Verslag rapporteurs Werkplein en WVS 09-03-21.pdf
Tekst van het document
VERSLAG RAPPORTEURS WERKPLEIN HART VAN WEST-BRABANT EN WVS D.D. 9 MAART 2021 Aanwezig:
Kitty Hoevenberg Eric Menheere Dennis Aerts Edgar de Jager Frank Vrolijk Michiel Puts Julia Stroop Wim Voeten
rapporteur Werkplein rapporteur Werkplein rapporteur WVS plaatsvervangend rapporteur WVS portefeuillehouder Werkplein en WVS contactambtenaar Werkplein en WVS raadsadviseur/plv.griffier griffier
Afwezig (met kennisgeving):
Simon de Hoon
rapporteur WVS
Onderwerp van de bespreking zijn de kaderbrieven 2022 van de WVS en het Werkplein alsmede de beoordeling van deze kaderbrieven. De aanwezigen stellen vast dat: 1. De kaderbrief van de WVS twee afwijkingen kent t.o.v. de door de raad vastgestelde richtlijnen. Dit betreft: a. Richtlijn 5: de gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage t.o.v. 2021 kan niet worden gerealiseerd. De begroting 2021 van WVS is onlangs aangepast omdat de WVS 4 mln. Euro extra van het rijk ontving i.v.m. corona. Echter de werkelijke extra kosten die samenhangen met corona zijn aanzienlijk minder. Dit betekent dat de gemeentelijke bijdragen van de 9 deelnemende gemeenten voor 2021 wordt verlaagd met 2 mln. Euro. Deze meevaller wordt verwerkt in eerste bestuursrapportage 2021 van de gemeente. Omdat dit een incidentele meevaller betreft, heeft deze alleen betrekking op begrotingsjaar 2021 van de WVS en niet op de jaren 2022 en verder. Ook kan gemeente bijdrage niet gelijk blijven t.o.v. 2021 omdat de totale kosten van de WVS voor ruim 80% uit loonkosten bestaan. Deze kosten kunnen door de WVS niet worden beïnvloed omdat afgesproken CAO loonstijgingen in de begroting moeten worden doorgevoerd. Op dit moment weten we nog niet wat de CAO ontwikkeling in 2021 wordt en in hoeverre de CAO stijging door het rijk gecompenseerd gaat worden. b.
De maatregelen die genomen gaan worden om de gevolgen van de coronacrisis (gedeeltelijk) op te vangen kan de WVS nog niet in beeld brengen omdat de WVS nu nog te weinig zicht heeft op de effecten van de coronacrisis. Daarom kunnen de te nemen maatregelen nog niet worden opgenomen in de kaderbrief. Overigens geeft de WVS tussentijds inzicht als er grote afwijkingen ontstaan. De raad ontvangt iedere 3 maanden een tussenstand over het verwachte exploitatieresultaat. Zo nodig wordt aan de raad een gewijzigde begroting voorgelegd in het kader van de zienswijzenprocedure. Beide afwijkingen zijn begrijpelijk. We krijgen net als voorgaande jaren eind 2021 naar verwachting weer een gewijzigde begroting 2022. Dit omdat er nog grote onzekerheden zijn t.a.v. de bijdragen van het rijk voor de WVS. Deze bedragen worden pas inzichtelijk in de septembercirculaire 2021. Het grootste deel van de kosten van WVS bestaat uit loonkosten. Hier staat een subsidie van het rijk tegenover. Deze wordt twee maal per jaar op macroniveau opnieuw vastgesteld en verdeeld per gemeente. Er zitten forse fluctuaties in de te ontvangen bedragen. Daarom volgt bijna altijd na septembercirculaire een begrotingswijziging. Alle overige richtlijnen worden opgevolgd
2. In 2021 worden de drie proeftuinen in het kader van de ketensamenwerking uitgevoerd. De (financiële) effecten hiervan worden nog niet in begroting 2022 opgenomen. De proeftuinen worden al een tijd aangekondigd. Waarom wordt er nog geen doel opgenomen in de begroting 2022? We kunnen pas zien wat de effecten zijn van het activeren van cliënten van het Werkplein nadat daadwerkelijk een begin is gemaakt met de proeftuinen. Er is nu nog geen goed beeld om hoeveel mensen het gaat. De proeftuinen zouden in 2020 starten maar i.v.m. corona moesten activiteiten worden doorgeschoven naar 2021. Ook nu is het nog de vraag wanneer trajecten gestart kan worden. De verwachting is dat deze in de loop van het 2e kwartaal van 2021 kunnen starten. 3. Het aantal leerwerktrajecten wordt vanaf 2021 tot en met 2025 gesteld op 233. Hierin lijkt weinig ambitie te zitten. Er is eerst gekeken naar het cliëntenbestand van de werkpleinen. Vervolgens is gekeken welk deel van dit bestand gebaat zou zijn bij leerwerktrajecten bij de WVS. Er wordt wel jaarlijks gekeken of bijstelling van het aantal leerwerktrajecten nodig is. Voor de lange termijn raming zijn de aantallen echter constant gehouden. Het leerwerktraject betreft een instrument om mensen klaar te stomen voor de arbeidsmarkt.
Door mensen naar werk te begeleiden, proberen we de groep die gebaat is bij een leerwerktraject stabiel te houden en zo mogelijk kleiner te maken. Het aantal van 233 leerwerktrajecten is niet heilig. Leerwerktrajecten zijn een instrument om mensen naar arbeidsmarkt te begeleiden. Het gaat om het aansluiten op de behoefte van de doelgroep en het te bereiken van rendement van deze trajecten.
Verduidelijkende vraag: In de kaderbrief wordt gesproken over het Lage Inkomens Voordeel (LIV). Waar valt dit voordeel? Het voordeel valt aan de kant van de WVS. Het LIV is een jaarlijkse tegemoetkoming voor werkgevers die werknemers in dienst hebben met een laag loon. Hierdoor dalen de loonkosten voor de werkgever (dus voor de WVS). De kans op werk voor deze werknemers neemt dan toe. Het recht op en de hoogte van het LIV wordt vastgesteld in het jaar na het kalenderjaar waarover het LIV wordt berekend.
4. Werkplein neemt op één na alle door de gemeenteraad vastgestelde richtlijnen over. Alleen de gelijkblijvende gemeentelijke bijdrage wordt niet overgenomen. Dit gezien de verwachte stijging van het aantal bijstandsgerechtigden. Meer bijstandsgerechtigden betekent meer uitkeringslasten. Hier staat overigens wel een compensatie vanuit het rijk tegenover in de vorm van hogere BUIG-uitkering. Er worden wel drie ontwikkelingen geschetst die gevolgen hebben voor de begroting te weten: a. De doorontwikkeling van de organisatie die gericht is op meer samenwerking met andere partners in sociaal domein (gemeenten en maatschappelijke instellingen) b. De uitvoering van de Wet inburgering, die per 1-1-2022 van kracht wordt c. De drie proeftuinen in het kader van de ketensamenwerking Vraag is of deze zaken al uitgewerkt kunnen worden in begroting 2022. 5. In de kaderbrief wordt in paragaaf 4.5 gesproken over de doelgroep indicatie banenafspraak. Hierin wordt aangegeven dat inwoners zelf de regie moeten houden. Kan het zijn dat we hierdoor een deel van deze groep gaan missen wanneer mensen niet zelf de regie in handen nemen? Het gaat hier om banen voor mensen met een arbeidsbeperking. UWV geeft een
indicatie af aan de mensen die in aanmerking komen voor deze banenafspraak en verwijst ze rechtstreeks door naar het Werkplein. Het Werkplein gaat zich proactief inzetten voor iedereen die ondersteuning vraagt. Echter niet iedereen die de indicatie voor de banenafspraak heeft, wil ook aan het werk. Dit betreft zowel mensen met, als mensen zonder uitkering. 6. Toen de kaderbrief werd opgesteld was nog niet duidelijk wie de begeleiding oppakt van de doelgroep mensen die niet naar de arbeidsmarkt kan worden begeleid. Inmiddels is duidelijk dat de begeleiding van deze doelgroep door de gemeenten zelf opgepakt gaat worden. We moeten hierin als gemeente nog wel stappen zetten. 7. De keuze van de strategie ten aanzien van doelgroep C moet nog gemaakt worden. De uitkomsten van de proeftuinen moet het inzicht bieden om te bepalen welke strategische keuze ten aanzien van doelgroep C het verstandigste is. 8. Inmiddels worden de drie begrotingen WVS, Werkplein en ISD Brabantse Wal) integraal afgestemd. Er moet vervolgens nog wel één ketenbegroting komen. De voordelen op het gebied van de bedrijfsvoering van deze integrale afstemming worden naar verwachting pas in de begrotingen 2023 zichtbaar. Het volgend overleg wordt gepland eind mei / begin juni 2021.
Onderwerp van bespreking zijn dan: - De ontwerp begrotingen 2022 en de concept zienswijze hierop; - De jaarrekeningen 2020 (inclusief accountantsverklaring). De terugkoppeling tijdens de raad debatteert wordt verzorgd door Kitty Hoevenberg voor wat betreft het Werkplein en Dennis Aerts voor wat betreft de WVS. Voor het verslag,
Wim Voeten