09 verkennend bodemonderzoek Raadhuisstraat Raamsdonk 220524
Tekst van het document
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk
MEERWAARDE DOOR GRONDIGE KENNIS
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. te Raamsdonk Opdrachtnummer: 22MP0099
Rapport betreffende verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707
Documentnummer 22MP0099-adv-01 Versie 1.0 Datum rapport 24 mei 2022 Opdrachtgever Broos de Bruijn architecten Boomgaardsstraat 84 3012 XE Rotterdam
Opgesteld door: Ing. M.J.M. Marco Vervoort
Gecontroleerd door: Ing. H.C.M. Bosch
Project Opdracht Document
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. te Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN 1. Locatie-aanduiding/rapportgegevens Opdrachtnummer Soort onderzoek
: :
Adres Gemeente Opdrachtgever Projectadviseur Datum rapport Status Opp. Locatie Coördinaten
: : : : : : : :
22MP0099 verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 verkennend asbest bodemonderzoek conform NEN 5707 Raadhuisstraat ong. te Raamsdonk Geertruidenberg Broos de Bruijn architecten Ing. M.J.M. Marco Vervoort 24 mei 2022 definitief circa 1.400 m2 x: 121.681 y: 411.617
2. Aanleiding en doel verkennend (asbest)bodemonderzoek Aanleiding voor het verkennend (asbest)bodemonderzoek vormt de voorgenomen nieuwbouw van zeven woningen en de realisatie van een park met speeltoestellen. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. Het verkennend asbest bodemonderzoek heeft ten doel om middels een onderzoeksinspanning vast te stellen of de bodem mogelijk verontreinigd is met asbest.
beperkte
3. Onderzoeksstrategie Op basis van het verrichte historisch (voor)onderzoek is voor het verkennend bodemonderzoek uitgegaan van de onderzoeksstrategie onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) uit de NEN 5740. Verder zijn een diepere boring en de peilbuis gericht geplaatst in mogelijke slootdempingen. Daar puinbijmengingen ‘van onbekende herkomst’ in de bodem zijn aangetroffen, is de bodem asbestverdacht en is een verkennend asbest bodemonderzoek uitgevoerd. Hierbij is uitgegaan van een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld uit de NEN 5707. 4. Uitslag van het onderzoek Tabel 1. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters.
Analysemonster
Traject (m - mv)
> AW
>T
>I
MM1
0,00 - 0,50
lood, zink, PAK
-
-
MM2
0,50 - 0,90
kwik, lood, zink, PAK
-
-
> AW >T >I
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Project Opdracht Document
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. te Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Tabel 2. Overschrijdingstabel grondwatermonster.
Peilbuis
Filterdiepte (m - mv)
>S
>T
>I
B001a
2,10 - 3,10
barium
-
-
>S >T >I
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Tabel 3: Resultaten asbestanalyse.
Monster
Soort asbest
Soort materiaal
Hechtgebonden
‘Gewogen’ hoeveelheid asbest mg/kg d.s.
MMAB01
-
-
-
< 0,3
MMAB02
-
-
-
< 0,4
5. Conclusie en aanbevelingen Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande nieuwbouw van zeven woningen en de realisatie van een park met speeltoestellen. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden/bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
Project Opdracht Document
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................1
2.
RESULTATEN VOORONDERZOEK ...............................................................................................2
2.1 Ligging/omgeving...........................................................................................................................2 2.2 Huidig en toekomstig gebruik ........................................................................................................3 2.3 Voormalig bodemgebruik ...............................................................................................................3 2.3.1 Historisch kaartmateriaal ........................................................................................................3 2.3.2 Archieven gemeente Geertruidenberg ...................................................................................6 2.3.3 Archieven Omgevingsdienst...................................................................................................6 2.3.4 Achtergrondwaarden ..............................................................................................................7 2.3.5 Informatie betrokkenen ...........................................................................................................7 2.3.6 Eigen archieven ......................................................................................................................7 2.4 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................................7 3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK ..............................................................................8
3.1 3.2
Gehanteerde onderzoeksopzet .....................................................................................................8 Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740 ..................................................................................9
4.
VELDWERKZAAMHEDEN VERKENNEND ONDERZOEK ......................................................... 10
4.1 4.2 4.3 4.4
Uitvoering .................................................................................................................................... 10 Lokale bodemopbouw................................................................................................................. 10 Organoleptische beoordeling ...................................................................................................... 11 Monstername .............................................................................................................................. 11
5.
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE .......................................... 12
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Analysestrategie grondmonsters ................................................................................................ 12 Analysestrategie grondwater ...................................................................................................... 12 Toetsing analyseresultaten grond .............................................................................................. 12 Toetsing analyseresultaten grondwater...................................................................................... 13 Interpretatie onderzoeksresultaten ............................................................................................. 13
6.
VERKENNEND ASBEST BODEMONDERZOEK ......................................................................... 14
6.1 Uitvoering .................................................................................................................................... 14 6.2 Maaiveldinspectie ....................................................................................................................... 14 6.3 Actuele contactzone ................................................................................................................... 14 6.4 Ondergrond ................................................................................................................................. 15 6.5 Laboratoriumonderzoek en toetsing ........................................................................................... 15 6.5.1 Analysestrategie .................................................................................................................. 15 6.5.2 Analysestrategie .................................................................................................................. 15 7.
CONCLUSIE EN ADVIES .............................................................................................................. 16
7.1 7.2 7.3
Verkennend bodemonderzoek ................................................................................................... 16 Verkennend asbest bodemonderzoek ........................................................................................ 16 Resume ...................................................................................................................................... 17
Project Opdracht Document
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
BIJLAGEN: A) Regionale ligging onderzoekslocatie B) Situatietekening met boorpunten en asbestinspectiekuilen SIT-01 C) Fotoreportage D) Boorprofielbeschrijvingen en legenda E) Toelichting toetsingskader F) Laboratoriumcertificaat grondanalyses G) Toetsingstabellen grondanalyses H) Laboratoriumcertificaat grondwateranalyse I) Toetsingstabel grondwateranalyse J) Laboratoriumcertificaat asbestanalyses VERSIE: 1.0 Rapportage verkennend (asbest)bodemonderzoek VERZENDLIJST: Broos de Bruijn architecten te Rotterdam, t.a.v. dhr. M Stoffels, m.stoffels@bdba.nl
Pagina 1 Project Opdracht Document
1.
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
INLEIDING
Door Broos de Bruijn architecten is ons bureau opdracht gegeven een verkennend (asbest)bodemonderzoek uit te voeren ter plaatse van een perceel aan de Raadhuisstraat ong. te Raamsdonk, gemeente Geertruidenberg. Aanleiding voor het verkennend bodemonderzoek vormt de voorgenomen nieuwbouw van zeven woningen en de realisatie van een park met speeltoestellen. Het verkennend bodemonderzoek heeft als doel het, middels een steekproef, vaststellen van de kwaliteit van de bodem. Het verkennend asbest bodemonderzoek heeft ten doel om middels een onderzoeksinspanning vast te stellen of de bodem mogelijk verontreinigd is met asbest.
beperkte
Aan de hand van het verkennend bodemonderzoek dient te worden nagegaan of op de locatie redelijkerwijs geen verontreinigende stoffen in de grond of het freatisch grondwater boven de (lokale) streef- en/of achtergrondwaarden aanwezig zijn. Het verkennend bodemonderzoek is vooralsnog niet bedoeld om de aard en omvang van een eventuele bodemverontreiniging aan te geven. Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is een onafhankelijk adviesbureau, dat milieukundige werkzaamheden uitvoert volgens de betreffende BRL SIKB protocollen: • BRL SIKB 1000: monsterneming voor partijkeuringen; • BRL SIKB 2000: veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek; • BRL SIKB 6000: milieukundige begeleiding en evaluatie bodemsanering. De veldwerkzaamheden in het kader van onderhavig onderzoek zijn uitgevoerd conform de BRL SIKB 2000, zie hiervoor ook hoofdstuk 4. Tabel 4. Overzicht van relevante BRL(‘s).
Van toepassing zijnde BRL(‘s) Protocol 2001 Protocol 2002 Protocol 2003 Protocol 2018
Pagina 2 Project Opdracht Document
2.
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
RESULTATEN VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek is gebaseerd op de vigerende versie van de NEN 5725. Binnen het vooronderzoek is informatie omtrent navolgende onderzoeksaspecten verzameld, te weten: • huidig en toekomstig bodemgebruik; • voormalig bodemgebruik; • bodemopbouw en geohydrologie; • (financieel-)juridische situatie. Hiervoor is gebruik gemaakt van historisch en recenter kaartmateriaal, grondwaterkaarten, archieven van de Omgevingsdienst/gemeente Geertruidenberg (o.a. milieuvergunningen, tanks, bodemonderzoeken), alsmede onze eigen archieven. Het resultaat van het vooronderzoek is als volgt. 2.1
Ligging/omgeving
De onderzoekslocatie betreft een perceel aan de Raadhuisstraat ong. te Raamsdonk, in de gemeente Geertruidenberg, en heeft een oppervlakte van circa 1.400 m2. De coördinaten volgens het R.D.-stelsel zijn x = 121.861 en y = 411.617 Kadastraal staat het perceel bekend onder (kadastrale) gemeente Raamsdonk, sectie G, nummers 3576 en 3616 (klein gedeelte). Figuur 1. Kadastrale situatie.
De locatie is gelegen in het noordelijke terreindeel van Raamsdonk. De omgeving van de locatie bestaat onder andere uit: noord oost zuid west
: bosgrond en Rijksweg A59; : Raadhuisstraat, pleintje en woning; : woningbouw; : grasveld.
De ligging van de locatie is weergegeven op de regionale overzichtskaart in de bijlage A.
Pagina 3 Project Opdracht Document
2.2
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Huidig en toekomstig gebruik
Ten tijde van de veldwerkzaamheden in april 2022, is een locatie-inspectie uitgevoerd. Op de locatie was sprake van een geasfalteerde skatebaan. Het overige terreindeel was in gebruik als grasveld en bosgrond. Bij de locatie/inspectie is tevens aandacht besteed aan de aanwezigheid van verdachte plekken, verzakkingen, ophogingen, dempingen, etc. Hierbij zijn voornoemde aspecten niet waargenomen. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage C. Gepland is de nieuwbouw van zeven woningen en de realisatie van een park met speeltoestellen, zie hiervoor § 2.3.5. 2.3
Voormalig bodemgebruik
Uit historisch en recenter kaartmateriaal, de archieven van de omgevingsdienst en onze eigen archieven, is de navolgende relevante informatie naar voren gekomen betreffende onderhavige onderzoekslocatie en de directe omgeving hiervan. 2.3.1
Historisch kaartmateriaal
Uit het via http://topotijdreis.nl geraadpleegde kaartmateriaal is het volgende gebruik gebleken: Tabel 5. Overzicht historisch gebruik van de onderzoeklocatie.
Jaartal
Gebruik
Bijzonderheden
1901
er is sprake van poldergebied. Op en in de directe omgeving zijn sloten aanwezig.
-
1936
er zijn een tweetal gebouwen zichtbaar. De sloten op onderhavig perceel zijn gedempt.
slootdempingen?
1959
de bebouwingssituatie op en in de directe omgeving is gewijzigd.
-
1981
er is nog maar één gebouw zichtbaar. Het gebied lijkt bouwrijp gemaakt.
sloop?
2004
bovengenoemd gebouw is niet meer aanwezig, derhalve geheel onbebouwd.
sloop?
2011
op het westelijke deel is sprake van bosgrond. De skatebaan is niet zichtbaar. De situatie is op kaartmateriaal uit 2021 onveranderd gebleven.
-
Pagina 4 Project Opdracht Document
Figuur 2. Situatie 1901.
Figuur 3. Situatie 1936.
Figuur 4. Situatie 1959.
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Pagina 5 Project Opdracht Document
Figuur 5. Situatie 1981.
Figuur 6. Situatie 2004.
Figuur 7. Situatie 2012.
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Pagina 6 Project Opdracht Document
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Er zijn, behoudens slootdempingen en sloop, geen relevante aspecten naar voren gekomen die kunnen duiden op de aanwezigheid van andere potentieel bodembedreigende activiteiten. 2.3.2
Archieven gemeente Geertruidenberg
Bij de gemeente Geertruidenberg is door ons bureau informatie opgevraagd betreffende de in hun archieven beschikbare, voor het verkennend bodemonderzoek, relevante (bodem)informatie. Hierop is door de gemeente d.d. 24 mei 2022 gereageerd. De relevante informatie voor onderhavig onderzoek is als volgt: Er zijn geen bodemonderzoeken bekend of aanwezig in ons gemeentelijk archief van de aangegeven locatie in de Raadhuisstraat in Raamsdonk. In de directe omgeving zijn er drie bodemonderzoeken bekend, het gaat hier om de percelen Raadhuisstraat 55, 62 en 66. De gegevensbeheerder van deze locaties is de provincie Noord-Brabant. Echter bovengenoemde drie percelen liggen op een afstand van 50 tot 90 meter ten zuiden/zuidwesten van onderhavige locatie. Deze onderzoeken worden derhalve als niet relevant beschouwd voor wat betreft onderhavige locatie. 2.3.3
Archieven Omgevingsdienst
Bij de gezamenlijke Omgevingsdiensten Brabant-Noord, waarbij de Omgevingsdienst Midden- en WestBrabant ook is aangesloten, is door ons bureau d.d. 5 april 2022 een digitale Omgevingsrapportage opgevraagd. Hieruit blijkt het volgende: Figuur 8: Afbeelding omgevingsrapportage
Er is geen (bodem)informatie beschikbaar met betrekking tot onderhavige locatie.
Pagina 7 Project Opdracht Document
2.3.4
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Achtergrondwaarden
Door Antea Group is een interactieve bodemkwaliteitskaart voor de regio Midden- & West-Brabant opgesteld. Hieruit blijkt dat onderhavig onderzoeksterrein onder de functieklasse ‘wonen‘ valt. Blijkens de toepassings- en ontgravingskaarten behoren de boven- en ondergrond van de onderzoekslocatie tot de kwaliteitsklasse ‘AW2000’. 2.3.5
Informatie betrokkenen
Door de opdrachtgever is een tekening verstrekt waarop het plangebied is aangegeven. Figuur 9: Situering plangebied.
Verder is bekend dat de aanwezige skatebaan vermoedelijk rond 2000 is aangelegd. 2.3.6
Eigen archieven
Uit onze eigen archieven blijkt dat door ons bureau in het verleden in de directe omgeving van de onderzoekslocatie (straal < 50 meter) geen bodemonderzoeken zijn uitgevoerd. 2.4
Bodemopbouw en geohydrologie
Volgens het digitale DINO-loket is de bodem ter plaatse van onderhavige onderzoekslocatie uit de volgende geologische eenheden opgebouwd: Tabel 6. Geologische opbouw.
Diepte, m - mv 0,0 - 1,4 1,4 - 12,4 12,4 - 30,9 30,9 - 45,5 45,5 - 82,1
Geologische eenheid Formatie van Boxtel Formatie van Kreftenheye Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy Formatie van Peize en Waalre
Uit de archief- en literatuurgegevens (grondwaterkaart TNO-DGV) valt tevens af te leiden dat de regionale stroming van het freatische grondwater een overwegend noordwestelijke richting heeft.
Pagina 8 Project Opdracht Document
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
3.
OPZET VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
Gehanteerde onderzoeksopzet
Op basis van de doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is de te volgen opzet gebaseerd op de "onderzoeksstrategie bij verkennend bodemonderzoek", de Nederlandse Norm (NEN) 5740. Aan de hand van de beschikbare (historische) gegevens, als weergegeven in het vooronderzoek (zie hoofdstuk 2), is op locatie vermoedelijk geen sprake van een verminderde bodemkwaliteit. Derhalve is in het onderzoek de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL) toegepast. De onderzoeksoppervlakte bedraagt 1.400 m2. De voorgeschreven boringen zijn evenredig over het onderzoeksterrein verdeeld. Hierbij zijn wél de diepere boring en de peilbuis verricht ter plaatse van mogelijke slootdempingen. De bodemopbouw alhier week echter niet af van de bodemopbouw op het overige terreindeel. Waarschijnlijk is hier de slootdemping met gebiedseigen grond uitgevoerd. Derhalve zijn hiervoor geen aanvullende grondanalyses uitgevoerd, maar is de uitgekomen grond meegenomen in het reguliere onderzoek. Verder is, daar in de bodem puinbijmengingen ‘van onbekende herkomst’ zijn aangetroffen, aanvullend een asbest bodemonderzoek uitgevoerd, zie hiervoor hoofdstuk 6. Ten tijde van de uitvoering van de veldwerkwerkzaamheden is direct onder de asfaltverharding van de aanwezige skatebaan sprake van een puinverhardingslaag.
Volgens opgave, zie § 2.3.4, is de skatebaan vermoedelijk rond 2000 aangelegd, hierbij is in dat geval ook de onderliggende puinstabilistatielaag aangebracht. Daarnaast blijkt uit historisch kaartmateriaal, zie § 2.3.1, dat vanaf 2004 geen sprake meer is van bebouwing op onderhavige locatie, en derhalve kan worden gesteld dat de skatebaan, en dus ook de puinstabilisatielaag, ná 2003 is gerealiseerd. Het gebruik van asbesthoudend puin is sinds 1993 niet meer toegestaan. Na 2005 is kans op de aanwezigheid van asbesthoudend puin nihil. Op basis hiervan is de op locatie aanwezige puinlaag dus niet verdacht voor de aanwezigheid van asbest. Er is in dit kader dan ook geen asbest in puin onderzoek uitgevoerd. Opmerking Bij de interpretatie van het totaal aan onderzoeksresultaten dient, gezien de gevolgde strategie die is gericht op een indicatieve beoordeling van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden te worden met een zeker restrisico. Het kan dan gaan om het voorkomen van lokale kernen als gedempte sloten, verontreinigende stoffen in gesloten verpakkingen of slecht oplosbare stoffen voor zover dit buiten het geheel aan beschikbare (historische) gegevens valt. Tevens wordt erop gewezen dat het uitgevoerde bodemonderzoek een momentopname is.
Pagina 9 Project Opdracht Document
3.2
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Afwijkingen ten opzichte van de NEN 5740
Ten opzichte van het gestelde in de NEN 5740 zijn onderstaande afwijkingen aan de orde. −
voorafgaand aan de uitvoering van het bodemonderzoek dient bij de betreffende gemeente en/of Omgevingsdienst historische bodeminformatie opgevraagd te worden omtrent de te onderzoeken locatie. De informatie vanuit de gemeente was voorafgaande de uitvoering van het boorwerk echter nog niet beschikbaar. Wel zijn voorafgaand aan de uitvoering van het veldonderzoek het historische kaartmateriaal, de archieven van de Omgevingsdienst, en de eigen archieven geraadpleegd. De later beschikbaar gekomen bodeminformatie vanuit de gemeente Geertruidenberg was van dien aard dat dit niet heeft geleid tot een ander inzicht op de onderzoeksopzet en/of -resultaten.
−
onder de asfaltverharding van de skatebaan komt een puinstabilisatielaag voor, zie hiervoor ook § 4.3 en de bijgevoegde boorstaten. Lagen met meer dan 50 % puindelen worden niet als ‘bodem’ beschouwd, deze lagen zijn derhalve niet analytisch onderzocht. Door vermenging of uitloging kunnen de onderliggende lagen belast worden. Dergelijke lagen zijn dus analytisch wél onderzocht.
Pagina 10 Project Opdracht Document
4.
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
VELDWERKZAAMHEDEN VERKENNEND ONDERZOEK
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn dan ook onder dit certificaat uitgevoerd en wel conform de volgende protocollen: • • 4.1
SIKB-protocol 2001: ‘plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen’ SIKB-protocol 2002: ‘het nemen van grondwatermonsters’ Uitvoering
Ten behoeve van het bodemonderzoek zijn d.d. 13 april 2022 door de heren R. Kuijken en G. van Gestel in totaal negen boringen verricht, genummerd B001(a) t/m B008. De boring B001 was in eerste instantie gestaakt, en in een 2e fase herplaatst, nu genummerd B001a. De diepten van de boorpunten alsook de afwerking en codering zijn weergegeven in de navolgende tabel: Tabel 7. Overzicht boorgegevens.
Boring
Diepte in m - mv
B001 B001a B002 B003 B004 B005 B006 B007 B008
0,80 (gestaakt) 3,10 2,30 0,50 0,50 0,50 0,50 0,50 1,10
Filterdiepte in m - mv 2,10 - 3,10 -
De boringen B001 en B002 zijn ‘gericht’, ter plaatse van mogelijke slootdempingen, geplaatst. De boring B008 is ter plaatse van de geasfalteerde skatebaan verricht. De overige boringen zijn evenredig over het onderzoeksterrein verdeeld. De locaties van de boorpunten zijn ingetekend op de situatietekening SIT-01 in de bijlage B. 4.2
Lokale bodemopbouw
Tot de verkende diepte van 3,1 m - mv bestaat de bodemopbouw overwegend uit matig fijn tot matig grof, matig tot sterk siltig, zand. Lokaal wordt in de ondergrond, van 0,5 tot 0,9 m - mv, een sterk zandige kleilaag aangetroffen. Voor een meer uitgebreide beschrijving wordt verwezen naar de boorstaten in bijlage D.
Pagina 11 Project Opdracht Document
4.3
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Organoleptische beoordeling
Tijdens de uitvoering van de veldwerkzaamheden zijn de volgende afwijkingen ten opzichte van een ‘natuurlijke’ samenstelling van de bodem geconstateerd. Tabel 8. Overzicht aangetroffen bodemvreemde bijmengingen.
Boring
Diepte in m - mv
Afwijkingen
B001
0,00 - 0,50 0,50 - 0,80
resten puin matig puinhoudend
B002
0,00 - 0,50 0,50 - 1,00
zwak puinhoudend, sporen kolengruis sporen kolengruis
B003
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
B004
0,00 - 0,50
resten puin
B005
0,00 - 0,50
resten kolengruis, zwak puinhoudend
B006
0,00 - 0,50
resten kolengruis, zwak puinhoudend
B007
0,00 - 0,50
zwak puinhoudend
B008
0,10 - 0,50
volledig puin
De opgeboorde grond is door de veldmedewerker globaal zintuiglijk onderzocht op de aanwezigheid van asbestverdachte bijmengingen. Hierbij zijn geen verdachte materialen waargenomen. Alhier is ook een asbest bodemonderzoek conform de NEN 5707 is uitgevoerd, zie hiervoor hoofdstuk 6. 4.4
Monstername
De boringen zijn vanaf maaiveld tot een maximale diepte van 2,0 m - mv over verschillende trajecten bemonsterd, afhankelijk van de te onderscheiden bodemlagen en organoleptische waarnemingen. Een en ander is vermeld op de boorstaten in bijlage D. Het grondwater uit peilbuis B001a is na goed doorpompen d.d. 29 april 2022 door dhr. R. Kuijken bemonsterd. Conform de normeringen zijn in het veld de volgende metingen uitgevoerd: Tabel 9. Meetgegevens grondwaterbemonstering.
Parameter (eenheid) Grondwaterstand (m - mv) Geleidbaarheid (µS/cm) Troebelheid (fnu) Zuurgraad / pH Zuurstof (mg/l)
Peilbuis B001a 1,78 3.464 44,5 6,0 0,49
Er wordt op gewezen dat de waarneming van de grondwaterstand een momentopname betreft en dat het grondwaterniveau afhankelijk is van o.a. het jaargetijde, de bodemopbouw en diverse omgevingsfactoren. De gemeten troebelheid is hoger dan wat normaal bij een grondwaterbemonstering wordt gemeten. Benadrukt wordt dat de bemonstering conform de normering is uitgevoerd. Het verhoogde gehalte is waarschijnlijk het gevolg van aanwezige humeuze bodemlagen. Hoewel de troebelheid van een grondwatermonster een invloed kan hebben op de analyseresultaten wordt, gezien de analyseresultaten, zie hoofdstuk 5, waarbij ten hoogste gering verhoogde gehalten zijn gemeten, gesteld dat in dit geval het effect van de verhoogde troebelheid op de analyseresultaten verwaarloosbaar is.
Pagina 12 Project Opdracht Document
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
5.
LABORATORIUMONDERZOEK, TOETSING EN INTERPRETATIE
5.1
Analysestrategie grondmonsters
De volgende grond(meng)monsters zijn in het laboratorium onderzocht: Tabel 10. Overzicht grondanalyses.
Analysemonster
Traject (m - mv)
Deelmonsters (m - mv)
Analysepakket
Toelichting
MM1
0,00 - 0,50
B002 (0,00 - 0,50) B003 (0,00 - 0,50) B004 (0,00 - 0,50) B006 (0,00 - 0,50)
NEN-g*
zandige bovengrond, puin- en kolengruishoudend
MM2
0,50 - 0,90
B001a (0,50 - 0,90)
NEN-g*
kleiige ondergrond, puinhoudend
* NEN-g = standaard analysepakket voor grond: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) • polychloorbifenylen (PCB’s) • Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen (PAK (10 van VROM)) • minerale olie (C10-C40) • lutum, droge- en organische stof.
5.2
Analysestrategie grondwater
Het volgende grondwatermonster is in het laboratorium onderzocht: Tabel 11. Overzicht grondwateranalyse.
#
Peilbuis
Filterdiepte (m - mv)
Analysepakket
B001a
2,10 - 3,10
NEN-w#
Toelichting geen waarneming drijflaag/troebel/geur
NEN-w = standaard analysepakket voor grondwater: • 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink); • vluchtige aromatische koolwaterstoffen: benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen (BTEXN); • vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (VOCl); • minerale olie (C10-C40).
5.3
Toetsing analyseresultaten grond
De getoetste analyseresultaten van de in paragraaf 5.1 geselecteerde grond(meng)monsters, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 12. Overschrijdingstabel grond(meng)monsters.
Analysemonster
Traject (m - mv)
> AW
>T
>I
MM1
0,00 - 0,50
lood, zink, PAK
-
-
MM2
0,50 - 0,90
kwik, lood, zink, PAK
-
-
> AW >T >I
: > Achtergrondwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Het laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabellen zijn opgenomen als respectievelijk bijlage F en G.
Pagina 13 Project Opdracht Document
5.4
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Toetsing analyseresultaten grondwater
De getoetste analyseresultaten van het in paragraaf 5.2 geselecteerde grondwatermonster, getoetst aan het in bijlage E beschreven vigerende toetsingskader, zijn als volgt: Tabel 13. Overschrijdingstabel grondwatermonster.
Peilbuis
Filterdiepte (m - mv)
>S
>T
>I
B001a
2,10 - 3,10
barium
-
-
>S >T >I
: > Streefwaarde : > Tussenwaarde : > Interventiewaarde
Het laboratoriumcertificaat en de bijhorende toetsingstabel zijn opgenomen als respectievelijk bijlage H en I. 5.5
Interpretatie onderzoeksresultaten
De lichte verontreinigingen met lood, zink en PAK in de boven- (MM1) en ondergrond (MM2), en kwik in de ondergrond, kunnen hier in verband worden gebracht met de aanwezigheid van puin en/of kolengruis. De ervaring leert dat voornoemde stoffen in combinatie met puin en/of kolengruis in de grond in verhoogde mate kunnen worden aangetroffen. PAK (10 VROM) dient te worden gezien als een somparameter van een tiental polycyclische aromatische koolwaterstoffen. Dit zijn onvolledige verbrandingsproducten die, veelal in de vorm van kooldeeltjes of -as vermengd met puin, in de grond kunnen voorkomen. De lichte verhoging aan barium in het grondwater kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan een diffuus verhoogd achtergrondniveau. Overigens kunnen de gehalten aan enkele zware metalen in ondiep grondwater, ook zonder lokale bron, sterk in tijd en ruimte variëren.
Pagina 14 Project Opdracht Document
6.
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
VERKENNEND ASBEST BODEMONDERZOEK
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. is gecertificeerd voor de BRL 2000 ‘veldwerk bij milieuhygiënisch onderzoek’. De in het kader van onderhavig onderzoek verrichte werkzaamheden zijn, aangezien het werkzaamheden in de bodem betreft (< 50 % puindelen), dan ook onder dit certificaat uitgevoerd, conform SIKB-protocol 2018 ‘Bodem – Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond’. Vanwege de aangetroffen bodemvreemde materialen is in het onderzoek uitgegaan van de in de NEN 5707 beschreven onderzoeksstrategie voor een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming. De onderzoeksoppervlakte bedraagt circa 1.100 m2. De puinlaag onder de skatebaan is buiten beschouwing gelaten, zie hiervoor § 3.1. 6.1
Uitvoering
De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door de heer R. Kuijken, BRL 2018 gecertificeerd. Tijdens de werkzaamheden op 13 april 2022 was sprake van droog weer. 6.2
Maaiveldinspectie
Een onderdeel van het onderzoek betreft een maaiveldinspectie. In een maaiveldinspectie wordt het maaiveld van een onderzoeksgebied strook voor strook (max. 1,5 meter breed) en in twee richtingen haaks op elkaar geïnspecteerd. Wanneer voor de locatie geldt dat meer dan 10 cm2 aan asbestverdacht materiaal per vierkante meter wordt aangetroffen, kunnen steeksproefsgewijs rasters van 1 x 1 m worden geïnspecteerd. Het minimaal aantal te inspecteren punten worden voorgeschreven in de NEN 5707. Opgemerkt dient te worden dat voor een goede inspectie minimaal 75 % van de oppervlakte goed zichtbaar moet zijn (vrij van vegetatie of andere objecten). Het asbestverdachte terreindeel is voor het geheel onverhard en onbegroeid. Het onderzochte terreindeel was in gebruik als grasveld en bosgrond. De inspectie-efficiëntie werd hierbij geschat op 70 - 90%. Bij de maaiveldinspectie is op het maaiveld géén asbestverdacht materiaal aangetroffen. 6.3
Actuele contactzone
Als eerste is de vochtigheid van de bodem bepaald. Deze bleek >> 10 % te bedragen. Ook bij herhalingsmetingen bleek deze steeds > 10 %. In totaal zijn, verdeeld over het onderzoeksterrein, zeven asbestinspectiekuilen gegraven, genummerd Abk001 t/m Abk007. De asbestinspectiekuilen hebben een oppervlakte van circa 30 x 30 cm, en zijn minimaal 0,50 m - mv diep. De asbestinspectiekuil Abk002 is dieper doorgeboord, zie hiervoor ook § 6.4. De plaats van de asbestinspectiekuilen is weergegeven op de als bijlage B toegevoegde situatietekening SIT-01. In de bijlage C is een fotoreportage opgenomen. Per kuil is het uitkomende materiaal voor zover mogelijk per laag uitgelegd en vervolgens uitgeharkt en gezeefd. In de geïnspecteerde grond van de inspectiekuilen zijn géén asbestverdachte materialen waargenomen, wel werden in de bovengrond van de asbestinspectiekuilen Abk01 t/m Abk007 bijmengingen met puindeeltjes en kolengruis aangetroffen. Zie hiervoor de laagbeschrijvingen in de bijlage D.
Pagina 15 Project Opdracht Document
6.4
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Ondergrond
Eén asbestinspectiekuil, Abk002, is middels een edelmanboor met een boordiameter van 12 cm doorboord, tot een diepte van 2,5 m - mv. Ook in de ondergrond is zintuiglijk geen asbestverdacht materiaal aangetroffen, wel werden bijmengingen met kolengruis aangetroffen. Ook hiervoor wordt verwezen naar de laagbeschrijvingen in de bijlage D. 6.5
Laboratoriumonderzoek en toetsing
6.5.1
Analysestrategie
De volgende grond(meng)monsters zijn in het veld samengesteld: Tabel 14: Monstersamenstelling.
Mengmonster
Gewicht (kg)
Inspectiekuilen
Diepte in m - mv
Samenstelling
MMAB01
11,540
Abk001, Abk002, Abk007
0,00 - 0,50
zandige bovengrond, puin- en kolengruishoudend
MMAB02
12,439
Abk001, Abk004 t/m Abk006
0,00 - 0,50
zandige bovengrond, puin- en kolengruishoudend
6.5.2
Analysestrategie
In het laboratorium zijn in bovengenoemde tabel genoemde mengmonsters MMAB01 en MMAB02 geanalyseerd volgens de norm NEN 5707/5896. Navolgend zijn de analyseresultaten (hoeveelheid asbestmateriaal fractie < 20 mm totaal) weergegeven: Tabel 15: Resultaten asbestanalyse.
Monster
Soort asbest
Soort materiaal
Hechtgebonden
‘Gewogen’ hoeveelheid asbest mg/kg d.s.
MMAB01
-
-
-
< 0,3
MMAB02
-
-
-
< 0,4
Het analysecertificaat is in de bijlage J opgenomen.
Pagina 16 Project Opdracht Document
7.
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
CONCLUSIE EN ADVIES
Door ons bureau is in verband met de geplande grondtransactie een verkennend (asbest)bodemonderzoek uitgevoerd op een perceel aan de Raadhuisstraat ong. te Raamsdonk. 7.1
Verkennend bodemonderzoek
Op basis van de beschikbare gegevens is hierbij uitgegaan van de onderzoeksstrategie voor een onverdachte niet-lijnvormige locatie (ONV-NL). Zintuiglijk zijn in de vaste bodem, tot een diepte van 1,0 m - mv, bijmengingen met puindeeltjes en kolengruis waargenomen. De ondergrond van de boringen B001(a) en B002, geplaatst in mogelijke slootdempingen, wijkt niet af van de bodemopbouw op het overige terreindeel. Daarom is gesteld dat de voormalige slootdempingen waarschijnlijk met gebiedseigen grond zijn gedempt. Analytisch zijn in de puin- en kolengruishoudende zandige bovengrond (MM1) lichte verontreinigingen met lood, zink en PAK aangetoond. De puinhoudende kleiige ondergrond (MM2) is licht verontreinigd met kwik, lood, zink en PAK. In het grondwater (B001) komt barium licht verhoogd voor. Het geheel aan onderzoeksresultaten geeft aanleiding de gestelde hypothese te verwerpen. Het criterium voor nader onderzoek wordt voor de onderzochte parameters echter niet overschreden. De uitvoering van een nader bodemonderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. De gevolgde onderzoeksopzet wordt als adequaat beoordeeld. 7.2
Verkennend asbest bodemonderzoek
Uitgegaan is van de norm NEN 5707 en een diffuus belaste locatie met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van monsterneming. Ten behoeve van onderhavig onderzoek zijn verdeeld over het onderzoeksterrein zeven asbestinspectiekuilen gegraven en beoordeeld, één asbestinspectiekuil is doorboord tot een diepte van 2,5 m - mv. Bij zowel de maaiveldinspectie als de visuele inspectie van de asbestinspectiegaten is géén asbesthoudend of asbestverdacht materiaal in of op de bodem aangetroffen. Uit de asbestanalyse blijkt dat in de puin- en kolengruishoudende bovengrondmengmonsters MMAB01 en MMAB02 géén gehalten aan asbest boven de detectiegrens zijn gemeten. De restconcentratienorm en interventiewaarde voor asbest van 100 mg/kg ds. wordt dus ook niet overschreden, dit geldt ook voor de grenswaarde voor nader bodemonderzoek, 50 mg/kg ds. De hypothese dat het perceel ‘verdacht’ is voor de aanwezigheid van asbest, mag derhalve worden verworpen. Opgemerkt dient te worden dat asbestbodemonderzoek niet meer is dan steekproefsgewijs onderzoek. Met name bij bijmengingen met puin is sprake van heterogeniteit. Er is derhalve altijd een zeker restrisico op het onverwacht aantreffen van asbesthoudend materiaal.
Pagina 17 Project Opdracht Document
7.3
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 22MP0099-adv-01 [versie 1.0]
Resume
Resumerend kan bij beoordeling van het geheel aan onderzoeksresultaten gesteld worden dat de aangetroffen bodemkwaliteit aanvaardbaar wordt geacht en zodoende geen belemmering vormt voor de geplande nieuwbouw van zeven woningen en de realisatie van een park met speeltoestellen. De constatering dat enkele gemeten gehaltes de desbetreffende achtergrondwaarde overschrijden, kan wel consequenties hebben bij eventuele graafwerkzaamheden. Licht verontreinigde grond mag op de locatie worden hergebruikt, mits voldaan wordt aan de lokale achtergrondwaarden/bodemkwaliteitszone (grond mag worden toegepast op een ondergrond van vergelijkbare bodemkwaliteit en op bodems van mindere bodemkwaliteit). Bij hergebruik van licht verontreinigde grond buiten de locatie dienen de eisen in acht te worden genomen, zoals gesteld binnen het Besluit bodemkwaliteit of de lokale/regionale bodembeheernota. Afhankelijk van de bestemming en toepassing zal dus bij afvoer van de grond om een partijkeuring conform het protocol uit het Besluit bodemkwaliteit worden gevraagd.
BIJLAGE A Regionale ligging onderzoekslocatie
Project Opdracht Betreft
Raadhuisstraat ong. te Raamsdonk 22MP0099 Regionale ligging onderzoekslocatie
N
BIJLAGE B Situatietekening met boorpunten en asbestinspectiekuilen SIT-01
Re g
n ente
0
at stra
Gedempte sloten
25m
9
11
13
15
17
24
22
18
s on gren
F0 03
catie oeklo
B004/ABK004
B007/ABK007
2 F 00
an t eba
derz
ska
B006/ABK006
B001(a)/ABK001
20
Deze situatietekening dient om inzicht te geven in de locatie van de meet- en onderzoekspunten. De tekening dient niet voor andere doeleinden te worden gebruikt.
1 F0 0
B008
B005/ABK005
B003/ABK003
0-punt
61
59
57
72
70
68
66
1:500
Bijlage:
Opdrachtnummer:
SIT-01
22MP0099
Omschrijving tekening:
Schaal:
A3
Situatietekening
LRT
Formaat:
Opdrachtomschrijving / locatie:
Bewerkt:
23 mei 2022
Verkennend (asbest) bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. te Raamsdonk
65
B002/ABK002
N
Datum:
22MP0099
BIJLAGE C Fotoreportage
Project Opdracht Betreft
F001
F003
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 Foto’s
F002
Project Opdracht Betreft
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 Foto’s
ABK001
ABK002
ABK003
ABK004
ABK005
ABK006
Project Opdracht Betreft
ABK007
Verkennend (asbest)bodemonderzoek aan de Raadhuisstraat ong. Raamsdonk 22MP0099 Foto’s
BIJLAGE D Boorprofielbeschrijvingen en legenda
Opdracht: 22MP0099 Project: Raamsdonk, Raadhuisstraat ong.
Boring: B001
Boring: B001a
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
13-4-2022 Gijs van Gestel 121661,00 411617,00 0,821
GWS cm - mv:
160
13-4-2022 Gijs van Gestel 121659,20 411615,30 0,751
0,00
bosgrond
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, resten puin, neutraal grijsbruin, Schep
1
2 0,00
0,80
0,00
Klei, sterk zandig, zwak humeus, resten wortels, matig puinhoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, Gestaakt
bosgrond Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, resten puin, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
1 0,50
0,90
Klei, sterk zandig, zwak humeus, resten wortels, resten puin, neutraal grijsbruin, Edelmanboor
1,30
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, donker grijsbruin, Edelmanboor
2 0,00 3
Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal beigegeel, Edelmanboor
4 1,70
Zand, matig grof, matig siltig, neutraal grijsbeige, Zuigerboor
-1,00 5
6
-2,00 3,10
Boring: B002
Boring: B003
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
13-4-2022 Rob Kuijken 121688,40 411607,60 0,663
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
GWS cm - mv:
150
0,00
1 0,50
0,00
2 1,00
3 1,50
-1,00
gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, sporen kolengruis, resten wortels, donker grijsbruin, Schep Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, sporen kolengruis, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal cremebeige, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, neutraal cremebeige, Edelmanboor
4
13-4-2022 Rob Kuijken 121700,50 411608,10 0,875
5 2,50
INPIJN-BLOKPOEL
0,00
gras
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, resten wortels, neutraal grijsbeige, Schep
1
Opdracht: 22MP0099 Project: Raamsdonk, Raadhuisstraat ong.
Boring: B004
Boring: B005
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
13-4-2022 Rob Kuijken 121679,10 411628,90 0,87
0,00
gras
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, resten puin, donker grijsbruin, Schep
1
0,00
1 0,50
Boring: B006
Boring: B007
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
13-4-2022 Rob Kuijken 121669,20 411609,40 0,423
0,00
gras
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten kolengruis, sporen roest, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Schep
1 0,00
13-4-2022 Rob Kuijken 121687,90 411617,00 0,732
INPIJN-BLOKPOEL
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, resten kolengruis, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Schep
13-4-2022 Rob Kuijken 121677,70 411601,60 0,412
0,00
gras
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, resten wortels, neutraal grijsbeige, Schep
1 0,00
gras
Opdracht: 22MP0099 Project: Raamsdonk, Raadhuisstraat ong.
Boring: B008 Datum: Boormeester: X: Y: Z:
13-4-2022 Gijs van Gestel 121693,40 411623,00 0,851
0,00 0,10
asfalt Volledig asfalt, Kernboor Volledig puin, River
0,60
1 0,00
0,90
2
1,10
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, resten wortels, neutraal geelbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, neutraal beigegeel, Edelmanboor
INPIJN-BLOKPOEL
Opdracht: 22MP0099 Project: Raamsdonk, Raadhuisstraat ong.
Boring: Abk001
Boring: Abk002
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
13-4-2022 Rob Kuijken 121688,60 411607,90 0,686
GWS cm - mv:
150
0,00
13-4-2022 Rob Kuijken 121659,20 411615,30 0,749
0,00
bosgrond
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, zwak humeus, zwak wortelhoudend, resten puin, neutraal grijsbruin, Schep
0,80
0,00
Klei, sterk zandig, zwak humeus, resten wortels, matig puinhoudend, neutraal bruingrijs, Edelmanboor, Gestaakt
0,50
0,00 1,00
1,50
gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, sporen kolengruis, resten wortels, donker grijsbruin, Schep Zand, matig fijn, sterk siltig, matig humeus, sporen kolengruis, Edelmanboor Zand, matig fijn, matig siltig, neutraal cremebeige, Edelmanboor Zand, matig grof, matig siltig, neutraal cremebeige, Edelmanboor
-1,00
2,50
Boring: Abk003
Boring: Abk004
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
13-4-2022 Rob Kuijken 121700,40 411608,30 0,902
0,00
gras
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, resten wortels, neutraal grijsbeige, Schep
INPIJN-BLOKPOEL
13-4-2022 Rob Kuijken 121679,40 411628,90 0,879
0,00
gras
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, resten puin, donker grijsbruin, Schep
Opdracht: 22MP0099 Project: Raamsdonk, Raadhuisstraat ong.
Boring: Abk005
Boring: Abk006
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
Datum: Boormeester: X: Y: Z:
13-4-2022 Rob Kuijken 121687,60 411616,70 0,783
0,00
0,50
gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten wortels, resten kolengruis, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Edelmanboor
Boring: Abk007 Datum: Boormeester: X: Y: Z:
13-4-2022 Rob Kuijken 121677,60 411601,80 0,527
0,00
gras
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, resten wortels, neutraal grijsbeige, Schep
INPIJN-BLOKPOEL
0,00
13-4-2022 Rob Kuijken 121669,10 411609,30 0,407
0,00
gras
0,50
Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, resten kolengruis, sporen roest, zwak puinhoudend, donker grijsbruin, Schep
BIJLAGE E Toelichting toetsingskader
Toelichting Toetsingskader Circulaire bodemsanering De toetsing van de onderzoeksresultaten en dan met name de beoordeling van een saneringsnoodzaak, wordt gebaseerd op de vigerende regelgeving, vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit, de circulaire bodemsanering en voor de achtergrondwaarden aan het Besluit bodemkwaliteit. De toetsing vindt plaats volgens de toetsingsregels Bodem- en Bouwstoffen per 01-07-2013 (BoToVa). De relevante toetsingsniveaus zijn dan met name de achtergrondwaarden voor grond, de streefwaarden voor het grondwater, en de interventiewaarden voor grond en grondwater. Voor een aantal stoffen zijn ook nog indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging opgenomen: • In de voornoemde regelgeving zijn tabellen met achtergrondwaarden (AW) voor grond en streefwaarden (S) voor het grondwater opgenomen. De achtergrond- en streefwaarden geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. Voor de streefwaarden van metalen in het grondwater wordt nog onderscheid gemaakt tussen diep (> 10 meter) en ondiep grondwater (< 10 meter). • De interventiewaarden (I) vormen de getalsmatige invulling van het concentratieniveau waarboven sprake is van een zogenaamd "geval van ernstige verontreiniging".
Bij overschrijding geldt dat de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant of dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Om van overschrijding van de interventiewaarden te spreken, dient voor tenminste één stof de gemiddelde gemeten concentratie van minimaal 25 m3 bodemvolume (bodem, sediment) dan wel 100 m 3 poriënverzadigd bodemvolume (grondwater) hoger te zijn dan de interventiewaarde. De interventiewaarden zijn vastgesteld voor grond/sediment en grondwater en gelden voor zowel land- als waterbodems. Voor een aantal stoffen zijn geen interventiewaarden voorhanden, maar is volstaan met het vaststellen van een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging. Deze indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status hiervan is dus niet gelijk aan de status van de interventiewaarden. Over- of onderschrijding van de indicatieve niveaus heeft derhalve niet direct consequenties voor wat betreft het nemen van een beslissing over de ernst van de verontreiniging door het bevoegd gezag. Bij een dergelijke afweging dienen derhalve ook ander overwegingen betrokken te worden. Naast bovengenoemde achtergrondwaarden en interventiewaarden wordt binnen de NEN 5740 ook nog het begrip tussenwaarde (T) gehanteerd.
De tussenwaarde betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond - respectievelijk steefwaarde (grondwater) en de interventiewaarde voor de verontreinigende stof. Dus ½(AW + I) voor grond of ½(S + I) voor grondwater.
Op al onze opdrachten zijn de “A.L.U.W.-2015” van toepassing, gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch.
Toetsingskader asbest Asbest wordt binnen verschillende beleidskaders als een ‘probleemstof’ beschouwd. De toetsing van de onderzoeksresultaten, en dan met name de beoordeling van een saneringsnoodzaak, is gebaseerd op de vigerende regelgeving. Voor het toetsen aan de interventiewaarde wordt gebruik gemaakt van een gemiddeld gewogen concentratie. Het gemiddelde gehalte betekent dat bij een gehalte van 10-15 % gerekend wordt met 12,5 %. De weging bestaat uit de serpentijnasbestconcentratie, vermeerderd met 10 maal de amfiboolconcentratie. Serpentijnasbest bestaat uit chrysotiel, amfiboolasbest bestaat onder andere uit crocidoliet en amosiet. Verder geldt met ingang van 1 maart 2003 een restconcentratienorm van 100 mg/kg d.s. “gewogen” (zie hierboven) asbest. Onder de restconcentratienorm zijn de voorschriften uit het Arbeidsomstandighedenbesluit en het Asbestverwijderingsbesluit niet van toepassing. Indien de norm van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden is sprake van saneringsnoodzaak. De termijn waarbinnen de sanering moet worden begonnen hangt af van de risico’s. Risicobeoordeling Navolgend is een samenvatting gegeven van hetgeen vermeld is in “bijlage 3. Milieuhygiënisch Saneringscriterium Bodem, Protocol Asbest” uit de Circulaire Bodemsanering.
Stap 1: Bepalen geval van ernstige bodemverontreiniging Allereerst dient bepaald te worden of er sprake is van een verontreiniging met asbest. Er is sprake van een verontreiniging wanneer de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden. Indien de norm van 100 mg/kg d.s. wordt overschreden is er tevens sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Stap 2: Standaard risicobeoordeling In principe geldt dat wanneer asbest aanwezig is in de bovenste 0,5 meter van de bodem maar voor hechtgebonden het gewogen gehalte van 1.000 mg/kg d.s. niet overschreden wordt, dan wel niethechtgebonden asbest het gewogen gehalte van 100 mg/kg d.s. niet wordt overschreden er geen onaanvaardbare risico’s aanwezig zijn. Stap 3: Locatiespecifieke risicobeoordeling Overschrijden de gemeten concentraties de voorgenoemde concentraties dan moet bepaald worden of de concentratie respirabele asbestvezels in de bewerkte zone (minimaal 2 cm) de risicogrens van 10 mg/kg d.s. respirabele vezels (gewogen) overschrijdt (stap 3A). Wordt de risicogrens niet overschreden dan is er geen onaanvaardbaar risico. Wordt de concentratie van 10 mg/kg d.s. respirabele asbestvezels overschreden dan moet bepaald worden of er kans is op een secundaire besmetting inpandig.
Is secundaire besmetting inpandig mogelijk en uit onderzoek van huisstof blijkt dat het concentratie asbestvezels het gehalte van 100 vezels/cm2 overschrijdt is zowel binnen- als buitenluchtonderzoek noodzakelijk (stap 3b).
Op al onze opdrachten zijn de “A.L.U.W.-2015” van toepassing, gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch.
Indien geen secundaire besmetting mogelijk is of indien inpandig risicovolle asbestbronnen aanwezig zijn of indien de concentratie aan asbestvezels de concentratie van 100 vezels /cm2 niet overschrijden is alleen een buitenlucht onderzoek nodig om de uiteindelijk risico’s te bepalen van de asbestverontreiniging in de bodem (stap 3b). In het door RIVM en TNO ontwikkelde systematiek voor risicobeoordeling van bodemverontreiniging met asbest (RIVM-rapport 711701034/2003 ‘beoordeling van de risico’s van bodemverontreiniging met asbest’) is een methode beschreven om de asbestvezelconcentratie in buitenlucht te bepalen. De asbestvezelconcentratie in de binnenlucht wordt bepaald conform NEN 2991: 2005 “luchtrisicobeoordeling in en rondom gebouwen of constructies waarin asbesthoudende materialen zijn verwerkt”. Indien uit het binnen- of buitenluchtonderzoek blijkt dat de asbestvezelsconcentratie van 1.000 vezelequivalenten/m3 (=Verwaarloosbaar risiconiveau (VR)) niet wordt overschreden kan gesteld worden dat er geen onaanvaardbare risico’s zijn. Stap 4: Conclusie en consequenties Op basis van het Milieuhygiënisch saneringscriterium bodem, waarbij asbest aanwezig is in een gehalte boven de interventiewaarde van 100 mg/kg d.s. (gewogen), worden locatiespecifieke risico’s ingedeeld in twee categorieën: “géén onaanvaardbare risico’s” en “onaanvaardbare risico’s”.
De locatie valt in categorie ”géén onaanvaardbare risico’s” als er geen kans op vezelemissie aanwezig is omdat bij het actuele gebruik niet mogelijk is om met de asbestbodemverontreiniging in contact te komen. Er zijn ook geen onaanvaardbare risico’s als blijkt dat in dergelijke situaties nooit gehalten aan asbest in de lucht zullen voorkomen die het Verwaarloosbaar Risiconiveau (VR) overschrijden. Deze gegevens zijn gebaseerd op ervaringsgegeven eventueel aangevuld met praktijkmetingen. Er is sprake van een VR als het aantal vezels in de lucht, uitgedrukt in vezelequivalenten, kleiner is dan 1.000 per m³. Dit betekent dat een beperkingregistratie moet plaatsvinden. Het bevoegd gezag kan naast registratie aanvullende beheermaatregelen voorschrijven. De inhoud van de beheermaatregelen wordt door het bevoegd gezag bepaald. Als de inrichting of het gebruik verandert, dienen de locatiespecifieke risico’s opnieuw te worden beoordeeld. De locatie valt in categorie “onaanvaardbare risico’s” als uit metingen in binnen- en/of buitenlucht blijkt dat het Verwaarloosbare Risiconiveau (VR) wordt overschreden. Er dienen spoedig saneringsmaatregelen te worden getroffen, op dat deel van de locatie waar sprake is van onaanvaardbare risico’s ten gevolge van de bodemverontreiniging met asbest.
Met “spoedig” wordt in dit kader bedoeld dat de sanering binnen 4 jaar na het afgeven van de beschikking ernst en spoed moet aanvangen. De consequenties van de risicobeoordeling conform het “protocol asbest” worden door het bevoegd gezag vastgelegd in een beschikking “ernst en spoed”. Een risicobeoordeling wordt uitgevoerd op basis van de actuele situatie en gebruik. Indien hierin wijzigingen plaats gaan vinden dient opnieuw een risicobeoordeling te worden uitgevoerd.
Op al onze opdrachten zijn de “A.L.U.W.-2015” van toepassing, gedeponeerd ter Griffie van de Arrondissementsrechtbank te ’s-Hertogenbosch.
BIJLAGE F Laboratoriumcertificaat grondanalyses
SGS Environmental Analytics B.V. Correspondentieadres Steenhouwerstraat 15 · 3194 AG Rotterdam Tel.: +31 (0)10 231 47 00 · Fax: +31 (0)10 416 30 34 www.sgs.com/analytics-nl
Analyserapport
Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. Marco Vervoort Mercuriusweg 18 2741 TA WADDINXVEEN
Uw projectnaam Uw projectnummer SGS rapportnummer Rapport-verificatienummer
Blad 1 van 6
: Raamsdonk, Raadhuisstraat ong. : 22MP0099 : 13655560, versienummer: 1. : 71P62MIX
Rotterdam, 23-04-2022
Geachte heer/mevrouw, Hierbij ontvangt u de analyse resultaten van het laboratoriumonderzoek ten behoeve van uw project 22MP0099. Het onderzoek werd uitgevoerd conform uw opdracht. De gerapporteerde resultaten hebben uitsluitend betrekking op de door SGS geteste monsters en zoals door SGS ontvangen zijn. De door u aangegeven omschrijvingen voor de monsters, het project en de monsternamedatum (indien aangeleverd) zijn overgenomen in dit analyserapport. SGS is niet verantwoordelijk voor de gegevens verstrekt door de opdrachtgever. Het onderzoek is uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V., gevestigd aan de Steenhouwerstraat 15 in Rotterdam (NL). Indien het onderzoek is uitgevoerd door derden is dit in het rapport aangegeven. Dit analyserapport bestaat inclusief bijlagen uit 6 pagina's. In geval van een versienummer van '2' of hoger vervallen de voorgaande versies. Alle bijlagen maken onlosmakelijk onderdeel uit van het rapport. Alleen vermenigvuldiging van het hele rapport is toegestaan. Voor meer informatie, omtrent bijvoorbeeld meetonzekerheid of gebruikte analysemethoden, kunt u contact opnemen met de afdeling Customer Support. Per 23 maart 2021 is SYNLAB Analytics & Services B.V. overgegaan naar de nieuwe naam SGS Environmental Analytics B.V.
Alle erkenningen van SYNLAB Analytics & Services B.V blijven van kracht en zijn/worden omgezet naar SGS Environmental Analytics B.V. Wij vertrouwen er op u met deze informatie van dienst te zijn. Hoogachtend,
Jaap-Willem Hutter Technical Director SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 2 van 6
Analyserapport Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. Marco Vervoort Projectnaam Raamsdonk, Raadhuisstraat ong. 22MP0099 Projectnummer 13655560 - 1 Rapportnummer
14-04-2022 Orderdatum 14-04-2022 Startdatum Rapportagedatum 23-04-2022
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 B002 (0-50) B003 (0-50) B004 (0-50) B006 (0-50) MM2 B001a (50-90)
Analyse
Eenheid
Q
monster voorbehandeling droge stof gewicht artefacten aard van de artefacten
gew.-% g -
S S S S
Ja 92.8 <1 geen
Ja 81.3 <1 geen
organische stof (gloeiverlies)
% vd DS
S
14.2
6.3
KORRELGROOTTEVERDELING lutum (bodem) % vd DS
S
4.2
12
METALEN barium cadmium kobalt koper kwik lood molybdeen nikkel zink
S S S S S S S S S
87 0.43 4.0 23 0.11 69 0.70 12 140
100 0.47 6.3 22 0.35 61 0.54 20 130
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
001
POLYCYCLISCHE AROMATISCHE KOOLWATERSTOFFEN naftaleen mg/kgds S <0.01 fenantreen mg/kgds S 0.16 antraceen mg/kgds S 0.05 fluoranteen mg/kgds S 0.47 benzo(a)antraceen mg/kgds S 0.35 chryseen mg/kgds S 0.35 benzo(k)fluoranteen mg/kgds S 0.26 benzo(a)pyreen mg/kgds S 0.31 benzo(ghi)peryleen mg/kgds S 0.28 indeno(1,2,3-cd)pyreen mg/kgds S 0.27 1) pak-totaal (10 van VROM) mg/kgds S 2.507 (0.7 factor) POLYCHLOORBIFENYLEN (PCB) PCB 28 µg/kgds PCB 52 µg/kgds PCB 101 µg/kgds PCB 118 µg/kgds PCB 138 µg/kgds PCB 153 µg/kgds PCB 180 µg/kgds som PCB (7) (0.7 factor) µg/kgds
S S S S S S S S
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
002
0.01 0.29 0.08 0.86 0.51 0.45 0.31 0.46 0.34 0.35 1) 3.66
<1 <1 <1 <1 <1 <1 <1 1) 4.9
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286
Blad 3 van 6
Analyserapport Inpijn-Blokpoel Milieu B.V. Marco Vervoort Projectnaam Raamsdonk, Raadhuisstraat ong. 22MP0099 Projectnummer 13655560 - 1 Rapportnummer
14-04-2022 Orderdatum 14-04-2022 Startdatum Rapportagedatum 23-04-2022
Nummer
Monstersoort
Monsterspecificatie
001 002
Grond (AS3000) Grond (AS3000)
MM1 B002 (0-50) B003 (0-50) B004 (0-50) B006 (0-50) MM2 B001a (50-90)
Analyse
Eenheid
MINERALE OLIE fractie C10-C12 fractie C12-C22 fractie C22-C30 fractie C30-C40 totaal olie C10 - C40
mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds mg/kgds
Q
S
001
<5 <5 <5 <5 <20
002
<5 <5 7 6 <20
De met S gemerkte analyses zijn geaccrediteerd en vallen onder de AS3000-erkenning.
Paraaf : SGS Environmental Analytics B.V. IS GEACCREDITEERD VOLGENS DE DOOR DE RAAD VOOR ACCREDITATIE GESTELDE CRITERIA VOOR TESTLABORATORIA CONFORM EN ISO/IEC 17025:2017 ONDER NR. L 028
AL ONZE WERKZAAMHEDEN WORDEN UITGEVOERD ONDER DE ALGEMENE VOORWAARDEN GEDEPONEERD BIJ DE KAMER VAN KOOPHANDEL EN FABRIEKEN TE ROTTERDAM INSCHRIJVING HANDELSREGISTER: KVK ROTTERDAM 24265286