Verslag bijeenkomst rapporteurs RWB 4-3-21.pdf
Tekst van het document
Verslag van het gesprek met de raadsrapporteurs over de kadernota van de RWB Datum gesprek: 4 maart 2021
Aanwezig bij dit gesprek:
Raadsrapporteurs: Portefeuillehouder: Regiefunctionaris: Griffie:
dhr. S. de Hoon (vervanger dhr. E. Hommel) en dhr. J. Wierema mevr. M. de Vries dhr. A. Klep mevr. J. Stroop en dhr. W. Voeten
Onderliggende stukken zijn:
Kadernota RWB 2022 Beoordeling kaders RWB aan de hand van het format
Het gesprek Aan het begin van het gesprek geeft de heer de Hoon aan dat hij Erik Hommel vervangt, daar waren de overige gespreksdeelnemers ook al per mail van op de hoogte gebracht. De heer Klep opent vervolgens het inhoudelijke gesprek: de gemeente Etten-Leur heeft richtlijnen meegegeven aan de gemeenschappelijk regelingen. Die zijn financieel voor alle regelingen hetzelfde, en voor de RWB hadden we nog 2 extra beleidsmatige richtlijnen. Die hebben ze goed opgevolgd, met eigenlijk maar 1 noemenswaardige uitzondering. Door de corona crisis is er vertraging van de aanpak VTE (vrije tijds economie) ontstaan. Daardoor kan de nog aanwezige dekking doorschuiven naar 2022. De RWB maakt ook nog geen evaluatie van het actieprogramma West-Brabant, maar schuift dat door naar de begroting van 2023. Mevrouw de Vries wijst erop dat ze daardoor ook gelijk komen te lopen met de cyclus van de (nieuwe) gemeenteraad. De heer Klep geeft ook aan dat voor de RWB de 0-lijn, in de doorrekening tot 2025, in combinatie met het uittreden van Tholen, betekent dat het weinige vet wat de RWB nog had wel weg is. Er is geen ruimte meer om in te spelen op onverwachte ontwikkelingen. De heer Wierema vraagt of er al besloten is of de RWB bepaalde taken moet laten vallen, en zo ja welke taken dat dan zijn. De heer Klep geeft aan dat dit nog besproken wordt.
Vrijetijdseconomie is wel iets waar alleen incidentele dekking voor is. Er is een strategisch beraad geweest op 23 februari: daarin is de aanvullende financiering Rewin besproken met gemeenten. De heer Wierema vraagt zich af welke rol de gemeente precies speelt binnen Rewin? De heer Voeten geeft aan dat de gemeente aandeelhouder is. De heer Klep vult aan dat Rewin een NV is, en geen gemeenschappelijke regeling. De inbreng van de gemeente loopt dus via de algemene vergadering van aandeelhouders. Maar uiteindelijk komt het geld voor Rewin wel uit de begroting van de RWB, dus zo heeft de raad er wel invloed op. RWB heeft hiervoor een subsidierelatie met Rewin.
Mevrouw de Vries doet de suggestie de directeur van Rewin is uit te nodigen bij de gemeenteraad, dan kan de raad een beter beeld krijgen van de rol van Rewin. De rapporteurs ondersteunen deze suggestie. De heer Voeten vraagt of er bij de uitvoering van het actieprogramma West-Brabant veel activiteiten zijn die door corona vertraging hebben opgelopen? Mevrouw de Vries vertelt dat dit eigenlijk wel meevalt. Twee van de drie sectoren zijn net zo druk als voorheen, namelijk logistiek, en agrofood & biobased. Bij hightech maintenance, is het ook best druk, vooral bij het onderhoud van vliegtuigen (dat gaat namelijk niet om personenvervoer)). Vanuit het onderwijs komen wel veel geluiden over het gebrek aan stageplaatsen. Vanuit de economic board is daarom bijvoorbeeld een brief geschreven naar de bedrijvenverenigingen om ze op te roepen toch stagairs aan te nemen. Rewin heeft ook contact gelegd met banken om leningen simpeler te maken voor de bedrijven. Vooral vrijetijdseconomie stagneert, en dat is logisch. Maar eigenlijk zien we de vertragingen door corona alleen in die specifieke hoek. De heer Wierema heeft nog een vraag over het kleinschalig collectief vervoer. Op pagina 3 wordt genoemd dat er besluitvorming geweest is eind 2020.
Wat is er dan besloten? De heer Klep geeft aan dat die besluitvorming is uitgesteld naar begin 2021, dat staat dus verkeerd in het ‘overzicht ontvangen richtlijnen begroting 2022 met reactie’, dat als bijlage bij de kaderbrief is gevoegd. Voor het verslag,
Julia Stroop