verslag rapporteurs RWB 2025-06-10
Tekst van het document
VERSLAG OVERLEG RAPPORTEURS REGIO WEST-BRABANT (RWB) D.D. 10 JUNI 2025
Aanwezig:
Erik Hommel Edgar de Jager Ger de Weert Catharina Bezemer Arjen Klep Wim Voeten
Afwezig:
rapporteur rapporteur portefeuillehouder vakambtenaar (economisch verbinder) vakambtenaar (adviseur bestuurs- en concernondersteuning) griffier
-
Onderwerp van bespreking zijn het jaarverslag en de jaarrekening van de RWB over 2024 en de ontwerpbegroting 2026 inclusief de daarop voorgestelde zienswijze. Ger de Weert geeft een toelichting. Bekeken wordt hoe toekomst voor de RWB eruitziet in relatie tot de ontwikkelingen van de stedelijke regio’s (Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) en Stedelijke Regio West Brabant). De nieuwe directeur van de RWB, Olga Arandjelovic, heeft van het dagelijks bestuur van de RWB de opdracht gekregen om een voorstel uit te werken hoe de toekomst van de RWB het beste vormgegeven kan worden. Dit in relatie tot de stedelijke regio’s, de Strategic Board WestBrabant, de BV REWIN West-Brabant en de diensten die vanuit het RWB voor de deelnemers worden verricht (Kleinschalig Collectief Vervoer (KCV) het Mobiliteitscentrum en de Regioarcheologie). De afspraak is dat na de zomervakantie dit voorstel gereed is voor behandeling in het dagelijks bestuur van de RWB. Vervolgens wordt het voorstel voorgelegd aan het Algemeen Bestuur. Eind dit jaar komt er vanuit het algemeen bestuur een voorstel richting de colleges en de gemeenteraden. De RWB heeft de richtlijnen van de gemeenteraden uitgewerkt in de kaderbrief en nader geconcretiseerd in de ontwerpbegroting 2026.
De RWB heeft de gevraagde bezuiniging gevonden door het vragen van een lagere bijdrage per inwoner van de gemeenten voor het onderzoeks- en ontwikkelingsfonds. Door ervoor te kiezen om de eisen voor cofinanciering aan te scherpen wordt ervoor gezorgd dat er toch voldoende budget voor innovatie beschikbaar blijft. De voorgestelde zienswijze is om het bedrag van € 200.000 dat is opgenomen als transitiebudget niet structureel te maken maar dit alleen incidenteel voor 2026 op te nemen. Omdat het de bedoeling is dat zowel de voorstellen over de toekomst van de RWB als de gemeenschappelijke regeling voor de SRBT voor het eind van 2025 bij de gemeenteraden ter besluitvorming worden voorgelegd kan de daadwerkelijke transitie (lees het overhevelen van het mobiliteitsbeleid naar de stedelijke regio’s) in 2026 worden doorgevoerd. De rapporteurs onderschrijven de voorgestelde zienswijze. Ze hebben verder geen opmerkingen bij de stukken die voorliggen. De voorgestelde zienswijze is in lijn met de zienswijze die in 2024 is gegeven op de ontwerpbegroting 2025. Als reactie op deze zienswijze gaf het bestuur van de RWB aan: “Dus niet alleen voor 2025, ook in de jaren daarna willen we graag vanuit onze middelen bijdragen aan een warme overdracht van activiteiten aan de stedelijke regio’s, waar dit gewenst is. Wij investeren daarbij graag in een goede samenwerking met de stedelijke regio’s
omdat alleen met een bundeling van krachten West-Brabant de stap kan zetten naar de nieuwe economie.” Punt van aandacht blijft dat er een goede transitie van taken plaatsvindt. Hierbij moet helder zijn welke taak bij welke organisatie belegd wordt zodat dubbelingen worden voorkomen. Ook moet uiteraard worden voorkomen dat noodzakelijke taken niet meer opgepakt zouden worden.
Voor het verslag
Wim Voeten