Verklaring college aanvraag vangnetregeling 2023
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2023 1. Verklaring college bij een basisverzoek
Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
1
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen interne en externe maatregelen om het tekort verder te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Dat geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij instemt voordat hij ondertekent. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort. In 2023 zijn de uitgaven aan bijstandsuitkeringen groter geweest dan het rijksbudget BUIG dat de gemeente heeft ontvangen. Het tekort bedraagt € 1,3 mln., ruim 12% van het toegekende BUIGbudget. Het ontstaan van dit tekort kan toegerekend worden aan een aantal oorzaken: 1. Veranderende doelgroep: In toenemende mate bestaat het bijstandsbestand uit inwoners met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Steeds meer inwoners kampen met een brede problematiek die meerdere levensdomeinen beslaan en hebben daardoor een complexe ondersteuningsbehoefte. De stapeling van problemen maakt dat de weg naar de arbeidsmarkt langer wordt.
Dat geldt ook voor de groep statushouders, waarvan we de afgelopen jaren een sterke toename hebben gezien in het uitkeringsbestand. Taalachterstanden en de deelname aan inburgeringstrajecten maakt dat er zeker in het eerste jaar na huisvesting in de gemeente er weinig mogelijkheden zijn voor bemiddeling naar werk. Het aandeel bijstandsgerechtigden dat snel bemiddeld kan worden naar werk daarentegen is grotendeels opgedroogd. Dit zien we terug in de gemiddelde verblijfsduur in de uitkering: het aandeel bijstandsgerechtigden dat langer dan 5 jaar afhankelijk is van een bijstandsuitkering neemt de laatste jaren gestaag toe. Dit alles maakt dat de opgave om de inwoners die afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering naar de arbeidsmarkt te bemiddelen steeds moeilijker wordt. 2. Achterstanden inzet ontwikkeling In de jaren voor 2023 is door de coronamaatregelen en de uitvoering van extra taken als de Tozo- en Tonk-regeling, de energietoeslag en de bemiddeling van Oekraïners de inzet op de ontwikkeling en bemiddeling van bijstandsgerechtigden achtergebleven. Dit heeft zijn weerslag gehad op de uitstroom uit de uitkering en de ontwikkeling van de uitkeringslasten. 3. Verdeelmodel BUIG-budget heeft nadelig effect Het Rijk bepaalt het BUIG-budget voor gemeenten op basis van het zogenaamde objectieve verdeelmodel.
Met dit model wordt per gemeente op basis van kenmerken van huishoudens en inwoners voorspeld hoeveel bijstandsgerechtigden de gemeente naar verwachting zal hebben. 2
Voor het bereken van het BUIG-budget over 2023 heeft het Rijk gebruik van CBS-gegevens van huishoudens en inwoners over 2021 (t-2). Tussentijdse veranderingen in de samenstelling van huishoudens (zoals de forse instroom van statushouders in de jaren 2022 en 2023) zijn daardoor niet meegenomen in de berekening van het BUIG-budget. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat voor 2023 voor Etten-Leur is voorspeld, en daarmee het BUIG-budget, valt daardoor lager uit dan het op basis van de feitelijke samenstelling van huishoudens en inwoners in 2023 had moeten zijn. B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. In (de loop van) 2023 zijn een aantal maatregelen getroffen die zich richten op het bevorderen van de ontwikkeling en begeleiding van inwoners om zo de uitstroom naar werk te vergroten. De maatregelen betreffen specifieke acties die inspelen op de oorzaken van de achtergebleven uitstroom naar werk in 2023. Op hoofdlijnen zijn de maatregelen die genomen zijn: - Inhaalactie achterstanden inzet ontwikkeltrajecten - Inzet extern bedrijf dat een groep uitkeringsgerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmarkt intensief gaat begeleiden naar werk - Specifieke inzet voor doelgroep statushouders en oud-inburgeraars C.
Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen De wijze waarop het Rijk het objectieve verdeelmodel toepast, met gegevens over huishoudens en inwoners in het jaar t-2, maakt dat voor 2024 het BUIG-budget fors hoger uitvalt. De forse instroom van statushouders in 2022 wordt in 2024 voor het eerst meegewogen in de berekening van het BUIGbudget. Daarmee wordt het BUIG-tekort al voor een groot deel teruggebracht. Met de bovengenoemde maatregelen die getroffen zijn zal de uitstroom uit de uitkering naar verwachting vergroot worden. Het BUIG-tekort zoals dat in 2023 is ontstaan zal daardoor verder worden teruggebracht. Daarbij wordt wel de kanttekening gemaakt de getroffen maatregelen pas in de loop van 2024 effect zullen hebben. De financiële effecten van de beoogde uitstroom uit de uitkering zullen dan ook nog niet volledig optreden in 2024.
3
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? In dit onderdeel wordt het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daaropvolgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Ten einde dit zo eenvoudig mogelijk te beschrijven wordt gevraagd aan te kruisen op welke momenten de raad hierbij is betrokken. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor het betreffende onderdeel. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces
X1
De kadernota, de begroting.
X2
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening.
X3
Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc)
X4
Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen.
X5
Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
1) 1e Begrotingswijziging 2023 Werkplein Hart van West-Brabant 2) 2e bestuursrapportage 2023 gemeente Etten-Leur/ begroting 2024 3) Bestuursrapportages Werkplein Hart van West-Brabant 4) Notitie ‘Bestandsbeheersing, zoektocht naar een evenwichtige uitvoering Participatiewet’, bijlage bij de 1e begrotingswijziging Werkplein Hart van West-Brabant. 5) Raadsleden bijeenkomst 15 januari 2024, toelichting op de eerste begrotingswijziging Werkplein Hart van West-Brabant en analyse bestand uitkeringsgerechtigden.
4
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort A1. Omvang BUIG-tekort Ontwikkeling uitkeringslasten BUIG versus BUIG-budget Door de jaren heen zien we een gestage toename van de uitkeringslasten BUIG. Dit hangt deels samen met de toenemende omvang van de doelgroep van de Participatiewet waarvoor loonkostensubsidies worden ingezet. Omdat het gaat om een structurele loonkostensubsidies die uit het budget BUIG worden gefinancierd en de totale groep waarvoor de subsidie wordt ingezet daardoor van jaar tot jaar in omvang toeneemt, nemen ook de kosten toe. Daarnaast is er sprake van dynamiek in de omvang van het aantal bijstandsgerechtigden en neemt de ‘prijs’ van een uitkering toe doordat de uitkeringsnormen zijn gekoppeld aan de ontwikkeling van het wettelijk minimumloon (WML). Tabel 1 BUIG-lasten versus BUIG-budget 2017-2023 gemeente Etten-Leur (bedragen x € 1.000) 2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Budget BUIG
9.960
10.611
10.508
10.984
11.103
10.313
11.161
Uitkeringslasten
9.582
9.430
9.729
9.768
10.165
10.193
11.764
Loonkostensubsidie
65
166
193
318
445
543
763
Saldo
314
1.015
586
898
493
-/-423
-/-1.366
Saldo %
3,20%
9,60%
5,60%
8,20%
4,40%
-/-4,1%
-/-12,2%
Na jaren van een BUIG-overschot ontstaat vanaf 2022 een BUIG-tekort. In verband met een daling van het landelijk aantal bijstandsgerechtigden in dat jaar verlaagde het Rijk het BUIG-budget. In Etten-Leur daarentegen steeg het bijstandsbestand licht. En in 2023 hebben we een verdere toename gezien. Dit heeft ook een verdere toename van de bijstandslasten tot gevolg gehad. Daar komt bij dat in 2023 het wettelijk minimumloon (WML) sterk is verhoogd (+10,15% per 1 januari 2023, + 3,13% per 1 juli 2023). Vanwege de koppeling tussen de uitkeringsnormen en de ontwikkeling van het WML, zijn de uitkeringslasten in 2023 in dezelfde mate verhoogd. Het Rijk heeft deze WML-verhoging gecompenseerd door een verhoging van het BUIG-budget. Het BUIG-tekort over 2023 bedraagt uiteindelijk € 1,3 mln. en is daarmee t.o.v. 2022 verder opgelopen.
5
Hoogte vangnetuitkering De hoogte van de vangnetuitkering is afhankelijk van de hoogte van het BUIG-tekort. Er geldt een eigen risico over de eerste 7,5% van het BUIG-budget. Wanneer het tekort groter is dan deze 7,5% bedraagt de compensatie 50% van het tekort. Voor Etten-Leur bedraagt de vangnetuitkering waar aanspraak op gemaakt kan worden € 264.245. A2. Ontwikkeling bijstand Etten-Leur In 2023 heeft de gemeente Etten-Leur toename van het aantal bijstandsgerechtigden gekend van 5%. Dit beeld wordt enigszins vertekend doordat in de maand december 2023 een forse instroom heeft plaatsgevonden. Tot en met november 2023 was de toename nog 2%. Daarmee is de toename van het aantal bijstandsgerechtigden in 2023 groter geweest dan de landelijke stijging van 1%. Grafiek 1 Ontwikkeling bijstandsdossiers 2023 gemeente Etten-Leur
Onwikkeling bijstandsuitkeringen 2023 750 730 710 690 670
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
De toename van het aantal uitkeringsgerechtigden is het gevolg van een hogere instroom van nieuwe uitkeringsgerechtigden dan de uitstroom: in 2023 werden voor Etten-Leur 177 nieuwe uitkeringen toegekend, tegenover een uitstroom van 148 uitkeringsgerechtigden. In onderstaande grafiek zijn inen uitstroom in Etten-Leur afgezet tegenover het gemiddelde van 234 gemeenten die hebben deelgenomen aan de Divosa benchmark. In vergelijking is de totale instroom over 2023 in Etten-Leur relatief iets lager geweest, maar was de uitstroom eveneens lager. Grafiek 2 Vergelijking in- en uitstroom bijstand 2023 Etten-Leur
% van uitkeringsbestand
In- en uitstroom bijstand 2023 28 26 24 22 20
Etten-Leur
Bron: Divosa benchmark
Gemeenten Divosa benchmark Instroom
Uitstroom
6
Bijstandsdichtheid Om de omvang van het aantal uitkeringsgerechtigden te duiden te kunnen duiden is in onderstaande grafiek de bijstandsdichtheid weergegeven: het aantal huishoudens dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering afgezet tegen het totale aantal huishoudens. Hierbij is Etten-Leur afgezet tegen de landelijke en regionale ontwikkeling. Grafiek 3 Bijstandsdichtheid (Etten-Leur, Nederland en West-Brabant)
Huishoudens met bijstand (% van totaal)
Ju
Ja n
-1
5 l-1 5 Ja n16 Ju l-1 6 Ja n17 Ju l-1 7 Ja n18 Ju l-1 8 Ja n19 Ju l-1 9 Ja n20 Ju l-2 0 Ja n21 Ju l-2 1 Ja n22 Ju l-2 2 Ja n23 Ju l-2 3
5.50% 5.00% 4.50% 4.00% 3.50% 3.00% 2.50% 2.00%
Etten-Leur
Nederland
West-Brabant
Bron: CBS, WSJG
Het aandeel huishoudens in Etten-Leur dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering is vanaf de start van de Participatiewet in 2015 vrij stabiel rond de 3,3%. Daarmee is de bijstandsafhankelijkheid lager dan het landelijke en regionale gemiddelde. Echter, waar landelijk, en ook de regio West-Brabant, sinds de start van de Participatiewet de bijstandsafhankelijkheid een dalende trend laat zien, is deze trend niet terug te zien in Etten-Leur. Het verschil in bijstandsafhankelijkheid in Etten-Leur en het landelijke en regionale gemiddelde is in de genoemde perioden dan ook geleidelijk kleiner geworden. Niettemin is het aantal huishoudens dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering relatief gezien nog altijd lager. A3. Veranderend uitkeringsbestand: complexere problematieken Tegelijkertijd zien we het bestand bijstandsgerechtigden de afgelopen jaren veranderen. Het deel van het bijstandsbestand dat snel bemiddeld kan worden naar de arbeidsmarkt is grotendeel opgedroogd. Het aantal inwoners dat pas op lange termijn mogelijk nog naar de arbeidsmarkt kan bewegen neemt toe en vormt een steeds groter deel van het totale uitkeringsbestand. Dat ligt deels aan persoonskenmerken die de stap naar deelname op de arbeidsmarkt bemoeilijken. Zo is de gemiddelde leeftijd van de bijstandsgerechtigde is relatief hoog: 50% van alle bijstandsgerechtigden is ouder dan 45 jaar.
En bekend is dat de kans op het vanuit een bijstandssituatie vinden van werk sterk terug loopt na het 45e levensjaar1. Tevens zien we het
1 ‘Gelijke kansen en non-discriminatie bij re-integratie’, De Beleidsonderzoekers, 2018. Onderzoek in opdracht
van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
7
aandeel uitkeringsgerechtigden met een niet-westerse migratieachtergrond in het uitkeringsbestand toenemen: ruim 40% van de uitkeringsgerechtigden heeft een niet-westerse migratieachtergrond. En daarbij zien we in toenemende mate inwoners met een ‘brede’ problematiek en een daardoor complexe ondersteuningsvraag. Inwoners die niet alleen problemen ervaren ten aanzien van inkomen en bestaanszekerheid, maar ook problemen op andere levensdomeinen zoals gezondheid, verslaving, huisvesting, schulden en criminaliteit. Door de stapeling van problemen is voor deze groep ‘gewoon’ meedoen in de samenleving vaak al lastig genoeg. De relatief hoge leeftijd, niet-westerse migratieachtergrond en in toenemende mate complexe problematieken maken dat de stap naar deelname op de arbeidsmarkt steeds groter wordt. Dit zien we ook terug in de duur dat inwoners afhankelijk zijn van een bijstandsuitkering: Bijna 45% van de uitkeringsgerechtigden langer is dan 5 jaar afhankelijk van een bijstandsuitkering. En in grote lijn geldt dat hoe langer de uitkeringsduur is, hoe kleiner de kans dat een inwoner op korte termijn weer zelfstandig in zijn of haar inkomen kan voorzien. De laatste jaren zien we de gemiddelde uitkeringsduur geleidelijk oplopen.
Tabel 2 Verblijfsduur in uitkering Etten-Leur (% van totale bijstandsbestand) < 1 jaar 31-12-2019 18,5 31-12-2020 20,8 31-12-2021 18,4 31-12-2022 18,4 31-12-2023 20,5 Bron: Divosa benchmark
1-3 jaar 27,9 23,9 23,4 22,6 21,8
>3 jaar 53,5 55,3 58,3 59,0 57,6
3-5 jaar 14,8 17,6 17,6 15,3 13,7
>5 jaar 38,7 37,7 40,7 43,7 43,9
Gemiddelde uitkeringsduur (maanden) 65 66 69 72 71
Ontheffingen arbeidsverplichting Eind 2023 heeft in Etten-Leur 26,2% van alle uitkeringsgerechtigden een ontheffing van de arbeidsverplichting. Dat is in verhouding hoog ten opzichte van het gemiddelde van de gemeenten in de Divosa benchmark (16,3%). Vanwege dringende redenen zijn zij ontheven van de plicht tot arbeidsinschakeling die voorgeschreven is in de Participatiewet. Onder dringende redenen vallen onder andere medische of psychische belemmeringen, de zorg voor kleine kinderen (in geval van alleenstaande ouders) en het verrichten van mantelzorg. In veel gevallen is daarbij sprake van samenloop met ondersteuning vanuit de WMO. Ongeveer 250 huishoudens ontvingen eind 2023 naast een bijstandsuitkering ook een WMO-voorziening. Toename instroom statushouders In de afgelopen jaren zien we een sterke toename van de instroom van statushouders in het uitkeringsbestand. Deze toename hangt samen met de verhoogde taakstelling voor de huisvesting van deze doelgroep die de gemeente vanaf 2021 opgelegd heeft gekregen.
8
In 2023 heeft de huisvesting van statushouders geleid tot het toekennen van 43 nieuwe uitkeringsdossiers, een kwart van de totale instroom in de bijstand. In de jaren tot 2021 lag dit aandeel jaarlijks nog tussen de 5% tot 10%. Tabel 3 Instroom bijstand statushouders 2020-2023 (huishoudens/uitkeringsdossiers) 2019
2020
2021
2022
2023
Instroom statushouders
18
10
27
44
43
Instroom totaal
165
186
162
149
177
Aandeel statushouders
10,9%
5,4%
16,7%
29,5%
24,3%
Het gaat hier om een doelgroep die na huisvesting in de gemeente start met een inburgeringstraject in het kader van de Wet inburgering. Door de taalachterstand en de intensiteit van het inburgeringstraject zijn de mogelijkheden voor (bemiddeling naar) betaald werk beperkt. Daarmee heeft de verhoogde taakstelling huisvesting statushouders een aanzienlijke bijdrage gehad aan de toename van het aantal bijstandsgerechtigden in 2023 in Etten-Leur. Dit beeld volgt duidelijk wanneer de instroom van statushouders over 2023 afgezet wordt tegen de ontwikkeling van het totale bijstandsbestand. Grafiek 4 Instroom bijstand statushouders en totale instroom 2023
Ontwikkeling bijstand en instroom statushouders 750
12
740
10
730
8
720
6
710
4
700
2
690
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
Instroom statushouders
jul
aug
sep
okt
nov
dec
0
Bijstandsuitkeringen
Afstand tot de arbeidsmarkt Bovengenoemde ontwikkelingen weerspiegelen het beeld van een uitkeringsbestand dat in toenemende mate een (grote) afstand tot de arbeidsmarkt heeft. Deze afstand tot de arbeidsmarkt is sterk van invloed op de kansen om de stap naar betaald werk te kunnen maken. Op grond van de afstand tot de arbeidsmarkt kunnen we het uitkeringsbestand in 3 categorieën indelen: A-categorie: direct bemiddelbaar B-categorie: bemiddelbaar na ontwikkeling C-categorie: inwoners met zeer grote afstand tot de arbeidsmarkt
9
Verdeeld over deze A-B-C-categorieën ziet het uitkeringsbestand van Etten-Leur er als volgt uit : Samenstelling bestand (personen naar afstand tot arbeidsmarkt, ultimo 2023)
A
Direct bemiddelbaar: 49 - Bestand bestaat uit inwoners die slechts korte tijd in uitkeringssituatie verkeren en snel na instroom in uitkering bemiddeld worden naar werk - Deel werkt al, maar nog onvoldoende uren om uitkeringsonaf hankelijk te zijn (aanvullende bijstand)
B
Bemiddelbaar na ontwikkeling: 201 Inwoners bezig met een traject gericht op arbeidsontwikkeling, bijv. leerwerktraject, scholing, traject gericht op opdoen werkervaring/arbeidsvaardigheden Inwoners met grote afstand tot arbeidsmarkt: 644
Waarvan:
C Ontheffingen: geen arbeidsverplichting
177 statushouders 228 met ontheffing arbeidsverplichting
De omvang van de A-B-en C-categorieën maakt meteen duidelijk wat de ruimte is om de deelname op de arbeidsmarkt te vergroten. Doelgroep C bedraagt ongeveer 70% van het totale uitkeringsbestand. De kans om uit te stromen naar betaald werk, zeker op korte termijn, is voor deze groep uitkeringsgerechtigden klein. Het aantal direct bemiddelbare A-klanten vormt slechts 5% van het aantal uitkeringsgerechtigden, waarvan bovendien een deel al parttime betaald werk verricht. In dit laatste geval ontvangen zij enkel nog een aanvullende bijstandsuitkering, waarbij het arbeidsinkomen wordt aangevuld tot het sociaal minimum. De A-doelgroep heeft dan ook maar een beperkte bijdrage in de totale bijstandslasten voor de gemeente. Het is dan ook vooral doelgroep B waarbinnen nog mogelijkheden zijn om uitstroom naar werk te realiseren. Voor het reduceren van het BUIG-tekort zal met name naar dit deel van het uitkeringsbestand gekeken moeten worden. Dit maakt dat het stabiel houden van het uitkeringsbestand geen eenvoudige opgave is. De uitstroom uit de uitkering zal immers gerealiseerd moeten worden uit een relatief beperkt deel van het uitkeringsbestand. A4. Ontwikkeling BUIG-budget blijft achter Zoals in het bovenstaande is getoond is toename van het aantal bijstandsgerechtigden in Etten-Leur groter geweest in vergelijking met het landelijke en regionale gemiddelde.
Her verschil in de toename van het bijstandsvolume (+5% Etten-Leur versus +1% landelijk) staat echter niet in verhouding tot het negatieve BUIG-resultaat van 12,2% over 2023). 10
Het BUIG-tekort kan dan ook slechts ten dele verklaard worden uit de toename van het aantal uitkeringsgerechtigden. De wijze waarop het Rijk het objectieve verdeelmodel toepast voor de berekening van het voorspelde aantal bijstandsgerechtigden blijkt ook een forse impact te hebben. Input objectief verdeelmodel: t-2 Voor de berekening van de BUIG-budgetten per gemeente gaat het Rijk uit van het zogenaamde objectieve verdeelmodel, waarbij per gemeente op basis van huishoud- en persoonskenmerken jaarlijks voorspeld wordt hoeveel uitkeringsgerechtigden de betreffende gemeente naar verwachting zal hebben. Deze voorspelde aantallen worden gebruikt om per gemeente het relatieve aandeel te bepalen dat gemeenten ontvangen van het macrobudget BUIG. Voor de berekening van het aantal uitkeringsgerechtigden maakt het Rijk gebruik van CBS-data van kenmerken van huishoudens en inwoners in het jaar t-2. Dus gegevens van twee jaar voor het begrotingsjaar waarvoor het aantal uitkeringsgerechtigden, en daarmee het BUIG-budget, berekend wordt. Voor het bepalen van het BUIG-budget 2023 zijn dat data over 2021. Veranderingen in huishoud- en persoonskenmerken die na 2021 zijn optreden, en daardoor gevolgen kunnen hebben voor het aantal bijstandsgerechtigden, worden niet meegenomen in de berekening van het voorspelde aantal uitkeringsgerechtigden.
Het BUIG-budget wordt derhalve berekend met gegevens van huishoudens die niet volledig corresponderen met de feitelijke samenstelling van huishoudens in Etten-Leur in 2023. Zo wordt de eerder genoemde sterke toename van het aantal gehuisveste statushouders in de jaren 2022 en 2023 niet meegewogen bij het bepalen van het BUIG-budget voor 2023. Het aantal uitkeringsgerechtigden dat met het objectieve verdeelmodel voorspeld wordt, is daardoor lager dan het werkelijke aantal uitkeringsgerechtigden. De 87 extra uitkeringsdossiers die met de huisvesting van deze groep in Etten-Leur in deze jaren toegekend zijn, betekenen daarentegen wel aanzienlijk extra uitkeringslasten. Tabel 4 Aandeel Etten-Leur in macro-budget BUIG Aandeel in macrobudget Jaar gebruikte CBS-data
2021 0,174% 2019
2022 0,171% 2020
2023 0,167% 2021
2024 0,188% 2022
Afwijkingen op huishoud- en persoonskenmerken werken dus met vertraging door in de toegekende BUIG-budgetten. Dit zien we terug in de sterke stijging die we zien in het aandeel dat Etten-Leur in 2024 ontvangt uit het macrobudget BUIG (zie bovenstaande tabel). De toename van het aandeel van 0,167% naar 0,188% betekent een verhoging van het BUIG-budget voor Etten-Leur met ruim € 1,2 mln. euro. Een aanzienlijk deel van het BUIG-budget dat door gebruik van CBS-data over het jaar t-2 niet aan Etten-Leur is toegekend. Maar op basis van de feitelijke samenstelling van huishoudens in Etten-Leur al wel voor het begrotingsjaar 2023 toegekend had moeten worden. De wijze waarop het objectieve verdeelmodel BUIG toegepast wordt, heeft derhalve een sterke invloed gehad op het uiteindelijk negatieve BUIG-resultaat over 2023.
11
A5. Achterstanden coronaperiode + uitvoering regelingen Tozo, Oekraïners, energietoeslag In het voorgaande is geconstateerd dat de uitstroom uit de uitkering in 2023 is achtergebleven bij de instroom en de uitstroom lager is geweest ten opzichte van de het gemiddelde van de Divosabenchmarkgemeenten. Deels kan dit verklaard worden uit de omstandigheden in de jaren voor 2023 waar het Werkplein mee geconfronteerd is geweest. In de periode 2020-2022 heeft het Werkplein door de corona-maatregelen minder aandacht kunnen besteden aan de ontwikkeling van inwoners. De lockdowns maakten dat er geen directe klantcontacten mogelijk waren en ontwikkeltrajecten geen doorgang konden vinden. Daarnaast heeft het Werkplein met de Tozo- en Tonk-regeling te maken gekregen met de uitvoering van een aantal extra taken. In 2022 zijn daar, na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne, de energietoeslag en de begeleiding en bemiddeling van Oekraïners bijgekomen. Deze extra taken zijn noodgedwongen met het zitten personeel uitgevoerd. Door krapte op de arbeidsmarkt is het Werkplein er niet in geslaagd hiervoor voldoende extra personeel aan te trekken Daardoor is er (tijdelijk) minder inzet geweest op de begeleiding en bemiddeling van inwoners. Dit heeft zich vertaald in een achterblijvende uitstroom naar werk.
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Om de toename van het aantal uitkeringsgerechtigden het hoofd te bieden zijn in (de loop van) 2023 een aantal maatregelen getroffen de uitstroom uit de bijstand te bevorderen. Deze maatregelen zijn toegespitst op de oorzaken van de achtergebleven uitstroom: acties gericht op het inlopen van de ontstane achterstanden in de ontwikkeling van inwoners; acties gericht op het bevorderen van de ontwikkeling en uitstroom van statushouders en oudinburgeraars. Inhaalslag ontwikkeltrajecten Na afbouw van de coronamaatregelen en terugloop van de werkzaamheden verbonden aan de energietoeslag, de Tozo- en Tonk-regeling en bemiddeling Oekraïners, is binnen het Werkplein de focus teruggeplaatst op de ontwikkeling van de doelgroep Participatiewet. Door inzet van tijdelijke extra personele formatie is ingezet op het vergroten van de toeleiding van inwoners naar ontwikkeltrajecten. Vanaf medio 2021 is daardoor een duidelijk stijging zichtbaar van het aantal inwoners waarvoor een re-integratievoorziening is ingezet (zie onderstaande grafiek). Niettemin duurt het enige tijd voordat daarvan de resultaten in termen van uitstroom naar werk zichtbaar zullen worden.
12
500
Re-integratievoorzieningen
70 60
400
50
350
40
300
30
De
cFe 20 bAp 21 r-2 Ju 1 nAu 21 gOc 21 tDe 21 cFe 21 bAp 22 r-2 Ju 2 nAu 22 gOc 22 tDe 22 cFe 22 bAp 23 r-2 Ju 3 nAu 23 gOc 23 tDe 23 c23
450
% uitkeringsgerechtigden
Aantal uitkeringsgerechtigden
Grafiek 5 Ontwikkeling inzet re-integratievoorzieningen
Aantal uitkeringsgerechtigden met voorziening
Bron: Divosa benchmark
% uitkeringsgerechtigden met voorziening
Extra capaciteitsinzet inburgering In verband met de verhoogde instroom statushouders is er voor de gemeente Etten-Leur 1 fte extra formatie toegevoegd aan het Team inburgering van het Werkplein. Dit om nieuwe statushouders zo snel mogelijk te laten starten met hun inburgeringstraject. Werkgeversbijeenkomst voor ondernemers Industriële Kring Etten-Leur (IKE) In maart 2023 heeft het Werkplein een bijeenkomst verzorgd voor de ondernemers van de IKE, met als doel nieuwe contacten met lokale ondernemers te leggen en deze kennis te laten maken met de doelgroep van de Participatiewet en de diensten die het Werkplein biedt. Diagnosecentrum Ketensamenwerking Binnen de ketensamenwerking met ontwikkelbedrijf WVS wordt een diagnosecentrum opgezet. Binnen dit diagnosecentrum wordt voor inwoners die een uitkering aanvragen door WVS en Werkplein gezamenlijk een verdiepende analyse gemaakt van de arbeidsmogelijkheden en eventuele belemmeringen. Daarmee wordt inzichtelijk gemaakt wat een inwoner nodig heeft om mee te doen in de samenleving en eventueel de route naar betaald werk (weer) mogelijk te maken. Het diagnosecentrum wordt fysiek ondergebracht worden op locatie van WVS. Aanvullende maatregelen bestandsbeheersing Naar aanleiding van de overschrijding van de begrote bijstandslasten heeft het Werkplein de begroting 2023 gewijzigd.
Onderdeel van deze begrotingswijziging is de notitie ‘Bestandsbeheersing, zoektocht naar een evenwichtige uitvoering Participatiewet’. Daarin zijn een aantal projecten opgenomen gericht op de ontwikkeling van inwoners richting de arbeidsmarkt. Deze projecten zijn (deels) in het vierde kwartaal gestart en lopen door in 2024. Deze 5 maatregelen zijn: 1. Project Inhaalslag gecombineerde aanpak Werkpunt en Ontwikkeling 2. Naar Werk-project 3. Meedoenfestival 4. FIA aanpak oud-inburgeraars 13
5. Ontwikkeltraject statushouders
Ad 1) Project Inhaalslag gecombineerde aanpak Werkpunt en Ontwikkeling Met extra personele inzet (3 fte) worden gedurende een periode van 14 maanden 750 inwoners van de zes Werkpleingemeenten (opnieuw) opgepakt en een passend ontwikkeltraject aangeboden. Op grond van het aandeel van het Etten-Leurse uitkeringsbestand in het totaal aantal de zes Werkpleingemeenten gaat het voor Etten-Leur om zo’n 135 inwoners. Beoogd resultaat: 10% stroomt uit naar betaald werk. 20% wordt doorgeleid naar een ontwikkeltraject 20% wordt doorgeleid naar een werkfittraject 30% wordt doorgeleid naar een zorg- of hulpverleningstraject. Ad 2) Naar Werk-project Vanaf maart 2024 worden 15 uitkeringsgerechtigde inwoners van Etten-Leur intensief begeleid door een extern re-integratiebedrijf. Het traject gaat uit van maatwerk waarbij de ondersteuning en voorzieningen geboden worden die nodig zijn om de kandidaten te begeleiden naar een passende betaalde baan. Beoogd resultaat: 10 uitkeringsgerechtigden stromen uit naar betaald werk. Ad 3) Meedoenfestival In november 2023 is een ontwikkelmarkt georganiseerd voor inwoners en samenwerkingspartners gericht op activering en participatie. Doel was om inwoners kennis te laten maken met mogelijkheden voor arbeidsontwikkeling, vrijwilligerswerk en ondersteunende voorzieningen op het terrein van zorg en hulpverlening.
De ontwikkelmarkt is georganiseerd voor inwoners van Etten-Leur, Rucphen en Zundert. Ruim 450 inwoners van deze gemeenten hebben de bijeenkomst bezocht. Ad 4) Frequent Intensieve Aanpak oud-inburgeraars Met inzet van extra formatie (2 fte) worden 80 oud-inburgeraars voor de zes Werkpleingemeenten intensief opgepakt (aandeel Etten-Leur ongeveer 15 inburgeraars). Inzet richt zich op het versterken van het taalniveau, maatschappelijke participatie en (deels) toeleiding naar betaald werk. Daarbij zal actief het netwerk van lokale ondernemers opgezocht worden. Vanwege de grote afstand tot de arbeidsmarkt van deze groep wordt uitgegaan van een doorlooptijd van 2 jaar. Beoogd resultaat: Minstens 10% stroomt direct uit naar werk 40% stroomt door naar een leerwerk- of ontwikkeltraject 50% gaat maatschappelijk participeren
14
Ad 5) Ontwikkeltraject statushouders Extra ontwikkeltrajecten binnen de ketensamenwerking met WVS specifiek voor de doelgroep statushouders. Naast de reguliere begeleiding door de trajectbegeleider van WVS en de klantmanager Werkplein wordt door een oud-inburgeraar extra begeleiding geboden aan de statushouder bij hun weg naar participatie en werk. Deze trajecten worden groepsgewijs ingezet voor 12 statushouders van de zes Werkpleingemeenten. De eerste groep is gestart in september 2023. De aanpak zal in 2024 worden voortgezet met nieuwe groepen.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Het reduceren van het BUIG-tekort moet gezien worden tegen de ontwikkeling van het BUIG-budget in 2024 en verder. Het budget dat Etten-Leur op grond van het objectieve verdeelmodel in 2024 ontvangt bedraagt € 12,9 mln., ruim € 1,7 mln. meer dan het budget 2023. Daarbij heeft het Rijk rekening gehouden met een (landelijke) stijging van het aantal bijstandsgerechtigden in 2024 met 2%. Ondanks deze forse stijging van het BUIG-budget, zal het budget naar verwachting bij het huidige aantal bijstandsgerechtigden nog altijd niet toereikend zijn om de uitkeringslasten volledig te dekken. Immers, door de wijze waarop het objectieve verdeelmodel toegepast wordt, is de instroom in de bijstand die in 2023 heeft plaatsgevonden nog altijd niet meegewogen in de hoogte van het toegekende budget. Bovendien wordt met de ook voor 2024 forse taakstelling huisvesting statushouders opnieuw een aanzienlijke instroom in de bijstand verwacht. Niettemin is het de ambitie om met de in het voorgaande genoemde extra maatregelen het BUIGtekort dat na de verhoging van het BUIG-budget nog resteert, fors te reduceren. Daarbij moet wel in aanmerking genomen worden dat deze maatregelen, ook voor die activiteiten die reeds vorig jaar zijn gestart, deels pas in de loop van 2024 effect zullen hebben.
De financiële effecten van de beoogde uitstroom uit de uitkering zullen dan ook nog niet volledig optreden in 2024.
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekening is gezet. De verklaring is slechts geldig indien dit door middel van het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier wordt aangeboden aan de raad.
15
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Etten-Leur verklaart dat het voor 15 augustus 2024 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: 14 mei 2024 De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: drs. C. Smits
De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: drs. M.C. Starmans-Gelijns
16
2. Instemming gemeenteraad In artikel art. 10, eerste lid, onderdeel d, BPw staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Op welke wijze is de gemeenteraad geïnformeerd door het college? Voorafgaand aan, het hiervoor opgenomen onderdeel A. Analyse, is door het college het proces op hoofdlijnen beschreven hoe de raad betrokken is: vanaf het moment van signalering van het tekort op het BUIG-budget en het daarop volgend proces van bepalen en treffen van maatregelen, tot aan het moment dat de verklaring van het college voor instemming wordt voorgelegd aan de raad. Hieronder is er ruimte voor de gemeenteraad voor aanvullingen op het genoemde overzicht.
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Dit geschiedt d.m.v. het plaatsen van een X voor de betreffende onderdelen. Daarnaast is er ruimte voor aanvullingen. 17
X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken
X
Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek on meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2024 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Etten-Leur stemt in met de onder 1 afgegeven verklaring door het college van deze gemeente.
Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad.
18
De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: drs. M.C. Starmans-Gelijns
De griffier,
Naam van de ondertekenaar drs. W.C.M. Voeten MBA
19
Achtergrondinformatie bij dit formulier Wet- en regelgeving In het BPw is geregeld dat het college alleen via een door de minister van SZW beschikbaar gesteld aanvraagformulier een verzoek tot een vangnetuitkering kan indienen, als bedoeld in artikel 74 van de Participatiewet. De verklaring van het college voor een basisverzoek kunt u vinden in het BPw, artikel 10, eerste lid, onder d. De verklaring van het college voor een uitgebreid verzoek kunt u vinden in het BPw artikel 10, eerste lid, onder d, jo. artikel 10, tweede lid. In het BPw staat dat de verklaring van het college een toelichting omvat zoals gevraagd in het modelaanvraagformulier (BPw, artikel 10, onderdeel e). Aanvraagprocedure De toekenning van een vangnetuitkering gebeurt uitsluitend op verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de tekortgemeente en nadat is vastgesteld dat aan alle geldende eisen wordt voldaan. Blijkens artikel 8c, eerste lid, van de Participatiewet, kan het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering niet worden overgedragen aan het bestuur van een openbaar lichaam op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Bij het indienen van een verzoek tot vangnetuitkering moet het college verklaren dat het maatregelen heeft getroffen om tot tekortreductie te komen.
Verdere toelichting op de aanvraagprocedure en de vangnetuitkering 2023 kunt u vinden op: www.toetsingscommissievp.nl Via het aanvraagformulier hoeft het college geen informatie te verstrekken over de jaarcijfers (toegekend budget, de netto uitkeringslasten en de door de accountant gerapporteerde foute of onzekere bestedingen), aangezien het ministerie –mede op basis van de SiSa-verantwoording- al over deze gegevens beschikt en zij de toetsingscommissie daarover zal informeren. Ondersteuning Divosa Divosa, de vereniging van leidinggevenden in het Sociaal Domein, zal periodiek bijeenkomsten organiseren waarbij wordt ingegaan op de vangnetuitkering. Daarnaast wordt de Benchmark door Divosa ondersteund en heeft Divosa een factsheet maatregelen uitgegeven. Ook heeft Divosa bijgedragen aan het beschikbaar komen van een tool waarin de aanvragen van de afgelopen drie jaar zijn verwerkt. De tool en aanvragen worden per VU-jaar op de website van de Toetsingscommissie gepubliceerd. Zie hiervoor de rubriek: informatie over eerdere aanvragen.
20