CConstaterende datGeertruidenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

20210316 Bijlage II TONK - Scenario's

Besluitvormende raad 16 maart 2021, gemeente GeertruidenbergBij agendapunt: Raadsvoorstel tijdelijke ondersteuning noodzakelijke kosten (TONK)798 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage II Scenario’s Vanuit Divosa zijn twee voorbeelden van de TONK beschikbaar gesteld. Dit waren het model van Rotterdam en het model van Amsterdam. Daarnaast is bij gemeenten in de regio uitgevraagd hoe zij de TONK hebben ingericht en is het model van Oosterhout bekeken. Hieronder worden de verschillende modellen kort toegelicht. Rotterdams model Het Rotterdamse model checkt of iemand in aanmerking komt en geeft dan een vast bedrag. Voorwaarden: - Inkomensdaling van 25% of meer. - Geen vermogenstoets - Groot deel van hun actuele inkomen kwijt aan primaire woonlasten (huur en hypotheek). Dit noemen zij de woonquote. Bij een hoge woonquote krijgen huishoudens eenmalig €750, bij een nog hogere woonquote €1500 over 6 maanden. De woonquote is de verhouding tussen de woonlasten en het inkomen. Indien de woonquote hoger is dan de normwaarde uit de staffel is er recht op TONK. Hierin wordt een onderscheid gemaakt naar huishoudtype (eenpersoons en tweepersoonshuishoudens) en hoogte van het inkomen (hoe hoger de inkomsten, hoe meer men kan besteden aan woonlasten). Voordelen Goed begrijpbaar voor de burger Eenvoudig voor de uitvoering Woonkosten worden bekeken in verhouding tot inkomen

Nadelen Vast bedrag wat vaak niet toereikend zal zijn Geen ruimte voor maatwerk Groot financieel risico gezien veel huishoudens in aanmerking komen (door het ontbreken van een vermogenstoets)

Het Rotterdamse model vonden wij niet voldoende vanwege het gebrek aan maatwerk. Ook is het financiële risico groter doordat er geen vermogenstoets is. Om de excessen van TOZO 1 te voorkomen, geven wij de voorkeur aan een vermogenstoets. Daarnaast is een eenmalige bijdrage van €750 of €1500 geen substantiële bijdrage voor huishoudens die de woonkosten niet meer kunnen betalen. Het Amsterdamse model Het Amsterdamse model gaat uit van een rekenmodel waarin de hoogte van de TONK wordt berekend op basis van aangeleverde gegevens. Het Amsterdamse model van de TONK lijkt erg op de woonkostentoeslag. Hierin worden alleen hoge woonkosten meegenomen (op sociaal minimum is dat vanaf €430 per maand). Alles boven het sociaal minimum navenant bijdragen. Daarnaast hanteren zij een vermogensgrens die aansluit bij huurtoeslag waardoor burgers pas bij een vrij flink bedrag aan spaargeld dit moeten inzetten voor hun woonlasten. Voorwaarden: - Vermogen onder €31.340 als alleenstaande, onder €62.680 als meerpersoonshuishouden - Huur boven sociaal minimum van €430 per maand, alleen bedrag boven deze €430 per maand wordt meegenomen in berekening van de TONK. Voordelen Meer maatwerk dan het model van Rotterdam

Nadelen Ingewikkeld rekenmodel dat lastig is uit te leggen aan de burger Ingewikkeld voor de uitvoering Met een maximale TONK van €1.000 per maand kan het bedrag per huishouden flink oplopen Je kunt hier hoger uitkomen per huishouden, maar de groep die daarvoor in aanmerking komt is een stuk kleiner

Gezien de hoge bedragen die de gemeente Amsterdam toekent en de beperkte ruimhartigheid spreekt dit model ons niet aan. Daarnaast vinden wij €62.680 erg hoog als vermogensgrens voor meerpersoonshuishoudens en gaan wij er vanuit dat deze huishoudens ook zelf hun woonlasten kunnen betalen. Het Oosterhoutse model Voorwaarden: - Vermogen onder €31.340 (aansluiten bij vermogensgrens huurtoeslag) - Huur boven €750 per maand, alleen bedrag boven deze €750 per maand wordt meegenomen in berekening TONK - Over inkomen dat boven 200% bijstandsnorm valt wordt 50% draagkracht berekend Voordelen Duidelijk voor de burger Makkelijk in de uitvoering

Maatwerk

Nadelen Wanneer inkomen laag is, kan €750 per maand al problematisch zijn Erg ruim aan de bovenkant. Wanneer iemand een inkomen boven 200% van de bijstandsnorm heeft, wordt het meerdere pas als draagkracht meegenomen Riskant wat betreft financiën

Deze regeling is ruimhartig. Beleidskeuze gemeente Geertruidenberg Om enerzijds eenheid in de uitvoering van de regeling in de regio te houden en anderzijds vanuit onze overtuiging dat het beter is om deze aan de bovenkant af te romen en aan de onderkant ruimhartiger toe te passen is gekozen om het Oosterhoutse model als basis te gebruiken en een aantal criteria aan te passen. Wij verwachten door zowel af te romen aan de bovenkant als ruimhartiger te zijn aan de onderkant op een vergelijkbaar financieel risico uit te komen als Oosterhout. Hierbij zijn wij er vanuit gegaan dat wanneer huishoudens sterk zijn teruggevallen in hun inkomen of geen inkomen meer hebben €750 wel erg veel is om zelf te moeten opbrengen. Wij hebben deze drempel dan ook verlaagd naar €500€. Daarnaast vonden wij de Oosterhoutse regeling erg ruim aan de bovenkant. Om het financiële risico te beperken wordt vanaf 150% van de bijstandsnorm 50% draagkracht gerekend in plaats vanaf 200% van de bijstandsnorm. Voorwaarden: - Vermogen onder €31.340 - Huur boven €500 per maand, alleen bedrag boven deze €500 per maand wordt meegenomen in berekening Tonk - Over inkomen dat boven 150% bijstandsnorm valt, wordt 50% draagkracht berekend Voordelen Duidelijk voor de burger Makkelijk in de uitvoering Maatwerk

Nadelen Wanneer inkomen laag is kan €500 per maand al problematisch zijn Riskant wat betreft financiën

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Geertruidenberg&id=5ae47c9d-6d6e-4acd-a0cd-216143d73a23