CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Was-wordt tabel ASV 2024

Raad besluit 11 juni 2024, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststellen van de Algemene Subsidieverordening (ASV)2.164 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was wordt tabel -

Louter redactionele wijzigingen worden niet vermeld in onderstaande tabel. In de gehele Verordening is ‘het college’ vervangen door ‘burgemeester en wethouders’. In de bijlage ‘Toelichting ASV 2024’ worden (wijzigingen in) artikelen nader toegelicht. Was

a. b.

Artikel 1 e. algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 127), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese en nationale regelgeving;

Wordt Artikel 1

d. De-minimissteun: steun die wordt verstrekt op basis van Verordening (EU) nr. 1407/2013 van de Commissie van 18 december 2013 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag op deminimissteun (PbEU L 352/1); Verordening (EU) nr. 2019/316 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 inzake de toepassing van de artikelen 107 en f. de-minimisverordening: verordening (EU) nr. 108 van het Verdrag op de-minimissteun in 1407/2013 van de Commissie van 18 de landbouwproductiesector (PbEU L 51 I/1); december 2013 betreffende de toepassing Verordening (EU) nr. 717/2014 van de van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag Commissie van 27 juni 2014 inzake de op de-minimissteun (PbEU L 352), toepassing van de artikelen 107 en 108 van verordening (EU) nr. 1408/2013 van de het Verdrag op de-minimissteun in de Commissie van 18 december 2013 inzake de visserij- en aquacultuursector (PbEU L toepassing van de artikelen 107 en 108 van 190/45), of Verordening (EU) 2018/1923 van het Verdrag op de-minimissteun in de de Commissie van 7 december 2018 landbouwproductiesector (PbEU L 352/9) en betreffende de toepassing van de artikelen verordening (EU) nr.

717/2014 van de 107 en 108 van het Verdrag betreffende de Commissie van 27 juni 2014 inzake de werking van de Europese Unie op detoepassing van de artikelen 107 en 108 van minimissteun verleend aan diensten van het Verdrag op de-minimissteun in de algemeen economisch belang verrichtende visserij- en aquacultuursector (PbEU L ondernemingen (PbEU L 313/2); 190/45), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese en nationale regelgeving; e. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of g. Europees steunkader: een mededeling, vrijstellingsverordening op het gebied van richtsnoer, kaderregeling, besluit of staatssteun die de Europese Commissie of vrijstellingsverordening op het gebied van de Raad van de Europese Unie, gelet op de staatssteun die de Europese Commissie of artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van de Raad van de Europese Unie, gelet op de het Verdrag heeft vastgesteld; waaronder de artikelen 106, derde lid, 107, 108 en 109 van Algemene groepsvrijstellingsverordening: het Verdrag heeft vastgesteld; Verordening (EU) nr. 2017/1084 van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 156/1); de Landbouw vrijstellingsverordening:

Verordening (EU) nr. 702/2014 van de Commissie van 25 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun in de landbouwen de bosbouwsector en in plattelandsgebieden op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 193/1); en de Visserij vrijstellingsverordening: Verordening (EU) nr. 1388/2014 van de Commissie van 16 december 2014 waarbij bepaalde categorieën steun voor ondernemingen die actief zijn in de productie, de verwerking en de afzet van visserij- en aquacultuurproducten, op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU L 369/37); Artikel 2

Artikel 2

2. Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kan het college bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

2. Ten aanzien van subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Wet (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is) kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3

Artikel 3

Het college kan bij nadere regeling (hierna te noemen: subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten en wie in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Het college kan bij subsidieregeling tevens de wijze van berekening en uitbetaling van de subsidie bepalen en regels stellen ten aanzien van voorzieningen, reserves en vermogensvorming.

Burgemeester en wethouders kunnen bij nadere regeling (subsidieregeling) vaststellen welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen. Burgemeester en wethouders kunnen bij subsidieregeling tevens de wijze van berekening en uitbetaling van de subsidie bepalen en regels stellen ten aanzien van voorzieningen, reserves en vermogensvorming.

Artikel 5

Artikel 5

1. De raad stelt de beschikbare budgetten vast in het kader van de begrotingsbehandeling. 2. Het college kan bij subsidieregeling, binnen de beschikbare budgetten, de subsidieplafonds vaststellen.

1. Burgemeester en wethouders kunnen bij of krachtens wettelijk voorschrift subsidieplafonds vaststellen en de wijze van verdeling van de betrokken subsidie bepalen.

3. Het college bepaalt bij subsidieregeling de wijze van verdeling van de betrokken subsidie. Artikel 6

Artikel 6

1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk 1. Een aanvraag om subsidie wordt bij voorkeur ingediend bij het college. Als hiervoor een elektronisch of schriftelijk ingediend bij aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt burgemeester en wethouders. Als hiervoor dit met gebruikmaking daarvan. een aanvraagformulier is vastgesteld 2. Bij de aanvraag om subsidie legt de aanvrager geschiedt dit met gebruikmaking daarvan. in ieder geval de volgende gegevens over: Burgemeester en wethouders kunnen nadere a. een beschrijving van de activiteiten eisen stellen aan het gebruik van de waarvoor de subsidie wordt elektronische weg. aangevraagd; 2. Bij de aanvraag legt de aanvrager in ieder b. een begroting van en een dekkingsplan geval de volgende gegevens over: voor de kosten van de activiteiten; a. een beschrijving van de activiteiten c. op welke wijze de activiteiten bijdragen waarvoor de subsidie wordt aan de gestelde maatschappelijke aangevraagd; effecten en gemeentelijke b. de doelen en resultaten welke met die beleidsdoelen; activiteiten worden nagestreefd, en hoe d. een opgave van bij anderen de activiteiten daaraan bijdragen; aangevraagde subsidies of vergoedingen c. een begroting van en een dekkingsplan ten behoeve van dezelfde activiteiten, voor de kosten van deze activiteiten.

Het onder vermelding van de stand van dekkingsplan bevat een opgave van bij zaken daarvan; anderen aangevraagde subsidies of e. als het college dit nodig acht: een vergoedingen ten behoeve van dezelfde ondertekende verklaring over de omvang activiteiten, onder vermelding van de van het eigen vermogen en de eventuele stand van zaken daarvan; reserves op het moment van de d. een overzicht van de omvang van het aanvraag; eigen vermogen en de eventuele f. als de aanvrager een onderneming is: reserves op het moment van de 1° een opgave van subsidies, aanvraag, door middel van de meest vergoedingen of tegemoetkomingen in recente bankafschriften van het totaal welke vorm ook met staatsmiddelen aan bankrekeningen; bekostigd, die al zijn of zullen worden e. als de aanvrager een onderneming is: ontvangen voor de activiteiten I. een opgave van subsidies, waarvoor de subsidie wordt vergoedingen of aangevraagd tegemoetkomingen in welke vorm 2° een verklaring als bedoeld in de deook met staatsmiddelen minimisverordening (debekostigd, die al zijn of zullen minimisverklaring); worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd; II. een verklaring als bedoeld in de verordening met betrekking tot deminimissteun (deminimisverklaring);

Artikel 8

Artikel 8 Toegevoegd. Het oorspronkelijke lid 3 is lid 4 geworden. 3. Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.

Artikel 9

Artikel 9

2. Onverminderd de vorige leden kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen; b. als de te subsidiëren activiteiten onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; c. als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of onvoldoende bijdragen aan één of meer gestelde maatschappelijke effecten d. ls de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of onvoldoende passen binnen het beleid of de beleidsdoelen van de gemeente e. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; f. als de aanvrager ook zonder de gevraagde subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen die nog niet bestemd zijn door de aanvrager of waarvan een voorziening is opgenomen, hetzij uit middelen van derden kan of heeft kunnen beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; g. als de aanvrager naar het oordeel van het college onvoldoende andere mogelijkheden heeft benut voor het verkrijgen van middelen voor de uitvoering van de activiteiten, anders dan subsidie; h. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; i.

als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift, het algemeen belang of de openbare orde;

3. Onverminderd de vorige leden kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren: a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen; b. als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of onvoldoende bijdragen aan één of meer gestelde maatschappelijke effecten; c. als de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd niet of onvoldoende passen binnen het beleid of de beleidsdoelen van de gemeente; d. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd; e. als de aanvrager naar het oordeel van het burgemeester en wethouders onvoldoende andere mogelijkheden heeft benut voor het verkrijgen van middelen voor de uitvoering van de activiteiten, anders dan subsidie; f. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen; g. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift; h. als de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten verricht die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; i. als de aanvrager door uitvoering van de activiteit beoogt winst te maken; j.

als de opbrengst wordt gegenereerd voor een ander doel dan de activiteit zelf; k. indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd uitsluitend of in

j.

als de aanvrager door uitvoering van de activiteit beoogt winst te maken of als de aanvrager of andere personen, die zijn betrokken bij de uitvoering van de activiteiten, met de opbrengsten van de activiteiten in een inkomen voorziet; k. als de opbrengst wordt gegenereerd voor een ander doel dan de activiteit zelf; l. als de activiteit niet openbaar toegankelijk is voor iedere geïnteresseerde bezoeker; m. indien de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard; n. als de subsidieverstrekking naar het oordeel van het college niet is toegestaan omdat de subsidie op grond van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag onverenigbaar is met de interne markt; o. in het beoogde doel of de voorgenomen activiteit al op andere wijze in belangrijke mate is voorzien; p. in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen; q. als de aanvrager voor het jaar of de jaren waarop de aanvraag betrekking heeft met een functionaris een bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1, onder e, van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector overeenkomt of is overeengekomen die hoger is dan het bedrag, bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van die wet; Artikel 12 Lid 2 verwijderd.

Toelichting: er kunnen altijd nadere voorwaarden c.q. regels gesteld worden. Dit hoeft niet in te Verordening te staan. 2. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot innovativiteit of de samenwerking met andere organisaties ten

l.

hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard; als de subsidieverstrekking naar het oordeel van burgemeester en wethouders niet is toegestaan omdat de subsidie op grond van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag onverenigbaar is met de interne markt;

Artikel 12

behoeve van een verantwoord gebruik van beschikbare middelen. Artikel 14

Artikel 14 Toegevoegd: 1. Een aanvraag tot vaststelling wordt bij voorkeur elektronisch of schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

Artikel 15

Artikel 15 Toegevoegd. 2. Een aanvraag tot vaststelling wordt bij voorkeur elektronisch of schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders. Als hiervoor een aanvraagformulier is vastgesteld geschiedt dit met gebruikmaking daarvan.

Artikel 18

Artikel 18 Toegevoegd. Toelichting: overgangsbepaling. 5. Subsidieregelingen en andere besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in lid 1, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=a55c3762-4791-4325-8853-364043f0f980