verzoek GroenLinks PvdA GR RBL VSV
Tekst van het document
Beste collega’s We hebben verzocht de wijziging van de gemeenschappelijke regeling schoolverzuim en VSV regio West-Brabant te agenderen. Concreet willen we de volgende punten met jullie bediscussiëren 1. In de Gemeenschappelijke Regeling (GR) zijn geen termijnen opgenomen voor het
toezenden van de Planning en Control producten (Kaderbrief, Ontwerpbegroting en Jaarrekening) aan de gemeenteraden. De GR gaat daarmee automatisch uit van de termijnen die zijn opgenomen in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) (kaderbrief voor 30 april zenden aan de raden en de ontwerpbegroting 12 weken voordat deze wordt vastgesteld door het bestuur). Echter in de nota verbonden partijen hebben de raden andere termijnen vastgelegd (kaderbrief voor 1 februari, ontwerpbegroting voor 1 april en jaarrekening voor 15 april toezenden aan de raden). Wij stellen voor om deze termijnen vast te leggen in de gemeenschappelijke regeling schoolverzuim en VSV regio West-Brabant. Dit kan door vergelijkbare bepalingen op te nemen zoals in de gemeenschappelijke regeling voor de Regio West-Brabant (RWB) zijn opgenomen. - De bepaling over de kaderbrief luidt dan als volgt: Jaarlijks vóór de wettelijke datum, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is, zendt het gemeenschappelijk orgaan aan de raden van de deelnemende gemeenten een brief met daarin de algemene financiële en beleidsmatige kaders. In deze brief zijn de door de deelnemende gemeenten gegeven richtlijnen verwerkt.
- De bepaling over de ontwerpbegroting luidt dan als volgt: Jaarlijks zendt het gemeenschappelijk orgaan de ontwerpbegroting voor het volgende begrotingsjaar, vergezeld van een toelichting, aan de raden van de deelnemende gemeenten met het verzoek aan de raden om hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren te brengen. Het gemeenschappelijk orgaan hanteert hierbij de aanleverdatum zoals deze, rekening houdend met de wettelijke duur van de zienswijzeperiode geldt, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is. - De bepaling over de jaarrekening luidt dan als volgt: Het gemeenschappelijk orgaan zendt jaarlijks de jaarrekening en bij deze jaarrekening behorende accountantsverklaring aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten. Het gemeenschappelijk orgaan beraad hanteert hierbij de aanleverdatum zoals deze wettelijk is bepaald, dan wel de datum die met de deelnemers overeengekomen is. Door deze formulering te gebruiken hoeft de gemeenschappelijke regeling ook niet te worden aangepast wanneer de gemeenteraden in het kader van de evaluatie van de nota verbonden partijen zouden besluiten om één of meer termijnen aan te passen
2. Artikel 7.3 van de GR RBL luidt als volgt: Een lid van het gemeenschappelijk orgaan is verantwoording verschuldigd aan het college dat hem heeft aangewezen, dan wel aan de raad van die gemeente, voor het door hem in het gemeenschappelijk orgaan gevoerde beleid en wel binnen drie maanden nadat dit gevraagd wordt door het betrokken college dan wel door de raad op de wijze zoals dit wordt verlangd. Artikel 7 lid 3 gaat over het inlichtingen verstrekken door de portefeuillehouder aan het college respectievelijk de raad. Hierin is bepaald dat dit binnen drie maanden gebeurt. Deze termijn is naar ons oordeel veel te lang. Door deze lange termijn te hanteren kan de gemeenteraad de controlerende taak niet goed vervullen. We pleiten ervoor om voor het verstrekken van informatie ook de 30 dagen te hanteren die we zelf hanteren voor het beantwoorden van schriftelijke vragen. Overigens is 30 dagen voor een Gemeenschappelijke Regeling (GR) prima te doen. De RWB heeft bijvoorbeeld de termijn van 30 dagen in de GR staan (zie artikel 19 lid 2 van de GR RWB)
3. Verder zit in artikel 21 a een fout. In dit artikel wordt namelijk verwezen naar artikel 14.23. Dit moet echter zijn artikel 14.3
Namens de fractie van GroenLinks PvdA Hans Wierema