verslag rapporteurs OMWB 2025-02-17
Tekst van het document
VERSLAG OVERLEG RAPPORTEURS OMGEVINGSDIENST MIDDEN- EN WEST-BARABNT (OMWB) D.D. 17 FEBRUARI 2025
Aanwezig:
Mariëtte Nooijens rapporteur Fer van Bergen rapporteur Daan van Ruitenbeek rapporteur Ger de Weert portefeuillehouder Floor Dijkman vakambtenaar milieu Jack van Beers vakambtenaar (teamleider bouwen, duurzaamheid en milieu) Wim Voeten griffier
Afwezig:
-
Onderwerp van bespreking is de kaderbrief 2026 en de ambtelijke beoordeling daarvan. De rapporteurs trekken de volgende conclusies: • De kaderbrief is zeer uitgebreid, heeft het karakter van een halve begroting en bevat veel beleid. Dit is bijzonder omdat de OMWB een uitvoeringsdienst is die zich bezighoudt met vergunningverlening, toezicht en handhaving en daarmee uitvoering geeft aan beleid dat is vastgesteld door gemeenten, provincie en rijk; • Een reactie op de door de gemeenteraad vastgestelde richtlijnen wordt gemist. Behalve de algemene opmerking dat vanwege de financiële positie van de gemeenten terughoudendheid t.a.v. investeringen wordt betracht. We kunnen dus niet beoordelen of de door de gemeenteraad vastgestelde richtlijnen worden overgenomen; • Er zitten aanzienlijke financiële claims in de kaderbrief (totaal € 1.450.000,- exclusief de verhoging t.g.v. de stijging van de loon- en prijsindex). De rapporteurs pleiten ervoor om de financiële claims (uitgezonderd de loon- en prijscompensatie) binnen de begroting op te vangen; • In de financiële verordening van de OMWB is vastgelegd dat de kaderbrief door het dagelijks bestuur wordt vastgesteld. Het algemeen bestuur ontvangt deze ter kennisname.
Door in de kaderbrief al concrete financiële claims op te nemen, wordt het budgetrecht van het algemeen bestuur uitgehold; • In het kader van het rapport van de Commissie van Aartsen moeten de omgevingsdiensten ook voldoen aan de zogenaamde robuustheidscriteria. Tijdens de laatste vergadering van het algemeen bestuur meldde de directeur terug dat de OMWB, op basis van de laatste check die het ministerie uitvoerde, nog niet helemaal aan de robuustheidscriteria voldoet. Echter op de peildatum in 2026 zal de OMWB wel aan de robuustheidscriteria voldoen; • In de kaderbrief staan op pagina 29 tot en met 32 de bouwstenen waaraan gemeten kan worden of de OMWB inderdaad scherp aan de wind vaart zoals beschreven. De ontwerpbegroting 2026 van de OMWB moeten we scherp toetsen aan de hand van deze bouwstenen. De bouwstenen zijn: afschalen van werk tot een minimumniveau, rijkssubsidies inzetten voor taken die voor meerdere omgevingsdiensten door één dienst worden uitgevoerd, efficiency door innovatie, samenwerken op milieuthema’s en bouwtaken, archivering van de deelnemers naar de OMWB en tijdelijk verlagen van de kwaliteitsnorm; • Door maximaal in te zetten op samenwerking binnen de ODNL (Omgevingsdienst Nederland) door de 29 omgevingsdiensten in Nederland kun je kosten besparen. Immers slim samenwerken leidt ertoe dat niet elke omgevingsdienst opnieuw het wiel moet uitvinden.
Dit geldt zeker voor het implementeren van landelijke regelgeving;
•
•
•
•
•
•
•
• • •
Op bepaalde dossiers zoals stikstof moet worden ingezet op een intensieve samenwerking tussen de drie Brabantse omgevingsdiensten door specialisten bij elkaar te brengen en voor de drie diensten gezamenlijk een aanpak te ontwikkelen; Communicatie naar aanvragers van vergunningen moet worden verbeterd. Nu moet een aanvrager zelf op zoek naar aanvullende informatie terwijl niet wordt aangegeven waar deze gevonden kan worden; T.a.v. circulaire economie lijkt het erop dat de OMWB-beleid wil ontwikkelen. Dat is echter niet de bedoeling. De OMWB moet zich beperken tot de kennis over stoffen die vrijkomen bij recycling en de risico’s die dat met zich meebrengt; T.a.v. de gemeentelijke omgevingsplannen is het de bedoeling dat de OMWB-teksten over geluid, geur en licht opstelt die de gemeenten vervolgens kunnen gebruiken in hun omgevingsplan. Lokaal maatwerk moet echter mogelijk blijven. Het is niet de bedoeling dat de OMWB als uitvoeringsorganisatie beleid ontwikkelt. Overigens heeft de gemeente EttenLeur er in dit kader bewust voor gekozen om niet deel te nemen aan het project Sprong van VNG en provincie Noord-Brabant. Dit omdat we al druk bezig zijn met het opstellen van het omgevingsplan en de eind 2027 klaar willen hebben. De planning van het project Sprong ligt verder in de tijd waardoor het voor ons niet direct zinvol is om deel te nemen.
We zijn echter zeker bereid te leren van ervaringen van andere gemeenten en onze kennis te delen; De taken op het gebied van brandveiligheid liggen bij de Veiligheidsregio en niet bij de OMWB. Uiteraard is afstemming tussen beide organisaties prima maar de verantwoordelijkheden zijn en blijven eenduidig belegd; De OMWB heeft een ziekteverzuimpercentage van 6% en rekent met een verzuimpercentage van 5,5%. Landelijk is het ziektepercentage rond de 5%. De rapporteurs pleiten ervoor te streven naar een verzuimpercentage op het landelijk gemiddelde (5% dus); In de kaderbrief staan diverse punten waarbij afstemming met andere organisaties aan de orde is, zoals het waterschap.
Uiteraard is deze afstemming belangrijk maar dit moet uiteindelijk wel winst opleveren voor het milieu of op het gebied van het beheersen van de kosten; De OMWB moet een producten- en dienstencatalogus opstellen, zodat voor aanvragers duidelijk wordt wat de kosten van een vergunning zijn; Kijk ook hoe je Kunstmatige Intelligentie (AI) in kunt zetten binnen de OMWB; De gemeenteraad van Breda heeft de volgende aanvullende richtlijn vastgesteld: “In verband met de verwachte neerwaartse bijstelling van het Gemeentefonds in 2026 beschrijft de gemeenschappelijke regeling in de kadernota en de begroting 2026 de beleidsinhoudelijke keuzes en daaruit voortvloeiende effecten als de bijdrage van de gemeente/deelnemers gelijk blijft, dan wel daalt met 5%, 10% en 15% ten opzichte van de bijdrage voor 2025”. In de kaderbrief zien we geen uitwerking van deze aanvullende financiële richtlijn terug;
Afgesproken wordt dat Mariëtte Nooijens de vragen vanuit de raad tijdens de raad debatteert van 10 maart beantwoordt. Voor het verslag Wim Voeten