01 Analyse jaarrekening 2023 Verbonden Partijen
Tekst van het document
Bijlage 1 Analyse jaarrekening 2023 Verbonden Partijen 1. Regio West Brabant (RWB), portefeuillehouder M. Witte Doel De regeling heeft tot doel om gemeenschappelijke belangen van de deelnemende gemeenten te behartigen onder meer door te komen tot de opstelling, vaststelling en uitvoering van de economische ambitie (opgesteld samen met het onderwijsveld en ondernemers uit West-Brabant, de zogenaamde triple-helix. De economische ambitie heeft betrekking op een viertal thema’s (Economie, Arbeidsmarkt, Mobiliteit en Ruimte). Daarnaast draagt de RWB zorg voor een aantal uitvoeringszaken, zoals Kleinschalig Collectief Vervoer en het Mobiliteitsbureau. Nauw verbonden aan de RWB is de Rewin (Regionale ontwikkelingsmaatschappij West Brabant). a. Beleidsontwikkelingen In 2023 is op strategisch/tactisch niveau binnen RWB-verband gewerkt aan het opstellen van een nieuwe Strategische Agenda en een bijbehorend activiteitenprogramma. De toekomst van de RWB wordt mede bepaald door de werkzaamheden die nieuwe samenwerkingsverbanden op zich gaan nemen, zowel binnen de Stedelijke Regio Breda Tilburg als de samenwerking binnen de Baroniegemeenten. Uiteindelijk is deze strategische Agenda wel opgesteld en is deze in maart 2024 in onze gemeente behandeld. b. Financiële gegevens De accountantscontrole over de jaarrekening 2023 is nog niet uitgevoerd en staat voor mei/juni ingepland.
De verklaring van de accountant is daarom niet beschikbaar. Naar verwachting is deze pas bij de vergadering van het algemeen bestuur op 3 juli beschikbaar, waarin de RWB een vaststelling van de jaarstukken voorziet. De getrouwheid van de jaarrekening en rechtmatigheidsverantwoording is daardoor niet getoetst. Voor de Regio West Brabant is voor 2023 oorspronkelijk een bedrag beschikbaar gesteld van € 740.428. De definitieve bijdrage voor 2023 voor onze gemeente is € 829.040. Dit is onderverdeeld als volgt: Begroting 2023 Jaarrekening 2023 Apparaatskosten 93.084 93.084 O&O fonds 14.151 14.151 Mobiliteitscentrum 16.500 15.305 Kleinschalig Collectief vervoer (incl BTW) 542.000 631.807 Rewin 74.693 74.693 Totaal 740.428 829.040 Bij het KCV is sprake van een overschrijding van de kosten. Deze stijging wordt grotendeels bepaald door de stijging van de NEA index, namelijk + 13,7%. Daarnaast heeft ook de stijging van het aantal verreden ritten bijgedragen aan de stijgende kosten. Het aantal verreden ritten is gestegen van 22.277 in 2022 naar 25.141 in 2023. De verwachting was dat de kosten in 2024 lager uit zouden vallen door een gunning aan een nieuwe vervoerder. Helaas kon de gunning aan Willemsen-De Koning vooralsnog niet doorgaan door de uitspraak van de rechter.
We zijn in afwachting van de uitspraak in het hoger beroep en tegelijk wordt een nieuwe heraanbesteding voorbereid, in het geval de uitspraak negatief is, of als de uitspraak te laat komt. In ieder geval zal er in 2024 dus nog geen kostenbesparing kunnen worden doorgevoerd. Mogelijk kan de pilot met de Voor Elkaar Pas wel bijdragen aan het terugdringen van de kosten. De jaarrekening 2023 van de RWB sluit met een positief resultaat van € 986.000. Dit is als volgt opgebouwd: Incidenteel positief resultaat primaire taken 434.000 Programma Strategische Agenda 107.000 Niet besteedde bijdrage O&O fonds 109.000 Positief resultaat uitvoeringsgerichte taken 336.000 986.000 Daarnaast zal het positief resultaat van Flex West-Brabant (circa 1,5 miljoen) in de loop van juli worden uitgekeerd aan de deelnemende organisatie. Voor onze gemeente gaat het om € 29.252.
De RWB stelt voor het positief saldo als volgt te bestemmen: Storting in egalisatiereserves 319.000 Bestemming tbv West Brabant werkt met talent 109.000 Continuering mobiliteitstaken 238.000 Uitkering aan deelnemende gemeenten 212.000 Uitkering saldo O&O fonds 109.000 Totaal 987.000 Voor onze gemeente betekent dit een totaalbedrag van € 9.834. c. Gemeentelijke standpunt De ontwerp-jaarrekening 2023 zelf geen geeft aanleiding tot het maken van aanvullende opmerkingen. Ten aanzien echter van de resultaatbestemming wordt het volgende opgemerkt: Voor de taak Mobiliteit is in de begroting 2024 van de RWB al een budget van € 268.000 opgenomen. Wanneer in 2024 dit budget anders ingezet wordt, is een begrotingswijziging nodig. Omdat deze begrotingswijzing nog niet is aangeleverd is er geen aanleiding om een deel van het resultaat te bestemmen voor Mobiliteit (een bedrag van € 238.000). Als er vanuit het resultaat extra middelen nodig zijn voor de taken die niet in de begroting zijn opgenomen, dient dit concreet en als zodanig in het voorstel te worden aangegeven. Voorgesteld wordt dan ook om ten aanzien van de resultaatbestemming richting de RWB aan te geven dat niet ingestemd wordt met het aanwenden van een deel van het resultaat voor de continuering van de mobiliteitstaken omdat deze middelen binnen de bestaande begroting van 2024 reeds voorhanden zijn.
Het positief resultaat van € 238.000 dient dan ook uitbetaald te worden aan de deelnemende gemeenten.
2. Veiligheidsregio Midden- en West Brabant, portefeuillehouder M. Witte Doel De Veiligheidsregio Midden- en West-Brabant (VRMWB) bestaat uit vier kolommen: • de brandweer • de Geneeskundige Hulp Ongevallen en Rampen (GHOR) • de Gemeenschappelijke Meldkamer en • de 24 gemeenten in Midden- en West-Brabant Daarnaast is er een nauw samenwerkingsverband met de politie, Openbaar Ministerie, Defensie en de Waterschappen. Het doel van de VRMWB is een verdere professionalisering van de rampenbestrijding (pro-actie, preventie, preparatie, repressie en nazorg). Om dit te bewerkstelligen is regionale samenwerking noodzakelijk. In het Beleidsplan 2023-2027 heeft de VRMWB de volgende drie pijlers benoemd: 1. Stimuleren van een redzame samenleving 2. Bijdragen aan een veilige leefomgeving 3. Leveren van een hulpvaardige en slagvaardige inzet a. Beleidsontwikkelingen In 2023 zijn met succes vele grote en kleine incidenten bestreden, voor de brandweer 7.637 in totaal. Zo was er Tweede Paasdag voor de brandweer een flinke klus te klaren door brand in een grote opslaghal in Etten-Leur. Het dak van deze hal lag vol met zonnepanelen. De effecten van de brand op de omgeving en het opruimen van de verbrande resten van de zonnepanelen kostten veel inspanning.
In de jaarstukken 2023 is veel informatie te vinden over de ontwikkeling van Toekomstbestendige Brandweerzorg en de versterking van Crisisbeheersing en Informatiepositie waarvoor de VRMWB sinds 2023 extra rijksgelden via een Brede Doeluitkering (BDuR) ontvangt. Daarnaast zijn de doorontwikkeling van Crisiscommunicatie en Bevolkingszorg, de opvang van vluchtelingen en de versterking van en meer landelijke samenwerking op risicomonitoring belangrijke thema’s. Er is in 2023 het nodige bereikt op een breed scala aan onderwerpen. In de beleidsbegroting 2023 zijn 25 doelstellingen geformuleerd. Daarvan zijn er 17 gereed/behaald of volgens planning verlopen. In de jaarstukken zijn de doelen, resultaten en prestaties over 2023 toegelicht in hoofdstuk 2. Hier wordt een gedetailleerd overzicht getoond langs de lijn van de drie eerder genoemde beleidspijlers. Deze beleidspijlers kennen als fundament een ‘Wendbare en duurzame organisatie’. b. Financiële gegevens Het jaar 2023 is afgesloten met een positief resultaat van €801.340 (0,8% van de begroting). Conform afspraak in het Algemeen Bestuur van 1 februari 2018 wordt 15% van het totale positieve resultaat gestort in de reserve BDuR strategische projecten. Dit gedeelte van het jaarresultaat wordt gebruikt voor strategische projecten en de ontwikkelagenda. Dit betreft voor 2023 een bedrag van €120.000.
De voorwaarden van het Rijk voor de verstrekte extra BDuR-gelden Versterking Crisisbeheersing en Informatiepositie vermelden expliciet dat de extra BDuR-gelden voor crisisbeheersing en informatiepositie moeten worden ingezet, deze gelden mogen niet terugvloeien naar de gemeenten. In 2023 is €1.878.963 ontvangen, hiervan is € 392.460 niet besteed in 2023. Hiermee wordt de bestemmingsreserve BDuR gevormd. In de vergadering van 21 december 2022 is het Algemeen Bestuur in kennis gesteld van het vormen van een voorziening voor spaarverlof. In het accountantsverslag 2023 heeft de accountant een opmerking gemaakt over de berekening die ten grondslag ligt aan deze voorziening. De accountant constateert dat de voorziening tegen de werkelijke kosten €130.000 hoger moet zijn. Op basis van dit oordeel gaan de VRMWB in 2024 haar rekensystematiek aanpassen naar de werkelijke tarieven. Vooruitlopend daarop wordt van het resultaat 2023 €130.000 gereserveerd voor de ophoging spaarverlof. Deze wordt in 2024 omgezet naar de voorziening spaarverlof. Het Algemeen Bestuur hanteert normaal gesproken het principe van terugstorting van een positief resultaat.
Vanwege het relatief lage bedrag wat overblijft (€158.679) en de verdeling over 24 gemeenten, is door het Algemeen Bestuur besloten om eenmalig van dit principe af te wijken en dit bedrag niet terug te storten, maar toe te voegen aan de reserve Crisis en calamiteiten. De verwachting is namelijk dat de
ontwikkelingen in de wereld zoals de klimaatcrisis, vluchtelingen, oorlogen extra gevolgen hebben voor de inzet vanuit onze organisatie waarbij niet uit te sluiten valt dat hier in de toekomst extra middelen voor nodig zijn. Na resultaatbestemming is er over 2023 dan ook geen te verdelen resultaat voor de gemeenten. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-jaarrekening 2023 geeft geen aanleiding om aanvullende opmerkingen te maken. Het voorstel is dan ook om kennis te nemen van de ontwerp-jaarrekening 2023 van de Veiligheidsregio.
3. Regionale Ambulancevoorziening Brabant Midden-West-Noord (RAV), portefeuillehouder A. van Rooij Doel Het doel van deze gemeenschappelijke regeling is het verlenen of doen verlenen van ambulancezorg. Zij tracht dit doel te bereiken met alle wettelijke toegestane middelen die daaraan naar haar mening kunnen bijdragen. a. Beleidsontwikkelingen In september 2022 verscheen het Integraal Zorgakkoord (IZA), een samenwerkingsplan van VWS en een groot aantal zorgpartners, waarin zij afspraken vastlegden over het realiseren van meer passende, preventiegerichte, duurzame en gedigitaliseerde zorg in ons land. In vervolg daarop verscheen de Kamerbrief Beleidsagenda Toekomstbestendige Acute Zorg, waarin de minister van VWS een aantal acties presenteert die voortbouwen op de afspraken in het IZA, rondom de volgende drie kernpunten: Kwaliteit en toegankelijkheid van de zorg, Zorgcoördinatie en Samenwerking in de regio. Bovengenoemde publicaties bevatten een aantal zaken die van direct belang zijn voor de ambulancesector zoals: acute zorg aan huis, ontwikkeling van zorgcoördinatie, bestrijden van personeelstekort, verbetering van (digitale) informatieoverdracht tussen ketenpartners en onderzoek naar innovatieve technologische en digitale oplossingen. Dit vereist de bereidheid van alle ketenpartners om intensief samen te werken, buiten de eigen kaders te denken en over drempels te stappen.
Dit is voor de RAV BMWN en haar ketenpartners in de acute zorg samengekomen in 2023 in het ROAZ-beeld en het ROAZ-plan. In 2024 wordt dit verder uitgewerkt in onder andere de opzet van Zorgcoördinatie in de ROAZ regio Brabant. Prestatiecontracten zorgverzekeraars Conform de nieuwe bekostigingssystematiek voor de ambulancezorg, die in 2014 werd ingevoerd, is de te leveren beschikbaarheid de basis voor het te ontvangen budget en niet meer de productie. Het door de NZa aan de RAV toegekende budget is het maximumbudget waarover in het lokaal overleg met de zorgverzekeraars moet worden onderhandeld. Bij deze onderhandelingen worden door zorgverzekeraars en RAV jaarlijkse prestatieafspraken overeengekomen. Landelijk is door zorgverzekeraars afgesproken dat de laatste 2,5% van het initieel toegekende budget voor spreiding en beschikbaarheid afhankelijk wordt gesteld van vooraf overeengekomen prestaties. Het te realiseren percentage A1-overschrijdingen is landelijk de belangrijkste prestatie-indicator met 1,25% van de maximale korting van 2,5%. Voor de overige 1,25% worden per budgetjaar lokaal afspraken gemaakt. Nieuwe urgentie-indeling spoedvervoer In 2023 werden voor beide RAV’s afspraken gemaakt over een drietal prestatie indicatoren: responstijd urgentie A1, responstijd urgentie A2 en de nalevingsscore op de protocollen van het meldkameruitvraagsysteem ProQA.
• Responstijd urgentie A1: Met een realisatie van 91,6% werd de afspraak op de responstijden A1 over 2023 met de zorgverzekeraars in Brabant-Noord niet behaald. De RAV Midden- en WestBrabant behaalde een percentage van 89,4% en voldeed hiermee eveneens niet aan de prestatieafspraak. • Responstijd urgentie A2: Brabant-Noord scoorde 97,5% en Midden- en West-Brabant 97,1%. Hiermee werd in beide regio’s de prestatieafspraak (95% binnen 30 minuten aangereden) ruim behaald. • ProQA nalevingsscore: zowel de RAV Brabant-Noord als de RAV Midden- en West-Brabant behaalde in 2022 96% nalevingsscore. De prestatieafspraak van 94% werd daarmee door beide RAV’s behaald. Als gevolg van het deels behalen van de prestatieafspraken kregen de RAV Brabant-Noord en de RAV Midden- en West-Brabant beide een korting van 1,25% op het budget. Productie en prestaties De regio Midden- en West-Brabant realiseerde een verbetering van 0,2% op de responstijden urgentie A1 (van 89,2% naar 89,4%).
In de regio Brabant-Noord was sprake van een verslechtering van 1,2% (van 92,8% naar 91,6%). b. Financiële gegevens De jaarstukken 2023 zijn nog niet voorzien van een accountantsverklaring. De accountant geeft aan dat ze voornemens zijn om een goedkeurende controleverklaring af te geven voor de getrouwheid, maar is nog in afwachting dat de normen (Besluit Begroting en Verantwoording en Besluit accountantscontrole decentrale overheden) aangepast worden. Met de invoering van de rechtmatigheidsverantwoording moet het bestuur (colleges) zelf verantwoording afleggen over de jaarrekening. Daarvoor is de Gemeentewet aangepast, maar in februari werd bekend dat de normen voor de accountants nog niet aangepast worden omdat er nog bezwaren zijn van de Algemene Rekenkamer. De VNG heeft het Ministerie van BZK en de Algemene Rekenkamer opgeroepen om zo snel mogelijk helderheid te geven en de onzekerheid die nu is ontstaan voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen weg te nemen. Aan accountants en ook aan Verstegen is verzocht om te wachten met het afgeven van de controleverklaring bij de jaarrekening 2023 van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Dit standpunt volgen zij. Zij hebben de jaarrekening 2023 gecontroleerd, uitgaande van de verwachting dat de rechtmatigheidsverantwoording (alsnog) formeel wordt bekrachtigd en voor verslagjaar 2023 van toepassing wordt verklaard.
In het accountantsverslag gaan zij daarvan eveneens uit. De controle 2023 hebben zij conform de afspraken en kaders met de RAV uitgevoerd en hebben ze zover mogelijk afgerond. De concepttekst van de controleverklaring kunnen zij gelet op de hiervoor genoemde ontwikkelingen nog niet verstrekken. Vanuit de gemeenten is geen financiële bijdrage verleend. De kosten komen volledig voor rekening van de zorgverzekeraars. c. Gemeentelijk standpunt Vanwege het ontbreken van een financiële relatie tussen de RAV en de gemeente is een zienswijze over de ontwerp-jaarrekening 2023 niet aan de orde.
4. Openbare Gezondheidszorg West-Brabant, portefeuillehouder A. van Rooij Doel Het doel van deze gemeenschappelijke regeling is bij te dragen aan de voorbereiding van en uitvoering te geven aan het beleid van de deelnemende gemeenten op het terrein van de openbare gezondheidszorg in het algemeen en de collectieve preventie in het bijzonder. Via een gevarieerd aanbod van producten en diensten van de GGD West-Brabant wordt bijgedragen aan de gezondheid van de inwoners van Geertruidenberg. a. Beleidsontwikkelingen We zijn na enkele uitdagende jaren weer terug naar ‘normaal’ gegaan als samenleving. Ook binnen de GGD hebben we onze reguliere taken weer volledig opgepakt. Onze medewerkers hebben heel hard gewerkt om de achterstanden, die door corona waren ontstaan, weg te werken. We zijn er trots op dat we gezamenlijk dit mooie resultaat hebben bereikt. Dit jaar stelde de GGD ook de nieuwe toekomstvisie ‘We maken samen gezond gewoon’ vast, die we samen met onze gemeenten, partners, collega’s en inwoners opstelden. De GGD is druk bezig om deze nieuwe visie op de Publieke Gezondheid tot 2033 te borgen binnen de organisatie. Hierin zijn ambities opgenomen voor een gezond, veilig en gelukkig West-Brabant. Deze nieuwe toekomstvisie was nog niet klaar toen de beleidsbegroting 2023, waarover ze in dit jaarverslag verantwoorden, in juli 2022 door het bestuur werd vastgesteld.
Aansluitend op het vaststellen van de toekomstvisie hebben ze de beleidsbegroting 2023 naar de ambities van de nieuwe toekomstvisie vertaald. Om meer voorbereid te zijn op de toekomst en daarmee ook meer rust en stabiliteit te krijgen binnen de GGD, zijn ze in 2023 gestart met de doorontwikkeling van de organisatie. b. Financiële gegevens De jaarrekening 2023 van de GGD sluit af met een negatief resultaat van € 40.000. Voorgesteld wordt om dit te compenseren vanuit de bestemmingsreserve risico plustaken. In het algemeen bestuur d.d. 11 juli 2024 zal hierover definitief worden besloten. In de berekening van het weerstandsvermogen wijken de gebruikte percentages af van de risicoverdeling zoals gepresenteerd in de jaarrekening (pagina 56). Hierdoor mist de aansluiting met de risicocategorie (laag-midden-hoog) en lijken de percentages willekeurig gekozen dan wel vanuit het risicobedrag teruggerekend. Omdat het risicoprofiel ook de onderbouwing is voor de hoogte van de Algemene Reserve is het van belang de uitgangspunten/beleid hierover zuiver te houden. De GGD heeft aangegeven dat in juli de dotaties en gebruik van de reserves samen met de vaststelling van de begroting 2025 aan het Algemeen Bestuur voorgelegd worden. Het besluit hierover kan dan leiden tot een begrotingswijziging 2025. c.
Gemeentelijk standpunt De ontwerp-jaarrekening 2023 geeft geen aanleiding om aanvullende opmerkingen te maken. Het voorstel is dan ook om kennis te nemen van de ontwerp-jaarrekening 2023 van de GGD.
5. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant, portefeuillehouder M. Witte De jaarrekening 2023 wordt op een later tijdstip ingediend (ivm ontbreken accountantscontrole en intensief controleproces). Hierover heeft de OMWB ons een memo gestuurd. Daardoor kan de jaarrekening 2023 niet meer worden meegenomen bij de behandeling van dit raadsvoorstel
6. Nazorg gesloten stortplaatsen Bavel-Dorst en Zevenbergen, portefeuillehouder T. Mertens Doel De gemeenschappelijke regeling voert de regie over de nazorg van regionale stortplaatsen. a. Beleidsontwikkelingen Stortplaats Zevenbergen Medio 2019 is er een convenant ondertekend, waarbij met de provincie overeengekomen is dat de overdracht van stortplaats Zevenbergen met minimaal 5 jaar is uitgesteld. Binnen deze periode zal de rekenrente gehandhaafd blijven op 5,06%. Tevens is al vrij snel na het vaststellen van het bovenstaande de intentie uitgesproken om deze periode met 5 jaar te verlengen, tot medio 2029. Het doel is om deze termijn te benutten om alternatieven te onderzoeken hoe met de stortplaats om te gaan en op welke manieren enerzijds kostenbesparingen gerealiseerd kunnen worden en anderzijds mogelijk inkomsten gegenereerd kunnen worden. Deze onderzoeken en gesprekken lopen. De insteek van de gemeenschappelijke regeling NGS is dat er geen overdracht plaatsvindt wanneer deze nadelig uitpakt voor de NGS. Stortplaats Bavel-Dorst In 2020 is er door Sweco een onderzoek naar de kwaliteit van de bovenafdichting gedaan. In 2021 zijn de eerste resultaten van dit onderzoek gedeeld met de GR Nazorg. De conclusie van het onderzoek is dat de bovenafdichting op fase 1 van stortplaats Bavel-Dorst een levensduur van ten minste 100 jaar heeft, gerekend vanaf het aanlegmoment 1997.
Voor fase 2 en 3 is de afgelopen periode dezelfde onderzoek uitgevoerd. Deze conclusie van dit onderzoek ligt in lijn met het onderzoek van 2021. De levensduur van de afdichting van fase 2 en 3 kan eveneens worden opgehoogd naar 100 jaar. Naar aanleiding hiervan zal er in de eerste helft van 2024 een herziening van het nazorgplan plaatsvinden. b. Financiële gegevens Het boekjaar 2023 is afgesloten met een positief resultaat voor bestemming van € 450.993. De gerealiseerde lasten waren € 1.555 hoger dan begroot. Ten opzichte van de vastgestelde begroting 2023 waren de baten € 452.547 hoger.
Lasten Overhead De algemene kosten zijn € 1.555 hoger dan begroot. Storting in voorzieningen Om de voorzieningen op peil te houden heeft conform de begroting een dotatie aan de voorzieningen plaats gevonden voor een bedrag van € 625.838. Baten (Erf)pachten De erfpachtvergoeding van Attero (Essent) inzake de exploitatie van de regionale stortplaats Zevenbergen van € 13.543 is hier verantwoord. Verpachting van agrarische percelen heeft dit jaar plaatsgevonden, ter hoogte van € 3.000. Daarnaast is er een opbrengst van € 100 opgenomen voor het verlenen van een jachthuurovereenkomst. Rente De rentebaten hebben betrekking op de geldlening van € 8 miljoen aan de gemeente Breda. Daarnaast werd er bij schatkistbankieren winst behaald op twee rentecomponenten. Van de rekening-courant rekening € 412.811 en van de depositorekening € 39.636. Bijdrage deelnemende gemeenten De rente was in 2023 voor het eerst in jaren uitzonderlijk hoog. Bij de begroting was hier geen rekening mee gehouden waardoor een bijdrage van de deelnemende gemeenten noodzakelijk werd geacht. De bijdrage wordt met een verdeelsleutel berekend, gebaseerd op het inwoneraantal per gemeente. De gemeentelijke bijdrage vanuit de gemeente Geertruidenberg over 2023 was € 30.965,- conform de begroting.
Resultaat voor bestemming Het resultaat voor bestemming bedraagt € 450.993 positief. Voorgesteld wordt om dit uit te keren aan de deelnemende gemeentes in overeenstemming met de verdeling van de ontvangen bijdragen van dezelfde deelnemende gemeenten. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-jaarrekening 2023 geeft geen aanleiding om aanvullende opmerkingen te maken. De aanwending van het positief resultaat is goed gemotiveerd. Het voorstel is dan ook om kennis te nemen van de ontwerp-jaarrekening 2023 van de Nazorg gesloten Stortplaatsen en in te stemmen met de daarin opgenomen resultaatbestemmingsvoorstellen.
7. WAVA MidZuid, portefeuillehouder M. Hofkens en H. de Jongh Doel WAVA heeft als doel het (in haar rechtsgebied) uitvoeren van de Wet Sociale Werkvoorziening door op zo doelmatige wijze de taken en bevoegdheden op het terrein van gesubsidieerde arbeid en arbeidsreintegratie te behartigen. Samen met partners verbindt MidZuid mensen duurzaam met werk. Inmiddels doet MidZuid dit sinds enige jaren in een breed netwerk als sociaal werkbedrijf. a. Beleidsontwikkelingen In 2023 heeft MidZuid de nieuwbouwplannen voor de huisvesting verder uitgewerkt en aan de gemeenteraden van de vier deelnemende gemeenten gepresenteerd. De uitkomst hiervan is dat besluitvorming over de huisvesting is uitgesteld tot de meerjarenstrategie 2025-2035 is opgesteld (medio 2024). Naar verwachting volgt derde kwartaal 2024 definitieve besluitvorming over de meerjarenstrategie en het nieuwbouwplan voor de huisvesting. Daarnaast is MidZuid geconfronteerd met gestegen kosten en hogere kosten voor personeel ten gevolge van cao-verhogingen, hogere ICT(beveiligings)kosten. De uitstroom gaat harder dan de instroom van medewerkers. Mede door gunstige regelingen vanuit de cao gaan Wsw-medewerkers minder werken of besluiten zij eerder te stoppen. De productiecapaciteit staat hierdoor onder druk. b.
Financiële gegevens Zoals reeds in eerdere begrotingen is aangekondigd, sluit MidZuid 2023 (en 2024) af met een negatief resultaat. Vanaf 2025 verwacht MidZuid weer een sluitende begroting te realiseren. MidZuid heeft het jaar 2023 met een negatief resultaat van € 424.000 afgesloten. Het resultaat van Werkgeversservicepunt (WSP) Dongemond over 2023 is € 34.000 negatief. Het bestuur van Wava stelt voor om het resultaat van MidZuid ten laste van de overige reserves te brengen. Na resultaatbestemming bedraagt de reserve € 1.347.000. Het voorstel is om het negatieve resultaat van WSP Dongemond ten laste van de reserves van het WSP te brengen. De reserve wordt hierdoor negatief, maar dit wordt opgevangen door het positieve vermogen van MidZuid. Het voorschot gemeentelijke bijdrage 2023 is € 328.971. De definitieve gemeentelijke bijdrage 2023 is € 339.818. De eindafrekening bedraagt € 10.847. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-jaarrekening 2023 geeft geen aanleiding om aanvullende opmerkingen te maken. Het voorstel is dan ook om kennis te nemen van de ontwerp-jaarrekening 2023 van WAVA/MidZuid.
8. Uitvoering administratieve en inhoudelijke taken betreffende het voorkomen van schoolverzuim en voortijdig schoolverlaten (Regionaal Bureau Leren), portefeuillehouder A. van Rooij Doel Het doel van deze gemeenschappelijke regeling is het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de uitvoering van de Leerplichtwet 1969 en de Regionale Meld- en Coördinatiefunctie. De werkorganisatie is het Regionaal Bureau Leren West-Brabant dat is ondergebracht bij de uitvoerende gemeente Breda. De gemeente heeft de wettelijke verplichting om schoolverzuim en vroegtijdig schoolverlaten zoveel mogelijk te voorkomen. De verwachting is dat deelname aan de gemeenschappelijke regeling het mogelijk maakt deze verplichting op een effectievere en efficiëntere manier na te komen dan als gemeente alleen. Deelname is mogelijk op twee niveaus, de gemeente Geertruidenberg neemt deel op niveau 2 waarbij zowel de administratie als uitvoerende taken onder gebracht zijn bij deze gemeenschappelijke regeling. Missie: Iedere West-Brabantse jongere zonder startkwalificatie zit op een passende school, is op weg naar een startkwalificatie of wordt begeleid naar de voor hem of haar hoogst haalbare startpositie in de maatschappij. a.
Beleidsontwikkelingen In 2023 heeft het regionaal Bureau Leren te maken gehad met een (sterke) stijging van alle soorten verzuim; van absoluut verzuim tot voortijdig schoolverlaters. De leerplichtambtenaren en doorstroomcoaches hebben het drukker gehad dan ooit. Naast de gestegen aantallen, blijft ook de problematiek bij de jongeren onverminderd groot. De toename van psychische problemen bij jongeren is een landelijke trend en wordt onderschreven door diverse onderzoeken. Leerachterstanden zijn nog lang niet overal ingehaald en ook de kansenongelijkheid blijft aanwezig. De begeleiding van onze jongeren is intensief en vraagt veel tijd. b. Financiële gegevens De jaarrekening van het Regionaal Bureau Leren kent een negatief resultaat van € 60.693. Dit negatieve saldo is grotendeels ontstaan door de gestegen kosten voor inhuur (benodigd als gevolg van ziekteverzuim en intensivering van de RMC-functie). Voor onze gemeente betekent dit negatieve saldo een aanvullende bijdrage voor 2023 van € 3.775. c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-jaarrekening 2023 geeft geen aanleiding om aanvullende opmerkingen te maken. Het voorstel is dan ook om kennis te nemen van de ontwerp-jaarrekening 2023 het Regionaal Bureau Leren.
9. BVO CJG Drimmelen Geertruidenberg, portefeuillehouder A. van Rooij Doel De BVO CJG is op 1 januari 2020 van start gegaan. De doelstelling van het CJG is het organiseren en aanbieden van hulp voor ouders en jeugdigen met betrekking tot de taken zoals genoemd in de Jeugdwet. Het CJG voert in dit kader een aantal taken uit die in grote lijnen onderverdeeld kunnen worden in: • Informatie- en adviesvragen: kinderen/jongeren, ouders, professionals (denk aan onderwijzers, huisartsen en zorgverleners) stellen vragen die direct of na enig uitzoekwerk beantwoord kunnen worden; • Preventieve activiteiten zoals: ➢ Het CJG biedt weerbaarheidstrainingen, KIES- en Brusjesgroepen; ➢ Het CJG biedt kortdurende opvoedingsondersteuning. Soms zijn 1 of 2 contactmomenten voldoende, een andere keer is er een intensiever traject van een half jaar nodig; • Beschikken: wanneer groepsactiviteiten en/of de eigen ambulante hulpverleningstrajecten niet voldoende zijn, ondersteunt het CJG de cliënt bij het maken van keuzes met betrekking tot gespecialiseerde zorg en geeft de daarvoor benodigde beschikking(en) af; • Voeren van regie: wanneer er een beschikking is afgegeven, volgt het CJG de uitvoering, maakt afspraken rondom regie, evalueert de gestelde doelen en beoordeelt of de ingezette hulp nog passend is a.
Beleidsontwikkelingen Naast de algemene taken zijn er tijdelijk extra middelen beschikbaar gesteld: • 2 Fte om de samenwerking met het onderwijs verder te verstevigen • 1.5 Fte om de wachtlijsten in de keten en bij zorgaanbieders mede te overbruggen. Let wel; iedere organisatie is zelf verantwoordelijk voor de in- en doorstroom, echter de praktijk laat zien dat te veel kwetsbare gezinnen te lang op een wachtlijst staan bij Veilig Thuis, Raad voor de Kinderbescherming, GGZ en jeugdzorgaanbieders. Voor 2023 is een aantal thema’s geformuleerd die extra aandacht hebben gekregen en in het jaarplan 2023 zijn opgenomen A. Preventieve taken, de beweging naar voren B. Het (nieuwe) werken op de scholen C. Optimale aandacht voor veilig opgroeien D. Anticiperen op de toekomst Ad A: Het CJG in zijn algemeenheid en het aanmeldteam in het bijzonder, werkte constructief samen in de keten. Er zijn nieuwe werkafspraken gemaakt met het CIT (Crisisinterventie-team) de samenwerking met de POH-jeugd (Praktijk Ondersteuners van de Huisartsen - jeugd) is geïntensiveerd. Daarnaast is er op locatie van het jongerenwerk opnieuw kennisgemaakt en wordt intensief samen opgetrokken in een aantal casussen. En de samenwerking in de beschermingsketen heeft een impuls gekregen door ook met de Jeugdbescherming nauwer samen op te trekken. Het CJG heeft groepswerk uitgevoerd.
Met betrekking tot al deze punten was en is het uitgangspunt: krachtgericht werken, het netwerk mobiliseren waar mogelijk en normaliseren, de-medicaliseren. Dit vanuit de context "Hobbels horen bij het leven", zoals die in de Regiovisie is verwoord. Op deze attitude zijn de Jeugdprofessionals ook in 2023 door elkaar, door de kwaliteitsmedewerkers en door de manager in het dagelijkse werk kritisch bevraagd. Ad B: Begin 2022 is de overeenkomst “Samenwerkingsafspraken verbinding jeugd en (primair en secundair) onderwijs 2022-2023” opgesteld. Deze overkomst is door alle betrokken schoolbesturen (SKOD, Stichting OBO, Stichting de Waarden, Stichting Uniek, Stichting Bravoo, PCPO MiddenBrabant, R.K.-basisschool de Hoge Waai en Dongemond college) en wethouders ondertekend. In deze overeenkomst zijn de volgende 4 pijlers beschreven die de opdracht aan het CJG omvatten: • Ondersteuning en zichtbaarheid op scholen • Consultatie en advies • Informatie en voorlichting • Hanteren Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling
Het CJG heeft het afgelopen jaar gewerkt aan verschillende punten met betrekking tot de 4 pijlers van het project. Ad C: De Jeugdprofessionals zijn hoogopgeleid en ervaren. Ze zijn in staat gebleken om uitvoering te geven aan veilig opgroeien in de breedste zin van het woord. De kennis en kunde van de Jeugdprofessionals met betrekking tot veiligheid is in 2022 geüpdatet met training en scholing daar waar het gaat over signalering en het bespreekbaar maken van (vermoedens van) kindermishandeling en het maken van een veiligheidsplan. De onderliggende Top 3 methodiek is hierin leidend geweest (eerst direct veiligheid waarborgen, daarna risico gestuurde zorg bieden (en/of beschikken) en daarna op nazorg en herstelgerichte zorg bieden (en/of beschikken). Deze methodiek is in de tweede helft van 2022/eerste helft van 2023 geïmplementeerd en in 2023 verder geborgd. Ad D: Het CJG beweegt optimaal mee en anticipeert op (verwachte) ontwikkelingen; gemeentelijk, regionaal en landelijk. b. Financiële gegevens Het jaar 2023 is afgesloten met een positief financieel resultaat van €211.142. In de begroting waren de oorspronkelijk kosten voor beide gemeenten € 2.394.300 begroot. Gedurende 2023 is de begroting herzien voor een totaalbedrag van € 310.000 op de volgende punten 1. Structurele middelen, CAO-loonsverhogingen vanaf 01-01-2023: € 150.000 2.
lncidentele middelen; € 40.000 voor HR en € 120.000 voor wegwerken wachttijden: € 160.000. Het positief resultaat wordt als volgt verklaard: ln april 2023 is via de CAO SGO bepaald dat er een loonsverhoging met terugwerkende kracht per 01-01-2023 zou gaan plaatsvinden. Dit betekende voor het CJG een extra kostenpost van € 150.000 voor het begrotingsjaar 2023.In juli 2023 is door het bestuur van het CJG het besluit genomen om deze kostenpost toe te voegen aan de begroting van 2023. Totdat dit besluit werd genomen, is bewust door het management/directie van CJG gekozen voor het minder inzetten van formatie dan was beoogd; een openstaande vacature is niet ingevuld. Hierdoor en vanwege een hoog ziekte verzuim ontstond een wacht die erg op dreigde te lopen. Om escalatie te voorkomen zijn extra middelen beschikbaar gesteld. Door deze maatregelen kon de vacature worden ingevuld en ook de langdurig zieken kwamen terug. Hierdoor bleek het bedrag niet meer nodig. De kosten van de BVO CJG worden voor 50% gedekt door de gemeente Drimmelen en voor 50% door de gemeente Geertruidenberg. Het verschil wordt beschikbaar gesteld aan de gemeenten. Verdeling lasten Gemeente Geertruidenberg Gemeente Drimmelen Totaal
Herziene begroting gemeente 1.352.150 1.352.150 2.704.300
aandeel
Realisatie
Afwijking
1.246.579 1.246.579 2.493.158
105.571 105.571 211.142
c. Gemeentelijk standpunt De ontwerp-jaarrekening 2023 geeft geen aanleiding om aanvullende opmerkingen te maken. Het voorstel is dan ook om kennis te nemen van de ontwerp-jaarrekening 2023 van het CJG. .
10.
Beschermd Wonen, portefeuillehouder A. van Rooij
a. Beleidsontwikkelingen De gemeenschappelijke regeling Beschermd Wonen is in december 2021 vastgesteld en is per 1 januari 2022 in werking getreden. De taken die hiertoe behoren worden eerst met ingang van 1 januari 2024 gedecentraliseerd. Er is dus geen sprake van een jaarrekening 2023. b. Financiële gegevens nvt c. Gemeentelijk standpunt Gelet op het ontbreken van een jaarrekening 2023 van Beschermd wonen ivm het pas met ingang van 1 januari 2024 decentraliseren van de taken, is het innemen van een standpunt over deze jaarrekening niet aan de orde. 11. Geweld in Afhankelijkheidsrelaties, portefeuillehouder A. van Rooij De jaarrekening 2023 wordt op een later tijdstip ingediend. De verwachting is dat pas eind mei 2024 deze beschikbaar zal zijn. In een apart voorstel wordt dit aan de gemeenteraad voorgelegd.