02 Analyse begroting 2025 Verbonden Partijen
Tekst van het document
Bijlage 2 Analyse begroting 2025 Verbonden Partijen 1. Regio West Brabant, portefeuillehouder M. Witte a. Beleidsontwikkelingen In de begroting 2025 geeft de RWB een aanzet om te komen tot uitvoering van de nieuwe Strategische Agenda. Binnen de drie thema’s, plantaardige, circulaire en innovatieve regio wil de RWB de brede welvaart in West Brabant verder optimaliseren. Hierbij trekken de samenwerkende gemeenten op met andere overheden, het bedrijfsleven, Rewin, onderwijsinstellingen en andere maatschappelijke partners. Naast de strategische rol voert de RWB ook een aantal uitvoerende taken uit voor de deelnemende gemeenten, namelijk het kleinschalig collectief vervoer (KCV) en het mobiliteitscentrum. De RWB wil de uitvoering van de Strategische Agenda vooralsnog realiseren binnen de bestaande middelen van de RWB. De opgestelde Strategische Agenda kan echter niet los gezien worden van de taakverdeling tussen RWB, de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) en de samenwerking tussen de Baronie-gemeenten. Daarom plust de RWB de begroting op met een transitiebudget in 2025 en verdere jaren van € 200.000. b.
Financiële gegevens De gemeentelijke bijdrage aan de RWB bedraagt in 2025 € 1.036.593 en is als volgt opgebouwd: Apparaatskosten 105.171 O&O fonds 14.364 Bijdrage Rewin 84.658 Bijdrage Mobiliteitsbureau 23.000 Kosten KCV 809.400 Totaal 1.036.593 De bijdrage voor 2025 is € 98.871 hoger dan in 2024 (totale begrote bijdrage in 2024 was € 937.722). De verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door een kostenstijging van het deeltaxi-vervoer (deze bijdrage werd in de begroting 2024 van de RWB geraamd op € 723.000). De kosten van het KCV stijgen door: ➢ Toenemend aantal deelnemers aan KCV als gevolg van vergrijzing ➢ Stijging van de NEA-index ➢ Momenteel wordt uitgegaan van een continuering van het bestaande vervoerscontract. Mocht de gerechtelijke uitspraak positief uitvallen, dan kan de opdracht definitief gegund worden aan de nieuwe aanbieder. De financiële gevolgen zullen dan zichtbaar worden en de gemeenten zullen op de hoogte worden gesteld van de bijgestelde bijdrage. Bij verlies in het hoger beroep, of bij een te late uitspraak, moet een heraanbesteding plaatsvinden. De gemeenteraad is bij RIB van 19 maart 2024 op de hoogte gesteld van de stand van zaken. c.
Gemeentelijk standpunt Bij het indienen van een zienswijze om de Strategische Agenda is aangegeven dat vooralsnog de uitvoering van die Strategische Agenda dient te geschieden binnen de bestaande middelen en dat besluitvorming over mogelijk aanvullende middelen pas aan de orde is als duidelijk is welke taken de SRBT en de Baronie op zich gaan nemen en welke daarbij behorende bedragen vanuit de RWB overgeheveld worden richting de nieuwe samenwerkingsverbanden. Tijdens die besluitvorming moet dan ook duidelijk worden welke middelen de samenwerkende gemeenten bereid zijn aan te wenden voor de nieuwe taken die de RWB op zich gaat nemen. De besluitvorming hierover vindt in de loop van 2024 plaats en pas daarna is duidelijk welke bijdrage voor 2025 en verdere jaren beschikbaar wordt gesteld aan de Regio West-Brabant. Gelet hierop past het niet om de begroting 2025 nu op te plussen met € 200.000 structureel, zijnde een transitiebudget. Gelet op bovenstaande wordt voorgesteld ten aanzien van de ontwerp-begroting 2025 van de RWB de volgende zienswijze in te dienen: 1. Wanneer taken van de RWB naar de stedelijke regio’s en/of andere samenwerkingsverbanden overgaan, de financiële consequenties daarvan in de begroting te verwerken. We menen dat wanneer taken elders belegd worden, de gemeentelijke bijdrage aan de RWB in gelijke mate daalt. 2.
Het transitiebudget ad € 200.000 alleen voor 2025 op te nemen in de begroting. 3. In het verlengde hiervan de ramingen voor 2026 t/m 2028 met € 200.000 verlagen en dit te verrekenen met de bijdragen van de deelnemers.
2. Veiligheidsregio Midden- en West Brabant, portefeuillehouder M. Witte a. Beleidsontwikkelingen De VRMWB zet in het beleidsplan 2023 – 2027, op basis van de ambitie “we zijn een parate veiligheidsregio klaar voor actuele uitdagingen”, in op drie pijlers: 1. Stimuleren van redzaamheid in de samenleving: De VRMWB richt zich op het vergroten van handelingsbekwaamheid van onze inwoners en specifieke doelgroepen. Daarnaast wordt onderzoek gedaan om meer inzicht te krijgen in de redzaamheid van deze specifieke doelgroepen en inwoners. 2. Bijdragen aan een veilige leefomgeving: De VRMWB draagt bij aan het vergroten van veiligheid en veerkracht in specifieke gebieden en op belangrijke thema’s door middel van gebieds- en themagerichte veiligheidsaanpak. Met de invoering van de Omgevingswet ziet de VRMWB een essentiële rol in de advisering over een veilige, gezonde en leefbare omgeving voor zichzelf. 3. Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet: De VRMWB houdt vast aan het niveau van een 24/7 veilig en effectief optreden. Vakbekwaamheid, de meldkamer, de kracht van lokale kennis en de bredere inzet van vrijwilligers zijn hierbij cruciaal. Naar het voorbeeld van Fort Oranje zetten zij hun kennis & expertise voor “lokale crisis” meer flexibel in.
Om dit alles te realiseren is de begroting 2025 samengesteld met inachtneming van de vastgestelde begrotingskaders vanuit de kaderbrief 2025. Herijking gewijzigd beleid - Volgend aan de kaderbrief 2025 is er geen nieuw beleid opgenomen in de beleidsbegroting 2025 en de meerjarenraming. - Op 26 augustus 2022 zijn bestuurlijke afspraken tussen de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het Veiligheidsberaad, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en het Rijk gemaakt in het kader van de doorstroom migratie. Onderdeel van deze afspraken is de geleidelijk opbouwende structurele toevoeging van €83 miljoen aan de BDuR vanaf 2023 voor een versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening bij de veiligheidsregio's. Dit vindt vanaf 2023 met een geleidelijke opbouw in vier jaar plaats. De exacte verdeling van de aanvullende extra middelen vanaf 2025 staat nog niet vast in verband met de benodigde flexibiliteit om in te spelen op lopende ontwikkelingen. Hierover worden uiterlijk 31 juli 2024 afspraken gemaakt. - In 2018 is door het Algemeen Bestuur besloten de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel bij te stellen zodat er aansluiting is met de bijdrage uit het Gemeentefonds. Met ingang van begrotingscyclus 2023 actualiseren we jaarlijks de verdeelsleutels van de gemeentelijke bijdrage naar de meest recent beschikbare Cebeon-maatstaven.
Het betreft enerzijds een set aan risicomaatstaven en anderzijds het gewicht dat deze maatstaf bijdraagt aan het totale risicoprofiel per gemeente. Voor de gemeente Geertruidenberg betekend het een verschil van 0,01% (1,82% in 2024 en 1,83% in 2025). - De totale gemeenschappelijke bijdrage 2025 inclusief intekentaken komen voor de gemeente Geertruidenberg uit op €1.437.253. Begrotingswijziging 2024-1 Een aantal ontwikkelingen hebben geleid tot een aanpassing van de begroting 2024. De voorgestelde begrotingswijziging bestaat uit de volgende onderwerpen: 1. Principeakkoord CAO 2023-2024; 2. Aanpassing van het Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) 3. Het terugkopen van de kazernes Bergen op Zoom en Waalwijk; 4. Prijsindexaties; 5. Versterken van Crisisorganisatie en informatievoorziening (extra BDUR-gelden). In de bijlage begrotingswijziging 2024-1 zijn de onderwerpen die hebben geleid tot de aanpassing van de begroting uitgebreid toegelicht. De aanpassing van het FLO en terugkoop van kazernes hebben geen gevolgen voor de intekentaken van de gemeente Geertruidenberg. Wanneer de veiligheidsregio een wijziging aanbrengt in de begroting, die invloed heeft op de gemeentelijke bijdrage, dan wordt deze voor een zienswijze aan de gemeenteraden voorgelegd.
b. Financiële gegevens GR (x €1.000)
Totaal GR Meerjarenontwikkeling GR (x €1.000) Totaal GR bijdrage gemeente in apparaatskosten
Resultaat 2023
€ 801 Begroting 2024 € 103.925 € 1.348
Resultaat bestemming toevoeging een eigen reserve GR € 801
Ontwerp begroting 2025 € 101.951 € 1.437
Resultaat bestemming terug naar gemeenten
Meerjaren begroting 2026 € 103.428 € 1.463
€0 Meerjaren begroting 2027 € 106.122 € 1.506
Meerjaren begroting 2028 € 108.262 € 1.542
De gemeentelijke bijdrage voor 2025 bedraagt voor de gemeente Geertruidenberg € 1.437.253. In 2024 was dit € 1.342.551. c. Gemeentelijk standpunt Geen zienswijze in te dienen tegen de eerste begrotingswijziging 2024 en de financiële gevolgen daarvan te verwerken in de 1e Tussenrapportage 2024 Een zienswijze in te dienen tegen de ontwerp-begroting 2025 en wel als volgt: 1. Aan de VRWMB aandacht te vragen voor de financiële uitdagingen waar gemeenten mee kampen. Groei van de bijdrage van gemeenten aan de Gemeenschappelijke Regeling VRMWB is geen vanzelfsprekendheid. 2. Er bij de VRWMB op aan te dringen dat: ✓ Er kritisch gekeken wordt naar de uitvoering van het beleid en mogelijke bezuinigingsopties door het prioriteren van uitvoering; ✓ Er gekeken moet worden naar nieuwe flexibele inzetconcepten van brandweerzorg die mogelijk kostenbesparend zijn; ✓ De VRMWB kritisch kijkt naar de grootste stijging van kosten, zoals energiekosten. En naar maatregelen die getroffen kunnen worden om deze kosten terug te dringen. ✓ Er kritisch gekeken wordt naar de afschrijvingstermijnen t.o.v. levensduur van voertuigen en welke kostenbesparing hiermee gerealiseerd kan worden.
3. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord, portefeuillehouder A. van Rooij a. Beleidsontwikkelingen De doelstelling van de RAV Brabant Midden-West-Noord is het leveren van kwalitatief hoogwaardige ambulancezorg, die tijdig ter plaatse is en binnen de budgettaire kaders wordt gerealiseerd. De RAV noemt in haar ontwerpbegroting voor 2025 de volgende ontwikkelingen en beleidsthema’s: De afgegeven beleidsmatige richtlijnen gaan in op het landelijke Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0, de nieuwe urgentie-indeling voor de ambulancezorg en de landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Zorg. De RAV heeft het Landelijke Kwaliteitskader Ambulancezorg 1.0 verwerkt in de ontwerpbegroting 2025. In bijlage 8 geeft de RAV aan welke indicatoren al zijn opgenomen in de begroting en welke in de komende jaren volgen. Tijdigheid van het spoedvervoer is hierbij vermeld. Het Integraal Zorg Akkoord (IZA) bevat een aantal zaken dat direct van belang is voor de ambulancesector: acute zorg aan huis, zorgcoördinatie, bestrijding van personeelstekort, verbetering van (digitale) informatieoverdracht en innovatie. De landelijke Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg van VWS gaat hier ook op in. De kernpunten zijn Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. De RAV en ketenpartners hebben hiervoor het ROAZ -plan opgesteld.
Dit plan wordt de komende jaren verder uitgewerkt. Het Meerjarenplan 2022-2025 van de RAV sluit goed aan de bij de landelijke ontwikkelingen voor o.a. zorgcoördinatie en zorgdifferentiatie. In haar begroting gaat de RAV in op de verbeterde urgentie-indeling voor spoedvervoer die begin 2024 is geïmplementeerd. De nieuwe indeling kent zeven in plaats van drie urgentieniveaus. Met de nieuwe indeling is de RAV beter in staat om de juiste zorg op de juiste plaats te realiseren. De RAV monitort de nieuwe urgentie-indeling en stuurt bij waar nodig. b. Financiële gegevens De financiële richtlijnen zijn niet van toepassing. De RAV ontvangt namelijk geen gemeentelijke financiële bijdrage: financiering komt volledig voor rekening van de zorgverzekeraars. De RAV werkt met een begroting die volledig is gedekt door het toegekende budget vanuit de zorgverzekeraars. Hierdoor hebben zij geen financiële bijdrage van de deelnemende gemeenten nodig gehad. Ook voor 2025 wordt geen gemeentelijke bijdrage gevraagd. c. Gemeentelijk standpunt Vanwege het ontbreken van een financiële relatie tussen de RAV en de gemeente is een zienswijze over de ontwerp-begroting 2025 niet aan de orde.
4. Openbare Gezondheidszorg West-Brabant (GGD West-Brabant), portefeuillehouder A. van Rooij a. Beleidsontwikkelingen De begroting is in lijn met de kadernota 2025 en de ingediende beleidsmatige richtlijnen. De doelen in de beleidsbegroting 2025 zijn gebaseerd op thema’s van de nieuwe toekomstvisie 20232033 en het beleidsplan 2023-2026 ‘Wij maken samen gezond gewoon’. Het gezonde geluid is eerlijk, gedurfd en vernieuwend. Eerlijk door de boodschap te ondersteunen met betrouwbare feiten en gedegen onderzoek. Gedurfd door onafhankelijke verhaal te vertellen, ook als dat niet het leukste verhaal is. En vernieuwend door te kiezen voor nieuwe mogelijkheden en technologieën om mensen beter te bereiken en te helpen bij het maken van gezonde keuzes. Het jaar 2025 is het derde jaar van het hierboven genoemde beleidsplan. In 2024 staan integraal werken en het bouwen aan een stevig fundament centraal. In 2025 bouwen ze hierop voort en wil de GGD de werkzaamheden met de partners verstevigen gedacht vanuit de ontwikkelingen in ze zorg. Het huidige zorgstelsel is niet houdbaar door vergrijzing, personeelstekorten en toenemende druk op mantelzorgers. Voor de GGD ligt de focus ligt op preventie en het bevorderen van gezondheid en een gezonde en veilige leefomgeving.
Mentale en fysieke gezondheid zit in alle aspecten van de samenleving, vandaar ook de inzet van de GGD binnen het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Actief Leven Akkoord (GALA). De begroting 2025 is opgesteld aan de hand van ambities uit het beleidsplan en is puntsgewijs toegelicht hoe de GGD deze ambities wil verwezenlijken: Ambitie 1. Voorkomen als het kan, beschermen als het moet Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 heeft de GGD, samen met partners, voor inwoners een fundament gebouwd voor een gerichte en lokale aanpak op het gebied van preventie en gezondheid. Ambitie beleidsbegroting 2025: In 2025 ligt het accent op versterking van de infectieziektebestrijding/pandemische paraatheid. Door uitbreiding van formatie en het uitvoeren en borgen van infectieziektenbestrijdingstaken in het reguliere werk, het inrichten van een vaccinatie-expertisecentrum en meerdere laagdrempelig toegankelijke locaties in de regio. De GGD zal ook in 2025 vanuit een coördinerende rol verder blijven werken vanuit IZA en GALA, die de basis vormen voor omslag van zorg naar gezondheid. Preventie en eerdere toeleiding naar passende zorg kan zwaardere zorg voorkomen. Het motto daarbij is regionaal waar dit kan en lokaal waar het moet.
Dat doet de GGD door: - vijf ketenaanpakken: gecombineerde leefstijlinterventie, aanpak overgewicht en obesitas bij kinderen, valpreventie bij ouderen, welzijn op recept en kansrijke start; - kennis- en adviesfunctie samen met de twee andere Brabantse GGD’en. Ambitie 2. Iedereen verschillend, allemaal gelijk Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 zien we de groei in gezonde levensjaren bij iedereen in West-Brabant toenemen, waarbij de GGD focust op de groep die dit het hardst nodig heeft. Ambitie beleidsbegroting 2025: Deze ambitie wil de GGD vooral bereiken door nog meer aan te sluiten bij de gezondheidsvaardigheden van mensen. Zij worden gestimuleerd om zelf meer informatie te kunnen vinden, begrijpend te kunnen lezen en informatie met eigen regie te kunnen toepassen. Dit vraagt passende communicatie in eigen taal en nog meer zorg op maat. Waar in 2024 de focus lag op nieuwkomers, ligt die in 2025 op gezondheid van mensen met een licht verstandelijke beperking. Daarnaast spelen het aanbieden van een wijk-GGD’er in de gehele regio, uitvoering forensische zorg en samenwerking met buur-GGD’en en politie een rol.
Ambitie 3. Overal om ons heen, binnen en buiten Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 zijn gezondheid, (sociale) veiligheid en duurzaamheid prioriteit in de leefomgeving en wijkontwikkeling. Ambitie beleidsbegroting 2025: Het gezond inrichten van de fysieke en sociale omgeving kan duurzaam bijdragen aan het verminderen van ziektes door beweging te stimuleren, door bijvoorbeeld rekening te houden met luchtkwaliteit en schaduwrijke speel- en sportplekken. In 2024 zet de GGD in op het gebruik van de Brabantse Omgevingsscan om gezondheid mee te laten wegen en mee te nemen bij ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving (Omgevingswet). In 2025 gaat de GGD dit evalueren. Daarnaast wordt bij deze ambitie ingezet op Planetary Health (onderzoek naar effecten tussen mondiale milieuveranderingen en menselijke gezondheid). Door duurzame bedrijfsvoering, aandacht voor sociale veiligheid en het samen met onderwijs, verenigingen, ouders en kinderen in gesprek gaan over social media, telefoongebruik op school en gezond dag- en nachtritme. Ambitie 4. Zelf, maar niet alleen Ambitie beleidsplan 2023-2026: In 2027 is de kennis en informatie om zelf regie te kunnen nemen en houden laagdrempelig beschikbaar in West-Brabant. Ambitie beleidsbegroting 2025: In 2025 zet de GGD in op altijd bereikbare informatie, gezamenlijk preventieaanbod, kennis in heldere taal en aan inwoners echt een stem geven.
Algemeen: De GGD wil zich blijven ontwikkelen als een duurzame, data gestuurde en toekomstbestendige organisatie. Dit vraagt modern werkgeverschap om werknemers te blijven boeien en binden. Ook wordt de medische lijn versterkt. Dit is nieuw beleid. Het is een landelijke tendens om brede zorginhoudelijke overlegstructuur in de organisatie in te bedden en te borgen als mede de positie van de medisch adviseur. De totale gemeentelijke bijdrage wordt hierdoor met EUR 70.000 verhoogd. b. Financiële gegevens Begroting 2025 De gemeentelijke bijdrage voor 2025 wordt voor Geertruidenberg begroot op €1.006.229. Dit is een stijging van €52.993 ten opzichte van 2024. Deze stijging wordt grotendeels veroorzaakt door loon- en prijsstijgingen. Begrotingswijziging 2024 Naast de begroting 2025 wordt ook een begrotingswijziging 2024 (de 2e begrotingswijziging) aangeboden. Reden hiervan is dat per 1 januari 2024 de uitvoering taken JGZ 0-4 jaar voor de gehele gemeente Breda door de GGD worden verricht in plaats van alleen voor de buitengebieden. Dit heeft ook financiële consequenties voor de begroting 2024 van de GGD en voor de deelnemersbijdrage van de gemeente Breda. De begrotingswijziging heeft geeft gevolgen voor de bijdrage van de gemeente Geertruidenberg. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-begroting 2025 geeft geen aanleiding een zienswijze in te dienen.
Dit geldt eveneens voor de 2e begrotingswijziging 2024.
5. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, portefeuillehouder M. Witte a. Beleidsontwikkelingen In 2025 wordt de laatste hand gelegd aan het programma ‘van goed naar beter’. Dit betekend voor de toekomst: - Een kosteneffectieve verbetering bij de OMWB als opdrachtnemer. Er is en wordt bespaard/bezuinigd op organisatie, proces en ondersteuning; - De adviezen samenwerking OMWB deelnemers wordt hiermee verbeterd/efficiënter; - Er wordt per her-controle bekeken of deze digitaal afgewerkt kan worden, dit bespaard uren en reiskosten. Hiervoor wil de OMWB digitaal toegang tot de (milieu)dossiers. Wij hebben onze dossiers niet digitaal dus kunnen niet aan deze vraag voldoen; - De digitale samenwerking wordt doorgezet waar mogelijk. b. Financiële gegevens Het bedrag dat deelnemers betalen aan de omgevingsdienst bestaat uit: De hoeveelheidscomponent, vanuit de opdrachtgeversrol van gemeenten en provincie. Een prijscomponent. Hoeveel kost een ingekocht uur? Wat wij als deelnemer betalen, wordt via deze twee knoppen bepaald. De hoeveelheidscomponent wordt bepaald door onze wettelijke taken, beleid en lokale behoefte. Hier bepalen wij als opdrachtgever wat de uitvoering van milieutaken kost. In de nu voorliggende ontwerpbegroting voor 2025 gaat het over de tweede knop: de prijscomponent. Hier hebben wij vanuit onze eigenaarsrol invloed op.
Financieel beeld De ontwerpbegroting 2025 is sluitend. Er komt een tariefsverhoging: 1. Oorzaak hiervan is investeringen bij de OMWB in o.a. FTE’s; 2. In totaal wordt er 1,1 miljoen geïnvesteerd 3. In de begroting 2025 is rekening gehouden met een gemiddelde loonkostenstijging van 5,8% en een gemiddelde prijsstijging van 1,6% ten opzichte van de 1e begrotingswijziging 2024; 4. Deze percentages zijn gebaseerd op de september-circulaire 2023 van het Ministerie van BZK. Het werkaanbod is geraamd op 392.000 declarabele uren. In de begroting is rekening gehouden met een formatie van 348 fte, waarvan 280 fte in het primaire proces. Het werkaanbod ligt circa 30.500 uur hoger dan met deze formatie bewerkstelligd kan worden, dit betreft circa 23 fte. Aanvullend wordt een deel van de formatie ingevuld door inhuur van externe medewerkers. Ook het verlies aan declarabiliteit als gevolg van de toename van de verlofrechten, geregeld in de cao SGO 2024-2025, wordt belegd bij inhuurkrachten. N.B.: Gemeentelijke deelnemers ontvangen compensatie vanuit de Rijksoverheid voor het project 'Energie - Persoonsgebonden mobiliteit' en kunnen leges heffen voor verrichte milieutaken. Ontwikkeling gemiddeld uurtarief In 2025 vindt een tariefstijging in 2025 plaats. Tabel: tariefsontwikkeling Tarief 2024 Indexatie Tarief 2025
€ 108,75 € 9,15 € 117,90
% stijging 8,41%
De bijdrage voor de gemeente Geertruidenberg voor 2025 is € 668.702 (in 2024 bedroeg deze € 545.097). De basis voor de deelnemersbijdrage 2025 vormen de bestuurlijk vastgestelde werkprogramma's 2024, de MWB-norm 2025, bijdragen voor bodemtaken (Wbb), de projecten 'omzetting naar MBA's' en 'Energie - Persoonsgebonden mobiliteit' en ontwikkelingen uitgewerkt in de Kaderbrief 2025. De vertaling naar 392.000 declarabele uren betreft een maximum, mede ingegeven vanuit de vereisten rondom begrotingsrechtmatigheid. Voor wat betreft de vastgestelde werkprogramma’s 2024 nog het volgende. De financiële gevolgen voor 2024 (incidenteel (€ 30.034) en structureel (€ 24.332) worden meegenomen in de 1e tussenrapportage 2024 (collegebesluit 26 maart 2024). De structurele gevolgen voor 2025 en volgende jaren vanuit het Werkprogramma 2024 zijn nu verwerkt in de voorliggende begroting 2025. In de collegevergadering van
23 maart is besloten die gevolgen mee te nemen bij de behandeling van de Kadernota, echter besluitvorming over de begrotingen 2025 van de verbonden Partijen vindt eerder plaats dan de besluitvorming omtrent de Kadernota. Hierbij zijn de extra financiële gevolgen vanuit de werkprogramma’s 2024 meegenomen in de totale bijdrage voor de OMWB voor 2025 voor onze gemeente. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-begroting 2025 geeft geen aanleiding een zienswijze in te dienen.
6. Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen, portefeuillehouder T. Mertens a. Beleidsontwikkelingen De Verbonden Partij voldoet aan de financiële richtlijnen die wij hebben gesteld ten aanzien van de begroting 2025. De gemeenschappelijke regeling beheert de nazorg van de gesloten stortplaatsen. Er is daarom geen sprake van nieuw beleid. b. Financiële gegevens Het vermogen van de gemeenschappelijke regeling omvat per 1-1-2024 ruim € 26 miljoen. Dit is samengesteld uit de algemene risicoreserve afvalverwerking en het nazorgfonds voor de gesloten stortplaats Bavel-Dorst. Daarnaast is in het verleden reeds een aanbetaling gedaan aan de provincie in het kader van de nog over te dragen stortplaats in Zevenbergen. Het aandeel van de gemeenschappelijke regeling van deze vooruitbetaling is per 1-1-2024 gewaardeerd op € 10,5 miljoen. Deze middelen zijn belegd in het provinciale Nazorgfonds en hebben over 2023 een rendement opgeleverd van 10,57%. De voorziening nazorg stortplaatsen dient ter financiering van de eeuwigdurende nazorg voor de gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen. Door de 10 verantwoordelijke gemeenten is deze nazorg opgedragen aan de gemeenschappelijke regeling. De hoogte van deze voorzieningen wordt bepaald door het contant maken van de kosten behorende bij de opgestelde nazorgplannen.
Medio 2019 is er een convenant gesloten tussen de provincie NoordBrabant en de Brabantse stortplaatsen, waarin is afgesproken dat de overdracht van de Brabantse stortplaatsen met minimaal 5 jaar is uitgesteld. Dit geldt dus ook voor stortplaats Zevenbergen. Tevens is al vrij snel na het afsluiten van het convenant de intentie uitgesproken om deze periode met 5 jaar te verlengen tot medio 2029. Het doel is om deze jaren te benutten om alternatieven te onderzoeken hoe met de stortplaats om te gaan en op welke manieren enerzijds mogelijke kostenbesparingen gerealiseerd kunnen worden en anderzijds mogelijk inkomsten gegenereerd kunnen worden. Onderdeel van de afspraak is om binnen deze termijn de rekenrente te handhaven op 5,06% en daar is in deze begroting dan ook vanuit gegaan. Begin 2024 heeft Gedeputeerde Staten eenzijdig besloten op basis van een ALM studie de rekenrente vanaf juni 2024 aan te passen naar 3,45%. Wij zijn nog in gesprek met de provincie om te bezien wat dit betekent voor onze stortplaats en trekken daarin samen met andere Brabantse stortplaatsen op. Bij de input voor de kadernotitie 2025 is door diverse gemeenten meegegeven dat de meerjarenbegroting (2025-2028) opgesteld zou moeten worden op basis van gelijkblijvende bijdrage. Hierbij spelen een aantal factoren een rol. In 2020 heeft Sweco een herberekening gedaan van het benodigde doelvermogen per 2020.
De constatering is hierbij gedaan dat de werkelijke hoogte van de voorziening momenteel zo’n 10% hoger is. De resultaten van het onderzoek naar de kwaliteit van de afdekfolie van stortplaats Bavel-Dorst zijn afgerond. Op basis van dit onderzoek kan de levensduur van de afdekfolie verhoogd worden van 50 naar 100 jaar, gerekend van het aanlegmoment in 1997. Sweco berekent door wat dit betekent voor het nazorgplan. Stortplaats Bavel-Dorst wordt al jaren beschouwd als ware het een leemtewet stortplaats. Dit is het echter niet. Er wordt met het bevoegd gezag en Sweco, verder onderzocht wat het kan betekenen om voor de nazorgtaken af te stappen van de leemtewet. Het is nog te vroeg om hier ook financiële consequenties aan te kunnen verbinden. Op basis van de bovenstaande factoren wordt voorgesteld om de bijdrage in de meerjarenbegroting 2025-2028 gelijk te houden. De betreffende ontwikkelingen bieden voldoende vertrouwen en ruimte om de bijdrage niet te laten stijgen. Uitgaande van de begrote nazorgkosten voor stortplaats Bavel-Dorst en begrote pre-nazorgkosten voor stortplaats Zevenbergen, betekent een gelijke bijdrage wel dat de GR gaat interen op de huidige hoogte van de voorziening.
Op basis van de beschikbare informatie van Sweco (stortplaats Bavel-Dorst) en Attero (stortplaats Zevenbergen) variëren de jaarlijkse begrote nazorgkosten voor de jaren 2024-2028 tussen de € 660.000 en € 1.800.000. Hierin valt vooral 2023-2024 op waarbij een hoge kostenpost begroot is voor het vervangen van het percolaatopvang- en afvoersysteem bij stortplaats Bavel-Dorst. Deze kosten komen ten laste van de voorziening. Daarnaast zijn er dan nog de jaarlijkse bedrijfsvoeringskosten.
Gezien de positieve uitkomsten van onder meer het onderzoek naar de levensduur van de afdeklagen is een stabiele bijdrage goed te onderbouwen. Vanwege de omvang van de jaarlijkse bedrijfsvoeringskosten wordt vooralsnog geen verlaging van de bijdrage voorgesteld en zal er gewacht worden op de financiële effecten van het onderzoek naar de afdeklaag. De gemeentelijke bijdrage voor de jaren 2025 tot en met 2028 is per jaar € 30.965. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-begroting 2025 geeft geen aanleiding om een zienswijze in te dienen.
7. WAVA MidZuid, portefeuillehouder M. Hofkens en H. de Jongh a. Beleidsontwikkelingen Er wordt gewerkt aan de strategische toekomstvisie van MidZuid 2025-2035. Het bestuur verwacht de meerjaren-visie medio 2024 gereed te hebben en na de zomer de meerjarenvisie met het huisvestingsplan aan de gemeenteraden te presenteren. Het doel is een meer stabiele en voorspelbare situatie in de financiële lasten voor MidZuid en de deelnemende gemeenten te realiseren. Het streven is rust en een bestendig beeld voor de komende 10 jaar. Er wordt ook gekeken naar de toekomst na 2035, waarbij wordt gekeken naar de toekomstige taakuitvoering en organisatiemodel voor MidZuid, passend bij de doelgroepen en aantallen medewerkers die in de toekomst gebruik maken van de infrastructuur van MidZuid. Er is een krimp in de omvang van het aantal medewerkers zichtbaar. De productiecapaciteit staat hierdoor onder druk. Bureau Berenschot verwacht dat op langere termijn dat het aantal mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt wel groeit. Hoewel het onzeker is of er voldoende middelen vanuit het Rijk voor deze doelgroep beschikbaar komt. b. Financiële gegevens De begroting 2025 is gebaseerd op de herziene begroting 2024. In deze begroting wordt uitgegaan van het in stand houden van het huidige pand met een beperkte investering om aan de eisen van energielabel-C te voldoen.
De gemeentelijke bijdrage in het meerjarenperspectief laat een stijgende lijn zien. Ontwerpbegroting 2024 Herziene begroting 2024 Ontwerpbegroting 2025
2024 € 377.625
2025 € 394.834
2026 € 396.311
2027 € 404.628
2028
€ 420.775
€ 528.878
€ 526.714
€ 523.349
€ 522.132
€ 553.568
€ 551.248
€ 547.711
€ 603.154
MidZuid wordt geconfronteerd met kostenstijgingen door de eerdere stijging van het wettelijk minimumloon, hogere rente, lagere huuropbrengst en stijgende ICT-(beveiligings)kosten. In de begroting is ervan uitgegaan dat er structurele dekking via de SW-bijdrage komt voor aangepaste cao’s SW en Aan de slag. c. Gemeentelijk standpunt De gemeentelijke bijdrage loopt op. De zorgen hierover worden in het bestuurlijk en ambtelijk overleg met MidZuid uitgesproken. Wij realiseren ons dat MidZuid geconfronteerd wordt met sterke prijs- en kostenstijgingen afgelopen periode. Echter, zijn wij van mening dat dit niet vanzelfsprekend moet resulteren in hogere gemeentelijke bijdragen. Wij vragen MidZuid om continu kritisch te zijn op de financiële huishouding. Voorgesteld wordt om in te stemmen met de begroting 2025 en ten aanzien van het meerjarenperspectief, MidZuid nogmaals te attenderen op de zienswijze die gemeenteraad op de herziene begroting 2024 heeft ingediend en MidZuid op te roepen hieraan uitvoering te geven.
8. Uitvoering administratieve en inhoudelijke taken betreffende het voorkomen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (Regionaal Bureau Leren), portefeuillehouder A. van Rooij Het Regionaal Bureau Leren zit midden in een doorontwikkeling die betrekking heeft op het bepalen van de koers van het bureau. Met het oog op de positionering van het RBL West Brabant in de diverse transformaties en ontwikkelingen als bijvoorbeeld de Hervormingsagenda Jeugd, Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming en de nieuwe wet ‘Van school naar duurzaam werk’ is het van belang de doorontwikkeling te bespreken in de volledige context en samenhang van het werkveld. Het doorontwikkelingsproces heeft zichtbaar gemaakt dat er de afgelopen jaren tekorten op de begroting bij RBL zijn ontstaan, bijvoorbeeld door hoge werkdruk (zich onder andere uitend in hoog ziekteverzuim), extra (beleids)vragen vanuit deelnemende regiogemeenten, de inzet van ondersteunende juridische diensten, HR en financiën. Binnen RBL was, met de beschikbare financiële middelen, niet de benodigde formatie voorzien om alle taken, waaronder de planning & control cyclus, adequaat aan te sturen.
Uit onderzoek in 2022 (Berenschot, in opdracht van Ingrado is gebleken dat de volgende ontwikkelingen van de afgelopen jaren tot meer benodigde formatie leiden: • Samenwerking in het sociaal domein is complexer geworden Problematiek wordt zwaarder, wat zorgt voor meer complexe casuïstiek; • Er zijn veel migratiestromen, wat tot lastige casussen en relatief veel administratie leidt; • Gegevensdeling (privacy) is complex en kost tijd; • De effecten van de coronapandemie zullen nog enkele jaren nadelig werken voor het uitvoeren van de leerplichttaken. Deze effecten samen hebben mogelijk ook een stapelingseffect (versterken elkaar). Voordat er sprake kan zijn van enige doorontwikkeling van het Regionaal Bureau Leren, zal eerst de basis op orde moeten zijn. Dat heeft het Algemeen bestuur er toe doen besluiten om de begroting 2025 nog niet in te richten op basis van die doorontwikkeling, maar eerst een pas op de plaats te maken. Het aanleveren van de begroting 2025 zal daarom op een later tijdstip geschieden. De verwachting is dat begin juli de concept-begroting 2025 aan de deelnemende gemeenten zal worden toegezonden. Dit impliceert dat wij op een later tijdstip dan de raadsvergadering van 20 juni over deze begroting 2025 een besluit dienen te nemen. Om de basis op orde te krijgen heeft het Bureau een eerste begrotingswijziging 2024 opgesteld.
Kort samengevat komt deze neer op het volgende: • Realistische raming indexering personeelskosten als gevolg van CAO • Verhoging opleidingsbudget • Uitbreiding van fte’s (voldoen aan basisformatie voor leerplicht, JVS, teamleiding en staftaken) • Realistische raming vervanging bij ziekte Voor de gemeente Geertruidenberg betekent deze begrotingswijziging een extra bijdrage van € 38.369. In onze gemeentebegroting 2024 is hiermee geen rekening gehouden. Voorgesteld wordt deze extra bijdrage te verwerken in de 1e Tussenrapportage 2024.
9. BVO Centrum voor Jeugd en Gezin, portefeuillehouder A. van Rooij a. Beleidsontwikkelingen De Bedrijfsvoeringsorganisatie CJG Drimmelen Geertruidenberg (BVO CJG) wil zich in 2025 verder inzetten voor het doel “organiseren en aanbieden van hulp voor ouders en jeugdigen met betrekking tot de taken zoals genoemd in de Jeugdwet”. Hiervoor hebben ze een aantal subdoelen benoemd: • Informatie en advies over opvoeden en opgroeien. • Ambulante jeugdhulp en gezinsbegeleiding op alle leefgebieden. • Coördinatie van jeugdhulp en arrangeren van passende zorg • Inzetten op vergroting en zichtbaarheid en bereikbaarheid van het CJG. Om de doelstelling te bereiken worden de volgende activiteiten uitgevoerd: 1. Zorgen voor een solide en stabiele organisatie. Dit betekent binden en boeien van (de ervaring en deskundigheid van) het personeel en de organisatie in alle opzichten als één organisatie laten functioneren 2. Borging van continuïteit van hulp en ondersteuning (één aanspreekpunt) 3. Zorgen voor een (blijvend) betaalbare organisatievorm: eerst eigen kracht, netwerk en voorliggende voorzieningen, wanneer noodzakelijk gespecialiseerde zorg inzetten 4. Lokaal verankerd CJG (dichtbij de burger) 5.
Het bieden van professionele en waar nodig integrale hulp Naast deze jaarlijks terugkerende algemene doelstellingen zijn er voor 2025 extra middelen beschikbaar om 2 extra doelstelling te realiseren: 1. Het overbruggen van wachttijden in de beschermingsketen en van de zorgaanbieder zonder zelf een wachtlijst te hoeven hanteren. 2. Het bieden van extra ondersteuning binnen het onderwijs. Hiernaast zijn de specifieke thema’s voor 2025 ontwikkeling Stevig lokaal Team (SLT).
veiligheid, preventie, data-gestuurd werken en
b. Financiële gegevens Onze gemeentelijke bijdrage voor 2025 wordt geraamd op € 1.376.600 Voor het opstellen van de begroting 2025 zijn de kosten berekend op basis van de begroting 2024, vermeerderd met €156.300 aan structurele middelen (incl. de indexering van 4,2% uit 2024), beschreven in de herziene begroting 2023. Dit vormt de grondslag voor de indexeringen beschreven in de Kadernota 2025. Begroting 2023
Begroting 2024*
Begroting 2025
Totale kosten CJG
Jaarrekening 2023 2.493.158
2.704.300
2.438.200
2.753.200
Kosten Geertruidenberg
1.246.579
1.352.150
1.219.100
1.376.600
*Begroting 2024 was nog zonder de structureel extra toegekende compensatie voor CAO verhogingen € 150.000 die in de bijgestelde begroting 2023 is opgenomen. Ook in de bijgestelde begroting 2023 zat een incidentele toekenning voor wachtlijstbeheersing. Deze bleek achteraf niet nodig. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-begroting 2025 geeft geen aanleiding om een zienswijze in te dienen. 10.
Beschermd Wonen, portefeuillehouder A. van Rooij
De begroting 2025 is nog niet ontvangen. Bij de behandeling van de gemeentebegroting 2025 nemen we de financiële gevolgen mee van Begeleid Wonen voor 2025. 11. Geweld in Afhankelijkheidsrelaties, portefeuillehouder A. van Rooij De begroting 2025 wordt op een later tijdstip ingediend. De verwachting is dat deze pas eind mei 2024 beschikbaar zal zijn. Deze wordt in een separaat voorstel aan de gemeenteraad voorgelegd.