CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Wijziging omgevingsplan Woongebied - Haansberg-Oost - motivering_toelichting_Bijlage 5

Raad besluit 11 mei 2026, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: . Vaststellen wijziging omgevingsplan Haansberg-Oost20.989 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Aanmeldnotitie plan-merbeoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur

projectnummer 0497341.100 definitief 5 november 2025

www.anteagroup.nl

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 definitief 5 november 2025

Auteur(s) Margo Elzinga Floris van den IJssel

Opdrachtgever Gemeente Etten-Leur

Gecontroleerd Bastian van Dijck

datum 5 november 2025

beschrijving definitief

vrijgave T. Artz

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

1.1 1.2 1.3 1.4

Aanleiding Een aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling bij een gebiedsprogramma Toetsingscriteria Leeswijzer

4 5 5 6

2.

Kenmerken van het plan en de plaats van het plan

7

2.1 2.2 2.3 2.4 2.5

Voorgeschiedenis Ligging plangebied Hoofdlijnen Gebiedsprogramma Haansberg Gevoelige gebieden en waarden Autonome ontwikkelingen en cumulatie

7 7 8 10 11

3.

Kenmerken potentiële milieueffecten

13

3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11 3.12 3.13 3.14 3.15

Landschap en groen Natuur Cultuurhistorie en archeologie Bodem Water en klimaat Verkeer en mobiliteit Geluid Luchtkwaliteit Trillingen Geur Licht Omgevingsveiligheid Gezondheid Energie en circulariteit Cumulatie

13 15 19 22 26 37 45 51 56 56 56 56 58 60 63

4.

Conclusie

64

5.

Bibliografie

68

6.

Bijlagen

69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

1.

Inleiding

1.1

Aanleiding Gebiedsprogramma Haansberg De gemeente Etten-Leur heeft een masterplan opgesteld dat als gebiedsprogramma zal worden vastgesteld, ten behoeve van de ontwikkeling van de woningbouwlocatie Haansberg. Dit masterplan, biedt een globale visie en beeld over hoe het gebied zich in de toekomst ontwikkelt. Het masterplan richt zich op de ontwikkeling van Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid en geeft ook een doorkijk naar een latere verder uit te werken uitbreiding met Haansberg-Noord. De realisatie van Haansberg vergroot het woningaanbod en de voorzieningen in de gemeente. Het Masterplan Haansberg geeft een eerste globale visie en beeld over de toekomstige ontwikkeling van Haansberg. Deze wordt vastgesteld als gebiedsprogramma, die vervolgens de basis vormt voor de verdere planuitwerking. Plan-mer-beoordeling en deze aanmeldnotitie In het kader van het gebiedsprogramma Haansberg wordt een zogenaamde plan-mer-beoordelings-procedure doorlopen (zie paragraaf 2.1). In de plan-mer-beoordelingsprocedure moet het bevoegd gezag (in het geval van het Gebiedsprogramma de gemeente Etten-Leur) nagaan of de ontwikkelingen in het gebiedsprogramma kunnen leiden tot aanzienlijk (negatieve) milieueffecten, die het doorlopen van een (volledige) plan-merprocedure noodzakelijk maken.

Deze aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling biedt het bevoegde gezag de informatie voor dit plan-mer-beoordelingsbesluit. Deze aanmeldnotitie beoordeelt de milieueffecten van de concrete ontwikkelingen Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid in het Gebiedsprogramma. De veldbloemen hof is al gerealiseerd en valt buiten de scope van deze aanmeld notitie. Het stedelijk uitloopgebied wordt niet meegenomen in deze mer-beoordeling. Ook de ontwikkeling van Haansberg-Noord valt buiten deze plan-merbeoordeling, omdat deze nog onvoldoende concreet is. Hoofdstuk 3.15 biedt wel een doorkijk naar de ontwikkeling van Haansberg-Noord en de mogelijke cumulatie van de effecten wanneer Haansberg-Noord wordt ontwikkeld met de effecten van Haansberg-Noord en Haansberg-Zuid.

Figuur 1-1 Plangebied gebiedsprogramma Haansberg (Bron: Masterplan Haansberg, 2025)

blad 4 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

1.2

Een aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling bij een gebiedsprogramma In het kader van het Gebiedsprogramma Haansberg wordt een plan-mer-beoordelingsprocedure doorlopen. Dit omdat het een plan betreft dat kaders stelt aan mogelijk mer-beoordelingsplichtige activiteiten (zoals woningbouw) en/of kan leiden tot significant negatieve milieueffecten op omliggende Natura2000-gebieden. In een plan-mer-beoordelings-procedure moet het bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Etten-Leur, afwegen of de voorgenomen ontwikkeling kan leiden tot aanzienlijke (negatieve) milieueffecten op de omgeving, die zouden noodzaken tot het doorlopen van een (uitgebreide) plan-mer-procedure. Deze afweging om wel of geen plan-mer-procedure te doorlopen moet expliciet afgewogen en besloten worden door het bevoegd gezag: het plan-mer-beoordelingsbesluit. Het uitgangspunt (“geest van de wet”) hierbij is dat er in beginsel geen plan-merprocedure doorlopen hoeft te worden, tenzij het bevoegd gezag bepaalt dat er sprake kan zijn van aanzienlijke milieueffecten. Deze aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling biedt een beoordeling van de milieuthema’s op hoofdlijnen, passend bij het abstractieniveau van het gebiedsprogramma. In een latere fase van de planvorming, bijvoorbeeld bij wijzigingsbesluiten van het omgevingsplan of BOPA’s, wordt, indien nodig, een project-merbeoordeling uitgevoerd.

1.3

Toetsingscriteria Bij het beoordelen of er sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu worden de toetsingscriteria gehanteerd in bijlage II van de Europese SMB-richtlijn. Hierin zijn twee criteria met uitgangspunten per criterium benoemd: kenmerken van het plan of programma en de kenmerken van de effecten:

blad 5 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

In de Omgevingswet staan geen inhoudelijke eisen ten aanzien van een aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling, wel ten aanzien voor een project-mer-beoordeling (artikel 11.10 Omgevingsbesluit): In ieder geval een beschrijving van: • a. het project, met in ieder geval een beschrijving van: 1° De fysieke kenmerken van het gehele project en, als dat van toepassing is, van de sloopactiviteiten; 2°. De locatie van het project, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn; • b. De mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project; en • c. voor zover er informatie over deze effecten beschikbaar is: de mogelijk aanzienlijke milieueffecten van het project als gevolg van: 1°. De verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; en| 2°. Het gebruik van natuurlijke bronnen, waaronder bodem, land, water en biodiversiteit. Deze kunnen ook gehanteerd worden voor een plan-mer-beoordeling1. In de Nederlandse werkpraktijk wordt aan een plan-mer-beoordeling (vergelijkbaar met de eisen aan een project-mer-beoordeling) een derde criterium toegevoegd: de plaats van het plan of programma (zie verder hoofdstuk 2). De criteria uit de Europese richtlijn en de Omgevingswet zijn naar de Nederlandse werkpraktijk vertaald, wat geaccepteerd is door de Raad van State.

1.4

Leeswijzer Dit document is als volgt opgebouwd: • Hoofdstuk 2 “Kenmerken van het plan en de plaats van het plan” beschrijft het plangebied, de hoofdlijnen van het gebiedsprogramma, de aanwezige gevoelige gebieden en autonome ontwikkelingen. • Hoofdstuk 3 “Kenmerken potentiële milieueffecten” beschrijft de verwachte milieueffecten en de maatregelen om negatieve effecten te mitigeren. • Hoofdstuk 4 “Conclusie” geeft een eindconclusie: Is er sprake van aanzienlijke (negatieve) effecten, die het doorlopen van een plan-mer-procedure noodzakelijk maken.

1

De eisen aan een plan-mer-beoordeling (bijlage II Europese SMB richtlijn) en project-mer-beoordeling (bijlage III Europese mer-richtlijn) zijn tekstueel enigszins anders. In jurisprudentie is echter al gesteld dat beide inhoudelijk vergelijkbaar zijn.

blad 6 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

2.

Kenmerken van het plan en de plaats van het plan

2.1

Voorgeschiedenis De bevolking en de vraag naar woningen in Etten-Leur groeit. Etten-Leur heeft de afgelopen decennia ingezet op binnenstedelijke ontwikkelingen. Binnen het bestaande bebouwde gebied is naar ruimte gezocht voor nieuwe woningen. Om te voorzien in de woningbehoefte is de uitbreiding van Etten-Leur noodzakelijk. Vanaf eind jaren 90 is de gemeente gestart met de aankoop van gronden en is Haansberg benoemd als ontwikkel locatie in beleidsdocumenten. In 2022 is de Omgevingsvisie ‘Etten-Leur doet het gewoon!’ vastgesteld door de gemeenteraad. De bouw van ongeveer 3.800 woningen vormt een hoofdopgave voor de Gemeente Etten-Leur. De nieuwbouw moet bijdragen aan het imago van Etten-Leur als dorp met sterke stedelijke voorzieningen versterken. In 2022 en 2023 is er een verkeersstructuur onderzoek uitgezet om de beste verkeersontsluiting voor de Haansberg in beeld te brengen. In 2023 is besloten dat een ‘interne lus’ de beste verkeersontsluiting is voor het gebied. In 2022 zijn de deelgebieden van het ontwikkelgebied Haansberg vormgegeven. In 2023 tot 2025 is er gewerkt aan de visie op Haansberg. Deze visie is opgenomen in Het Masterplan Haansberg. Het Masterplan Haansberg beschrijft de uitgangspunten voor de nieuwe woonwijk, de ontwikkelrichting en de stedenbouwkundige opzet.

Op basis van het Masterplan Haansberg zijn inmiddels zijn de eerste besluiten over de inrichting van de nieuwe woonwijk genomen. Ook toekomstige besluiten zullen het Masterplan Haansberg als uitgangspunt gebruiken. De ambities uit het Masterplan worden verder geconcretiseerd in het omgevingsplan, de vergunningen, beeldkwaliteitsplannen, het realisatieproces en de inrichtingsplannen.

Figuur 2-1 Voorgeschiedenis ontwikkeling Haansberg (Bron: Masterplan Haansberg, 2025)

2.2

Ligging plangebied Het plangebied, Haansberg, is ongeveer 115 hectare groot en ligt in het noordwesten van Etten-Leur. Het gebied is begrensd door de Hoevenseweg, Bankenstraat, Goorstraat en Oude Grind/Haansberg. Ten zuiden van het plangebied ligt het bedrijventerrein Vosdonk, woonwijk De Grient en het centrum van Etten-Leur. De oostzijde van het gebied is begrensd door de woonwijk Sanderbanken en ten noorden en westen van het plangebied ligt het buitengebied van Etten-Leur met daarin veel landbouw. Het plangebied omvat vijf deelgebieden (Zie Figuur 2-2). De deelgebieden zijn woonbuurt Veldbloemenhof, woonbuurt Haansberg-Oost, woonbuurt Haansberg-Zuid, stedelijk uitloopgebied en Haansberg-Noord. De Veldbloemenhof is in 2024 gerealiseerd. Haansberg-Noord is gereserveerd voor toekomstige woningbouwplannen. De overige deelgebieden worden in de komende jaren ontwikkeld.

blad 7 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 2-2 Deelgebieden ontwikkeling Haansberg (Bron: Masterplan Haansberg, 2025)

In deze plan-mer-beoordeling wordt de ontwikkeling van Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid, inclusief het zuidelijke deel van de parkzone, beoordeeld. De parkzone vormt het hart van Haansberg. Deze grote groenblauwe ruimte, die loopt van zuidoost naar noordwest, vormt de as voor ontmoeting in Haansberg. De Veldbloemenhof is al gerealiseerd en Haansberg-Noord is gereserveerd voor toekomstige woningbouw ontwikkeling.

2.3

Hoofdlijnen Gebiedsprogramma Haansberg Haansberg vormt een nieuwe woningbouwlocatie waar mensen een fijne plek hebben om te wonen, werken en ontspannen in een groene omgeving met een goed watersysteem. Haansberg wordt onderdeel van het regionaal stedelijk systeem. Binnen het regionaal stedelijk systeem maken inwoners gebruik van voorzieningen, zoals treinstations, werkgebieden, winkelcentra, onderwijsinstellingen en recreatievoorzieningen uit andere regio’s. Als onderdeel van de Stedelijke Regio Breda Tilburg (SRBT) bieden de ontwikkelingen in Haansberg vernieuwende en toegevoegde waarde aan Etten-Leur en de omliggende regio. Voor de ontwikkeling van Haansberg is een Masterplan opgesteld. Dit Masterplan vormt de basis van het gebiedsprogramma. De ontwikkel principes uit het Masterplan Haansberg zijn: • Bodem- en watersystemen zijn sturend bij ruimtelijke ontwikkelingen; • Economische innovatie en verstedelijking gaan hand in hand; • Een woning moet dienen als een hefboom, dus ook andere doelen bereiken dan alleen de behoefte aan een woning; • Meer mobiliteitsgelijkheid door ruimte te bieden voor verandering in mobiliteitsgedrag; • Groen en voorzieningen groeien mee met verstedelijking. Wonen en werken

blad 8 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

In Haansberg moet iedereen prettig, veilig en gezond kunnen wonen en werken. Binnen de wijk komt een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen en prijsklassen. Daarnaast komt er een goede verbinding met het centrum, station en het bedrijventerrein Vosdonk.

In totaal worden er 1.425 tot 1.450 woningen gerealiseerd in Haansberg. Voor de realisatie van de woningen gelden de volgende uitgangspunten: • De bouw van ongeveer 200 woningen per jaar; • Er worden ongeveer 1.300 woningen in Haansberg-Zuid gerealiseerd tussen 2026 en 2032; • Er worden ongeveer 125 tot 150 woningen gebouwd in Haansberg-Oost; • Er komen 8 standplaatsen voor woonwagenbewoners in Haansberg-Zuid; • De bouwhoogte omvat maximaal 10 bouwlagen (exclusief technische constructies); • Binnen de wijk zijn voldoende fysieke ontmoetingsplekken voor bewoners en ondernemers; • Binnen de wijk komt een kindcentrum en diverse zorgvoorzieningen; • Langs de rand van de wijk is ruimte voor een (super)marktvoorziening. Haansberg wordt in fases ontwikkeld, verdeeld over verschillende gebieden. De eerste woonbuurt, HaansbergOost, is als eerste aan de beurt. Tegelijk wordt gewerkt aan de planuitwerking van de parkzone, de woonbuurten in Haansberg-Zuid en het stedelijk uitloopgebied. Haansberg-Noord is gereserveerd voor toekomstige woningbouw. Verkeer en mobiliteit Binnen Haansberg staat een gezonde en veilige manier van verplaatsen voorop. De fiets en wandelpaden kunnen zowel functioneel als recreatief worden gebruikt. Het verblijven binnen de wijk wordt aangemoedigd en autoverkeer verminderd door voldoende voorzieningen op loop- en fietsafstand te creëren.

Gezamenlijk gebruik van vervoersmiddelen en openbare innovatieve vervoersmiddelen in en rondom Etten-Leur wordt gestimuleerd. Voor de ontwikkeling van Haansberg zijn de volgende besluiten voor verkeer en mobiliteit vastgelegd. • Het STOMP-principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobiliteit als dienst en Privéauto) vormt het uitgangspunt, waarbij de volgorde bewust de voorkeursvolgorde van vervoersmiddelen weergeeft, van meest duurzaam (lopen) tot minst duurzaam (eigen auto). • Fietsers en voetgangers hebben voorrang binnen de wijk; • Er is een goede verbinding naar het station en centrum via fiets en looproutes; • Openbaar vervoer wordt gestimuleerd waarbij de twee bushaltes bij de entrees van de wijk het uitgangspunt vormen; • De auto is te gast en de maximale snelheid is 30 km/uur; • Er is voldoende parkeergelegenheid op maximaal 150 meter loopafstand van de woning. Natuur Haansberg wordt een groene wijk met respect voor cultuurhistorische waarden. De wijk heeft een hoge biodiversiteit, met veel bomen en volop ruimte voor kinderen om buiten te spelen. Bodem en water vormen de basis voor de ontwikkeling van groen de wijk. De groenblauwe hoofdstructuur vormt een belangrijk inrichtingsconcept voor de wijk. In een nieuwe boomkwekerij in Haansberg wordt gewerkt aan de ontwikkeling van specifieke boomsoorten.

De Parkzone loopt van zuidoost naar noordwest en biedt ruimte voor recreatie. De parkzone wordt verbonden met het stedelijk uitloopgebied. Voor de ontwikkeling van natuur binnen Haansberg zijn de volgende besluiten vastgelegd. • • • •

De natuurambities in het Groenplan Etten-Leur vormen de ondergrens voor het ontwerp van Haansberg; Er wordt maximaal ingezet op een groene inrichting. De verharding blijft beperkt tot het minimum; Biobased materialen worden zoveel mogelijk toegepast op basis van haalbaarheid en betaalbaarheid; Biodiversiteit is het uitgangspunt voor de gebiedsontwikkeling.

blad 9 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

• •

Er wordt voldaan aan de hemelwaterverordening en er wordt gestreefd naar 70 mm waterberging. In het stedelijk uitloopgebied wordt via groenblauwe doelstellingen hemelwater vastgehouden.

Voorzieningen De voorzieningen binnen Haansberg moeten op loop- en fietsafstand liggen. Binnen de wijk worden een kind centrum (eerst tijdelijk en later permanent), ontmoetingsplekken en recreatiemogelijkheden gerealiseerd. Binnen de wijk komen hubs voor o.a. deelmobiliteit, afvalinzameling, pakketautomaten en het opladen van elektrische auto’s.

2.4

Gevoelige gebieden en waarden Binnen en rondom het plangebied bevindt zich een aantal gevoelige gebieden en waarden. Bij de ontwikkeling van Haansberg moet rekening gehouden worden met de bescherming van deze gebieden om negatieve effecten te minimaliseren. Natuur: Natura2000 en NNB Er ligt geen Natura 2000-gebied in of direct aangrenzend aan het plangebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden zijn het Hollands Diep ten noorden van het plangebied, het Ulvenhoutse Bos ten oosten van het plangebied en de Brabantse Wal ten zuidwesten van het plangebied. Deze gebieden liggen op meer dan 12 km afstand van Haansberg. Er liggen geen beschermde natuurgebieden in het kader van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) in het plangebied. Wel liggen er in de directe omgeving beschermde NNB-gebieden, zoals een klein perceel tussen de Bankenstraat en de Achter de Vaart Laakseweg.

Figuur 2-3 Beschermde natuurgebieden rondom Haansberg

blad 10 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Landschap, cultuurhistorie en archeologie Binnen het plangebied is de landschappelijke hoofdstructuur duidelijk zichtbaar in het huidige verkavelings- en slotenpatroon. De beken in het landschap lopen allemaal van noord naar zuid. De oude wegen, zoals de Hoge Donk, Haansberg en de Bankenstraat, volgen dit patroon. Haansberg is een van de oudste wegen in het gebied en is al eeuwenlang bewoond. Haansberg is van oudsher een landbouwgebied. In het noordelijke deel van het plangebied liggen van oorsprong natte weiden en polders. In het huidige gebied is de ruilverkaveling duidelijk zichtbaar met grote aaneengesloten landbouwpercelen, gescheiden door ondiepe sloten. Het gebied is sinds de middeleeuwen bewerkt door boeren. Water Binnen het gebied zijn voornamelijk kleine watergangen aanwezig. Deze voeren het oppervlaktewater af richting de Laakse Vaart. Er is weinig tot geen ruimte voor extra waterafvoer vanuit het gebied. De Laakse Vaart is op zijn maximale capaciteit. Binnen het gebied Haansberg is een natuurlijk hoogteverschil van 4 meter. Dit biedt kansen voor natuurlijke waterberging binnen het gebied. Natuurlijke infiltratie is, door de aanwezigheid van kleilagen, niet overal in het gebied mogelijk (Zie paragraaf 3.5 meer informatie). Ruimtegebruik en mogelijk gehinderden Het plangebied wordt voornamelijk gebruikt voor landbouw.

Langs de randen van het gebied bevinden zich agrarische erven, particuliere woningen, en enkele kleinschalige bedrijven. Haansberg grenst aan Vosdonk, een gezoneerd bedrijventerrein waar lawaaiige activiteiten mogen plaatsvinden. De geluidzone van het bedrijventerrein loopt deels over Haansberg. De toegestane geluidshinder is volgens de omgevingsvisie groter dan de werkelijke geluidshinder. Er wordt door de gemeente gekeken of de geluidzone binnen de Omgevingswet kan worden verkleind zonder de activiteiten op Vosdonk te belemmeren.

2.5

Autonome ontwikkelingen en cumulatie Cumulatie is het tegelijk optreden van effecten waardoor het totaaleffect groter wordt. In het kader van Haansberg kan sprake zijn van twee soorten cumulatie: • •

Binnen het project: cumulatie van effecten van de deelgebieden samen; Met andere projecten in en rond het plangebied (autonome ontwikkelingen).

Cumulatie is met name relevant als het effect door Haansberg gering is en niet aanzienlijk, maar cumulatie met effecten van andere deelgebieden en/of projecten in de omgeving ervoor zorgt dat het totaaleffect groter en daarmee mogelijk wel aanzienlijk is. Als het effect van de Haansberg op zichzelf al aanzienlijk is, zijn sowieso maatregelen nodig om het effect te voorkomen dan wel te beperken (mitigatie). Daar verandert cumulatie met andere projecten niets aan. Cumulatie is ook niet relevant als Haansberg geen negatieve effecten veroorzaakt, omdat er in dat geval geen basis is om aanvullende effecten te beschouwen of te combineren met die van andere projecten in de omgeving. Het gaat bij cumulatie om het toevoegende effect van andere deelgebieden en/of andere projecten op het effect van Haansberg. Het gaat niet om een toetsing van de effecten van de omliggende projecten. Dat gebeurt in het kader van de plan- en besluitvorming voor die projecten. Om te bepalen of er sprake is of kan zijn van cumulatie met andere projecten is in deze paragraaf een inventarisatie gedaan van projecten in en rond het plangebied. Hierbij is gekeken welke grotere projecten in de omgeving mogelijke milieueffecten veroorzaken en of sprake kan zijn van cumulatie.

Mer-technisch/juridisch hoeven bij cumulatie alleen die projecten betrokken te worden waarover een plan is vastgesteld/ besluit is genomen (bv omgevingsplan of vergunning) maar die nog niet zijn gerealiseerd. Projecten die al zijn gerealiseerd behoren tot de achtergrond/ huidige situatie. Projecten waarvoor planvorming is gestart maar waarover nog geen besluit is genomen worden “nog onzekere toekomstige ontwikkelingen genoemd” en

blad 11 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

hoeven strikt genomen niet bij cumulatie betrokken te worden. Ditzelfde geldt voor trendmatige ontwikkelingen als klimaatverandering e.d. Het masterplan richt zich op de ontwikkeling van Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid en geeft ook een doorkijk naar een latere verder uit te werken uitbreiding met Haansberg-Noord. De plannen voor Haansberg-Noord worden verder uitgewerkt wanneer Haansberg-Zuid in ontwikkeling is. Voordat dit deelgebied verder wordt ontwikkeld worden de effecten op verkeer in beeld gebracht. Zodra Haansberg-Noord wordt ontwikkeld wordt er naar de verkeersafwikkeling en de eventuele noodzaak voor nieuwe infrastructuur zoals een noordelijke randweg gekeken. De woningen in de Veldbloemenhof beschikken over een tijdelijke vergunning met een looptijd van 15 jaar. Er zijn nog geen afspraken gemaakt over de periode na 15 jaar. Mogelijk wordt de vergunning verlengd of worden de woningen gemoveerd of afgebroken.

blad 12 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

3.

Kenmerken potentiële milieueffecten

3.1

Landschap en groen

3.1.1

Huidige situatie De huidige situatie in Haansberg-Zuid en Haansberg-Oost is vergelijkbaar en wordt hieronder gezamenlijk besproken. In Haansberg-Oost zijn de oorspronkelijke landschappelijke structuren echter minder duidelijk aanwezig door de bestaande bebouwing. Haansberg is gelegen op de overgang van het hogere Brabantse zandgebied naar de lagere beekdalzones in het noordwesten. Deze ligging op een tektonische horst heeft geleid tot een gelaagd en gevarieerd bodemprofiel dat het landschap mede vormgeeft. Dit uit zich in een kleinschalig, geaccidenteerd landschap met afwisselend hogere zandruggen, lagere beekdalen en lokaal reliëfrijke terrasrelicten. Geomorfologische structuur Het huidige landschap is opgebouwd uit meerdere geologische lagen die direct zichtbaar en ruimtelijk beleefbaar zijn. De hogere delen bestaan uit dekzandruggen en terrasafzettingswelvingen, veelal ontstaan tijdens de laatste ijstijd (Weichselien), en liggen tot ongeveer 4 meter boven NAP. Deze ruggen bepalen de ruimtelijke structuur van het landschap en geven een open, licht golvend karakter aan het gebied. Het zuidwestelijke deel bevat een opvallende dekzandrug, die zich onderscheidt als een visuele hoogte in het landschap. Richting het oosten verloopt het terrein naar lagere delen in de nabijheid van het beekdal van de Laakse Vaart.

Dit beekdal is diep ingesneden, met steile flanken en een duidelijke morfologische overgang tussen hoog en laag, zichtbaar op zowel hoogtekaarten als in het veld. Deze afwisseling draagt bij aan een gevarieerd landschapsbeeld en ecologische diversiteit. Landschapsvormende processen Door natuurlijke processen als windafzetting, verspoeling en veenvorming, gecombineerd met duizenden jaren menselijke activiteit (zoals veenwinning, landbouw en plaggenbemesting), is een mozaïeklandschap ontstaan met een hoge historische gelaagdheid. Dit is zichtbaar in de aanwezigheid van laarpodzolgronden en hoge zwarte enkeerdgronden, die niet alleen bodemkundig relevant zijn, maar ook cultuurhistorisch van belang. De centrale ligging van Haansberg tussen hogere zandgronden en de voormalige veenzones rond de Laakse Vaart maakt het gebied onderdeel van een bredere landschappelijke eenheid met herkenbare patronen: een netwerk van oude akkercomplexen, restanten van turfvaarten, oude erfstructuren en agrarisch gebruik wisselen elkaar af. Vooral de zichtlijnen vanaf de hoger gelegen zandruggen richting de beekdalzones zijn landschappelijk waardevol. Cultuurhistorische inbedding De Haansberg is ook herkenbaar als oud akkergebied, omgeven door bijbehorende boerderijen en historische verkaveling.

De ligging nabij oude vaarten en het voormalige turfgebied ‘Monnikenriool’ laat de invloed van menselijk ingrijpen in de ontwikkeling van het landschap zien. Dit historisch-geografisch patroon is nog steeds deels zichtbaar in de perceel structuur, waterlopen en de spreiding van erven. Sinds de jaren ‘70 en ‘80 is het landschap veranderd door de ruilverkaveling. De oorspronkelijke kavels, slootjes en beplanting maakten plaats voor grotere percelen, geschikt voor efficiënte bewerking met landbouwmachines. De gaafheid van het landschap is in de jaren 70 en 80 aangetast maar niet geheel verloren gegaan. De oorspronkelijke verkaveling is deels nog intact en duidelijk herkenbaar in het landschap aanwezig. Wel zijn veel van de oorspronkelijke groenstructuren verloren gegaan. In figuur 3-1 is deze tijdreis weergegeven. Het plangebied bestaat uit een relatief open landschap. Langs de Haansberg en de Hoevenseweg zijn lijnvormige cultuurhistorische elementen aanwezig. De groene begroeiing langs deze wegen vormt een karakteristiek element in de open omgeving. Een opvallende blikvanger in het plangebied is de watertoren langs de Hoevenseweg. De watertoren staat buiten het plangebied maar is vanuit Haansberg goed zichtbaar en vormt een kenmerkend herkenningspunt. In en rond het plangebied zijn geen provinciaal beschermde landschappelijke waarden aanwezig. blad 13 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-2 Topotijdreis Haansberg (Bron: www.topotijdreis.nl)

3.1.2

Effecten Haansberg De aanleg van Haansberg heeft effect op het open landschap en het aanwezige groen. Door de realisatie van Haansberg maakt het open agrarische karakter plaats voor een stedelijk gebied en wordt het zicht op de Watertoren deels verstoord. Door de realisatie van Haansberg, met maximaal 10 bouwlagen op enkele plekken in de Parkzone, verdwijnt de kleinschaligheid en de openheid van het landschap. De verwijdering van houtwallen, losse bomen en watergangen zullen het landschap mogelijk ook aantasten. In het masterplan zijn een aantal maatregelen opgenomen om Haansberg zoveel als mogelijk in te passen in het landschap en om bestaande kenmerkende landschappelijke en groenstructuren zoveel mogelijk te behouden. In Haansberg wordt een groenstructuur aangelegd in oost-west richting (de parkzone), tussen Etten-Leur en het stedelijk uitloopgebied. De bestaande cultuurhistorische groenwaarden, zoals de groene lijn langs de Hoevenseweg en de Haansberg, worden zoveel mogelijk beschermd en versterkt door de toevoeging van robuuste groene verbindingen en de koppeling met het de groenblauwe structuur (parkzone) en het stedelijk uitloopgebied. In de wijk zullen veel bomen worden geplant en zullen daken, gevels, erfafscheidingen en tuinen zoveel mogelijk groen worden ingericht.

Bewoners worden geïnspireerd door excursies en bijeenkomsten om de groene doelen en ambities te omarmen en hun eigen tuin en werkplaats zo groen mogelijk te maken. Waar mogelijk wordt open verharding toegepast en groene verharding op parkeerplaatsen. In de huidige plannen staan geen concrete regels voor de inrichting van het groen binnen Haansberg. Het Groenblauw raamwerk wordt uitgewerkt in de volgende planologische fase. Dit raamwerk wordt verankerd in het omgevingsplan. De mate waarin de ambities worden geïmplementeerd hangt sterk af van keuzes van inwoners en aanvullende inrichtingseisen die landen in het groenblauwe raamwerk. Effecten Haansberg-Oost De ontwikkeling van Haansberg-Oost heeft beperkte impact op de aanwezigheid en beleving van landschap en groen. Het gebied ligt tegen de rand van Etten-Leur waar het typische ruilverkavelingslandschap en openheid minder prominent aanwezig is door de al aanwezige bebouwing. In het gebied zijn enkele lijnvormige groenstructuren aanwezig. Een deel van deze groenstructuren is aangemerkt als cultuurhistorische groenwaarden en zijn beschermd tijdens de ontwikkeling van Haansberg-Oost. Mogelijk kunnen niet alle groenstructuren binnen het gebied behouden blijven. blad 14 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Effecten Haansberg-Zuid De sterk verkavelde landbouwgronden worden omgevormd tot een groene woonwijk. Hierdoor zal het karakteristieke landschappelijke beeld binnen het plangebied verdwijnen en verandert de beleving van het landschap. Door het versterken van de groenstructuren in Haansberg-Zuid, de aanleg van het stedelijk uitloop gebied en de parkzone wordt de groenstructuur in het gebied verbeterd. Dit biedt ook kansen voor het behoud van het landschappelijke karakter buiten het gebied met beperkte verstoring door de aanwezige nieuwbouw structuren.

3.1.3

Conclusie De ontwikkeling van Haansberg heeft effecten op landschap en groen. De kenmerkende Watertoren zal vanuit de huidige stadsrand grotendeels aan het zicht onttrokken worden. Ook vanuit het plangebied zal de Watertoren deels niet meer in beeld zijn. Dit wordt echter niet gezien als een aanzienlijk (negatief) milieueffect. Het sterk verkavelde landschap zal verdwijnen door de ontwikkeling van Haansberg-Zuid. Wel zijn er kansen voor de toename van (recreatief) groen binnen het plangebied. De nadruk op natuurontwikkeling en de aanleg van een robuuste groene structuur biedt veel kansen voor een positieve groene ontwikkeling. De uiteindelijke effecten op landschap en groen zijn in sterke mate afhankelijk van de specifieke planuitwerking. De robuuste groenblauwe structuren worden in de volgende fase verder uitgewerkt en juridisch geborgd in het omgevingsplan. Hierbij liggen er met name in Haansberg-Zuid veel kansen voor inpassing in het landschap en het versterken van de groene structuur.

3.1.4

Noodzaak en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: • • •

Borgen van robuuste groenblauw structuren in het omgevingsplan. Herplanting van of compensatie voor bomen die verwijderd moeten worden. De lijnvormige groenstructuren maken bij voorkeur onderdeel uit van de planontwikkeling; als dit niet mogelijk is, moet worden gecompenseerd voor het verlies ervan.

Met de voorgestelde mitigerende maatregelen is geen sprake van aanzienlijke negatieve effecten voor het thema Landschap en groen. Ook zal worden voldaan aan de provinciale vereisten met betrekking tot kwaliteitsverbetering landschap. Er wordt geïnvesteerd in het stedelijk uitloopgebied en elders in het buitengebied van Etten-Leur. In aanvulling op de noodzakelijke mitigerende en compenserende maatregelen kan het thema Landschap en groen verder worden versterkt door het implementeren van de volgende maatregelen: •

Het benutten van koppelkansen tussen recreatie, stedelijk groen en natuurontwikkeling biedt de mogelijkheid om de leefkwaliteit te verbeteren, biodiversiteit te versterken en multifunctioneel ruimtegebruik te stimuleren.

3.2

Natuur

3.2.1

Huidige situatie Natura 2000 Het plangebied Haansberg in de gemeente Etten-Leur bevindt zich niet in de directe nabijheid van Natura 2000gebieden. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft het Ulvenhoutse Bos, op ruim 12 kilometer. Binnen een straal van 25 km rondom het plangebied bevinden zich ook het Hollands Diep, Krammer-Volkerak, Brabandtse wal, Biesbosch, Haringvliet en Oudeland van Strijen.

blad 15 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-3 Natura 2000 in de omgeving van het plangebied

NNB (Natuurnetwerk Brabant) Het plangebied Haansberg maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) of een ander nationaal of provinciaal natuurnetwerk. De ligging van beschermde natuurgebieden binnen deze netwerken is weergegeven Figuur 3-4.

Figuur 3-4 NNB-gebieden in de omgeving van het plangebied

blad 16 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Beschermde plant- en diersoorten Binnen het plangebied zijn diverse beschermde planten- en diersoorten aangetroffen of potentieel aanwezig, zoals vastgesteld in de quickscan plangebied Haansberg (Ecodat, 2023). Zoogdieren In de nabije omgeving van het plangebied komen verschillende beschermde zoogdieren voor, waaronder de boommarter, bunzing, steenmarter, wezel en eekhoorn. Ook zijn verschillende vleermuissoorten waargenomen binnen een straal van 10 kilometer, zoals de gewone dwergvleermuis, franjestaart, laatvlieger en rosse vleermuis. Gedurende het veldbezoek zijn geen directe sporen van deze dieren aangetroffen. De aanwezigheid van geschikte verblijfplaatsen, zoals schuren, houtwallen en losse bomen, maakt het plangebied echter potentieel geschikt als leefgebied. Aanvullend onderzoek is nodig zijn om de werkelijke aanwezigheid van deze soorten te bevestigen en passende mitigerende maatregelen te treffen. Vogels Diverse vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest komen voor in het plangebied, waaronder de boerenzwaluw, buizerd, ekster, huismus, kerkuil en torenvalk. Ook zijn soorten als de ijsvogel en steenuil waargenomen. De geplande ontwikkelingen kunnen verstoring van nestplaatsen veroorzaken. Aanvullend onderzoek en ecologisch werkprotocol zijn noodzakelijk om te kunnen concluderen of er wel of geen verstoring plaatsvindt.

Amfibieën en reptielen Binnen een straal van 1 kilometer van het plangebied zijn beschermde amfibieën en reptielen waargenomen, waaronder de kamsalamander en levendbarende hagedis. Binnen het plangebied zelf zijn geschikte biotopen aanwezig, zoals houtwallen en sloten. Als werkzaamheden voortplantingswater of winterhabitat aantasten, is aanvullend onderzoek noodzakelijk om te kunnen concluderen of er wel of geen verstoring plaatsvindt. Als er verstoring plaatsvindt zijn mitigerende maatregelen nodig om de effecten te beperken. Vaatplanten Beschermde vaatplantsoorten, zoals kruiptijm, knolspirea en wilde ridderspoor, zijn in de omgeving waargenomen. Binnen het plangebied zijn echter geen geschikte biotopen voor deze soorten geïdentificeerd. Vervolgonderzoek is noodzakelijk om de daadwerkelijke aanwezigheid van deze plantensoorten te bevestigen. Insecten De quickscan wijst uit dat enkele beschermde insectensoorten, zoals de grote vos en teunisbloempijlstaart, potentieel aanwezig kunnen zijn in het plangebied. De aanwezigheid van geschikte waardplanten zal in aanvullend onderzoek moeten worden vastgesteld.

3.2.2

Effecten Haansberg Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op 12 km afstand van het plangebied. Er zijn hierdoor geen verstorende factoren die negatieve effecten hebben op Natura 2000-gebieden, zoals oppervlakteverlies, versnippering, verdroging of verstoring door trilling, licht en geluid. In opdracht van de gemeente Etten-Leur is er een stikstofdepositie onderzoek opgesteld door Wematech (5 november 2025) in het kader van de het project Haansberg aan de Hoevenseweg. Uit het onderzoek kan worden geconcludeerd dat in diverse bouwjaren een depositie (>0,00 mol/ha/jaar) wordt berekend op diverse Natura 2000-gebieden. Aan de hand van de rekenresultaten van het maatgevende (bouw-)jaar 2027 betreft dit een bijdrage van maximaal 0,04 mol/ha/jaar ter plaatse van natuurgebied ‘Ulvenhoutse Bos’. In het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor een Natura 2000 activiteit is onderzocht of gebruik gemaakt kan worden van de mitigerende maatregel intern salderen. Hiertoe is een verschilberekening gemaakt tussen de beoogde situatie en de referentiesituatie (agrarische percelen en rundveehouderij). Op basis van de verschilberekeningen kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse Bos’ geen bijdrage (> 0,00 mol/ha/jaar) wordt berekend ten opzichte van de referentiesituatie.

Ter plaatse van de Natura 2000-gebied de ‘Brabantse Wal en Krammer Volkerak’ wordt echter nog immer een bijdrage (>0,00 blad 17 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

mol/ha/jaar) berekend. Deze depositie is echter het gevolg van de afkapgrens op 25 km. Bij het nader beschouwen van deze randeffecten is geconcludeerd dat de depositie tijdens de aanleg volledig wordt gecompenseerd door intern salderen. Hiertoe dient voor de realisatie wel gebruik te worden gemaakt van de mobiele werktuigen en vrachtwagens zoals aangegeven in onderhavig onderzoek en SEB4. Daarnaast is in het kader van de additionaliteitsvereiste beschouwd of het salderende bedrijf mag worden ingezet voor de ontwikkeling van Haansberg of anders gezegd niet nodig zijn/geen wezenlijke bijdrage leveren voor het behalen het provinciale doel voor het jaar 2030. Op basis van zowel de tijdelijke als de permanente afname van depositie ter plaatse van de meest kritische Natura 2000-gebieden kan geconcludeerd dat het initiatief past binnen de doelstellingen van het provinciale beleid met een afname van >44% afname gedurende realisatie van de planontwikkeling en 72% afname van de emissiebronnen die stikstofoxiden en ammoniak emitteren als gevolg van de activiteiten in het beoogde plangebied (2040). Geacht wordt dat hiermee wordt voldaan aan het additionaliteitsvereiste voor de realisatie van het nieuwe woongebied.

Voor wat betreft het aspect stikstofdepositie zijn er derhalve vanuit de Omgevingswet geen belemmeringen voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit. NNB en soorten Tijdens de aanlegfase van de ontwikkeling van Haansberg zullen diverse werkzaamheden plaatsvinden die de aanwezige natuurwaarden binnen het plangebied beïnvloeden. De verwijdering van houtwallen, losse bomen en watergangen leidt tot het verlies van verblijfplaatsen voor vleermuizen, vogels en kleine zoogdieren. De aanwezige boomstructuren worden zoveel mogelijk behouden. Het bouwrijp maken van het terrein verstoort beschermde amfibieën en zoogdieren die gebruikmaken van de aanwezige schuilplaatsen. Het dempen of aanpassen van sloten heeft negatieve gevolgen voor watergebonden soorten zoals amfibieën en vissen, waaronder de grote modderkruiper. Bovendien zorgen de bouwwerkzaamheden tijdelijk voor verstoring van jaarrond beschermde vogelsoorten en zoogdieren zoals de steenmarter en eekhoorn. Na realisatie van Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid treden er ook effecten op. De aanleg van nieuwe groen verbindingen o.a. de groenblauwe hoofdstructuur en de verbinding tussen het stedelijk gebied en het stedelijk buiten gebied creëert nieuw leefgebied voor vogels, vleermuizen en kleine zoogdieren.

De introductie van bebouwing en verlichting verstoort nacht actieve soorten, zoals vleermuizen die het gebied als foerageergebied gebruiken. De aanpassingen aan watergangen (demping van sloten) en bodemstructuren (ophoging van het plangebied) leiden tot verdroging van habitats die essentieel zijn voor amfibieën en vaatplanten. Afhankelijk van de inrichting biedt de aanleg van de blauwe hoofdstructuur en het vasthouden van water in het gebied mogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuwe geschikte habitats. Haansberg-Oost Voor Haansberg-Oost specifiek is een ecologische quickscan uitgevoerd om de impact van de geplande ontwikkeling op natuurwaarden in kaart te brengen. Het gebied omvat agrarische gronden, houtwallen, sloten en losse bomen die functioneren als leefgebied voor diverse beschermde diersoorten. Uit het onderzoek blijkt dat het plangebied potentieel functioneel leefgebied is voor vleermuizen, marterachtigen, broedvogels en amfibieën, waaronder de kamsalamander. De aanleg van de woonwijk leidt tot verlies van leefgebied en verstoring door bouwactiviteiten en verhoogde menselijke activiteit. Haansberg-Zuid In Haansberg-Zuid zijn veel kavelsloten en houtwallen aanwezig. Tijdens de planuitwerking worden de bestaande groenstructuren zoveel mogelijk behouden en waar mogelijk versterkt. Niet al het aanwezige groen blijft echter behouden.

Haansberg-Zuid ligt in het hoger gelegen deel van het plangebied. Haansberg voldoet aan de hemelwaterverordening en wil water zoveel mogelijk in het gebied bergen. Regenwater wordt zo lang mogelijk vastgehouden in Haansberg-Zuid en uiteindelijk opgevangen in het stedelijk uitloopgebied. Afhankelijk van de detailuitwerking van de inrichting van de groen-blauwstructuur treedt er mogelijk een verlies aan habitattypen op door de ontwikkeling van Haansberg. Hierbij gaat het met name om de habitattypen die door verdroging (dempen van kavelsloten) en het weghalen van houtwallen verdwijnen. De realisatie van Haansberg-Zuid zal blad 18 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

met zekerheid leiden tot verstoring door bouwactiviteiten en verhoogde menselijke activiteit. Uit de Quickscan blijkt dat er mogelijk leefgebied verloren gaat voor de, vleermuizen, vogels met een jaarrond beschermd nest, kamsalamander en de gevlekte witsnuitlibel. De aanleg van nieuwe groen verbindingen o.a. de groenblauwe hoofdstructuur en de connectie tussen het stedelijk gebied en het stedelijk buiten gebied creëert echter ook nieuw leefgebied voor vogels, vleermuizen en kleine zoogdieren.

3.2.3

Conclusie De quickscan wijst uit dat de geplande ontwikkeling mogelijk negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en habitats binnen het plangebied Haansberg. De aanleg en het gebruik van de ontwikkeling kunnen onder andere gevolgen hebben voor vleermuizen, jaarrond beschermde vogels, amfibieën, en kleine zoogdieren. Afhankelijk van de aard en impact van de werkzaamheden zal aanvullend ecologisch onderzoek noodzakelijk zijn. Als het onderzoek uitwijst dat de benoemde soorten aanwezig zijn en dat mogelijk negatieve effecten niet zijn uit te sluiten dan dienen er mitigerende maatregelen genomen te worden om deze effecten te voorkomen dan wel te beperken en omgevingsvergunning in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) aangevraagd te worden. Waar nodig dienen mitigerende en compenserende maatregelen worden genomen om te voldoen aan de vereisten van de Omgevingswet en negatieve effecten op de natuurwaarden zoveel mogelijk te beperken. Voor de betreffende soorten zijn mitigerende maatregelen mogelijk: Er zijn voldoende mogelijkheden in en rondom het plangebied om nieuwe habitats en leefgebieden voor beschermde soorten te realiseren. Hiermee zijn er naar verwachting geen aanzienlijke milieueffecten ten aanzien van natuur.

3.2.4

Noodzaak en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: •

• • •

• •

•

Behoud en compensatie van leefgebied: Indien bomen, houtwallen of watergangen worden verwijderd, dient compensatie plaats te vinden door middel van herplanting of de aanleg van nieuwe ecologische structuren. In het Masterplan is de aanleg van een Vogelbos en een groenblauwe structuur opgenomen. Gefaseerde uitvoering van werkzaamheden: Om verstoring van fauna te minimaliseren, dienen ingrepen buiten het broedseizoen en/of kwetsbare periode van diersoorten uitgevoerd te worden. Ecologisch werkprotocol: Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een ecologisch werkprotocol gevolgd te worden om verstoring en schade aan beschermde soorten te minimaliseren. Beperking van lichtvervuiling: Door het gebruik van natuurvriendelijke verlichting kan verstoring van nacht actieve soorten zoals vleermuizen verminderd worden. Behoeftes van nacht actieve soorten (vleermuizen) moeten worden meegenomen in het verlichtingsplan. Herstel van watergangen: Eventuele demping of aanpassingen aan sloten dienen gecompenseerd te worden door het aanleggen van geschikte alternatieve water habitats. Om de impact op beschermde soorten te minimaliseren, worden aanvullende onderzoeken en mitigerende maatregelen aanbevolen, zoals het gefaseerd uitvoeren van werkzaamheden, het behoud van belangrijke landschapselementen en het creëren van alternatieve habitats.

Als het onderzoek uitwijst dat de benoemde soorten aanwezig zijn en dat mogelijk schadelijke handelingen niet zijn uit te sluiten dan dient dit onderzoek daarnaast ook ter onderbouwing van een omgevingsvergunning in het kader van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Salderen van stikstof uitstoot om negatieve effecten op Natura-2000 gebieden te voorkomen.

Met de voorgestelde mitigerende maatregelen is geen sprake van aanzienlijke negatieve effecten voor het thema Natuur.

3.3

Cultuurhistorie en archeologie

3.3.1

Huidige situatie Cultuurhistorie blad 19 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Er zijn geen monumenten gelegen in het plangebied. Ook ligt de ontwikkeling ook niet in beschermd stads-en dorpsgezicht. In het plangebied zijn wel verschillende cultuurhistorische groenwaarden aanwezig. De boomstructuren langs de Hoevenseweg en de Haansberg vormen een cultuurhistorische groene lijn langs de rand van het gebied. Archeologie Haansberg-Zuid Haansberg-Zuid ligt op de noordwestelijke rand van het Brabantse zandgebied en wordt gekenmerkt door terrasafzettingen (Formatie van Stramproy), deels afgedekt door een dekzandrug in het zuiden (Formatie van Boxtel). Op veel plaatsen is de bodem bedekt met een plaggendek dat sinds de Late Middeleeuwen is ontstaan. Archeologisch onderzoek wijst uit dat er een middelhoge verwachting bestaat op vindplaatsen uit het LaatPaleolithicum en Mesolithicum. Op de hogere dekzandruggen en terrasafzettingswelvingen geldt zelfs een hoge verwachting op nederzettingsresten uit het (Laat-)Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen. Daarnaast kunnen in delen van het gebied, zoals bij historische erven, ook resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd aanwezig zijn. Ondanks dat de bodem in delen van het gebied verstoord is door wegenaanleg, kabels en leidingen, wordt de top van de C-horizont op de hoger gelegen delen beschouwd als een potentieel archeologisch niveau. Hier kunnen nog bewoningssporen aanwezig zijn.

Daarom wordt geadviseerd om op deze hoger gelegen zones proefsleuvenonderzoek uit te voeren. Afhankelijk van de resultaten kan dit onderzoek worden uitgebreid naar de aangrenzende lagere delen. Ook bij bebouwde locaties wordt een combinatie van proefsleuvenonderzoek en archeologische begeleiding aanbevolen. Samenvattend kan worden gesteld dat Haansberg-Zuid, ondanks verstoringen, nog belangrijke archeologische waarden kan bevatten. Haanberg-Oost Voor Haansberg-Oost is er ook een bureau-en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. Doel van dit onderzoek is het toetsen van de archeologische verwachting door een inventarisatie te maken van eventueel aanwezige resten en/of vindplaatsen in het plangebied. Het onderzoek is gesplitst in twee delen: een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek. Het doel van het bureauonderzoek is met behulp van bestaande bronnen een specifiek archeologisch verwachtingsmodel voor het onderzoeksgebied op te stellen. Bij het inventariserend veldonderzoek is dit model in het veld getoetst en indien nodig bijgesteld. Het plangebied Haansberg-Oost is op de IKAW (Indicatieve Kaart Archeologische Waarden) gekarteerd als een gebied met een ‘hoge trefkans op het aantreffen van archeologische waarden’.

Op de archeologische beleidsadvieskaart voor de gemeente Etten-Leur (RAAP 2000) is het plangebied ‘Haansberg-Oost’ aangeduid als een gebied met een ‘middelmatige archeologische verwachting’ met een matige kwetsbaarheid in verband met de aanwezigheid van een esdek op deze locatie. Tijdens het veldonderzoek, uitgevoerd in de periode 14 tot en met 26 september 2006, zijn 46 boringen verricht. In het plangebied zijn geen archeologische waarden aangetroffen. Er zijn twee vondsten gedaan. Het betreft echter mestsaardewerk, of materiaal dat in verstoorde context is aangetroffen. Geen van de vondsten duidt een vindplaats in situ aan. Op basis van de resultaten van het karterende booronderzoek is voor het onderzoeks-terrein een archeologisch verwachtingskaart opgesteld. Voor het gehele plangebied Haansberg-Oost geldt dat het een lage archeologische verwachting heeft gekregen (in geel en blauw weergegeven). De verwachting is daarom dat bij de geplande bodemingrepen hier geen archeologische resten zullen worden verstoord.

blad 20 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-5 Archeologische verwachtingenkaart Haansberg-Oost (bron: BAAC BV)

3.3.2

Effecten Haansberg Cultuurhistorie De waardevolle cultuurhistorische groene lijn langs de Hoevenseweg en de Haansberg en de aanwezige boomstructuren worden zoveel mogelijk behouden. Door nieuwe stukken natuur en water (groene en blauwe verbindingen) aan te leggen in het gebied, én die te koppelen aan de natuur net buiten de stad, worden belangrijke historische onderdelen van het landschap beter zichtbaar. Met andere woorden: de oude landschapselementen krijgen meer samenhang en betekenis door de nieuwe natuur die wordt toegevoegd. Archeologie Bij de ontwikkeling van Haansberg is er sprake van graafwerkzaamheden en mogelijk de verstoring van archeologische waarden. Tijdens de ontwikkeling van Haansberg worden meerdere proefsleuven gegraven om eventuele archeologische resten in kaart te brengen. Archeologische sporen die tijdens de graafwerkzaamheden zichtbaar worden, worden gemeld bij het bevoegd gezag en meegenomen in de verdere uitwerking van de plannen en de planvorming.

3.3.3

Conclusie De cultuurhistorische waarde van het landschap gaat deels verloren, echter worden de groene lijn elementen in het landschap verder versterkt door de ontwikkeling van Haansberg. Vervolgonderzoek naar archeologische vondsten borgt dat archeologische waarden behouden dan wel gedocumenteerd worden opgegraven. blad 21 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

3.3.4

Noodzaak en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: •

Gericht proefsleuvenonderzoek is noodzakelijk om de aanwezigheid, gaafheid en datering van mogelijke vindplaatsen vast te stellen en om archeologische resten veilig te stellen voordat de geplande bouw- en infrastructuurwerkzaamheden starten.

Met de voorgestelde mitigerende maatregelen is geen sprake van aanzienlijke negatieve effecten voor het thema Cultuurhistorie en archeologie.

3.4

Bodem

3.4.1

Huidige situatie Bodemopbouw/-type De bodem in Haansberg bestaat hoofdzakelijk uit lemig fijn zand. In Figuur 3-6 is de bodemopbouw binnen het plangebied weergegeven. Haansberg-Oost en Haansberg-Zuid bestaan grotendeels uit hoge zwarte enkeerdgronden. De ondergrond bestaat hier uit leemarm en zwak lemig fijn zand. In de kop van HaansbergOost zijn Laarpodzolgronden met lemig fijn zand aanwezig. Binnen het plangebied zijn ook lokale klei-afzettingen aanwezig. De sterke variatie in de bodemopbouw resulteert in een sterk wisselende doorlatendheid van de bodem en ondergrond.

Figuur 3-6 Bodemtypen kaart; bodemopbouw tot ca 1m diepte (Wageningen Environmental Research, 2024)

blad 22 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Er bevinden zich geen grote gebieden met veenlagen in het Haansberg. Het risico op bodemdaling door een inklinking van veen ten gevolge van ontwatering en klimaatverandering is laag. Binnen het plangebied is de verwachte bodemdaling dan ook verwaarloosbaar (Zie Figuur 3-7).

Figuur 3-7 Verwachte bodemdaling bij een hoog scenario van klimaatverandering in 2050 (Klimaateffectatlas, 2025)

Bodemkwaliteit/functionaliteit Landelijk beleid stelt strikte eisen voor de bodemkwaliteit. Bij nieuwe ontwikkelingen moet worden voldaan aan de basisbodemkwaliteit voor de gewenste functies. Dit leidt ertoe dat, bij ontwikkelingen, de bodemkwaliteit enkel gelijk kan blijven als deze voldoet aan de bodemkwaliteit voor de gewenste functie, of deze kan verbeteren. Bodemverontreiniging is een risico voor de gezondheid van mens, plant en dier en voor een onbeheersbare verspreiding in het milieu. In de afgelopen jaren is er veel onderzoek gedaan om de bodemkwaliteit van de omgeving in kaart te brengen. In Figuur 3-8 zijn de onderzochte locaties in het plangebied weergegeven. In Haansberg-Oost zijn twee locaties verontreinigingen zijn aangetroffen. Uit het Verkennend onderzoek (Moerdijk Bodemsanering B.V., 2023) blijkt dat de grondwaterverontreiniging met Nickel gering is en als niet significant beschouwd kan worden. De verhoogde Nikkelconcentratie is mogelijk het gevolg van een verhoogde natuurlijke achtergrondwaarde 2. In de overige deelgebieden zijn geen verontreinigingen vastgesteld die een belemmering vormen voor de ontwikkeling.

2

Verkennend bodemonderzoek Sander ong. Etten-Leur (Moerdijk bodemsanering B.V, 2023) blad 23 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Figuur 3-8 Onderzoek locaties Haansberg (Rapportagemodule Noord-Brabant, omgevingsdienst Brabant, 2025)

Op de bodemfunctie klassenkaart vallen Haansberg-Oost en grote delen van Haansberg-Zuid in de functieklasse wonen. De gevonden concentraties van verontreinigingen in de bodem vormen geen belemmering voor deze functie. De overige delen van het plangebied zijn ingedeeld in de functieklasse Landbouw.

Figuur 3-9 Bodemfunctieklassenkaart (BKKMW BrabantProjectdata, 2025).

blad 24 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

Ondergronds ruimtegebruik Bij ondergronds ruimtegebruik wordt specifiek gekeken naar de huidige ruimteclaims in de ondergrond, deze kunnen afkomstig zijn van nutsvoorzieningen maar ook door beperkende aspecten. Bij ondergronds ruimtegebruik kan worden gedacht aan waterwinning, warmte koudeopslag (WKO), geothermie, warmtenetten en andere kabels en leidingen. Nieuwe woningbouwontwikkelingen hebben een ondergrondse ruimteclaim door de aanleg van kabels en leidingen, riolering en warmtenetten, WKO-systemen en/of geothermie. Het plangebied ligt buiten waterwingebieden en de grondwaterbeschermingsgebieden (Zie Figuur 3-21). Daarmee zijn de aanvullende regels ter bescherming van de kwaliteit van het grondwater binnen het plangebied van toepassing. Wel loopt de transportwaterleiding van Brabant Water door het plangebied. De leiding en de beschermingszone worden zorgvuldig ingepast. De beschermingszone blijft onbebouwd en er moet worden voldaan aan de beplantingsvoorwaarden van de leidingbeheerders.

Figuur 3-10 Watertransportleiding (Bron: Bestemmingsplan Gemeente Etten-Leur)

3.4.2

Effecten Haansberg De aanleg van Haansberg zal de aanwezige bodemtypen verstoren. Grondverzet ten behoeve van de ontwikkeling zal resulteren in een antropogeen bodemtype waarbij de bodem door menselijk handelen verstoord is. Dit geldt voor zowel Haansberg-Oost als Haansberg-Zuid. Het betreft echter geen bijzondere bodemwaarden. Naar verwachting heeft de aanleg geen effecten op zetting. Voor de bodemkwaliteit worden geen negatieve effecten voorzien; mogelijk is zelfs sprake van een positief effect indien sanering plaatsvindt. Voor ondergronds gebruik zijn geen beperkingen, waarbij bij de planvorming rekening gehouden dient te worden met de aanwezige leiding. De ontwikkeling zelf leidt niet tot nieuwe bodem- en/of grondwaterverontreiniging.

blad 25 van 69

Aanmeldnotitie plan-mer-beoordeling Gebiedsprogramma Haansberg Etten-Leur projectnummer 0497341.100 5 november 2025 Gemeente Etten-Leur

3.4.3

Conclusie De bodem in Haansberg bestaat vooral uit lemig fijn zand met enkele klei-afzettingen en variaties zoals zwarte enkeerdgronden en Laarpodzolgronden, waardoor de doorlatendheid wisselt. Er zijn geen grote veenlagen en het risico op bodemdaling is verwaarloosbaar. De bodemkwaliteit voldoet overwegend aan de functie-eisen; slechts op één locatie is lichte nikkelverontreiniging gevonden, zonder belemmering voor wonen. Ondergronds gebruik is mogelijk, met aandacht voor de watertransportleiding. De ontwikkeling zal de bodem verstoren, maar heeft geen negatieve effecten op bodemkwaliteit, zetting of grondwater en kan bij sanering zelfs gunstig zijn.

3.4.4

Noodzaak en mogelijk mitigerende en compenserende maatregelen Om mogelijke negatieve effecten van de ontwikkeling te voorkomen en te beperken, worden de volgende uitgangspunten en mitigerende en compenserende maatregelen voorgesteld: • • •

Bij het ophogen van de grond in Haansberg mag het grondverzet niet resulteren in bodemverontreinigingen. Uitsluiten van woningbouw rondom de transportwaterleiding van Brabant Water. In het omgevingsplan voor Haansberg een bebouwingsvrije zone opnemen rondom de transport waterleiding. Binnen deze zone moet worden voldaan aan de beplantingsvoorwaarden van de leidingbeheerders.

Met de voorgestelde mitigerende maatregelen is geen sprake van aanzienlijke negatieve effecten voor het thema Bodem.

3.5

Water en klimaat

3.5.1

Huidige situatie Oppervlaktewater In Figuur 3-11 is het oppervlaktewatersysteem van Haansberg en omgeving weergegeven. Het oppervlaktewater in het plangebied wordt via vrij verval van oost naar west afgevoerd. Het oppervlaktewater binnen het plangebied is niet peil gestuurd en de watergangen kunnen droogvallen in periodes van droogte. Het afwateringssysteem van Haansberg-Oost voert water af in westelijke richting, naar het centrum van Etten-Leur. De hoofdwatergangen (donkerblauwe A-watergangen op de kaart) zijn wel peil gestuurd en worden gereguleerd via stuwen. Ten westen van het plangebied liggen drie hoofdwatergangen die het water afvoeren richting de Laakse Vaart. De maximale capaciteit van deze watergangen is in de huidige situatie al bereikt en er is weinig ruimte voor uitbreiding. Bij extreme weeromstandigheden treedt het water in de huidige situatie buiten de oevers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=a2b63406-63f4-4bc6-867d-05ad5b8578c4