Vervolg technische vragen CDA en antwoorden betreffende de 4e windturbine.docx
Tekst van het document
Technische vragen
4e Windturbine Groene Dijk 12april 2021
Inleiding:
Hoi Jaap,
Hierbij nog 6 aanvullende vragen aangaande de realisatie van een 4e windmolen:
1)Wij missen een planschade risicoanalyse? Wat is de reden dat deze niet is opgesteld?
2)Waarom is er niet voor een MER gekozen? Solitair is windmolen niet
toegestaan. Het wordt nu gezien als een project met hoge zijpolder. Dan zou er toch een MER van toepassing zijn?
3)Volgens de beleidsnotitie uit 2005 zou een uitbreiding naar het zuiden niet mogelijk zijn vanwege de aanwezige natuurwaarde Kelsdonk Zwermlaken. Die zou verstoord worden. Er is nu geen toets gedaan. Kan dit bij een
juridische procedure geen gevolgen hebben? Graag onderbouwing van jullie standpunt waarom afgeweken is van het toenmalige beleid.
4)Waarom is Stichting Duursaam niet betrokken bij de participatie. Wij
hebben begrepen dat deze zijn afgewezen? Klopt dit en wat is de reden? 5)Wat wordt gedaan met de gelden voor fysieke versterking te bewerkstelligen? Wat gaat de omgeving hiervan merken?
6)Bestaande bedrijven die al SDE subsidie hebben ontvangen kunnen
momenteel niet tot realisatie komen vanwege beperkingen op het net. Heeft volgens jullie de realisatie van de 4e molen gevolgen voor de wachttijd van andere bedrijven.
Ik hoor of zie de reactie graag tegemoet.
Vragen en antwoorden mogen van mij ook gedeeld worden met de andere partijen.
Ronnie Buiks
Technische vragen
Antwoorden 1 MAAND 2021
Antwoorden: Beste Ronnie,
Onderstaand een antwoord op de aanvullende vragen: 1. Een initiatiefnemer is niet verplicht een planschade risicoanalyse op te stellen. Wel moet inzicht worden geboden in de financiële uitvoerbaarheid van een project. Daarbij spelen kosten van mogelijke planschade een rol. Om de economische uitvoerbaarheid van het project te borgen is een de
planschadeovereenkomst met de initiatiefnemers afgesloten. In deze overeenkomst is opgenomen dat alle eventuele planschade door de
initiatiefnemers wordt vergoed. Het is dan aan de initiatiefnemers zelf om te
bepalen of zij inzicht willen hebben in de hoogte van eventuele planschade door het opstellen van een planschade risicoanalyse. In dit geval achten
initiatiefnemers het niet aannemelijk dat een zodanige planschade zal ontstaan, dat zij deze schade niet zouden kunnen dragen.
2. Vergunning technisch gaat het hier om een solitaire windturbine. Windpark Groene Dijk II is immers al vergund. Ook het eigendom van de beoogde
windturbine wijkt af van die van windpark Groene Dijk II. Daarmee is sprake van een andere aanvrager. Vanwege een goede ruimtelijke ordening is het echter
gewenst om de milieueffecten in samenhang met windpark Groene Dijk II en de
overige windparken te zien. Omdat sprake is van de oprichting van één solitaire windturbine met een vermogen van maximaal 7MW geldt geen MER-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht voor deze aanvraag. In paragraaf 2.5 van de ruimtelijke onderbouwing is dit verder onderbouwd.
3. Ten tijde van het opstellen van de Kadernotitie Windenergie Etten-Leur 2005 was alleen het (natuur)onderzoek bekend dat voor windpark Groene Dijk was
uitgevoerd. Verwacht werd dat vogels (ganzen en zwanen) veel last zouden hebben van windturbines. Vandaar dat verlenging van de huidige lijn in
zuidelijke richting niet mogelijk werd geacht. Het verlengen van de lijn zou naar verwachting een te grote impact hebben op het natuurgebied Kelsdonk ten zuiden van de Groene Dijk (onderdeel van Natuurnetwerk Brabant). Dit
onderzoek stond in 2005 echter nog in de kinderschoenen. Sindsdien is veel aanvullend onderzoek uitgevoerd, ook voor de meer recent gerealiseerde
windparken Bollendonk en Zwartenberg. Uit deze onderzoeken blijkt dat de effecten op vogels op deze locaties erg meevallen.
Ook voor de 4e windturbine is aanvullend natuuronderzoek gedaan. Bekeken is
of significante effecten op beschermde soorten en beschermde gebieden kunnen worden uitgesloten. Dit onderzoek is afgestemd met de West-Brabantse Vogelwerkgroep. Voor broedvogels en niet-broedvogels worden geen
significante effecten verwacht omdat het plangebied geen of nauwelijks een
functie voor vogels heeft en het windpark geen barrière vormt voor passerende vogels uit de beschermde gebieden. Deze conclusie wordt onderschreven door het onderzoek van Sovon Vogelonderzoek Nederland. In opdracht van het ministerie van LNV is onderzocht waar veel vogelsoorten voorkomen die
kwetsbaar zijn voor windparken. Op basis hiervan zijn kaarten gemaakt die
overeenkomen met de RES-gebieden. Hieruit blijkt dat de kans op een negatief effect voor (broed)vogels ter plaatse van de 4e windturbine laag is en vrijwel
hetzelfde als ter plaatse van de bestaande windturbines van windpark Groene Dijk II en de windparken Bollendonk en Zwartenberg.
De resultaten uit de verschillende onderzoeken zijn afgestemd met de WestBrabantse Vogelwerkgroep en IVN Vogel- en Natuurbescherming Etten-Leur.
Ook de provincie heeft aangegeven geen bezwaar te hebben tegen het initiatief.
De provincie beschouwt de 4e windturbine als onderdeel van de lijnopstelling van het bestaande windpark Groene Dijk. Daarnaast is de 4e windturbine in de recent vastgestelde RES opgenomen en past de windturbine binnen de doelstellingen van de concept Omgevingsvisie. Afwijking van het beleid uit 2005 is daarmee gerechtvaardigd.
Voor de verdere ontwikkeling van installaties voor de grootschalige opwek van
duurzame elektriciteit is een notitie/beleid in voorbereiding. Met het vaststellen van de Omgevingsvisie en de notitie over grootschalige opwek kan de Kadernotitie Windenergie uit 2005 komen te vervallen.
4. Er is contact geweest tussen DuurSaam Etten-leur en initiatiefnemers.
Initiatiefnemers hebben aangegeven naar hun mening voldoende aandacht te hebben besteed aan projectparticipatie door volledig lokaal eigendom van de
windturbine en direct omwonenden die (financieel) kunnen meeprofiteren van
het project. Het meeprofiteren van omwonenden die binnen de invloedssfeer van de windturbine wonen wordt belangrijker gevonden dan participatie door DuurSaam Etten-Leur. Initiatiefnemers hebben hiermee aan de inspanningsverplichting voor participatie voldaan. Alleen de
inspanningsverplichting is afdwingbaar, niet de projectparticipatie zelf.
5. Elke ruimtelijke ontwikkeling in landelijk gebied dient op basis van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant gepaard te gaan met een fysieke
verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Hiertoe wordt een eenmalige storting aan de gemeente gedaan. Voor die
middelen is een specifieke gemeentelijke reserve gecreëerd. Nu die reserve
redelijk gevuld raakt, gaan we ons nader beraden over de inzet daarvan, onder andere in het kader van de Omgevingsvisie.
6. De realisatie van de 4e windturbine heeft geen gevolgen voor de wachttijd van andere bedrijven. Om de beoogde windturbine aan te sluiten op het
elektriciteitsnet zien de initiatiefnemers twee mogelijkheden: Door gebruik te maken van dezelfde aansluiting als zonnepark Bollendonk (wind en zon gaan over het algemeen erg goed samen). Hierover zijn initiatiefnemers met de exploitant van het zonnepark in gesprek. Door te wachten op uitbreiding van het bestaande net. Initiatiefnemers zijn door Enexis in de wachtrij geplaatst voor een nieuwe aansluiting en zullen gewoon hun beurt moeten afwachten. Enexis heeft daarbij aangegeven dat de termijn waarbinnen gebruik moet worden gemaakt van de SDE-subsidie kan worden verlengd wanneer transportschaarste de reden van het uitstel is.
Met vriendelijke groet,
Jaap Streppel