CConstaterende datEtten-Leur
Koppel je AI →
Document · PDF

Verslag omgevingsdialoog.pdf

Raad debatteert 25 april 2022, gemeente Etten-LeurBij agendapunt: Vaststelling van het bestemmingsplan ‘Hoge Neerstraat 2’8.336 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Teteringen, 10-12-2020 College van B&W gemeente Etten-Leur Roosendaalseweg 4 4875 AA Etten-Leur Onderwerp: Herontwikkeling locatie van Geloven Hoge Neerstraat 2 te Etten Leur Geacht College, Bij dezen willen wij u op de hoogte brengen betreffende de stand van zaken van de herontwikkeling van locatie van Geloven aan de Hoge Neerstraat 2 te Etten-Leur, kadastraal bekend als sectie P 2613/2614. Inmiddels hebben wij een omgevingsdialoog gehouden met de omwonenden, de gemaakte afspraken, voorvloeiende acties en vervolgstappen brengen wij hierbij in chronologische volgorde in beeld. Informatie vanuit de omgeving en gemeente De volgende stappen zijn gezet om de omgevingsdialoog vorm te geven en de omwonenden en belanghebbenden zo correct mogelijk te informeren: -

-

-

Op 11 februari 2020 is er een informatieavond geweest in restaurant De Hoge Neer voor de genodigde omwonenden waar het plan gepresenteerd is gedateerd 11/02/20. De bewoners die uitgenodigd waren en aanwezig zijn geweest vindt u terug in bijlage 1, de bewoners die een schriftelijke reactie hebben gegeven vindt u terug in bijlage 2. Op 11 februari 2020 heeft het college van B&W de (voorlopige) uitgangspunten vastgesteld voor de omgevingsdialoog: maximaal 12 woningen waarbij ten minste 3 woningen als starterswoning classificeren. Aan de hand van de opmerkingen van de gemeente en de omwonenden is er een aangepast plan gemaakt (met totaal 11 woningen waarvan 3 starterswoningen) gedateerd 09 juli 2020 In de periode augustus t/m oktober is het plan van juli persoonlijk bij omwonenden toegelicht en zijn vragen beantwoord. In overleg met gemeente en omwonenden is er Flora en Fauna onderzoek verricht op 22 september jl., de resultaten zijn vastgelegd in de rapportage van Aeres milieu, zie bijlage 5

pagina 1 van 7 iDea Compact BV Bremhorst 4 ● 4847 CK Teteringen ● 06 - 51869055 www.ideacompact.nl ● info@ideacompact.nl

KvK: 60949244 ● BTW: NL854130901B01 IBAN: NL47 SNSB 0901 8669 97

Acties vanuit omgevingsdialoog Vanuit de omgevingsdialoog zijn acties naar voren gekomen, hierbij per item een uiteenzetting van deze acties en de resultaten. De informatieavond d.d. 11 februari 2020 werd goed bezocht, zoals gebruikelijk bij plan inbreidingsvoorstellen en gebiedsontwikkelingen waren er kritische, sceptische maar ook positieve reacties omtrent de getoonde plannen. We hebben gevraagd aan aanwezigen om opmerkingen te noteren, de reacties en inzichten die naar voren zijn gekomen zijn terug te brengen tot vier kernvragen: 1) Privacy voornamelijk aan de Hoge Neerstraat en Karnhuis 2) Verdwijnen groen op te ontwikkelen perceel en aan te kopen gemeentegrond. 3) Bouwhoogte aan de Hoge Neerstraat en Vlaamse Schuur 4) Verkeersveiligheid aan de Vlaamse Schuur

Met deze opmerkingen zijn wij aan de slag gegaan en hebben het plan op de volgende punten aangepast: Ad 1+2)

Privacy en groen;

Dit is een combinatie van twee punten die niet los van elkaar gezien kunnen worden. In het gepresenteerde plan op 11 februari veronderstelden wij vanwege een goed passende verkaveling om de groenstrook tussen de huidige boerderij en de achterzijde van de woningen aan het Karnhuis en de twee ondereenkapwoning nummer 32 aan de Vlaamse Schuur te laten vervallen. Verschillende omwonenden gaven echter aan dat door het verdwijnen van deze groenstrook hun privacy verstoord zou worden. Een drietal omwonenden gaf bovendien schriftelijk aan interesse te hebben in aankoop van een strook achter hun perceel om enerzijds groen en anderzijds hun privacy te behouden. zie bijlage 3 oplossing met groenstrook. In het aangepaste plan van 10 juli is een strook van het bestaande groen met een breedte van circa 3 meter gehandhaafd tussen de woningen aan de karnhuis en Hoge Neerstraat 4/Vlaamse Schuur 32. Deze strook wordt gratis toegevoegd (notarieel vastgelegd als eigendom) aan de kavels grenzend aan deze strook. (bijlage 4 pijl 1) Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de bezwaren met betrekking tot privacy en groenbeleving. De breedte van 3 meter is evenredig gecorrigeerd op de breedte van de kavels 1 t/m 7 van het door ons voorgestelde plan.

Er zal een passende afscheiding(voorstel hoogte en uitvoering en exacte plaats vanwege bestaand groen door pagina 2 van 7 iDea Compact BV Bremhorst 4 ● 4847 CK Teteringen ● 06 - 51869055 www.ideacompact.nl ● info@ideacompact.nl

KvK: 60949244 ● BTW: NL854130901B01 IBAN: NL47 SNSB 0901 8669 97

landschapsarchitect)ten laste van de ontwikkelaar op de nieuwe perceelgrens geplaatst worden voor aanvang bouwwerkzaamheden. Ook de groene haag grenzend aan het fietspad in het verlengde van de Hoge Neerstraat en een deel van de huidige boomgaard (passende binnen de geschetste parkeerplaatsen) blijft gehandhaafd (bijlage 4 pijl 4) zodat ook aan de privacy van bewoners van het Melkhuis en de Hoge neerstraat tegemoet wordt gekomen. De voortuinen van de geplande woningen aan de Vlaamse Schuur komen gedeeltelijk op aan te kopen grond van de gemeente wat nu nog groenstrook is voorzien van struiken en bomen, een aantal bewoners geeft aan verbaasd te zijn dat de gemeente deze “groene grond” opgeeft ten faveure van woningbouw. De gemeente heeft de ontwikkelaar echter aangegeven mee te willen werken aan een ontwikkeling ondanks het verdwijnen van deze groenstrook. Vanuit het flora en fauna-onderzoek (bijlage 5) zijn de consequenties aangegeven van het wijken van dit groen door de beoogde planinvulling, bij nadere planuitwerking zal de door ontwikkelaar ingeschakelde landschapsarchitect mede invulling geven aan het beoogde groen in de nieuwe plannen.

Ad 3)

Bouwhoogte aan de Hoge Neerstraat en Vlaamse Schuur;

Nadat ook het college van B&W zijn visie heeft gegeven op het plan m.b.t. woonprogrammering is van dit punt een combinatie gemaakt met de geuite bezwaren vanuit de omgeving. Het college heeft aangegeven dat het plan maximaal 12 woningen mag bedragen en waarbinnen er minimaal 3 starterwoningen moeten worden gerealiseerd. Het huidige plan (juli 2020) bestaat uit 11 woningen waarvan 3 starterswoningen. Deze 3 starterswoningen (max €250.000, - v.o.n.) links ten westen van de bestaande boerderij komen in de plaats van de eerder op 11/02/20 gepresenteerde hoge twee-onder-een-kapwoningen en hebben een maximale goothoogte van 4.100 mm en een maximale nokhoogte van 7.500 mm (bijlage 4 pijl 3). Dit is lager dan de nok van de huidige schuur die zich nu bevindt ter plaatse van de geplande starterswoningen. De 6 parkeerplaatsen voor deze woningen worden gesitueerd aan de zijde van de Hoge neerstraat op de ontwikkelen locatie (bijlage 4 pijl 4). De bouwhoogte van de geplande woningen aan de Vlaamse Schuur en mogelijke inkijk naar woningen aan de Karnhuis vormen nog een punt van aandacht bij nadere uitwerking van de plannen. Ad4)

Verkeersveiligheid pagina 3 van 7

iDea Compact BV Bremhorst 4 ● 4847 CK Teteringen ● 06 - 51869055 www.ideacompact.nl ● info@ideacompact.nl

KvK: 60949244 ● BTW: NL854130901B01 IBAN: NL47 SNSB 0901 8669 97

Verkeersveiligheid aan de Vlaamse schuur wordt ook heden al als groot probleem ervaren door de buurt. Idea Compact neemt hiervoor contact op met de gemeente om een verkeerskundige hier naar te laten kijken om hier verbetering in aan te kunnen brengen.

Persoonlijke gesprekken omwonenden Bovengenoemde wijzigingen zijn voor zover mogelijk verwerkt in de aangepaste situatietekening d.d. 9 juli 2020 (bijlage 4) en toegezonden aan de direct betrokkenen. Naar aanleiding van de toegezonden stukken zijn er persoonlijke gesprekken geweest met de bewoners van de volgende adressen; Karnhuis 1-3-5-7-9 / Vlaamse schuur 32 / Hoge neerstraat 4 / Melkhuis 7 / Turfhuis 8 en Olympiade 2. Uit deze gesprekken zijn de volgende zaken nog naar voren gekomen;  

 

De reacties zijn hieronder opgesomd met hierbij de acties die het verdere proces genomen kunnen worden. Meerdere malen is genoemd waarom er een selectie is gemaakt bij het benaderen van omwonenden en niet de gehele buurt is benaderd. Samen met de gemeente is de selectie van genodigden bepaald, wij staan echter terdege achter onze plannen en zeker niet onwelwillend tegenover een plenaire presentatie in samenwerking met de gemeente van de plannen aan een groter gezelschap, wij gaan dit aan de gemeente voorleggen. De bouwhoogte, mogelijke inkijk en vormgeving van de twee-onder-eenkapwoningen aan de Vlaamse Schuur (met name kavel 1 en 2) vormen nog een belangrijk punt bij nadere uitwerking. Hier zullen we bij nadere uitwerking rekening mee houden en ook voorleggen bij de Welstandscommissie. De hoogte en vormgeving van de woning op kavel 8 zien met name de bewoners van de Hoge Neerstraat en Olympiade het liefst uitgevoerd in laagbouw vanwege privacy en inkijk. Deze woning zullen wij in de uitwerking meenemen als laagbouw en zo ook voorleggen bij de Welstandscommissie Bij een aantal bewoners was nog niet duidelijk of de groenstrook hun eigendom zou worden, dit hebben wij bevestigd. De bewoners van Karnhuis 1 en 3 en Vlaamse Schuur 32 zouden de groenstrook liever breder zien dan 3 meter. pagina 4 van 7

iDea Compact BV Bremhorst 4 ● 4847 CK Teteringen ● 06 - 51869055 www.ideacompact.nl ● info@ideacompact.nl

KvK: 60949244 ● BTW: NL854130901B01 IBAN: NL47 SNSB 0901 8669 97

 

  

De bewoners van Karnhuis 1 en 3 maken zich zorgen over de waterhuishouding naar aanleiding van de plannen, zij geven aan nu ook al wateroverlast te hebben bij hevige regenbuien. Diverse bewoners maken zich zorgen om de impact op de flora en fauna vanwege het verdwijnen van groen naar aanleiding van de plannen. Diverse bewoners willen zekerheid over het blijven bestaan van de groene haag ter hoogte van de fietspad en zoveel als mogelijk handhaven van de boomgaard aan de Hoge Neerstraat. Omwonenden maken zich zorgen over de verkeerveiligheid op de Vlaamse Schuur. Hoe zal de definitieve vorm en hoogte afscheiding tussen woningen Karnhuis / Vlaamse Schuur 32 en Hoge Neerstraat 4 zijn. Wat is de planning en de vervolgprocedure van de plannen? Na de omgevingsdialoog en de schriftelijke uitkomstterugkoppeling aan de buurt, zal de bestemmingsplanprocedure opgestart worden in overleg met de gemeente, het flora en fauna onderzoek (onderdeel van de bestemmingsplanprocedure) is vanwege de vele vragen uit de buurt reeds uitgevoerd. In de bestemmingsplanprocedure worden verder onderzocht en onderbouwd archeologie, stikstofdepositie, invloedwegverkeerslawaai op nieuwbouw en bodemonderzoek. Gelijktijdig met de bestemmingsplanprocedure wordt de procedure omgevingsvergunningaanvraag opgestart.

Als beide zijn gelopen (doorlooptijd vanaf heden circa één jaar) en goedgekeurd zou bouw kunnen aanvangen met een doorlooptijd van ongeveer 15 maanden. Planschade, waardevermindering, nulmeting, hoe gaat iDea Compact hiermee om? Indien bewoners achten planschade/waardevermindering te ondervinden ten gevolge van de beoogde plannen dan zullen zij dit zelf in kaart moeten brengen. Voor start bouw zal iDea aan huizen van de omliggende kavels in “het risicogebied” een nulmeting laten verrichten door een erkend expertisebureau zodat verzekeringstechnisch eventuele vervolgschade ten gevolge van bouwwerkzaamheden voor de bewoners gewaarborgd is. Voor het heisysteem van de woningen gaan wij vooralsnog uit van een in de grond gevormd trillingvrij systeem, dat zal natuurlijk na de grondonderzoeken nog worden getoetst en onderbouwd door een constructiebureau.

Op de voorliggende vragen/opmerkingen hebben wij als volgt gereageerd mits hiervoor nog niet behandeld; 

Met betrekking tot flora en fauna is er een QuickScan opgesteld Natuurwetgeving Vlaamse Schuur te Etten-Leur ( bijlage 5) d.d. 07-10-2020. Hieruit komen een aantal aandachtspunten naar voren maar deze pagina 5 van 7

iDea Compact BV Bremhorst 4 ● 4847 CK Teteringen ● 06 - 51869055 www.ideacompact.nl ● info@ideacompact.nl

KvK: 60949244 ● BTW: NL854130901B01 IBAN: NL47 SNSB 0901 8669 97

vormen geen bijzondere belemmeringen voor de herontwikkeling. Het rapport zal worden gedeeld met de omgeving. Wij hebben afgesproken in de dialoog met omwonenden dat er in het vervolg traject een deskundige (landschapsarchitect) ingeschakeld wordt om met name de groenstrook van 3 meter waar nodig juist vorm te geven en het overige groen in te passen in de plannen. Waterhuishouding maakt onderdeel uit van het bestemmingsplan en zal worden onderzocht, het onderzoek en de eventuele voortvloeiende acties zullen worden opgenomen in de rapportage behorende bij het bestemmingsplan. De groene haag aan Hoge Neerstraat blijft gehandhaafd nader af spreken hoe onderhoud (openbaar gebied) vorm te geven dit geldt ook voor de 6 parkeerplaatsen, ook hier kan de landschapsarchitect een rol spelen. Verkeersveiligheid aan de Vlaamse schuur is heden al een probleem volgens bewoners van de wijk zoals al eerder is genoemd, er wordt hard gereden en door de bosschages is er weinig overzicht. Het weghalen van het groen aan de Vlaamse schuur vanwege de voorgestelde bouwplannen zal ons inziens het overzicht niet verslechteren, goed is het om dit te onderzoeken en te onderbouwen.

Conclusie en verzoek Conclusie uit bovengenoemde opsomming is onzes inziens dat genoemde bezwaren tegen de geplande planontwikkeling important doch oplosbaar zijn. Wij vragen bij deze dan ook toestemming om de procedure voor de wijziging van de huidige bestemming naar de nieuwe bestemming op te starten. Graag verzoeken wij het college om hiermee in te stemmen.

Met vriendelijke groet, namens iDea Compact BV, Edwin Smits – Ivo van Beek

pagina 6 van 7 iDea Compact BV Bremhorst 4 ● 4847 CK Teteringen ● 06 - 51869055 www.ideacompact.nl ● info@ideacompact.nl

KvK: 60949244 ● BTW: NL854130901B01 IBAN: NL47 SNSB 0901 8669 97

Kopie: Bijlage 1 aanwezigheidslijst d.d. 11-02-2020 Bijlage 2 reacties d.d. 11-02-2020 Bijlage 3 situatie presentatie d.d. 11-02-2020 Bijlage 4 aangepaste situatie d.d. 09-07-2020 Bijlage 5 QuickScan Natuurwetgeving d.d. 07-10-2020

pagina 7 van 7 iDea Compact BV Bremhorst 4 ● 4847 CK Teteringen ● 06 - 51869055 www.ideacompact.nl ● info@ideacompact.nl

KvK: 60949244 ● BTW: NL854130901B01 IBAN: NL47 SNSB 0901 8669 97

Bijlage 1 Aanwezigheidslijst informatieavond 11 februari 2020

Vanwege privacy reden is de aanwezigheidslijst zelf niet opgenomen.

Voor de informatieavond waren de bewoners van de volgende adressen uitgenodigd:      

Karnhuis 1 / 3 / 5 / 7 / 9 Vlaamse schuur 30 / 32 Hoge Neerstraat 1 / 4 / 10 Melkhuis 4 / 7 Turfhuis 8 Olympiade 2

Bij de informatieavond waren aanwezig de bewoners van de volgende adressen:      

Karnhuis 1 / 3 / 5 / 7 / 9 Vlaamse Schuur 30 / 32 Hoge Neerstraat 1 / 4 Melkhuis 4 / 7 Turfhuis 8 Olympiade 2

Bijlage 2 Schriftelijke reacties n.a.v. informatieavond 11 februari 2020

Vanwege privacy reden zijn de reacties zelf niet opgenomen. De reacties zijn uitputtend samengevat in het verslag omgevingsdialoog.

Reacties zijn ontvangen van de bewoners van de volgende adressen:     

Karnhuis 1 / 3 / 7 / 9 Vlaamse Schuur 30 / 32 Hoge Neerstraat 4 Melkhuis 4 Turfhuis 8

kavel 7 398,90 m2 kavel 6 274,13 m2

kavel 8 53,75 m2

kavel 5 296,82 m2 kavel 4 315,52 m2 kavel 8 287,08 m2

kavel 3 349,47 m2 kavel 2 387,56 m2 kavel 1 408,56 m2

kavel 9 424,89 m2

kavel 10 493,17 m2

N Gemeente : Etten-Leur Sectie : P Nr. : 2613 ged.+2614 ged. Schaal : 1:500

Woningbouw aan de Vlaamse Schuur te Etten-Leur Situatie 14 januari 2020 1:500

project onderdeel datum schaal

N ur Schu e s m Vlaa

Gemeente : Etten-Leur

2

Sectie :

P

Nr. :

2613 ged.+2614 ged.

Schaal :

1:500

parkeerplaats

2 m 12,50

kavel 7 kavel 6 kavel 5 274,6 m2

kavel 4 kavel 3

249,0 m2

1

3 meter groenstrook betrekken bij huidige percelen

2

woningen 250mm smaller t.b.v. groenstrook

3

3 rijwoningen

4

parkeren in het groen

kavel 8 53,7 m2

kavel 8 307,1 m2

2

328,1 m

kavel 2 kavel 1

298,6m2

374,2 m2

365,4 m2

2

387,0 m

kavel 9

uis rnh Ka

141,7 m2

3

kavel 10 147,6 m2

kavel 11

Ho ge Ne er str aa t

1

184,7 m2

4

Woningbouw aan de Vlaamse Schuur te Etten-Leur Gewijzigd plan n.a.v. zienswijze omgeving 9 juli 2020 1:500

project onderdeel datum schaal

Quickscan Natuurwetgeving Vlaamse Schuur te Etten-Leur

Quickscan Natuurwetgeving Vlaamse Schuur te Etten-Leur

Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM20391 : Definitief (versie 1) : 7 oktober 2020

Opdrachtgever

: Accent adviseurs Luchthavenweg 13E 5657 EA Eindhoven

Opgesteld door Paraaf

: ir. C. de Koning | ir. J.P.M Hovens :

Gecontroleerd door Paraaf

: ing. J.M.G. Reuver :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Pagina | 2 AM20391

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4

2.

WET- en REGELGEVING .........................................................................................................................................................................................5 2.1

Inleiding ............................................................................................................................................................................................................5

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden .............................................................................................................................................5

2.3

Natuurnetwerk Nederland ........................................................................................................................................................................6

2.4

Beschermde planten en dieren ................................................................................................................................................................6

3.

WERKWIJZE ................................................................................................................................................................................................................8 3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden ........................................................................................................................8

3.2

Werkwijze quickscan ....................................................................................................................................................................................8

4.

BESCHERMDE NATUURWAARDEN ................................................................................................................................................................. 10 4.1

Beschrijving plangebied .......................................................................................................................................................................... 10

4.2

Natura 2000-gebieden ............................................................................................................................................................................. 10

4.3

Natuurnetwerk Nederland....................................................................................................................................................................... 11

4.4

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 12

5.

MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN ............................................................................................................ 16 5.1

Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 16

5.2

Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................................................................................................ 16

5.3

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 16

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...................................................................................................................................................................... 18 6.1

Natura 2000.................................................................................................................................................................................................. 18

6.2

Natuurnetwerk Brabant ............................................................................................................................................................................ 18

6.3

Beschermde planten en dieren ............................................................................................................................................................. 18

LITERATUUR ..................................................................................................................................................................................................................... 20

Bijlage: 1

Toelichting per beschermingsregime

Pagina | 3 AM20391

1. INLEIDING In opdracht van Accent Adviseurs heeft Aeres Milieu in samenwerking met Faunaconsult een quickscan natuurwetgeving uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: Hoge Neerstraat 2 te Etten-Leur

Gemeente

: Etten-Leur

Kadastrale registratie

: Etten-Leur, sectie P, nummer 2614 (ged.)

Oppervlakte

: ca. 2700 m2

Huidige bestemming

: Wonen

Toekomstige bestemming

: Wonen

Op deze locatie worden elf grondgebonden woningen gerealiseerd. De voorgenomen ontwikkeling heeft aanleiding gegeven voor deze quickscan natuurwetgeving. Hierin is nagegaan welke effecten de ingreep heeft op lokaal voorkomende beschermde flora en fauna. Daarnaast is nagegaan welke invloed de ingreep heeft op beschermde Natura 2000-gebieden en overige beschermde natuurgebieden.

Doel en status van dit document Het risico bestaat dat het plangebied deel uitmaakt van leefgebieden van diverse beschermde soorten. Dit document geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en -beleid en mogelijke effecten als gevolg van het project. Het doel van dit document is om vast te stellen of de natuurwetgeving de geplande ontwikkeling in de weg staat. De ingreep kan een negatief effect hebben op beschermde natuurwaarden (plant- en diersoorten en bijbehorende leefgebieden) en beschermde gebieden. Dit document geeft aan of en welke vervolgstappen noodzakelijk zijn om te voldoen aan de minimale onderzoekinspanning vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) en het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Daarnaast worden mitigerende (verzachtende) maatregelen aangegeven om significant negatieve effecten op voorhand te voorkomen en daarmee te voldoen aan de natuurwetgeving.

Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de relevante wet- en regelgeving. Hoofdstuk 3 beschrijft de geplande werkzaamheden en de werkwijze van de inventarisaties van de natuurwaarden. In hoofdstuk 4 worden de resultaten van de beleids- en veldinventarisaties weergegeven. Hoofdstuk 5 beschrijft de effecten van de voorgenomen ingreep op Natura 2000gebieden, de in en nabij het plangebied aanwezige natuurwaarden, evenals de mogelijke overtredingen op de Wnb. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies en aanbevelingen weer.

Pagina | 4 AM20391

2. WET- en REGELGEVING 2.1

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt een korte toelichting gegeven op de juridische bescherming van de Nederlandse natuur. De Wet natuurbescherming (Wnb), die per 1 januari 2017 is ingegaan, vervangt drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Floraen Faunawet en de Boswet. De Natuurbeschermingswet 1998 zorgde voor de bescherming van (natuur)gebieden en de Floraen faunawet regelde de bescherming van alle in het wild levende planten- en diersoorten, dus ook buiten de beschermde gebieden. Bij werkzaamheden met betrekking tot ruimtelijke ingrepen, moest worden nagegaan of deze negatieve gevolgen zouden kunnen hebben voor beschermde soorten en/of beschermde gebieden. Bij kap van bomen moest worden bepaald of de Boswet van toepassing was (de Boswet regelde het behoud van bosopstanden of compensatie ervan). De basis van de nieuwe wetgeving blijft in grote lijnen gelijk, al verandert er wel een aantal zaken.

2.2

Bescherming van Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is de benaming voor een Europees netwerk van natuurgebieden waarin belangrijke flora en fauna voorkomen, gezien vanuit een Europees perspectief. Wat betreft gebiedsbescherming, vervalt de bescherming van de Beschermde natuurmonumenten. Deze vallen echter vrijwel altijd (op enkele kleine gebieden na) binnen Natura 2000 of het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen EHS) en houden dus indirect wel bescherming, zij het niet in dezelfde mate. De provincies hebben daarnaast de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Zij kunnen in een later stadium door de Minister worden toegevoegd aan Natura 2000-gebieden. Verder verandert er voor Natura 2000-gebieden weinig. De bescherming van deze gebieden is namelijk gebaseerd op internationale verplichtingen en die zijn niet veranderd. Per Natura 2000-gebied zijn (instandhoudings)doelen (voor soorten en vegetatietypen) opgesteld. Iedereen die vermoedt of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000-gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Het bevoegd gezag kan schadelijke activiteiten beperken en eisen dat een vergunning op de Wnb wordt aangevraagd. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen.

Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen vergunning aangevraagd te worden. Wetlands worden beschermd door het internationale Ramsar-verdrag. Het zijn ook Natura 2000-gebieden en daardoor beschermd door de Wnb. Toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft Natura 2000-gebieden is opgenomen in hoofdstuk 5.

Pagina | 5 AM20391

2.3

Natuurnetwerk Nederland

Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) genoemd, is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Het NNN is gebaseerd op provinciale regelgeving, die met ingang van de Wnb niet is veranderd. In het Natuurnetwerk Nederland liggen: 

bestaande natuurgebieden, waaronder de 20 Nationale Parken;

gebieden waar nieuwe natuur aangelegd wordt;

landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer;

ruim 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee;

alle Natura 2000-gebieden.

Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor de begrenzing en ontwikkeling van dit natuurnetwerk. Tot die tijd was de Rijksoverheid hiervoor verantwoordelijk. In het Natuurpact hebben de provincies met het rijk afgesproken om tot 2027 80.000 hectare natuur in te richten. Het NNN moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen. De provincies hebben – zoals ook al in paragraaf 2.2 aangegeven - de bevoegdheid om bijzondere provinciale landschappen of bijzondere provinciale natuurgebieden aan te wijzen. Veel provincies hebben de Nationale Landschappen (sinds 2011 geen onderdeel meer van nationaal beleid) in hun provinciale beleid opgenomen. De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan het provinciale beleid is opgenomen in hoofdstuk 5.

2.4

Beschermde planten en dieren

De lijsten met beschermde soorten zijn veranderd. Er zijn soorten die voorheen beschermd waren en onder de Wnb niet meer en andersom. Zo zijn een aantal soorten orchideeën, de kleine modderkruiper en rode bosmieren sinds 1 januari 2017 niet meer beschermd. De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven (zie bijlage 1 voor een toelichting op verboden handelingen, afwijkingsmogelijkheden en criteria voor ontheffing/vrijstelling per beschermingsregime):

-

Vogels

alle vogels in de zin van de Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1 van de Wnb). Verder nemen de meeste provincies de onder de Flora- en faunawet benoemde vogelsoorten waarvan het nest jaarrond werd beschermd over. Voor een aantal vogelsoorten geldt dat hun nesten jaarrond beschermd zijn, ook als de soort op het moment van de handeling geen gebruik maakt van het nest. Dit is het geval wanneer een vogelsoort jaarlijks terugkeert naar zijn nest en niet of nauwelijks in staat is om elders in zijn leefgebied een vervangend nest te vinden of te maken;

Pagina | 6 AM20391

-

Internationaal beschermde soorten

alle dieren en planten, genoemd in de bijlagen bij de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (paragraaf 3.2 van de Wnb);

-

Overige beschermde soorten

soorten genoemd in de bijlage bij de Wnb, die niet onder de reikwijdte van paragraaf 3.2 vallen (paragraaf 3.3 van de Wnb). Hieronder vallen onder meer de ‘algemene’ soorten die onder de Flora- en faunawet bij ruimtelijke ingrepen waren vrijgesteld. Vrijwel al deze soorten zijn door alle provincies eveneens voor ruimtelijke ingrepen vrijgesteld (een uitzondering geldt bijvoorbeeld voor de mol, die onder de Wnb niet meer is beschermd).

De beschermde status van soorten kan echter per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstelling te verlenen voor nationaal beschermde soorten (Provinciale staten van Noord-Brabant, 2016). Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden.

Voor soorten die ook niet in de bijlagen van de Wnb worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wnb) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen.

De toetsing van de voorgenomen werkzaamheden in het plangebied aan de Wnb wat betreft flora en fauna is opgenomen in hoofdstuk 5.

Pagina | 7 AM20391

3. WERKWIJZE 3.1

Beschrijving van de voorgenomen werkzaamheden

De schuur wordt gesloopt en de bestaande vegetatie wordt verwijderd, waarna er elf grondgebonden woningen (aan zowel de Vlaamse Schuur als de Hoge Neerstraat) worden gebouwd. Ook worden er tuinen en parkeerplaatsen aangelegd (zie figuur 3.1). Een groenstrook aan de westzijde van het plangebied wordt behouden. Ook de bestaande woning wordt behouden.

Figuur 3.1. Schets van de voorgestane situatie. Bron: iDea Compact.

3.2

Werkwijze quickscan

Deze quickscan natuurwetgeving is uitgevoerd door middel van een veldbezoek en een literatuurstudie. Op 22 september 2020 heeft Faunaconsult het plangebied en de omgeving ervan bezocht voor een habitatgeschiktheidsonderzoek. Hierbij werd beoordeeld voor welke plant- en diersoorten het plangebied een geschikte habitat biedt. Waarnemingen van soorten in het plangebied zijn genoteerd. Met betrekking tot zoogdieren werd speciaal gelet op pootafdrukken, krabsporen, wissels, uitwerpselen, haren, graafsporen, holen en potentieel geschikte verblijfplaatsen. Pagina | 8 AM20391

Het bureauonderzoek is gebaseerd op vrij verkrijgbare verspreidingsbronnen en waarnemingen van soorten: - Synbiosys alterra (www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase); - RAVON (www.ravon.nl). Verspreidingsgegevens van amfibieën, reptielen en vissen; - FLORON (www.floron.nl); - SOVON (www.sovon.nl); - Zoogdiervereniging (www.zoogdiervereniging.nl); - NDFF Verspreidingsatlas (www.verspreidingsatlas.nl).

Pagina | 9 AM20391

4. BESCHERMDE NATUURWAARDEN 4.1

Beschrijving plangebied

Het plangebied (zie figuur 4.1 en de foto’s op de voorzijde van het rapport) ligt in het oosten van Etten-Leur, binnen de bebouwde kom. Ten noorden bevindt zich de weg Vlaamse Schuur met daarachter openbaar groen en een fietspad. De overige zijdes grenzen aan (nieuwbouw)woningen met tuinen. Het plangebied bestaat uit een schuur en tuin, behorende bij Hoge Neerstraat 2. De woning (met ±1100m2 omliggende tuin) wordt behouden en valt daarom buiten het feitelijke plangebied. Er is op meerdere plaatsen gazon aanwezig met daarnaast een fruitboomgaard en een bosschage. In het plangebied komen soorten voor als zomereik, ruwe berk, es, hazelaar, appelboom, notenboom, paardenkastanje, treurwilg, rode esdoorn, laurierkers, acacia, braam, zwarte nachtschade, paardenbloem, bosaardbei, madelief, grote brandnetel, cotoneaster, hondsroos, hulst, klimop, vlier, rode kornoelje, rododendron, rode bes, taxus en hondsdraf.

Figuur 4.1. Het plangebied. Bron: Google Maps.

4.2

Natura 2000-gebieden

Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse Bos’ is het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, op een afstand van ruim 10,2 kilometer ten oosten van het plangebied. Overige Natura 2000-gebieden liggen op nog grotere afstand van het plangebied (zie figuur 4.2). Pagina | 10 AM20391

Figuur 4.2. Ligging van het plangebied (rode stip) ten opzichte van Natura-2000 gebieden (groen weergegeven). Bron: www.natura2000.nl/gebieden.

4.3

Natuurnetwerk Nederland

Op circa 1,1 kilometer ten zuidoosten van het plangebied ligt het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), het Brabantse deel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Dit bestaat uit het beheertype ‘Houtwal en houtsingel’ (zie figuur 4.3).

Pagina | 11 AM20391

Figuur 4.3. Ligging van het plangebied (rode marker) ten opzichte van het NNB (donkerbruin gekleurd). Bron: website Provincie Noord-Brabant (www.kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/).

4.4

Beschermde planten en dieren

Vogels Tijdens het veldbezoek werden in en rond het plangebied de volgende vogelsoorten waargenomen: zwartkopje, merel, koolmees, tjiftjaf en houtduif. De onderste rij dakpannen van de schuur is voorzien van degelijk vogelschroot (zie figuur 4.4.1). Huismussen kunnen de ruimte onder de dakpannen niet bereiken en daarom is het voorkomen van huismusnesten uitgesloten. Er bevinden zich geen kieren of holtes in de schuur waar gierzwaluwen kunnen nestelen. Ook deze nesten zijn in het plangebied afwezig. Aan de binnenzijde van de schuur werd tijdens het veldbezoek een (oud) merelnest waargenomen. Tijdens het veldbezoek werden geen jaarrond beschermde vogelnesten of overige strenger beschermde vogelnesten waargenomen. Waarschijnlijk broeden er in het broedseizoen wel algemeen voorkomende vogels zoals de merel in de opgaande vegetaties in het plangebied.

Pagina | 12 AM20391

Figuur 4.4.1. Onder de onderste rij dakpannen van de schuur zit degelijk vogelschroot. Hierdoor kunnen huismussen niet onder deze pannen nestelen.

Zoogdieren De schuur heeft een schilddak. Onder de nokpannen zijn kieren aanwezig (zie figuur 4.4.2), maar doordat hieronder een doek is aangebracht, wordt de toegang tot het dak afgesloten. Vleermuizen kunnen hier dus niet het dak in. De schuur is rondom bekleed met een houten betimmering. Deze planken sluiten overal nauw op elkaar aan (zie figuur 4.4.3). Ook hier kunnen vleermuizen dus nergens het gebouw binnen. Aan de binnenzijde van de schuur werden tijdens het veldbezoek nergens vleermuizen of -uitwerpselen etc. aangetroffen. De aanwezigheid van vleermuisverblijven in de schuur is daarmee uitgesloten. Omdat er geen holle bomen in het plangebied aanwezig zijn, zijn vleermuisverblijven daarom in het plangebied afwezig. Het plangebied bevat bomen die mogelijk deel uitmaken van een vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Direct rondom het plangebied bevindt zich ook geleidende beplanting (aan de Vlaamse Schuur, Hoge Neerstraat en Bredaseweg) die geschikt is als vliegroute of foerageergebied van vleermuizen. Vaste vliegroutes en foerageergebieden zijn onder de Wnb beschermd. Een aantal vleermuizen is daarom opgenomen in tabel 4.4. Dassenburchten of sporen van dassen zijn afwezig en voor marters biedt het plangebied te weinig beschutting. Overige algemene zoogdieren zoals de veldmuis kunnen wel in het plangebied voorkomen (zie tabel 4.4).

Pagina | 13 AM20391

Figuur 4.4.2. Onder de ruimtes van de nokpannen is een doek aangebracht, dat de toegang tot het dak verspert.

Figuur 4.4.3. De houten wandbetimmering sluit overal nauw aan. Hier kunnen geen vleermuizen naar binnen.

Pagina | 14 AM20391

Amfibieën, reptielen en overige soorten In het plangebied zijn alleen algemene, niet beschermde planten waargenomen (zie paragraaf 4.1). Wateren die als voortplantingswater voor amfibieën kunnen dienen, zijn afwezig. Het is wel mogelijk dat algemene amfibieënsoorten (delen van) het plangebied als landhabitat gebruiken. Voor reptielen zijn er geen geschikte habitats in het plangebied aanwezig. Ook andere soorten, die beschermd zijn onder de Wnb, zijn niet te verwachten in het plangebied. Tabel 4.4 geeft de beschermde soorten weer die (mogelijk) een vaste voortplantings- of rustplaats in het plangebied hebben. Nederlandse en wetenschappelijke naam

Vogels met jaarrond

Internationaal

Overige beschermde

beschermd nest

beschermde soorten

soorten

Grootoorvleermuis (Plecotus auritus)

X

Laatvlieger (Eptesicus serotinus)

X

Ruige dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii)

X

Gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus)

X

Aardmuis (Microtus agrestis)

X

Bosmuis (Apodemus sylvaticus)

X

Veldmuis (Microtus arvalis)

X

Bruine kikker (Rana temporaria)

X

Gewone pad (Bufo bufo)

X

Tabel 4.4. (potentieel) in het plangebied voorkomende beschermde soorten. Het beschermingsregime van de soorten in de Wnb is eveneens weergegeven.

Pagina | 15 AM20391

5. MOGELIJKE EFFECTEN OP BESCHERMDE NATUURWAARDEN 5.1

Natura 2000

Door de voorgenomen werkzaamheden kan verstoring door geluid en beweging optreden. Deze effecten zijn zeer lokaal; bovendien ligt het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Ulvenhoutse Bos’ op een afstand van ruim 10 kilometer van het plangebied. Tussen het gebied ‘Ulvenhoutse Bos’ en het plangebied in liggen de snelwegen A58 en A 16, de provinciale weg N263, een gedeelte van de bebouwde kom van Etten-Leur en diverse agrarische bedrijven. Ook vanwege de afstand verwachten wij van de voorgenomen werkzaamheden geen effect op bovengenoemd Natura 2000-gebied. De hierboven genoemde Natura 2000-gebied bevat tenminste één stikstofgevoelig habitattype, dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. De bouw en het gebruik van de woningen zal leiden tot wat stikstofuitstoot. Vanwege de afstand tussen de Natura 2000-gebieden en het plangebied verwachten wij echter geen significant effect op bovengenoemde (en verder van het plangebied gelegen) Natura 2000-gebieden.

5.2

Natuurnetwerk Brabant

Het plangebied ligt op circa 1,1 kilometer afstand van het dichtstbijzijnde onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant (NNB), bestaande uit het beheertype ‘Houtwal en houtsingel’. Omdat dit een weinig stikstofgevoelige biotoop is en vanwege de afstand tussen het NNB en het plangebied verwachten wij dat de plannen geen effect op het NNB zullen hebben.

5.3

Beschermde planten en dieren

Als gevolg van de werkzaamheden kunnen onderstaande effecten op beschermde flora en fauna optreden: 

Bij de werkzaamheden kunnen vaste voortplantings- of rustplaatsen van algemene beschermde zoogdieren en amfibieën worden aangetast. Individuen kunnen hierbij worden verwond of gedood.

In de schuur en in de opgaande vegetatie in het plangebied bevinden zich in het broedseizoen mogelijk (beschermde) vogelnesten. Als de schuur en/of de opgaande vegetatie tijdens het broedseizoen wordt gesloopt/verwijderd, kunnen broedende vogels worden verstoord (hun jongen kunnen hierdoor te lang zijn achtergelaten en eieren kunnen te lang niet zijn bebroed) of vernietigd. Ook kan het leiden tot sterfte van eieren en jonge vogels.

De te verwijderen bomen maken mogelijk deel uit van een vaste vliegroute of foerageergebied van vleermuizen. Doordat er voldoende alternatieve geleiding in de directe omgeving aanwezig is, blijven eventueel aanwezige vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen behouden. De vliegroute zal daarom niet noemenswaardig worden aangetast. Het plaatsen van buitenverlichting vanaf het plangebied, gericht op de geleidende beplanting rondom het plangebied, kan vleermuizen op de vliegroutes echter verstoren.

In tabel 5.3 zijn de mogelijke overtredingen van de verbodsbepalingen van de Wnb weergegeven. In hoofdstuk 6 wordt uitgelegd hoe deze overtredingen kunnen worden voorkomen. Pagina | 16 AM20391

Soort

Beschermingsregime Wnb

Algemene in het plangebied

Vogels

broedende vogels Vleermuizen

Art. 3.1

Art. 3.1

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.5

Art. 3.10

lid 1

lid 2

lid 1

lid 2

lid 3

lid 4

lid 1

X

X

Internationaal beschermde soorten

Algemeen voorkomende

X

X

Overige soorten

grondgebonden zoogdieren en

X

amfibieën Tabel 5.3. Mogelijke overtredingen van algemene verbodsbepalingen van de Wnb. Zie bijlage 1 voor een verklaring van de beschermingscategorieën en een overzicht van alle verbodsbepalingen.

Artikel 3.1 (m.b.t. Vogels) - lid 1: het opzettelijk doden en vangen van vogels - lid 2: het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten Artikel 3.5 (m.b.t. Internationaal beschermde soorten): - lid 1: het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten - lid 2: het opzettelijk verstoren van habitatsoorten - lid 3: het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten - lid 4: het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten Artikel 3.10 lid 1 (m.b.t. A-soorten): het is verboden (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A -soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen; en De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos -, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artik el 3.10 lid 3 Wnb).

Pagina | 17 AM20391

6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN 6.1

Natura 2000

De plannen zullen naar onze mening waarschijnlijk geen effect op de natuurwaarden in Natura 2000-gebieden hebben. Om elk risico uit te sluiten, is het echter te overwegen de te verwachten stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te laten bepalen. Indien daaruit blijkt dat er een significante toename is te verwachten, is er een vergunning nodig op grond van de Wnb.

6.2

Natuurnetwerk Brabant

De bouw en het gebruik van de woningen en de toenemende verkeersbewegingen hebben waarschijnlijk geen negatieve effecten op het NNB. Omdat er geen negatieve effecten op het NNB zijn te verwachten, zijn er op dit punt geen bezwaren vanuit het provinciale natuurbeleid.

6.3

Beschermde planten en dieren

Algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën In het plangebied komen mogelijk zoogdieren en amfibieën voor, die onder de Wnb zijn beschermd. Het gaat om algemeen voorkomende soorten (zogenaamde A-soorten), waarvoor in de provincie Noord-Brabant een algemene vrijstelling geldt in geval van ruimtelijke ontwikkeling en beheer en onderhoud. Dit houdt in dat deze soorten verstoord mogen worden, zonder dat daar vooraf een ontheffing voor is verkregen. Wel geldt altijd de Zorgplicht (artikel 1.11 Wnb); deze houdt in dat nadelige gevolgen voor dieren en planten altijd zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Om aan de algemene zorgplicht te voldoen, moeten dieren die tijdens de werkzaamheden worden aangetroffen, zo snel mogelijk naar een aangrenzende locatie buiten het plangebied worden verplaatst.

Vleermuizen De bomen in het plangebied maken mogelijk deel uit van een vaste vliegroute en/of foerageergebied van vleermuizen. Doordat er voldoende alternatieve geleiding rondom het plangebied aanwezig is, blijven eventueel aanwezige vliegroutes behouden. Om verstoring van vleermuizen te voorkomen, mag er tot op een afstand van 10 meter van deze bomen, alleen vleermuisvriendelijke buitenverlichting worden geplaatst; van de bomen af omlaag gerichte straatverlichting, met een scherpe bundel, zoals ledlampen. Hierbij kan worden gekozen voor amberkleurige UV-vrije led armaturen (Zoogdiervereniging, 2011) of rood licht (Spoelstra et al, 2017).

Vogels In de schuur en in de opgaande vegetatie in het plangebied komen mogelijk beschermde vogelnesten voor tijdens het broedseizoen. Het gaat om vogels waarvan het nest niet jaarrond wordt beschermd of als strenger beschermd wordt beschouwd. Hiervoor zijn maatregelen die negatieve effecten voorkomen wel verplicht. Pagina | 18 AM20391

Verstoring

van

broedvogels

en

vernietiging

van

vogelnesten

kan

worden

voorkomen

door

de

sloop-

en

vegetatieverwijderingswerkzaamheden buiten de periode 15 maart – 15 juli (het broedseizoen van de meeste vogels) uit te voeren. Door naleving van deze maatregel worden ten aanzien van vogels geen overtredingen op de Wet natuurbescherming begaan.

Pagina | 19 AM20391

LITERATUUR 

Ministerie van Economische Zaken, 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.

Provincie Noord-Brabant, 2016. Nieuwsbrief Wet natuurbescherming, december 2016.

Provinciale staten van Noord-Brabant. 2016. Verordening van Provinciale Staten van de provincie Noord-Brabant houdende regels ter bescherming van de natuur (Verordening natuurbescherming Noord-Brabant). Link: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/XHTMLoutput/Historie/Noord-Brabant/600901/CVDR600901_1.html.

Spoelstra, K, R.H.A. van Grunsven, J.J.C. Ramakers, K.B. Ferguson, T. Raap, M. Donners, E.M. Veenendaal en M. E. Visser. 2017. Response of bats to light with different spectra: light-shy and agile bat-presence is affected by white and green, but not by red light. The Royal Society Publishing. www.rspb.royalsocietypublishing.org

Zoogdiervereniging, 2011. Een vleermuisvriendelijke kleur voor verlichting. http://www.zoogdiervereniging.nl/eenvleermuisvriendelijke-kleur-voor-verlichting.

Pagina | 20 AM20391

BIJLAGE 1. TOELICHTING PER BESCHERMINGSREGIME Vogels Verbodsbepalingen en afwijkingsmogelijkheden Het beschermingsregime voor vogels is neergelegd in de artikelen 3.1 tot en met 3.4 van de Wnb. Deze bepalingen gelden voor alle van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Op grond van de artikelen 3.1 en 3.2 gelden voor deze vogels de volgende verboden:

het opzettelijk doden en vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1 Wnb)

het opzettelijk vernielen en beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren en het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2 Wnb)

het rapen en houden van eieren (artikel 3.1 lid 3 Wnb)

het opzettelijk storen van vogels indien dit van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende soort (artikel 3.1 lid 4 en 5 Wnb)

het verkopen, vervoeren voor verkoop, onder zich hebben voor verkoop of ten verkoop aanbieden van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 1 Wnb)

het, anders dan voor verkoop, houden en vervoeren van (gemakkelijk herkenbare delen of producten van) dode of levende vogels (artikel 3.2 lid 6 Wnb)

het, voor zover bij of krachtens de Wnb toegestaan, vangen of doden van vogels met – kort gezegd – verboden middelen en het achtervolgen met behulp van in de Vogelrichtlijn genoemde vervoermiddelen overeenkomstig de in de Vogelrichtlijn omschreven wijze (artikel 3.4 lid 1 Wnb).

Het beschermingsregime gaat uit van het ‘nee, tenzij-principe’. Dit betekent dat de genoemde schadelijke handelingen verboden zijn, tenzij het bevoegd gezag een afwijking van het verbod toestaat. Die toestemming kan worden verleend door middel van een ontheffing of vrijstelling.

Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde staten (‘GS’) kunnen van vrijwel alle hierboven omschreven verboden ontheffing verlenen. Provinciale staten (‘PS’) kunnen daarnaast bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden. Voor een paar specifieke verboden is de minister van Economische Zaken (de ‘minister’) het bevoegd gezag, namelijk de verboden die zien op de verkoop en het vervoer van vogels. Indien een afwijking van een verbodsbepaling wordt toegestaan, moet daarbij in ieder geval worden bepaald op welke soort de afwijking betrekking heeft, welke middelen, installaties of methoden voor het vangen of doden zijn toegestaan en welke voorwaarden gelden ter beperking van de risico’s en met betrekking tot het tijdstip en de plaats van de handeling. Daarnaast moet voor de verlening van een ontheffing of vrijstelling aan een aantal cumulatieve criteria zijn voldaan. Dit betekent dat er:

geen andere bevredigende oplossing mag bestaan;

de maatregelen niet mogen leiden tot verslechtering van de staat van instandhouding van de desbetreffende soort en; Pagina | 21

AM20391

de ontheffing nodig is in verband met één van de volgende zes gronden: -

het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid;

-

het belang van de veiligheid van het luchtverkeer;

-

ter voorkoming van belangrijke schade aan gewassen, vee, bossen, visserij of wateren;

-

ter bescherming van flora of fauna;

-

voor onderzoek of onderwijs, het uitzetten of herinvoeren van soorten of voor de daarmee samenhangende teelt; of

-

om het vangen, het onder zich hebben of elke andere wijze van verstandig gebruik van bepaalde vogels in kleine hoeveelheden selectief en onder strikt gecontroleerde omstandigheden toe te staan.

Internationaal beschermde soorten Deze soorten worden in de praktijk vaak aangeduid als de ‘strikt beschermde soorten’, omdat voor deze soorten alleen onder strikte voorwaarden ontheffing van een verbodsbepaling kan worden verkregen. Bekende voorbeelden van habitatsoorten zijn de drijvende waterweegbree, de rugstreeppad en de zandhagedis.

Verbodsbepalingen De belangrijkste verboden uit de Wnb zijn:

het opzettelijk doden of vangen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 1 Wnb)

het opzettelijk verstoren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 2 Wnb)

het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 3 Wnb)

het beschadigen en vernielen van de voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 4 Wnb)

het opzettelijk plukken en verzamelen, afsnijden, ontwortelen en vernielen van habitatsoorten (artikel 3.5 lid 5 Wnb)

het, anders dan voor verkoop, onder zich hebben of vervoeren van habitatsoorten (artikel 3.6 lid 2 Wnb).

Criteria voor ontheffing of vrijstelling Gedeputeerde Staten kunnen van deze verboden ontheffing verlenen en Provinciale Staten kunnen bij verordening vrijstelling verlenen van deze verboden (artikel 3.8 lid 2 en 3.9 lid 2 Wnb). Er is een aantal (cumulatieve) criteria (opgesomd in artikel 3.8 lid 5 Wnb) om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen; deze worden slechts verleend indien:

er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets)

er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan

de ontheffing of vrijstelling nodig is: -

in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

-

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

Pagina | 22 AM20391

-

in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

-

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of

-

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Overige beschermde soorten Dit aanvullende beschermingsregime vloeit niet voort uit Europese wet- of regelgeving en beschermt alleen de in het wild levende diersoorten die worden genoemd in onderdeel A van de bijlage bij de Wnb. Voorbeelden zijn de hermelijn en de wezel (‘A-soorten’). Daarnaast worden vaatplanten beschermd van de soorten die worden genoemd in onderdeel B in de bijlage bij de Wnb, zoals de akkerboterbloem en de muurbloem (‘B-soorten’). Uit de wetsgeschiedenis is gebleken dat het nodig is om deze soorten bij wet aan te wijzen, omdat zij niet voldoende worden beschermd door enkel de zorgplicht. Het gaat daarbij in het bijzonder om soorten die in Nederland in hun voortbestaan worden bedreigd. Op de bijlagen zijn dan ook bijvoorbeeld de Rode Lijst-soorten aangewezen.

Verboden handelingen Het is verboden op grond van artikel 3.10 lid 1 Wnb: (a) in het wild levende A-soorten opzettelijk te doden of te vangen; (b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de A-soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen en (c) B-soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. De onder (a) en (b) genoemde verboden zijn niet van toepassing op de bos-, huisspits- en veldmuis voor zover deze dieren zich in of op gebouwen of daarbij behorende ervan of roerende zaken bevinden (artikel 3.10 lid 3 Wnb). Voor deze overige soorten gelden dus minder verboden dan voor de strikt beschermde soorten. Zo is bijvoorbeeld het (opzettelijk) verstoren van soorten niet verboden.

Ruimere afwijkingsmogelijkheden Voor de overige soorten gelden bovendien ruimere afwijkingsmogelijkheden dan voor de strikt beschermde soorten. Artikel 3.8 Wnb (dat de afwijkingsmogelijkheden voor Habitatsoorten bepaalt) is grotendeels van overeenkomstige toepassing op de overige soorten. Dit betekent dat een ontheffing of vrijstelling slechts wordt verleend indien:

er geen andere bevredigende oplossing bestaat (alternatieventoets)

er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijk verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan

Pagina | 23 AM20391

de ontheffing of vrijstelling nodig is: -

in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats;

-

ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom;

-

in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;

-

voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten; of

-

om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.

Anders dan voor Habitatsoorten, kan voor de overige soorten ook ontheffing of vrijstelling worden verleend als dit noodzakelijk is (artikel 3.8 lid 2): -

in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden, daaronder begrepen het daarop volgende gebruik van het ingerichte of ontwikkelde gebied;

-

ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen;

-

ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden;

-

ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer;

-

in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied, of;

-

ten behoeve van het algemeen belang.

Pagina | 24 AM20391

Overzicht verbodsbepalingen Wet natuurbescherming (Ministerie van Economische Zaken, 2016) Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn § 3.1 Wn

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn § 3.2 Wn

Beschermingsregime andere soorten § 3.3 Wn

Art 3.1 lid 1

Art. 3.5 lid 1

Art. 3.10 lid 1a

Het is verboden in het wild levende

Het is verboden soorten in hun natuurlijke

Het is verboden soorten opzettelijk te

vogels opzettelijk te doden of te vangen

verspreidingsgebied opzettelijk te doden of

doden of te vangen

te vangen

Art 3.1 lid 2

Art.3.5 lid 4

Art. 3.10 lid 1b

Het is verboden opzettelijk nesten,

Het is verboden de voortplantingsplaatsen

Het is verboden de vaste

rustplaatsen en eieren van vogels te

of rustplaatsen van dieren te beschadigen

voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van

vernielen of te beschadigen, of nesten van

of te vernielen

dieren opzettelijk te beschadigen of te

vogels weg te nemen

vernielen.

Art. 3.1 lid 3

Art. 3.5 lid 3

Het is verboden eieren te rapen en deze

Het is verboden eieren van dieren in de

onder zich te hebben

natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Art. 3.1 lid 4 en lid 5

Art 3.5 lid 2

Het is verboden vogels opzettelijk te

Het is verboden dieren opzettelijk te

storen, tenzij de storing niet van

verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Pagina | 25 AM20391

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=EttenLeur&id=d68692b3-ed3e-468d-a372-90e1faf5ea9e