20210630 Rib meicirculaire 2021.docx
Tekst van het document
Aan de leden van de raad
Raamsdonksveer, 30 juni 2021 Ons kenmerk Onderwerp
: ADV// : Raadsinformatiebrief: Meicirculaire 2021
Geachte leden van de raad, college Op 31 mei jl. is de “meicirculaire gemeentefonds 2021” gepubliceerd. Gelet op de termijnen bleek het niet mogelijk om de effecten van de meicirculaire in de Kadernota 2022 mee te nemen. Vandaar dat, zoals inmiddels gebruikelijk, het college en de raad na analyse en berekening van de financiële effecten, zo snel mogelijk over de hoofdlijnen worden geïnformeerd met een raadsinformatiebrief. Vanwege de informatie over met name Corona, Jeugdwet en Herverdeling is deze RIB uitvoeriger dan gebruikelijk. Als wethouder financiën doe ik u hierbij de informatie toekomen. De circulaire informeert gemeenten over de gemeentefondsuitkeringen voor de komende jaren. Het gemeentefonds is de grootste inkomstenbron van de gemeenten. Daarnaast bepalen factoren als belastingopbrengsten, rentelasten, dividenden en grondexploitatie mede de financiële ruimte van gemeenten. Zij vallen echter buiten het bestek van de circulaire. Gemeenten ervaren onverminderd de financiële gevolgen van de Coronacrisis. In de meicirculaire wordt o.a. ingegaan op afspraken die het kabinet heeft gemaakt met gemeenten over de reële compensatie van de extra kosten en gederfde inkomsten als gevolg van de coronacrisis.
Daarnaast gaat de circulaire in op de verdeling van de middelen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg, wordt ingegaan op de ontwikkeling van het accres vanaf 2022, de herverdeling van het gemeentefonds, het BTW- compensatiefonds en een aantal taakmutaties met een relatief beperkte omvang. In deze RIB informeren wij u over de belangrijkste onderwerpen. Accres: De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven, volgens de normeringssystematiek “trap-op-trap-af”. De jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds wordt het accres genoemd. De extra uitgaven in het kader van de Coronacrisis worden buiten de beschouwing gelaten. Vandaar dat de accressen voor de jaren 2020 en 2021 in overleg met de VNG bevroren zijn. In deze circulaire is de nieuwe accresraming opgenomen voor het jaar 2022 en verder, berekend conform de huidige normeringssystematiek. De uitkeringsfactor neemt in 2022 toe met 36 punten (1 punt = afgerond € 20.000). De uiteindelijke ontwikkeling van het accres in 2022 en verder is afhankelijk van de keuzes die een nieuw kabinet maakt: zowel in budgettaire zin als in de wijze waarop een nieuw kabinet de normeringssystematiek vormgeeft.
Postbus 10.001 4940 GA Raamsdonksveer
Vrijheidstraat 2 4941 DX Raamsdonksveer
Telefoon: 140162 IBAN: NL17BNGH0285002635 BTW: NL8053.19.074.B01 E-mail: info@geertruidenberg.nl BIC : BNGHNL2G KvK: 50771752
Ons kenmerk Onderwerp
: ADV// : Raadsinformatiebrief: Meicirculaire 2021
Herijking verdeling gemeentefonds: Eerder is aangegeven dat vanaf 2022 de verdeling van het gemeentefonds op een andere wijze zou gaan plaatsvinden. Voor met name de “kleine” gemeenten zou deze herverdeling nadelig gaan uitpakken. In onze begroting 2022 hebben wij op voorhand rekening gehouden met een nadelig effect van € 375.000. Thans wordt de herverdeling van het gemeentefonds eerst vanaf 2023 verwacht zodat over 2022 een voordelig effect kan worden ingeboekt. Voor de jaren vanaf 2023 handhaven wij de eerder berekende korting van € 500.000. Jeugdzorg: De circulaire bevat eveneens informatie over de verdeling van de € 613 miljoen die het kabinet voor het jaar 2021 beschikbaar heeft gesteld voor acute problematiek in de jeugdzorg. Het bedrag van € 613 miljoen voor 2021 komt bovenop de € 300 miljoen aan tijdelijke extra middelen die bij voorjaarsnota 2019 al beschikbaar is gesteld voor het jaar 2021. Rondom de € 613 miljoen zijn bestuurlijke afspraken gemaakt tussen het Rijk en VNG. De € 613 miljoen valt in een aantal delen uiteen. 1. € 120 miljoen van de € 613 miljoen wordt verdeeld via specifieke uitkeringen of op een andere gerichte wijze. Deze middelen zullen aan een beperkt aantal gemeenten of jeugdzorg-regio’s uitgekeerd worden. Momenteel wordt dit nader uitgewerkt. Gezien de onderbouwing van dit gedeelte nemen wij aan dat onze gemeente daarvoor niet in aanmerking komt.
2. De resterende € 493 miljoen kent drie delen. a. Een deel van € 228 miljoen heeft als oogmerk dat gemeenten hiermee in staat worden gesteld om de consultatiefunctie ggz vorm te geven, wachtlijsten bij lichtere jeugdhulpproblematiek tegen te gaan en om verdringing van andere uitgaven bij gemeenten tegen te gaan. Deze middelen worden in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. b. Een deel van € 10 miljoen heeft als oogmerk om het aantal Praktijk Ondersteuners Huisartsenzorg (POH) voor de jeugd uit te breiden. Deze middelen worden eveneens in deze circulaire over de gemeenten verdeeld. c. Tot slot is er een deel van € 255 miljoen met als oogmerk dat gemeenten hierdoor in staat worden gesteld om extra inzet en regie te kunnen voeren op het voorkomen en aanpakken van wachttijden van (regionaal) ingekochte specialistische jeugdzorg op basis van goede data, zodat kwetsbare kinderen de hulp krijgen die ze nodig hebben. Komende periode vindt tussen de VNG en het Rijk overleg plaats om een klein deel van de € 255 miljoen in te zetten voor regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG ten aanzien van de wachtlijsten specialistische jeugdzorg.
In deze circulaire is vooruitlopend op de besluitvorming tussen VNG en Rijk aangaande de regionale coördinatie en landelijke informatievoorziening door de VNG een bedrag van € 200 miljoen toegevoegd en verdeeld over de gemeenten. Bij de septembercirculaire 2021 zal vervolgens het resterende bedrag van € 55 miljoen worden verwerkt. Uit de toelichting op de € 613 miljoen wordt duidelijk dat de extra gelden voor de gemeente vergezeld gaan met verschillende taakmutaties. Dit terwijl toch steeds de indruk is gewekt om de gemeenten te compenseren voor uitgaven die gebaseerd zijn op het oude beleid en waarvoor de rijksvergoeding te laag werd beoordeeld. Vanwege de taakmutaties is het op voorhand niet aan te bevelen om deze extra uitkeringen in te zetten als algemeen dekkingsmiddel Momenteel is nog onduidelijk welke en hoeveel extra kosten onze gemeente over 2021 moet maken. Vandaar dat vanuit het voorzichtigheidsprincipe wordt voorgesteld om de extra uitkering, berekend op € 450.000, vooralsnog als stelpost te reserveren. Corona:
Ons kenmerk Onderwerp
: ADV// : Raadsinformatiebrief: Meicirculaire 2021
Voor medeoverheden is eerder afgesproken dat de bestaande afspraken met betrekking tot de reële compensatie van de extra uitgaven en de inkomstenderving met betrekking tot corona voor de reeds in kaart gebrachte dossiers voor de eerste twee kwartalen van 2021 gelden. Op sommige terreinen zijn eerder al specifieke afspraken voor heel 2021 gemaakt. Voor de extra kosten voortkomend uit de Tijdelijke Wet COVID-19 is besloten dat de kosten in 2021 worden vergoed. Ook zijn reeds eerder middelen ter beschikking gesteld voor bijzondere bijstand, gemeentelijk schuldenbeleid, crisisdienstverlening, reintegratie, additionele impuls re-integratie, verkiezingen en een jeugdpakket. Aanvullend hierop heeft het kabinet besloten de reële compensatie voor de inkomstenderving over 2021 over het gehele kalenderjaar te bezien. Daarnaast reserveert het kabinet voor de regionale en lokale cultuur en compensatie voor de inkomstenderving van medeoverheden door onder andere het kwijtschelden van huren. Aangezien de economie weer opengaat in de tweede helft van dit jaar worden voor andere dossiers in beginsel geen nieuwe middelen gereserveerd. De gemeenten ontvangen van het Rijk compensatie voor de gederfde inkomsten van 2020 op basis van het verschil tussen begrote inkomsten 2020 (gegevens begroting) en gerealiseerde inkomsten 2020 (gegevens jaarrekening).
De compensatie betreft in ieder geval de volgende posten: toeristenbelasting, parkeerbelasting, terrasprecario- en reclamebelasting, marktgelden, evenementenleges, havengelden en kwijtschelding / oninbaar verklaren lokale heffingen als gevolg van corona. Voor de leges geldt dat, wanneer er een groot verschil blijkt tussen begrote en gerealiseerde leges, dit nader door het Rijk en de VNG zal worden bekeken. Het Rijk zal, zodra de eerste jaarrekeningen van de gemeenten bekend zijn (naar verwachting medio juli) starten met het in beeld brengen van de derving per gemeente. Het streven is dat voor alle gemeenten de definitieve hoogte van de compensatiebedragen in het najaar bekend is en om deze bedragen vervolgens in december 2021 aan gemeenten uit te keren. Over de details van het proces zullen gemeenten de komende maanden nader worden geïnformeerd. Meerkosten corona 2021 - Wmo 2015 en Jeugdwet In de voorjaarsnota 2021 heeft het kabinet een eerste raming van de omvang van de meerkosten in het sociaal domein opgenomen. Hiermee onderschrijft het Rijk de afspraak over de meerkosten nogmaals. Deze raming is gebaseerd op de compensatie die in 2020 is uitgekeerd. In de raming is rekening gehouden met het effect van vaccinaties en het afschalen van een deel van de maatregelen vanaf de zomer. Dit budget is indicatief en wordt nog niet als voorschot aan gemeenten uitgekeerd.
De raming wordt, volgens afspraak, geactualiseerd in de najaarsnota, nadat onderzoek naar de omvang van de meerkosten heeft plaatsgevonden om tot een betrouwbare raming te komen voor de meerkosten in 2021. Op basis van die definitieve raming wordt de omvang van de compensatie vastgesteld en bij decembercirculaire 2021 uitgekeerd aan gemeenten. Vooralsnog houden wij rekening met de vergoedingen die thans met zekerheid zijn vastgesteld. Eventuele onzekere toekomstige vergoedingen worden eerst eind 2021 bekend. Omdat een deel van de bekende Corona-lasten over 2021 reeds zijn meegenomen bij de Turap 2021-1, maar nog onzeker is wat voor onze gemeente de nadelige effecten uiteindelijk zullen zijn, is het op basis van het voorzichtigheidbeginsel aan te bevelen om € 150.000 hiervoor te reserveren. Afhankelijk van waarmee het Rijk uiteindelijk “over de brug komt” zullen wij eind 2021 bezien of deze stelpost kan vrijvallen in het saldo. Decentralisatie- en integratie-uitkeringen Belangrijke wijzigingen die in deze circulaire zijn verwerkt betreffen met name de integratie-uitkering Voogdij/18+. Deze wordt in 2022 voor het eerst verdeeld op basis van het nieuwe woonplaatsbeginsel. Met het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente.
Voor onze gemeente is berekend dat wij een bedrag van € 400.000 per jaar meer gaan ontvangen. Probleem is dat wij nog niet weten hoeveel kinderen onder deze nieuwe regeling gaan vallen en dus ook nog niet weten of de verhoging voldoende is. Vandaar dat
Ons kenmerk Onderwerp
: ADV// : Raadsinformatiebrief: Meicirculaire 2021
voorgesteld wordt om hiervoor een stelpost van gelijke omvang op te nemen. Daarnaast wordt de toename van de specifieke WSW gelden (€ 54.000) gereserveerd voor Midzuid. Afwachten: Al met al een diversiteit van maatregelen waarvan enerzijds de uitkomst duidelijk is (Accres, BCF compensatie en incidentele uitkering Jeugdzorg) en waarvan anderzijds (alle andere maatregelen) nu niet voorzien kan worden wat de precieze financiële impact zal worden. Het Rijk heeft aangekondigd dat voor 1 juli, rondom de septembercirculaire, eventueel tussentijds of in december van dit jaar nadere informatie verwacht mag worden. Conclusie: afwachten dus! De financiële doorrekening van de meicirculaire 2021 is vergeleken met de septembercirculaire 2020 en geconcludeerd mag worden dat de vergelijking, voor 2021 en 2022 een positief beeld laat zien. In meerjarenperspectief een algemene uitkering die gemiddeld ongeveer gelijk is aan eerdere ramingen. Uit analyse en doorrekening van de meicirculaire 2021 kom ik tot de volgende financiële conclusies: 2021 Verschil
2022 Verschil
2023 Verschil
2024 Verschil
2024 Verschil
367.000 0,017 945.000 30.000 975.000
-36.000 0,036 638.000 6.000 644.000
-36.000 0,020 328.000 -60.000 268.000
-13.000 0,008 133.000 -131.000 2.000
19.000 0,016 330.000 -237.000 93.000
97.000 0 0 -42.000 55.000
6.000 0 375.000 0 381.000
18.000 0 0 0 18.000
15.000 0 0 0 15.000
5.000 0 0 0 5.000
5.000 4.000 54.000 63.000
402.000 4.000 48.000 454.000
402.000 4.000 45.000 451.000
402.000 4.000 44.000 450.000
402.000 26.000 -30.000 398.000
Totaal algemene en specifieke uitkeringen
1.093.000
1.479.000
737.000
467.000
496.000
Reeds in begroting opgenomen: 4.1 Algemene uitkering TONK 4.2 Algemene uitkering Jeugd aan Zet Toename algemene uitkering
-108.000 -10.000 975.000
1.479.000
737.000
467.000
496.000
-450.000 -150.000 0 0 -54.000 -654.000
0 0 -420.000 -402.000 -48.000 -870.000
0 0 -220.000 -402.000 -45.000 -667.000
0 0 -100.000 -402.000 -44.000 -546.000
0 0 -100.000 -402.000 30.000 -472.000
321.000
609.000
70.000
-79.000
24.000
1. Algemene uitkering 1.1 Uitkering algemeen 1.2 Uitkeringsfactor 1.3 Uitkering in basis 1.4 Korting OZB 2. Integratie/decentralisatie uitkeringen 2.1 IU/DU in basis 2.2 Jeugdwet 2.3 Herverdeling algemene uitkering 2.4 BTW compensatiefonds 3. Deelfonds Sociaal Domein 3.1 Voogdij 18+ 3.2 Wajong/begeleiding 3.3 WSW
Claims vanuit de taakmutaties: 5.1 Incidentele uitkering Jeugdwet 5.2 Coronacompensatie (stelpost) 5.3 Prijscompensatie (UF punten) 5.4 Woonplaatsbeginsel Voogdij 18+ 5.5 Mutatie WSW Midzuid
Netto effect Algemene uitkering
De tabel laat ten opzichte van de septembercirculaire 2020, rekening houdend met voorgestelde reserveringen en op onderdelen toepassen van het voorzichtigheidsbeginsel, een toename van de algemene uitkeringen zien voor 2021 van € 321.000. Voor 2022 een toename van € 609.000, 2023 wordt € 70.000 hoger, 2024 wordt € 79.000 lager en vanaf 2025 € 24.000 hoger. De afwijkingen, reserveringen en correcties worden onderstaand kort toelicht. 1.
Basisuitkering en uitkeringsfactor (in tabel: 1.1 en 1.2):
Ons kenmerk Onderwerp
: ADV// : Raadsinformatiebrief: Meicirculaire 2021
In 2021 neemt de uitkering in basis toe met € 975.000. Met name veroorzaakt door de incidentele budgetten die voor de uitvoering van de Jeugdwet beschikbaar zijn gesteld en stijging van de uitkeringsfactor met 17 punten. Vanaf 2022 blijft de basis nagenoeg gelijk, stijging met name als gevolg van aanpassing accres met 36 uitkeringspunten. De aangekondigde miljardeninjectie voor de Jeugd zit hier nog NIET in. 2. OZB korting (1.4) Op de algemene uitkering wordt een bedrag gekort vanwege het feit dat de gemeente zelf een inkomst kan genereren uit OZB opbrengsten. In de berekening is uit voorzichtigheid een toename van de korting berekend vanwege de voortdurende waardestijging van de onroerende zaken. Indien het rijk de kortingspercentage naar beneden bijstelt, zal dit een gunstig effect geven op het meerjarig beeld. 3. Herverdeeleffecten gemeentefonds vanaf 2022 – 2023 (2.3) Zoals reeds eerder in deze toelichting aangegeven hebben we rekening gehouden met herverdeeleffecten van het nieuwe verdeelstelsel met ingang van 2022. De invoering is echter met 1 jaar uitgesteld. Vandaar dat incidenteel het bedrag wat wij vanuit het behoedzaamheidbeginsel hadden gereserveerd kan vrijvallen. 4. Voogdij 18+ (3.1 en 5.4) Met het nieuwe woonplaatsbeginsel verschuift de verantwoordelijkheid voor de zorg van naar inschatting zo’n 20.000 kinderen naar een andere gemeente.
De toename, op basis van wat nu bekend is, bedraagt vanaf 2022 € 402.000 per jaar structureel. Vanwege de onzekerheid over de lasten die voor rekening van onze gemeente gaan komen, wordt voorgesteld om hiervoor een stelpost van gelijke omvang op te nemen. 5. WSW gelden (3.3 en 5.5) De integratie-uitkering WSW wordt jaarlijks aangepast aan diverse ontwikkelingen zoals loon- en prijsbijstelling, maar ook actualisatie van de verdeling van de WSW middelen. Het bedrag wat wij van het Rijk ontvangen wordt één op één verrekend met MidZuid. 6. Incidentele uitkering Jeugdwet (5.1) Momenteel is nog onduidelijk welke en hoeveel extra kosten onze gemeente over 2021 moet maken. Vandaar dat vanuit het voorzichtigheidsprincipe wordt voorgesteld om de extra uitkering, berekend op € 450.000, vooralsnog als stelpost te reserveren. 7. Coronacompensatie (5.2) Coronacompensatie is inhoudelijk een belangrijk onderdeel in de algemene uitkering. Een aantal zijn toegevoegd aan het algemene deel van de algemene uitkering, een aantal zijn specifiek maar van de vele vergoedingen zie zijn aangekondigd, is qua hoogte nog niet veel zeker. Zeker is dat de gemeente nog nadelige effecten zal ervaren vanwege Covid-19. Vandaar dat wordt voorgesteld om van de toename 2021 een bedrag van € 150.000 te reserveren.
Indien einde 2021 bekend wordt wat de vergoedingen van het rijk zullen worden, zal bezien worden in hoeverre deze reservering kan vrijvallen. 8. Loon- en prijscompensatie (5.3). Een groot gedeelte van de gemeentelijke begroting heeft te maken met loon- en prijsbijstelling als gevolg van inflatie en CAO ontwikkelingen. Vanaf 2022 zijn 21 uitkeringspunten bestemd zijn om de inflatie op te vangen. Vandaar dat wordt voorgesteld om een stelpost, die gelijk is aan de compensatie zoals in de meicirculaire is opgenomen (meerjarig aflopend) op te nemen voor de prijscompensatie 2022 e.v. 9.
Overig (4.1 en 4.2)
Ons kenmerk Onderwerp
: ADV// : Raadsinformatiebrief: Meicirculaire 2021
De overige mutaties in de berekeningen van de algemene uitkeringen, o.a. Tonk en Jeugd aan zet, zijn reeds in de Turap 2021-1 als inkomst opgenomen. De taakmutaties van meer algemene aard worden verder niet toegelicht. Meerjarenperspectief In onderstaande tabel treft u het financiële perspectief aan zoals in de Kadernota 2022 opgenomen. De basis van de berekening is tabel 6 van de Kadernota 2022. Voor de duidelijkheid: in de totaalregel van deze tabel staan de ramingen inclusief alle wettelijke, autonome en wenselijke budgetmutaties. Rekening houdend met de uitkomsten uit het Gemeentefonds staan we voor het volgende financiële perspectief: Tabel 6 Kadernota 2022
2022
2023
Structurele mutaties 2022 - 2025
N
227.500
N
Incidentele mutaties 2022 – 2025
N
348.500
-
Totalen na Kadernota 2022 – 2025
N
576.000
N
Algemene uitkeringen meicirculaire Ontwikkeling algemene uitkeringen
2022 V
609.000
275.215
2024 N -
275.515
N
2023 V
283.215
70.000
2025 N -
283.215
N
2024 N
317.036
79.000
317.036 2025
V
24.000
Recapitulatie financieel meerjarenperspectief Basis
2022
2023
2024
2025
Totalen na Kadernota 2022 – 2025
N
576.000
N
276.000
N
283.000
N
317.000
Ontwikkeling algemene uitkeringen
V
609.000
V
70.000
N
79.000
V
24.000
Basis voor begroting 2022-2025
V
33.000
N
206.000
N
362.000
N
293.000
Zoals eerder aangegeven laat de ontwikkeling van de algemene uitkering een positief beeld zien, maar voorzichtigheid is geboden. Met name omdat vanaf 2023 én de herverdeling van het gemeentefonds grote financiële consequenties kan hebben én dat in 2022 ook de aangekondigde miljardeninjectie Jeugd van grote invloed kan zijn. Anderzijds, zolang er geen andere gegevens beschikbaar zijn, zullen wij met de kennis van heden het traject van de begroting 2022-2025 in moeten gaan. Met spanning wachten wij de komende maanden af. Waarmee komt het ministerie tussentijds en wat bevat de septembercirculaire 2021? Wij mogen in ieder geval, op basis van de huidige informatie, concluderen dat de positieve uitkomst van de meicirculaire voor het eerstvolgende jaar (2022) de opgave om tot een sluitende begroting te komen makkelijker lijkt te maken, maar de toekomstige opgaven worden daarmee niet minder. Vooral vanaf 2023 staan we nog voor een uitdaging. Ik hoop u door middel van deze brief, voor nu, voldoende geïnformeerd te hebben over de algemene uitkering. Mocht er voor de behandeling van de Kadernota 2022 nog belangrijke informatie over budgetten e.d. beschikbaar komen zal ik u daarover direct informeren.
Hoogachtend, burgemeester en wethouders van Geertruidenberg, namens dezen, Wethouder A.H.M. de Jongh