingen / frames middels retorische vragen ten aanzien van transparantie, eerlijkheid en rechtsstatelijke zuiverheid de grenzen van artikel 5 van de Gedragscode Raad 2012 overschrijden en daarvan ook een ondermijnende werking uitgaat.
Hieronder beantwoorden wij uw vragen puntsgewijs: Vragen – Leeftijd en representativiteit 1. Objectieve onderbouwing representativiteit. Op welke objectieve gronden is bepaald dat de fysieke participatieavonden “niet representatief” waren, en hoe wordt voorkomen dat dit oordeel neerkomt op het diskwalificeren van de inbreng van oudere inwoners? 2. Gelijke waardering stemmen. Hoe waarborgt het college dat de uitkomst van bijeenkomsten met een oudere deelnemersgroep gelijkwaardig wordt meegewogen aan die van andere vormen van participatie, in lijn met het verbod op leeftijdsdiscriminatie? Antwoorden – Leeftijd en representativiteit 1. Er is niet bepaald dat de fysieke participatieavonden “niet representatief” zijn. Dit zijn bewoordingen van de vragensteller die voor zijn rekening blijven. In het raadsvoorstel is slechts aangegeven dat de representatie van jongere inwoners een aandachtspunt blijft. In bijlage 2, onder 4. validiteit en betrouwbaarheid, wordt aangegeven dat er een aantal beperkende factoren is voor de representativiteit van de resultaten. Het college laat het aan uw raad om deze al dan niet mee te nemen in de oordeelsvorming, beeldvorming en besluitvorming. 2. Iedere stem is even zwaar meegewogen in de uitkomst van de bijeenkomsten; er is geen onderscheid gemaakt in weging tussen leeftijdsgroepen of op basis van welk ander kenmerk dan ook.
Vragen – Afwijking van afgesproken methodiek 3. Eenzijdige afwijking spelregels. Hoe rechtvaardigt het college dat de oorspronkelijke afspraak — dat inwoners meerdere projecten zouden waarderen — is doorbroken door 126 singleissuestemmen voor één project mee te tellen, terwijl andere projecten die kans niet kregen? 4. Gelijke kansen voor alle projecten. Waarom is niet voor alle projecten eenzelfde mogelijkheid geboden om aanvullende steunbetuigingen in te dienen, en hoe verhoudt dit zich tot het gelijkheidsbeginsel? 5. Transparantie richting deelnemers. Hoe is aan deelnemers gecommuniceerd dat deze 126 stemmen buiten het reguliere participatieproces zijn verzameld en toegevoegd, en dat dit de ranglijst substantieel heeft beïnvloed? Antwoorden – Afwijking van afgesproken methodiek 3. Er zijn tijdens de participatieavond 126 handtekeningen ingediend voor het project Stationsplein. Volgens de indiener waren de handtekeningzetters niet in staat om fysiek aanwezig te zijn bij de participatieavond en ook niet in staat om digitaal deel te nemen. Het college is van mening dat fysieke en/of digitale belemmeringen géén obstakel mogen zijn voor het deelnemen aan de participatie. Het college staat voor een inclusief proces. Daarom is het voorstel om deze stemmen wel mee te wegen in de prioritering. Het besluit daarover is aan uw raad. 4.
Eenieder die handtekeningen onder dezelfde voorwaarden (van inwoners die niet in staat waren fysiek of digitaal mee te participeren) voor een ander project had aangeboden zou op eenzelfde manier zijn behandeld. De indiener van de handtekeningen is niet gevraagd om dit te doen; dat heeft deze persoon zelf gedaan. Om vervolgens anderen te vragen voor andere projecten handtekeningen te verzamelen, zou juist een ongelijke situatie creëren. 5. De deelnemers aan de PWE-avonden hebben per mail een terugkoppeling ontvangen van de uitkomsten van de prioritering. In die mail is aangegeven dat er “een lijst met ruim honderd handtekening is ontvangen” en dat deze lijst zou worden bijgevoegd als bijlage aan het
raadsvoorstel zoals dat voor ligt. Het college staat voor een inclusief proces en is van mening dat fysieke en/of digitale belemmeringen geen obstakel mogen zijn voor het deelnemen aan de participatie. Daarom is voorgesteld om deze stemmen wel mee te wegen in de prioritering. Het is aan uw raad om de prioritering vast te stellen. Vragen – Niet-onderhandelbare projecten 6. Afwijken van raadsbesluit 10 april 2025. Hoe verklaart het college dat in het huidige voorstel de niet-onderhandelbare projecten niet uit de eerste tranche (€ 11,7 miljoen) worden gefinancierd, terwijl het raadsbesluit van 10 april 2025 expliciet stelt dat deze projecten desnoods uit die middelen bekostigd zouden worden? 7. Risico op uitstel of verval van uitvoering. Welke garanties kan het college geven dat de nietonderhandelbare projecten daadwerkelijk worden uitgevoerd, nu hun financiering afhankelijk wordt gemaakt van externe onderhandelingen, zonder reservering in de huidige tranche? 8. Inhoudelijke prioritering. a. Welke inhoudelijke en financiële afwegingen hebben ertoe geleid dat participatieprojecten nu voorrang krijgen in de eerste tranche, terwijl eerder was afgesproken dat de nietonderhandelbare projecten als eerste zouden worden uitgevoerd? b.
En indien het college onderhandelt met Tennet en RWE is het dan juist dat al deze gelden worden besteed aan de 5 niet onderhandelbare projecten? Antwoorden – Niet-onderhandelbare projecten 6. Het raadsbesluit van 10 april jl. stelt helemaal niet expliciet dat deze projecten desnoods uit die middelen bekostigd dienen te worden. Integendeel: uit dat raadsbesluit volgt op zijn minst genomen impliciet dat deze projecten juist niet uit die middelen bekostigd dienen te worden. Verwezen wordt naar hetgeen hierover hierboven, in de inleiding op deze beantwoording, is opgemerkt. De nietonderhandelbare projecten zijn namelijk ingevolge de motie van Gemeentebelangen bij het raadsbesluit van 10 april jl. geen onderdeel geweest van het participatietraject met betrekking tot het eerste deel van de eerste tranche van 11,7 miljoen euro. Dit is met het raadsbesluit van 8 mei jl. bevestigd. Het prioriteringsvoorstel heeft geen betrekking op het tweede deel van de eerste tranche en de tweede tranche. 7. Ter uitvoering van het raadsbesluit van 10 april jl. zet het college zich in om de niet-onderhandelbare projecten te realiseren met andere middelen, niet zijnde de middelen uit het eerste deel van de eerste tranche van de gebiedsinvesteringen/leefbaarheidsgelden. Dit is een onderhandelingsproces met meerdere partijen, waarbij garanties niet mogelijk zijn.
De niet-onderhandelbare projecten zijn begroot op circa 20 miljoen euro. Het inzetten van de leefbaarheidsgelden ter compensatie is in strijd met het uitgangspunt en de hoofdgedachte van de gebiedsinvesteringen dat de leefbaarheidsgelden zijn bedoeld voor het verbeteren van de leefbaarheid, terwijl de vijf niet-onderhandelbare projecten betrekking hebben op compensatie zijn voor achteruitgang van leefbaarheid. Compensatie is aan de individuele initiatiefnemers, leefbaarheidsverbetering zijn een “plus” vanuit de Rijksoverheid (de gebiedsinvesteringen). Door reservering in “de huidige tranche” (het eerste deel van de eerste tranche) zou het college zijn onderhandelingspositie ten aanzien van andere middelen voor de compensatie in het kader van de niet-onderhandelbare projecten ondermijnen en niet kunnen handelen conform het raadsbesluit van 10 april jl.
8. a. Zoals uit het voorafgaande volgt is dit een gevolg van het raadsbesluit van 10 april jl. Bovendien is er ten aanzien van geen enkel project sprake van uitvoering, b. Het college interpreteert deze vraag als: vindt het college het juist dat de gehele 11,7 miljoen van het eerste deel van de eerste tranche besteed wordt aan de 5 niet-onderhandelbare projecten. Het antwoord daarop is neen; dat vindt het college niet juist. Dit staat haaks op het uitgangspunt en de hoofdgedachte bij de leefbaarheidsgelden zoals hierboven beschreven en ondermijnt de onderhandelingspositie van de gemeente. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de loco-burgemeester,
R. Brekelmans
A. van Rooij