10 Mva Beleidskader VOI Dongemond.docx
Tekst van het document
Zaaknummer: 2021040478744 Memorie van antwoord Aan : de leden van de gemeenteraad Van : het college van burgemeester en wethouders Datum : 18 mei 2021 Onderwerp : memorie van antwoord bij Beleidskader Veranderopgave Inburgering Dongemond Vraag van : Lokaal+ Vraag: 1. Welke lokale doelstellingen willen we toevoegen aan het regionale beleidskader? 2. Aangezien het regionaal beleid een afgeleide is van, minimaal voldoet aan, de wettelijke eisen zullen de toe te voegen lokale doelstellingen extra inzet van middelen zoals personeel, geld en tijd gaan kosten. Dit terwijl hier lokaal geen geld voor beschikbaar is en ook (nog) niet vanuit het rijk (gemeentefonds) komt. Hoe is het college voornemens om de extra lokale doelstellingen te realiseren? 3. Het college stelt voor om voor dit beleid geen verordening in te stellen terwijl zowel het beleid zelf als ook het raadsvoorstel bol staan van de onbekende-, onduidelijke zaken en onzekerheden. Zo zijn aanbestedingen, de implementatie onbekend, zijn inkoop cq gunning nog onbekend en is er sprake van een lerend, groeiend beleid. Als er sprake is van inkoop en gunning, wat wordt dan ingekocht en gegund? 4. Bent u het met ons eens dat hierdoor de raad in het geheel geen controle heeft op dit beleid en dan met name de harde kant van het kader? 5.
Een vergelijk met de tekorten bij de jeugdzorg zijn snel gemaakt: als primaire uitvoerder van de wet krijgt de regio en deze gemeente zeer waarschijnlijk te weinig geld om haar taak, laat staan de extra’s naar behoren te kunnen uitvoeren. Onderschrijft het college dit en zo ja; welke maatregelen neemt u dan? 6. Wanneer kunnen wij als raad het advies van de Adviesraad Sociaal Domein en de reactie van uw college tegemoet zien? Wij mogen aannemen ruim voor de behandeling van dit stuk. 7. Bent u het met ons eens dat de kreet “Lokaal, tenzij” niet realistisch is en dat zowel het wettelijkeals het daarvan afgeleide regionale kader eisen zijn? Wij dienen uitvoering te geven aan een wettelijk vastgelegd beleid en zijn volgend, niet leidend. 8. Wat zijn rollen die scholen, Theek5, maatschappelijke organisaties (o.a. Vluchtelingenwerk, SWOG) en sportverenigingen kunnen invullen bij deze veranderopgave? Krijgen deze partijen een vergoeding? Kunnen zij de vraag weigeren en zo ja, wat zijn dan de gevolgen? 9. In de stukken is, voor onze gemeente, sprake van een pilot. Welke pilot is dit? Wat is de link tussen dit beleid en de pilot? Antwoord: 1. Wij vragen aan zowel de adviesraad sociaal domein als aan de gemeenteraad om mee te denken over een lokale vertaling van het regionale beleidskader.
Daarnaast gaan wij in gesprek met partners zoals vluchtelingenwerk en Midzuid en nemen wij ook de ervaringen van de klankbordgroep mee. De doelen die hieruit naar voren komen geven we een plek in het lokale plan van aanpak. Wat betreft lokale doelstellingen kunt u denken aan een sterke verbinding met de lokale arbeidsmarkt en ondernemers, participeren in de lokale samenleving door middel van sport of het gebruik maken van al bestaande faciliteiten voor de inburgering. 2. Binnen de wettelijke aanbodplicht bestaat op onderdelen gemeentelijke beleidsvrijheid, zoals de vorm en invulling van brede intake, begeleiding richting financiële zelfredzaamheid, de invulling van de drie leerroutes en ruimte voor maatwerk in de uitvoering van maatschappelijke begeleiding, Participatieverklaringstrajecten en de Module Arbeidsmarkt en Participatie. De lokale doelen zullen worden verwerkt in de onderdelen die wettelijk verplicht zijn voor de inburgering. Op deze manier hoeft dit niet tot extra inzet van middelen te leiden. De lokale doelen zijn dan vooral terug te zien in de manier waarop wij de wettelijke taken inrichten. Wij betrekken lokale partners bij de advisering over het lokale beleid. Wanneer wij lokale doelen stellen wordt ook uw raad daarin betrokken. Het
uitgangspunt is om dat te doen binnen de door het rijk beschikbaar gestelde budgetten. (Zie ook antwoord onder 5) 3. Gemeenten dienen vanuit de nieuwe wet de drie leerroutes inclusief participatieverklaringstrajecten (PVT) en module arbeidsmarkt en participatie (MAP) aan te bieden en in te kopen. Daarnaast behouden zij hun huidige taak om te zorgen voor de maatschappelijke begeleiding (nu ingekocht bij Vluchtelingenwerk). Al deze diensten moeten zeker worden ingekocht bij partners. Voor de nieuwe taken Begeleiding bij inburgering en Financieel ontzorgen kunnen gemeenten zelf bepalen in hoeverre ze dit in eigen huis willen uitvoeren, of het willen uitbesteden. 4. Nee, dat zijn we niet. In de meicirculaire krijgen we meer duidelijkheid vanuit het Rijk wat betreft de middelen die wij gaan ontvangen voor de inburgering. Het te ontwikkelen en in te kopen aanbod wordt afgestemd op de middelen die wij ontvangen van het Rijk. Deze komen terug in de gemeentelijke begroting 2022 die aan de raad wordt voorgelegd. Wij houden ondertussen de gemeenteraad op de hoogte van de voortgang en informeren ad hoc over relevante ontwikkelingen en de lokale doelen die de raad desgewenst zelf meegeeft. Wat betreft de inkoop van de leerroutes houden wij rekening met de onzekerheden die de nieuwe wet inburgering met zich meebrengt op het gebied van aantallen en financiële middelen.
De ingangsdatum is inmiddels vastgesteld op 1 januari 2022. Door een raamovereenkomst aan te gaan met de aanbieders van de leerroutes laten wij het aantal trajecten dat wij afnemen nog open en beperken wij het financiële risico. Daarnaast hebben wij een maximum gesteld aan de kosten voor een traject, gebaseerd op de geschatte bijdrage die wij zullen ontvangen vanuit het Rijk. 5. Vanaf januari zijn wij zelf de primaire uitvoerder van de wet. Alleen in bepaalde opzichten werken wij regionaal samen. Uitgangspunt is dat we het doen met de middelen die we van het Rijk gaan krijgen plus de middelen die wij op dit moment al ontvangen vanuit het Rijk voor maatschappelijke begeleiding en de participatiewet. Dat geldt ook voor eventuele gevolgen van de nieuwe werkzaamheden voor de formatie van de interne organisatie. Ook die zullen in beginsel binnen de uitvoeringsbudgetten moeten passen. 6. Donderdag 22 april hebben beleidsmedewerkers een presentatie gegeven bij de Adviesraad Sociaal Domein om het regionale beleidskader veranderopgave inburgering toe te lichten. Wij ontvangen uiterlijk half mei een formeel advies van de Adviesraad Sociaal Domein. Deze zullen wij, samen met onze reactie op het advies, met u delen zodra wij deze hebben ontvangen. 7. Het wettelijke kader is inderdaad een harde eis.
Maar wij zijn het met u oneens dat daarbij niet het uitgangspunt kan gelden “lokaal, tenzij”. Wij zijn als gemeente verantwoordelijk, en die verantwoordelijkheid ligt lokaal. Wij willen de inburgering zo lokaal mogelijk inrichten maar voor sommige onderdelen is regionale samenwerking nodig om de gewenste diversiteit en kwaliteit te kunnen realiseren. Een regionaal beleidskader is nodig om aan te kunnen besteden met dezelfde uitgangspunten en enige eenheid te creëren in de regio. Alleen wat betreft het regionale beleidskader en de inkoop van leerroutes geven wij regionaal invulling aan de inburgering. Op alle andere onderdelen zullen wij de inrichting lokaal vormgeven. 8. Daarover zijn wij met deze organisaties in gesprek. De uitkomsten van die gesprekken betrekken wij bij de lokale invulling en de lokale doelen. Uit die gesprekken zal blijken wie welke rol kan vervullen in het inburgeringsaanbod in onze gemeente. Bij grote subsidiepartners zal de eventuele vergoeding worden bekeken in relatie tot de subsidie die zij op dit moment al ontvangen. Dit kan een verschuiving in takenpakket betekenen of extra middelen. Wanneer organisaties onvoldoende mee (kunnen) werken heeft dit gevolgen voor de realisatie van onze doelen. Wij zullen u dan ook informeren op het moment dat dit aan de orde is.
Onze verwachting is echter dat de organisaties naar vermogen zullen bijdragen aan de lokale invulling van de inburgering. Wanneer grote subsidiepartners onverhoopt bepaalde zaken niet kunnen oppakken zou dit gevolgen kunnen hebben voor de subsidie(relatie). Bij bijvoorbeeld sportverenigingen en scholen is dit laatste niet aan de orde. 9. In 2020, en gedeeltelijk in 2021 hebben twee pilots plaatsgevonden. Voor de pilot duale trajecten hebben wij onderzocht op welke manier we het leren van de Nederlandse taal en participatie door
middel van werk tegelijk kunnen laten plaatsvinden. Daarnaast loopt er nog de pilot Ontzorgen. Tijdens deze pilot doen we ervaring op met het financieel ontzorgen van de inburgeraars. Voor deze laatste pilot is de gemeente Geertruidenberg penvoerder namens de vier Dongemondgemeenten. Het budget in het kader is versterkt door het ministerie van SVW en wordt gebruikt voor de uitvoering van de pilot. Deze pilot wordt in juli afgerond. Deze pilots zijn uitgevoerd om ervaring op te doen in de zaken die de nieuwe wet van ons vraagt. Hoogachtend, Namens burgemeester en wethouder van Geertruidenberg,
Wethouder A.H.M. de Jongh