20211102 Mva vragen begroting 2022 (002).docx
Tekst van het document
Zaaknummer: 2021092884267 Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 2 november 2021 Onderwerp : memorie van antwoord bij vragen van: Lokaal+ / SVP / Lijst Smit / Morgen! / Keerpunt ‘74
Vragen van: Lokaal+ Vraag 1: Waarom is er voor gekozen om bij beleidsindicatoren géén vergelijk op te nemen met landelijke, regionale getallen? Indicatoren zouden zowel in de tijd (terug- en vooruit in de tijd ) als geografisch gebruikt kunnen worden. Waarom doen we dit niet? Zijn wij bijvoorbeeld een gemeente met veel criminaliteit, overlast, hebben we veel of juist weinig voorzieningen. Door het ontbreken van een vergelijk kunnen sentimenten lijdend worden en prioriteiten welllicht verkeerd gesteld. Graag reactie? Antwoord: We constateren met u dat we tot op heden weinig gebruik maken van de beleidsindicatoren. Daarover willen wij graag met u in gesprek. Mocht u nu reeds indicatoren met elkaar willen vergelijken dan verwijzen wij u naar www.waarstaatjegemeente.nl. De beleidsindicatoren kunnen daar naar wens worden vergeleken. Wetgeving: - https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2016-16004.html - https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-64835.html Vraag 2: Wat betekenen de posten Mutaties Salarissen en Kapitaalslasten in de tabellen “Financieel overzicht” Antwoord: In de auditcommissie is aangegeven dat hier sprake is van de toerekening van de salariskosten aan de diverse producten (oa. voor griffie). Dat antwoord is niet geheel juist.
Het betreft per programma (7 en 9) de mutaties in de salarisposten van de gemeentelijke organisatie, inclusief de CAO en pensioenpremie-aanpassingen en eveneens rekening houdend met de diverse uitbreidingen zoals in de programma’s is aangegeven. De kapitaalasten zijn van niet beïnvloedbare aard, waarbij de beleidskeuze reeds eerder is gemaakt. Vraag 3: Plassengebied: Kan het college enige indicatie geven van de voorinvestering om het vliegwiel in werking te zetten? Antwoord: Nee, op dit moment nog niet. Om tot de genoemde projectbegroting te komen is er eerst een concreter projectplan noodzakelijk. Pas als dit er is, kan er verder bekeken worden welke investeringen er in het gebied gedaan worden en wat dit voor financiële gevolgen heeft. Bij het aanbieden van een projectplan aan de raad zal dan ook een financiële verantwoording zitten en eventueel een verzoek tot voorinvestering.
Vraag 4: Stabiliteitsmetingen OV masten: In 2019 was de schriftelijke garantie verstreken. Waarom is niet al in de Begroting 2020 hiervoor geld opgenomen? Nu is alsnog € 25.000,- (incidenteel) nodig. Antwoord: Dit is pas eind 2020 aan het licht gekomen, per 1 januari 2020 zijn we van beheerpartij veranderd, de vorige partij had ons niet op de hoogte gebracht dat de garantie was verlopen. Vraag 5: Mobiliteitsbeleid: Dit is toch een reguliere taak van de organisatie? In 2010 is het huidige mobiliteitsplan vastgesteld, waarbij het in een normale beleidsfuncties gangbaar is om het beleid elke 5 jaar te actualiseren. Dat is in 2015 en 2020 niet gebeurd. Er is nu € 40.000,- (incidenteel) nodig Antwoord: Het is inderdaad een regulier taak om beleidsstukken met regelmaat te herzien. Dat geldt in principe voor elk beleid. De reden dat er tussen 2015 en nu gekozen is om het Mobiliteitsbeleid nog niet te herzien ligt in het feit dat er rondom de oplossingen voor de situatie bij knooppunt Hooipolder en de verbreding van de A27 nog geen definitief besluit was genomen door de centrale overheid. Het was verstandig om dit af te wachten omdat eventuele aanpassingen in dat besluit consequenties kon hebben voor de verkeersstromen op ons onderliggende wegennet. Daarnaast is er indertijd met het oog op de Omgevingswet voor gekozen het Mobiliteitsplan niet al direct te actualiseren.
Het is belangrijk om dit plan op een goede manier ingebed te krijgen in de Omgevingswet. Nu over deze punten meer duidelijkheid bestaat kunnen we met de juiste uitgangspunten ons Mobiliteitsplan actualiseren De ambtelijke begeleiding van het tot stand komen van het nieuwe beleid valt binnen de reguliere capaciteit. De gevraagde investering wordt gebruikt voor het opstellen van dit mobiliteitsplan door externe deskundigheid, waarbij die partij onder andere ook onderzoek doet naar de gevolgen voor de veranderende verkeersstromen binnen onze gemeente. Zij adviseren naar aanleiding daarvan over onze toekomstige infrastructuur en bijbehorende wegcategorisering. Vraag 6: Omgevingswet: We willen graag één overzicht waarin de incidentele en structurele bedragen staan van alle zaken die gaan over de invoering van de Omgevingswet. Antwoord: 1. Omgevingsplan A. € 220.000 ( 40 % in 2022 en 20% over de jaren 2023, 2024 en 2025) Resterend budget zal over de jaren worden meegenomen. Daarnaast moet rekening worden gehouden met een jaarlijks terugkerend budget van € 10.000 voor actualisatie van het omgevingsplan, na het opstellen hiervan. Nog ongewis is wat vanuit het Rijk wordt gecompenseerd. B. Inhuur ruimtelijk juridische capaciteit: € 100.000 te verdelen over 2022 en 2023 2. Overdracht bodemtaken € 22.000 per jaar Er komt een bijdrage vanuit het gemeentefonds. De hoogte is nog niet bekend.
3. VTH beleid € 120.000 = 1 fte te verdelen over 2022 en 2023 Vraag 7: Vraag over Indexering voorziening onderhoud wegen 2021-2025: extra storting nodig omdat geen rekening is gehouden met eventuele prijsstijgingen. Is dat niet vreemd om daar geen rekening mee te houden?
Antwoord: p. 2/18
We hebben met het opstellen van het meerjarenprogramma 2021-2022 rekening gehouden met een minimale prijsstijging conform CBS index van de afgelopen 5 jaar. Aangezien dit jaar de prijzen voor brandstoffen, bouwmaterialen en arbeid onvoorzien extreem gestegen zijn, kon deze kostenstijging niet eerder ingeschat worden. Vraag 8: Bij de start van het project ‘Individuele Trajectbegeleiding Drugsgebruikers’ had onze fractie al bedenkingen over de meerwaarde ervan (weer een extra station). Wat betekent concreet ‘er zijn niet voldoende resultaten bereikt?’ Antwoord: Hiervoor verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief die u naar aanleiding van de evaluatie heeft ontvangen. Concreet zijn bij 4 cliënten contacten gelegd voor het starten van een behandeling. Slechts bij één cliënt wordt melding gemaakt van een reductie van middelen gebruik. Vraag 9: Raadsvoorstel: Op pagina 2 in tabel 1 Meerjarenramingen (idem in begroting pag. 4) staan voor 2022 en 2023 als voordeel genoemd resp. € 23.000 en € 11.000. Moet dat niet zijn: voordeel resp. € 143.000 en € 115.000. Antwoord: Het saldo (overschot) is meerjarig correct . Wel is de Totale opgave voor 2022 en 2023 incorrect. Dit is gecorrigeerd naar €2.697.000 voor 2022 en €1.931.000 voor 2023. Vraag 10: Op pag. 15 en 16 staan items over de locatie Oude Hooge Veer.
Zijn die niet in tegenspraak met elkaar? Antwoord: Nee, in de gesprekken die gevoerd worden met Thuisvester worden bestuurlijke ambities zoals uit het raadsprogramma of de motie uit 2016 meegenomen. In de startnotitie die richting de raad komt moet ook blijken in welke mate we deze ambities kunnen waar maken. Vraag 11: Op pag. 16 staat iets over de Visie Grote Kerkstraat. Er zijn toch al ontwikkelingen gaande of zijn er andere detailhandelslocatie in beeld? Zo ja, welke? Antwoord: Ja, enkele particulieren die percelen en panden aan de Grote Kerkstraat bezitten willen bekijken wat de ontwikkelmogelijkheden zijn. Daarnaast hebben wij als gemeente straks een opgave rondom het huidige schoolgebouw van de Wilsdonck. Daarom is een integrale visie noodzakelijk. Een enkele ontwikkeling die nu al heeft plaatsgevonden of in ontwikkeling is, betreffen kleinschalige transformaties van bestaande panden. Voor deze panden is de noodzaak om te wachten op de visie niet zo groot. Vraag 12: Bij programma 5 op pag. 54 staat bij “Begeleide participatie” dat het nadelen zijn. Moet dat niet voordeel zijn? Antwoord: Correct, is aangepast in de tabellen. Vraag 13: Op pag. 78. Mutaties reserves bij resume.
Hoe komt u aan het saldo van € 37.000 nadelig? Antwoord: Voor 2022 wordt € 625.000 gestort in de vrije algemene reserve, € 552.000 onttrokken teneinde de begrotingscijfers zuiver te kunnen beoordelen en € 36.000 uit de reserve I&A ter dekking van incidentele uitgaven. Per saldo € 37.000 nadeel voor het saldo 2022. De jaren daarna werken positief voor het saldo. Vraag 14: Op pag. 83 onder de opsomming van wat hoort bij Overhead staat de volgende zin: “Ondersteunende taken……derhalve niet tot de overhead”. De definitie van Overhead zegt volgens ons wat anders? Antwoord: p. 3/18
Uw constatering klopt; met het opstellen van de begroting is in de “standaardtekst” abusievelijk, het (2e) woord “Niet” toegevoegd. Dit is niet juist en niet conform de tekst van de notitie Overhead van de BBV.
p. 4/18
Vragen van: SVP Vraag 1: Graag een gespecificeerd overzicht van voorgenomen bezuinigingen m.b.t. de begroting zoals we vorig jaar ook ontvingen ? Antwoord: Voor de begroting 2022 heeft geen bezuinigingsronde plaatsgevonden waardoor er ook geen gespecificeerd overzicht in de begroting 2022 is opgenomen. Vraag 2: In het raadsvoorstel en op p. 4 is de cijferopstelling m.b.t. 2022 en 2023 niet juist. Ons inziens moeten de bedragen Totale opgave m.b.t. 2022 respectievelijk 2023 zijn: € 2.6597.000 respectievelijk € 1.931.000 ? (De uiteindelijke uitkomsten onderaan de streep zijn cijfermatig wel correct.) Antwoord: De Totale opgave voor 2022 en 2023 is incorrect. Dit is gecorrigeerd naar €2.697.000 voor 2022 en €1.931.000 voor 2023. Vraag 3: In genoemde cijferopstelling op p. 4 is een regel “Solvabiliteitsverbetering” opgenomen, resulterend in Voordeel / Nadeel gedurende 2022-2025. Graag uitleg hoe u aan de daar genoemde bedragen komt ? Antwoord: Gelet op de cijfers in de concept-meerjarenbegroting wordt voorgesteld om de storting in de vrije algemene reserve in 2022 met € 625.000 te verhogen en de jaren daarna met hetzelfde bedrag (- € 70.000, - € 350.000 en - € 205.000 = totaal € 625.000) te verlagen. Daarmee wordt de solvabiliteitsratio op kortere termijn aanzienlijk verbeterd zonder dat het meerjarig begrotingssaldo daarmee gewijzigd wordt.
Vraag 4: A: p.15 Is of wordt onderzocht m.b.t. het Hoge Veer of het gebouw zo heringericht / aangepast kan worden dat alleenstaanden of 2-persoonshuishoudens, eventueel gezinnen daar kunnen wonen ? B: zo neen, waarom niet ? C: zo ja, wat was dan de uitkomst van dat onderzoek, graag met redengeving ? Antwoord: Met het antwoord lopen we al vooruit op de startnotitie die nog voorgelegd moet worden aan de raad. Thuisvester heeft het gebouw bouwkundig laten onderzoeken; herbestemmen van het pand lijkt bouwkundig en financieel geen haalbare exercitie. In de startnotitie zal hier nader op ingegaan worden. Vraag 5: p. 16 Energietransitie (a) en warmtetransitie / van het gas af (b): hoe gaat u er voor zorgen dat dit voor IEDEREEN betaalbaar is ? Antwoord: Het voor iedereen betaalbaar houden is eén van de kaders van de Transitievisie Warmte. Dit is afhankelijk van verschillende factoren, waaronder de bijdrage van het Rijk. Daar kunnen we weinig invloed op uitoefenen. Waar we dat wel kunnen, doen we dat ook. Zo helpen we aan de financieringskant door het aanbieden van een duurzaamheidslening, waarbij de terugbetaling vaak gelijk of minder is dan de besparing in energie. Ook bieden we zo veel mogelijk overzichtelijke informatie aan over mogelijkheden en subsidies.
Verder onderzoeken we in de verdiepende onderzoeken die gepland staan in de Transitievisie Warmte zoveel mogelijk alternatieven om een goed beeld te krijgen van de kosten per alternatief. We betrekken daarbij in een zo vroeg mogelijk stadium, zoveel mogelijk mensen. Zo creëren we een zo breed mogelijk draagvlak en krijgen we een goed overzicht van alle belangen. Vraag 6: p. 17 Herstructurering Zoutmanstraat a. hoeveel woningen worden er gesloopt ? b. hoeveel van deze woningen zijn huurwoningen ? c. wat is de huidige huurprijsklasse van deze woningen ? p. 5/18
d. hoeveel woningen worden er teruggebouwd, specificatie naar koop en huur ? e. wat zal de maximale huurprijs / koopprijs zijn van de nieuw te bouwen woningen ? f. kunnen alle bewoners die dat wensen weer terugkeren in de aldaar nieuw te bouwen woningen ? Antwoord: a. Er worden 39 woningen gesloopt; b. Alle woningen die worden gesloopt zijn huurwoningen; c. De huurprijs van de woningen ligt onder de liberalisatiegrens. d. Er worden 58 woningen teruggebouwd. Alle woningen zullen huurwoningen zijn; e. De toekomstige huurprijs ligt ook onder de liberalisatiegrens; f. Ja, zoals opgenomen in het sociaal statuut dat tussen de bewoners en Thuisvester is gesloten, kunnen alle oorspronkelijke huurders die dat wensen, terugkeren naar de nieuw te bouwen woningen. Vraag 7: p. 23 Kinderboerderij Al jaren wordt hierover gesproken en het bestuur / gebruikers van de Kinderboerderij waren in ieder geval toentertijd (ons inziens terecht) het volstrekt oneens met een verhuizing van de Peuterspeelzaal Paddenstoel naar de kantine. Hoe is wat dat betreft nu de stand van zaken en is daarin een verandering gekomen en zo ja, waarom en hoe ? Antwoord: Vanwege het stopzetten van de subsidie hebben wij samen met het bestuur van de kinderboerderij bekeken op welke manier zij dit financieel zelfstandig kunnen opvangen.
Eén van de grote kostenposten die zij hebben, de huur, wordt lager voor de kinderboerderij wanneer de peuterspeelzaal zal verhuizen naar hun kantine. Zij zien ook een educatieve rol die zij zouden kunnen vervullen wanneer de Paddenstoel naar de kantine zou verhuizen. Dit zou voor beide partijen voordelig kunnen zijn. Daarnaast zou dit een geschikte oplossing zijn voor de Paddenstoel als zij uit de Schattelijn moeten vertrekken. Momenteel ligt dit stil omdat nog niet duidelijk is of en wanneer de Paddenstoel zal moeten verhuizen. Wanneer hier meer duidelijkheid over is zullen de gesprekken tussen de kinderboerderij, de Paddenstoel en de gemeente worden voortgezet. Het verdient opmerking dat het kinderdagverblijf niet negatief tegenover een verhuizing naar de kinderboerderij staat. Vraag 8: p. 35 Graag toezending van de tekst van het Lokaal Sportakkoord Antwoord: In de bijlage vindt u het sportakkoord en het bijbehorende plan van aanpak. Vraag 9: p. 39 Bij de berekening van de kapitaallasten van nieuw te bouwen Sporthal Parkzicht (zie het Raadsvoorstel van juli 2021) is geen rekening gehouden met rente en wordt er vanuit gegaan dat de investering gedekt kan worden uit exploitatie-opbrengsten van de gronden van de scholen Wilsdonck en De Vonder. Echter de tenminste 5 komende jaren zal deze grond of een groot deel daarvan niet in exploitatie worden genomen of winstgevend zijn.
Graag een precieze berekening van de kapitaallasten, rekening houdend met het bovenstaande ?
p. 6/18
Antwoord: Op pagina 54 van de begroting (deel 2) worden de kapitaallasten van de bouw van de sporthal weergegeven, wat neerkomt op een kapitaallast van €125.000,- vanaf 2022 Vanaf 2024 komt daar €99.000,- aan exploitatielast bij. Voor nadere tekstuele uitleg verwijzen wij u naar pagina 36 van de begroting deel 1. Vraag 10: p. 49 Multifunctionele Ontmoetingsplek (MOP), investering totaal € 93.000,-Graag een uitgebreide toelichting wat we ons hierbij voor moeten stellen gelet op het investeringsbedrag ? Antwoord: Enkele jaren geleden is samen met jongeren een zoektocht gestart naar een locatie voor ontmoetingsplek in de buitenlucht. Uit die studie is het koningspark als meest geschikte locatie naar voren gekomen. De locatie maakt het mogelijk om de ontmoetingsplek multifunctioneel in te zetten voor o.a. educatiedoeleinden, ontmoeten en spel. De MOP bestaat uit een prieel, losgelegen zitelementen en een spelelement. Alles wordt uitgevoerd met duurzame en robuuste materialen. Naast de materiaalkosten zijn er ook kosten voor grondwerkzaamheden. Vraag 11: Wanneer komt nu de Ontmoetingsplek t.b.v. Boterpolder-Sandoel als vervanging van Dorpshuis De Haven ? Antwoord: Het plan is in januari 2022 te starten met het ontmoetingspunt in de wijk. Wij zetten de samenwerkingspartners binnen het sociaal domein voor deze start en ook om het ontmoetingspunt verder uit te bouwen.
Als gemeente spelen wij daarbij, conform het beleidskader sociaal domein, een faciliterende rol. Vraag 12: p. 70 Burgerparticipatie Kan de burgerparticipatie zo ingericht worden dat burgers vanaf het allereerste begin van een project erbij betrokken kunnen zijn. Dus niet zoals bijvoorbeeld: de gemeenteraad legt vast dat groen / natuurbos Achter de Hoeven vervangen moet worden door asfalt en stenen en alleen over de nadere invulling mag meegepraat worden. Gaat u dit in de toekomst anders aanpakken ? Antwoord: Bij ruimtelijke initiatieven ligt de rol om de participatie te organiseren steeds meer bij de initiatiefnemer. Dit vraagt de Omgevingswet ook van de initiatiefnemer. De beleidsnotitie burgerparticipatie die in voorbereiding is gaat hier ook vanuit. Deze nota vraagt ook om vooraf na te denken over de vorm van participatie, zowel voor ons als gemeente als voor een initiatiefnemer. Per situatie wordt bekeken welke vorm van participatie op dat moment het beste is en welke mate van invloed burgers dus hebben. De juiste verwachtingen naar elkaar uitspraken is hierin het belangrijkste.
p. 7/18
Vragen van: Lijst Smit Vraag 1: Welke beheersmaatregelen zijn er toe te passen, indien het abonnementstarief binnen de WMO onbeheersbaar blijkt? Antwoord: Er zijn verschillende beheersmaatregelen toe te passen. In het door het college vastgestelde kostenbeheersingsplan Wmo (2020) zijn enkele maatregelen benoemd, die momenteel uitgewerkt worden en deels al geëffectueerd worden. Het gaat hierbij onder andere over het sturen op een verschuiving naar lichtere indicaties bij begeleiding en het strakker sturen op het gemeentelijk proces. Daarnaast is binnen het nieuwe contract Huishoudelijke Ondersteuning (2021) opgenomen dat in samenwerking met de dienstverleners mogelijkheden van vernieuwing onderzocht kunnen worden. Hierbij gaat het over innovatieve en efficiëntere manieren om de dienstverlening aan te bieden. Vraag 2: Thuisvester gaf middels de media aan dat slechts 23% inwoners vanuit onze mooie gemeente een woning konden betrekken in het nieuwe Koninginnebastion, daar waar vele thuiswonende jongeren een mooie stap willen maken richting zichzelf te ontwikkelen. Wat vind het college van dit getal mbt woningnood bij onze jongeren? Antwoord: Volgens Thuisvester is circa de helft van de sociale huurwoningen in het Koninginnebastion naar de inwoners van het Koninginnebastion gegaan, dus meer dan 23%. p. 8/18
Omdat we samen van mening zijn dat de huidige druk op de woningmarkt de verdeling van de beschikbare woningruimte bemoeilijkt, heeft het college in juli 2021 een raadsvoorstel met daarin een palet aan sturingsmogelijkheden voor woonruimteverdeling voor onze inwoners aan u voorgelegd. Met dit palet aan mogelijkheden inclusief de huisvestingsverordening kunnen we binnen onze gemeente wettelijk gaan sturen op de toewijzing van sociale huurwoningen (tot 25%). De huisvestingsverordening is een tijdelijke (4 jaar) en beperkte maatregel om ervoor te zorgen dat de woningnood voor onze inwoners in het algemeen en jongeren specifiek verlicht kan worden. Het inzetten van de andere maatregelen voorgesteld in het pakket dragen daar ook aan bij. Dit alles tezamen maakt dat we in de toekomst meer (nieuwbouw) sociale huurwoningen kunnen toewijzen aan onze eigen inwoners (of specifiek eigen jongeren). Vraag 3: Hoe gaat het college onze raadsagenda de komende periode nakomen? Antwoord: College en organisatie bespreken deze frequent om zo tot een realistische planning te komen. Zowel vooraf als tijdens het proces. Daarnaast blijft het gaan om een planning, waarbij tal van factoren van invloed kunnen zijn op het behalen van de eerder vastgestelde planning. Zo tijdig mogelijk zullen mutaties en redenen met de raad worden gecommuniceerd.
Vraag 4: Wanneer hebben wij het maaibeleid vastgesteld zoals thans uitgevoerd en hoe en wanneer hebben wij het daarvoor leidende maaibeleid vastgesteld? Antwoord: Op 25 april 2019 heeft de raad kennis genomen van de nieuwe maaikaart. Samen met een groep inwoners, het Waterschap en Natuurfederatie Geertruidenberg hebben we gekeken waar kansrijke gebieden liggen om het ecologisch maaibeheer en de biodiversiteit uit te breiden. 2021 was het eerste jaar dat we met dit nieuwe maaibeleid van start zijn gegaan. Enerzijds het maaien van de bermen wat nu gezamenlijk met 13 gemeentes en Staatsbosbeheer bij het waterschap is ondergebracht en anderzijds het minder maaien van een reeks gazons. Beide trajecten worden dit najaar geëvalueerd en aangescherpt Bovenstaand maaibeleid is ingezet om de biodiversiteit te vergroten en past in lijn met de doelstellingen en ambities van de gemeenteraad op dit vlak zoals deze ook zijn verwoord in het duurzaamheidsprogramma en de begroting.
Vraag 5: Kunt u ons aangeven wanneer de plannen voor de Wilsdonck en de Vonder gaan ontvangen en waarom er anderen reeds bekend zijn met deze plannen? Antwoord: Het schoolbestuur van Stichting Uniek is bouwheer van de nieuw te bouwen fusieschool. De conceptplannen worden eerst in de eigen organisatie van Uniek besproken om het (maatschappelijk) draagvlak zo groot mogelijk te laten zijn. De concept-plannen zijn op 19 oktober gedeeld door stichting Uniek met de ambtelijke organisatie, maar betreffen nog geen schetsen of definitieve ontwerpen. In de komende tijd werkt stichting Uniek verder aan de concept-plannen. Op dit moment is nog niet bekend wanneer Uniek een aanvraag zal indienen die wij u kunnen voorleggen, uiteraard zijn wij hierover met stichting Uniek in gesprek. Wanneer de concept-plannen voldoende draagvlak hebben worden ze aan uw gemeenteraad voorgelegd. Afhankelijk van de te volgen ruimtelijke procedure zal de definitieve planning kunnen worden opgesteld. Vraag 6: Al jaren is bekend dat de trainingsvelden van RFC aan de andere zijde van het complex, matig bespeelbaar zijn bij natte weersomstandigheden. In hoeverre zijn deze omstandigheden het laatste jaar slechter geworden? Graag rapportage hierover. Antwoord: Jaarlijks wordt er een periodieke keuring van de sportvelden gedaan. Als bijlage zijn de rapporten van 2020 en 2021 toegevoegd.
Uit de uitgebreide keuring van de sportvelden in 2020 is gebleken dat de kwaliteit van de betreffende velden redelijk is. Doordat de bovenlaag vrij compact is (kleivormige grond) is de waterdoorlaatbaarheid wat minder. Dat maakt dat bij veel regenval er sneller plasvorming ontstaat op de velden. p. 9/18
In de begroting 2021 is budget opgenomen om onderzoek en mogelijk onderhoud te laten plegen aan de velden. Een andere optie kan zijn om de velden aan de andere kant van de Kloosterweg af te stoten en te komen tot een duurzamere oplossing aan de kant van RFC. E.e.a. zal ook financieel worden afgewogen. Vanwege gebrek aan ambtelijke capaciteit is hier nog geen uitvoer aan gegeven. Vraag 7: Binnen deze begroting spreekt u structureel over sport accommodatiebeleid terwijl u recentelijk in uw RIB aangaf dat vanaf begin 2021 er alleen sprake zou zijn van een buitensport accommodatiebeleid, graag uitleg hierover? Antwoord: Door onduidelijkheid over de eigendomssituatie en het ontbreken van eenduidig beleid bij buitensportverenigingen was er noodzaak om te komen tot uniform beleid rondom de eigendomssituatie en huursystematiek bij buitensportverenigingen. Zodoende is in 2019 besloten om te komen tot een herijking van het sportaccommodatiebeleid voor buitensport met als beoogd effect eenduidig beleid rondom de eigendommen en verhuur van buitensportaccommodaties te bewerkstelligen. Bovenstaande vragen spelen niet bij binnensportverenigingen waardoor die bij de huidige herijking buiten beschouwing zijn gelaten. Beheer, exploitatie, eigendomssituatie en huursystematiek is voor binnensport anders dan voor buitensport. Dit is in openbare vergaderingen meermaals medegedeeld.
Om toekomstege verwarring te voorkomen is in PenC-documenten steevast gesproken over buitensportaccommodatiebeleid. Dit tot onze spijt helaas niet zo verwoord in de raadsplanning. Vraag 8: Vorig jaar zijn wij een avond bij elkaar geweest voor de aanbestedingsvorm van de zwembaden. Deze avond is ons verzekerd dat verdere uitstel van aanbesteding wettelijk niet zou kunnen. Kunt u uitleggen waarom dit nu wel het geval is en waarom wij niet eerder hierover zijn geïnformeerd? Is de exploitant inmiddels op de hoogte van deze vreemde gang van zaken? Antwoord: De exploitant van beide gemeentelijke buitenzwembaden is op de hoogte gesteld. De vraag wel of niet aanbesteden van de zwembaden speelt al jaren. Om verschillende redenen is er tot op heden voor gekozen om de huur- en exploitatie overeenkomst met N.V. Sportfondsen Geertruidenberg SFGB) jaarlijks te verlengen. De huidige huurovereenkomst heeft geen einddatum. En wordt zonder opzegging jaarlijks stilzwijgend verlengd. Het advies van het Inkoopbureau is om de exploitatie van de zwembaden wel aan te besteden, ook al zijn we dit niet contractueel verplicht. De huidige huurovereenkomst is in 2015 aangegaan als overbrugging. Daarnaast is het niet proportioneel om een opdracht, zeker met deze waarde, lang van de markt te houden.
De reden om de huidige huurovereenkomst met SFGB weer te verlengen, is dat de kans zich voordoet om een integrale aanbesteding te kunnen doen. De ontwikkelingen rondom een mogelijke nieuwe sporthal biedt de gemeente de mogelijkheid te onderzoeken en vanuit een breder perspectief te kijken naar de toekomstige exploitatie van alle sportaccommodaties (gymzalen, sporthal(len) en zwembaden) Vanuit daar kan bepaald worden welke aanbestedingsvorm daarbij past. Te denken valt aan een gemeentelijk sportbedrijf, maar ook aan een brede aanbesteding voor de exploitatie van alle gemeentelijke objecten. Tijdens het besluit van vorig jaar om de zwembaden aan te besteden was in zijn geheel nog niet duidelijk of op locatie Parkzicht een sporthal zou worden gerealiseerd. Nu die omstandigheid zich lijkt voor te doen ontstaat volgens het college een valide reden om niet versnipperd aan te besteden. Vraag 9: Zou graag van het college willen weten wat zij hebben gedaan met de toezegging om met binnensport verenigingen in overleg te gaan ivm de beperkte zaalruimte en deze te herschikken? Antwoord: We zijn daarover in gesprek met de vereniging(en) die deze beperkte zaalruimte ervaren, om gezamenlijk tot een zo goed mogelijke oplossing te komen. Inmiddels heeft HMC extra uren in de sporthal van het Dongemond College kunnen regelen, waardoor de nood ook bij HMC minder hoog is.
In de tussentijd hebben we navraag gedaan voor het oprichten van een tijdelijke hal (in samenwerking met de gemeente Waalwijk, waar in Waspik ook een nieuwe hal wordt gebouwd). Dit leek echter financieel en praktisch niet haalbaar. Daarnaast zal in de nieuwe sportaccommodatie op locatie Parkzicht voldoende zaalruimte worden gerealiseerd voor de binnensportverenigingen.
p. 10/18
Vraag 10: Wanneer is de nieuwe sporthal klaar? Antwoord: Eerder gingen we uit van een oplevering in augustus 2023. Bij amendement d.d. 22 juli j.l. is het voorstel doorgeschoven naar november (met financiële dekking per 1 januari 2022) In de planning wordt nu uitgegaan van oplevering in mei 2024. Vraag 11: Op dit moment word er door een aantal vrijwilligers hard gewerkt aan diverse begraafplaatsen ivm fatsoenlijk onderhoud? Is het college bereid om deze mensen financieel te ondersteunen indien men dit zou wensen? Antwoord: Er is bereidheid om vrijwilligers te faciliteren, bijvoorbeeld in materialen en gereedschap.
p. 11/18
Vragen van: Morgen! Vraag 1: P24. Afval: Er is in 2022 een opbrengst van € 33.000. In de tabel op p21 staat voor 2022 een bedrag 21.000 N. Is er ergens een kostenpost van € 54.000? Antwoord: De 54.000 is de verminderde storting uit de voorziening. Saldo is daarom 21.000 N. De voorziening dient voor de egalisatie van de jaarlijkse wisselende kosten en draagt bij aan de stabiliteit van de heffing. Vraag 2: P36-37. Sporthal: Er komt dus een sporthal zonder grotere tribune en horecaruimte? Antwoord: De potentiële gebruikers hebben desgevraagd allemaal aangegeven geen expliciete behoefte te hebben aan een grotere tribune dan de beoogde 50 zitplaatsen en ook niet aan een grotere dan geplande horeca voorziening. Ons voorstel is derhalve vast te blijven houden aan de eerder opgenomen omvang van deze voorzieningen. Daarnaast blijkt uit benchmark van Synarchis dat een grotere tribune en of horeca niet automatisch leidt tot meer inkomsten. Vraag 3: P36-37-38. Sporthal: Op p36 staat een exploitatietekort in 2023 van € 50.000. Moet dit ook in de tabel op p37 en tekst op p38 staan? Antwoord: In de begroting 2022 is voor 2024 uitgegaan van de exploitatielasten van een heel jaar. Indien de sporthal gerealiseerd wordt conform planning namelijk mei 2024 dan zullen de kosten verhoudingsgewijs minder hoog zijn. Vraag 4: P37-38.
RFC: Ontbreekt de € 150.000 groot onderhoud (p37) in de tabel Investeringen (p38)? Antwoord: Jaarlijks wordt er een periodieke keuring van de sportvelden gedaan. Als bijlage zijn de rapporten van 2020 en 2021 toegevoegd. Uit de uitgebreide keuring van de sportvelden in 2020 is gebleken dat de kwaliteit van de betreffende velden redelijk is. Doordat de bovenlaag vrij compact is (kleivormige grond) is de waterdoorlaatbaarheid wat minder. Dat maakt dat bij veel regenval er sneller plasvorming ontstaat op de velden. In de begroting 2021 is budget opgenomen om onderzoek en mogelijk onderhoud te laten plegen aan de velden. Een andere optie kan zijn om de velden aan de andere kant van de Kloosterweg af te stoten en te komen tot een duurzamere oplossing aan de kant van RFC. E.e.a. zal ook financieel worden afgewogen. Vanwege gebrek aan ambtelijke capaciteit is hier nog geen uitvoer aan gegeven. Vandaar dat deze nu niet is opgenomen in het investeringsplan, maar u daarvoor een separaat voorstel ontvangt. Vraag 5: P56. Inkomensregelingen: Is het verantwoord om de besparing ad € 325.000 voor alle jaren als structureel op te nemen? Antwoord: Door onder andere de Coronacrisis werd een stijging van het aantal bijstandsklanten verwacht.
Aangezien de stijging die werd verwacht tot op heden niet heeft plaatsgevonden, en het aantal klanten momenteel stabiel is en bedrijven om personeel schreeuwen, durven wij het aan om de stijging die vanaf 2022 was begroot, eraf te halen. Wanneer we kijken naar het budget voor loonkostensubsidie, zou deze vanaf 2022 stijgen met 50.000 euro. Gezien de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt is ervoor gekozen om ook deze post niet te verhogen vanaf 2022. Vraag 6: P56. Bijdrage werkvoorziening: De ca. 20.000 staat in de tabel op p54 als N. Klopt dat? Antwoord: Nee, het moet een V zijn. De tabellen zijn gecorrigeerd. Vraag 7: p. 12/18
P57. GGD: Hoe is het bedrag van € 397.614 te rijmen met de 40.000 N in de tabel op p54? Antwoord: Dit betreft een typefout. Het correcte bedrag is €39.614 Vraag 8: Bij de diverse programma’s staat in het financieel overzicht de post Mutaties salarissen. Waar heeft die betrekking op? Antwoord: De mutaties salarissen betreffen de budget neutrale toerekening van de salariskosten en de mutaties van de CAO verhoging salariskosten en formatie zoals griffie. Vraag 9: Wat is de functie van beleidsindicatoren bij de diverse programma’s: te realiseren doelstellingen of realisaties? Waarom zijn de waarden bij veel indicatoren voor 2022-2025 gelijk? Antwoord: Met ingang van begrotingsjaar 2017 zijn gemeenten verplicht een set uniforme beleidsindicatoren in hun verantwoordingsstukken op te nemen. Het doel hiervan was om te komen tot meer transparantie, stuurbaarheid en vergelijkbaarheid. Bij veel indicatoren zijn de waarden voor 2022-2025 gelijk omdat het niet altijd mogelijk is een meerjarenoverzicht op te stellen waardoor de cijfers gelijk blijven. Vraag 10: Blz. 34: Functiemenging. Ik weet sowieso niet wat dit betekent en wat het getal voor inzicht geeft, maar het valt me wel op dat de indicator in 2025 wordt verlaagd.
Is daar een reden voor? Antwoord: De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. In Geertruidenberg zijn meer banen dan woningen, het percentage over 2020 is 53,3. Gezien de vacaturevraag verwachten we dat het percentage banen nog wat zal stijgen, maar door woningnood het aantal woningen ook gaat toenemen. Vandaar dat we het getal in 2025 weer enigszins bijgesteld hebben. Vraag 11: Blz. 44: investeringen: “zijn inclusief BTW en VAT kosten” wat zijn VAT-kosten? Dit komt in meerdere investeringsoverzichten terug. Als het de afkorting is van Value Added Tax, dan is het gelijk aan BTW alleen dan in het engels Antwoord: VAT is een afkorting van Voorbereiding, Administratie en Toezicht. Vraag 12: Blz. 60: indicatoren: je ziet hier een flinke uitdaging in het realiseren van de indicatoren. De realisatie in 2020 is in veel indicatoren minder goed dan de prognose voor 2022 en verder. Wordt er nu voldoende geïnvesteerd om deze doelstellingen in 2022 en verder te realiseren? Voorbeeld: indicator 32, de realisatie (920) is veel aanzienlijk hoger dan de doelstelling (740 / 750). Hoe reëel is dan de indicator? Of andersom: welke investering wordt er gedaan om dit te realiseren? Dit zie je bij meerdere indicatoren terug.
Antwoord: Een antwoord op deze vraag wordt u nog toegezonden. Vraag 13: Blz. 64: verplichting van label-C. Wat is de actuele stand van de eigen gebouwen? Antwoord: De actuele stand van zaken van de energielabels van een groot deel van onze gebouwen is recent (augustus 2021) opgenomen. Het gaat hier om de panden die een energielabelplicht hebben omdat deze ofwel een kantoor zijn en vallen onder de Label-C plicht ofwel omdat deze publiek toegankelijk zijn. NB. Publiek toegankelijke gebouwen hebben (nog) geen plicht om een minimumlabel C te hebben, dat geldt alleen voor kantoorpanden. Publiek toegankelijke gebouwen hoeven alleen een energielabel te hebben. Hieronder de tabel met de huidige energielabels (de schaal voor energielabels voor gebouwen loopt van G tot A+++++): p. 13/18
Pand
Labelregels
Gymzaal Hooipolder Buurthuis de Schelf
Publiek toegankelijk Publiek toegankelijk Publiek toegankelijk Labelplicht bij verkoop Publiek Toegankelijk Publiek toegankelijk Publiek toegankelijk Labelplicht bij verkoop Labelplicht bij verkoop Labelplicht bij verkoop Labelplicht bij verkoop Labelplicht bij verkoop Publiek toegankelijk Publiek toegankelijk Label C-plicht kantoren Publiek toegankelijk
Gymzaal Elizabethstraat Bakkerij Schattelijn Oude Raadshuisje, Heereplein 11 Zwembad Ganzewiel Museum de Roos Markt 32 Markt 34 Markt 36 Markt 38 Schattelijn Nintai/jeu de boules/voedselbank Zwembad de Schans Gemeentehuis Vrijheidstraat 2 Oude Wacht
Huidig energielabel B B A++ E G A+++ B E B A F C B A++++ E G
Vraag 14: P17ev. Duurzaamheid: Is voor de uitvoering van de diverse onderdelen van het duurzaamheidsprogramma de komende jaren voldoende budget beschikbaar? Incl. de storting in het regionaal energiefonds en de te ontvangen RREW-subsidie. Antwoord: Voor de uitvoering van het duurzaamheidsprogramma is de komende jaren 100.000 euro per jaar beschikbaar. Hiervan is 25.000 euro per jaar, bij besluit van de raad in de begroting 2020, bestemd voor biodiversiteit. Biodiversiteit staat niet als zodanig in het duurzaamheidsprogramma. Dat maakt het dat er vanaf 2022 75.000 euro netto per jaar beschikbaar is voor de uitvoering van het duurzaamheidsprogramma. 25.000 euro van het uitvoeringsbudget in 2022 zal worden gereserveerd voor een eventuele storting in het regionale energiefonds. Dit was bij het aannemen van het duurzaamheidsprogramma 300.000 euro per jaar voor de jaren 2022 en 2023. Bij de meerjarenbegrotingen 2020-2023 en 2021-2024 zijn deze bedragen verlaagd naar het huidige niveau. Daarbovenop was het aantal fte’s voor het duurzaamheidsprogramma becijferd op 1,6 fte in 2018, oplopend tot 3,6 fte in 2022. De bezetting in 2021 is 1,6 fte. In deze begroting wordt voorgesteld om dit uit te breiden met 1 fte.
Deze besluiten en context betekenen uiteraard ook iets voor de uitvoering van het duurzaamheidsprogramma, namelijk dat niet het volledige programma in het geplande tempo kan worden gerealiseerd. Door de verkregen RREW-subsidie van het rijk, hebben we tot juli 2022 extra middelen weten te vinden om een deel van het duurzaamheidsprogramma, met name op energie, wel op tempo uit te voeren. Zodra deze p. 14/18
subsidie stopt en niet wordt vernieuwd, zal opnieuw moeten worden bekeken welke zaken we wel en niet kunnen uitvoeren. Het tempo en de hoeveelheid activiteiten zullen dan moeten worden verminderd. Zeker in het licht van de wettelijke verplichtingen waar we aan moeten voldoen (de uitvoering van de Regionale Energiestrategie en de Transitievisie warmte) zullen er door de ingeperkte middelen op duurzaamheid, keuzes gemaakt moeten worden in de uitvoering. Verder loopt het huidige duurzaamheidsprogramma tot en met 2022. Dat betekent dat aankomend jaar het duurzaamheidsprogramma zal moeten worden herzien. De beschikbare middelen, doelen en ambities zijn daar uiteraard een belangrijk onderdeel van en kunnen dat worden heroverwogen. Vraag 15: P20. Hooipolder: Is nog geen (financiële) informatie bekend over de financiering via een bijdrage van RWS (slimme aanpak) en de provinciale subsidies voor leefbaarheid en verkeersveiligheid? Antwoord: Om de effecten van de werkzaamheden, aan de verbreding van de A27 / Hooipolder, op de omgeving te beperken worden vele maatregelen bedacht. De maatregelen variëren van slim plannen, slim bouwen, communicatie, verkeers-, mobiliteitsmanagement tot verkeersmaatregelen. Het pakket aan maatregelen krijgt steeds meer vorm evenals de kosten die daar gemoeid mee zijn.
De gesprekken over beschikbaarheid van middelen en verdeling van kosten moet nog plaatsvinden. Wel hebben alle betrokken partijen aangegeven bereid te zijn een bijdrage te leveren. Vraag 16: P31. Techniek Onderwijs: Worden kinderen naast techniek ook voor andere terreinen zoals openbaar bestuur, onderwijs, zorg, ea gemotiveerd en geïnteresseerd? Antwoord: Het schoolbestuur draagt de verantwoordelijkheid voor onderwijsinhoudelijke zaken zoals het interesseren van kinderen voor openbaar bestuur, onderwijs, zorg. Natuurlijk kunnen het bedrijfsleven en de overheid binnen de triple helix daarin samen optrekken. Op dit moment gebeurt dat, anders dan binnen het techniekonderwijs, nog niet structureel. Techniek onderwijs betreft een samenwerking tussen het bedrijfsleven, het onderwijs en de gemeente en is aanvullend op het onderwijsinhoudelijke programma. Vraag 17: Alg. Preventie, vroegsignalering en integrale aanpak zijn essentieel bij veel onderdelen in dit domein. Ik kan niet helemaal overzien of deze voldoende aandacht krijgen. Antwoord: Preventie, vroegsignalering en een integrale aanpak zijn belangrijke onderdelen in onze aanpak binnen het sociaal domein. Er wordt ingezet op procesregie, waarbij een integrale aanpak centraal staat.
Daarnaast wordt gewerkt aan het optimaliseren van de samenwerking tussen professionals, zodat zij weten waar een ieders expertise ligt en vroegtijdig naar de juiste professional doorverwezen kan worden. Ook worden er vanuit de gemeente verschillende projecten en instrumenten in de preventieve sfeer ingezet om bewustwording over verschillende onderwerpen (waaronder dementie, langer thuis wonen, het belang van bewegen) te vergroten. Ook is in samenwerking met partners dit jaar gekomen tot preventiebeleid met uitvoeringsplan. Daarnaast willen we mede door het lokaal uitvoeringsplan jeugd meer inzicht te verkrijgen in de achtergronden van de jeugdhulp vragen. Hierop kunnen gerichter preventieve maatregelen worden genomen. Vraag 18: Wanneer vindt de voortgangsevaluatie plaats van het project dementievriendelijk gemeente? Antwoord: Recent is met de werkgroepen /stuurgroep DVG afgesproken om deze voortgangsevaluatie op te schuiven in de tijd. Het plan van aanpak is in februari 2021 vastgesteld in uw raad. Mede door corona kon er in het afgelopen half jaar weinig worden ontwikkeld en georganiseerd. De stuurgroep/werkgroepen hebben de prioriteit voor het komende driekwart jaar gelegd bij de ontwikkeling van activiteiten voor inwoners. Daarna kan een voortgangsevaluatie plaatsvinden.
Vraag 19: Programma Langer Thuis: wanneer en waar komt de voor 2021 beloofde ontmoetingsplek voor ouderen in Raamsdonksveer-Zuid? p. 15/18
Antwoord: Zie SVP, antwoord 11. Vraag 20: Kunnen we burgerparticipatie aanwenden bij onze inzet op gezondheidspreventie? Antwoord: Ja, zo zijn we nu bezig met een onderzoek om een lokaal preventieakkoord in te zetten. Dit preventieakkoord zal worden vormgegeven door maatschappelijke partners, inwoners en de gemeente, waardoor burgerparticipatie geborgd is. Deze aanpak past ook goed in het beleidskader sociaal domein. Vraag 21: Hulp bij schulden: hoe is de ervaring met vroegtijdige signalering van schulden tot nu toe? Is er al zicht op welk verschil het maakt voor de inwoners? Antwoord: Tot nu toe is het aantal signalen dat wij ontvangen van vaste lastenpartners lager dan verwacht. Dit ligt rond de 30 meldingen per maand. Het lage aantal meldingen zien wij bij bijna alle gemeenten. Wanneer wij een signaal ontvangen dat een inwoner een betalingsachterstand heeft nemen wij altijd contact met hen op. Onze ervaring is dat hier weinig hulpvragen uit voortkomen. Het merendeel van de inwoners die wij spreken heeft de achterstand al opgelost door bijvoorbeeld een betalingsregeling te treffen. De meerwaarde van de vroegsignalering zit hem vooral in het zichtbaar zijn voor inwoners als mogelijke hulp bij financiële problemen.
Ondanks het lage aantal hulpvragen dat direct voortkomt uit de contacten, zien wij dat inwoners het als prettig ervaren dat zij bij ons terecht kunnen wanneer zij hulp nodig hebben bij financiële vragen. Vraag 22: op welke voorzieningen doelt u wanneer u gaat bezuinigen op de WMO aanvragen? Eigen netwerk? Voorliggend veld (wie)? Antwoord: Voorop staat dat alle inwoners de zorg krijgen die ze nodig hebben. We streven er echter ook naar om de kosten van de zorg beheersbaar te houden, zodat de gemeente ook op de lange termijn zorg kan blijven bieden aan die inwoners die het echt nodig hebben. Daarom kijken we bij het toekennen van een voorziening, zoals Wmo begeleiding, Wmo hulpmiddelen of Huishoudelijke Ondersteuning, altijd eerst naar welke mogelijkheden er zijn binnen het eigen netwerk van de cliënt en of er een passend collectief aanbod beschikbaar is bij een van onze welzijnsorganisaties. Tot slot kijken we ook, indien dit verantwoord is, of er een lichtere vorm van zorg aangeboden kan worden. Vraag 23: CJG: Er moet opnieuw worden uitgebreid bij het CJG. Wat wordt er bedoeld met participatiebevordering stimuleren / faciliteren? Antwoord: We willen investeren in het bevorderen van de participatie door de inzet van informele netwerken, bijvoorbeeld door het werken met vrijwilligers binnen gezinnen.
Het budget dat gevraagd wordt is overigens niet specifiek voor het CJG bedoeld, maar ziet op participatiebevordering voor en door jeugd in meer algemene zin. In relatie tot vraag 54 (vraag Morgen!) zijn deze middelen bedoeld om meer aan de voorkant te komen, te demedicaliseren, uitvoering te geven aan positief jeugdbeleid en talentontwikkeling. Vraag 24: Wat is de reden van de stijging met 380.000 voor de ambulante jeugdhulpverlening? Antwoord: De jeugdzorg kosten blijven enerzijds stijgen als gevolg van een toenemende vraag en onvoldoende uitstroom. Toch lijkt dit niet de grootste stijging van de kosten te hebben veroorzaakt. De impact van de coronacrisis en een deel zwaardere integraalzorg vanwege corona lijken de grootste veroorzaker van de stijging. Ook de knelpunten van de gehele jeugdzorgketen verklaren een deel van de stijging. Op dit moment wordt binnen de regio een verdeling tussen de drie oorzaken onderzocht. Een groot deel van de stijging lijkt dus incidenteel. Vraag 25: P51. PITD: Waarom is de pilot onvoldoende succesvol geweest? Antwoord: p. 16/18
Hiervoor verwijzen wij u naar de raadsinformatiebrief die u naar aanleiding van de evaluatie heeft ontvangen. Concreet zijn bij 4 cliënten contacten gelegd voor het starten van een behandeling. Bij slechts bij één cliënt wordt melding gemaakt van een reductie van middelen gebruik. Vraag 26: P52. POH J: Is meetbaar hoeveel dure zorg minder hoeft te worden aangewend? Antwoord: AEF heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de kosten van de jeugdzorg. Daarbij is naar voren gekomen dat de inzet van de POH Jeugd kostenbesparend is doordat deze lichte ondersteuning kan bieden waardoor geen verwijzing meer nodig is, ofwel mee kan kijken naar een juiste verwijzing waardoor foute verwijzingen (met de daarbij behorende onkosten) worden voorkomen. AEF heeft deze interventies gekwantificeerd. Wanneer we de inzet van onze POH Jeugd (volgens de registratiegegevens) op deze manier berekenen, blijkt dat de besparing groter zijn dan de kosten. Met andere woorden, de POH Jeugd verdient zichzelf terug. Zo heeft de POH-jeugd in Q1 en Q2 202115 jeugdigen zelf geholpen zonder door te verwijzen naar tweedelijns hulpverlening. De bespaarde kosten zijn € 2300 per niet doorverwezen jeugdige. Vraag 27: P53.
Woonplaatsbeginsel: Als het nieuwe beginsel hier leidt tot extra kosten, betekent dit voor andere gemeente(n) een besparing? Antwoord: Van rijkswege is hier reeds rekening mee gehouden door een compensatie in het gemeentefonds (waar andere gemeenten een onttrekking krijgen). We verwachten hiermee kostenneutraal uit te kunnen komen, afgezien van de extra administratieve kracht die het CJG moet inzetten. Vraag 28: P56. Huishoudelijke ondersteuning: Is er een kans dat Den Haag het abonnementstarief gaat herzien? Antwoord: Op dit moment zijn er geen signalen dat het abonnementstarief herzien of mogelijk afgeschaft gaat worden. De VNG stuurt hier wel op aan. De colleges van de gemeenten Oosterhout, Geertruidenberg en Drimmelen hebben recent hierover een brief gestuurd aan de VNG commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs. Kortgeleden hebben de burgemeester en de portefeuillehouder minister De Jonge ontmoet en deze kwestie persoonlijk onder de aandacht gebracht. De ontwikkelingen rondom het abonnementstarief worden nauwgezet door ons gevolgd. Vraag 29: Hier mis ik het onderwerp Businesscase OMC incl. de subsidieregeling voor OMC en later de verenigingen en de ontwikkeling van gymzaal en Agnesgebouw. Antwoord: In het raadsbesluit (1 juli 2021) omtrent de businesscase OMC is aangegeven hoe e.e.a. met het OMC en de verenigingen is geregeld voor de komende jaren.
Graag willen wij u naar de beslispunten 2 en 3 van het raadsvoorstel. Kort gezegd komt het neer op het verstrekken van een activiteitensubsidie van € 45.000 in 2022, € 60.000 en 2023 en € 62.000 vanaf 2024. Het raadsbesluit is in de begroting 2022 verwerkt. Dat u deze niet separaat in de begroting ziet staan heeft te maken met het feit dat deze activiteitensubsidie wegvalt in het totaal van subsidies. De nieuwbouw gymzaal staat voor 2023 op de planning en is in het investeringsplan opgenomen voor een totaalbedrag van € 1.134.000 Over het Agnesgebouw is thans niet specifiek iets bekend.
p. 17/18
Vragen van: Keerpunt ‘74 Vraag 1: Hoeveel kosten maken we tbv het verwijderen van onkruid? Antwoord:
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, de secretaris, de burgemeester,
R.C.J. Nagtzaam
M. Witte
p. 18/18