Verslag rapporteurs GGD 22 oktober 2025
Tekst van het document
VERSLAG RAPPORTEURS GEMEENSCHAPPELIJKE GEZONDHEIDSDIENST WEST-BRABANT (GGD) D.D. 22 OKTOBER 2025
Aanwezig
Kim van Drongelen
rapporteur GGD
Patricia van Baal
rapporteur GGD
René Verwijmeren
portefeuillehouder GGD
Vera van Rooij
contactambtenaar GGD
Carole Vermeegen
raadsadviseur
Onderwerpen van bespreking zijn de richtlijnen voor de begroting 2027 van de GGD. Mevrouw Van Rooij geeft een toelichting op de financiële en beleidsmatige richtlijnen. De financiële richtlijnen zijn gelijk aan die van vorig jaar. Toen was er een aanvullende richtlijn voor bezuinigingsopgaven, maar die is dit jaar niet expliciet opgenomen. Bij de beleidsmatige richtlijnen is een blik op de toekomst meegenomen, wat deels terugkomt in de inhoud. Mevrouw Van Rooij richt zich in haar toelichting op de beleidsmatige richtlijnen. Er zijn dit jaar vier beleidsmatige richtlijnen: 1. Vervolg op het meerjarenbeleidsplan, dat loopt tot 2026. Er is een toekomstvisie tot 2030 en er moet een vervolg komen op het huidige plan. Het proces is gestart en de verwachting is dat dit in 2026 wordt afgerond, in samenspraak met de deelnemende gemeenten. Daarbij wordt ook de bestuurlijke bezuinigingsopgave van 4% meegenomen. 2. De Kadernota en beleidsbegroting 2027. De concrete plannen moeten hierin landen. Dit is een jaarlijks terugkerend onderdeel. Er wordt verwacht dat beleidsmatige keuzes nodig zijn, met meer inzicht in het aanbod, de geleverde producten en de bijbehorende kosten. 3. Samen Sterker. De GGD Hart van Brabant en GGD West-Brabant onderzoeken een intensievere samenwerking. Er ligt een samenwerkingsovereenkomst die zich richt op inhoudelijke samenwerking en uitwisseling van personeel.
Mogelijk wordt dit in de toekomst vastgelegd in een gemeenschappelijke regeling. Verdere verkenning en uitwerking is nu al bezig, alleen zal dit proces ook na de verkiezingen doorlopen, zodat de nieuwe gemeenteraden voldoende betrokken worden en hierover kunnen besluiten 4. Procesparticipatie bij Samen Sterker. Het is belangrijk dat alle betrokkenen, waaronder ambtenaren, tijdig worden meegenomen in het proces, zodat zij invloed kunnen uitoefenen op de uitkomst. Tijdens de bespreking vraagt mevrouw Van Drongelen of het doel is om toe te werken naar één gemeenschappelijke regeling. Mevrouw van Rooij geeft aan dat dit een voorkeursscenario van de GGD is dat verder wordt uitgewerkt, mede vanwege de aanwezigheid van één Veiligheidsregio. Mevrouw Van Drongelen vraagt of dit financiële voordelen oplevert voor Etten-Leur. Mevrouw Van
Rooij antwoordt dat dit lastig in kaart te brengen is: enerzijds worden besparingen verwacht op personeelskosten, anderzijds is er een tariefverschil dat momenteel wordt doorgerekend. Wethouder Verwijmeren licht toe dat het onderzoek plaatsvindt omdat GGD West-Brabant 16 deelnemende gemeenten heeft en GGD Hart van Brabant 18. Een gemeenschappelijke regeling met 34 gemeenten is erg omvangrijk. Samenwerking op het gebied van forensische geneeskunde biedt voordelen. Dit moet ook een voordeel opleveren voor Etten-Leur. Mevrouw Van Baal vraagt of jeugddetentie onder forensische geneeskunde valt. Wethouder Verwijmeren legt uit dat forensische geneeskunde betrekking heeft op overlijden onder verdachte omstandigheden. Mevrouw Van Drongelen benadrukt dat tijdige informatievoorziening belangrijk is en dat dit aan alle raden moet worden voorgelegd. Mevrouw Van Baal vult aan dat het lastig is om goedkeuring te geven, gezien de vele lopende trajecten. Wethouder Verwijmeren geeft aan dat eerst duidelijkheid nodig is voordat er een akkoord kan worden gegeven. De verschillen tussen gemeenten vragen om waakzaamheid. Mevrouw Van Rooij merkt op dat er eerder raadsbrieven over dit onderzoek zijn gedeeld en dat de raad uiteindelijk beslist over een eventuele gemeenschappelijke regeling. Mevrouw Van Drongelen onderstreept dat deze regeling een voordeel moet opleveren.
Mevrouw Van Rooij bevestigt dat ook ambtelijk kritisch naar het traject wordt gekeken, zowel voor Etten-Leur als voor de regio. Conclusie is dat er geen vragen zijn over de beleidsmatige richtlijnen. Tot slot vraagt mevrouw Van Drongelen of de aanpassing van de bijdrage aan gemeenschappelijke regelingen, zoals opgenomen in de gemeentebegroting, te maken heeft met de CAO’s. Mevrouw Van Rooij geeft aan dat dit deels het geval is, maar ook samenhangt met de verschuiving van plustaken naar het basispakket, wat leidt tot een daling van plusproducten. De rapporteurs hebben kennisgenomen van de voorgestelde richtlijnen voor de begroting 2027 van de GGD en kunnen hiermee instemmen.
Voor het verslag,
Carole Vermeegen.