13. Omgevingsprogramma Groen 2024
Tekst van het document
IhitOmgevingseaquam eaprogramma quos rioreperia Groen
»
Subheading gemeente Geertruidenberg
Duurzaamheid
Contactgegevens info@Cobra-groeninzicht.nl www.Cobra-groeninzicht.nl T. 088 – 262 72 00 Adres Cobra Groeninzicht Franssenstraat 66 5434 SJ Vianen (NB) Bedrijfsgegevens KvK Eindhoven 17232157 Btw-nr. NL 8199.70.220.B01 IBAN NL90 INGB 0008 5217 90
2
Duurzaamheid
Inhoud Inhoud
3
1
Voorwoord
5
2
Inleiding
6 6 6 6 7 9
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
Visie 3.1 3.2 3.3 3.4
4
Aanleiding Doelstelling Afbakening Wet- en regelgeving Beleidshuis Groen Ambitie Groen - 2050 Beleidsthema’s Omgevingsvisie Deelgebieden
Beleidsuitgangspunten 4.1
Groene omgeving 4.1.1 Versterken en verbinden van groen (kwantiteit) 4.1.2 Biodiversiteit (groene omgeving, kwaliteit)
4.2 4.3
5
Beleidsuitgangspunten 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
6
Klimaat Gezondheid Agrarisch gebied met waarden Agrarisch gebied open landschap Amergebied Centrum Geertruidenberg Centrum Raamsdonksveer Dombosch, Rivierkade en de Pontonnier Gasthuiswaard Geertruidenberg Natuurgebieden Raamsdonk Raamsdonksveer
Uitvoering van het beleid 6.1
Uitgangspunten voor ontwerp en aanplant 6.1.1 Ecologische quickscan 6.1.2 Bomeneffectanalyse 6.1.3 Andere uitgangspunten
10 10 11 12 12 15 15 15 18 21 23 26 26 27 27 28 28 29 30 30 31 31 32 33 33 33 33 34
3
Duurzaamheid
6.2
Uitgangspunten voor het beheer 6.2.1 Groen 6.2.2 Bomen
6.3
Uitwerking bescherming bomen en groen 6.3.1 Bomenbalans 6.3.2 Overlast van groen 6.3.3 Herplant en compensatie
6.4
Participatie 6.4.1 Wijkgericht werken 6.4.2 Bewonersinitiatieven
6.5 6.6
Monitoring Financiële consequenties 6.6.1 Nieuwe bomen 6.6.2 Nieuw groenareaal
6.7 6.8
Vervolg: Uitvoeringsagenda Groen Communicatie 6.8.1 Communicatie met inwoners 6.8.2 Educatie
34 34 36 38 38 38 39 39 40 40 40 40 40 42 43 44 44 44
7
Woordenlijst
45
8
Bronnenlijst
46
Bijlage 1 Groenstructuurkaart
47
Bijlage 2 Beschermde bomenkaart
48
Bijlage 3 Biotopen
49
Bijlage 4 Icoonsoorten
50
Bijlage 5 Hotspots biodiversiteit
51
Bijlage 6 Hittestress door warme nachten
52
Bijlage 7 Natuurnetwerk Brabant
53
Bijlage 8 Natura 2000-gebieden
54
Bijlage 9 3+30+300-regel
55
4
Duurzaamheid
1 Voorwoord Gemeente Geertruidenberg bereidt zich voor op de grote uitdagingen van deze tijd, waaronder biodiversiteitsverlies, klimaatverandering en gezondheid. Vergroening van woongebieden, maar bijvoorbeeld ook van bedrijventerreinen helpt ons om deze uitdagingen het hoofd te bieden. Het is zichtbaar en tastbaar voor de inwoners en leidt voor iedereen tot een betere Leefbaarheid van de gemeente. Dit is dan ook een ambitie die breed wordt gedragen. We realiseren meer groen, zowel in huidige als nieuwe woonwijken. Hierdoor zorgen we dat onze inwoners meer ruimte hebben om te bewegen en te ontmoeten. Het groen draagt ook bij aan klimaatadaptatie en de omgevingskwaliteit. Meer groen koppelen we daarbij gelijk aan kwalitatief groen dat past binnen de lokale context. Kwalitatief groen gaat bijvoorbeeld over de juiste plantenkeuze op de juiste plek, geschikt voor en passend bij de omgeving. En met goede verbindingen tussen het groen, zodat er een groen netwerk ontstaat. Daarnaast is biodivers groen een essentieel uitgangspunt, waarmee we ook de biodiversiteit in onze gemeente versterken. Daarbij kijken we naar de meest kansrijke locaties en vegetatietypes, zodat het mooie met het functionele wordt gecombineerd. Ook kijken we nauwkeurig naar de lokale context, want per situatie zal het verschillen wat de precieze opgaven, wensen en kansen zijn.
Daarin hebben we speciale aandacht voor de verbinding tussen de kernen en het groene buitengebied. We werken toe naar groene netwerken, waarbij we verbinding willen aanbrengen tussen verschillende overgangsgebieden. Dit geldt voor alle deelgebieden. We bouwen voort op bestaande groene kwaliteiten, zoals de verscheidenheid aan omliggende natuurgebieden, verschillende groene plekken en groenstructuren in de gemeente Geertruidenberg. Daarbij nemen we onze groenambitie mee in de integrale afwegingen bij nieuwe (gebieds)ontwikkelingen in de gemeente. In dit omgevingsprogramma Groen zetten we grote stappen in de vergroening van onze gemeente. Dat is iets waar we trots op zijn en waarmee een toekomstrobuuste inrichting van de gemeente waarborgen, zodat Geertruidenberg ook over 30 jaar een fijne plek is om in te wonen en verblijven. Zo maken de keuzes van nu het verschil voor de toekomstige generaties.
5
Duurzaamheid
2 Inleiding 2.1 Aanleiding Een veranderend klimaat, het verlies van biodiversiteit en de gezondheid van inwoners zijn voor de gemeente Geertruidenberg belangrijke opgaven. Dit vraagt om een eenduidige aanpak als het aankomt op Groen, want door te vergroenen komen veel van deze opgaven samen. Daarnaast heeft de gemeente ook nu al een groot groenareaal, waarvoor het goed is om hier in meer samenhang naar te kijken. Om daar als gemeente goed invulling aan te kunnen geven is beleid nodig, om richting te bepalen op al deze verschillende facetten. In het vergroenen van de gemeente worden meerdere dingen tegelijk aangepakt. Ten aanzien van klimaatadaptie wordt een positieve bijdrage geleverd aan: droogte, hittestress en wateroverlast. Groen zorgt immers voor verkoeling en waterbuffers. Als het op biodiversiteit aankomt is een groene omgeving die gericht is op de lokale flora en fauna de meest bepalende succesfactor. En voor gezondheid van de inwoners draagt een groene leefomgeving bij aan de kwaliteit van leven, groen heeft aantoonbaar gezonde effecten op mentale en fysieke gezondheid. Het is immers een prettige omgeving om in te zijn, leidt tot een betere luchtkwaliteit en nodigt uit om in te recreëren. Door deze zaken in meer samenhang te gaan bekijken en beter aan te sluiten op de lokale situaties ontstaan bovendien betere omstandigheden voor de bestaande groenvoorzieningen.
Reden genoeg dus om aan de slag te gaan met beleid voor Groen. Dit beleidsplan noemen we het ‘Omgevingsprogramma Groen’, omdat op 1 januari 2024 de Omgevingswet is ingegaan. Eén van de instrumenten onder deze nieuwe wet is het Omgevingsprogramma, waarin de beleidsregels en maatregelen staan die zorgen voor een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving. De grondslag daarvan is de Omgevingsvisie, waarin al werd gerefereerd naar een toekomstplan voor het groen in het binnen- en buitengebied. Het Omgevingsprogramma Groen is een uitwerking van de omgevingsvisie. Het helpt bij het concretiseren van de doelstellingen die in de omgevingsvisie zijn vastgesteld. Met dit Omgevingsprogramma Groen verankeren we groen beter in het gehele omgevingsbeleid en in de uitwerking van dat beleid. Groen is verbonden aan de thema’s: gezondheid, klimaat(bestendigheid), milieu, biodiversiteit, gezonde leefomgeving, beleving van de natuur en binding met de gemeente.
2.2
Doelstelling
De Gemeente Geertruidenberg wil vergroenen, zowel in kwantiteit als kwaliteit. Om daar in de volle breedte goed invulling aan te geven is nieuw beleid nodig. Dit Omgevingsprogramma Groen concretiseert deze groenambities. Daarmee geeft het richting waar de gemeente naar toe wil en biedt het concrete handvatten om daar te komen. Dit vergroot de leefbaarheid en duurzaamheid van de gemeente. De effecten worden in de loop der jaren zichtbaar als de gemeente steeds groener, meer biodivers, meer klimaatrobuust en gezonder wordt.
2.3
Afbakening
Het omgevingsprogramma Groen is een beleidsplan dat beleidsregels voor het thema groen zo concreet mogelijk beschrijft. Hoewel het centrale thema groen is, richt het programma zich ook op de omgevingswaarden klimaat, biodiversiteit en een gezonde leefomgeving. De onderwerpen in het omgevingsprogramma Groen beslaan de gehele gemeente en beïnvloeden het beheer, de ontwikkeling en de regelgeving. Het opstellen van het omgevingsprogramma is gerealiseerd in samenwerking met vertegenwoordigende organisaties binnen de gemeente. Met groen bedoelen we alle levende vegetatie (van bomen tot gras en van plantenbakken tot parken) binnen de gemeentegrenzen. Slechts een deel daarvan is in gemeentelijk bezit. De overige vegetatie is in handen van andere overheden (provincie en waterschap), terrein beherende organisaties en particulieren. Gezien de uitdagingen als de klimaatverandering, de energietransitie en de woningopgave is het van belang dat we de handen ineenslaan en goed groen samenwerken. De gemeente wil het goede voorbeeld geven en geeft hiervoor uitgangspunten.
6
Duurzaamheid
Dit beleidsplan gaat niet over de uitvoering van de beleidsambities. Hiervoor wordt een ‘Uitvoeringsagenda Groen’ opgesteld, waarmee de beleidsregels concreet worden uitgewerkt in de vorm van: projecten, financiën, planning en beschrijvingen.
2.4
Wet- en regelgeving
Omgevingswet De Omgevingswet en bijbehorende omgevingsbesluiten zijn het juridisch kader voor regels voor de fysieke leefomgeving en dus ook voor het groenbeleid en groenbeheer. Deze wet- en regelgeving vervangt de Wet natuurbescherming (samenvoeging van voorheen Boswet, Flora- en Faunawet en Natuurbeschermingswet). Het doel van de Omgevingswet is: ‘in onderlinge samenhang in stand houden, beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving, waartoe ook het groenbeleid en groenbeheer behoort (artikel 1.3 Omgevingswet). Voor dit doel heeft elke gemeente een omgevingsvisie voor het beleid, een omgevingsplan voor omgevingswaarden en regelgeving en omgevingsprogramma’s voor de uitvoering van visie en plan. Eenieder, dus ook de gemeente als bestuursorgaan, heeft een zorgplicht tot ‘voldoende zorg voor de leefomgeving’. Voldoende zorg voor al het groen in de gemeente is mede hierop gebaseerd. Ook geven groenbeleid en groenbeheer de overheid verplichtingen op grond van de wet- en regelgeving inzake (verkeers)veiligheid, gezondheid, biodiversiteit, klimaat, enzovoort. Alle grotere houtopstanden buiten ‘de bebouwingscontour houtkap’ (voorheen ‘bebouwde kom’ Wet natuurbescherming/Boswet) die tezamen een oppervlakte van tien are of meer vormen of een rijbeplanting van meer dan twintig bomen bestaat zijn beschermd onder de Omgevingswet.
(op grond van de artikelen 4.3 lid 1 onder o (het vellen en beheren van houtopstanden) en artikel 4.35 en artikelen 11.111 t/m 11.131 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)). Provincie Noord-Brabant is het bevoegd gezag buiten bebouwingscontour houtkap en toetst de aanvragen voor het vellen van houtopstand bomen en houdt toezicht op de wettelijk verplichte herplantplicht (artikel 11.129 Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)) of compensatie (artikel 11.130 Bal) en kan een kapverbod opleggen (artikel 11.128 Bal). Het is verboden om zonder tijdige melding vooraf houtopstand te vellen (artikel 11.126 Bal). Omgevingsplan en gemeentelijk kapverbod Binnen de bebouwingscontour houtkap (artikel 5.165b Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)) geldt het gemeentelijk kapverbod en vergunningplicht voor het kappen van bomen en het vellen van houtopstand op grond van de regels in het omgevingsplan. In de periode van overgangsrecht (tot 1 januari 2032) gelden gemeente Geertruidenberg nog de regels van de Bomenverordening 2017 op grond van het overgangsrecht. Er geldt dus een wettelijk verplichting om de Bomenverordening 2017 om te zetten naar bomenregels in het omgevingsplan. Het is gebruikelijk deze bomenregels op te nemen in hoofdstuk 5 van het omgevingsplan inzake ‘Activiteiten die de natuur betreffen’ (vergelijk VNG Handreiking APV en omgevingsplan).
Ook is er de wettelijke verplichting om de huidige ‘Beschermde bomenlijst’ te vervangen door een digitale ‘kaart’, die voor eenieder online te raadplegen moet zijn. Deze projecten worden onderdeel van de ‘Uitvoeringsagenda Groen’. Buiten de bebouwingscontour houtkap kan een gemeente ervoor kiezen om vanuit het oogmerk van cultureel erfgoed bomen of houtopstand aan te wijzen als gemeentelijke cultureel erfgoed, zoals monumentale bomen of waardevol cultuurlandschap. Gemeente Geertruidenberg is voornemens om een inventarisatielijst te maken van houtopstanden of bomen die zijn aan te wijzen als cultureel erfgoed.
Beschermde natuurgebieden en beschermde dieren en planten De Omgevingswet en regelgeving beschermen de Natura 2000-gebieden en internationaal en Europees beschermde gebieden en soorten (artikel 2.26 en artikel 4.20 Omgevingswet). Natura 2000 is een Europees netwerk bestaand uit speciale beschermingszones. In deze gebieden worden bepaalde dieren, planten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd tegen ‘nadelig handelen’ om de biodiversiteit (soortenrijkdom) te behouden. Een deel van de Bergsche Maas is onderdeel van een Natura 2000-gebied.
7
Duurzaamheid
In het besluit activiteiten leefomgeving staat een specifieke zorgplicht voor eenieder, dus ook voor de gemeente, voor alle in het wild levende dieren en planten en een verbod op het onnodig lijden van dieren (artikelen 11.27 en 11.28 Bal). Verder zijn er vele beschermingsregels voor beschermde soorten (hoofdstuk 11 Bal). De provincie bepaalt uiteindelijk wat wel en niet mag in en met de natuur in een gebied als bevoegd gezag voor vergunningen en ontheffingen inzake alle activiteiten die raken aan Natura 2000 gebieden en beschermde soorten. Digitaal Stelsel Omgevingswet Met de invoering van de Omgevingswet is ook het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) van kracht, een landelijk uniform digitaal Omgevingsloket voor alle aanvragen bij alle overheden (gemeenten, provincies en rijk). Met dit programma wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de systematiek van het DSO. Provinciaal beleidskader Het omgevingsprogramma Groen sluit aan bij de doelstellingen van de Provincie Noord-Brabant die betrekking hebben op het versterken van de fysieke leefomgeving en het veranderende klimaat, zoals die zijn verwoord in het Provinciaal beleidskader Natuur 2030.
De provincie werkt daarbij aan de natuur in Brabant door te versterken (robuust Brabants Natuurnetwerk), te verbeteren (kwaliteit bestaande en nieuwe natuur), te verbreden (ook buiten natuurgebieden intensiever aan de slag) en te verbinden (samenwerken met partners en Brabanders). Daarbij geldt de natuur als verbindende schakel in het provinciaal beleid, doordat het in meer of mindere mate een rol speelt in elk van de hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie. Nationale programma’s Het omgevingsprogramma Groen sluit aan bij de beleidsdoelstellingen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied, We nemen ook kennis van andere relevante programma’s, zoals Programma Natuur, Programma Bodem en Ondergrond, Programma Gezonde Leefomgeving, Nationaal Milieuprogramma (NMP), Programma Versterken Biodiversiteit, Programma Integraal Riviermanagement. Daar waar de doelstellingen van de programma’s raakvlakken hebben met groen wordt rekening mee gehouden in het groenbeleid.
8
Duurzaamheid
2.5
Beleidshuis Groen
Dit Omgevingsprogramma Groen staat niet op zichzelf. De grondslag is de Omgevingsvisie. Met het Omgevingsprogramma Groen wordt dat vervolgens geconcretiseerd tot integraal groenbeleid. Dit heeft raakvlakken met beleid van het Rijk, de provincie en het waterschap. Tegelijkertijd vormt het Omgevingsprogramma een belangrijke bouwsteen in het beleidshuis van de gemeente Geertruidenberg. Dit document is namelijk de grondslag voor de onderliggende operationele documenten. Om de beleidsambities van dit document waar te maken is immers een Uitvoeringsagenda nodig, waarin concrete projecten met bijbehorende planning en financiën worden genoemd. Het Natuurpark de Donge is een bijzonder project uit de Uitvoeringsagenda Groen, omdat die gezien zijn omvang en impact nu al van start is gegaan. Daarnaast vormen de (toekomstige) Beheerplannen Groen het uitgangspunt voor alle uitvoerende uitgangspunten bij het beheer en onderhoud, hetgeen nu vaak in bestekken en contracten is beschreven. De bomenverordening bestaat al en dateert uit 2017, het voornemen bestaat om deze te herzien. Daarnaast spelen nog tal van overige zaken die een raakvlak hebben met het Omgevingsprogramma Groen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het Programma Stedelijk Water, Duurzame Inrichting Openbare Ruimte, Hondenbeleid, Dierenwelzijn en inhoudelijke analyses en onderzoeken.
Omgevingsvisie Geertruidenberg
Thematisch Gebiedsgericht
Overig
Bomenverordening
Beleid Rijk, provincie en waterschap
Omgevingsprogramma Groen
Beheersplannen Groen
Uitvoeringsagenda Groen en Klimaat
Natuurpark De Donge
Figuur 1. Beleidshuis Groen – Gemeente Geertruidenberg
9
Duurzaamheid
3 Visie 3.1 Ambitie Groen - 2050 In 2050 is de gemeente Geertruidenberg toekomstbestendig ingericht waar door de hele gemeente groene plekken zijn om te verblijven. De hoeveelheid groen is toegenomen en overal wordt voldaan aan de 3+30+300 regel, waardoor vanuit elk huis minimaal drie bomen zichtbaar zijn, 30% van de wijken bedekt zijn door groenkruinen en van elke woning op 300 m een groene verblijfruimte is van enige omvang. Een gedetailleerde uitleg van de 3+30+300 regel staat in paragraaf 4.3. De groene straat van de toekomst is inmiddels het heden, waarbij overbodige verharding niet meer bestaat en hittestress geen kans krijgt. De biodiversiteit floreert, omdat gekeken is naar het type groen dat passend is in de context van bodem, beschikbaarheid aan water, doelsoorten, omgeving en groenstructuren. Dit verhoogt ook de levensduur van de vegetatie, doordat het passend is bij de situatie. Na jaren van lokale maatregelen zijn nu netwerken ontstaan waarin flora en fauna weer zelfstandig floreren. De dieren, insecten en andere organismen zijn in robuuste aantallen aanwezig en creëren een natuurlijke kringloop. Dit komt water en bodem ook ten goede, waardoor water en bodem sturend en natuurlijk zijn. Wateroverlast en droogte worden daarmee tot een minimum beperkt en de waterkwaliteit en bodemkwaliteit liften hierop mee.
Als vanzelfsprekend ontstaat er een symbiose tussen mens en natuur, waarbij de gezondheid van de inwoners van gemeente Geertruidenberg zichtbaar is toegenomen, doordat mensen de natuur meer zijn gaan beleven, hier meer in gaan bewegen en in gezondere leefomstandigheden leven. Als kers op de taart zijn de inwoners dit gaan waarderen, waardoor zij ook het heft in eigen handen hebben genomen en hun eigen leefomgeving – thuis en in de buurt - zijn gaan vergroenen. Hierdoor is een groene gemeenschap ontstaan die met elkaar in contact staat en participeert. Dit vergezicht heeft op lokaal niveau verschillende uitwerkingen. Vergroeningskansen zijn namelijk afhankelijk van de natuurlijke context. Zo biedt een stedelijke omgeving andere kansen dan landelijk gebied. Op hoofdlijnen leidt dit tot het beeld dat is samengevat in afbeelding 1. Daarin is onder andere de ambitie zichtbaar van een ‘Natuurpark De Donge’ waarmee circa 30 hectare aan ‘nieuwe natuur en recreatie’ wordt ontwikkeld. Dit is een grote ontwikkeling, waar zowel de kernen van Raamsdonksveer als Geertruidenberg direct meerwaarde van ondervinden. Tegelijkertijd heeft het gezien de omvang, inrichting en voorzieningen een regionale aantrekkingskracht op naburige gemeenten.
Daarmee komen meerdere zaken tegelijkertijd samen, omdat het de hoeveelheid groen, biodiversiteit, klimaatbestendigheid, recreatie en economie ten goede komt. Bovendien is de ligging langs de Donge gunstig, aangezien hier een groenblauwe structuur aanwezig is en het daarmee de al aanwezige biodiversiteit verbindt en versterkt. Ook ontstaat voor de natuurbeleving een logische recreatieve route langs de Donge richting Raamsdonk. Langs de volledige groenblauwe structuur wordt de natuur versterkt en waar mogelijk met rust gelaten, de verbinding met de Biesbosch en het Natuurnetwerk Brabant (NNB) wordt daarmee dominanter, dit biedt kansen voor veel icoonsoorten. Verder wordt het landschap ten zuiden van Raamsdonksveer en Raamsdonk vergroend door in samenwerking met natuurorganisaties en inwoners het oude biodiverse landschap in ere te herstellen. Op plaatsen met open agrarisch landschap worden maatregelen genomen die passend zijn en horen bij de unieke eigenschappen van deze gebieden
10
Duurzaamheid
Kansenkaart groenontwikkeling tot 2050. Versie november 2023
Legenda: Groen: stimuleren perceelgrenzen agrarisch gebied vergroenen Rood: potentieel fiets/wandelpad Zwart: Versterkingsopgave natuur langs de Donge/ Halve Zolenlijn door toevoeging nieuwe natuur (en koppelkansen in relatie tot toerisme en recreatie) Oranje: Gebied binnenstedelijk vergroenen (DIOR) Afbeelding 1weergave deelgebieden gericht op klimaatadaptatie, biodiversiteit, natuurontwikkeling en natuurbeleving. (Bron: Maasarend, Mertens, 2023)
In stedelijk gebied is klimaatbestendigheid het belangrijkste streven. Dit betekent dat wateroverlast, droogte en hittestress de voornaamste focus zijn. Vergroenen biedt voor al deze onderwerpen de oplossing. Door biodivers te vergroenen worden daarbij twee vliegen in één klap geslagen, want op den duur ontstaan ook in de stedelijke context groene netwerken die mooie biotopen vormen voor andere doelsoorten dan het landelijk gebied. De grootste opgave is hittestress en daar is vooral een significante omvang van groen voor nodig, in het bijzonder in de vorm van boomkroonbedekking. De gemeente borgt dit in de openbare ruimte door de straat van de toekomst mogelijk te maken bij beheer en onderhoud en gebiedsontwikkelingen. Veel lokale bijdragen van inwoners, bedrijven en partners maken de puzzel compleet. In gezamenlijkheid ontstaat daarmee een groen Geertruidenberg. Samen maken we deze ambitie waar en wordt gemeente Geertruidenberg groen, biodivers, klimaatbestendig en gezond.
3.2
Beleidsthema’s
Gemeente Geertruidenberg heeft in haar omgevingsvisie thema’s per gebied uitgewerkt. In het Omgevingsprogramma Groen zijn we uitgegaan van drie centrale thema’s: groene omgeving, klimaat en gezondheid. Deze thema’s vormen samen met het bestaande beleid (zoals Strategie Klimaatadaptatie, Bomenverordening en Beleidskader Natuur 2030) het uitgangspunt van het Omgevingsprogramma Groen. Het is duidelijk dat Groen een verbindend karakter heeft, aangezien het veel maatschappelijke opgaven direct ten goede komt of hier indirect een verband mee houdt. In dit omgevingsprogramma Groen staan de volgende thema’s centraal: 1. Groene omgeving: versterken, verbinden en toegankelijk maken groen areaal (kwantitatief) én het vergroten van de biodiversiteit (kwalitatief). 2. Klimaat: terugdringen van hittestress en het tegengaan van wateroverlast. 3. Gezondheid stimuleren: behoefte aan groen in directe leefomgeving, voldoende toegankelijke groene buitenruimte om te spelen, te bewegen en te ontmoeten. De uitgangspunten maken we zoveel mogelijk concreet en toetsbaar. We volgen de ontwikkelingen van de uitgangspunten in de tijd. Hiermee weten we of we op koers liggen en kunnen we waar nodig bijsturen.
11
Duurzaamheid
3.3
Omgevingsvisie
Het omgevingsprogramma Groen is een uitwerking van de omgevingsvisie. Het helpt bij het concretiseren van de doelstellingen die in de omgevingsvisie zijn vastgesteld. De volgende aspecten van de Omgevingsvisie bevatten nadrukkelijk aandacht voor Groen. Versterken en verbinden van groen We realiseren meer groen, zowel in huidige als nieuwe woonwijken. Hierdoor zorgen we dat onze inwoners meer ruimte hebben om te bewegen en te ontmoeten. Het groen draagt ook bij aan klimaatadaptatie en de omgevingskwaliteit. In bestaande wijken verwelkomen we initiatieven die bijdragen aan meer en kwaliteitsgroen. Kwaliteitsgroen gaat bijvoorbeeld over de juiste plantenkeuze op de juiste plek, geschikt voor en passend bij de omgeving en met goede verbindingen tussen het groen, zodat er een groen netwerk ontstaat. Daarmee willen we ook bijdragen aan (meer) biodiversiteit in onze gemeente. Daarnaast versterken we de verbinding tussen de kernen en het groene buitengebied en het ecologische lint. We willen kenmerkende landschapspatronen in stand houden. Dit betekent dat we de cultuurhistorische waarde van het landschap beschermen. Daarnaast beschermen we specifieke cultuurhistorische waarden die karakter aan onze kernen en het landelijk gebied kunnen geven.
Het voorgaande betekent onder meer dat we ons inzetten om de relatie tussen de lintbebouwing van Raamsdonk en het achterliggend landschap te behouden en waar mogelijk te versterken. Aandacht voor natuur We zetten in op het realiseren van de ecologische verbindingszones. Tot deze ecologische verbindingszones behoren de Amertak, het plassengebied ten zuiden van Raamsdonksveer, de Donge en het Oude Maasje. De wateren lopen vanuit het achterland (de zuidkant van onze gemeente) richting de Amer en de Biesbosch. Voor het realiseren van nieuwe natuur langs de Donge is riviergebonden natuur het uitgangspunt. Onderdeel van deze riviergebonden natuur is dat vissen, zoogdieren, amfibieën, vogels en diverse plantensoorten zich weer thuis gaan voelen. Om dit te realiseren is water essentieel. We zetten in op het behouden van natuurwaarden bij nieuwe ontwikkelingen, zowel in de kernen als in het buitengebied. We streven naar een natuurinclusieve aanpak in bouw en ontwikkelingsopgave. Dit betekent dat bij de bouw van woningen, bedrijfspanden en andere objecten de natuur wordt geïntegreerd door bijvoorbeeld het accommoderen van nestvoorzieningen, het aanleggen van groene daken en gevels, natuurlijke tuinen met egeldoorgangetjes en groene erfafscheidingen.
Het accommoderen van nestvoorzieningen voor beschermde soorten, zoals mussen, gierzwaluwen en vleermuizen, wordt verplicht bij het realiseren van nieuwbouw. Deze regel wordt ingevoerd bij de eerstvolgende wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het Bbl is sinds 1 januari 2024 de opvolger van het Bouwbesluit. Daarnaast zijn we als gemeente actief met het Soortenmanagementplan (SMP), waarmee we een uitgebreid ecologisch onderzoek voor alle woningen. Hierin zitten maatregelen ter bescherming van aanwezige diersoorten en hierdoor is individueel ecologisch onderzoek per woning niet meer nodig. Afhankelijk van de uitkomst hebben de inwoners wel of geen ontheffingen voor bepaalde werkzaamheden, zoals isoleren.
3.4
Deelgebieden
Op tal van vlakken staat de beschikbare ruimte onder druk, vanwege de veelvoud aan transities die binnen de gemeentegrenzen van toepassing zijn. Duidelijk is dat we oplossingen moeten zoeken in een meer integrale aanpak en daarbij per deelgebied aansluiten bij het lokale karakter van dat gebied. Dit betekent dat we per gebied de verschillende uitdagingen en kansen bekijken en bijbehorende keuzes maken. Dit noemen we ‘landschapsinclusief omgevingsbeleid’. In de uitgangspunten van het omgevingsprogramma Groen houden we rekening met de identiteit van de verschillende deelgebieden in de gemeente Geertruidenberg. Dit willen we behouden en versterken. Zo willen we uitzichten en zichtlijnen in onze gemeente graag behouden en we willen niet dat verstedelijking, waarbij dorpen en steden steeds groter worden, ervoor zorgt dat we straks geen mooie open landschappen hebben.
12
Duurzaamheid
Tegelijkertijd zijn er ook voldoende gebieden en locaties voorhanden waar de identiteit versterkt kan worden. De gemeente Geertruidenberg kent elf deelgebieden, zie afbeelding 2, waarbij we uitgebreid ingaan op de verschillen.
Afbeelding 2. De deelgebieden van gemeente Geertruidenberg
Een korte typering van de elf deelgebieden in alfabetische volgorde: 1. Agrarisch gebied met waarden De hoofdfunctie van het gebied is agrarisch, maar hier is een behoefte aan nieuwe functies. Denk aan recreatie zoals fietsen en wandelen en ook natuur. In het agrarisch gebied met waarden willen we het groen en het landschap zoveel mogelijk versterken. Natuurontwikkelingen zijn mogelijk als die aansluiten bij het karakter van het landschap, of het oorspronkelijke landschap weer laten opbloeien. 2. Agrarisch gebied open landschap In dit deelgebied willen we het agrarische karakter behouden en de openheid van het landschap behouden. In het agrarisch gebied met open landschap willen we het groen en het landschap zoveel mogelijk behouden en versterken. Er zijn wel kansen om de biodiversiteit in dit gebied te verbeteren. 3. Amergebied Op termijn heeft de energietransitie invloed op de Amercentrale en het omliggende terrein. In de toekomst van het Amergebied staat de ontwikkeling van het Amergebied als energielandschap centraal, dit is als dusdanig bestemd. Met dat vertrekpunt proberen we zo goed mogelijk invulling te geven aan de aspecten natuur en natuurwaarden door natuur inclusief te bouwen. Indien mogelijk zal extensieve recreatie een rol kunnen blijven spelen. 4.
Centrum Geertruidenberg Dit deelgebied bestaat uit de historische stadskern van Geertruidenberg en de omringende vestingwerken. Het stadsgezicht is van grote betekenis voor de identiteit van de gemeente. In dit verstedelijkte deelgebied ligt de focus meer op klimaatadaptatie en minder op natuur. 5. Centrum Raamsdonksveer Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit bebouwd gebied, met één parkstructuur gelegen achter het gemeentehuis. In dit verstedelijkte deelgebied ligt de focus meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden en versterken van natuurwaarden.
13
Duurzaamheid
6. Dombosch, Rivierkade en de Pontonnier Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit bedrijventerreinen en bedrijfsbebouwing. Aan de westzijde wordt de Rivierkade van de rest van het deelgebied gescheiden door de Donge. De focus ligt hier vooral op klimaatadaptatie vanwege de dominantie van hittestress. Al worden langs de Donge ook de kansen voor natuur meegenomen. 7. Gasthuiswaard Dit deelgebied bestaat zowel uit bebouwd gebied als uit agrarisch gebied. Het bebouwd gebied is een relatief grootschalig bedrijventerrein. Het bestaat uit een smalle strook met bedrijvigheid langs de oever van de Donge. De focus ligt zowel op klimaatadaptatie als op het verbinden en versterken van natuur. 8. Geertruidenberg Dit deelgebied bestaat uit woonwijken buiten de stadskern van Geertruidenberg. Doordat Geertruidenberg tot het stedelijk gebied behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden van natuur. Tegelijkertijd doen zich aan de randen van Geertruidenberg goede mogelijkheden voor ten aanzien van biodiversiteit. 9. Natuurgebieden De natuurgebieden behoren volledig tot het buitengebied. De focus zal hierbij liggen op het verbinden en versterken van natuur. De groenblauwe structuren spelen daarbij een dominante rol, aangezien dit de hotspots zijn voor biodiversiteit in de gemeente. 10.
Raamsdonk Dit deelgebied bestaat hoofdzakelijk uit (kleinschalig) bebouwd gebied, met centraal gelegen woonwijken met rijtjeshuizen en naar de randen toe boerenerven. Doordat Raamsdonk tot het stedelijk gebied behoort ligt de focus hier meer op klimaatadaptatie en minder op het verbinden van natuur. Het landelijke karakter biedt wel mogelijkheden voor de extensieve natuurbeleving. 11. Raamsdonksveer Dit deelgebied is het meest bebouwd in de hele gemeente, waardoor de focus hier met name ligt op klimaatadaptatie. Tegelijkertijd zijn hier groenvoorzieningen aanwezig, die nog beter aangesloten kunnen worden op andere netwerken. Ook willen we in Raamsdonksveer speelplekken in het groen stimuleren om mensen van jong en oud actief te stimuleren om te bewegen. In de wijken en buurten moet de hoogwaardige kwaliteit van de openbare ruimte behouden blijven.
14
Duurzaamheid
4 Beleidsuitgangspunten 4.1 Groene omgeving Het huidige Nederlandse landschap is grotendeels door mensenhanden gemaakt. Een goed voorbeeld hiervan is het landschap rondom Raamsdonk. Dit landschap is ooit vanaf de oude bebouwingslinten in Raamsdonk door de mens veranderd van een veengebied tot een agrarisch gebied. Door veranderingen in het gebruik van het land, zoals meer landbouw en verstedelijking, is er steeds minder ruimte voor groen. De groene omgeving is belangrijk in onze waardering van onze leefomgeving. Het draagt bij aan het behalen van doelen op meerdere gebieden. Zo is een brede straat met veel bomen in de zomer koeler dan een (smalle) straat zonder bomen en alleen maar verharding. We maken een onderscheid tussen natuurgebieden en de natuur erbuiten. Natuurgebieden zijn vaak beschermd en in bezit van natuurorganisaties, zoals Staatbosbeheer of Natuurmonumenten. Een aantal van deze gebieden is onderdeel van Natura 2000. Andere gebieden maken deel uit van het NNB of van ecologische verbindingszones (EVZ). Waterschap Brabantse Delta beheert NNB (EVZ De Donge/Amertak). Ook zijn er gebieden die hier niet toe behoren. De natuurgebieden laten we in principe met rust. We streven naar zo min mogelijk verstoring van flora en fauna
4.1.1
Versterken en verbinden van groen (kwantiteit)
In de gemeente Geertruidenberg willen wij meer groen realiseren. Dit doen we door bestaand groen te beschermen, nieuw groen toe te voegen, bestaand groen uit te breiden en verschillende groengebieden met elkaar in verbinding te brengen. Daarmee versterken we de groene omgeving en het groene karakter in heel de gemeente. Om dit mogelijk te maken staan we de volgende beleidsuitgangspunten voor: 1.
Beleidsregel: De komende tien jaar streven we naar het planten van 3.000 bomen, dat zijn 300 bomen per jaar. Voor de realisatie van meer groen spelen bomen een prominente rol. Daarom bestaat de nadrukkelijke ambitie om 3.000 bomen te planten in tien jaar, die minstens zestig tot tachtig jaar oud kunnen worden. Naast het planten van nieuwe bomen valt hier ook onder het vervangen van ongezonde bomen die aan vervanging toe zijn of al zijn geveld. We werken met de bomenbalans. Dit geeft inzicht in het aantal bomen, maar zegt ook iets over het boomkroonvolume dat binnen het project toeneemt of verdwijnt. Het boomkroonvolume (BKV) is een belangrijk kengetal voor de mate waarin bomen bijdragen aan de ecosysteemdiensten. Als uitgangspunt geldt: des te groter het kroonvolume van een (gezonde) boom, des te groter is de bijdrage aan de ecosysteemdiensten. Bij het streven om meer groen in de nabijheid van woningen te handhaven of te realiseren, gaan we zoveel mogelijk uit van de 3+30+300-regel.
2. Beleidsregel: Bij herinrichting en renovatieprojecten wordt de omgeving aantoonbaar
vergroend, minimaal met 2%.
Bij elk project vindt vergroening plaats, waarbij zoveel mogelijk wordt uitgegaan van de 3-30-300 regel. Herinrichting en renovatie vindt doorgaans slechts 1 keer in de 30-50 jaar plaats en daarom is het belangrijk om goed na te denken over vergroeningskansen als dit moment zich voordoet. De mate waarin dat daadwerkelijk gebeurt is een afweging per project. Het streven is om op termijn de omgeving minimaal 10% te vergroenen ten opzichte van 2022. Indien maatregelen niet haalbaar zijn wordt in de directe nabijheid gezocht naar mogelijkheden. Om hittestress tegen te gaan vervangen we verharding door groen. Hierdoor warmt de omgeving minder op. Bovendien biedt het groen, met name bomen, schaduw waar mensen kunnen afkoelen bij hitte. Bij minder verharding kan regenwater beter infiltreren in de bodem, waardoor de rioleringen minder onder druk komen te staan. Bovendien ontstaat meer ruimte voor het verduurzamen van de groeiplaatsen van bomen en dus een vitaler bomenbestand.
15
Duurzaamheid
3. Beleidsregel: Bij vergroening passen we maatwerk toe, afhankelijke van de lokale context en
kansen.
Groen gaat na aanplanting alleen werken als het effectief is. Het moet aansluiten bij de daadwerkelijke situatie. Ondergrond, vochtigheid, levensduur en soorten zijn allemaal variabelen die hierbij belangrijk zijn. We streven naar groen dat van goede kwaliteit is. Dit hangt af van de plek en de situatie: hoe gebruiken we het groen, wat zijn de omstandigheden, is er zon én schaduw? En heel belangrijk: zijn de groeiomstandigheden van groen goed? Bodem en water zijn sturend. Groen kan pas effectief zijn als er water in de grond zit. We gaan niet alleen meer bomen aanplanten, maar we zorgen er ook voor dat bomen voldoende vocht tot hun beschikking krijgen. Het type groen hangt af van de bodemsoort en de inrichting van de ondergrond. Bijvoorbeeld voetpaden en fietspaden af laten lopen in een berm met bomen. Die bermen houden het vocht in de bodem en vullen ook het grondwater aan. Om tot kwalitatief groen te komen moet het groen passen in de lokale situatie. Waarbij niet alleen gekeken wordt naar esthetiek, maar waar bij de inrichting gekeken wordt naar toekomstbestendig groen. Idealiter autochtoon, biodivers en biologisch. Ook voor de biodiversiteit is niet al het groen van dezelfde waarde.
Meer informatie over het benutten van groen voor verbetering van biodiversiteit, luchtkwaliteit, klimaat en temperatuur en waterhuishouding in de stad is te vinden in de factsheets van de WUR (zie hoofdstuk 8, Bronnenlijst). 4. Beleidsregel: Bij nieuwbouw ontwikkelingen is natuurinclusief ontwerpen en bouwen het
uitgangspunt
Natuurinclusief bouwen betekent dat er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd op, aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving, zodat er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. In 2025 wordt het verplicht om in het kader van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) nestvoorzieningen te integreren voor huisgebonden soorten zoals huismussen, gierzwaluwen en vleermuizen. Dit betekent dat bij de bouw van woningen, bedrijfspanden en andere objecten de natuur wordt geïntegreerd door bijvoorbeeld het accommoderen van nestvoorzieningen, het aanleggen van groene daken en gevels, natuurlijke tuinen of groene erfafscheidingen. Tot die tijd verkennen we de randvoorwaarden en meetinstrumenten om deze natuurinclusieve aanpak te bevorderen. 5. Beleidsregel: Bestaande boomstructuren worden in stand gehouden bij het aanleggen van
groen en planten van nieuwe bomen.
De hoofdboomstructuur is meestal kernoverstijgend door zijn landschappelijke, natuurlijke, stedenbouwkundige en/of verkeerskundige functie. Het betreft vooral de doorgaande wegen door en tussen de kernen. De hoofdstructuren bestaan uit forse bomen, bomen van de eerste of tweede grootte. Deze structuur vormt een duurzaam en beeldbepalend netwerk binnen de gemeente, het vormt het visitekaartje. Het ontwerp, aanleg en beheer zijn gericht op het bereiken van grote, vitale bomen die samen een opvallende structuur vormen. De wijkboomstructuren verfijnen en ondersteunen het netwerk van de hoofdstructuur. Wijkboomstructuren bestaan vaak uit een serie van meer of minder representatieve wijkontsluitingswegen. In het buitengebied drukken de wijkboomstructuren een duidelijke stempel op een (deel-)gebied of bijzondere lijn. We streven naar fraaie bomen van de eerste grootte (volwassen bomen hoger dan 18 m), die forse groene lijnen opleveren die het landschap doorkruisen en opdelen. Daar waar mogelijk hoeft de verschijningsvorm van een wijkboomstructuur niet te verschillen van een hoofdstructuur. We richten de openbare ruimte zodanig in dat we de biodiversiteit versterken. Daarbij zoeken we een balans tussen de winst voor biodiversiteit en de bijbehorende beheerkosten. Groenstructuurvlakken Op de groenstructuurkaart (bijlage 1 en 2) zijn de groenblauwe structuren opgenomen.
Water en het omliggende grootschalige groen zijn belangrijk. Ook zijn parken opgenomen, die deel uitmaken van de koelteplekken en zorgen voor verbinding met de natuur. Deze parken liggen zowel binnen als buiten de dorpen. Ze vergroten de beleving van groen, de identiteit van het gebied en de biodiversiteit. De
16
Duurzaamheid
parken willen we behouden en het beheer en de inrichting van de parken willen we waar mogelijk optimaliseren. Voor het beheer van parken en historisch groen wordt een ‘Beheervisie parken en Historisch Groen’ opgesteld. De groenstructuurkaart wordt toegepast bij het toetsen en afwegen van (nieuwe) ontwikkelingen, herinrichtingen en herstructureringen. De groenstructuurkaart wordt als kader gebruikt bij deze ontwikkelingen en dient als input voor het opstellen van andere beleidsplannen en een omgevingsplan. De groenstructuurkaart is opgebouwd uit de boomstructuur én belangrijke groenstructuren. De boomstructuur die in 2008 is opgezet zetten we voort in deze groenstructuurkaart. De boomstructuur die we nastreven is gedifferentieerd, omdat het aansluit op een divers landschappelijk, natuurlijk en historisch raamwerk. Naast een boomstructuur zijn ook groenvlakken aan de kaart toegevoegd. 6. Beleidsregel: Alle aanwezige groenstructuren, zowel bomen als struiken en struwelen,
koesteren we.
Al het groen in de gemeente is in meer of mindere mate van toegevoegde waarde. Het vervuld namelijk een rol in het ecosysteem, milieu en klimaat. Het uitgangspunt is dan ook dat we geen groen verwijderen, maar dat we al het groen koesteren. In het bijzonder geldt dit voor de aanwezige groenstructuren. Dit zijn structuren die een verbindende functie hebben. Wanneer behoud ter plaatse niet mogelijk is, dan zorgen we voor compensatie. De compensatie dient minimaal van eenzelfde omvang en kwaliteit te zijn als het te verwijderen deel. De compensatie moet plaatsvinden binnen de gemeentegrenzen. Wanneer compensatie niet kan worden gerealiseerd dan moet voorafgaand aan het verdwijnen van de te verwijderen groenstructuur financiële compensatie plaatsvinden door een bedrag te storten in de gemeentelijke bomenvoorziening, bedoeld voor instandhouding van een duurzaam bomenbestand in de gemeente Geertruidenberg. Het te compenseren bedrag wordt bepaald door de taxatiewaarde die is bepaald door een erkend en gecertificeerd taxateur, gespecialiseerd in groen en/of bomen. 7. Beleidsregel: De ondergrond en bijbehorende infrastructuur wordt onderzocht bij het
aanleggen van groen.
Voor het aanplanten van bomen is de onderliggende infrastructuur van groot belang. Kabels en leidingen kunnen daarbij belemmerend werken. Bij de toekomstige inrichting van de openbare ruimte speelt vergroening een belangrijke rol en moet bij de inrichting altijd goed gekeken worden naar een passende inrichting van de ondergrondse infrastructuur in combinatie met bomen. Gemeente Geertruidenberg neemt zoveel als mogelijk bij de aanleg van kabels en leidingen het initiatief voor aanwijzing van een boomvriendelijk tracé en gestuurd boren onder monumentale en waardevolle bomen en groenstructuren. 8. Beleidsregel: Doorbroken groene en blauwe structuren worden waar mogelijk met elkaar in
verbinding gebracht.
De grootste ecologische waarde ligt langs de Donge. Dit is een grote groenblauwe dooradering van de gemeente, waaraan ook het Natuur Netwerk Brabant (NNB) is gelegen. Het is wenselijk om dit gebied te versterken en andere groene en blauwe structuren hierop aan te sluiten. Dan ontstaat er meer verbinding tussen de verschillende gebieden en dit komt de natuurwaarden ten goede. Ook de drie kernen binnen de gemeente kunnen een bijdrage leveren vanuit de bestaande groenstructuren en de aanwezige wateren. Door stedelijk groen (parken, tuinen, bedrijfsgroen, straatgroen) met de juiste beplanting in te richten, ecologisch te beheren en te verbinden wordt de biodiversiteit ondersteund. Ook de biotopen rondom de bedrijventerreinen, gebouwen, schoolpleinen en waterpartijen kunnen een bijdrage leveren. Dergelijke ontwikkelingen moeten in samenhang bekeken worden en aansluiten op de lokale context van de desbetreffende biotoop. In eerste instantie is hiervoor meer groen nodig, om die verbindingen beter te kunnen maken. Wanneer de structuur versterkt wordt kan dit ook bijdragen aan een aangesloten natuurbeleving.
17
Duurzaamheid
4.1.2
Biodiversiteit (groene omgeving, kwaliteit)
Bij het uitbreiden van het groenareaal (kwantiteit) houden we ook de kwaliteit in het oog. Uiteindelijk gaat het erom dat het groen een toegevoegde waarde heeft voor mens en dier, maar ook dat het landschappelijk past in de omgeving en dat het groen levensvatbaar is vanuit de bodem bezien. De context van het gebied is daarbij essentieel. Zo wordt in een verstedelijkt gebied op een andere manier kwaliteit toegevoegd dan in landelijk gebied en slaan in zandgronden andere groentypes aan dan in kleigronden. Voor het vergroten van de biodiversiteit kijken we dan ook naar de totale bandbreedte van het groen en de verschillende biotopen die daarbij passend zijn. In bijlage 3 staan de veertien biotopen die in de gemeente Geertruidenberg zijn geïdentificeerd. Het overgrote deel van het groen in de bebouwde kernen wordt nog op een meer traditionele wijze beheerd. Het onderhoud is gericht op de beeldkwaliteit en uitstraling en nog niet met oog op de functionaliteit en ecologische kwaliteit. Dit vraagt om een andere manier van beheer dan we gewend zijn. Om biodiversiteit te versterken en beschermen zetten we in op ecologisch maaibeheer van bermen, zowel binnen als buiten de kernen. Waar mogelijk willen we daarmee de biodiversiteit bevorderen, ook door bloemrijk gras mogelijk te maken wanneer de context dit toelaat. Uiteraard houden we ook oog van de functionele waarde van gazons.
Voor insecten, kleine dieren en planten is het lastig grote afstanden te overbruggen. Om te kunnen overleven is het daarom belangrijk dat veel bermen, stukjes groen, kreken en sloten op elkaar zijn aangesloten. Insecten kunnen dankzij dat groenblauwe netwerk bijvoorbeeld makkelijker voedsel en een schuilplek vinden. Dat is goed voor de biodiversiteit. Door wilder openbaar groen op elkaar te laten aansluiten helpen we dieren en planten. In Geertruidenberg werken we dus steeds vaker samen met de natuur. Dat noemen we GeWild Groen. Dit geldt ook voor bomen. Ze moeten dan wel op een juiste plek staan en tot volle wasdom kunnen komen. Alleen dan dragen ze ten volle bij aan klimaatadaptatie door schaduwwerking en het vasthouden van water. We zorgen op recreatieve locaties waar mogelijk voor voldoende bomen vanwege de schaduw. Daarnaast is het voor de biodiversiteit van belang te zorgen voor boomsoorten waarop veel insecten hun levenscyclus kunnen voltooien. Voor het versterken van de biodiversiteit gelden de onderstaande beleidsregels. 9. Beleidsregel: Betere leefomstandigheden creëren voor icoonsoorten binnen de
gemeentegrenzen.
Gemeente Geertruidenberg werkt met icoonsoorten. Dit zijn dieren en planten die ons een beeld geven van hoe het gaat met de biodiversiteit. Als een icoonsoort aanwezig is, wil dat zeggen dat het goed gaat met de natuurwaarde in onze gemeente. Icoonsoorten zijn ook zogenaamde doelsoorten waarmee de gemeente het beheer en inrichting van de (openbare) ruimte kan optimaliseren. Veel soorten profiteren namelijk mee wanneer we maatregelen treffen voor de icoonsoorten. Door rekening te houden met en maatregelen te treffen voor icoonsoorten, creëren we een goede omgeving voor mens, dier en plant. Voor gemeente Geertruidenberg hebben we dertien icoonsoorten geselecteerd (zie bijlage 4). Dat betekent dat bij zowel ruimtelijke ontwikkeling en inrichting als bij beheer en onderhoud hier rekening mee wordt gehouden. Icoonsoorten leven in specifieke biotopen, door rekening te houden met deze biotopen wordt op de geschikte plekken invulling gegeven aan maatregelen voor de juiste icoonsoorten. Het stedelijk gebied is een landschap op zich, met een eigen karakteristiek en dynamiek. Veel dieren weten zich aan te passen aan de dynamiek van de stad. We ontdekken dat de stad een eigen biotoop heeft, een ecosysteem waar de mens een belangrijke rol in speelt.
Dit versnipperde landschap heeft specifieke voordelen ten opzichte van het buitengebied (bijvoorbeeld: warmer, wintervoeding, geen jacht, weinig tot geen gewasbeschermingsmiddelen).
18
Duurzaamheid
10. Beleidsregel: Bij ruimtelijke ontwikkelingen wordt rekening gehouden met de stedelijke
icoonsoorten, onder andere huismus, gierzwaluw en vleermuizen.
De Omgevingswet verbiedt onder andere het vernietigen, doden en verwonden van beschermde dieren plantensoorten en het wegnemen van hun verblijfplaatsen. In de gebouwde omgeving gaat het bij beschermde soorten vooral om vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Hiermee moet tijdens een verbouwing of ontwikkeling rekening mee worde gehouden. Zodat de aanwezige populaties beschermde soorten in stand gehouden kunnen worden of verbeteren. De gemeente kan ook in één keer voor de gehele gemeente een ecologisch onderzoek doen en maatregelen nemen op gebiedsniveau. De gemeente beschrijft dit ecologisch onderzoek en de maatregelen op gebiedsniveau in een soortenmanagementplan. Het soortenmanagementplan dient de gemeente in bij de provincie. Op basis van het soortenmanagementplan kan de provincie vervolgens aan de gemeente voor tien jaar een gebiedsgerichte omgevingsvergunning verlenen. 11. Beleidsregel: Hotspots van biodiversiteit worden zoveel mogelijk beschermd en versterkt Een hotspot van biodiversiteit is een locatie, waar het aantal soorten flora en fauna dat er voorkomt hoger is dan op andere locaties binnen de gemeente Geertruidenberg. In bijlage 5 zijn de hotspots op een kaart weergegeven. De hotspots bevinden zich hoofdzakelijk aan de randen van de gemeente en het zijn vooral locaties langs in, op of om het water.
De hotspots verdienen meer aandacht dan ze nu krijgen en bieden kansen om de soortenrijkdom verder te vergroten. Een beschermde status betekent dat we voor ruimtelijke ontwikkelingen binnen deze gebieden uitgaan van het “Nee, tenzij” principe, zoals gebruikelijk is in het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Ruimtelijke ontwikkelingen mogen niet plaatsvinden, tenzij door een ecoloog is vastgesteld dat dit geen negatieve effecten tot gevolg heeft voor het betreffende natuurgebied. 12. Beleidsregel: We zetten zowel in op plekken met een hoge soortendiversiteit (kansen voor
veel soorten) als op plekken met lage soortendiversiteit (specifieke kansen).
Uit de Nationale Databank Flora en Fauna blijkt dat we in de verschillende deelgebieden van onze gemeente meer of minder soorten aantreffen. De zeven belangrijkste en best onderzochte soortgroepen zijn vaatplanten, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en vogels. In onze gemeente zien we rondom sommige hotspots een soortendiversiteit tot wel 700 verschillende soorten. In andere gebieden, zoals in de kern Raamsdonksveer, zien we minder biodiversiteit, namelijk zo’n 200 tot 300 verschillende soorten. Daarnaast zijn er ook soorten in onze gemeente, met name aan de noordelijke zijde, die op de Rode lijst staan. Op de Rode lijst staan soorten die uit Nederland zijn verdwenen of dreigen te verdwijnen. Om biodiversiteit te behouden is het belangrijk dat we onze natuur, maar ook de groene gebieden op waarde schatten. En dat we zowel oog hebben voor de reeds aanwezige natuurlocaties als de kansen op nieuwe locaties. 13. Beleidsregel: Grotere diversiteit in het bomenbestand en voedselbron voor insecten Een belangrijke reden om in te zetten op diversiteit van soorten is dat het betere bescherming biedt tegen ziekten en plagen in bomen en struiken. Bij nieuwe aanplant van bomen en struiken is het belangrijk om ook te selecteren op voedselbomen/-struiken voor insecten.
Bomen en struiken die gedurende een specifieke periode van het jaar voedsel leveren aan bijen en andere bestuivers zijn belangrijk voor de biodiversiteit. Ook aandacht voor bomen die voedsel voor vogels produceren zoals bomen met eetbare bessen zijn belangrijk. Dit vraagt nadrukkelijk de aandacht om aan de voorkant van een initiatief goed na te denken over de passende soort in de desbetreffende context. Het vertrekpunt daarbij is diversiteit, aangezien homogene groepen vaak weinig biodiversiteit brengen.
19
Duurzaamheid
14. Beleidsregel: Ecologisch maaibeheer vormt het uitgangspunt voor alle grassen, met
uitzondering van locaties waarin andere functies voorrang krijgen.
Bermen, groenstroken en oevers maken een aanzienlijk deel uit van het landoppervlakte. Veel soorten planten en dieren vinden hier hun leefgebied. Bermen en oevers hebben bovendien de functie van verbindingsbaan. Ook voor bijen en andere insecten is het een belangrijk leefgebied. Alleen bij een juiste manier van beheer leveren ze een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. Alle reden dus om goed om te gaan met bermen en ze ecologisch te beheren. Ecologisch beheer vraagt om een andere manier van beheer dan regulier maaien. Ecologisch maaibeheer leggen we vast door (op de toegewezen plekken) in onderhoudsbestekken eisen te stellen aan de opdrachtnemer, bijvoorbeeld Kleurkeur-certificering. Daarnaast is en blijft ook een groot deel van het groen als grasgazon behouden. Dit dient namelijk ook functionele doeleinden, zoals het uitlaten van honden, spelen met kinderen of gelegenheid tot wandelen. Gazons worden dan ook op een manier onderhouden die dergelijke activiteiten faciliteert. 15. Beleidsregel: Wanneer door ruimtelijke ontwikkelingen natuurgebied verdwijnt compenseren
we dat binnen de gemeentegrenzen.
Een belangrijk criterium voor natuurcompensatie is dat geen verlies van natuurwaarden mag optreden. Er mag geen nettoverlies optreden van de oppervlakte en de kwaliteit van aanwezige natuurwaarden. Natuur gaat verloren: planten, bomen en stuiken verdwijnen. Het vaststellen van de fysieke oppervlakte van (leef)gebieden die verloren gaan door een ingreep is de eerste stap in het bepalen van effecten. De tweede stap is lastiger: wat zijn de effecten op dieren? Als een deel van het leefgebied verloren gaat moeten we weten of het resterende, versnipperde deel nog een levensvatbare populatie kan herbergen. Wanneer dat niet het geval is moeten we ons afvragen of het resterende gebied samen met andere leefgebieden in de omgeving groot genoeg is voor een levensvatbare populatie. Bovendien moeten we weten of de ingreep wellicht een verstoring teweegbrengt in het gebied dat overblijft na de ingreep. Om de natuurwaarde van het te verdwijnen gebied te beoordelen is dus specifieke ecologische deskundigheid vereist. Een ecologisch deskundige bepaalt daarom de natuurwaarde. Uitgangspunt is om de verloren natuurwaarde te compenseren met minimaal eenzelfde omvang en kwaliteit.
Ecologische toets Voor ingrepen met een effect op beschermde natuurgebieden en flora en fauna is een ecologische toets nodig, hiermee wordt getoetst of binnen een plangebied (en de directe omgeving) beschermde soorten zijn te verwachten. Ook wordt getoetst of het plan leidt tot een negatief effect op beschermde natuurgebieden. Het gaat om beschermde soorten en beschermde gebieden (vroeger Flora- en faunawet/ H3 Wet natuurbescherming, nu H11 Besluit activiteiten leefomgeving). 16. Beleidsregel: Langs perceelsgrenzen in het buitengebied worden waar mogelijk groene
perceelscheidingen aangebracht, zoals heggen, houtwallen of takkenrillen
Een heg, houtwal of takkenril biedt ruimte aan het schuilen en broeden van insecten, zoogdieren en vogels. Ook paddenstoelen, mossen en varens groeien graag op dit soort plekken. Groene perceelscheidingen zorgen voor een aantrekkelijk leefgebied voor veel nuttige dieren. Ze geven een boost aan de biodiversiteit. De buitengebieden zijn van belang voor akker-, weidevogels zoals patrijzen, kievieten, veldleeuwerik et cetera., maar ook zoogdieren zoals hazen en egels en amfibieën. Al deze soorten hebben voedsel en bescherming nodig in het open agrarisch landschap om te overleven. Patrijshagen, keverbanken, kruidenrijk gras, winterstoppels en kikkerpoelen zijn hierbij onmisbaar. Het beter benutten van verplichte bufferstroken biedt hiervoor potentie. Agrarische natuurvereniging Slagenlandschap met aangesloten biologische boeren zetten zich hier al voor in, zoals door een akkervogelgebied en aanplant van wilgen. Buitengebieden zijn belangrijke overgangsgebieden tussen bebouwde omgeving en natuurgebieden.
20
Duurzaamheid
17. Beleidsregel: Binnen de natuurgebieden wordt zoveel als mogelijk de rust en stilte
gewaarborgd.
Het is de bedoeling dat flora en fauna in natuurgebieden tot rust komen. Onder natuurgebieden worden hier Natura 2000 gebieden en het Natuur Netwerk Brabant (NNB) verstaan. Stiltegebieden zijn vaak net als natuurgebieden toegankelijk, maar lawaaiige activiteiten zijn er uit den boze. Stiltegebieden zijn unieke gebieden waar de nood tot bescherming voortvloeit uit de eigenschap stilte en rust. Stilte betekent hier niet de totale afwezigheid van geluid maar wel een aangenaam geheel van geluiden. Het is een aaneengesloten gebied dat een landelijk karakter heeft. Natuurlijke geluiden, afkomstig van zowel fauna als flora overheersen 18. Beleidsregel: Een gezonde bodem vormt de basis voor de biodiversiteit. Het optimaliseren
van bodemleven vormt een belangrijk onderdeel van ruimtelijke invulling.
Een gezonde bodem met een hoge biodiversiteit heeft essentiële functies. Het draagt bij aan de bodemvruchtbaarheid, een goede bodemstructuur, het weren van ziekten en plagen en het afbreken van (schadelijke) stoffen. Deze essentiële functies noemen we ecosysteemdiensten. Om de biodiversiteit te stimuleren kunnen overgangsgebieden ingericht worden. Bij een overgangsgebied verandert het milieu op een relatief korte afstand, zoals van hoog naar laag, van droog naar nat en/of van voedselrijk naar voedselarm. In overgangsgebieden kunnen door de verschillende milieus meer soorten leven en is er een betere samenhang. 19. Beleidsregel: Kleine groene biodiversiteitsmaatregelen door inwoners worden waar mogelijk
gefaciliteerd door de gemeente.
Inwoners kunnen ook zelf initiatief nemen in het onderhoud of realiseren van groen in hun buurt of wijk. Hiervoor bestaat de mogelijkheid om aanspraak te maken op het beschikbare Wijkbudget. Bijvoorbeeld voor het vergroenen van een pleintje of voor bloemrijke boomspiegels. Ook is het mogelijk om als inwoner (kleinschalig) bij te dragen aan het beheer en onderhoud, als gemeente belonen wij dan ook het weghalen van onkruid. Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van het concept ‘Wijkgericht SAMENwerken’, waarin de gemeente burgerinitiatieven van inwoners begeleid en faciliteert. Daarnaast probeert de gemeente zelf ook langs te komen op locaties waar wij kansen zien om tot maatregelen te komen.
4.2
Klimaat
Groen in de woonomgeving kan bijdragen aan het klimaatbestendig maken van onze bebouwde omgeving. Meer groen betekent minder hittestress en minder wateroverlast na hevige buien. Daarnaast kan groen ook water vasthouden in periodes van droogte en daarmee een natuurlijke buffer vormen. Daarnaast verandert het klimaat en moeten we nu inspelen op die veranderingen om de toekomst van het gebied te kunnen waarborgen. Hittestress en droogte komen nu al merkbaar vaker voor. In bijlage 6 staat als voorbeeld een hittestresskaart tijdens warme nachten in Geertruidenberg. 20. Beleidsregel: Om hittestress tegen te gaan planten we bij herinrichting van de openbare
ruimte meer bomen en groenstroken dan in de huidige situatie.
Het onderscheppen van zonnestraling is de meest effectieve manier om de gevoelstemperatuur te verminderen. In die zin zijn grote bomen met dichte boomkruinen de beste optie om de gevoelstemperatuur in stedelijke gebieden te verbeteren, omdat ze de meeste schaduw creëren. Hittegolven kunnen echter gepaard gaan met langere droogteperioden. Daarom is het belangrijk dat we ook rekening houden met de droogtetolerantie van de boomsoort. Bomen die aangedaan zijn door droogte kunnen hun bladeren verliezen, waardoor hun vermogen om schaduw te bieden vermindert. Daarom zijn de meest geschikte bomen die hittestress tegen moeten gaan ook bestand tegen droogte. Bij de keuze van bomen en groen gaan we uit van maatwerk. We houden rekening met beschikbaar water, bodem en klimaatbestendigheid van het sortiment.
21
Duurzaamheid
21. Beleidsregel: Parkeergelegenheden worden zoveel mogelijk aangelegd als halfverharding of
groene parkeerplaatsen.
Bij de aanleg van halfverharding is het belangrijk met duurzame en circulaire producten te werken die geen schade/vervuiling aanbrengen in de toekomst. Denk aan biobased materialen. Halfverharding zorgt voor het doorlaten van (regen)water. Door halfverhardingen te gebruiken krijgt een parkeerplaats een natuurlijke uitstraling. Daarbij kan de halfverwarding worden ingezaaid met gras. Het is een duurzaam alternatief voor bestrating of asfalt. Vertrekpunt is om dit toe te passen bij renovatie, maar in geval van bovenmatige hittestress kunnen ook bestaande parkeervoorzieningen worden omgevormd. 22. Beleidsregel: Op plekken in de gemeente die gevoelig zijn voor droogte wordt waar mogelijk
water opgevangen.
Grote delen van de gemeente zijn van nature nat of hebben bodems die slecht water doorlaten of vasthouden. Water opvangen leidt dan mogelijk tot een vorm van overlast, doordat het niet goed in de bodem kan infiltreren. Daarom moet voor het opvangen van water goed gekeken worden waar dit in de gemeente doelmatig is en meerwaarde biedt. Wanneer een locatie geschikt is kan het vasthouden van water bijdragen aan het voorkomen van tekorten in droge perioden. Wanneer het water opgeslagen wordt, kan het weer beschikbaar komen in tijden van droogte. Maatregelen zijn: het weghalen van verharding rond bomen, regenwateropvang door middel van groene daken, bassins en wadi’s. Op droogtegevoelige plekken helpen alle beetjes (groot of klein) tegen het bestrijden van droogte en wateroverlast. Zo kan ook vergroening van tuinen, daken en gevels een bijdrage leveren aan het vasthouden van water. 23. Voor een goede waterkwaliteit staat een natuurlijk watersysteem centraal. Met een watersysteem dat is gebaseerd op het natuurlijke bodem-watersysteem is veel winst voor de natuur te behalen. In dit geval komen weinig nutriënten in de wateren en komt de oorspronkelijke vegetatie tot bloei. Vanwege de aanwezige industrie en de nabijheid van de agrarische sector zal dit een kwestie zijn van de lange adem.