20250508 Mva bij raadvoorstel participatie Lokaal+
Tekst van het document
Zaaknummer: Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 8 mei 2025 Onderwerp : memorie van antwoord bij Raadsvoorstel participatie leefbaarheid Vraag van : Lokaal+ Vraag: Waarom wordt er gekozen voor een regionaal gebiedsfonds, in plaats van een lokaal gebiedsfonds? Antwoord: Zoals in het voorstel is opgenomen wordt verkend of er in regionaal verband een gebiedsfonds opgezet kan worden, omdat daarmee de onderhandelingspositie richting partijen zoals het Rijk en Tennet voor wat betreft structurele financiering sterker is. Ook zijn er regionale projecten denkbaar, zoals het Halvezolenlijn of de Zuiderwaterlinie, die in (sub)regionaal verband kunnen worden opgepakt. Voor de besteding bij lokale projecten ligt de besluitvorming uiteraard lokaal. Het college benadrukt dat hier slechts gaat over een verkenning en dat nog niet alle scenario’s zijn uitgewerkt. De opdracht om deze verkenning op te starten ligt nu aan uw raad voor.
Vraag: In het raadsvoorstel staat de zin “Het gebiedsfonds is alleen mogelijk bij langjarig toegezegde financiële dekking vanuit het Rijk.” Waarom wordt bij de langdurige toegezegde financiële dekking alleen het Rijk genoemd? Kan er een gebiedsfonds zijn als Tennet en RWE financiële dekking toezeggen? Antwoord: Langjarige samenwerkingen met het Rijk vormen een stabiele basis voor een gebiedsfonds. Uiteraard wordt er in de verkenning ook gekeken naar andere partijen die iets in het gebied willen ontwikkelen. Dit is ook een van de randvoorwaarden zoals opgenomen in de door u vastgestelde Bergse Voorwaarden. Vraag: In het raadsvoorstel onder uitvoering en proces staat: Het college vult de lijst met de ±60 leefbaarheidsprojecten van de werkgroep Energiek aan met eigen projectvoorstellen Wat zijn de projecten die het college wil toevoegen aan de lijst van 60 projecten? Antwoord: Het college heeft, vanwege de snelheid van het proces, nog niet aandachtig naar de 60 projecten kunnen kijken. Het college kan zich echter voorstellen dat er vanuit zijn uitvoerende rol, maatschappelijke projecten zijn die een aanvulling kunnen zijn op de 60 projecten om de leefbaarheid in Geertruidenberg te verbeteren.
Vraag: Worden de 30 projecten die uit de lokale stakeholderstafel komen geprioriteerd op volgorde van belangrijkheid? Antwoord: Nee, prioritering van de projecten is onderdeel van het participatieproces. Vraag: In de bijlage bij het raadsvoorstel worden alleen de voordelen van een PWE opgesomd. Wat zijn de nadelen van en de kanttekeningen bij een PWE?
Antwoord: Wanneer het gemeentebestuur afwijkt van de ordening zoals door de participanten wordt voorgesteld, zouden uiteindelijke keuzes en verwachtingen niet met elkaar in overeenstemming kunnen zijn. Vraag: In de bijlage bij het raadsvoorstel is een van de voorwaarde die door de EU zijn gesteld, dat projecten “aansluiten bij regioafspraken op het gebied van mobiliteit, economie, toerisme en natuur.” Wat zijn deze regionale afspraken? Antwoord: Deze zinsnede ziet op het niet tegenstrijdig zijn van projecten met regionale afspraken en wet- en regelgeving van hogere overheden. Vraag: In de bijlage bij het raadsvoorstel staat: Een van de voorwaarde is dat de activiteiten in West-Noord-Brabant moeten plaatsvinden. Is dat niet vanzelfsprekend als wij projecten indienen voor de Gemeente Geertruidenberg? Antwoord: Ja, echter kan het ook zijn dat er projecten zijn die een regionale impact hebben, wij mogen bijvoorbeeld het geld wel benutten voor ons gedeelte van de Halvezolenlijn, maar niet voor het gedeelte in Waalwijk. Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,
R. Brekelmans
M. Witte